CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht_Toelichting (december 2022).pdf

Gemeenteraad 22 december 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht44.247 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Bestemmingsplan

Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht Vastgesteld, datum volgt na vaststelling

Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Doelstelling

7

1.3

Ligging en begrenzing plangebied

7

1.4

Vigerende bestemmingsplannen

8

1.5

Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2

Relevante beleidskaders

11

2.1

Rijksbeleid

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

14

2.3

Gemeentelijk

17

2.4

Gebiedsgericht

2.5

Conclusie

Hoofdstuk 3

11 beleid beleid

36 38

Bestaande situatie

39

3.1

Inleiding

3.2

Beschrijving

van het plangebied

39

3.3

Beschrijving

van de bestaande functies in het plangebied

40

3.4

Conclusie

Hoofdstuk 4

39

42

Planbeschrijving

43

4.1

Projectbeschrijving

43

4.2

Verkeer en openbare ruimte

47

Hoofdstuk 5

Onderzoek en randvoorwaarden

51

5.1

Geluidhinder

51

5.2

Inleiding

53

5.3

Milieueffectrapportage

53

5.4

Geur

54

5.5

Externe veiligheid

54

5.6

Luchtkwaliteit

57

5.7

Bodemkwaliteit

61

5.8

Natuurbescherming

63

5.9

Stikstof

65

5.10

Bedrijven en milieuzonering

66

5.11

Water en klimaatadaptatie

75

5.12

Archeologie

84

5.13

Ontplofbare oorlogsresten

88

5.14

Circulaire economie en instrumenten duurzaam bouwen

89

5.15

Energie

89

5.16

Kwaliteit van de leefomgeving

91

5.17

Trillingen

95

5.18

Toegankelijkheid

95

5.19

Gezond stedelijk leven

95

5.20

Bomen

96

5.21

Kabels en leidingen

98

Hoofdstuk 6 6.1

en cultuurhistorie

Uitvoerbaarheid

Algemeen

2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)

99 99

Utrecht

6.2

Economische

6.3

Maatschappelijke

Hoofdstuk 7

uitvoerbaarheid

99

uitvoerbaarheid

99

Juridische plantoelichting

101

7.1

Inleiding

7.2

Regeling bijbehorende

101

7.3

Opbouw regels

101

7.4

Nadere toelichting begripsomschrijvingen

102

7.5

Systematiek

103

7.6

Artikelsgewijze

toelichting

103

7.7

Lijst van Bedrijfsactiviteiten

110

7.8

Lijst van bedrijfsactiviteiten

7.9

Lijst van Horeca-activiteiten

113

7.10

Handhaving

115

bouwwerken

101

van de bestemming Wonen

in de woonomgeving

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)

111

3

4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)

Utrecht

Toelichting

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)

5

6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het plan is om aan de Ivoordreef in Utrecht nieuwbouw te realiseren. Er worden maximaal 310 woningen gerealiseerd. Hierbij zal zowel sprake zijn van appartementen als grondgebonden woningen. Daarnaast zal worden voorzien in een parkeergarage en sportfaciliteiten. Onder de tribune van het beoogde sportveld zal bovendien maximaal 150 m2 gbo aan maatschappelijke en/of commerciële voorzieningen worden gerealiseerd. Deze voorzieningen zullen een buurtfunctie kennen. Naar aanleiding van input van omwonenden, zal worden gezocht naar een voorziening die ook voorziet in een huiskamer en werkplekken voor de buurt. De bestaande kerk in het plangebied blijft gehandhaafd, en wordt op zorgvuldige wijze ingepast. Utrecht is een aantrekkelijke stad om in te wonen en is voortdurend in ontwikkeling. Deze populariteit resulteert erin dat wordt verwacht dat de gemeente Utrecht van 340.000 inwoners in 2016 naar ongeveer 450.000 inwoners in 2040 zal groeien. De druk op de woningmarkt is hoog, en om deze groei bij te houden zullen er de komende jaren een groot aantal nieuwe woningen gerealiseerd moeten worden. Utrecht wil deze groei voornamelijk faciliteren door inbreiding. De locatie aan de Ivoordreef biedt hier mogelijkheden toe. De Ivoordreef is gelegen in de wijk Overvecht ten noorden van het stadscentrum van Utrecht. Op circa 550 meter afstand van deze locatie is de Ring van Utrecht gelegen.

Deze gunstige ligging, in combinatie met de verschillende busverbindingen waar gebruik van kan worden gemaakt, en diverse voorzieningen (Gagelhof en Shoppingcenter Overvecht), Park de Gagel en het Noorderpark op korte afstand, maakt dit een aantrekkelijke locatie voor woningbouw. Daarnaast is nu sprake van verouderde bebouwing. Door de ontwikkeling van hoogwaardige nieuwbouw zal de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid worden vergroot. Er zal een gemengde woonbuurt ontstaan waar ruimte is voor verschillende soorten woningen in verschillende prijssegmenten. Er zal een autovrije en groene buurt worden gecreëerd waar gezond en comfortabel geleefd kan worden, en waar iedereen welkom is. Dit zal uiteindelijk een positieve impuls geven aan de wijk Overvecht. De beoogde ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling planologisch juridisch mogelijk te maken wordt een bestemmingsplan opgesteld. In dat kader dient aangetoond te worden dat de realisatie van het plan niet in strijd is met wet- en regelgeving en de beginselen van een goede ruimtelijke ordening. In de voorliggende toelichting wordt aangetoond dat de realisatie van de beoogde ontwikkeling niet leidt tot belemmeringen voor de omgeving en dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Doelstelling

Aan de Ivoordreef is nu onder andere sprake van verouderde flatbebouwing. Het doel van het bestemmingsplan is om dit gebied te vernieuwen, en hiermee een prettige woonomgeving te realiseren. Daarnaast zal met de beoogde ontwikkeling een bijdrage geleverd worden aan een meer gedifferentieerde woningvoorraad in Overvecht.

