Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk_Toelichting
Tekst van het document
Beleid tijdelijk verblijf (short stay) Op 19 december 2019 is het beleid tijdelijk verblijf (short stay) door de gemeenteraad vastgesteld. Het aantal short stay-accommodaties in Utrecht is de laatste jaren gegroeid. Een toenemende mobiliteit van werknemers en internationale studenten zorgt voor een stijgende vraag naar deze accommodaties. De huisvesting van tijdelijke (internationale) werknemers of studenten mag echter niet ten koste gaan van de leefbaarheid en van de beschikbaarheid van voldoende permanente woonruimte voor verschillende doelgroepen in de stad. Om deze belangen op een goede manier te kunnen wegen zijn uitgangspunten opgesteld. Onder tijdelijk verblijf of short stay wordt verstaan: het bedrijfsmatig (met het oogmerk om winst te behalen) verstrekken van logies met een minimumperiode van twee weken tot 6 maanden met uitloop tot maximaal 12 maanden. Dit gebruik valt onder de bestemming hotel met aanduiding logies voor tijdelijk verblijf. Dit gebruik is niet toegestaan onder een woonbestemming. De regels voor het verlenen van vergunningen voor tijdelijk verblijf zijn vastgelegd in de Beleidsregels tijdelijk verblijf (short stay). Plangebied In het plangebied worden geen short stay accomodaties mogelijk gemaakt.
Ontwikkelingskader Horeca Utrecht 2018 Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening kan, in verband met de overlast die horecabedrijven voor omwonenden kunnen meebrengen, onderscheid gemaakt worden in categorieën van horecabedrijven in een bestemmingsplan of een beheersverordening bij het toelaten van horecabedrijven aan de hand van ruimtelijk relevante criteria als aard, omvang en parkeerdruk. Deze categorieën zijn vastgelegd in het op 12 april 2018 in werking getreden en door de raad vastgestelde Ontwikkelingskader horeca Utrecht 2018 en overgenomen in de bijlage bij de regels, de Lijst van Horeca-activiteiten. In de Lijst van Horeca-activiteiten is een functionele differentiatie in 'zachte' tot 'harde' typen van horecabedrijven opgenomen. De regeling geeft een kwalitatieve beperking ten aanzien van het type horecabedrijf dat zich mag vestigen in de woonomgeving. De regeling heeft tot doel de nadelige invloeden van de vestiging van horecabedrijven op het woon- en leefklimaat in de omgeving te voorkomen. De Lijst van Horeca-activiteiten kent een indeling in vier categorieën. De categorieën van A tot en met D lopen af in de zwaarte van de overlast die horecabedrijven voor omwonenden kunnen meebrengen. In geval van meerdere soorten activiteiten in één inrichting telt de activiteit in de zwaarste categorie voor de type-indeling van de inrichting.
Plangebied bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk" (vastgesteld)
35
In de ontwikkeling is een plint voorzien met een sociaal maatschappelijke voorziening, mogelijk in combinatie met een commerciële functie. Hierbij is een gedeelte horeca in de plint als mogelijkheid voorzien. Om voor de bewoners van de ontwikkeling en in de directe nabijheid een goed woon- en leefklimaat te borgen is hiervoor een goede inpassing van het type horeca en mogelijke maatregelen ter bescherming van het woon- en leefklimaat nodig. Deze borging vindt plaats door het type horeca bedrijvigheid te reguleren in de regels en de mogelijkheid van een terras te verbinden aan een binnenplanse afwijking waarvoor met onderzoek moet worden aangetoond dat het langetijdgemiddelde geluidniveau door stemgeluid van het terras niet hoger is dan 55 dB(A) overdag, 50 dB(A) in de avond en 45 dB(A) in de nacht. In samenhang met de minimale geluidsisolatie conform het Bouwbesluit kan daarmee aan een aanvaardbaar binnenniveau van 35 dB(A) etmaalwaarde worden voldaan. Indien wordt aangetoond dat de aangebrachte geluidsisolatie van de gevel hoger is, mag het stemgeluidniveau tot 5 dB hoger worden mits de binnenwaarde niet meer dan 35 dB(A) bedraagt.
2.4
Conclusie
De conclusie is de ontwikkeling past binnen de - in dit hoofdstuk beschreven - beleidskaders.
3 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 3 3.1
Bestaande situatie
Inleiding
Het kadastale perceel bekend als Gemeente Catharijne, sectie D, nummer 8564 maakt onderdeel uit van het plangebied en heeft een totale oppervlakte van circa 2.990 m2. Daarbij is een strook van het gemeentelijk perceel, nummer 10998, aan de Veilingstraat onderdeel van het plangebied. De ondergrond is door de Gemeente Utrecht in erfpacht uitgegeven aan Ten brinke Grondexploitatie B.V. De erfpacht betreft een recht waarvan de verplichting tot betaling van de jaarlijkse canon loopt tot 2040. De huidige opstal is een bedrijfshal, welke tijdelijk in gebruik is door een kringloopwinkel. Het bedrijfspand bevat ongeveer 4.500 m2 bruto vloeroppervlak en aan de voorzijde bevindt zich een parkeerterrein met circa 12 parkeerplaatsen.
3.2
Beschrijving van het plangebied
3.2.1
Historische ontwikkeling
Rond 1925 is het veilinggebied met de Veilinghaven en het Veilinggebouw ontstaan. In de periode hiervoor bevond de veiling zich in de fruithal op Vredenburg. Doordat Vredenburg een nieuwe bestemming kreeg moest de veiling worden verplaatst. In de periode tot 1968 is het veilinggebied steeds meer uitgebreid met onder andere een verwerkingsfabriek voor groente en fruit ter plaatse van de huidige Heycop-ontwikkeling. De Veilinghaven was van oorsprong groter dan tegenwoordig. Rond 1928 was de veilinghaven ruim vier keer zo groot. Ruim 25 jaar later werden de eerste delen van de haven weer gedempt. Rond 1960 werd nogmaals een deel gedempt, waarmee de Veilinghaven qua omvang werd wat het tegenwoordig nog steeds is.
Afbeelding 3.2.1: bebouwingsbeeld 1945 en 1999 In 1961 heeft Iglo de fabriek overgenomen en heeft toen een koelvrieshuis toegevoegd aan de fabriek. Dit koelhuis betreft de huidige bebouwing op de Veilingstraat 10. Iglo is nadien overgenomen door Unilever, welke haar dochteronderneming Royco vestigde op de locatie. Sindsdien specialiseerde de fabriek zich de productie van soepen. Op de locatie werden tot medio 2020 onder andere de bekende Cup-a-soep zakjes geproduceerd. Sindsdien is de Heycop-ontwikkeling in uitvoering.
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk" (vastgesteld)
37
Afbeelding 3.2.2 en 3.2.3: Iglo fabriek aan de Heycopstraat Utrecht, ca. 1965 In 1991 is Borent eigenaar geworden van het voormalige koelvrieshuis aan de Veilingtraat 10. Dit was de situatie tot Ten Brinke in 2018 eigenaar werd van de locatie. Vanaf die tijd is het gebouw gedeeltelijk in gebruik geweest door een autoverhuurbedrijf en tot op heden volledig als kringloopwinkel. 3.2.2
Structuurbepalende elementen
Het plangebied is onderdeel van Dichterswijk-west, in Utrecht Zuidwest. Het plangebied ligt in een woongebied, tussen de Veilingstraat, de woningen aan de Croeselaan en de Voorsterbeeklaan. In de directe omgeving van het plangebied wordt de omgeving getypeerd door de Veilinghaven. Deze haven is een aftakking van het Merwedekanaal. Op het naastgelegen terrein ten zuiden van het plangebied bevindt zich de Heycop-ontwikkeling, waar op het moment van schrijven 416 woningen in ontwikkeling zijn. De groene laan van deze ontwikkeling loopt op dit moment dood op de huidige bebouwing van het plangebied. Aan de andere zijde van de Veilingstraat bevindt zich het appartementencomplex Cresendo met een horecagelegenheid in de plint. Iets verder naar het noorden van het plangebied bevindt zich het Jaarbeursterrein. In de toekomst wordt dat terrein getransformeerd tot een plek voor wonen, werken en ontspanning. Het huidige terrein bestaat uit verouderde bedrijfsbebouwing met een parkeerterrein met circa 12 parkeerplaatsen. Er zijn voornamelijk blinde gevels in een roodbruine baksteen. Aan de voorzijde van het perceel, aan de zijde van de Croeselaan, is een gevel met beglazing, panelen en een staalconstructie van een voormalige luifel aanwezig. Aan de entreezijde van de hal zit een aanbouw met een plat dak van ongeveer 4 meter hoog. Het geheel oogt gedateerd en verouderd.
