CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Chw bestemmingsplan Lomanlaan 103 – 105, De Gezusters, Transwijk_Toelichting.pdf

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 3 november 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Lomanlaan 103-10541.912 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

39

voor een deel van deze groep juist vergroten. Realisatie van de sociale huur voor ten minste 60% in de kernvoorraad bevordert de kansen op doorstroming uit sociale huurwoningen elders in Kanaleneiland en Transwijk. Het programma met minimaal 70% sociale huur schept ruimte om tot een gedifferentieerder aanbod te komen in delen van de wijk en de stad met een woningsamenstelling met een sterke eenzijdigheid op sociale huur. 4.1.2

Stedenbouwkundig plan

Ruimtelijk is deze locatie het sluitstuk van de herontwikkeling van de Lomanlaan. De gehele bouwstrook langs de Lomanlaan manifesteert zich als ‘gebouwduo’s aan het park’. De herkenbaarheid als duo is van belang, waarbij met name de ruimte tussen de duo’s zorgt voor een sterke (zicht) relatie tussen de woonwijk en het park Transwijk. Hieronder is de ruimtelijke randvoorwaardenkaart opgenomen. Hierop zijn de ruimtelijke randvoorwaarden voor de ontwikkeling opgenomen.

Figuur 4.1: Kaart met ruimtelijke randvoorwaarden (bron: Bouwenvelop) De belangrijkste uitgangspunten zijn: De gebouwen zijn onderdeel van de overgangszone tussen de wijk Transwijk-zuid en het park Transwijk. De gebouwen staan in een groen tapijt waarvan het karakter aansluit op het park. De gebouwen vormen samen een ruimtelijk duo: de architectuur en verschijningsvorm onderschrijft dit. Familie, maar niet identiek. De kavel wordt rondom begrensd door een brede groenstrook. Deze uitgangspunten worden ook mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan. Aan de Lomanlaan bevindt zich een groenstrook van 5 meter tussen trottoir en de bebouwing. Aan de westzijde is de minimale maat tussen de waterlijn en de bebouwing 8 meter. Tussen oeverlijn en bebouwing bevindt zich een groenstrook van 5 meter. De twee gebouwen zijn sterk alzijdig: blinde gevels zijn ongewenst. De twee gebouwen bevinden zich binnen het bouwvlak. De bouwhoogte van de noordelijke toren is maximaal 50 meter (16 bouwlagen) ten opzichte van aanliggend maaiveld. 4 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Lomanlaan 1 0 3 – 105, De Gezusters, Transwijk" (vastgesteld)

Utrecht

De bouwhoogte van de zuidelijke toren is maximaal 45 meter (14 bouwlagen) ten opzichte van aanliggend maaiveld. Tussen de gebouwen loopt een verbinding naar het water. Een verhoogde plintverdieping zorgt voor een prettige entree van de woningen en maakt andere plintvoorzieningen mogelijk. Plintwoningen worden bij voorkeur als maisonnettewoningen uitgevoerd met levendige functies (keuken en woonkamer), op de begane grond en slaapkamers op de eerste verdieping. Plintwoningen krijgen eigen entrees en buitenruimtes aan het groen. Buitenruimtes in het groen worden ontworpen als overgangszone, erfafscheidingen zijn maximaal 1.0 meter hoog. Auto's parkeren volledig verdiept onder een groen dek. Fietsparkeren wordt inpandig en gemakkelijk bereikbaar opgelost. De gebouwen dragen bij aan klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen door het toepassen van klimaatadaptieve maatregelen, zoals meer groen, waterdoorlatende verharding, infiltratiegebieden en zonwerende maatregelen bij de gebouwen.

Beeldkwaliteit De gebouwen markeren zowel de historische, als een nieuw te ontwikkelen parkentree (nieuwe fiets- en voetgangersverbinding) en zijn daarmee beeldbepalend vanuit het park. De architectuur onderschrijft deze iconische positie. Technische installaties zoals bijvoorbeeld trafo's, nutskasten en warmte onderstations worden inpandig opgelost. Uitgangspunt is gebruik van natuurlijke kleuren en materialen. Het welstandsniveau is 'open'.

4.2

Verkeer en openbare ruimte

4.2.1

Verkeer

Het ontwikkelplan leidt tot een toename van gemotoriseerd verkeer op het omliggend wegennet. Hierdoor zou een slechtere afwikkeling van het verkeer op nabijgelegen kruispunten kunnen ontstaan. Daarnaast creëert de verkeerstoename ook een toename van geluid- en stikstofuitstoot. Verder zijn voor de nieuwe woningen en horeca ook parkeerplaatsen nodig. Om de verkeerseffecten van het ontwikkelingsplan op de Lomanlaan in beeld te brengen is er een verkeersonderzoek Verkeersgeneratie uitgevoerd met daarin de volgende onderdelen: Verkeersgeneratie door de nieuwe ontwikkeling; Toename verkeersintensiteiten op omliggend wegennet; Voor zowel de kruispuntanalyse als input voor geluid- en stikstofberekeningen; Kruispuntanalyse voor de kruispunten Lomanlaan/Kon. Wilhelminalaan en Lanslaan/Europalaan; Berekenen parkeerbehoefte. Uit het verkeersonderzoek komt naar voren dat de ontwikkeling van Mitros op de Lomanlaan 103-105 niet leidt tot knelpunten in de doorstroming. In de kruispunentanalyse van de voorrangskruispunten Koningin Wilhelminalaan/Lomanlaan en Europalaan/Lanslaan is berekend wat de effecten van het extra verkeer (als gevolg van de projectplannen op de Lomanlaan) op de wachttijden bij beide kruispunten zijn. Uit de analyse is gebleken dat bij beide kruispunten de wachttijd onder de 15 seconden blijft. Dit betekent dat de capaciteit nog (ruim) voldoende is.

Verder is uit de berekening van de parkeerbehoefte naar voren gekomen dat binnen het projectgebied 90 parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden. Een duurzame en gezonde verstedelijking is vertaald in een optimaal gebruik van parkeerplaatsen. Parkeerplaatsen worden op eigen terrein gerealiseerd, deels in de volledig verdiepte parkeergarage. Daarnaast wordt ingezet op goede fietsstallingsmogelijkheden en het gebruik van deelauto's. De gemeente gaat betaald parkeren invoeren in Merwede, deelgebied 5 van de Merwedekanaalzone als onderdeel van de ontwikkeling. Om overlast te voorkomen in de omliggende wijken is de gemeente van plan om betaald parkeren in te voeren, in o.a. Transwijk. Te zijner tijd zal in overleg met bewoners gekeken worden hoe betaald parkeren wordt ingevoerd op een manier die aansluit bij de wensen van de buurt. bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Lomanlaan 1 0 3 – 105, De Gezusters, Transwijk" (vastgesteld)

41

4.2.2

Openbare ruimte en groen

We willen een gezonder alternatief bieden voor de auto om daarmee het fietsen en wandelen in de stad te stimuleren. Daarnaast neemt het aantal fietsers flink toe in de stad. Daarom willen we de komende jaren investeren in een fijnmaziger netwerk voor langzaam verkeer in Utrecht Zuidwest om het verkeer meer te spreiden. De verbindingen die we aan het bestaande netwerk toevoegen, lopen bij voorkeur niet langs de hoofdwegen. Vaak zijn het ook kortere verbindingen tussen de wijken. Voetgangers en fietsers staan hier minder bloot aan geluid en luchtvervuiling en worden minder vaak geconfronteerd met verkeersonveilige situaties. Bij voorkeur zijn deze routes autovrij. Een van deze voorgestelde routes verbindt het Amsterdam Rijnkanaal, Park Transwijk, de Merwedekanaalzone, Rivierenwijk en Hoograven met elkaar via een aantrekkelijke en autoluwe route. Deze route loopt aan de zuidzijde van het plangebied langs de geplande bebouwing. Om de route comfortabel en aantrekkelijke te maken is een nieuwe brug over de watergang in Park Transwijk noodzakelijk. Door de komst van de brug rechtstreeks naar park Transwijk krijgt het park een nieuwe hoofdentree en zullen de woontorens nog beter bereikbaar zijn te voet of per fiets. Ook wordt het maken van een ''rondje park" gestimuleerd.