1.3

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Ivoordreef te Utrecht, zie afbeelding 1. Het plangebied is in de wijk Overvecht ten noorden van het stadscentrum van Utrecht gelegen. Het plangebied wordt begrensd door de Kasaidreef (noord-westzijde), Oranjerivierdreef (noord-oostzijde), de Einsteindreef (zuid-oostzijde) en de Klipspringerdreef (zuid-westzijde). Het gebied is circa 18.000m² groot. Aan noordzijde van het plangebied is op circa 550 meter afstand de Ring van Utrecht gelegen. Afbeelding 1:

Ligging plangebied

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)

7

1.4

Vigerende bestemmingsplannen

Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ’Overvecht-Noordelijke stadsrand’, dat door de gemeente Utrecht op 21 juni 2012 is vastgesteld. In afbeelding 2 is een uitsnede van het vigerend bestemmingsplan weergegeven. Het plangebied is in deze afbeelding met blauw aangegeven. Afbeelding 2:

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan

8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)

Utrecht

De gronden ter plaatse van het plangebied kennen deels de bestemming 'Wonen', 'Groen – 1', 'Verkeer – verblijfsgebied' en 'Maatschappelijk'. Woningen zijn enkel toegestaan ter plaatse van de bestemming 'Wonen'. Daarnaast zijn hierbij behorende voorzieningen, tuinen en erven toegestaan. Ter plaatse van het plangebied zijn daarbij maximaal tien bouwlagen toegestaan, met de voorwaarde dat de hoogte van een bouwlaag maximaal 3,5 meter mag bedragen. Hoofdgebouwen mogen bovendien alleen binnen het bouwvlak worden gebouwd. De gronden met de bestemming 'Groen – 1' zijn in hoofdzaak bestemd voor groenvoorzieningen, en de gronden met de bestemming 'Verkeer – verblijfsgebied' in hoofdzaak voor verkeersdoeleinden. De gronden met de bestemming 'Maatschappelijk' zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen, zoals een kerkgebouw. De beoogde ontwikkeling past niet binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling planologisch juridisch mogelijk te maken zal daarom een nieuw bestemmingsplan opgesteld worden. Voorliggend document vormt de toelichting waarmee wordt aangetoond dat de beoogde ontwikkeling niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

1.5

Leeswijzer

Deze toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. In dit inleidende hoofdstuk komt de aanleiding, doelstelling, ligging van het plangebied en het vigerende bestemmingsplan aan bod. In hoofdstuk 2 'Relevante beleidskaders' wordt het relevante beleid beschreven. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 'Bestaande situatie' de bestaande situatie ter plaatse van het plangebied aan bod. In hoofdstuk 4 'Planbeschrijving' wordt het plan nader toegelicht. Hoofdstuk 5 'Onderzoek en randvoorwaarden' is gewijd aan de impact van de ontwikkeling op de omgeving. Onder andere de aspecten geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bodem, ecologie en archeologie zullen hier worden behandeld. Hoofdstuk 6 zal ingaan op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 7 bevat de juridische plantoelichting op de regels.

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)

9

1 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 2 Relevante beleidskaders 2.1

Rijksbeleid

2.1.1

Nationale Omgevingsvisie (2020)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. De gemeente Utrecht kan vooral aan de volgende nationale belangen een bijdrage leveren: 1.

bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 4. zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 5. waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 6. waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 7. beperken van klimaatverandering; 8. realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 9. waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 10. waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 11. waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 12. behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 13. verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit.

De NOVI benoemt vier prioriteiten De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: ruimte maken voor klimaatadaptie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel bevorderen; zorgen voor sterke en gezonde steden en regio's; stimuleren van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Omgevingsinclusieve benadering Centraal in de te maken belangenafwegingen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Hierbij wordt aangesloten bij de integrale opvatting van het begrip fysieke leefomgeving uit de Omgevingswet en wordt de noodzaak van een integrale afweging benadrukt. Het belangrijkste spanningsveld in die afwegingen is het spanningsveld tussen beschermen en ontwikkelen. Een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving houdt in, dat ontwikkeling van de leefomgeving samen gaat met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw.

Afwegingsprincipes Beschermen en ontwikkelen gaan niet altijd en overal samen (en zijn soms onverenigbaar), maar ze bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)

11

kunnen elkaar ook versterken. Om dit afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. Kenmerken & identiteit van een gebied staan centraal. De optimale balans tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Plangebied Het initiatief sluit aan op de nationale belangen uit de NOVI. De beoogde ontwikkeling betreft een ontwikkeling binnen de gemeente Utrecht die bijdraagt aan een versterking van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Er wordt gezorgd dat sprake is van een gezonde, veilige en toegankelijke fysieke leegomgeving. Daarnaast blijft het aantal huishoudens in Utrecht de komende jaren groeien, wat resulteert in een sterke vraag naar woningen. De beoogde ontwikkeling draagt bij aan de invulling van de woningbouwopgave.

De herontwikkeling van het gebied past binnen de kaders van de NOVI, en sluit aan op de prioriteit om te zorgen voor sterke en gezonde steden. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) (2012) en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) (2012) In de Wet ruimtelijke ordening zijn de besluitmogelijkheden van gemeenten begrensd om nationale belangen te borgen of te beschermen. Wanneer namelijk nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kan een algemene maatregel van bestuur (AMvB) regels stellen over de inhoud van een bestemmingsplan. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, oftewel de AMvB Ruimte) zijn nationale belangen beschreven die om bescherming van het Rijk vragen, zoals bijvoorbeeld de ‘erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde’. Voor deze belangen is het Rijk namelijk verantwoordelijk. Verder zijn in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) nadere regels opgenomen voor onder andere militaire terreinen, radarverstoringsgebieden, reserveringen voor spoor en wegen en buisleidingen. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden, zoals de gemeente Utrecht, beleidsruimte. De ontwikkeling van dit bestemmingsplan valt niet binnen één van de projecten of onderwerpen die zijn aangewezen in het Barro. Dit geldt ook voor het Rarro.

Er zijn vanuit het Barro en het Rarro geen specifieke randvoorwaarden voor dit plan. 2.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking (2017)

De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is in 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat overheden een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting van het bestemmingsplan moeten motiveren. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe laddersystematiek geldt. Het doel van de motivering op grond van de Ladder is een zorgvuldige afweging bij ruimtelijke besluiten die zorgt voor zuinig ruimtegebruik en tegengaan van overprogrammering en leegstand. Het besluit voldoet hiermee aan een goede ruimtelijke ordening. De toetsing aan de Ladder kan bij het opnemen van uitwerkingsplichten en wijzigingsbevoegdheden in het bestemmingsplan, doorschuiven naar de fase van de vaststelling van het uitwerkings- of wijzigingsplan. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt moet een motivering bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Wanneer het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet het bestemmingsplan een motivering bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Ladder is kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke besluiten van de decentrale overheden, waaronder de bestemmingsplannen van de gemeente Utrecht.