3 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk" (vastgesteld)
Utrecht
Figuur 3.2.4: Huidige situatie
3.3
Beschrijving van de bestaande functies in het plangebied
In het plangebied staat nu bedrijfsbebouwing, welke tijdelijk in gebruik is door een kringloopwinkel. De bedrijfsbebouwing heeft een voetprint van circa 2.500 m2, waarbij de bebouwing een totale BVO van circa 4.500 m2 heeft. Aan de voorzijde van het perceel bevindt zich een parkeerterrein met 12 parkeerplaatsen. De aanwezige bebouwing heeft een gedateerde en verouderde uitstraling. 3.3.1
Verkeer en parkeren
De Veilingstraat is toegankelijk voor auto's, fietsers en voetgangers. Voor fietsers is de locatie bereikbaar via de Veilinghavenkade, de Croeselaan, de Fruitstraat, de Voorsterbeeklaan en in de toekomst via de Heycopstraat. Voor voetgangers is rondom het plangebied een troittoir aanwezig. Het plangebied ligt op loopafstand van Utrecht Centraal, vanuit waar allerlei verbindingen met trein, bus en tram mogelijk zijn. De Veilingstraat is een tweerichtingsweg voor zowel auto's als fietsen, met aan één zijde deels langsparkeren. De locatie is vanaf de Rijksweg A12 en vanaf het centrum goed bereikbaar via de Europalaan - Overste Den Oudenlaan -Van Zijstweg -Veilinghavenkade. Het parkeren vindt in het huidige gebruik gedeeltelijk plaats op eigen terrein en gedeeltelijk in het openbaar gebied. De huidige bebouwing voorziet niet in gebouwde parkeerplaatsen. In de bocht van de Veilingstraat naar de Croeselaan is de uitrit van de in aanbouw zijnde parkeerkelder onder het Heycop-terrein gerealiseerd. Het plangebied ligt in de parkeerzone A2. De openbaar vervoersvoorzieningen liggen direct naast het gebouw op de Croeselaan. Hier stopt buslijn 1 (Hoograven - Rivierenwijk - Croeselaan - Utrecht Centraal). 3.3.2
Openbare ruimte
De openbare ruimte in het plangebied is beperkt. De bedrijfsbebouwing staat op het overgrote deel van het plangebied en de overige openbare ruimte is vooral verhard. Om het plangebied heen ligt de Veilingstraat. Deze weg loopt schuin af om het hoogteverschil tussen de Veilinghavenkade en de Fruitstraat op te vangen. Aan beide zijdes is een trottoir aanwezig. Aan de kant van het Cresendo gebouw eindigt het trottoir door een stenen afscheiding en een terras van de horecagelegenheid. Aan de andere zijde wordt het trottoir begrensd door een laurier. De Croeselaan is een belangrijke weg richting het Jaarbeursterrein en Utrecht Centraal. De Croeselaan bestaat uit een weg met aan weerszijden éénrichtingsverkeersbanen met langsparkeerplaatsen. Daarbij hebben beide zijdes een fietspand met daarnaast een breed troittoir. De banen worden gescheiden door een groenstrook met een looppad. Ten westen van het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk" (vastgesteld)
39
plangebied bevindt zich de Veilinghavenkade, die de scheiding vormt tussen de locatie en de Veilinghaven. De Veilingstraat maakt tot slot deel uit van de route van het Ringpark. De inzet van de stichting Vrienden van Ringpark is om de verschillende groengebieden in de Dichterswijk met elkaar te verbinden. De groene laan die nu wordt gecreëerd met de ontwikkeling van het Heycop-terrein loopt dood tegen de huidige veilinghal.
3.4
Conclusie
Het huidige terrein bestaat voornamelijk uit verouderde bedrijfsbebouwing. Gezien de ligging van het plangebied leent het zich goed voor de realisatie van woonfuncties en zal het bijdragen aan een verbetering van het plangebied en de leefomgeving. De herontwikkeling van deze locatie past goed in de transformatie van bedrijvigheid naar wonen.
4 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 4 4.1
Projectbeschrijving
4.1.1
Inleiding
Planbeschrijving
Gezien de ligging van het plangebied in een woongebied, biedt de locatie aan de Veilingstraat 10 een uitstekende kans om binnenstedelijk woningen toe te voegen. De toekomstige functie van het plangebied betreft voor het overgrote deel wonen. Circa 4.500 m2 bedrijfsbebouwing zal voor het plan worden gesloopt. Hiervoor in de plaats komt een woongebouw met daarin maximaal 110 woningen. 4.1.2
Programma
Het programma omvat maximaal 110 woningen, die 100% in de sociale huur categorie vallen. De beoogde doelgroepen van deze woningen zijn ouderen en starters. Alle woningen voldoen aan de prestatieafspraken van de betreffende STUW-corporatie met de gemeente. De huurwoningen hebben met differentiatie de beoogde verdeling: 1/3e van de woningen valt onder de eerste en tweede aftoppingsgrens en hebben een grootte tussen de 50 m2 en 60 m2 GO. circa 2/3e van de woningen valt onder de liberalisatiegrens en hebben een grootte van circa 70 m2 GO. De beoogde doelgroep voor de woningen betreft starters en ouderen. De 2-kamer appartementen (circa 50 m2 - 60 m2) zijn voor de doelgroep starters. De 3-kamer appartementen (circa 70 m2) zijn voor de doelgroep ouderen. Deze laatstgenoemde appartementen worden rolstoelbewoonbaar of eenvoudig naar rolstoelbewoonbaar aan te passen ontworpen. Daarnaast wordt in overleg met de woningcorporatie onderzocht of de regeling van Groot naar Beter kan worden toegepast, waarmee ouderen uit grotere sociale huurwoningen (van vier of meer kamers) met voorrang verhuizen naar sociale huurwoningen tot en met drie kamers. Op de begane grond van het woongebouw komt een plint van ongeveer 150 - 350 m2, met een hoogte van ongeveer 6 meter. Deze plint krijgt een sociaal maatschappelijke en zo mogelijk daarbij een commerciële invulling.
Het streven daarbij is om een relatie te zoeken met de bovengelegen woningen en het te realiseren plein aan de Veilinghaven. Voor de plint moet ingezet worden op een sociaal maatschappelijke voorziening van gemiddeld minimaal 100 m2, zo mogelijk in combinatie met een commerciële functie (op de totale 350 m2). De voorkeur voor de commerciële invulling gaat daarbij uit naar een horecafunctie in de categorie D1. 4.1.3
Stedenbouwkundig plan
De opgave voor het plangebied is om de locatie te transformeren, passend binnen en aansluitend op de al getransformeerde delen van Parkhaven. De locatie dient aan te sluiten op Parkhaven en in samenhang met parkhaven ontworpen te worden. De stedenbouwkundige randvoorwaarden en uitgangspunten zijn bepaald op basis van het oorspronkelijke stedenbouwkundig plan van Dichterswijk van november 1997, de ontwikkeling van het naastgelegen Heycop-terrein, de bestaande omgeving van de locatie en het rondje Ringpark. Hoewel het plan uit 1997 een belangrijk uitgangspunt is, is daarbij wel rekening gehouden met de huidige beleidskaders en eventuele nieuwe inzichten. Het stedenbouwkundig plan werd gekenmerkt door semi gesloten bouwblokken rond een open veld met stadsvilla's. Door het parkeren onder te brengen in half verdiepte parkeergarages, is het mogelijk geworden om een groen woongebied in hoge dichtheid te realiseren. Door het slim spelen met niveauverschillen wordt de scheiding tussen openbaar, semi-openbaar en privé op een aangename manier vorm gegeven. Het geheel betreft een hoog kwaliteitsniveau. Dat zit hem in de zorgvuldigheid waarmee architectuur, volumes, materiaalgebruik en groen vorm gegeven is en het tezamen een eenheid vormt. Ruimtelijk is de locatie waar dit bestemmingsplan op ziet het sluitstuk van de transformatie van de Dichterswijk.