In een verdichtende stad is de kwaliteit, inrichting en aantrekkelijkheid van de openbare ruimte een steeds belangrijker uitgangspunt: Meer gebruikers betekent tegelijkertijd een grotere druk op straten, voorzieningen, speelpleinen en parken. Vanuit de ontwikkeling van de Merwedekanaalzone zal er een kwaliteitsimpuls aan park Transwijk worden gegeven, juist om het park klaar te maken voor toekomstig intensiever gebruik. Om te zorgen voor een aantrekkelijk woonmilieu is het belangrijk dat er ook prettige openbare ruimte komt, waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en verblijven. Het versterken van de entree van park Transwijk en het faciliteren van nieuwe langzaamverkeersroutes zorgen voor een goede inpassing in de omgeving. De bestaande bomen worden zoveel mogelijk gehandhaafd, en de oever van het park wordt gerespecteerd. Als er aanpassingen moeten worden gedaan aan de elementen die onderdeel van Park Transwijk zijn, zal dat worden gedaan vanuit een algehele visie op Park Transwijk met respect voor de cultuurhistorische waarden van het park. 4.2.3

Parkeren

Uitgangspunten auto parkeren Het plangebied valt binnen het aangewezen omliggende gebied van Deelgebied 5 Merwedekanaalzone, Transwijk. Hierdoor wordt bij het bepalen van de parkeerbehoefte vooralsnog rekening gehouden met het scenario (toekomstig) betaald parkeren in Transwijk noord: de auto- en fietsparkeernorm uit de nota Stallen en Parkeren (maart 2013) zone B1, stedelijk met betaald parkeren. Op basis van het op 28 maart 2019 vastgestelde addendum Nota parkeernormen fiets en auto kan de parkeernorm bij sociale en middenhuurwoningen die groter zijn dan 55 m2 BVO met maximaal 25% verlaagd worden. Uitgaande van de parkeernorm B1 kan maximaal 10% van de parkeernorm omgezet naar extra fietsparkeren en maximaal 20% van de parkeernorm wordt ingevuld door deelauto's (4 parkeerplaatsen voor 1 deelauto). Parkeerplaatsen voor bewoners worden op eigen terrein gerealiseerd; bij betaald parkeren krijgen bewoners van de nieuwbouw geen vergunning in de openbare ruimte. Voor parkeerplaatsen voor bezoekers wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau in de buitenruimte, benodigde extra parkeerplaatsen komen op eigen terrein. Wanneer er 215 woningen ontwikkeld worden, betekent dit dat er 83 parkeerplaatsen op eigen terrein worden aangelegd. 80 parkeerplaatsen hiervan worden in de volledig verdiepte parkeergarage aangelegd en 3 worden bovengronds gerealiseerd.

4 2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Lomanlaan 1 0 3 – 105, De Gezusters, Transwijk" (vastgesteld)

Utrecht

Wanneer er een kleinschalige horeca (norm café) wordt ontwikkeld, betekent dit dat er 3,4 parkeerplaatsen per 100 m2 BVO op eigen terrein dient te worden gerealiseerd. Dit betekent dat wanneer voor horeca 210 m2 BVO wordt gerealiseerd, hiervoor 7 parkeerplaatsen op eigen terrein moeten worden gerealiseerd. Deze parkeerplaatsen worden bovengronds gerealiseerd.

Uitgangspunten fiets parkeren Fietsparkeren vindt inpandig plaats en is vanaf de openbare weg rechtstreeks bereikbaar via het aansluitende terrein en is conform de Nota Stallen en parkeren en de normen uit de bouwverordening. De voorkeur gaat uit naar een aantrekkelijke, goed bereikbare gemeenschappelijke fietsenberging. Naast fietsparkeren is er ruimte aanwezig voor bijzondere vormen zoals bakfietsen, scootmobiels en (elektrische) scooters. Uitgangspunten bereikbaarheid Er komt een brug voor langzaamverkeer, om de verbinding tussen Oost-West (Kanaleneiland en Merwedekanaalzone) te maken. 4.2.4

Openbare ruimte

De inrichting van de kavel en de omliggende openbare ruimte staan in het teken van het concept 'torens op een groen tapijt' waarbij het plangebied zich presenteert als verlengstuk, en entree van het park. Over de kavel loopt aan de zuidzijde een reservering voor een fietsroute door Utrecht-zuid en zuidwest. Deze is onderdeel van de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie Merwede Kanaalzone. Uitgangspunten voor de openbare ruimte zijn: 1. 2. 3. 4.

Ten zuiden van de zuidelijke toren ligt een reservering voor een vijf meter brede oost-west voeten fietsroute. Deze verbindt Rivierenwijk met Transwijk en Kanaleneiland. Behoud van lange en duidelijke zichtlijnen die in het park aanwezig zijn. Dit geldt ook voor de zichtlijn in het verlengde van Willem Pieter van Dijllaan. Zie afbeelding. Het gebied sluit qua ontwerp aan bij de noordelijke inrichting van het kavel Lomanlaan 55. Dit geldt met name aan de zijde van de oever en de Lomanlaan. De openbare ruimte is veilig en overzichtelijk ingericht, met mogelijkheden tot vemaak en verblijf.

Bomen aan de oostzijde van de Lomanlaan worden bij voorkeur doorgetrokken tot aan het park voor versterking van de aansluiting van de laan op het park. De oever van de singel aan de oostzijde ingericht als ecologische zone. De bomen aan deze singelzijde en de ecologische waarden blijven zoveel mogelijk behouden. Te verwijderen bomen dienen te worden gecompenseerd. De inrichting bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Lomanlaan 1 0 3 – 105, De Gezusters, Transwijk" (vastgesteld)

43

van de openbare ruimte sluit aan bij de principes van, en respecteert de ecologische en cultuurhistorische waarden van Park Transwijk. De reservering voor een brug over de singel ligt in het verlengde van de van het voet/fietspad aan de zijde van het voormalig rosarium. Bij de aanlanding aan de overzijde maakt het pad een knik naar de Lomanlaan. Een eventueel nieuw terras aan het water sluit qua vormgeving aan op de uitvoering van bij de (te behouden) twee terrassen (inclusief muren en trappen) aan de grote vijver. Deze zijn opgelost in het talud. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten. De inrichting van de groenstrook sluit aan op de op kavel Lomanlaan 55. Behoud van ecologische zone aan de oostzijde van de singel Ruimtereservering voor het toevoegen van een terras - in het talud - aan de singel Ruimtereservering voor een fiets/voetpad in oost-west richting van 5 meter breed. De zichtlijn met begeleiding in opgaand groen in het verlengde van Willem Pieter van Dijllaan behouden. De vormgeving van nieuwe brug is nader te bepalen. Vanuit de nieuw te maken visie voor Park Transwijk zal een integraal ontwerpvoorstel voor alle wijzigingen in Park Transwijk worden voorgesteld, waaronder de ontwerpprincipes voor de kunstwerken in het park. Het 'groen, tenzij' principe is van toepassing. De openbare ruimte krijgt een zo groen mogelijke inrichting.

Voor de technische eisen van water, bomen, groen, verlichting en afvalinzameling geldt het Handboek Openbare Ruimte en de eisen zoals vastgesteld door de BInG (Beheer, Inrichting, Gebruik). De huidige singel wordt gehandhaafd. Het hemelwater van de gebouwen en de openbare ruimte wordt eerst geïnfiltreerd en vervolgens afgevoerd op de singel.

4 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Lomanlaan 1 0 3 – 105, De Gezusters, Transwijk" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 5 Onderzoek en randvoorwaarden 5.1

Inleiding

In toenemende mate wordt de milieukwaliteit van belang bij de ontwikkeling van functies in het landelijk en stedelijk gebied. Het milieubeleid heeft zich in de loop van enkele decennia ontwikkeld tot een complexe materie, die er in de praktijk toe leidt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen met verschillende milieuaspecten rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk is een overzicht gegeven van de relevante (milieu)aspecten in het plangebied en de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd.