Beschrijving behoefte De behoefte is kort gezegd het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd. De Ladder bepaalt niet voor welk gebied de behoefte in beeld moet worden gebracht. De uitkomst van de beoordeling van de behoefte moet in de plantoelichting worden vermeld. Naast een kwantitatieve beoordeling vindt ook een kwalitatieve beoordeling plaats.

1 2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)

Utrecht

Beschrijving behoefte buiten het bestaand stedelijk gebied Wanneer de beoogde ontwikkeling niet kan plaatsvinden binnen het stedelijk gebied door bijvoorbeeld het toepassen van een andere bestemming van een gebied, herstructurering van bestaande terreinen of door transformatie van bestaande gebouwen of gebieden moet een motivering worden opgenomen waarom dit niet mogelijk is. Het bestaande stedelijk gebied kan worden gedefinieerd als het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. De provincie Utrecht heeft in de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening de afbakening van het bestaand stedelijk gebied vastgelegd. Plangebied Van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is in beginsel sprake, als een nieuw ruimtelijk besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Op grond van de jurisprudentie is sprake van een nieuwe stedelijk ontwikkeling, wanneer er meer dan elf woningen worden toegevoegd ten opzichte van de planologische mogelijkheden. Bij de beoogde ontwikkeling is dit het geval en moeten de stappen van de 'Ladder' worden doorlopen.

De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijke verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. In het kader van de 'Ladder' dient de behoefte aan de beoogde nieuwbouwontwikkeling in het voornoemde verzorgingsgebied nader beschreven te worden. Zowel op provinciaal, regionaal als gemeentelijk niveau wordt de sterke vraag naar woningen aangekaart. Dit volgt eveneens uit de diverse – in dit hoofdstuk behandelde – beleidsstukken. Zowel op provinciaal als op gemeentelijk niveau vormt het woningtekort een opgave. De provincie Utrecht blijft groeien. De regionale programma’s worden jaarlijks gemonitord, geëvalueerd en geactualiseerd. In het regionale programma wordt uitgegaan van een huidig woontekort van circa 32.500 woningen. Om de woningvoorraad in de provincie Utrecht op peil te krijgen, is het niet voldoende om alleen bestaande woningbouwplannen uit te voeren. Er zullen nieuwe woningen bij moeten komen. In de periode tussen 2020 en 2024 zijn naar verwachting 41.000 nieuwe woningen nodig om te kunnen voorzien in de regionale woningbehoefte. Utrecht is een aantrekkelijke stad om te wonen. Dit vertaalt zich dan ook in een sterke vraag naar woningen. Eén van de belangrijkste doelstellingen uit de woonvisie van de gemeente Utrecht (zie ook paragraaf 2.3.14) is dan ook het versnellen en verhogen van de bouwproductie.

In de woonvisie geeft de gemeente Utrecht aan dat er een behoefte is aan ongeveer 60.000 extra woningen tot 2040 binnen de gemeente. Daarnaast wordt gestreefd naar meer gemengde wijken, waar sprake is van een mix van woonsegmenten. In de woonvisie is de gewenste ontwikkeling voor de wijk Overvecht opgenomen als een lichte toename van het aandeel middenhuur- en koopwoningen, en een lichte afname van het aandeel sociale huurwoningen. Het Rijk, de provincie en zestien gemeenten in de regio Utrecht ondertekenden op 24 juni 2019 de 'Woondeal regio Utrecht'. Dit is een meerjarige samenwerking met als doel om de woningbouwproductie te versnellen en de betaalbaarheid te vergroten. Voor de wijk Overvecht zijn daarbij afspraken gemaakt om leefbaarheidsproblemen aan te pakken. Deze opgave wordt gekoppeld aan de energietransitie, de circulaire transitie, klimaatadaptatie en de versnellingsopgave voor woningbouw. Hiermee wordt de behoefte aan de beoogde ontwikkeling eveneens onderstreept. De herontwikkeling van het plangebied sluit hier goed op aan. Door de realisatie van een hoogwaardig woonmilieu met diverse woningtypen wordt een leefbare en gedifferentieerde wijk gecreëerd. Met de planontwikkeling aan de Ivoordreef zullen maximaal 310 woningen worden gebouwd, waarvan in ieder geval 159 sociale huurappartementen, 74 middenhuur appartementen en 74 grondgebonden woningen.

Daarmee neemt het huidige aantal van 174 sociale huurwoningen in het plangebied dus wel iets af, maar wordt de totale woningvoorraad door middel van verdichting met circa 140 woningen uitgebreid. Hiermee draagt de ontwikkeling bij aan de opgave van de realisatie van 60.000 woningen. Bovendien past het toevoegen van meer grondgebonden koopwoningen en middenhuurwoningen bij de woonopgave in Overvecht en brengt dit meer differentiatie in de buurt en in de wijk. Opgemerkt wordt dat de voorziene (sociale) huurappartementen zeer geschikt zijn voor de huisvesting van eenpersoonshuishoudens. De stad Utrecht heeft een groot aandeel eenpersoonshuishoudens en de verwachting is dat dit aandeel verder zal toenemen. Meer dan de helft van de huishoudens in de wijk Overvecht is conform de online databank 'Utrecht in cijfers' een eenpersoonshuishouden. De planontwikkeling voorziet, naast woningen, ook in speelvoorzieningen, een sportveld en een bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)

13

parkeergarage. Onder de tribune van het sportveld zullen maatschappelijke en/of buurtvoorzieningen worden gesitueerd. Dit betreft zeer kleinschalige voorzieningen (maximaal 150 m2) welke een buurtfunctie zullen kennen. Naar verwachting zal dit bijvoorbeeld een combinatie van een huiskamer en werkplekken voor de buurt betreffen. Deze functies zijn hiermee ondersteunend aan de woonfunctie. In de Woonvisie van Utrecht wordt aangegeven dat niet alleen het bouwen van nieuwe woningen, maar ook van voorzieningen van groot belang is. Voorzieningen kunnen immers op een laagdrempelige wijze het contact tussen buurtbewoners stimuleren. De beoogde voorzieningen zijn hier zullen hier mogelijkheden toe bieden. Zoals uit de ruimtelijke strategie van Utrecht (zie paragraaf 2.3.3) volgt neemt Utrecht verder aan populariteit toe en dient de daaruit resulterende groei vooral gefaciliteerd te worden middels inbreiding. De beoogde ontwikkeling wordt binnen bestaand stedelijk gebied op een goed bereikbare locatie gerealiseerd. Door gebruik te maken van reeds bebouwde gronden wordt op duurzame wijze gebruik gemaakt van de ruimte. Gezien daarop hoeft niet verder gemotiveerd te worden waarom de behoefte aan de beoogde ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen. Er kan gesteld worden dat er een behoefte is aan de beoogde ontwikkeling van deze woningen op deze locatie.