De ruimtelijke opgave bestaat uit het inpassen van de nieuwbouw op de hoek van de Veilingstraat - Veilinghaven en de hoek Veilingstraat - Croeselaan. Hierbij wordt rekening gehouden met de bestaande bebouwing en wordt - in lijn met het oorspronkelijke stedenbouwkundige plan een verbijzondering in de vorm van een stedenbouwkundig hoogteaccent mogelijk gemaakt. De bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk" (vastgesteld)
41
bebouwing aan de Veilingstraat en de Croeselaan zullen qua hoogte aansluiten op de naastgelegen bebouwing, bestaande uit vijf en respectievelijk drie bouwlagen. Hieronder is de ruimtelijke uitgangspuntenkaart opgenomen. Hierop zijn de ruimtelijke randvoorwaarden voor de herontwikkeling opgenomen en inzichtelijk gemaakt.
Afbeelding 4.1: Kaart met ruimtelijke randvoorwaarden (Bron: Bouwenvelop) Rooilijn De rooilijn aan de Veilingstraat (noordzijde) van het perceel ligt evenwijdig aan de rooilijn van het woongebouw Cresendo, waarbij de bebouwingslijn van de hoofdbebouwing circa 1 meter terug ligt ten opzichte van de huidige kavelgrens. Hierdoor wordt het straatprofiel van hoofdgevel tot hoofdgevel ongeveer 17 meter breed. De rooilijn aan de zijde van de Croeselaan volgt de bestaande weg. De roolijn aan het nieuwe te realiseren plein is uitgelijnd met de onderdoorgang (toegangspoort van Cresendo) aan de Veilingstraat. Aan de Veilingstraat zal door de ontwikkeling een groot stuk openbare ruimte in de vorm van het plein ontstaan. Deze ruimte zal de groene doorloop naar het Heycop terrein vormen en zal het rondje Ringpark afmaken. Hierdoor zal het gebied een meer open uitstraling hebben dan in de huidige situatie het geval is. Balkons mogen de rooilijn met 1,7 meter overschrijden (de erfrgrens met 0,7 meter) en zijn onderdeel van de architectuur. Voorwaarde hiervoor is dat de balkons niet in conflict komen met de aan te brengen bomen op de Veilingstraat. Op de begane grond zijn buitenruimtes toegestaan binnen de erfgrens. Voor het ontwerp wordt onderzocht hoeveel extra gronden hiervoor benodigd zijn, welke momenteel in eigendom van de gemeente zijn.
Bouwblok Het volume van het woongebouw accentueert de entree van de stad middels de Van Zijstweg en het completeert het stedenbouwkundig plan van Dichterswijk West en de naastgelegen onwikkeling van het Heycop terrein. Alle appartementen zullen worden voorzien van een buitenruimte, in de vorm van een gemeenschappelijke tuin, balkon of een tuin. Het bouwblok kan gelezen worden als één gebouw. Het gebouw bestaat uit een onderbouw van maximaal vijf bouwlagen hoog en een hoogteaccent daar bovenop. Technische installaties ten behoeve van het gebouw (zoals trafo's, warmteonderstations e.d.) worden op de kavel, inpandig opgelost en komen niet in de openbare ruimte. Installaties ten behoeve van luchtverversing, energieopwekking (PV panelen), liftopbouw en welke gekoeld moeten worden door lucht mogen op het dak worden geplaatst. Wel moeten deze uit het zicht van de openbare ruimte, centraal en geclusterd op het dakvlak worden geplaatst. De installaties mogen niet zichtbaar zijn vanaf het maaiveld. 4 2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk" (vastgesteld)
Utrecht
Hoogte Parkhaven is zorgvuldig ontworpen qua bebouwing waarbij de bebouwing grotendeels 3 – 5 bouwlagen hoog is. Stedenbouwkundig gezien ligt het plangebied op een bijzondere plek in de wijk: in de hoek van de Veilinghaven waar verschillende (zicht)lijnen samen komen: de Twellosebeeklaan, Veilinghavenkade en Veilingstraat. Vanwege de bijzonere positie in de wijk wordt er gekozen om aan de Veilinghaven een wijkaccent toe te voegen en het bestaande karakter van de wijk te behouden. Er wordt gekozen om de bebouwing aan de Veilingstraat qua hoogte aan te sluiten op de omliggende bebouwing. Het hogere bouwdeel accentueert de hoek in de richting van de Veilinghaven. Doordat de nieuwbouw aan de Veilinghavenkade terug ligt ten opzichte van de huidige bebouwing ontstaat er een plek met bijzonder uitzicht op het water en maakt het een connectie via de Twellosebeeklaan met het oude Veilinggebouw (een ander stedenbouwkundig accent in de Dichterswijk). Het hoogteaccent markeert de bijzondere plek in de Dichterswijk en vergroot de herkenbaarheid en de identiteit van de wijk. De bouwhoogte van het woongebouw varieert en sluit goed aan op de omliggende bebouwing. Aan de zijde van de Croeselaan is de bouwhoogte maximaal 3 bouwlagen, zijnde 10 meter (t.o.v. peil Veilinghavenkade +3.45 NAP).
Aan de zijde van de Veilingstraat is de bouwhoogte van het woongebouw maximaal 5 bouwlagen, zijnde 16 meter (t.o.v. peil Veilinghavenkade +3.45 NAP). De maximale bouwhoogte van het hoogteaccent bedraagt 12 bouwlagen, zijnde 37 meter (t.o.v. peil Veilinghavenkade +3.45 NAP), exclusief installaties.
Plint en entrees Ten behoeve van de activering van de openbare ruimte en sociale veiligheid, krijgt de plint van het gebouw een levendige uitstraling. Dat betekent dat aan de straatzijde de sociaalmaatschappelijke/commerciële functies en wonen worden gesitueerd en er geen bergingen of andere niet-levendige functies aan de straatzijde komen. Aan het plein komt een sociaalmaatschappelijke voorziening, zo mogelijk in combinatie met een commerciële voorziening met een transparante gevel. Fietsen- en scootmobielen-stallingen zullen deels inpandig worden opgelost en direct gekopppeld worden aan de entree van het gebouw. Van deze inpandige stallingen zal aan de straatzijde zoveel mogelijk alleen de toegang zichtbaar zijn. Er komt een heldere overgang tussen openbaar en privé, rekening houdend met (sociale) veiligheid en functionaliteit van de openbare ruimten. In het ontwerp wordt dit verder uitgewerkt. Daarbij zal extra aandacht besteed worden aan het vinden van een goede oplossing voor het aansluiten op het hoogteverschil in de Veilingstraat. Er wordt voorkomen dat er lange blinde muren ontstaan. Zo is het hoogteaccent alzijdig en wordt op de begane grond ruimte geboden aan de entree en de collectieve fietsenstalling.
De hoofdentree voor de woningen en de fietsenstallingen komt aan het nieuw te realiseren Veilinghavenplein en de secundaire entree is gepland in de bocht van de Fruitstraat Croeselaan. Beeldkwaliteit Het bouwvolume sluit in architectonisch oogpunt aan op het beeld- en kwaliteitsniveau van Parkhaven. In de basis wordt dezelfde type detaillering toegepast, maar wel met de mogelijkheid tot een architectonisch accent aan het plein. Door de afwijkende bouwhoogte en de mogelijkheid tot verbijzondering in de architectuur staat het gebouw iets meer op zichzelf in vergelijking met de omliggende bebouwing die allemaal de kenmerkende dominante rode baksteen hebben De architectuur benadrukt dan naast de oogte ook de bijzondere plek in de wijk. Het gebouw heeft een gezamenlijke binnentuin met aan de buitenzijde levendigheid en buitenruimtes. De commerciële/maatschappelijke plint sluit aan op de nieuw te realiseren openbare ruimte (plein) en heeft een transparante uitstraling. Voor de daken waar men zicht op heeft, ligt de nadruk op groen. Daken die niet in het zicht liggen krijgen de nadruk op waterbuffering, energieopwekking en installaties.
