CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Chw bestemmingsplan Lomanlaan 103 – 105, De Gezusters, Transwijk_Bijlagen toelichting.pdf

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 3 november 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Lomanlaan 103-10530.365 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Chw bestemmingsplan Lomanlaan 103 � 105, De Gezusters, Transwijk Vastgesteld,

Chw bestemmingsplan Lomanlaan 103 – 105, De Gezusters, Transwijk

Inhoudsopgave Bijlagen toelichting

3

Bijlage 1

Verkeersgeneratie

5

Bijlage 2

aanmeldnotitie m.e.r.

15

Bijlage 3

M.e.r. beoordelingsbesluit

43

Bijlage 4

Bedrijven en milieuzonering

47

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek stemgeluid terrassen

51

Bijlage 6

Akoestisch onderzoek

245

Bijlage 7

Externe veiligheid

377

Bijlage 8

Niet gesprongen explosieven

383

Bijlage 9

Luchtkwaliteit

423

Bijlage 10

Bodem

429

Bijlage 11

Ontheffing Wet Natuurbescherming

539

Bijlage 12

Onderzoek Utrechtse Soortenlijst

555

Bijlage 13

Onderzoek stikstofdepositie

569

Bijlage 14

Bomeninventarisatie

593

Bijlage 15

Watertoets

615

Bijlage 16

Wateradvies HDSR

643

Bijlage 17

Archeologie

647

Bijlage 18

Bezonningsonderzoek

695

Bijlage 19

Onderzoek windklimaat

781

Bijlage 20

risicoanalyse planschade

813

Bijlage 21

Belangrijkste wettelijke bepalingen

847

2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Lomanlaan 1 0 3 – 105, De Gezusters, Transwijk" (vastgesteld)

Utrecht

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Lomanlaan 1 0 3 – 105, De Gezusters, Transwijk" (vastgesteld)

3

4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Lomanlaan 1 0 3 – 105, De Gezusters, Transwijk" (vastgesteld)

Utrecht

Bijlage 1

Verkeersgeneratie

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Lomanlaan 1 0 3 – 105, De Gezusters, Transwijk" (vastgesteld)

5

Memo

memonummer datum aan van kopie project projectnr. betreft

1

02 13 augustus 2021 Mitros Mitros Antea Group Antea Group Antea Group Mitros Utrecht Lomanlaan advieswerkzaamheden 0463345.100 Verkeersonderzoek Mitros Lomanlaan

Inleiding Op de Lomanlaan 103-105 in Utrecht gaat Mitros twee woontorens vervangen voor twee nieuwe woontorens. Naast nieuwe woningen zal er ook horeca aanwezig zijn. Deze ontwikkelingsplannen zullen leiden tot een toename van gemotoriseerd verkeer op het omliggend wegennet. Hierdoor zou een slechtere afwikkeling op nabijgelegen kruispunten kunnen ontstaan. Daarnaast creëert de verkeerstoename ook een toename van geluid- en stikstofuitstoot. Verder zijn voor de nieuwe woningen en horeca ook parkeerplaatsen nodig. Om de verkeerseffecten van de ontwikkelingsplannen op de Lomanlaan in beeld te brengen is er een verkeersonderzoek uitgevoerd met daarin de volgende onderdelen: • (Toename) verkeersgeneratie als gevolg van ontwikkelingsplannen; • Toename verkeersintensiteiten op omliggend wegennet; o Voor zowel de kruispuntanalyse als input voor geluid- en stikstofberekeningen; • Kruispuntanalyse voor de kruispunten Lomanlaan/Kon. Wilhelminalaan en Lanslaan/Europalaan; • Berekenen parkeerbehoefte. Voor de geluid-, stikstof- en kruispuntberekeningen zijn verschillende type verkeerintensiteiten nodig. Zo zijn voor de geluid- en stikstofberekeningen weekdagintensiteiten nodig. Bij de kruispuntanalyse wordt gebruik gemaakt van de werkdagintensiteiten.

Verder is bij de stikstofberekening de volledige toekomstige verkeersgeneratie van de twee nieuwe woontorens het uitgangspunt in plaats van de netto toename. In Tabel 1 is voor elk doeleinde aangegeven welke versie van de verkeercijfers noodzakelijk zijn. Doeleinde Geluidberekeningen Stikstofberekeningen Kruispuntanalyse

Werk- of weekdag Weekdag Weekdag Werkdag

Verkeersgeneratie Lomanlaan 103-105 Netto toename Toekomstige generatie volledig Netto toename

Tabel 1 Overzicht benodigde verkeerscijfers

In dit verkeersonderzoek is gebruikgemaakt van het VRU 3.4 verkeersmodel. Hiermee zijn de benodigde wegvakintensiteiten en kruispuntstromen berekend. Om de verkeersafwikkeling van de kruispunten te berekenen is gebruikgemaakt van de methode Harders. De parkeerbehoefte is in samenwerking met de gemeente Utrecht bepaald. In deze memo worden de resultaten van deze berekening beschreven.

blad 1 van 8

memonummer: 02 betreft: Verkeersonderzoek Mitros Lomanlaan

2

Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie berekeningen bestaat uit het berekenen van de huidige verkeersgeneratie, toekomstige generatie en de uiteindelijke toename. Bij de berekeningen is gebruikgemaakt van de parkeernormen van de gemeente Utrecht, parkeerrekentool van de gemeente Utrecht, kengetallen van de CROW1 en gedeelde informatie van Mitros. In overleg met de gemeente Utrecht zijn de volgende algemene uitgangspunten gehanteerd die nodig zijn bij het bepalen van de verkeersgeneratie: • Stedelijkheidsgraad: zeer sterk stedelijk; • Ligging: schil centrum; • Parkeernorm: B1; • Minimale kengetallen; • Werkdagfactor standaard: 1,11; • Werkdagfactor kinderdagverblijf (KDV): 1,33; • Inzet van deelauto’s in toekomstige situatie;

2.1

Huidige situatie In de huidige situatie zijn 123 woningen in het complex aanwezig. In overleg met de gemeente zijn 93 woningen gecategoriseerd als ‘Geoormerkte studentenwoningen tot 45 m² bvo’ en 32 als zorgwoningen. Verder is er in het complex een kinderdagverblijf met een bvo van 200 m² en 69 parkeerplekken aanwezig. In overleg met de gemeente is ervoor gekozen om de totale verkeersgeneratie van de woningen te baseren op het aantal aanwezige parkeerplekken in plaats van op het aantal woningen. Met deze methode wordt de verkeersgeneratie van de huidige woningen accurater benaderd. De verkeersgeneratie van het kinderdagverblijf is gebaseerd op CROW-kentallen. Woningen Om de hoeveelheid parkeerplekken om te rekenen naar verkeersgeneratie van de studentenwoningen, zijn de kengetallen omgerekend naar een verkeersgeneratie per parkeerplek. De kencijfers voor zelfstandige studentenwoningen zijn niet beschikbaar, wel zijn er twee categorieën die deze type woning benaderd. Omdat de zelfstandige studentenwoningen zich tussen de twee categorieën bevindt is in overleg met de gemeente gekozen om het gemiddelde van de twee categorieën aan te houden. In Tabel 2 is de verkeersgeneratie per parkeerplaats voor de woningen weergegeven. Categorie

Parkeerkengetal

Verkeersgeneratie

Kamerverhuur, zelfstandig (niet-studenten) Kamerverhuur, studenten, niet-zelfstandig

0,4

1,5

Verkeersgeneratie per parkeerplek 3,75

0,1

0,8

8,00

Kamerverhuur, gemiddelde Zorgwoningen

0,25 0,1

1,15 0,4

4,60 4

Tabel 2 minimale kengetallen weekdag kamerwoningen

Kinderdagverblijf Ook bij de berekening van de kinderdagverblijf verkeersgeneratie is gebruikgemaakt van de CROWkengetallen. Volgens de richtlijnen van de gemeente moet bij deze berekening echter ook een ‘parkeerkengetal factor’ toegepast worden, die de berekende verkeersgeneratie naar de Utrechtse normen corrigeert. Dat is de volgende factor: (parkeerkengetal Utrecht)/(parkeerkengetal CROW). In Tabel 3 staan de benodigde kengetallen.