Er wordt een gemengde, kwalitatief hoogwaardige woonbuurt gerealiseerd, waar het prettig en veilig wonen is. De beoogde maatschappelijke en buurtfuncties zullen de woonfunctie ondersteunen en de leefbaarheid van de wijk ten goede komen. Deze behoefte kan worden opgevangen binnen bestaand stedelijk gebied, waarmee sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling.

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

2.2.1

Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening (2021)

Provinciale Staten hebben de Omgevingsvisie en de interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht op 10 maart 2021 vastgesteld. Vanaf 1 april 2021 zijn deze beleidsstukken – vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet – in werking getreden. De Interim Omgevingsverordening is nodig omdat de Omgevingsverordening alleen onder de Omgevingswet in werking kan treden. Met de Interim Omgevingsverordening kunnen plannen en ambities eerder vorm gegeven worden. De Omgevingsverordening heeft van 1 juni 2021 tot en met 12 juli 2021 ter inzage gelegen en zal naar verwachting in maart 2022 vastgesteld worden. De Omgevingsverordening treedt tegelijk met de Omgevingswet in werking. Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie staat hoe provincie Utrecht zich wil voorbereiden op de toekomst. De integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving zijn hierin opgenomen. De Omgevingsvisie is een samenvoeging van onder andere de – voorheen geldende – ruimtelijke structuurvisie, mobiliteitsvisie, natuurvisie en het bodem-, water- en milieuplan. In de Omgevingsvisie staat hoe de provincie er in 2050 uitziet. De Omgevingsvisie geeft richting aan de toekomstige en fysieke leefomgeving. Dit is alles op, boven en onder de grond en inclusief de sociale aspecten zoals toegankelijkheid en inclusiviteit.

In de Interim Omgevingsverordening staan de regels en instructieregels die daarvoor nodig zijn. Provincie Utrecht geeft bij de onderstaande 7 thema's de provinciale belangen aan die verplichtingen met zich mee brengen. Dat geeft al een doorkijk naar deze instructieregels. Om voor te sorteren op de toekomst richt de Omgevingsvisie zich op een aantal ontwikkelingen: extra woningen die gebouwd moeten worden; toename van werkgelegenheid; toename van verkeer; energietransitie; klimaatverandering; verandering in de landbouw; versterking van natuur en recreatief groen. Provincie Utrecht vindt het daarbij belangrijk om de bestaande kwaliteiten te behouden, te versterken en in balans te laten zijn met deze ontwikkelingen. De ruimte voor ontwikkelingen is beperkt, terwijl de vraag naar ruimte groot is. Uitwerking beleid in 7 thema's De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving en voor het mogelijk maken van lokale afwegingen als een veilige en gezonde leefomgeving daarbij gebaat is. Het beleid voor de gezonde en veilige leefomgeving is beschreven in 1 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)

Utrecht

7 thema's. 1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

Stad en land gezond Dit thema gaat over milieu, gezondheid, recreatie en toerisme. Provincie Utrecht wil graag voor de woon-, werk-, en leefgebieden bereiken dat deze gezond zijn en uitnodigen tot bewegen. In en rondom steden en dorpen moeten voldoende groene gebieden zijn om te recreëren. Klimaatbestendig en waterrobuust Dit thema gaat over een duurzaam en robuust bodem- en watersysteem, een klimaatbestendige en waterveilige leefomgeving en een perspectief voor bodemdalingsgebieden. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat er bescherming is tegen overstromingen, een tekort aan zoetwater of de gevolgen van extreem weer (wateroverlast en hitte). Duurzame energie Dit thema gaat over het stimuleren van energiebesparing en het opwekken van duurzame energie uit wind, zon, bodem en water. Vitale steden en dorpen Dit thema gaat over ruimte voor wonen en leven en ruimte voor werken en winkelen. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat nieuwe woningen en bedrijven vooral komen op plekken binnen de bebouwde kom. Ook is het belangrijk dat deze plekken goed bereikbaar zijn met trein, bus, tram en fiets. Prioritaire locaties voor grootschalige integrale ontwikkeling zijn onder meer Leidsche Rijn, Utrecht Centraal Station (Beurskwartier/Lombokplein en Merwedekanaalzone), Lunetten-Koningsweg en Utrecht Science Park/Rijnsweerd.

Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar Dit thema gaat over een goed bereikbare provincie, ontwikkeling bij knooppunten en optimalisatie van netwerken, wegen, OV en fiets. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat er nieuwe verbindingen voor openbaar vervoer en (snel)fietspaden komen tussen de woon-, werk-, en leefgebieden. Daarbij moet er beter gebruik gemaakt worden van bestaande wegen. Levend landschap, erfgoed en cultuur Dit thema gaat over aantrekkelijke landschappen en een toegankelijke cultuur en waardevol erfgoed. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat veel mensen kunnen genieten van de landschappen, waterlinies, forten, kastelen en buitenplaatsen. Ook is belangrijk dat het cultuuraanbod (zoals festivals en musea) meegroeit met het aantal inwoners. Toekomstbestendige natuur en landbouw Dit thema gaat over een robuuste natuur met hoge biodiversiteit en een duurzame landbouw. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat de natuur wordt beschermd en nieuwe natuurgebieden worden aangelegd die elkaar verbinden. Verder worden boeren geholpen om een omslag te maken naar kringlooplandbouw.