4.2
Verkeer en openbare ruimte
4.2.1
Verkeer
In deze paragraaf wordt ingegaan op de bereikbaarheid van het plangebied met de auto, het openbaar vervoer en de fiets of te voet. De ontwikkeling is gelegen in een verstedelijkingsknooppunt dicht bij het centrum van Utrecht. De ontwikkeling ligt hemelsbreed op 750 meter van Utrecht Centraal station waardoor het station bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk" (vastgesteld)
43
binnen 10 minuten lopen te bereiken is. De bussen halteren dicht bij de nieuwe ontwikkeling op de Croeselaan. Bewoners en bezoekers van de ontwikkeling kunnen daardoor gebruik maken van een uitgebreid OV-netwerk. Dicht bij de locatie zijn enkele hoofdfietsroutes gelegen, o.a. de Croeselaan. De locatie is daardoor zeer goed bereikbaar op de fiets. Er zijn voldoende mogelijkheden beschikbaar voor alternatieve en duurzame vormen van vervoer. Verkeersgeneratie De nieuwe ontwikkeling aan de Veilingstraat levert een bepaalde verkeersgeneratie op. De nieuwe ontwikkeling is voor wat betreft de verkeersgeneratie op etmaalniveau vergeleken met de bestaande functie, we noemen dit de ervaringscijfers. De bestaande functie, detailhandel i.c.m. een arbeidsextensieve en bezoekers extensieve functie (opslagruimte), genereert een zekere verkeersgeneratie, namelijk: 361 voertuigbewegingen per etmaal. Voor de nieuwe ontwikkeling zijn dit 118 bewegingen per etmaal. Dit betekent dat de nieuwe functie per etmaal minder verkeersbewegingen tot gevolg heeft dan op basis van de huidige functie. De ochtendspits en de avondspits worden aangehouden als maatgevende momenten van de verkeersgeneratie als effect op het verkeersnetwerk. Als we de ontwikkeling bekijken zonder verrekening van de bestaande situatie dan zien we een verkeersgeneratie tijdens het ochtendspitsuur van 7 voertuigbewegingen.
Tijdens het avondspitsuur bedraagt dit 14 voertuigbewegingen. Dit aantal van het bestaande verkeersnetwerk aan de Croeselaan respectievelijk de Van Zijstweg. Verwacht wordt dat dit niet gaat leiden tot een beperkte doorstroming in de wijk, te meer omdat deze verkeersbewegingen (vanuit woningen) in de andere richting zijn dan de maatgevende richting van forenzen richting de bedrijfslocaties en in de plaats komen van verkeersbewegingen vanuit de bestaande situatie die deels wel bijdragen aan de maatgevende richting. De berekening van de verkeersgeneratie is toegevoegd in bijlage 3. 4.2.2
Parkeren
Beleidsuitgangspunten De 'Beleidsregel parkeernormen auto 2021' (hierna: de beleidsregel) heeft tot doel om het autoverkeer in de stad te beperken. Om die doelstelling te bewerkstelligen is in de beleidsregel bepaald: 'hoeveel autoparkeerplaatsen moeten of mogen worden gerealiseerd, en waar en hoe deze parkeerplaatsen worden aangelegd' Bovendien is de mogelijkheid om bij bouwontwikkelingen op eigen terrein parkeerplaatsen aan te leggen beperkt, en moeten daar mobiliteitsalternatieven worden geboden om de locatie bereikbaar te houden. Locatie Veilingstraat De locatie Veilingstraat 10 valt binnen parkeerzone 'A2'. Voor die zone geldt, in lijn met de algemene beleidsuitgangspunten, dat er maar beperkt mogelijkheid is om op eigen terrein parkeerplaatsen aan te leggen. Er geldt een maximumpercentage van 50% van de benodigde autoparkeerplaatsen dat op eigen terrein mag worden aangelegd. Er geldt géén minimumpercentage. Voor het concrete plan kan in de volledige parkeerbehoefte worden voorzien door toepassing van de mogelijkheden voor deelmobiliteit. Voor plannen buiten de zones A1, A2, en B1 is als hoofdregel opgenomen dat autoparkeerplaatsen voor 100% op eigen terrein moeten worden gerealiseerd. Van die hoofdregel moet in de zone A2 (verplicht) worden afgeweken, gelet op het hierboven opgenomen maximumpercentage.
Het bestemmingsplan staat de realisatie van de 110 sociale appartementen, een kleinschalige maatschappelijke functie en een horecafunctie toe. Aangezien het gebruik verandert, verandert daarin ook de parkeereis mee. Om te bepalen hoeveel parkeerplaatsen nodig zijn voor de beoogde ontwikkeling is onderstaand een berekening gemaakt per functie (zie ook bijlage 3). Voor de bepaling wordt gebruik gemaakt van de Parkeervisie van de gemeente Utrecht. Het plangebied valt, op basis van de onderstaande gebiedsindeling vanuit de parkeervisie van de gemeente Utrecht, binnen de gebiedszonering A (centrumgebieden, betaald parkeren). Op basis van de parkeernormen is het onderstaand aantal benodigde parkeerplaatsen berekend. Het project ligt in A2 gebied. Uitgangspunt autoparkeren Het maximale programma bestaat uit de volgende onderdelen: 4 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk" (vastgesteld)
Utrecht
Tabel 4.2.2.1: Parkeereis o.b.v. maximaal toegestane programma De maximale (auto)parkeereis van de nieuwbouw is 63 parkeerplaatsen. Dit is zonder verrekening van het rechtens verkregen niveau en zonder toepassing van reducties (door bijvoorbeeld deelmobiliteit). de borging hiervan ligt besloten in artikel 5.5 Aanvulling voorwaardelijke verplichting parkeren. Grotere parkeerbehoefte De bovenstaande parkeerberekening gaat uit van een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden, welke is geborgd door het in het plan vastleggen van de maximale berekende totale capaciteitseis voor parkeren (63). Deze is vastgelegd op de parkeerbehoefte die hoort bij een programma met 110 woningen in de sociale huurcategorie. Wanneer er immers in een aanvraag omgevingsvergunning woningen met een hogere parkeernorm worden aangevraagd, dan zal dat ertoe leiden dat er minder woningen kunnen worden aangevraagd omdat de totale parkeereis (de optelsom van de parkeernormen per woning) 63 moet blijven. Van rechtens verkregen niveau Bij sloop/nieuwbouw of gebruikswijziging is de parkeereis de capaciteitseis van de nieuwe bouwontwikkeling minus de capaciteitseis van de bestaande bouw. Dit betekent dat de parkeereis van de nieuwe ontwikkeling wordt verminderd met de parkeereis van de bestaande functie (het rechtens verkregen niveau).
De nieuwe ontwikkeling hoeft conform het beleid alleen te voorzien in de extra parkeerbehoefte die ontstaat. Voor de Veilingstraat betekent de vermindering als gevolg van verrekening van het rechtens verkregen niveau een lagere parkeereis. Op de huidige locatie is al een functie in gebruik (kringloopwinkel); bestaande uit gedeeltelijk detailhandel voor de winkelfunctie gecombineerd met een opslagruimte (arbeidsextensief en bezoekers extensief). Dit gebruik vormt hiermee het rechtens verkregen niveau voor wat betreft de bestaande parkeereis. De bestaande parkeereis wordt gebaseerd op de huidige parkeernormen uit de Beleidsregel parkeernormen auto 2021 gemeente Utrecht en is berekend op: 48,0 parkeerplaatsen (zie tabel 2 - berekening rechtens verkregen niveau). De parkeereis van de bestaande bouw moet echter worden gecorrigeerd met de plekken die worden opgeheven in verband met de ontwikkeling. Dat gaat hier om 12 plekken op eigen terrein die vervallen in de nieuwe situatie en een ruimtereservering van maximaal 5 plekken voor het inzetten van deelauto's, zie hiernavolgende toelichting. Het rechtens verkregen niveau na correctie is 31 parkeerplaatsen.