1

Toekomstbestendig parkeren – Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, CROW-publicatie 381, december 2018

blad 2 van 8

memonummer: 02 betreft: Verkeersonderzoek Mitros Lomanlaan

Minimale parkeerkengetal CROW Minimale parkeerkengetal Utrecht Minimale verkeersgeneratie CROW

Kengetal (per 100 m2 bvo) 0,9 0,6 21,6

Tabel 3 kengetallen weekdag kinderdagverblijf

Gebaseerd op de eerder benoemde aannames en kengetallen zijn de weekdag en werkdag verkeersgeneratie van de huidige situatie in motorvoertuigen (mvt) berekend. Deze waardes zijn in Tabel 4 weergegeven. Aantal of bvo (Zelfstandige) studio’s Zorgwoningen Kinderdagverblijf Totaal

93 woningen 32 woningen 200 m2

Kengetal verkeersgeneratie 4,6 per parkeerplek 4 per parkeerplek 21,6 per 100 m2

Weekdag (mvt) 235 72 29 335

Werkdag (mvt) 261 80 38 379

Tabel 4 (Minimale) verkeersgeneratie huidige situatie

2.2

Toekomstige situatie Op basis van eerder benoemde uitgangspunten is de toekomstige verkeersgeneratie berekend. Daarbij is gebruikgemaakt van een tool van de gemeente Utrecht die de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie berekend. Bij de berekening is aangenomen dat het restaurant een bvo heeft van 250 m², 162 ‘appartementen middenhuur groot (80-130 m²)’ en 52 ‘appartementen middenhuur middelgroot (55-80 m²)’. Verder zijn in de tool ook reductiefactoren als gevolg van deelauto’s en extra fietsparkeren toegepast. Uit de parkeertool zijn de volgende verkeersgeneratie cijfers naar voren gekomen: • Totaal weekdag: 504 mvt; • Totaal werkdag: 559 mvt. In Bijlage 1 is de volledige berekening van de rekentool weergegeven.

2.3

Toename verkeersgeneratie Met de berekende verkeersgeneratie cijfers voor de huidige- en toekomstige situatie is het mogelijk om de toegenomen verkeersbewegingen te berekenen. In Tabel 5 is de netto toename van de verkeersgeneratie weergegeven. Volgens de aangeleverde wegvakintensiteiten van de gemeente Utrecht is de weekdag wegvakintensiteit van de Lomanlaan (ter hoogte van het kruispunt met Kon. Wilhelminalaan) rond de 2200 mvt/etmaal. Met een netto toename van 168 mvt neemt de intensiteit dus maximaal met 8% toe. In praktijk zal de toename lager zijn, omdat een deel over de Lanslaan rijdt.

Huidige situatie Toekomstige situatie Netto toename

Weekdag (mvt) 335 504 168

Werkdag (mvt) 379 559 180

Tabel 5 Netto toename verkeersgeneratie

3

Modelwerkzaamheden Aan de hand van de eerder berekende verkeersgeneratie zijn de verkeerseffecten berekend op wegvakken en kruispunten. Hiervoor is het verkeersmodel VRU 3.4, prognosejaar 2030 toegepast om deze effecten in beeld te brengen. Voordat het model gebruikt kon worden waren er een aantal aanpassingen noodzakelijk. In het 2030 scenario van het VRU-model is de Lanslaan namelijk niet aanwezig. Om dit te

blad 3 van 8

memonummer: 02 betreft: Verkeersonderzoek Mitros Lomanlaan

corrigeren is de Lanslaan in het model toegevoegd. Verder zijn de intensiteiten op de Lanslaan en Lomanlaan zijn aan de hand van verkeerstellingen opnieuw verdeeld om tot de juiste waarde te komen. Vervolgens zijn twee varianten gemaakt: ‘Netto toename’ en ‘Bruto toename’. In de variant ‘Netto toename’ is de netto toename van de verkeersgeneratie toegevoegd en in variant ‘Bruto toename’ de volledige toekomstige verkeersgeneratie. Na het uitvoeren van de simulaties zijn de volgende verkeerscijfers verzameld: Voor de kruispunt analyse uit variant ‘Netto toename’ de werkdag intensiteiten bij kruispunten Kon. Wilhelminalaan/Lomanlaan en Europalaan/Lanslaan Voor de geluidsberekeningen uit variant ‘Netto toename’ de weekdag wegvakintensiteiten Voor de stikstofberekeningen uit variant ‘Bruto toename’ de weekdag wegvakintensiteiten De wegvakintensiteiten voor de geluid- en stikstofberekeningen zijn in de desbetreffende memo’s beschreven. De intensiteiten voor de kruispuntanalyse staan in Bijlage 2.

4

Kruispuntanalyse Een onderdeel van dit verkeersonderzoek is het uitvoeren van een kruispuntanalyse voor de voorrangskruispunten Kon. Wilhelminalaan/Lomanlaan en Europalaan/Lanslaan. Het doel van deze analyse is om te beoordelen of beide kruispunten (in het jaar 2030) in staat zijn om het extra verkeer (als gevolg van de projectplannen) te verwerken, zonder lange wachttijden. In deze analyse zijn de kruispuntintensiteiten (werkdag) uit het modelvariant ‘Netto toename’ als basis gebruikt en rekenmethode ‘Harders’ om de wachttijd tijdens het drukste ochtend- en avondspitsuur te berekenen. Omdat het VRU-model alleen 2-uurs spitsperiodes berekend is aangenomen dat het drukste spitsuur een aandeel van 55% heeft. Verder zijn de intensiteiten omgerekend naar pae-intensiteiten (personenautoequivalent). Bij het omrekenen naar pae zijn de volgende factoren toegepast: Personenauto’s: 1,0; Middelzwaar vracht: 1,9; Zware vracht: 2,3. In bijlage 2 staan de definitieve intensiteiten die bij de berekening van de wachttijden zijn toegepast. Volgens de methode van Harders voldoet een voorrangskruispunt als de gemiddelde wachttijd onder de 20 seconden blijft. In Tabel 6 staat voor elk voorrangskruispunt per drukste spitsuur wat, volgens de rekenmethode Harders, de hoogste gemiddelde wachttijd is. Uit de resultaten blijkt dat op beide kruispunten de wachttijd onder de 15 seconden blijft.

De capaciteit van beide kruispunten is dus ook na de bouw van de woningen aan de Lomanlaan (ruim) voldoende. Voorrangskruispunt Kon. Wilhelminalaan/Lomanlaan Europalaan/Lanslaan

Drukste ochtendspitsuur <15 sec. <15 sec.

Drukste avondspitsuur <15 sec. <15 sec.

Tabel 6 Hoogste gemiddelde wachttijd

5

Parkeerbehoefte In samenwerking met de gemeente Utrecht is bepaald hoeveel parkeerplekken in de toekomstige situatie nodig zijn. In bijlage 3 is de parkeerbehoefte voor de bewoners berekend. In totaal zijn voor de bewoners 83 autoparkeerplaatsen nodig, waarvan 8 voor deelauto’s. Voor de horeca is de parkeerbehoefte 9 parkeerplaatsen. In totaal zijn dus 92 parkeerplekken voor auto’s nodig, waarvan 8 gereserveerd voor deelauto’s.

blad 4 van 8

memonummer: 02 betreft: Verkeersonderzoek Mitros Lomanlaan

6

Conclusie Uit het verkeersonderzoek komt naar voren dat de ontwikkelingsplannen van Mitros op de Lomanlaan 103-105 niet leidt door knelpunten in de doorstroming. In de kruispuntanalyse van de voorrangskruispunten Kon. Wilhelminalaan/Lomanlaan en Europalaan/Lanslaan is berekend wat de effecten van het extra verkeer (als gevolg van de projectplannen op de Lomanlaan) op de wachttijden bij beide kruispunten is. Uit de analyse is gebleken dat bij beide kruispunten de wachttijd onder de 15 seconden blijft, wat betekend dat dat capaciteit nog (ruim) voldoende is. Verder is uit de berekening van de parkeerbehoefte naar voren gekomen dat binnen het projectgebied 92 parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden.