Alle thema's moeten in samenhang bekeken worden. Dat betekent dat niet alles overal kan. Met het uitgangspunt slim combineren en concentreren kan de groei van inwoners en bedrijven en een gezonde leefomgeving in balans blijven. Het concentreren richt zich bijvoorbeeld op het bouwen van nieuwe woningen dichtbij stations en in steden en dorpskernen. Op die manier blijft er op andere plekken voldoende ruimte voor bewegen, groen, water en natuur. Uitvoering In drie regio's werkt Provincie Utrecht het beleid verder uit. De samenhang tussen de thematische ambities krijgt hier aandacht. Voor Utrecht is de regio U16 van belang. In deze uitwerking gaat het over de verstedelijkingsstrategie. De verwachting is dat er tot 2040 in de regio ongeveer 99.000 tot 125.000 extra woningen nodig zijn. Na 2040 tot 2050 is er verdere ruimte voor woningbouw onder meer over ontwikkelingen langs de A12 tussen knooppunten Lunetten en Oudenrijn en het benutten van bestaande OV-knooppunten in de regio. Plangebied De beoogde ontwikkeling draagt bij aan de ambities die zijn verbonden aan de beleidsthema's van de provincie Utrecht. Hieronder wordt dit nader toegelicht. In het provinciale ruimtelijk beleid wordt ingezet op binnenstedelijke ontwikkeling op goed bereikbare locaties. Hiermee wordt de ruimtevraag op duurzame wijze geaccommodeerd.

De binnenstedelijke opgave biedt daarbij kansen om de leefbaarheid in de steden en dorpen te verbeteren, als er voldoende aandacht is voor de kwaliteit van de woningen en de woonomgeving. De realisatie van de beoogde ontwikkeling binnen het stedelijk gebied draagt bij aan een vitale stad. Vervanging van verouderde bebouwing door nieuwbouw en verbetering van de openbare ruimte zorgen voor verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. De groenvoorzieningen op diverse plekken in het plangebied (groene gevels, daken, pergola's, speelplekken etc.) voegen kwalliteit toe aan de omgeving, en zullen bewoners en omwonenden stimuleren om buiten te verblijven. Zo wordt een gezonde en aantrekkelijke woonomgeving geraliseerd. Ook stimuleren de kleinschalige maatschappelijke- of buurt voorzieningen en het sportveld de contacten tussen buurtbewoners. Dit bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)

15

draagt bij aan een fijne en veilige leefomgeving. Het streven van provincie Utrecht is om in 2050 een C O2-neutrale provincie te zijn. Ook zal sprake moeten zijn van een klimaatbestendige provincie. De beoogde nieuwe buurt zal een klimaatadaptieve buurt worden, waarbij genoeg mogelijkheden voor verkoeling en voldoende wateropvang worden gecreëerd. Daken en waar mogelijk gevels worden volledig ingezet voor groen en/of hernieuwbare energieopwekking. Bij de beoogde ontwikkeling zal duurzaamheid met zorg worden geïntegreerd in het plan. In de prestatieafspraken met de woningbouw corporatie is de energieprestatie beperkt tot het wettelijk minimum uit het Bouwbesluit, deze is niet energie- of klimaat-neutraal. De beoogde energieprestatie voldoet aan het wettelijk BENG1, 2 en 3 en de overige eisen uit het Bouwbesluit. De beoogde energieprestatie voldoet daarmee aan de gemaakte prestatieafspraken voor 2022. In voorliggende situatie zal de beoogde ontwikkeling daarnaast op zorgvuldige wijze aangesloten worden op het bestaande mobiliteitsnetwerk, en waar mogelijk zal dit netwerk worden versterkt. Daarbij zal er aandacht zijn voor afstemming van vraag en aanbod aan infrastructuur, een goede bereikbaarheid van het plangebied en voldoende parkeergelegenheid voor zowel auto's (op afstand) als fietsen.

De beoogde ontwikkeling sluit aan op de ambitie om te voorzien in een mobiliteitssysteem dat efficiënt met ruimte omgaat, en dat goed bereikbaar is. Het plangebied is goed aangesloten op het mobiliteitsnetwerk, en is hiermee goed bereikbaar. De beoogde ontwikkeling sluit goed aan op de ambities uit de Omgevingsvisie. Door deze ontwikkeling wordt namelijk gezorgd voor een gezonde en veilige leefomgeving. Interim Omgevingsverordening In de (Interim) Omgevingsverordening staan de juridische regels die bij de Omgevingsvisie horen. In de kaarten behorend bij de Omgevingsverordening wordt het plangebied aangewezen als stedelijke locatie. Er zal aangetoond moeten worden dat de beoogde woningbouw binnen het regionaal woningbouwprogramma past. In voorliggende situatie past de beoogde ontwikkeling binnen de regionale woningbouwopgave, zoals ook volgt uit de 'Laddertoets' (zie paragraaf 2.1.3). De realisatie van de beoogde ontwikkeling binnen het stedelijk gebied draagt bij aan een vitale stad, en is niet in strijd met de provinciale Omgevingsverordening. 2.2.2

Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling (2016)

Het Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling is in 2016 vastgesteld. Vanuit de centrale missie 'Utrecht Topregio' is het hoofddoel voor binnenstedelijke ontwikkeling: 'Blijvend aantrekkelijke steden en dorpen waar het goed wonen, werken en ontmoeten is'. De drie hoofdambities voor binnenstedelijke ontwikkeling zijn: Een aanbod van stedelijke milieus passend bij de vraag. Waaronder het realiseren van een passend woningaanbod, het transformeren, revitaliseren of creëren van werklocaties en het in stand houden en creëren van aantrekkelijke centrumgebieden. Een toekomstbestendige binnenstedelijke kwaliteit. Waaronder het realiseren en versterken van een goede woonomgeving, het creëren van een aantrekkelijk vestigingsmilieu, energieneutrale nieuwbouw en een gezonde binnenstedelijke leefkwaliteit. Optimaal gebruik van de binnenstedelijke ruimte. Waaronder het realiseren van binnenstedelijke woningbouw, transformatie van bestaande bedrijventerreinen en kantorenlocaties en beleefbaar water en groen in het stedelijk gebied. De focus bij binnenstedelijke ontwikkeling ligt op vastgoed en openbare ruimte. Van provinciale betrokkenheid bij binnenstedelijke ontwikkeling kan pas sprake zijn als een of meer van de stedelijke functies wonen, werken, winkelen aan de orde is.