5.2

Milieueffectrapportage

Kader Op grond van de Wet milieubeheer is het verplicht ten aanzien van plannen en besluiten die (mogelijk) grote gevolgen kunnen hebben voor het milieu, een procedure voor milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen. De m.e.r. is bedoeld om milieubelangen expliciet af te wegen bij het opstellen van plannen en het uitvoeren van projecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen 'm.e.r.-plichtige activiteiten' waarvoor een volledig milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld en 'm.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten' waarbij moet worden afgewogen of sprake kan zijn van significante negatieve gevolgen voor het milieu (indien significant wordt een MER opgesteld). In onderdeel C van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. wordt aangegeven welke activiteiten altijd m.e.r.-plichtig zijn. Bij de activiteiten die in onderdeel D van die bijlage genoemd worden moet beoordeeld worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Uit deze m.e.r.-beoordeling kan de conclusie volgen dat er een milieueffectrapport moet worden opgesteld.

Beoordeling Om te kunnen beoordelen of vanuit het Besluit m.e.r. de verplichting bestaat een m.e.r.-(beoordelings)procedure te doorlopen, dienen de ontwikkelingen die mogelijk gemaakt worden door het bestemmingsplan te worden getoetst aan de C- en D-lijst uit dit Besluit.

De beoogde ontwikkeling van 215 appartementen valt in het Besluit m.e.r. onder één van de categorieën waarvoor afgewogen dient te worden of er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plicht. De beoogde ontwikkeling valt in het kader van een stedelijk ontwikkelingsproject in het Besluit m.e.r. in de D-lijst onder D.11.2 . 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Hierbij zijn drempelwaarden opgenomen vanaf wanneer een stedelijk ontwikkelingsproject een milieueffectrapportage behoeft. Er is sprake van een m.e.r.-(beoordelings)plicht in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: "

een oppervlakte van 100 hectare of meer;

"

een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat; of

"

een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Deze drempelwaarden wordt in de voorliggende situatie niet overschreden. Op basis van artikel 2 lid 5 gelezen in samenhang met categorie D.11.2, Kolom 3 van het Besluit m.e.r. dient voor het te nemen besluit een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden opgesteld. Voor de beoogde ontwikkeling is een aanmeldingsnotitie in het kader van de m.e.r.-beoordeling opgesteld (Bijlage 2). In deze vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt geconcludeerd dat geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Derhalve is geen aanleiding om een m.e.r.-procedure te doorlopen. De gemeente heeft dan ook op 8 december 2021 door middel van een mer-beoordelingsbrief besloten om voor dit plan geen m.e.r.-procedure toe te passen zie M.e.r. beoordelingsbesluit.

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Lomanlaan 1 0 3 – 105, De Gezusters, Transwijk" (vastgesteld)

45

Conclusie Uit de aanmeldnotitie blijkt dat er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Er is daarom geen m.e.r.-procedure nodig. Ook hoeft er geen milieueffectrapport opgesteld te worden. Daarnaast blijk uit de aanmeldnotitie dat het project geen significant effect op beschermde natuurgebieden (Natura2000) heeft.

5.3

Bedrijven en milieuzonering

Kader In het kader van de ruimtelijke procedure dient onder andere het aspect bedrijven en milieuzonering te worden beschouwd. In de bijlage is dit aspect verder uitgewerkt.

Gebiedstype Het plangebied bevindt zich in de buurt Transwijk in Utrecht Zuidwest. Volgens de VNG-brochure behoren gebieden met een matige tot sterke functiemenging tot het omgevingstype 'gemengd gebied'. Gelet op de (directe) omgeving rondom het plangebied Lomanlaan 103-105 geldt voor deze locatie deze classificatie niet en wordt het omgevingstype 'rustige woonwijk' gehanteerd. Toepassing milieuzonering Omgeving Rondom het plangebied bevinden zich enkele functies die bedrijvigheid mogelijk maken: Ten oosten van het plangebied is op de bestemming 'Maatschappelijk' een school aanwezig (Lanslaan 10); Ten oosten van het plangebied zijn op de bestemming 'Bedrijf' bedrijfsruimte aanwezig (Europalaan 33-45). De school heeft op basis van de VNG-brochure een indicatieve hinderafstand van 30 meter (milieucategorie 2). De afstand tussen het plangebied en de school bedraagt meer dan 100 meter, hiermee zijn geen knelpunten te verwachten. Ten opzichte van de bedrijvigheid aan de Europalaan bedraagt de afstand meer dan 200 meter. Op deze locatie bevinden zich meerdere kleinschalige bedrijven van maximaal categorie 3.1 (met een bijbehorende indicatieve hinderafstand van 100 meter). Daarnaast is in de vigerende beheersverordening geregeld dat bestaande gronden en bouwwerken alleen mogen worden gebruik overeenkomstig het bestaande gebruik.

Er kan zich hier dan ook geen bedrijf vestigen die een hogere milieucategorie heeft dan de reeds gevestigde bedrijven. Daarom wordt geconcludeerd dat er ten aanzien van de omliggende bedrijvigheid sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Plangebied De beoogde ontwikkeling voorziet in twee woongebouwen met appartementen en maximaal 250 m2 horeca in de plint. Horeca (zoals hotels, restaurants en cafés) valt op basis van de lijst functiemenging binnen categorie A. Deze activiteiten zijn zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving, dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden ingevoerd. De eisen uit het Bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend. Daarmee wordt voldaan aan de eisen die aan functiemenging worden gesteld volgens de VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering. Voor de omgeving zorgt deze horecafunctie eveneens niet voor knelpunten ten aanzien van het woon- en leefklimaat. Het bestemmingsplan maakt de realisatie van horecaterrassen mogelijk binnen op de verbeelding aangegeven vlakken met een bijbehorende aanduiding. Omdat het stemgeluid vanaf een terras tot geluidhinder bij omliggende woningen kan leiden, leggen de regels bij dit bestemmingsplan beperkingen op aan het geluidniveau op de gevel van woningen.

Het gemiddelde geluidniveau van het terras of de gezamenlijke terrassen mag niet meer zijn dan 55 dB(A) overdag,50 dB(A) in de avond en 45 dB(A) in de nacht. Met dit uitgangspunt zal bij een aanvraag om een terrasvergunning het binnenniveau van de woningen, uitgaande van de minimaal vereiste geluidwering volgens het Bouwbesluit, niet hoger zin dan 35 dB(A) in de dag, 30 dB(A) in de avond en 25 dB(A) in de nacht. Op die manier is er sprake van een voldoende goed woon- en leefklimaat. Een goed woon- en leefklimaat is temeer van belang omdat tijdens de exploitatie van het terras, op basis van het Activiteitenbesluit geen handhaving van 4 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Lomanlaan 1 0 3 – 105, De Gezusters, Transwijk" (vastgesteld)

Utrecht

het stemgeluid mogelijk is. Alleen als er sprake is van terrasoverdekking en/of -verwarming zijn de geluidgrenswaarden van het Activiteitenbesluit ook van toepassing op stemgeluid, deze zijn echter 5 dB strenger. Uit het akoestisch onderzoek naar stemgeluid (Akoestisch onderzoek Lomanlaan 103-105, Utrecht, Stemgeluid terrassen - projectnummer 0478789.100 van 23 augustus 2022 (Bijlage 5) blijkt dat bij volledig gebruik van het zoekgebied voor terrassen het stemgeluidniveau beneden deze 5 dB hogere waarden blijft bij 102 zitplaatsen (per zitplaats 1,4 m2). Dit is een realistische invulling van een terras, zodat terrassen met deze randvoorwaarden haalbaar zijn. Bij een terrasaanvraag die hier duidelijk van afwijkt moet een geluidsonderzoek aantonen dat aan de geluidseisen wordt voldaan. Conclusie De woningbouw vindt plaats buiten de maximale indicatieve hinderafstanden van nabijgelegen functies. De woningen in de omgeving van het plangebied en de te realiseren appartementen vormen eveneens geen belemmering voor het realiseren van horeca binnen het plangebied. Vanuit de systematiek van 'Bedrijven en milieuzonering' wordt daarmee een voldoende woon- en leefklimaat gegarandeerd. Er bestaat daarbij geen aanleiding om dit aspect nader te onderzoeken. Dit geldt zowel vanuit het plangebied als vanuit de omgeving.