blad 5 van 8

memonummer: 02 betreft: Verkeersonderzoek Mitros Lomanlaan

Bijlage 1: Berekening toekomstige verkeersgeneratie

Figuur 1 Berekening toekomstige verkeersgeneratie door middel van rekentool van de gemeente Utrecht (definitieve verkeersgeneratie werkdag geel gemarkeerd)

blad 6 van 8

memonummer: 02 betreft: Verkeersonderzoek Mitros Lomanlaan

Bijlage 2: Definitieve kruispuntintensiteiten bij netto toename Tak

Rijrichting

Koningin Wilhelminalaan-oost Koningin Wilhelminalaan-oost Koningin Wilhelminalaan-oost Lomanlaan Lomanlaan Lomanlaan Koningin Wilhelminalaan-west Koningin Wilhelminalaan-west Koningin Wilhelminalaan-west Van Bijnkershoeklaan Van Bijnkershoeklaan Van Bijnkershoeklaan

Rechtsaf Rechtdoor Linksaf Rechtsaf Rechtdoor Linksaf Rechtsaf Rechtdoor Linksaf Rechtsaf Rechtdoor Linksaf

Ochtendspitsuur (pae) 43 369 8 23 20 42 61 375 60 65 10 39

Avondspitsuur (pae) 71 351 11 24 28 61 67 422 44 85 16 44

Tabel 7 Kruispunt intensiteiten kruispunt Lomanlaan/Kon. Wilhelminalaan

Tak

Rijrichting Rechtsaf Rechtsaf

Ochtendspitsuur (pae) 66 12

Avondspitsuur (pae) 85 26

Lanslaan Europalaannoord Europalaannoord

Rechtdoor

474

650

Tabel 8 Kruispunt intensiteiten Lanslaan/Europalaan

blad 7 van 8

memonummer: 02 betreft: Verkeersonderzoek Mitros Lomanlaan

Bijlage 3: Berekening toekomstig benodigde parkeerplaatsen

Figuur 2 Berekening toekomstig aantal parkeerplaatsen door middel van rekentool van de gemeente Utrecht (definitief aantal parkeerplaatsen geel gemarkeerd)

blad 8 van 8

1 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Lomanlaan 1 0 3 – 105, De Gezusters, Transwijk" (vastgesteld)

Utrecht

Bijlage 2

aanmeldnotitie m.e.r.

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Lomanlaan 1 0 3 – 105, De Gezusters, Transwijk" (vastgesteld)

15

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Herontwikkeling Lomanlaan 103-105 te Utrecht

projectnummer 0463345.100 definitief revisie 02 7 september 2021

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Herontwikkeling Lomanlaan 103-105 te Utrecht

projectnummer 0463345.100 definitief revisie 02 7 september 2021

Auteurs

Opdrachtgever Stichting Mitros Koningin Wilhelminalaan 9 3527 LA UTRECHT

datum vrijgave

beschrijving revisie 02 definitief

gecontroleerd

vrijgave

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3

Waarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling Criteria voor het toetsen van activiteiten in een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling Leeswijzer

1 2 3

2

Kenmerken en plaats van het project

5

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Ligging van het plan Bestaand grondgebruik Aard en omvang van de ontwikkeling Gevoelige gebieden Overige kenmerken Cumulatie

5 5 6 7 9 9

3

Kenmerken van het potentiële effect

10

3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.4 3.4.1 3.4.2 3.5 3.5.1 3.5.2 3.6 3.6.1 3.6.2

Verkeer en parkeren Geluid en lucht Geluid Luchtkwaliteit Veiligheid Externe veiligheid Explosieven Bodem en water Bodem Water Ecologie Beschermde soorten Beschermde natuurgebieden Archeologie en cultuurhistorie Archeologische waarden Cultuurhistorische waarden

10 11 11 13 14 14 15 15 15 17 19 19 20 20 20 21

4

Conclusie

22

Geraadpleegde bronnen

23

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Herontwikkeling Lomanlaan 103-105 te Utrecht projectnummer 0463345.100 7 september 2021 revisie 02 Stichting Mitros

1

Inleiding Het voornemen bestaat om op de locatie Lomanlaan 103-105 in Utrecht 215 nieuwe huurappartementen te realiseren. De voormalige kantoorgebouwen ‘De Zusters’ (waar nu ook kamerbewoning in zit) maken plaats voor twee woontorens waarbij eveneens een horecafunctie is voorzien in de plint.

Figuur 1-1: Locatie van het plangebied (rode kader).

Ten behoeve van het bestemmingsplan voor de herontwikkeling van de Lomanlaan 103-105 wordt een zogenaamde “vormvrije” m.e.r.-beoordeling opgesteld. Het moederbesluit is de wijziging van het bestemmingsplan. De vormvrije m.e.r.-beoordeling heeft als doel om te toetsen of, als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen, die tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure zouden moeten noodzaken. Dit m.e.r.beoordelingsbesluit moet worden genomen door het bevoegde gezag (de gemeente Utrecht). Deze voorliggende aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling geeft het bevoegde gezag de benodigde informatie voor het nemen van het m.e.r.-beoordelingsbesluit.

1.1

Waarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling De milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of vergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van een m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. In de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-

Blad 1 van 23

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Herontwikkeling Lomanlaan 103-105 te Utrecht projectnummer 0463345.100 7 september 2021 revisie 02 Stichting Mitros

plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten) en activiteiten die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten). De voorgenomen uitbreiding is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r. onder categorie D 11.2 (stedelijk ontwikkelingsproject) . Voor elke activiteit die genoemd wordt in het besluit m.e.r. bijlage D moet bij overschrijding van de drempelwaarden, zoals genoemd in de kolom “gevallen” een m.e.r.-beoordelingsprocedure worden doorlopen, waarin door het bevoegde gezag besloten moet worden of er sprake is van belangrijk nadelige milieugevolgen die het doorlopen van een m.e.r.-procedure en het opstellen van een milieueffectrapport (MER) noodzakelijk maken. Indien de drempelwaarden niet worden overschreden geldt een zogenaamde vormvrije m.e.r.beoordelingsplicht. Voorheen was dit een “lichtere” procedure, met minder inhoudelijke en procedurele eisen dan een (niet vormvrije) m.e.r.-beoordeling, maar na een wetwijziging is dit onderscheid verdwenen en gelden voor beide m.e.r.-beoordelingsprocedures dezelfde eisen. De omschrijving van de drempelwaarden behorend bij categorie D 11.2. is opgenomen in tabel 1.1. Tabel 1-1: Uitsnede uit het Besluit m.e.r. Activiteiten D 11.2 De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen

Gevallen In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer

Besluit De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

De herontwikkeling aan de Lomanlaan blijft met 215 woningen en een bedrijfsvloeroppervlakte van 250 m2 horeca (ruim) onder de drempelwaarden (zie kolom ‘gevallen’). Dit betekent dat er in dit geval een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden doorlopen. Het uitgangspunt hierbij is dat er in beginsel geen m.e.r.-procedure doorlopen hoeft te worden, tenzij het bevoegd gezag (gemeente Utrecht) bepaalt dat er sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het besluit kan worden genomen op basis van deze vormvrije m.e.r.beoordeling.

1.2

Criteria voor het toetsen van activiteiten in een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling Er bestaan inhoudelijke vereisten voor het toetsen of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze inhoudelijke vereisten staan benoemd in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r. De aspecten die behandeld dienen te worden in een m.e.r.-beoordeling vallen onder drie categorieën (zie samenvatting in tekstbox): 1. Kenmerken van het project; 2. Plaats van het project; 3. Kenmerken van het potentiële effect.

Blad 2 van 23

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Herontwikkeling Lomanlaan 103-105 te Utrecht projectnummer 0463345.100 7 september 2021 revisie 02 Stichting Mitros

1.3

Leeswijzer Dit rapport volgt de indeling van bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r. In hoofdstuk twee staan de kenmerken van het project en de plaats van het project centraal, in hoofdstuk drie de kenmerken van potentiële effecten. Het rapport sluit in hoofdstuk vier af met een conclusie.