Bij wonen gaat het vooral om toevoeging van woningen om bij te dragen aan het wegwerken van het woningtekort, terwijl het bij werken en winkelen vooral gaat om transformeren, revitaliseren en herstructureren. Uitvoering vindt enerzijds plaats door 'verbinding in gebieden' en anderzijds door 'verbinding op thema'. Plangebied De beoogde ontwikkeling is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied en draagt bij aan de hoofdambities. Er wordt namelijk voorzien in nieuwe woningen welke aansluiten op de woningvraag binnen Utrecht. Hiermee wordt een aantrekkelijke en goede woonomgeving gerealiseerd, waarbij ook rekening gehouden wordt met de thema's duurzaamheid en gezondheid. Door dit gebied te herontwikkelen wordt optimaal gebruik gemaakt van de binnenstedelijke ruimte en wordt een kwalitatief hoogwaardig woongebied gecreëerd. Resumerend gesteld past de beoogde ontwikkeling binnen de hoofdambities uit het Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling.

1 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)

Utrecht

2.2.3

Waterkoers 2016-2021

Water is een belangrijke pijler van een veilige, gezonde en prettige leefomgeving. Vanuit die achtergrond werkt Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden aan bescherming tegen overstromingen, een gezond grond- en oppervlaktewatersysteem en het zuiveren van afvalwater. In 2016 is het meerjarig waterbeheerplan, genaamd "Waterkoers 2016-2021", door het Hoogheemraadschap vastgesteld. In dit waterbeheerplan staat in hoofdlijnen hoe het Hoogheemraadschap de komende jaren wil samenwerken met diverse partijen aan het waterbeheer van de toekomst. Het Hoogheemraadschap werkt daarbij aan veiligheid, voldoende en gezond water. Het watersysteem is van groot belang voor een veilige, gezonde en prettige leefomgeving. Daarnaast zet het Hoogheemraadschap ook in op het werken aan een prettige leefomgeving waar we het water ook recreatief kunnen gebruiken. Het Hoogheemraadschap streeft naar een klimaatbestendig en waterrobuuste leefomgeving, en zet daarbij in op innovatie en multidisciplinaire en multisectorale samenwerking. Voor de ontwikkeling is een waterparagraaf opgesteld, waarbij ingegaan wordt op de rol die water speelt bij de beoogde ontwikkeling. In paragraaf 5.11 is de waterparagraaf opgenomen.

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1 Coalitieakkoord 'Inevsteren in Utrecht: kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat' Op 1 juni 2022 is het coalitieakkoord gepresenteerd. In het coalitieakkoord staat aan welke onderwerpen de coalitiepartijen GroenLinks, D66, PvdA, Student & Starter en ChristenUnie de komende jaren in Utrecht willen werken. In Utrecht wordt gebouwd, gewerkt en geleefd. Het gaat goed met veel inwoners. Maar er zijn ook Utrechters die moeite hebben mee te komen in de maatschappij. De coalitiepartijen willen werken aan gelijke kansen, betaalbare woningen en het klimaat: De groeiende ongelijkheid in de stad De coalitiepartijen zetten een stap extra voor Utrechters die steun in de rug nodig hebben. De aandacht gaat vooral uit naar Utrechters bij wie het niet vanzelf goed gaat. Voor de doelen en maatregelen in het coalitieakkoord geldt het principe 'ongelijk investeren voor gelijke kansen'. Sociale en ruimtelijke vraagstukken gaan hier hand in hand: een prettige en veilige leefomgeving met voldoende voorzieningen, goed onderwijs, een stage of baan en (mentale) gezondheid zijn hierbij allemaal belangrijk. De grote woningnood Met een sociaal volkshuisvestingsbeleid willen de coalitiepartijen ervoor zorgen dat mensen in onze stad kunnen blijven wonen of kunnen komen wonen.

De coalitiepartijen vinden het belangrijk dat Utrecht een leefbare, betaalbare, duurzame en gezonde stad is en blijft. Groei is geen doel op zich, het moet duurzaam in balans zijn. Dat betekent dat er ruimte moet zijn voor zowel rust als reuring. Het houdt ook in dat woningen duurzaam, betaalbaar en van goede kwaliteit zijn. En het betekent ook dat er genoeg voorzieningen in de wijken zijn. Het grote tekort aan betaalbare woningen vergroot de ongelijkheid tussen mensen. Daarom grijpen de coalitiepartijen in bij grote ongelijkheid op de woningmarkt. Ook hier is extra aandacht voor groepen die niet automatisch de ruimte krijgen, zoals mensen met lage inkomens, studenten, daklozen, starters en ouderen. De klimaatcrisis De coalitiepartijen kiezen voor stevige maatregelen om een bijdrage te leveren aan het aanpakken van de klimaatcrisis. De coalitiepartijen benutten alle mogelijkheden voor duurzame energieproductie binnen de Utrechtse gemeentegrenzen en gaan met bewoners en ondernemers ambitieus aan de slag met energiebesparing. Nieuwbouw is energiezuinig en klimaatadaptief en de coalitiepartijen gaan actief aan de slag met geothermie en aquathermie. De coalitiepartijen blijven investeren in lopen, fietsen, openbaar vervoer en elektrisch rijden om de brandstofmotor uit de stad te laten verdwijnen en om een bijdrage te leveren aan de wereldwijde klimaataanpak.

De coalitiepartijen geven groen in de stad een flinke impuls en maken de openbare ruimte zoveel mogelijk publiek toegankelijk. Rond de stad creëren de coalitiepartijen natuur en landschap van groter formaat met een combinatie van natuur, recreatie en energieproductie. Naast deze 3 grote opdrachten zien de coalitiepartijen ook veel kansen voor Utrecht. Utrecht is een (veer)krachtige stad. Kennisinstituten, bedrijven en maatschappelijke organisaties die zich bezighouden met gezondheid voegen zich samen in onze stad en regio. Dit past heel goed bij het doel dat de gemeente Utrecht al jaren heeft: gezond stedelijk leven voor iedereen mogelijk maken. bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)

17

Samenwerking met (maatschappelijke) partners op het thema gezondheid is één van de manieren om de grote uitdagingen van onze tijd aan te pakken. Plangebied De beoogde ontwikkeling voorziet in hoogwaardige nieuwbouwwoningen. Door deze verdichting wordt de woningvoorraad met circa 140 woningen uitgebreid. Het gemengde woonprogramma zorgt daarbij dat er binnen de nieuwe woonbuurt plaats is voor iedereen. Ten opzichte van de huidige situatie, te weten flatbebouwing met 174 sociale huurwoningen, is er in de nieuwe situatie sprake van minder sociale huurwoningen. De woningen worden niet energie- of klimaat-neutraal uitgevoerd, maar het plangebied wordt zo groen mogelijk en autovrij ingericht. Hiermee wordt een gezonde en veilige leefomgeving gecreëerd en past dit plan binnen de meeste doelstellingen van het collegeprogramma. 2.3.2

Omgevingsvisie Utrecht

In de omgevingsvisie staat wat het gemeentelijke beleid is voor de 'fysieke leefomgeving'. Dit is de omgeving waarin we wonen, werken en recreëren. De ondergrond, de lucht en het water maken deel uit van de leefomgeving, maar ook de gebouwen, bestrating en planten. De omgevingsvisie bevat drie niveaus: 1.