Aan het horecaterras zijn zodanige voorwaarden verbonden aan stemgeluid dat sprake is van een voldoende goed woon- en leefklimaat.

5.4

Geluidhinder

Kader Geluid beïnvloedt vaak de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. De belangrijkste geluidsbronnen die in het kader van de ruimtelijke ordening van belang zijn, zijn wegverkeer, railverkeer en bedrijven/industrie. De mate van acceptatie en hinder is onder meer afhankelijk van de functie van het geluidsbelaste object – hiervoor kent de wet 'geluidsgevoelige bestemmingen' zoals woningen, scholen en ziekenhuizen De regels en normen van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn in de volgende gevallen van toepassing bij het vaststellen van een bestemmingsplan: bestemmen van gronden voor nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen; bestemmen van gronden voor aanleg van nieuwe (gezoneerde) wegen (niet bij woonerven of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/u geldt); reconstructie van wegen; gezoneerde industrieterreinen. De Wet geluidhinder kent voorkeursgrenswaarden waarbinnen een geluidsgevoelige bestemming altijd kan worden gerealiseerd. Onder voorwaarden kan er een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde worden verleend ('hogere waarde') tot aan een zekere maximale ontheffingswaarde. Bij een geluidsbelasting boven de maximale ontheffingswaarde zijn geluidsgevoelige bestemmingen niet toegestaan. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt wanneer er gebruik wordt gemaakt van zogeheten 'dove gevels' waarin geen te openen delen aanwezig zijn.

De grenswaarden zijn voor wegverkeer 48-63 dB, voor spoorweglawaai 55-68 dB en voor gezoneerde industrieterreinen 50-55 dB(A). Bij een geluidsbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde moet akoestisch onderzoek uitsluitsel geven over de te verwachten geluidsbelasting en de doeltreffendheid van maatregelen om een overschrijding van grenswaarden te voorkomen. Onder bepaalde voorwaarden, die zijn vastgelegd in de gemeentelijke geluidnota, kan door burgemeester en wethouders een hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting worden vastgesteld. De voorwaarden uit de Geluidnota Utrecht op basis waarvan een hogere waarde kan worden vastgesteld, zijn: 1.

iedere woning moet beschikken over een geluidsluwe gevel, (bij woningen kleiner dan 30 m2 geldt dat voor 50% van het totaal aantal woningen) waarbij onder geluidluw wordt verstaan dat het geluidsniveau op deze gevel niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarde voor elk van de te onderscheiden geluidsbronnen; 2. de woning bevat voldoende verblijfsruimten aan de geluidsluwe gevel, te weten 30% van het aantal verblijfsruimten of 30% van de oppervlakte van het verblijfsgebied; 3. wanneer de woning beschikt over een buitenruimte, dan is deze bij voorkeur gelegen aan de geluidsluwe zijde. Het geluidsniveau mag er in ieder geval niet meer dan 5 dB hoger zijn dan op de geluidsluwe gevel. De leefbaarheid wordt bewerkstelligd door o.a. voorwaarden te verbinden aan het verlenen van hogere waarden. De voorwaarden leggen de initiatiefnemer of de beheerder een inspanning op voor bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Lomanlaan 1 0 3 – 105, De Gezusters, Transwijk" (vastgesteld)

47

een leefbare woonomgeving als compensatie voor het bouwen in een lawaaiige situatie. Tevens biedt de Wet geluidhinder de mogelijkheid om bij een reconstructie van een weg in de zin van de Wet geluidhinder een ontheffing te verlenen tot de maximale ontheffingswaarde. Er is sprake van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder als door de wijziging van de weg de geluidsbelasting met 2 dB of meer toeneemt zonder geluidsbeperkende maatregelen (zoals stil wegdek en geluidsschermen). Ontheffing kan verleend worden als de toename gemotiveerd niet in zijn geheel door geluidbeperkende maatregelen teniet wordt gedaan. Het binnenniveau in geluidsgevoelige bestemmingen met een hogere waarde moet voldoen aan het gestelde in de Wet geluidhinder en of de bijbehorende besluiten.

Plansituatie In het kader van de voorbereiding van het bestemmingsplan is akoestisch onderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 6 Akoestisch onderzoek Onderzoek is verricht naar de geluidsbelasting vanwege het wegverkeerslawaai en spoorweglawaai (tram). Hieronder volgt een samenvatting van de resultaten.

Nieuwe geluidgevoelige bestemmingen De akoestisch relevante geluidsbronnen voor de nieuwe ontwikkelingen in het gebied worden gevormd door de gezoneerde wegverkeersbronnen: Beneluxlaan, Koningin Wilhelminalaan en de Europalaan. Tevens wordt een relevante geluidsbelasting ondervonden van de 30 km/u wegen zoals de Lomanlaan, Lanslaan en de Willem Pieter van Dijllaan. De geluidbelasting van de gezoneerde wegen overschrijdt de voorkeursgrenswaarden niet (maximaal 47 dB). Er is geen hogere waarde besluit nodig en de woningen beschikken hierdoor automatisch over een luwe gevel. De geluidbelasting ten gevolge van de 30 km/uur wegen bedraagt door de Lomanlaan maximaal 59 dB (zonder aftrek in gevolge art 110g Wet geluidhinder). Deze waarde, welke lager ligt dan de ambitiewaarde van 63 dB voor nieuwe woningen vanuit de nota Volksgezondheid, wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar geacht. Aan de Lomanlaan wordt verder ter verhoging van de geluidskwaliteit een gesloten borstwering op de balkons toegepast.

Geluidseffect verkeersaantrekkende werking op bestaande woningen In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het geluidseffect voor de omliggende bestaande woningen buiten het plangebied. Om het verschil in geluidsbelasting vast te kunnen stellen is er een emissievergelijking gemaakt tussen de toekomstige situatie met plan en zonder plan (autonoom). Hieruit blijkt dat er een effect optreedt van 0,27 dB. Gekozen is voor een beoordeling die aansluit bij de normstelling voor 'reconstructies van wegen' conform de Wet geluidhinder. Hierin geldt als uitgangspunt dat een toename van de geluidsbelasting van minder 1,5 dB toelaatbaar is. Uit het onderzoek blijkt dat er op de omliggende wegen vanwege de realisatie van het project geen relevante effecten te verwachten zijn (>1,5 dB). De akoestische consequenties voor de omgeving worden daarmee in het kader van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar geacht Conclusie In het plangebied is op de nieuwe te realiseren bebouwing de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde. Er hoeven geen aanvullende maatregelen te worden getroffen. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.