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk" (vastgesteld)
45
Tabel 4.2.2.2: Berekening rechtens verkregen niveau Reducties door inzet van deelmobiliteit en extra fietsparkeerplaatsen Reducties op de parkeereis zijn mogelijk door de inzet van deelmobiliteit zoals deelauto's, deelbromfietsen, deelbakfietsen en deelfietsen. Het aandeel deelbromfietsen, deelbakfietsen en deelfietsen is maximaal 50% van het totaal aantal eenheden aan deelmobiliteit. In de openbare ruimte is ruimte gereserveerd voor 5 deelauto's (zie toelichting van rechtens verkregen niveau). Op basis van het geldende beleid en het maximale programma zijn 7 deelautoplekken als reductie op de parkeereis toegestaan. Naast het realiseren van deelmobiliteit is het toepassen van extra fietsparkeerplaatsen ook een mogelijkheid om de parkeereis voor auto's te reduceren. De volgende normen zijn van toepassing voor de genoemde reducerende maatregelen:
Tabel 4.2.2.3: Overzicht normen voor reducties op de parkeereis Invulling parkeereis Op basis van het toegestane programma bedraagt de parkeereis na de verrekening met het rechtens verkregen niveau: 31,0 parkeerplaatsen. De parkeereis wordt opgelost door het toevoegen van 7 deelautoplekken waarvan 5 in het openbare gebied en het realiseren van 2 deelmobiliteit plekken (op grond van de beleidsregels mag je tot de helft van de deelautoplekken omzetten in deelmobiliteitsplekken) en 6 extra fietsparkeerplaatsen op eigen terrein. Dit resulteert in te realiseren parkeervoorzieningen zoals weergegeven in tabel 4.2.2.4:
Categorie
Eigen terrein
Openbare ruimte
4 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk" (vastgesteld)
Totaal (omgerekend naar reguliere plekken)
Utrecht
Deelautoplekken (1 unit = 4 2 reguliere plekken) waarbij maximaal 50% als deelmobiliteit plekken mag worden ingevuld Extra fietsparkeerplaatsen (1,5 unit 6 = 1 reguliere plek) Totaal
5
28
4 31
Tabel 4.2.2.4: Invulling parkeereis Het parkeren van de horecafunctie en maatschappelijke functie wordt afgewenteld op straat (waar het rechtens verkregen niveau ruimte toe biedt). Met dit scenario wordt voldaan aan het parkeerbeleid. Op basis van het voorgaande is voor de Veilingstraat een parkeeronderbouwing opgesteld, zie Bijlage 3. De voorkeur gaat er naar uit om een deel van de parkeereis om te zetten in parkeerplekken in de parkeergarage van de naastgelegen ontwikkeling aan de Heycopstraat ("Parkhaven"). Het is namelijk niet wenselijk om de gehele parkeereis van de nieuwbouw aan de Veilingstraat af te wentelen op het openbare gebied vanwege de vergroeningsambities in het openbare gebied. Gebruikmaken van de garage biedt kansen om de openbare ruimte (in de toekomst) te vergroenen. Daarnaast is het gewenst om enkele nieuwe bewoners van Veilingstraat toch een parkeerplaats aan te kunnen bieden, omdat er geen vergunningen voor straatparkeren worden verstrekt aan bewoners van het project Veilingstraat. Het complex Heycop en de bijbehorende garage zijn begin 2024 in gebruik genomen. In de loop van 2024 zal worden nagegaan of er structurele onderbezetting ontstaat in de garage en of de vrijvallende ruimte kan worden ingezet voor de Veilingstraat.
Uitgangspunt fietsparkeren Het complex krijgt een gemeenschappelijke fietsenstalling op eigen terrein en moet, om het gebruik van de fiets te stimuleren, in kwantiteit en kwaliteit (locatie, toegankelijkheid, sociale veiligheid, inbraakveiligheid, helling etc.) voldoen aan de uitgangspunten zoals beschreven in het geldende parkeerbeleid. De fietsenstalling moet voorzien in de parkeervraag van de bewoners en de bezoekers van de woningen. Het fiets parkeren moet voldoen aan de uitgangspunten zoals beschreven in het geldende parkeerbeleid (beleidsregel parkeernormen fiets 2021 Gemeente Utrecht inclusief bijlage 1 fiets parkeren woningbouw behorende bij de beleidsregel) en aan de eisen gesteld in het Bouwbesluit. De fiets parkeervraag voor deze ontwikkeling bedraagt in totaal 437 plekken en is berekend op basis van de fietsparkeernormen die eind 2021 zijn vastgesteld. Van deze 437 plekken wordt het volledige gedeelte voor de woningen (voor de bewoners en de bezoekers) inpandig opgelost in de gemeenschappelijke stallingsruimte. Dit betreft 367 plekken (361 + 6). De 6 extra fietsparkeerplaatsen komen voort uit de reductie op het autoparkeren. Het rechtens verkregen niveau van de voormalige detailhandel is ook beoordeeld. Hierbij is geconstateerd dat fietsen op eigen terrein geparkeerd werden en er geen afwenteling naar het openbare gebied plaatsvond.
Dit levert op die manier geen extra verrekening op van de parkeereis voor de nieuwe ontwikkeling. Voor de niet-woonfuncties (horeca en maatschappelijk) wordt de parkeereis voor de fietsen gerealiseerd, in het openbaar gebied (70) gerealiseerd binnen de gestelde loopafstanden volgens de beleidsregel parkeernormen fiets 2021. Deze zullen gefaseerd worden aangelegd. Dit wordt uitgewerkt in de (aanvraag) omgevingsvergunning. De berekening van het fietsparkeren is toegevoegd in Bijlage 4. 4.2.3
Openbare ruimte en groen
Met het ontwikkelen van de Veilingstraat kan de gebiedsontwikkeling Parkhaven echt afgemaakt worden en ontstaat er meer woonkwaliteit in het gebied. Door de ontwikkeling ontstaat er een verbinding met de aan te leggen groene laan in het plan Heycop en het nieuw aan te leggen plein aan de Veilinghaven. Hierdoor ontstaat er een groene, aantrekkelijke langzaam verkeersroute tussen de Veilinghaven en het Veilinggebouw aan het Heycopplein. Het huidige terrein is volledig verhard. Bij de planuitwerking wordt aandacht besteed aan de groene invulling van de omgeving. Zo worden de plinten naar de openbare ruimte toe open en levendig. Daarbij wordt het parkeren volledig uit het zicht opgelost en de ontwikkeling krijgt een binnentuin die aansluit op het Heycop-terrein. bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk" (vastgesteld)
47
Het plangebied ligt in het burgerinitiatief 'Ring Park'. Dit is een initiatief van een groep actieve bewoners van de wijk Dichterswijk om het openbare groen en de leefbaarheid van de wijk te verbeteren. De bewoners geven aan dat door de toenemende verstedelijking rond de Dichterswijk de vraag naar een samenhangende onderliggende groenstructuur toeneemt. Het gefragmenteerde groen rondom de Dichterswijk wordt versterkt en verbonden door een Ringpark. Dit is een groene route van ongeveer drie kilometer.
Bij de herontwikkeling van het plangebied zou dit project gecomplementeerd worden met de nieuw te realiseren openbare ruimte richting de Veilinghavenkade. Dit plein zal een groene en duurzame uitstraling krijgen. Daarbij onderzoekt de initiatiefnemer met gemeente Utrecht of de Veilingstraat mogelijk verbreed en vergroend kan worden. Daarmee wordt het ook een mooie toevoeging aan het 'Rondje Ringpark'. De plint zal naar de openbare ruimte toe open en levendig zijn.
4 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 5 Onderzoek en randvoorwaarden 5.1
Inleiding
In toenemende mate wordt de milieukwaliteit van belang bij de ontwikkeling van functies in het landelijk en stedelijk gebied. Het milieubeleid heeft zich in de loop van enkele decennia ontwikkeld tot een complexe materie, die er in de praktijk toe leidt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen met verschillende milieuaspecten rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk is een overzicht gegeven van de relevante (milieu)aspecten in het plangebied en de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd.