2.

3.

De koers: het beleid voor de lange termijn. Utrecht kiest voor een gezonde groei als koers voor de lange termijn. Utrecht groeit van een gemeente met 340.000 inwoners in 2016 naar ongeveer 455.000 inwoners in 2040. Daarom bouwen we de komende jaren duizenden woningen. Bij het bouwen van nieuwe woningen staan gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid voorop. De gemeente wil de woningen binnen het stedelijk gebied bouwen en daarbij flink investeren in de openbare ruimte en voorzieningen. Thematisch beleid: het gemeentelijke beleid over een bepaald onderwerp. Het thematisch beleid, ook wel sectoraal beleid genoemd, beziet een bepaald aspect van de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld geluidhinder, verkeer of bodemkwaliteit. Deze aspecten vertegenwoordigen een belang dat door het gemeentebestuur wordt meegewogen, als het bestuur een besluit neemt over een activiteit die invloed kan hebben op de fysieke leefomgeving. Bij het bouwen van een nieuwe woonwijk, onderzoekt de gemeente of dat wel kan gezien de geluidhinder rond die woonwijk, of het verkeer wel goed afgewikkeld kan worden en of de bodemgesteldheid het bouwen van woningen toelaat. De uitkomst van dat onderzoek kan bijvoorbeeld zijn dat de gemeente het bouwen niet gaat toestaan of onder bepaalde voorwaarden. Gebiedsbeleid: beleid dat alleen in een bepaald gebied geldt.

In gebiedsbeleid staat wat de gemeente in een gebied, wijk of buurt wil. De koers en het thematische beleid worden vertaald in beleid voor dat gebied, voor zover dat mogelijk is. Uit het gebiedsbeleid kan afgeleid worden welke veranderingen de gemeente wil toestaan en welke waarden in het gebied behouden moeten blijven.

De omgevingsvisie is digitaal te raadplegen via: www.utrecht.nl/bestuur-en-organisatie/beleid/omgevingsvisie/. Niet alle gemeentelijke beleidskaders hebben betrekking op het plangebied. Hieronder worden daarom alleen de relevante beleidskaders nader toegelicht. 2.3.3

Ruimtelijke Strategie 2040 'Utrecht dichtbij – de tien-minutenstad'

Het ruimtelijke beleid voor de langere termijn is vastgesteld in de Ruimtelijke Strategie 2040 'Utrecht dichtbij: de tien-minutenstad' (hierna: RSU 2040). De RSU 2040 is één van de koersdocumenten van de Omgevingsvisie Utrecht. Daarmee maakt de RSU 2040 deel uit van één van de instrumenten van de Omgevingswet, die op 1 juli 2022 in werking treedt. Dat betekent dat de ambities uit de RSU 2040 doorwerken in de regels die vanaf 1 juli 2022 in het omgevingsplan zullen worden vastgelegd. De RSU 2040 is op 15 juli 2021 vastgesteld en bevat uitgangspunten voor een gezonde groei en ontwikkeling van de stad in 2040. In de strategie verbinden we belangrijke thema's met elkaar, zoals mobiliteit, economie, voorzieningen, wonen, energie, groen, sport en ontspanning en werk. Ook is beschreven hoe Utrecht zich kan ontwikkelen tot tien-minutenstad. Daarmee zorgt de gemeente ervoor dat de groei van het aantal inwoners en woningen in balans blijft met een toename van groen in de stad, met een groei van banen en voorzieningen, met een passende infrastructuur voor verkeer en vervoer en met de ambities op basis van de energietransitie. Om bij de groei de specifieke kwaliteiten van de stad te behouden, kiezen we ervoor een stad te zijn waarin alle belangrijke functies voor dagelijks gebruik dichtbij de woon- en werkomgeving te vinden zijn: Utrecht, de tien-minutenstad.

Daarbij zijn twee hoofdstructuren leidend voor het ordenen van de nieuwe plekken in de stad, namelijk de groenstructuur en de mobiliteitsstructuur. Groen, landschap en water in en rond de stad zijn een voorwaarde voor gezonde stedelijke ontwikkeling, 1 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)

Utrecht

voor groenbeleving en recreatie, maar ook voor bijvoorbeeld klimaatadaptatie en biodiversiteit. Daarmee wordt de bestaande stad ook versterkt. Er worden functies toegevoegd en de kwaliteit van de stad wordt verbeterd. We maken de keuze om de groei van de stad op een aantal plekken in de stad te concentreren, waar hoge bouwvolumes worden gerealiseerd. Daarmee verandert Utrecht van een stad met één centrum naar een stad met meerdere centra. Op deze nieuwe knooppunten komen veel verschillende stedelijke functies samen: een mix van wonen, werken, voorzieningen en groen. Hierdoor beperkt de gemeente ook de groei van het aantal vervoersbewegingen. De Merwedekanaalzone, het Jaarbeursterrein en Leidsche Rijn zijn gebieden waar komende jaren veel gebouwd wordt. Maar er wordt ook gebouwd op kleinere plekken, zoals bij de 2e Daalsedijk en het Kruisvaartterrein. Ook in de binnenstad, het stationsgebied, het Utrecht Science Park, Leidsche Rijn Centrum en Papendorp is ruimte voor extra woningen, winkels en bedrijven. En voor cultuur en maatschappelijke instellingen. Omdat er met de met de ambities van de RSU 2040 veel geld gemoeid gaat, is in de RSU 2040 ook een investeringsstrategie opgenomen. Daarnaast is een uitvoeringsstrategie opgesteld, waarin staat welke ontwikkelingen als eerste plaatsvinden en in welke tijdsvolgorde de stad zich tot 2040 ontwikkelt.