5.5

Externe veiligheid

kader Voor het onderhavige project is een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd (Bijlage 7). Het onderzoek is uitgevoerd door Antea Group. Het plangebied dient aangemerkt te worden als een milieugevoelige functie. Voor de realisatie van een woonfunctie is een goed woon- en leefklimaat gewenst. plansituatie 4 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Lomanlaan 1 0 3 – 105, De Gezusters, Transwijk" (vastgesteld)

Utrecht

Er zijn vier risicobronnen in de nabijheid van het plangebied te vinden. Dat zijn het LPG-tankstation Europalaan, het Amsterdam-Rijnkanaal, de Rijkswegen A12/A2 en de spoorlijn Utrecht-Geldermalsen. Het plangebied bevindt zich enkel binnen het invloedsgebied van de Spoorlijn Utrecht-Geldermalsen. De Spoorlijn Utrecht-Geldermalsen bevindt zich op meer dan 1.000 meter van het plangebied. Over deze spoorlijn worden, conform Regeling basisnet, gevaarlijke stoffen getransporteerd. Het gehele plangebied bevindt zich binnen het (toxisch) invoedsgebied van de spoorlijn. Dit invloedsgebied bedraagt meer dan 4.000 meter en betreft stofcategorie D4. Voor het plaatsgebonden risico (PR) heeft de spoorlijn een PR 10-6 contour van nul meter. Daarmee wordt voor wat betreft het plaatsgebonden risico voldaan aan de grens en richtwaarden. Het plaatsgebonden risico levert dan ook geen belemmering op voor het onderhavige project. Het groepsrisico hoeft niet nader beschouwd te worden, omdat de afstand tussen de spoorlijn en het plangebied meer dan 200 meter bedraagt. Wel is er, gelet op het invloedsgebied, een beperkte verantwoording voor het groepsrisico verplicht. Daarbij wordt gekeken naar de algemene veiligheidssituatie, de zelfredzaamheid en de bestrijdbaarheid. Door de afstand tussen de risicobron en het plangebied is de hoogte van het groepsrisico niet nader beschouwd.

Wat betreft de zelfredzaamheid is gekeken naar de functies die binnen het plangebied mogelijk worden gemaakt. Binnen het plangebied worden geen functies verwezenlijkt die de langdurige aanwezigheid van groepen beperkt zelfredzame personen mogelijk maakt. Daarbij is nieuwbouw een geschikte schuil locatie in het geval van een calamiteit met toxische stoffen en groepscommunicatie ertoe bijdragen dat alarmering van het gebied sneller verloopt. De bestrijdbaarheid betreft de mate waarin een rampscenario door de brandweer te bestrijden is. Bij een toxisch scenario kan de brandweer optreden door de gaswolk neer te slaan, te verdunnen of op te nemen met water. Gelet op deze elementen uit de verantwoording van het groepsrisico zijn er geen belemmeringen om het bouwplan binnen het invloedsgebied te realiseren. Het LPG-tankstation bevindt zich op circa 300 meter afstand van het plangebied. Het invloedsgebied van het LPG-tankstation bedraagt 150 meter. Het plangebied ligt hierbuiten. Het Amsterdam-Rijnkanaal bevindt zich op circa 800 meter van het plangebied. Over deze vaarweg vindt, conform de Regeling basisnet, transport van gevaarlijke stoffen plaats. Het invloedsgebied van het Amsterdam-Rijnkanaal bedraagt 90 meter. Het plangebied ligt daarmee ruim buiten het invloedsgebied. De Rijkswegen A12 en A2 bevinden zich op meer dan 1.000 meter van het plangebied.

Over deze wegen worden eveneens gevaarlijke stoffen getransporteerd. Het invloedsgebied van deze Rijkswegen bedraagt 800 meter en reikt daarmee niet tot het plangebied. gelet hierop leveren het LPG-tankstation, het Amsterdam-Rijnkanaal en de Rijkswegen geen belemmeringen op en behoeven deze ook geen nadere beschouwing. conclusie Alleen het transport van gevaarlijke stoffen over het doorgaande spoor naar Geldermalsen is vanuit wetgeving relevant voor de locatie. De afstand is dermate groot (>1000 meter) dat de ontwikkeling niet bijdraagt aan de hoogte van het groepsrisco. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling is er geen sprake van belangrijke nadelige milieugevolgen ten aanzien van het aspect veiligheid.

5.6

Ontplofbare Oorlogsresten

Kader In het plangebied worden bodemroerende werkzaamheden uitgevoerd(Bijlage 8). De Arbeidsomstandighedenwet stelt dat er gezorgd moet worden voor een veilige werkplek. Daarom moet een onderzoek naar de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten worden uitgevoerd. Plangebied en conclusie In de voor dit vooronderzoek geraadpleegde literatuur- en archiefgegevens, zijn geen feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van CE binnen het projectgebied aangetroffen. Vanuit OCE-oogpunt kunnen de geplande werkzaamheden, binnen de contouren van het projectgebied zoals getoond in voorliggend document en op bijbehorend kaartmateriaal, zonder aanvullend onderzoek of opsporingsproces worden uitgevoerd.

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Lomanlaan 1 0 3 – 105, De Gezusters, Transwijk" (vastgesteld)

49

5.7

Luchtkwaliteit

Kader Luchtkwaliteit heeft betrekking op luchtverontreiniging door gasvormige stoffen en verontreiniging van de lucht met stof, door met name verkeer, maar - naar mate het verkeer schoner wordt - ook door andere bronnen zoals houtstook. De luchtkwaliteit beïnvloedt in belangrijke mate de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Wegverkeer, mobiele (bouw)werktuigen en houtstook zijn, samen met de hoge achtergrondconcentratie in Utrecht, de belangrijkste lokale bronnen van luchtverontreiniging. In artikel 5.16 lid 1 van de Wet milieubeheer is vastgelegd dat het bevoegd gezag bij het vaststellen van een bestemmingsplan dat gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, rekening moet houden met de effecten op de luchtkwaliteit.

Plangebied De luchtkwaliteit beïnvloedt in belangrijke mate de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Bij lucht gaat het om de aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de buitenlucht. Wegverkeer is, samen met de achtergrondconcentratie in Utrecht, in belangrijke mate bepalend voor de luchtkwaliteit. De gemeente stelt een bestemmingsplan op voor de herontwikkeling van het terrein Lomanlaan 103 – 105. Op de locatie worden 215 huurappartementen en een horecavoorziening gerealiseerd. Het bestemmingsplan moet worden getoetst aan de Wet Milieubeheer. Artikel 5.16 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) geeft een opsomming van de bevoegdheden waarbij luchtkwaliteitseisen een directe rol spelen, zoals bij bestemmingsplannen. Een bestemmingsplan kan worden vastgesteld indien: Aannemelijk is gemaakt dat geen sprake is vaneen feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; Een project – al dan niet per saldo – niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; Aannemelijk is gemaakt dat de ontwikkelingen niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de concentratie PM10 (fijn stof) en NO2 (stikstofdioxide) inde buitenlucht; Het voorgenomen besluit is genoemd of is niet in strijd is met het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

Het is belangrijk dat we aantonen dat op grond van artikel 5.16, lid 1 onder (a, b, c, en/of d) van de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen geen belemmering vormen voor de uitvoering van het plan. In 2015 heeft de gemeente Utrecht een motie aangenomen waarin de gemeente zich als doel stelt om in de toekomst (2030) naast de wettelijke grenswaarden ook te voldoen aan de WHO advieswaarden uit 2005 voor fijn stof. Deze advieswaarden (WHO 2005) zijn strenger dan de wettelijke grenswaarden voor PM10 (20 µg/m³) en voor PM2,5 (10 µg/m³). Deze motie is uitgewerkt in het Raadsbesluit “Utrecht kiest voor gezonde lucht - luchtkwaliteitsbeleid en uitvoeringsprogramma” d.d. december 2021, waarin is vastgelegd om toe te werken naar de WHO-2005 advieswaarden, die expliciet zijn benoemd in de samenvatting bij het Raadsbesluit. Op 22 september 2021 heeft de WHO overigens nieuwe advieswaarden voor fijnstof en stikstofdioxide opgesteld, die (beduidend) lager liggen dan de WHO-advieswaarden uit 2005. Op de locatie zijn momenteel twee voormalige kantoorgebouwen “De Zusters” gesitueerd, die in het bestemmingsplan plaatsmaken voor 215 huurappartementen en een horecavoorziening. We hebben onderzoek gedaan naar wat de parkeerbalans voor het totale plan is, zowel voor de huidige situatie, maar ook voor de toekomstige situatie. Op basis daarvan is de extra verkeersaantrekkende werking berekend.