Blad 3 van 23

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Herontwikkeling Lomanlaan 103-105 te Utrecht projectnummer 0463345.100 7 september 2021 revisie 02 Stichting Mitros

Selectiecriteria Europese richtlijn 1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen:  de omvang van het project,  de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten,  het gebruik van natuurlijke hulpbronnen,  de productie van afvalstoffen,  verontreiniging en hinder,  risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën,  de risico’s voor de menselijke gezondheid. 2. Plaats van de projecten Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen:  het bestaande en goedgekeurde landgebruik,  de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied,  het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: o wetlands, oeverformaties, riviermondingen, o kustgebieden en het mariene milieu, o berg- en bosgebieden, o reservaten en natuurparken, o gebieden die in de wetgeving van de lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; o speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 2009/147/EG en Richtlijn 92/43/EEG, o gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden

overschreden, o gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, o landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3. Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen:  het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking),  de aard van het effect,  het grensoverschrijdende karakter van het effect,  de intensiteit en complexiteit van het effect,  de waarschijnlijkheid van het effect,  de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect,  de cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten,  de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.

Blad 4 van 23

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Herontwikkeling Lomanlaan 103-105 te Utrecht projectnummer 0463345.100 7 september 2021 revisie 02 Stichting Mitros

2

Kenmerken en plaats van het project

2.1

Ligging van het plan De ontwikkeling is gesitueerd aan de Lomanlaan 103-105 te Utrecht. Het plangebied ligt in de wijk Zuidwest en de buurt Transwijk Zuid. Ten oosten aan de andere zijde van de Lomanlaan bevindt zich een woongebied bestaande uit laagbouw. Ten westen van het plangebied ligt Park Transwijk. De belangrijkste transportassen rondom de ontwikkeling zijn de Beneluxlaan, Koningin Wilhelminalaan en Europalaan. Deze verbindingen Utrecht Zuidwest met het centrum en de snelwegen A2 en A12.

A2 Transwijk Noord Transwijk Zuid

Kanaleneiland

A12 Figuur 2-1: De ligging en de omgeving van het plangebied (rode kader).

2.2

Bestaand grondgebruik In het plangebied staan momenteel twee kantoorpanden, deze staan bekend als ‘De Zusters’. In het vigerende bestemmingsplan ‘Actualisering diverse gebieden’ (vastgesteld op 31-10-2013) is de bestemming ‘gemengd’ opgenomen voor deze gebouwen. Vervolgens zijn omgevingsvergunningen verleend tot het afwijken van het bestemmingsplan, waarmee gebruik is toegestaan ten behoeve van zorgwoningen, doelgroepwoningen, studentenhuisvesting en kamergewijze bewoning. In de huidige situatie zijn 123 huurwoningen aanwezig (91 reguliere woningen en 32 eenheden verhuurd door Stichting de Veste). Verder is er in het complex een kinderdagverblijf met een bedrijfsvloeroppervlakte van 200 m² en 69 parkeerplekken aanwezig.

Blad 5 van 23

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Herontwikkeling Lomanlaan 103-105 te Utrecht projectnummer 0463345.100 7 september 2021 revisie 02 Stichting Mitros

Figuur 2-2: Luchtfoto van de huidige situatie van het plangebied.

2.3

Aard en omvang van de ontwikkeling De ontwikkeling bestaat uit het slopen van de bestaande bebouwing. De gebouwen hebben gezamenlijk een bedrijfsvloeroppervlakte van circa 12.000 m2. De nieuwbouw bestaat uit twee flats, hierin komen in totaal 215 appartementen en 250 m2 aan horeca. Onder de flats komt een parkeergarage van circa 2.750 m2. Type Appartement 52 m2 Appartement 64 m2 Appartement 73,5 m2 Totaal woningen Restaurant Kinderdagverblijf Parkeerplaatsen

Aantal nieuwbouw 53 3 159 215 250 m2 bvo 83

Aantal huidige situatie

123 200 m2 bvo 69

In de vorige paragraaf is beschreven dat in de huidige situatie 123 huurwoningen aanwezig zijn, per saldo worden dus 92 woningen toegevoegd in het plangebied.

Blad 6 van 23

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Herontwikkeling Lomanlaan 103-105 te Utrecht projectnummer 0463345.100 7 september 2021 revisie 02 Stichting Mitros

Figuur 2-3: Impressie van de toekomstige situatie. Bron: De Zwarte Hond (2020).

Figuur 2-4: Impressie van de parkeergarage. Bron: De Zwarte Hond (2020).

2.4

Gevoelige gebieden Natuurgebieden De ontwikkeling ligt op circa 7,5 km van het (stikstofgevoelige) Natura 2000-gebied ‘Oostelijke Vechtplassen’. Het plangebied is geen onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op 2,8 km. Gronden die behoren tot de Groene Contour liggen op tenminste 4,3 km. De effecten op beschermde natuurgebieden worden getoetst in paragraaf 3.5.2.

Blad 7 van 23

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Herontwikkeling Lomanlaan 103-105 te Utrecht projectnummer 0463345.100 7 september 2021 revisie 02 Stichting Mitros

Oostelijke vechtplassen

Figuur 2-5: Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied (rode cirkel).

Figuur 2-6: Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied. Bron: Loo Plan (2019).

Blad 8 van 23

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Herontwikkeling Lomanlaan 103-105 te Utrecht projectnummer 0463345.100 7 september 2021 revisie 02 Stichting Mitros

Archeologische waarden In het gehele plangebied is in het vigerende bestemmingsplan de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’, wat inhoudt dat er archeologisch (voor)onderzoek verplicht is gesteld door de gemeente Utrecht. Volgens de archeologische waardenkaart van de gemeente Utrecht ligt het plangebied in een gebied van archeologische verwachting. Het onderzoek naar archeologische waarden wordt behandeld in paragraaf 3.6.1.

2.5

Overige kenmerken De voorgenomen ontwikkeling heeft gezien de aard en omvang geen bijzondere kenmerken ten aanzien van:  het gebruik van natuurlijke hulpbronnen;  de productie van afvalstoffen;  risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën.

2.6

Cumulatie Op het naastgelegen perceel vindt ook een herontwikkeling plaats, de bouwfase is hier al bezig. De ontwikkeling is geborgd in het bestemmingsplan ‘Lomanlaan 55, Transwijk Zuid’ (vastgesteld op 12-10-2017). Bij de gebiedsonderzoeken wordt waar nodig rekening gehouden met deze ontwikkeling. In het Verkeersmodel Regio Utrecht (VRU) is de autonome groei van het verkeer meegenomen, dit om rekening te houden met verkeer als gevolg van nieuwe ontwikkelingen. Hierdoor wordt rekening gehouden met cumulatie in het verkeersonderzoek en deze verkeersintensiteiten vormen de basis voor het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (zie verder paragraaf 3.1 en 3.2.1). Bij de Aerius-berekening is in eerste instantie gekeken naar het effect van de onderhavige ontwikkeling. De AERIUS Calculator toon voor de gebruiks- en realisatiefase geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar, daarom worden er geen negatieve significante effecten verwacht op Natura 2000-gebieden en is verder niet gekeken naar cumulatie (zie verder paragraaf 3.5.2).

Blad 9 van 23

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Herontwikkeling Lomanlaan 103-105 te Utrecht projectnummer 0463345.100 7 september 2021 revisie 02 Stichting Mitros

3

Kenmerken van het potentiële effect

3.1

Verkeer en parkeren In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is door Antea Group (2021) een verkeersonderzoek uitgevoerd. Hierbij is gebruikt gemaakt van het VRU-model en is ook gekeken naar de parkeerbalans. Verkeersgeneratie en -afwikkeling Met de berekende verkeersgeneratie cijfers voor de huidige- en toekomstige situatie is het mogelijk om de toegenomen verkeersbewegingen te berekenen. In is de netto toename van de verkeersgeneratie weergegeven. Volgens de aangeleverde wegvakintensiteiten van de gemeente Utrecht is de weekdag wegvakintensiteit van de Lomanlaan (ter hoogte van het kruispunt met Kon. Wilhelminalaan) rond de 2200 mvt/etmaal. Met een netto toename van 168 mvt neemt de intensiteit dus maximaal met 8% toe. In praktijk zal de toename lager zijn, omdat een deel over de Lanslaan rijdt. Tabel 3-1: Netto toename verkeersgeneratie.