5.2
Milieueffectrapportage
Kader Het doel van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is om vooraf de mogelijke milieueffecten van plannen en besluiten in beeld brengen en deze een volwaardige rol te laten spelen bij de besluitvorming over deze plannen en besluiten. Het maken van een milieueffectrapport is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten, die activiteiten mogelijk maken welke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In onderdeel C van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. wordt aangegeven welke activiteiten altijd m.e.r.-plichtig zijn. Bij de activiteiten die in onderdeel D van die bijlage genoemd worden moet beoordeeld worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Uit deze m.e.r.-beoordeling kan de conclusie volgen dat er een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Plansituatie De in het plan opgenomen activiteiten vallen onder categorie D11.2 (aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject) zoals deze is opgenomen in onderdeel D van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. Voor deze activiteit is in het Besluit m.e.r. een drempelwaarde opgenomen van 2.000 woningen, een projectgebied van 100 hectare en 200.000 m² bvo aan bedrijfsoppervlakte of meer. Het plan blijft onder deze drempelwaarden. Op grond van artikel 2, lid 5, sub b, van het Besluit m.e.r.
dient echter ook in 'overige gevallen' bekeken te worden of sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen (de vormvrije m.e.r.-beoordeling). Op basis van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling dient het bevoegd gezag (in dit geval de gemeente Utrecht) een besluit te nemen om voor het project wel of geen m.e.r.-procedure te volgen voor het project alvorens het ontwerp bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd. Om te beoordelen of sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen is een vormvrije m.e.r.-beoordeling (aanmeldnotitie) opgesteld. In deze vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt geconcludeerd dat geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen en er derhalve geen aanleiding is om een m.e.r.-procedure te doorlopen. De gemeente heeft dan ook op 6 november 2023 besloten dat voor dit plan geen m.e.r.-procedure noodzakelijk is. Gelet op de beperkte wijziging in het programma is daarbij beoordeeld of deze wijziging tot andere milieueffecten en andere conclusies leidt ten aanzien van de mer-plicht zoals opgenomen in het eerder genomen mer-beoordelingsbesluit. Dit is niet het geval. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen in Bijlage 5. Het m.e.r. beoordelingsbesluit is opgenomen in Bijlage 6. De memo is opgenomen in Bijlage 7. Conclusie Er is geen sprake van belangrijke nadelige milieugevolgen door de beoogde ontwikkeling.
Het opstellen van een milieueffectrapportage is dan ook niet noodzakelijk.
5.3
Bedrijven en milieuzonering
Kader In de gemeente Utrecht wordt gestreefd naar een situatie waar wonen en werken in de stad op een goede manier met elkaar samengaan. Beide functies zijn zeer belangrijk voor Utrecht, maar ook dient voorkomen te worden dat milieuhinder van bedrijven een negatieve invloed hebben op de bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk" (vastgesteld)
49
woonomgeving, of dat omgekeerd de bedrijvigheid wordt belemmerd door de aanwezigheid van woningen in de directe nabijheid. Van belang zijn in dit kader de gevolgen van geluid, geur, veiligheid en luchtkwaliteit van het bedrijf op gevoelige bestemmingen in het bestemmingsplan. Het streven is om werkfuncties in de omgeving te integreren om daarmee levendigheid in de woonwijken te vergroten. Deze werkfuncties mogen alleen geen (onevenredige) overlast veroorzaken. De bedrijven die (te veel) geur of geluidhinder veroorzaken, overlast geven of andere risico's voor gezondheid en veiligheid met zich meebrengen, moeten ruimtelijk worden gescheiden van de gevoelige bestemmingen zoals wonen. Dit wordt bereikt door milieuzonering. Plangebied Binnen het plan is slechts horeca in de categorie B, C, D1, D2 en D3 van de lijst van horeca-activiteiten toegelaten zodat hier de nadruk ligt op het wonen. Om voldoende flexibiliteit bij het inrichten van terrassen te garanderen en tevens de nabijgelegen geluidgevoelige functies voldoende te vrijwaren van hinder van stemgeluid, is in dit bestemmingsplan een binnenplanse afwijking opgenomen. Voorwaarde is dat met onderzoek is aangetoond dat het langetijdgemiddelde geluidniveau door stemgeluid van het terras niet hoger is dan 55 dB(A) overdag, 50 dB(A) in de avond en 45 dB(A) in de nacht.
In samenhang met de minimale geluidsisolatie conform het Bouwbesluit kan daarmee aan een aanvaardbaar binnenniveau van 35 dB(A) etmaalwaarde worden voldaan. Indien wordt aangetoond dat de aangebrachte geluidsisolatie van de gevel hoger is, mag het stemgeluidniveau tot 5 dB hoger worden mits de binnenwaarde niet meer dan 35 dB(A) bedraagt. Conclusie Er kan geconcludeerd worden dat de beoogde nieuwe bedrijvigheid binnen het plan (het terras) geen onaanvaardbare invloed hebben op de woonomgeving. Anderzijds worden de bedrijven niet belemmerd in hun (toekomstige) bedrijfsvoering door de aanwezigheid van de beoogde woningbouw. Hierdoor zorgt het aspect bedrijven en milieuzonering niet voor een belemmering om het bestemmingsplan vast te stellen.
5.4
Geluidhinder
Kader Geluid beïnvloedt vaak de kwaliteit van de leef- en woonomgeving. De belangrijkste geluidsbronnen die in het kader van de ruimtelijke ordening van belang zijn, zijn wegverkeer, railverkeer en bedrijven. De mate van acceptatie en hinder is onder meer afhankelijk van de functie van het geluidsbelaste object - hiervoor kent de wet "geluidsgevoelige bestemmingen" zoals woningen en scholen. De regels en normen van de Wet geluidhinder zijn in de volgende gevallen van toepassing bij het vaststellen van een bestemmingsplan: bestemmen van gronden voor nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen; bestemmen van gronden voor aanleg van nieuwe (gezoneerde) wegen (niet bij woonerven of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/u geldt); reconstructie van wegen; gezoneerde industrieterreinen. De Wet geluidhinder kent voorkeursgrenswaarden waarbinnen een geluidsgevoelige bestemming altijd kan worden gerealiseerd. Onder voorwaarden kan er een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde worden verleend ('hogere waarde') tot aan een zekere maximale ontheffingswaarde. Bij een geluidsbelasting boven de maximale ontheffingswaarde zijn geluidsgevoelige bestemmingen niet toegestaan. Indien er gebruik wordt gemaakt van 'dove gevels', kan hierop een uitzondering worden gemaakt. De grenswaarden zijn voor wegverkeer 48-63 dB, voor spoorweglawaai 55-68 dB en voor gezoneerde industrieterreinen 50-55 dB(A).
Bij een geluidsbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde dient akoestisch onderzoek uitsluitsel te geven over de te verwachte geluidsbelasting en de doeltreffendheid van maatregelen om een overschrijding van grenswaarden te voorkomen. Onder bepaalde voorwaarden, die zijn vastgelegd in de gemeentelijke geluidnota, kan door burgemeester en wethouders een hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting worden vastgesteld. Plangebied De geplande geluidsgevoelige bestemmingen zijn gelegen binnen de invloedssfeer van verschillende wegen. De Croeselaan heeft een maximumsnelheid van 50 km-uur. De overige wegen en woonstraten in de omgeving zijn als 30 km-uur ingericht. In het kader van een goede ruimtelijke 5 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk" (vastgesteld)
Utrecht
ordening is de geluidbelasting vanwege de omliggende 30 km/uur-wegen Veilingstraat, Veilinghavenkade, Fruitstraat, Van Zijstweg en de Voorsterbeeklaan inzichtelijk gemaakt. Het plan is getoetst aan de wettelijke eisen van de Wet geluidhinder en het lokale geluidsbeleid om te beoordelen of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening, zie Bijlage 8; Akoestisch onderzoek wegverkeer (kenmerk R003_02_L230824) van LBP|SIGHT. Wegverkeerslawaai Uit het geluidsonderzoek volgt dat de geluidsbelasting vanwege wegverkeer op de Croeselaan op de gevels van de panden maximaal 50 dB bedraagt en dat daarmee de voorkeursgrenswaarde met 2 dB wordt overschreden. De geluidsbelasting blijft echter ruim onder de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Daarnaast is in het kader van een goede ruimtelijke ordening de geluidbelasting vanwege de omliggende 30 km/uur-wegen Veilingstraat, Veilinghavenkade, Fruitstraat, Van Zijstweg en de Voorsterbeeklaan inzichtelijk gemaakt. De berekende geluidbelasting is ten hoogste 57 dB exclusief aftrek artikel 110g Wgh. Om de geluidbelasting te kwalificeren is gebruikgemaakt van de methode Miedema. Hierin wordt een correlatie tussen de geluidhinder en de hoogte van de geluidbelasting gemaakt. Voor de meeste woningen aan de Veilingstraat (noordwest en noordoostgevel) geldt de beoordeling 'Matig'.