Voor de herontwikkeling naar twee woontorens met 215 huurappartementen en horecavoorziening is een “Memo Luchtkwaliteit herontwikkeling Lomanlaan 103-105” d.d. 3 augustus 2021 (projectnummer 0463345.100) (Bijlage 9) opgesteld. Met de NIBM-tool 2020 is worst case een berekening uitgevoerd van de verslechtering van de luchtkwaliteit als gevolg van de extra verkeersaantrekkende werking in de plansituatie. Op basis van deze berekening wordt geconcludeerd dat de luchtkwaliteit Niet In Betekenende Mate verslechtert door de in het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen. Er wordt een maximale verslechtering berekend van 0,16 µg/m3 voor stikstofdioxide (NO2) en van 0,03 µg/m3 voor fijnstof PM10. Met de NSL-monitoringstool 2020 zijn de berekende concentraties op het dichtstbijzijnde rekenpunt (614581) langs de Beneluxlaan in kaart gebracht voor de jaren 2020 en 2030. Deze concentraties zijn opgenomen in de onderstaande tabel.

5 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Lomanlaan 1 0 3 – 105, De Gezusters, Transwijk" (vastgesteld)

Utrecht

NO2 in µg/m3 26,8 17,1

2020 2030

PM10 in µg/m3 19,9 17,3

PM2,5 in µg/m3 12,1 9,8

De luchtkwaliteit voldoet in de omgeving van het plangebied ruimschoots aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer.

Toetsing WHO advieswaarden In 2020 wordt niet voldaan aan de WHO-advieswaarden voor PM2,5. In 2030 wordt wel voldaan aan de WHO-advieswaarden-2005 voor PM10 en ook voor PM2,5.. Door de gemeente Utrecht is in december 2020 een aanvullend luchtmaatregelpakket “Utrecht kiest voor gezonde lucht” vastgesteld, waarmee een versnelling in het behalen van de WHO-advieswaarden-2005 wordt nagestreefd. Ook neemt de gemeente Utrecht deel in het Schone Lucht Akkoord, waarin eveneens maatregelen zijn opgenomen voor lokale bronnen om versneld de luchtkwaliteit te verbeteren en in 2030 een gezondheidswinst van 50% te realiseren t.o.v. 2016. Deze maatregelen zijn nog niet verwerkt in de NSL-monitoringstool 2020, maar zullen worden meegenomen in de NSL-monitoringstool 2021. De verwachting is dat met deze maatregelen in en rond het plangebied eerder dan 2030 zal worden voldaan aan de WHO-advieswaarden in 2030 voor zowel PM2,5 als PM10.

Conclusie Er zijn geen juridische belemmeringen voor de vaststelling van het bestemmingsplan Lomanlaan 103-105, omdat voldaan wordt aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer en het plan Niet In Betekenende Mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Ook zal in 2030 voldaan worden aan de WHO-advieswaarden-2005 voor fijnstof.

5.8

Bodem

Kader Bij het bestemmingsplan wordt getoetst of de bodemkwaliteit geschikt is of geschikt gemaakt kan worden voor de geplande functies. Het gemeentelijk bodembeleid gaat uit van de volgende algemene uitgangspunten uit de Wet bodembescherming: Nieuwe bodemverontreiniging moet worden voorkomen en indien er toch bodemverontreiniging ontstaat, moet de bodem direct worden gesaneerd. Een geval van bodemverontreiniging waarbij de verontreiniging geheel of grotendeels ná 1987 is ontstaan, is een "nieuw geval". Deze zorgplicht houdt in dat nieuwe gevallen van bodemverontreiniging zoveel mogelijk ongedaan dienen te worden gemaakt. Overige gevallen van ernstige bodemverontreiniging moeten binnen een bepaalde termijnworden gesaneerd als er tevens sprake is van risico's. Het gaat daarbij om humane of milieuhygiënische risico's en om risico's voor verspreiding van de verontreiniging. De sanering gebeurt functiegericht en kosteneffectief. Nieuwbouw op of graafwerkzaamheden in een geval van ernstige bodemverontreiniging zijn, ongeacht de risico's, niet toegestaan zonder saneringsmaatregelen. Hergebruik van (schone of licht verontreinigde) grond kan bij onverdachte terreinen plaatsvinden op basis van de bodemkwaliteitskaart en het bodembeheerplan. Bij een aanvraag van een omgevingsvergunning voor nieuwbouw moet een bodemonderzoek conform de NEN 5740 worden verricht.

Na de eventuele sloop van bestaande opstallen moet ter plaatse van de gesloopte opstallen een aanvullend onderzoek worden uitgevoerd. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken wordt beoordeeld of de locatie geschikt is voor de geplande functie of dat er nog een nader onderzoek en/of een bodemsanering noodzakelijk is. Indien voor de bouwwerkzaamheden een grondwateronttrekking nodig is, moet rekening gehouden worden met nabijgelegen grondwaterverontreinigingen.

Plansituatie Het plangebied ligt in Transwijk Zuid op Kanaleneiland. Kanaleneiland is in de 60-er jaren opgehoogd bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Lomanlaan 1 0 3 – 105, De Gezusters, Transwijk" (vastgesteld)

51

met zand. De aanwezige watergangen zijn, voor zover bekend, eveneens gedempt met dit zand. De huidige gebouwen stammen uit 1969. Voor het ophogen had het gebied een agrarisch gebruik. Bovendien waren boomgaarden aanwezig.

Op de locatie is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek (Anteagroup, 17-12-2020, 0463345.101: AA034409119) (Bijlage 10) blijkt het volgende: De bodem bestaat hoofdzakelijk uit zand. Plaatselijk zijn kleilagen aanwezig. In de grond zijn plaatselijk puinresten aanwezig. Zowel grond als grondwater zijn niet noemenswaardig verontreinigd. Asbest is niet aangetoond. Op basis van dit onderzoek is de conclusie dat de locatie geschikt is voor het gebruik. Na sloop van opstallen is aanvullend onderzoek nodig ter plaatse van gesloopte opstallen. Mocht uit dit aanvullend onderzoek blijken dat wél sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging dan is het volgende van toepassing: Als gegraven wordt in een sterk verontreinigde bodem is sprake van een “sanerende handeling”. Voor het verrichten van “sanerende handelingen” moet een melding in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) worden verricht (BUS-melding of saneringsplan). Op basis van de Nota bodembeheer 2017-2027 moet bij grondverzet rekening gehouden worden met de toepassingseis woonkwaliteit. Het gebied is minder gevoelig voor zetting. Het gebied ligt in de dynamische zone van het Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer.

Dit betekent dat bij bouwbemalingen, grondwateronttrekkingen en voor de aanpak of verplaatsing van grondwaterverontreiniging de gebiedsgerichte aanpak van toepassing is en dat aansluiting gezocht kan worden bij het Gebiedsplan. Binnen de dynamische zone geldt een dieptebeperking voor het doorboren van de scheidende laag tussen het eerste en tweede watervoerend pakket op een diepte van circa 50 meter. Bodemenergiesystemen mogen alleen aangelegd worden in het eerste watervoerend pakket.

Ondergrond De ondergrond biedt kansen voor de duurzame energie (bodemenergie), waterberging (klimaatadaptatie), ruimte voor groen en ondergrondse infrastructuur (kabels en leidingen, parkeerkelders). Bij plannen voor benutting van de ondergrond wordt geadviseerd het ondergronds ruimtegebruik mee te nemen in het planontwerp, zodat meervoudig ondergronds gebruik geen belemmering of nadelige beïnvloeding op elkaar heeft.

Conclusie Op basis van de beschikbare bodemonderzoeksgegevens blijkt dat de bodem op de locatie niet noemenswaardig verontreinigd is. Op basis van deze onderzoeksgegevens bestaat ten aanzien van de bodemkwaliteit geen belemmering voor de toekomstige bestemming. Na sloop van de opstallen moet een aanvullend onderzoek worden gedaan ter plaatse van de gesloopte opstallen.