Huidige situatie Toekomstige situatie Netto toename

Weekdag (mvt) 335 504 168

Werkdag (mvt) 379 559 180

Een onderdeel van dit verkeersonderzoek is het uitvoeren van een kruispuntanalyse voor de voorrangskruispunten Kon. Wilhelminalaan/Lomanlaan en Europalaan/Lanslaan. Het doel van deze analyse is om te beoordelen of beide kruispunten (in het jaar 2030) in staat zijn om het extra verkeer (als gevolg van de projectplannen) te verwerken, zonder lange wachttijden. Volgens de methode van Harders voldoet een voorrangskruispunt als de gemiddelde wachttijd onder de 20 seconden blijft. Uit de resultaten blijkt dat op beide kruispunten de wachttijd onder de 15 seconden blijft. De capaciteit van beide kruispunten is dus ook na de bouw van de woningen aan de Lomanlaan (ruim) voldoende. Tabel 3-2: Hoogste gemiddelde wachttijd.

Voorrangskruispunt Kon. Wilhelminalaan/Lomanlaan Europalaan/Lanslaan

Drukste ochtendspitsuur <15 sec. <15 sec.

Drukste avondspitsuur <15 sec. <15 sec.

Parkeren In samenwerking met de gemeente Utrecht is bepaald hoeveel parkeerplekken in de toekomstige situatie nodig zijn. In bijlage 3 is de parkeerbehoefte voor de bewoners berekend. In totaal zijn voor de bewoners 83 autoparkeerplaatsen nodig, waarvan 8 voor deelauto’s. Voor de horeca is de parkeerbehoefte 9 parkeerplaatsen. In totaal zijn dus 92 parkeerplekken voor auto’s nodig, waarvan 8 gereserveerd voor deelauto’s.

Blad 10 van 23

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Herontwikkeling Lomanlaan 103-105 te Utrecht projectnummer 0463345.100 7 september 2021 revisie 02 Stichting Mitros

Conclusie De toename van de intensiteiten op de Lomanlaan is beperkt en de omliggende kruispunten hebben voldoende capaciteit. Daarnaast worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd, dit is geborgd via de gemeentelijke parkeernormen. Voor het aspect ‘verkeer en parkeren’ worden geen belangrijke nadelige milieueffecten verwacht.

3.2

Geluid en lucht

3.2.1

Geluid De te realiseren woonfunctie is een gevoelige functie, daarom is de geluidbelasting van omliggende bronnen onderzocht. Geluidsoverlast als gevolg van industrie, scheepvaart en luchtvaart zijn niet van toepassing op deze locatie, wel dient gekeken te worden naar wegverkeerslawaai. De horeca in de plint kan ook voor geluidhinder zorgen, zowel voor de woonfuncties in hetzelfde complex als omliggende woningen. Als laatste worden gekeken naar de mogelijke geluidbelasting als gevolg van het extra verkeer gerelateerd aan de nieuwe functies. Wegverkeerslawaai In het kader van de voorgenomen ontwikkeling heeft Antea Group (2021) een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelasting vanwege de gezoneerde wegen (Beneluxlaan, Koningin Wilhelminalaan en Europalaan) hoogstens 47 dB bedraagt en is daarmee lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Derhalve zijn hogere waarden niet aan de orde. Ook zijn er enkele 30 km/u wegen gelegen nabij het plangebied (welke formeel gezien geen zone hebben). De geluidbelasting vanwege de Lomanlaan bedraagt 59 dB zonder aftrek ex art. 110g Wgh. Voor 30 km/u wegen geldt formeel gezien geen wettelijk kader. Echter, om de geluidbelasting te kunnen duiden, wordt deze vergeleken met de normstelling ingevolge de Wet geluidhinder.

Inclusief aftrek bedraagt de geluidbelasting vanwege de Lomanlaan hoogstens 54 dB. Dit is lager dan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. De geluidbelasting vanwege de Lomanlaan past binnen de kaders van de Wet geluidhinder. Op basis van de intensiteiten op de Lomanlaan in de toekomstige plansituatie en de autonome situatie (toekomstige situatie zonder doorgang van het plan), blijkt dat het geluideffect vanwege de verkeersaantrekkende werking van het plan op bestaande woningen marginaal en ruim lager is (0,27 dB) dan de naar analogie van de Wgh gebruikelijke grens van 1,5 dB. Analoog aan de Wet geluidhinder is derhalve geen sprake van een significante geluidtoename. De geluidsituatie ten aanzien van het verkeer van en naar het plangebied wordt aanvaardbaar geacht. Het binnenmilieu wordt beschermd door de eisen opgelegd vanuit het Bouwbesluit. De geluidwering van de gevel dient zodanig te zijn dat het resulterende geluidniveau vanwege wegverkeerslawaai in de woning niet meer bedraagt dan 33 dB. Genoemde eisen uit het Bouwbesluit zijn echter gerelateerd aan vast te stellen hogere waarden ingevolge de Wet geluidhinder. Voor onderhavige situatie zijn hogere waarden niet aan de orde. Dit betekent dat met het Bouwbesluit in dit geval niet wordt gezekerd dat het geluidniveau in de woningen niet meer bedraagt dan 33 dB. Daarom wordt geadviseerd om bijvoorbeeld in de vorm

Blad 11 van 23

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Herontwikkeling Lomanlaan 103-105 te Utrecht projectnummer 0463345.100 7 september 2021 revisie 02 Stichting Mitros

van planregels te zekeren dat bij nadere invulling van het plan (fase bouwvergunning) akoestisch onderzoek dient te worden uitgevoerd waaruit blijkt dat (met inzet van geluidisolerende maatregelen aan de woningen) kan worden voldaan aan de binnenwaarde van ten hoogste 33 dB Lden. Tenslotte wordt geadviseerd om in een latere fase, wanneer het plan verder is uitgekristalliseerd, onderzoek te doen naar de aanwezigheid van geluidluwe gevels in verband met het geluid vanwege de Lomanlaan. De aanwezigheid van een geluidluwe gevel vanwege het geluid van 30 km/uur wegen is onder het huidige beleid echter geen vereiste. Andere geluidsbronnen In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is door Antea Group (2021) een beoordeling opgesteld aan de hand van de VNG-brochure ‘bedrijven en milieuzonering’. Hierin zijn richtafstanden opgenomen voor milieuhinder (waaronder geluid). Rondom het plangebied bevinden zich enkele functies die bedrijvigheid mogelijk maken:  Ten oosten van het plangebied is op de bestemming ‘Maatschappelijk’ een school aanwezig (Lanslaan 10);  Ten oosten van het plangebied zijn op de bestemming ‘Bedrijf’ bedrijfsruimte aanwezig (Europalaan 33-45). De school heeft een indicatieve hinderafstand van 30 meter (milieucategorie 2). De afstand tussen het plangebied en de school bedraagt meer dan 100 meter, hiermee zijn geen knelpunten te verwachten.

Ten opzichte van de bedrijvigheid aan de Europalaan bedraagt de afstand meer dan 200 meter. Op deze locatie bevinden zich meerdere kleinschalige bedrijven van maximaal categorie 3.1 (met een bijbehorende indicatieve hinderafstand van 100 meter). Daarnaast is in de vigerende beheersverordening geregeld dat bestaande gronden en bouwwerken alleen mogen worden gebruik overeenkomstig het bestaande gebruikt. Er kan zich hier dan ook geen bedrijf vestigen die een hogere milieucategorie heeft dan de reeds gevestigde bedrijven. Daarom wordt geconcludeerd dat er ten aanzien van de omliggende bedrijvigheid sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De beoogde ontwikkeling voorziet ook in maximaal 250 m2 horeca in de plint, de verwachte milieuhinder is ook voor deze bron beoordeeld het kader van ‘bedrijven en milieuzonering’. Horeca (zoals hotels, restaurants en cafés) valt op basis van de lijst functiemenging binnen categorie A. Deze activiteiten zijn zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving, dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden ingevoerd. De eisen uit het Bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend. Voor het terras geldt dat stemgeluid niet wordt betrokken bij het bepalen van het geluidsniveau, zolang het terras onverwarmd en onoverdekt wordt ingericht (Activiteitenbesluit, artikel 2.18).