Voor de woningen aan de zuidwestgevel geldt met name de beoordeling 'Redelijk'. De woningen in het project die aan het binnengebied liggen en aan de zuidgevel liggen kunnen geclassificeerd worden als 'Goed'. Gecumuleerde geluidsbelasting Uit het akoestisch onderzoek volgt dat de gecumuleerde geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeer ten hoogste 58 dB exclusief aftrek artikel 110g Wgh is. Dit is ruim binnen de maximaal te ontheffen waarde. Ook vanuit gezondheidsperspectief is de geluidsbelasting acceptabel. Hogere waarde De onderzoeksresultaten maken het doorlopen van een hogere waarde procedure noodzakelijk. Aangezien de voorkeursgrenswaarden worden overschreden, zal elke woning ter compensatie de beschikking moeten hebben over een luwe gevel, een rustige buitenruimte en een akoestisch gunstige woningindeling. Voor veel woningen kan eenvoudig aan deze eisen worden voldaan aan de binnenzijde van het bouwvolume. De hoekwoningen hebben een luwe zijgevel(s). De maximale ontheffingswaarden worden niet overschreden. Terras Het bestemmingsplan maakt bij binnenplanse afwijking de realisatie van terrassen mogelijk. Voor het terras is een akoestisch onderzoek naar stemgeluid uitgevoerd, zie Bijlage 10, het Akoestisch onderzoek stemgeluid nieuw terras (kenmerk R004_02_L230824) van LBP|SIGHT.
Uit het akoestisch onderzoek naar stemgeluid blijkt dat een volledige benutting van mogelijke terraslocaties (de maximale invulling) leidt tot een waarde van 60 dB(A) etmaalwaarde. Rekening houdend met de minimale geluidsisolatie conform het Bouwbesluit kan dit lijden tot een binnenniveau van 40 dB(A) etmaalwaarde. Deze waarde is boven hetgeen dat aanvaardbaar kan worden beschouwd. Om voldoende flexibiliteit bij het inrichten van terrassen te garanderen en tevens de nabijgelegen geluidgevoelige functies voldoende te vrijwaren van hinder van stemgeluid, is in dit bestemmingsplan een binnenplanse afwijking opgenomen. Voorwaarde is dat met onderzoek is aangetoond dat het langetijdgemiddelde geluidniveau door stemgeluid van het terras niet hoger is dan 55 dB(A) overdag, 50 dB(A) in de avond en 45 dB(A) in de nacht. In samenhang met de minimale geluidsisolatie conform het Bouwbesluit kan daarmee aan een aanvaardbaar binnenniveau van 35 dB(A) etmaalwaarde worden voldaan. Indien wordt aangetoond dat de aangebrachte geluidsisolatie van de gevel hoger is, mag het stemgeluidniveau tot 5 dB hoger worden mits de binnenwaarde niet meer dan 35 dB(A) bedraagt. Conclusie Het plangebied van de onderzochte panden ligt binnen de vanuit de Wet geluidhinder relevante geluidszone van de Croeselaan.
Uit het geluidsonderzoek volgt dat een procedure hogere waarden met aanvullende maatregelen noodzakelijk is om de woningen te realiseren. Het ontwerpbesluit hogere waarden is opgenomen in Bijlage 9 Ontwerp besluit hogere waarden. Ook vanuit gezondheidsperspectief is de geluidsbelasting acceptabel.
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk" (vastgesteld)
51
5.5
Trillingen
Weg- en railverkeer kunnen leiden tot trillingen in gebouwen. Deze trillingen kunnen op hun beurt leiden tot schade of hinder. Hinder voor personen in gebouwen wordt in Nederland gewoonlijk beoordeeld op de SBR B-richtlijn. Dit is een door de Stichting Bouwresearch opgestelde richtlijn voor het meten en beoordelen van hinder voor personen in gebouwen. De streefwaarde voor de trillingshinder is onder meer afhankelijk van de gebouwbestemming (kantoor, wonen, gezondheidszorg, etc.) en of het om een nieuwe of bestaande situatie gaat. Het lokaal spoor (tram) kan ook leiden tot trillingen. Trillingen van de tramlijn kunnen relevant zijn op korte afstand van gevoelige functies. Plangebied Het plangebied ligt op meer dan 300 meter afstand van mogelijke trillingsbronnen. Conclusie Vanuit het aspect trillingshinder zijn er geen berperkingen voor de ontwikkeling van dit plan.
5.6
Geur
Bepaalde bedrijven kunnen geurhinder veroorzaken. Voor specifieke bedrijven is in de Wet milieubeheer een richtwaarde aangegeven voor de hoeveelheid geur (uitgedrukt in geureenheden/m3) die acceptabel is in de omgeving van bedrijven. Deze geuruitstoot heeft ruimtelijke consequenties. In de directe omgeving van het bedrijf zijn vanuit de norm van de Wet milieubeheer beperkingen gesteld aan de mogelijkheid voor nieuwe ontwikkeling van gevoelige bebouwing (met name wonen). Dit soort bedrijven bevindt zich niet binnen het plangebied of in de directe omgeving daarvan. Kleinere bedrijven zoals horecavestigingen, of een bakkerij kennen soms ook geurhinder maar daarvoor zijn geen richtlijnen opgesteld. Daarnaast kan de mestopslag bij agrarische bedrijven geurhinder veroorzaken. Door een geschikte locatie van de mestopslag te bepalen, is een deel van de hinder te voorkomen. Echter bij grotere bedrijven is voldoende afstand ten opzichte van woningen van derden noodzakelijk. Dit wordt geregeld in de bestemmingsplanregels. Conclusie Binnen het plangebied is geen sprake van industriële geurhinder.
5.7
Externe veiligheid
Het werken met, de opslag en het transport van gevaarlijke stoffen leidt tot veiligheidsrisico's voor omwonenden, bedrijven en passanten. Om deze risico's te beheersen worden in de toelichting bij een bestemmingsplan of de onderbouwing bij een vergunning, de relaties tussen deze activiteiten en hun omgeving conform wet- en regelgeving verantwoord en vastgelegd. In en direct rond het plangebied is een inventarisatie gedaan naar risicoveroorzakende activiteiten. Hieruit blijkt dat de locatie zich binnen het invloedsgebied bevindt van het doorgaande spoor door Utrecht richting Lunetten waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Andere Basisnet-transportassen liggen allen op zeer grote afstand (meer dan 1 kilometer) van het plangebied. Nadere beschouwing daarvan is niet nodig. In de omgeving bevinden zich geen bedrijven of buisleidingen die vanuit oogpunt van externe veiligheid relevant zijn voor de locatie. Het risico bij transportassen wordt veroorzaakt door de mogelijkheid van beschadiging van een transportmiddel als gevolg van een ongeval. Hierdoor kan een deel of de gehele lading vrijkomen. De meest relevante stoffen zijn vloeibare gassen (b.v. LPG), brandbare vloeistoffen (b.v. benzine) en giftige stoffen. Bij een ongeval met vloeibaar gas kan dat gas vrijkomen en ontbranden met mogelijk brand of ontploffing tot gevolg.