5.9

Natuurbescherming

Op grond van de Wet natuurbescherming moeten initiatiefnemers onderzoek doen naar de effecten van hun activiteiten op beschermde dier- en plantensoorten en beschermde gebieden. Bij het vaststellen van een bestemmingsplan moet van tevoren duidelijk zijn dat de Wet natuurbescherming niet in de weg staat aan de uitvoering van het plan. Daarnaast kunnen regels gelden op grond van de Interim Omgevingsverordening. Beschermde dier- en plantensoorten Voorafgaand aan de vaststelling van een bestemmingsplan moet er worden onderzocht: 1. 2. 3.

of er beschermde soorten voorkomen in het plangebied; of er verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden; of er vrijstellingen gelden of dat er een ontheffing nodig is.

Als er een ontheffing nodig is, moet aannemelijk zijn dat deze verleend zal worden. Daarnaast moet 5 2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Lomanlaan 1 0 3 – 105, De Gezusters, Transwijk" (vastgesteld)

Utrecht

er duidelijkheid zijn over eventuele ontheffingsvoorwaarden en het treffen van mitigerende maatregelen. Utrechtse soortenlijst Naast de beschermde soorten onder de Wet natuurbescherming, geldt binnen de gemeente de Utrechtse soortenlijst. Hierin staan kwetsbare soorten die voor Utrecht erg belangrijk zijn opgenomen. De algemene bescherming van deze soorten op grond van de voormalige Flora en faunawet is met het in werking treden van de Wet natuurbescherming per 1 januari 2017 vervallen. De Utrechtse Soortenlijst is onderdeel van de Omgevingsvisie. De gemeenteraad heeft besloten dat bij gemeentelijke ruimtelijke plannen de Utrechtse soortenlijst bij het onderzoek en ontwikkelingen wordt betrokken zodat de soorten zo goed mogelijk beschermd worden. Bij ruimtelijke plannen van derden beveelt de gemeente nadrukkelijk aan om de Utrechtse soortenlijst mee te nemen in onderzoek en ontwikkelingen. Wanneer de Utrechtse soortenlijst niet wordt meegenomen in het plan of project, dan wordt dit gemotiveerd. Algemene zorgplicht Ten slotte geldt de zorgplicht van artikel 1.11 Wet natuurbescherming: een ieder neemt voldoende zorg in acht voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.

Als het toch noodzakelijk is om handelingen uit te voeren, dan moet zoveel als redelijkerwijs mogelijk geprobeerd worden om negatieve effecten te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken. Daarom moet iemand die een bepaalde handeling wil verrichten zich vooraf op de hoogte stellen van de aanwezige flora en fauna, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvoor van zijn handelen. De zorgplicht dient mede als vangnet voor de bescherming van soorten, waarvoor op grond van de Wnb geen specifiek verbod geldt. Om een juiste invulling te kunnen geven aan de zorgplicht is de Leidraad werken met beschermde flora en fauna van de gemeente Utrecht van toepassing. Voor aanvang van de werkzaamheden moet een ecologisch werkprotocol worden opgesteld door een deskundige.

Plangebied

Aanwezige beschermde soorten - Wet natuurbescherming Gewone dwergvleermuis De gewone dwergvleermuis is tijdens onderzoek in 2019 aangetroffen binnen het plangebied. Er is een zomerverblijfplaats aangetroffen in het complex en een paarterritorium direct ten zuidoosten van het te slopen complex. De invliegopening van de zomerverblijfplaats bevindt zich onder de daktrim aan het lagere deel van het complex. Tijdens de inventarisaties zijn maximaal drie individuen waargenomen.

Ruige dwergvleermuis De ruige dwergvleermuis is tijdens onderzoek in 2019 aangetroffen binnen het plangebied. Er is één paarverblijfplaats waargenomen in het complex. De invliegopening bevindt zich aan de oostzijde van de noordelijke toren, onder het raam op de derde of vierde verdieping. Omdat (vorstvrije) verblijfplaatsen ook als (tijdelijk) winterverblijf voor één of enkele dieren gebruikt kunnen worden, kan een individuele winterverblijf van gewone- of ruige dwergvleermuis niet worden uitgesloten.

Effect van de ingreep op de aanwezige beschermde soorten Door de beoogde sloop van de woontorens zullen verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis worden vernield en in sommige gevallen zullen individuen mogelijk worden gedood door de verborgen leefwijze van de soort. Dit betekent dat er sprake is van het overtreden van verbodsbepalingen uit de wet. Ontheffing is daarom noodzakelijk. Mitigerende en compenserende maatregelen. Om de negatieve ecologische effecten van de werkzaamheden te beperken zijn er mitigerende (verzachtende) en compenserende (vervangende) maatregelen voorgesteld. bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Lomanlaan 1 0 3 – 105, De Gezusters, Transwijk" (vastgesteld)

53

Op 26 augustus 2021 is ontheffing verleend op grond van het bepaalde in de wet en het Beleidskader Wet natuurbescherming provincie Utrecht 2017 ontheffing te verlenen van de verbodsbepalingen genoemd in artikel 3.5, eerste, tweede en vierde lid van de wet, voor zover dit betreft het opzettelijk doden, opzettelijk verstoren en beschadigen en/of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusi) voor de periode van verzenddatum van het besluit tot en met 31 oktober 2023 zie Bijlage 11 Ontheffing Wet Natuurbescherming.

Aanwezige beschermde soorten - Utrechtse soortenlijst Er zijn geen soorten van de utrechtse Soortenlijst aangetroffen in het plangebied, zie Bijlage 12 Onderzoek Utrechtse Soortenlijst.

Diervriendelijk bouwen De exacte nieuwbouwplannen zijn ten tijde van de ontheffing nog onbekend. Dat betekent dat de exacte locaties van de permanente voorzieningen ook onbekend zijn. Vanuit de aanvraag voor de in Bijlage 11 Ontheffing Wet Natuurbescherminggenoemde ontheffing, is opgenomen dat er de wens is om delen van de spouwmuur beschikbaar te maken voor vleermuizen in de nieuwbouwplannen. Tijdens de ontheffingsaanvraag is aangegeven dat de initiatiefnemer naar verwachting meerdere (minimaal acht; conform het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, 2017) permanente voorzieningen voor vleermuizen realiseert. Hiervoor wordt op acht hoekpunten de spouw beschikbaar gemaakt met per ruimte een afmeting van circa 2 x 1,5 meter. De beschikbare spouw zal tussen de 2 en 10 cm breed zijn en aan de binnenkant aan weerszijden bekleed met een 2 meter brede strook gripgaas om voldoende grip te bieden aan de vleermuizen. Om toegang te bieden aan de spouwmuren worden zestien toegangen tot de acht spouwmuren gerealiseerd. Hierbij is aangegeven dat er voorkeur is gegeven om entreestenen (b.v. merk Vivara Pro) te plaatsen. Als dit niet mogelijk is, worden er brede open stootvoegen gecreëerd (min. 2 x 6 cm). Na realisatie van het project zal op basis van de verleende ontheffing aan het bevoegd gezag gerapporteerd moeten worden op welke wijze aan de hierbovengenoemde maatregelen is voldaan.

Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Bij het opstellen van een bestemmingsplan wordt door middel van een zogenaamde 'voortoets' bekeken of een passende beoordeling van dat plan moet worden gemaakt. Een passende beoordeling moet worden gemaakt als de waarschijnlijkheid of het risico bestaat dat het plan significante gevolgen heeft voor een of meerdere Natura 2000-gebieden (al dan niet in combinatie met andere plannen of projecten). Het bestemmingsplan kan in beginsel alleen worden vastgesteld als er zekerheid bestaat dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende gebied niet worden aangetast.