Als er wel sprake is van overdekking en/of verwarming kan met een maatwerkvoorschrift bepaald worden onder welke voorwaarden (technische voorzieningen en/of gedragsregels) aan de geldende geluidsnormen voldaan kan worden. Daarmee wordt voldaan aan de eisen die aan functiemenging worden gesteld volgens de VNGpublicatie bedrijven en milieuzonering. Voor de omgeving zorgt deze horecafunctie eveneens niet voor knelpunten ten aanzien van het woon- en leefklimaat.

Blad 12 van 23

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Herontwikkeling Lomanlaan 103-105 te Utrecht projectnummer 0463345.100 7 september 2021 revisie 02 Stichting Mitros

Geluidbelasting omliggende woningen Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling gaat meer verkeer rijden over de omliggende wegen. Hierdoor kan de geluidbelasting toenemen op nabijgelegen woningen. Uit het verkeersonderzoek volgt dat het verkeer op de Lomanlaan met circa 8% toeneemt, dit veroorzaakt geen hoorbare toename in de geluidbelasting ten opzichte van de referentiesituatie. Na de Lomanlaan verspreidt het verkeer zich en wordt het opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Conclusie Vanuit het aspect ‘geluid’ worden geen belangrijke nadelige milieueffecten verwacht.

3.2.2

Luchtkwaliteit Voor het voorgenomen initiatief is de Wet luchtkwaliteit (hoofdstuk 5 Wet milieubeheer) van toepassing. Deze wet is onder meer verder uitgewerkt in het Besluit en de Regeling Niet in betekenende mate (NIBM). Met de NIBM-tool (versie 31-08-2020) is de maximale toename van de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10 berekend als gevolg van het extra verkeer. De NIBMtool gaat uit van de voor luchtkwaliteit meest ongunstige situatie en berekent daardoor het maximale effect. In onderstaande figuur is de berekening met de NIBM-tool opgenomen. In het kader van het verkeersonderzoek voor de onderhavige ontwikkeling is een nettoverkeersgeneratie (toekomstige minus huidige situatie) van 168 per etmaal bepaald voor een weekdag. Voor de NIBM-berekening is worst-case uitgegaan van 3% vrachtverkeer.

Figuur 3-1: NIBM-berekening.

Op basis van de uitkomst van de NIBM-tool worden geconcludeerd dat er ten aanzien van de luchtkwaliteit de voorgenomen ontwikkeling in niet betekenende mate bedraagt aan de toename van luchtverontreinigende stoffen. Ook blijkt uit de NSL-monitoringstool de concentraties luchtverontreinigende stoffen ruim onder de grenswaarden liggen en in de toekomst verder dalen. De beperkte toename als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling aan de Lomanlaan leidt niet tot een wezenlijke verslechtering van de luchtkwaliteit.

Blad 13 van 23

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Herontwikkeling Lomanlaan 103-105 te Utrecht projectnummer 0463345.100 7 september 2021 revisie 02 Stichting Mitros

Tabel 3-3: Jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 in µg/m3 en toetsing aan de grenswaarden bij het dichtstbijzijnde rekenpunt aan de Beneluxlaan (ID 614581).

Stof NO2 PM10 PM2,5

Concentraties plangebied 2020 26,8 19,9 12,1

Concentraties plangebied 2030 17,1 17,3 9,8

Grenswaarde Max. 40 µg/m3 (jaargemiddelde) Max. 31,2 µg/m3 (jaargemiddelde)1 Maximaal 25 µg/m3 (jaargemiddelde)

Conclusie De voorgenomen ontwikkeling draagt in niet betekende mate bij aan de luchtkwaliteit, waarbij de toekomstige situatie zich ruim binnen bestaande normen voor luchtkwaliteit begeeft. Er worden geen belangrijk nadelige milieueffecten verwacht voor het thema luchtkwaliteit.

3.3

Veiligheid

3.3.1

Externe veiligheid In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is door Antea Group (2020) een beschouwing opgesteld met betrekking tot externe veiligheid. Risicobronnen In de omgeving liggen de volgende risicobronnen:  LPG-tankstation Europalaan. De afstand tussen het plangebied en het LPG-tankstation bedraagt circa 300 meter. Het (wettelijk) invloedsgebied van dit LPG-tankstation bedraagt 150 meter, dit invloedsgebied reikt niet tot het plangebied.  Amsterdam-Rijnkanaal. Het invloedsgebied van het Amsterdam-Rijnkanaal bedraagt 90 meter (stofcategorie GF3; conform de Handleiding Risicoanalyse Transport). Het plangebied bevindt zich op circa 800 meter van het kanaal en ligt daarmee niet binnen het invloedsgebied van deze vaarweg.  Rijkswegen A12 en A2. Het invloedsgebied van de A12 en de A2 bedraagt 880 meter (stofcategorie LT2). Het invloedsgebied van beiden wegen reikt daarmee niet tot het plangebied, wat op circa 1.000 meter van beide snelwegen ligt.  De spoorlijn Utrecht – Geldermalsen bevindt zich op meer dan 1.000 meter ten oosten van het plangebied. Over deze spoorlijn vindt, conform de Regeling basisnet, transport van gevaarlijke stoffen plaats. Het gehele plangebied bevindt zich binnen het (toxisch) invloedsgebied van de spoorlijn Utrecht – Geldermalsen (>4.000 meter; stofcategorie D4).

o De spoorlijn Utrecht – Geldermalsen heeft ter hoogte van het plangebied een PR 10-6-contour van 0 meter. Er wordt daarmee voldaan aan de grens- en richtwaarden ten aanzien van het plaatsgebonden risico. o De afstand tussen de spoorlijn en het plangebied bedraagt meer dan 200 meter. De hoogte van het groepsrisico hoeft derhalve niet nader beschouwd te worden. o Het plangebied bevindt zich binnen het invloedsgebied van de spoorlijn. Daarom een is (beperkte) verantwoording van het groepsrisico opgesteld.

1

Bij een jaargemiddelde concentratie PM10 van meer dan 31,2 µg/m3 is sprake van meer dan 35 keer overschrijding van de grenswaarde voor de 24-uursgemiddelde concentratie PM10 (50 µg/m3)

Blad 14 van 23

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Herontwikkeling Lomanlaan 103-105 te Utrecht projectnummer 0463345.100 7 september 2021 revisie 02 Stichting Mitros

Verantwoording groepsrisico Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de spoorlijn Utrecht – Geldermalsen. De volgende elementen zijn in de beschouwing opgenomen:  Algemene beschouwing. De afstand tussen het plangebied en deze transportroute gevaarlijke stoffen (meer dan 1000 meter) maakt dat alleen het toxisch scenario relevant is.  Zelfredzaamheid. Bij een calamiteit met toxische stoffen zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. Snel reageren, naar binnen vluchten en ramen en deuren sluiten is bij dit scenario dus het algemene advies. In geval van een calamiteit met toxische stoffen is het van belang dat (ruimtes in) de geprojecteerde bebouwing bescherming biedt, nieuwbouwwoningen worden in ieder geval beschouwd als geschikte schuillocatie. Van belang daarbij is dat de (eventueel aanwezige) mechanische ventilatie centraal afgesloten kan worden (via een noodschakelaar). Dit voorkomt dat bij het optreden van een incident de ramen en deuren gesloten zijn, maar toch toxische stoffen via de ventilatie (versneld) tot het gebouw toetreden. Mechanische ventilatie is een goedkope maatregel die bij een calamiteit met giftige stoffen zeer effectief kan zijn.