Een ongeval met brandbare vloeistof zal leiden tot een grote brand met veel hittestraling. Een ongeval met giftige stoffen zal vaak leiden tot de vorming van een giftige gaswolk. De normen en richtlijnen voor de risico's voor de omgeving zijn onder andere vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt; voor transport over weg, spoor en water). Het Bevt geeft antwoord op vragen hoe om te gaan met ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van transportroutes. In het Bevt staan twee soorten risico's beschreven waarop normen en richtlijnen van toepassing zijn. Het betreft het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Naast risiconormeringen kent het Bevt tevens twee extra afstandsbepalingen, de zogenaamde vrijwaringszones rondom vaarroutes en het plasbrandaandachtsgebieden. Voor zowel de 5 2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk" (vastgesteld)
Utrecht
vrijwaringszone als het plasbrandaandachtsgebied geldt een motivatieplicht indien bebouwing gewenst is. Indien nieuwe bebouwing wordt gerealiseerd moet deze aan extra brandveiligheidseisen volgens het Bouwbesluit voldoen. Plangebied De locatie bevindt zich op ongeveer 300 meter van het doorgaande spoor. De locatie bevindt zich niet binnen een veiligheidsafstand of plasbrandaandachtsgebied. Dit betekent dat er vanuit het oogpunt van externe veiligheid geen belemmeringen zijn voor de locatie en aanvullende voorschriften om te beschermen tegen de effecten van een plasbrand niet nodig zijn. Aanvullend onderzoek naar het groepsrisico is niet nodig, omdat het plangebied op meer dan 200 meter van het spoor ligt. Het maatgevend scenario voor het plangebied zijn een explosie of het vrijkomen van giftige of schadelijke gassen. Het explosiescenario treedt in veel gevallen snel op en is lastig te bestrijden. Inzet zal vooral gericht zijn op het bestrijden van secundaire branden. De totale bluswatercapaciteit wordt voor de bestrijding van een (dreigend) zwaar ongeval op het spoor als voldoende beschouwd. De locatie is via de Croeselaan en de Veilinghavenkade vanuit meerdere richtingen goed te bereiken. Aanwezigen zullen over het algemeen voldoende zelfredzaam zijn om zich in veiligheid te brengen in geval van een incident, dit is mogelijk in meerdere richtingen van het spoor af gericht.
Mochten er bij een incident schadelijke of giftige gassen vrijkomen zal geadviseerd worden om binnen te blijven en ramen en deuren te sluiten. Mechanische ventilatie dient hierbij afgesloten te worden, het is daarom belangrijk dat gebruikers worden geïnformeerd over de werking van deze ventilatie. De Veiligheidsregio Utrecht heeft in haar advies van 5 oktober (Bijlage 11) geadviseerd om bij uitwerking van de plannen; Vluchtmogelijkheden van het spoor af gericht richting de Veilinghaven te realiseren; De BHV organisatie te laten oefenen met het scenario waarbij zich een incident met gevaarlijke stoffen voordoet op het spoor; Te communiceren over de risico's van het transport van gevaarlijke stoffen en handelingsperspectieven; Het definitieve ontwerp voor te leggen aan de veiligheidsregio zodat zij kan adviseren in het kader van operationele voorbereiding op gebouwniveau. Conclusie Voor het plangebied is alleen het transport van gevaarlijke stoffen over het doorgaande spoor relevant. Gezien de relatief grote afstand legt dit risico geen beperkingen op voor de ontwikkeling van dit plan.
5.8
Ontplofbare Oorlogsresten
Kader In het plangebied worden bodemroerende werkzaamheden uitgevoerd. De Arbeidsomstandighedenwet stelt dat er gezorgd moet worden voor een veilige werkplek. Daarom moet een onderzoek naar de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten (OO) worden uitgevoerd. Plangebied In het kader van het bestemmingsplan is een quicksan uitgevoerd (Bijlage 13). Het primaire doel van dit onderzoek is inzicht geven of het plangebied een verhoogd risico heeft op de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlosgresten. Daarbij is onder meer gekeken naar reeds uitgevoerde (voor)onderzoeken voor binnen of nabij de Veilingstraat 10. Op basis van de Quickscan en de verzamelde gegevens wordt geconcludeerd dat aan de zuidwestelijke zijde van het plangebied een verdacht gebied tegen of deels in het plangebied ligt. Hierdoor is het zeer waarschijnlijk dat het projectgebied 'Veilingstraat 10' ook verdacht wordt verklaard op afwerpmunitie. Een vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten conform de richtlijnen van het CS-VROO zal moeten uitsluiten of er verdachte gebieden op het aantreffen van OO in het plangebied aanwezig zijn. Dit (voor)onderzoek) zal moeten worden uitgevoerd voor de sloop van de bebouwing. Conclusie Uit de Quickscan volgt dat het plangebied door de ligging tegen en mogelijk deels binnen een eerder uitgevoerd onderzoek zeer waarschijnlijk wordt aangemerkt als 'verdacht'.
Voor de sloop van de huidige opstallen zal dan ook een vooronderzoek conform de CS-VROO richtlijnen worden uitgevoerd, waarbij met de sanering van het plangebied rekening mee moet worden gehouden. Onder deze voorwaarde vormt het aspect Ontplofbare Oorlogsresten geen belemmering voor de bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk" (vastgesteld)
53
uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
5.9
Luchtkwaliteit
Kader Luchtkwaliteit heeft betrekking op luchtverontreiniging door gasvormige stoffen en verontreiniging van de lucht met fijnstof, door vooral verkeer, maar - naar mate het verkeer schoner wordt - ook door andere bronnen zoals houtstook. De luchtkwaliteit beïnvloedt in belangrijke mate de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Wegverkeer, mobiele (bouw)werktuigen en houtstook zijn, samen met de hoge achtergrondconcentratie in Utrecht, de belangrijkste lokale bronnen van luchtverontreiniging. Artikel 5.16 lid 1 van de Wet Milieubeheer geeft aan wanneer een (luchtvervuilend) project toelaatbaar is. Het bevoegde bestuursorgaan moet dan aannemelijk maken, dat het project aan één of een combinatie van de volgende voorwaarden voldoet: Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde Een project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit Een project draagt alleen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging Een project is opgenomen in, of past binnen, het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Daarnaast moet bij ruimtelijke projecten rekening gehouden worden met een goede ruimtelijke ordening. Hiervoor dient, onder andere, gekeken te worden naar de Europese grenswaarden van luchtkwaliteit.
Sinds 2017 wordt overal in Utrecht voldaan aan de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft in 2005 advieswaarden opgesteld voor gezonde lucht. Deze WHO-advieswaarden zijn bedoeld om de gezondheid te beschermen. Deze zijn voor fijnstof strenger dan de grenswaarden van de EU. Op 22 september 2021 heeft de WHO nieuwe advieswaarden voor fijnstof en stikstofdioxide opgesteld, die (beduidend) lager liggen dan de WHO-advieswaarden uit 2005
Stof Grenswaarde EU WHO-advieswaarde-2005 NO2 (stikstofdioxide) 40 µg/m³ 40 µg/m³ PM10 (fijnstof) 40 µg/m³ 20 µg/m³ PM2,5 (fijnstof) 25 µg/m³ 10 µg/m³ WHO-advieswaarden (jaargemiddelde) voor NO2, PM10 en PM2,5
WHO-advieswaarde-2021 10 µg/m³ 15 µg/m³ 5 µg/m³
In 2015 heeft de gemeente Utrecht een motie aangenomen waarin de gemeente zich als doel stelt om in de toekomst (2030) naast de wettelijke grenswaarden ook te voldoen aan de WHO-advieswaarden uit 2005 voor fijnstof. Deze advieswaarden (WHO 2005) zijn strenger dan de wettelijke grenswaarden voor PM10 (20 µg/m3) en voor PM2,5 (10 µg/m3). Deze motie is uitgewerkt in het raadsbesluit 'Utrecht kiest voor gezonde lucht - luchtkwaliteitsbeleid en uitvoeringsprogramma' van december 2020, waarin is vastgelegd om toe te werken naar de WHO-advieswaarden-2005, die expliciet zijn benoemd in de samenvatting bij het raadsbesluit. Op 22 september 2021 heeft de WHO nieuwe advieswaarden voor fijnstof en stikstofdioxide opgesteld, die (beduidend) lager liggen dan de WHO-advieswaarden uit 2005. Ook neemt de gemeente Utrecht deel aan het Schone Lucht Akkoord, waarin rijksoverheid, provincies en gemeenten samenwerken aan maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit. Plangebied Aan de Veilingstraat 10 in Utrecht zullen maximaal 110 appartementen worden gerealiseerd en 350 m² maatschappelijk voorzieningen, zo mogelijk in combinatie met commerciële functies. Hiervoor is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd (Bijlage 14) Met behulp van de CROW-publicatie is bepaald dat de verkeersgeneratie 126 verkeersbewegingen per dag bedraagt.