Stikstofdepositie De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat achteruit. Om deze te beschermen zijn in Nederland ongeveer 160 Natura 2000-gebieden aangewezen met een Europese beschermingsstatus.Deze gebieden kennen instandhoudingsdoelstellingen. Dat betekent dat de beschermde soorten op het gewenste doelniveau komen of blijven. Verstoringen van deze beschermde gebieden zijn niet toegestaan als ze de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar kunnen brengen. Verstoring kan uit diverse aspecten bestaan (licht, geluid). Veel van die gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot 'significante effecten' op de beschermde natuurgebieden, wat alleen is toegestaan met een Wet natuurbescherming vergunning (Wnb-vergunning). Bij een bestemmingsplan/uitwerkingsplan moet inzichtelijk worden gemaakt of de beoogde ontwikkeling effecten heeft op de stikstofdepositie in Natura2000-gebieden (Wnb). Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot 'significante effecten' op de beschermde natuurgebieden (Natura 2000). Door adviesbureau AnteaGroup is een Memo (Bijlage 13) opgesteld getiteld “Stikstofonderzoek herontwikkeling Lomanlaan 103 - 105”. De woningen worden gasloos uitgevoerd, zodat er alleen emissies zijn te verwachten door het verkeer.

De doorrekening van de verkeersemissies met 5 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Lomanlaan 1 0 3 – 105, De Gezusters, Transwijk" (vastgesteld)

Utrecht

Aerius-Calculator laat geen stikstofdepositie boven 0,00 mol/ha/jaar zien op enig Natura2000-gebied. Er is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd (op basis van ViA15-uitspraak Raad van State inzake rekenmethodiek), waarbij extra rekenpunten zijn gelegd op 5 km afstand van de wegvakken waarover het verkeer wordt afgewikkeld. Ook op deze extra rekenpunten wordt geen relevante significante verslechtering van de stikstofdepositie (meer dan 0,00 mol/ha/jaar) berekend. Voor de aanlegfase geldt sinds 1 juli een vrijstelling op basis van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering, waarbij tijdelijke deposities vanwege de beperkte negatieve effecten buiten beschouwing worden gelaten. Toch is, geheel onverplicht, de realisatiefase doorgerekend, waar de emissies van het woon-werkverkeer, aan- en afvoer van materialen/materieel en de emissies van de mobiele werktuigen zijn meegenomen in de Aerius berekening. Er is voor de aanlegfase geen stikstofdepositie berekend van meer dan 0,00 mol/ha/jaar.

Conclusie De conclusie is dat er zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase geen significante verslechtering plaatsvindt in enig Natura 2000-gebied. Voor de in het gebied aanwezige beschermde soorten is een ontheffing op grond van de Wet Natuurbescherming verleend, waaraan mitigerende en compenserende voorwaarden zijn verbonden, onder andere op het gebied van diervriendelijk bouwen. Er zijn vanuit de Wet Natuurbescherming daarom geen belemmeringen voor de vaststelling van het bestemmingsplan Lomanlaan 103 – 105.

5.10 Bomen Kader Vanaf 21 november 2018 geldt de herplantplicht bij kapvergunningen. Als verplanten of behoud van een boom niet mogelijk is, dan geldt bij compensatie de volgende volgorde: 1 e keus herplant op locatie, 2 e keus herplant dichtbij locatie, 3 e keus herplant elders. Als blijkt dat herplant niet mogelijk is, kan in het uiterste geval worden overgegaan tot financiële compensatie waarbij de inkomsten worden geoormerkt voor het aanplanten van bomen en groen elders in de gemeente Utrecht. Soms mag er worden afgeweken van de herplantplicht. Dat kan als er sprake is van onder- of bovengronds ruimtegebrek, onveiligheid, klimaat- of gezondheidsredenen. De herplantplicht is niet van toepassing op gevallen waarin het college van burgemeester en wethouders of de raad op basis van een ruimtelijk plan een besluit heeft genomen of omgevingsvergunningen waarvan de aanvraag voor 21 november 2018 is ingediend.

Plangebied Er is een bomeninventarisatie gedaan (Bijlage 14). Op het terrein staan verschillende bomen. Aan de voorzijde zijn vormbomen, knotwilgen en bolacacia's, beeldbepalend. Aan de achterzijde staan enkele knotwilgen met achterstallig onderhoud en spontane opslag van bomen aan de oever van het water. Naast de toegang tot het parkeerdek staan 3 meerstammige valse christusdoorns. Deze bomen zijn niet opgemeten omdat ze niet bereikbaar waren (bouwhek). Een van deze bomen had een sterk verminderde vitaliteit. Dit is waarschijnlijk het gevolg van verlies aan wortels door de aanleg van de bouwput en bijkomende droogteschade door de naastliggende bouw. Iedere boom heeft waarde. De actuele waarde van de huidige beplanting is echter beperkt en kan met nieuwe aanplant in enkele jaren opnieuw gerealiseerd worden. Gezien de staat van onderhoud, het risico in het kader van boomveiligheid en het feit dat de groene inkleding na realisatie van de nieuwbouw in enkele jaren kan worden gerealiseerd, heeft het de voorkeur om geen hoge kosten te maken om de huidige bomen te behouden, maar bij de nieuwbouw te kiezen voor strategisch geplaatst robuust groen. Langs het water kan gedacht worden aan groepen knotwilgen. Knotwilgen benadrukken het water aan de westzijde, terwijl ze toch transparant zijn. Aan de zuidzijde staan al hoog opgaande bomen op gemeentegrond.

Nieuwe aanplant lijkt hier minder kansrijk. Aan de overzijde van de Lomanlaan staat nu een onderbroken lindelaan. Het zou mooi zijn als deze wordt aangevuld. Het meest logisch is om de bomen aan de overzijde van de Lomanlaan te planten voor een continu beeld.

Conclusie bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Lomanlaan 1 0 3 – 105, De Gezusters, Transwijk" (vastgesteld)

55

De actuele waarde van de huidige beplanting is echter beperkt en kan met nieuwe aanplant in enkele jaren opnieuw gerealiseerd worden. Gezien de staat van onderhoud, het risico in het kader van boomveiligheid en het feit dat de groene inkleding na realisatie van de nieuwbouw in enkele jaren kan worden gerealiseerd, heeft het de voorkeur om geen hoge kosten te maken om de huidige bomen te behouden, maar bij de nieuwbouw te kiezen voor strategisch geplaatst robuust groen. In de anterieure overeenkomst is met de initiatiefnemer overeengekomen dat de inrichting van het gebied voldoet aan de uitgangspunten zoals opgenomen in de Bouwenvelop. Een uitgangspunt is dat er minimaal evenveel, al dan niet meer, bomen in het het plangebied komen. Daarbij geldt eveneens dat de waarde van de bomen op zijn minst de huidige waarde of moeten hebben, maar gestreefd wordt naar een hogere waarde. In de anterieure overeenkomst is eveneens overeengekomen dat de inrichting van de openbare ruimte wordt vastgelegd in een inrichtingsplan, welke ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de BInG-commissie.

5.11 Water en klimaatadaptatie Kader Door ruimtelijke ontwikkelingen kan het functioneren van het watersysteem onder druk komen te staan. Het doel van de 'Watertoets' is het waarborgen van water gerelateerd beleid en water gerelateerde beheeraspecten door ruimtelijke ontwikkelingen vroegtijdig en evenwichtig te toetsen aan de relevante ruimtelijke plannen en besluiten van Rijk, provincies en gemeenten. Ruimtelijke plannen moeten wettelijk voorzien zijn van een 'Waterparagraaf', een ruimtelijke onderbouwing van de huidige en toekomstige waterhuishoudkundige situatie. Met de watertoets worden de waterhuishoudkundige gevolgen van plannen vroegtijdig inzichtelijk gemaakt, de afwegingen expliciet en toetsbaar vastgelegd en in het wateradvies van de waterbeheerders opgenomen. Door afstemming met de waterbeheerder(s) wordt voorkomen dat door een ruimtelijke ontwikkeling de kansen voor de waterhuishouding niet worden benut en de bedreigingen niet worden herkend. Door de bestaande (geo)hydrologische situatie en randvoorwaarden, de geplande ontwikkeling en de ruimtelijke consequenties ten aanzien van de waterhuishouding te analyseren, kan het streven naar een duurzaam en robuust watersysteem tijdig in het ontwerpproces worden geïntegreerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=ea515a6c-5298-4215-9089-7ad064bd6a92