Binnen het plangebied worden geen functies mogelijk gemaakt die de langdurige aanwezigheid van groepen beperkt zelfredzame personen (zoals jonge kinderen) mogelijk maken.  Bestrijdbaarheid. Bij een ongeval met toxische vloeistoffen kan de brandweer, afhankelijk van de stofintensiteit en het ontwikkelscenario, optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water. Conclusie Voor het aspect ‘externe veiligheid’ worden geen belangrijke nadelige milieueffecten verwacht.

3.3.2

Explosieven Door BeoBOM is voor het plangebied een vooronderzoek naar conventionele explosieven (CE) uitgevoerd. Het vooronderzoek wordt uitgevoerd conform de huidige wettelijke norm, zoals vastgelegd in het WSCS-OCE. In de voor dit vooronderzoek geraadpleegde literatuur- en archiefgegevens, zijn geen feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van CE binnen het projectgebied aangetroffen. Conclusie Voor het aspect ‘explosieven’ worden geen belangrijke nadelige milieueffecten verwacht.

3.4

Bodem en water

3.4.1

Bodem In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is door Antea Group in november en december 2020 een verkennend bodem- en asbestonderzoek.

Blad 15 van 23

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Herontwikkeling Lomanlaan 103-105 te Utrecht projectnummer 0463345.100 7 september 2021 revisie 02 Stichting Mitros

Vooronderzoek De verzamelde informatie geeft geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van voormalige bodembedreigende activiteiten op het onderzoeksterrein. Er wordt verwacht dat de grond en het grondwater maximaal licht verontreinigd zijn. De locatie is onverdacht ten aanzien van asbest omdat er geen aanwijzingen zijn voor bodembelastende activiteiten waarbij asbest op of in de bodem terecht is gekomen. Grond De bodem bestaat tot de maximaal geboorde diepte van 4,0 m -mv. hoofdzakelijk uit matig fijn zand. Plaatselijk is vanaf 0,5 à 1,5 m -mv. klei aanwezig. Aan de voorzijde van het pand is in twee boringen een matige tot sterke bijmenging met puin aangetroffen (traject ca. 0,2 tot 0,8 m -mv.). Twee boringen zijn gestaakt, mogelijk op fundering. In de overige boringen zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op bodemverontreiniging. Uit toetsing aan de Wet bodembescherming blijkt dat de zintuiglijk schone zandige bovengrond en de matig tot sterk puinhoudende grond maximaal licht verhoogde gehalten aan PCB en lood bevat. In de zintuiglijk schone kleiige en zandige ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aan de onderzochte parameters gemeten. Uit indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat de grond voldoet aan de Achtergrondwaarden (AW2000).

De zintuiglijk schone zandige bovengrond en de matig tot sterk puinhoudende grond bevat daarnaast licht verhoogde gehalten aan diverse individuele PFAS. De zintuiglijk schone ondergrond bevat maximaal licht verhoogde gehalten aan PFOA en PFOS. Uit toetsing aan het beleid van de gemeente Utrecht blijkt dat de vrijkomende grond indicatief herbruikbaar is als “landbouw/natuur”. Grondwater Uit de analyseresultaten blijkt dat in het grondwater een licht verhoogd gehalte aan barium is gemeten. Asbest In de matig tot sterk puinhoudende grond is een gehalte aan asbest van 4,4 mg/kg d.s. aangetoond. Het betreffen twee stukjes asbest in de fijne fractie (< 20 mm). Aangezien het gemeten gehalte zich ruimschoots onder de grens voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) bevindt, zijn aanvullende maatregelen niet noodzakelijk. In de zintuiglijk schone zandige bovengrond is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetoond. Grondoverschot Indien bij de werkzaamheden een grondoverschot ontstaat, wordt geadviseerd deze grond binnen het werk te hergebruiken. Indien dit niet mogelijk is, is dit (indicatieve) onderzoek niet geschikt om een definitieve uitspraak te doen over de hergebruikmogelijkheden van de grond buiten de gemeente Utrecht. De grond kan wel elders binnen het gebied van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Utrecht worden toegepast.

Conclusie Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen zijn met betrekking tot de voorgenomen sloop van de huidige

Blad 16 van 23

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Herontwikkeling Lomanlaan 103-105 te Utrecht projectnummer 0463345.100 7 september 2021 revisie 02 Stichting Mitros

bebouwing en toekomstige herontwikkeling van de locatie. Voor het aspect ‘bodem’ worden geen belangrijke nadelige milieueffecten verwacht.

3.4.2

Water In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is door Antea Group in februari 2021 een Watertoets opgesteld. Huidige situatie Het maaiveld ter plaatse van het plangebied varieert op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3) tussen de NAP +1 m en NAP +2 m. De geohydrologische opbouw bestaat uit een holocene deklaag tot circa NAP -7,5 m, waarna verschillende zandlagen aanwezig zijn tot circa NAP -60 m (Formaties van Boxtel, Kreftenheye, Urk en Sterksel). Ten westen van het plangebied is een primaire watergang gelegen met bijbehorende beschermingszone. Op basis van gegevens van het hoogheemraadschap betreft het oppervlaktewaterpeil een vast peil van NAP +0,05 m. Ter plaatse van het plangebied bevindt zich in de openbare ruimte een gemengd rioleringsstelsel met een buisdiameter van 1.250 mm en diepte van NAP -1,18 m. Toekomstige situatie Met de voorgenomen ontwikkeling van twee woontorens met een parkeerkelder verandert de verhouding tussen verhard en onverhard oppervlak. Het oppervlak van het plangebied betreft circa 4.100 m2. Hiervan is circa 88% verhard en 12% onverhard. Het verhardingspercentage komt vanwege de bebouwing binnen het plangebied en de parkeerplaats aan de noordzijde van de bebouwing. Het verharde oppervlak neemt af van circa 88% naar circa 45% en het onverharde oppervlak neemt toe van circa 12% naar 55%.

Vanwege de herstructurering dient in totaal circa 31 m3 aan waterberging gerealiseerd worden. Naast de waterberging ten aanzien van het verharde oppervlak dient ook aan de overige eisen van het hoogheemraadschap voldaan te worden. Deze zijn als volgt:  Een extreme bui van 80 mm in één uur dient te worden verwerkt binnen het plangebied, om schade aan gebouw en vitale infrastructuur te voorkomen door instromend regenwater.  De vloerpeil van de panden dient 15 cm boven de as van de weg te liggen.  De drooglegging dient minimaal 1 meter te zijn.  De ontwateringsdiepte dient minimaal 0,7 m te zijn.  Vuil hemelwater van de infrastructuur dient via een voorzuivering (bijvoorbeeld via een infiltratievoorziening of berm) te worden geloosd op het oppervlaktewater. Daarnaast wordt door het hoogheemraadschap geadviseerd om naar de volgende aspecten te kijken:  Ten behoeve van de parkeerkelder wordt geadviseerd deze met vloeistofdichte vloeren en wanden te realiseren.  Om vervuiling van afstromend hemelwater en verslechtering van de waterkwaliteit te voorkomen, wordt verzocht om geen uitlogende bouwmaterialen (zoals zink, lood en koper) toe te passen voor dak, dakgoot en regenpijp.

Blad 17 van 23

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Herontwikkeling Lomanlaan 103-105 te Utrecht projectnummer 0463345.100 7 september 2021 revisie 02 Stichting Mitros

Vuil- en hemelwaterafvoer De vuilwaterriolering dient in de toekomstige situatie te worden aangesloten op het gemengde stelsel van de gemeente. Om de wijze en locatie van de aansluiting te bepalen dient in overleg te worden getreden met de gemeente. Het hemelwater van schone oppervlakken (daken) kan direct op het oppervlaktewater geloosd worden. Hemelwater van vuile oppervlakken dienen eerst voorgezuiverd te worden, voordat deze op het oppervlaktewater geloosd mag worden. Hierbij dient wel rekening te worden gehouden dat het hemelwater eerst binnen het plangebied vastgehouden dient te worden, waarna afvoer richting het oppervlaktewater plaats kan vinden. Grondwater De geplande parkeerkelder heeft een maximale diepte van circa 4 m -mv. (circa NAP -3 m, worstcase). Het grondwaterniveau varieert tussen de NAP +0,55 m en +0,0 m. Dit betekent dat de parkeerkelder in het grondwater komt te liggen. Op basis van de isohypsenpatronen stroomt het grondwater in westelijke richting. Het verhang betreft circa 0,1 m over circa 220 m Eindsituatie Op basis van de uitgangspunten en de principes van opstuwing en verlaging is bepaald dat de totale grondwaterstandverandering over de totale breedte van de parkeerkelder (circa 35 m), circa 0,02 m bedraagt. De helft hiervan treedt op als opstuwing stroomopwaarts en de andere helft als verlaging stroomafwaarts.

De opstuwing bevindt zich aan de oostzijde van de parkeerkelder en de verlaging aan de westzijde (stromingsrichting grondwater westelijk). Na de realisatie worden door deze verandering in de stijghoogte geen negatieve gevolgen direct naast de parkeerkelder verwacht. Realisatiefase Bij de realisatiefase dient bemaling te worden ingezet om de werkzaamheden in den droge uit te voeren. Om de grootte en de duur van de bemaling te bepalen, dient een bemalingsadvies opgesteld te worden Waterkwaliteit Door het hoogheemraadschap is aangegeven dat schone oppervlaken (daken) direct op het oppervlaktewater kunnen afvoeren. Vuil hemelwater dient ter voorkoming van vervuiling van het oppervlaktewater eerst voorgezuiverd te worden door middel van bijvoorbeeld een infiltratievoorziening of berm. Uitlogende bouwmaterialen zoals zink, lood en koper worden door het hoogheemraadschap verzocht niet gebruikt te worden voor de realisatie van daken, dakgoten en regenpijpen. Waterkeringen Het plangebied valt niet binnen beschermingszone en ligt niet dicht bij waterkeringen, waardoor hierop geen effecten te verwachten zijn. Conclusie Voor het aspect ‘water’ worden geen belangrijke nadelige milieueffecten verwacht.

Blad 18 van 23

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Herontwikkeling Lomanlaan 103-105 te Utrecht projectnummer 0463345.100 7 september 2021 revisie 02 Stichting Mitros

3.5

Ecologie

3.5.1

Beschermde soorten In het kader van de voorgenomen ontwikkeling heeft Loo Plan (2019) een nader onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van huismus en vleermuizen. Er is voor gekozen meteen het nadere onderzoek uit te voeren en niet eerst een QuickScan op te stellen. Bij het nader onderzoek is ook op QuickScan-niveau gekeken naar beschermde soorten. De bevindingen van het onderzoek worden weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 3-4: Bevindingen nader ecologische onderzoek.

Huismus Voor de huismus zijn geen nesten aangetroffen. Algemene beschermde broedvogels Er kunnen rond het complex ook andere algemene beschermde broedvogels voorkomen. Deze nesten zijn niet-jaarrond beschermd. Als de werkzaamheden buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart- 15 augustus) uitgevoerd worden en/of de potentiële nestplaatsen vóór het broedseizoen afgesloten of ongeschikt gemaakt worden, wordt door de voorgenomen werkzaamheden geen verstoring of vernietiging plaats van nestplaatsen. Vleermuizen In het onderzochte complex is één zomerverblijfplaats en één locatie met een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Met de onderzoeksinspanning, zoals die in het Vleermuisprotocol is voorgeschreven, is niet met zekerheid aan te geven in welke gebouw het paarverblijf zich bevindt. Op basis van de locatie van de waargenomen zomerverblijfplaats en het territorium van de paarverblijfplaats wordt ingeschat dat de grootste kans is dat de paarverblijfplaats zich onder de daktrim van het lage deel van het complex bevindt. De werkzaamheden zullen de verblijfplaatsen in het complex verstoren en vernielen. Voordat de werkzaamheden worden uitgevoerd, moet een ontheffing Wet natuurbescherming voor deze soort worden verleend.

Blad 19 van 23

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Herontwikkeling Lomanlaan 103-105 te Utrecht projectnummer 0463345.100 7 september 2021 revisie 02 Stichting Mitros

In het onderzochte complex is één paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis gevonden. De werkzaamheden zullen de verblijfplaatsen in het complex verstoren en vernielen. Voordat de werkzaamheden worden uitgevoerd, moet een ontheffing Wet natuurbescherming voor deze soort worden verleend. Voor beide soorten geldt dat er sprake is van een beperkte zwaarte van het ecologisch effect: twee algemene soorten en daarbinnen geen bijzondere gebiedsfuncties of hoge aantallen van dieren en verblijfplaatsen. Voor beide soorten geldt dat de effecten goed te mitigeren zijn, dit is een voorwaarde voor vergunningverlening, daarmee geborgd dat er op populatieniveau geen belangrijke nadelige effecten optreden. In de onderzochte woningen zijn géén verblijfplaatsen van andere soorten vleermuizen gevonden. Conclusie Voor het aspect ‘beschermde soorten’ worden geen belangrijke nadelige milieueffecten verwacht.

3.5.2

Beschermde natuurgebieden Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het NNN. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied bevindt zich op 2,8 km (zie Figuur 2-6). Gezien de aard van de ontwikkeling en de afstand tussen het plangebied en de NNN-gebieden kan op voorhand een negatief effect op het NNN en de doelen daarvan worden uitgesloten. Natura 2000 Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied, het dichtstbijzijnde gebied is het Lepelaarsplassen op circa 7,5 km afstand (zie Figuur 2-5). Directe effecten zijn daarmee uitgesloten. In het kader van de ontwikkeling is een Aerius-berekening uitgevoerd naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. AERIUS Calculator toont geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar, daarom worden er geen negatieve significante effecten verwacht op Natura 2000-gebieden. Conclusie Voor het aspect ‘beschermde natuurgebieden’ worden geen belangrijke nadelige milieueffecten verwacht.

3.6

Archeologie en cultuurhistorie

3.6.1

Archeologische waarden In de periode november – december heeft Antea Group in het kader van de voorgenomen ontwikkeling een bureauonderzoek uitgevoerd, gevolgd door een Inventariserend veldonderzoek d.m.v. verkennende boringen uitgevoerd binnen het plangebied. De directe aanleiding tot het onderzoek betreft de sloop van de huidige bebouwing en de realisatie van nieuwbouw. Hierbij komen bodemverstorende (graaf)werkzaamheden kijken die eventueel aanwezige archeologische resten in de ondergrond kunnen verstoren dan wel vernietigen.

Blad 20 van 23

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Herontwikkeling Lomanlaan 103-105 te Utrecht projectnummer 0463345.100 7 september 2021 revisie 02 Stichting Mitros

Het doel van het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Voor het opstellen van een dergelijke verwachting wordt gebruik gemaakt van reeds bekende archeologische waarnemingen, historische kaarten, bodemkundige gegevens en informatie over de landschappelijke situatie. Een gespecificeerde verwachting gaat in op de mogelijke aanwezigheid, het karakter, de omvang, datering en eventuele (mate van) verstoring van archeologische waarden binnen het plangebied. Een verkennend booronderzoek heeft als doel het in kaart brengen van eventuele verstoringen in de bodem, het verkrijgen van enig inzicht in de bodemopbouw van het gebied en aldus het in kaart brengen van kansrijke en kansarme zones wat betreft archeologie. Op basis van het bureauonderzoek werd rekening gehouden met 1) een aanzienlijke bodemverstoring als gevolg van bouwwerkzaamheden en de onderkeldering ter plaatse van de bebouwing, 2) de aanwezigheid van een (sub)recente ophogingslaag van zeker 1,0 m dik, 3) de aanwezigheid van oever- op beddingafzettingen en 4) in het geval van de aanwezigheid van (intacte) oeverafzettingen; archeologische resten (vooral in de vorm van een archeologische vondstlaag) uit de periode vanaf de vroege bronstijd en met name uit de ijzertijd, Romeinse tijd en de middeleeuwen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=bc8a08fc-dce6-4694-895a-00643f379e97