Ook heeft de gemeenteraad op 12 maart 2020 het koersdocument Leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen vastgesteld. Hierin staan de ontwikkelopgaven voor scholen, sportplekken en andere maatschappelijke voorzieningen. Zie hiervoor paragraaf 2.3.4 Leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen. Het document Gezondheid voor iedereen, volksgezondheidbeleid 2019-2023 is ook onderdeel van de koers. Zie hiervoor paragraaf 2.3.5 Gezond stedelijk leven. Plangebied De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van een nieuwe woonbuurt op een plaats waar sprake is van verouderde flatbebouwing. De bestaande stedelijke ruimte wordt optimaal benut door dit gebied te herontwikkelen. Dit zal een kwaliteitsimpuls voor de wijk Overvecht geven. De nieuwe woonbuurt zal zo worden ingericht dat sprake is van een leefbare en gezonde leefomgeving, met voldoende voorzieningen op korte afstand. De beoogde kleinschalige maatschappelijke of buurtvoorzieningen zullen ook kwaliteit toevoegen aan de woonbuurt. Deze voorzieningen verbeteren de leefbaarheid, doordat bewoners en omwonenden elkaar hier gemakkelijk kunnen ontmoeten. 2.3.4

Leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen

Op 12 maart 2020 heeft de gemeenteraad het koersdocument Leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen vastgesteld. Hierin staan de ontwikkelopgaven voor scholen, sportplekken en andere maatschappelijke voorzieningen. Een leefbare en complete stad vraagt om een divers en hoogwaardig voorzieningenniveau. De uitdaging is dit zó te doen dat deze toegankelijk zijn voor iedereen, uitnodigen tot ontmoeting en verbinding tussen bewoners en tot optimaal gebruik leiden van, in sommige buurten letterlijk, schaarse ruimte. In het koersdocument wordt beschouwd op welke wijze dit bereikt kan worden. In het koersdocument wordt aangegeven dat er voldoende speelplekken voor kinderen en jongeren moeten zijn. Daarnaast draagt sporten en bewegen eraan bij dat inwoners zich gezond(er) voelen. De maatschappelijke meerwaarde van sport is groot, en draagt bij aan een gezonde leefomgeving. De gemeente Utrecht streeft naar een optimale sportinfrastructuur, die mensen uitnodigt tot sporten en bewegen als onderdeel van een gezonde leefstijl. Plangebied De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van woningen. Daarnaast worden ook voorzieningen gerealiseerd, zoals speelplekken voor kinderen van verschillende leeftijden en een sportkooi. Door te voorzien in speel- en sportvoorzieningen binnen de stad wordt bijgedragen aan een leefbare stad.

Daarnaast zullen de beoogde kleinschalige maatschappelijke of buurtfuncties onder de tribune van het sportveld bijdragen aan ontmoeting en het realiseren van een prettige woonbuurt.

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)

19

2.3.5

Gezond stedelijk leven

Nota Gezondheid voor iedereen – VolksgezondheidsbeleidUtrecht 2019-2023 De ambitie van de nota is dat mensen op een prettige, gezonde manier in de groeiende stad Utrecht kunnen wonen, werken en leven. Met de nota worden kansen benut door gezondheid te koppelen aan gebiedsontwikkeling, duurzaamheid, mobiliteit en sociale- en economische ontwikkelingen. In de nota is gezonde leefomgeving één van de 7 speerpunten. De ambitie is een gezonde leefomgeving voor elke Utrechter die zo is ingericht dat gezond leven gemakkelijk is, de druk op gezondheid zo laag mogelijk is en dat mensen zich prettig voelen. Gezond leven is gemakkelijk De openbare ruimte wordt zo ontworpen dat deze voor iedereen bespeelbaar is en uitnodigt om te bewegen, te sporten, te verblijven en te ontmoeten. De voetganger en de fietser krijgen vaker voorrang dan de auto en krijgen meer ruimte. Het openbaar vervoer wordt een aantrekkelijk alternatief door betere bus-, tram- en treinverbindingen. Nieuwe woonwijken worden zo ontworpen dat de auto minder nodig is. Door voorzieningen dichtbij en door ontmoetingsplekken wordt ontmoeting gefaciliteerd. Dit draagt bij aan de sociale cohesie in de buurt. Er wordt toegewerkt naar een omgeving waar Utrechters gemakkelijk voedselkeuzes kunnen maken die gezond zijn voor mens, dier en milieu.

De druk op de gezondheid is zo laag mogelijk Er wordt gekozen om idealiter geen nieuwe woningen binnen 100 meter van een autosnelweg te realiseren. Ook wordt de markt uitgedaagd om bij nieuwe gebiedsontwikkelingen aan drukke binnenstedelijke wegen (>10.000 motorvoertuigen per etmaal), met (innovatieve) maatregelen te komen die de gezondheidseffecten door luchtverontreiniging en geluidbelasting minimaliseren met behoud van een goed binnenmilieu en een prettige woon-en verblijfskwaliteit. Voor groepen mensen die extra gevoelig zijn voor luchtverontreiniging (ouderen, mensen met een zwakke gezondheid en kinderen van 0-18 jaar) wordt bij het bestemmen van nieuwbouw van voorzieningen (scholen, kinderopvang en woon(zorg)voorzieningen) bij drukke binnenstedelijke wegen (>10.000 motorvoertuigen per etmaal) een minimale afstand van 50 meter en bij autosnelwegen een minimale afstand van 300 meter aangehouden. Voor bestaande voorzieningen die renovatie, aanbouw of vervangende nieuwbouw nodig hebben, wordt onderzocht of een alternatieve locatie ruimtelijk en binnen de financiële kaders mogelijk is. Bij tijdelijke schoolgebouwen en noodlokalen wordt er ook naar gestreefd om aan het afstandscriterium te voldoen.

Er worden hogere lokale ambitiewaarden voor geluid gehanteerd dan de wettelijke grenswaarden namelijk 63 dB voor nieuwe situaties langs wegen en spoorwegen (dit is 5 dB lager dan de wettelijke grenswaarde). Ook worden stille plekken beschermd. In dit licht worden geen horecavoorzieningen toegestaan in stille hofjes en rustige woonstraten. Bij bouwplannen moeten alle soorten woningen (sociale huur, midden huur, koopwoningen etc.) in het plan een vergelijkbare lucht- en geluidskwaliteit hebben. Nieuwe wegen, woningen en kantoren leiden niet tot een hogere druk op gezondheid door bijvoorbeeld een slechtere lucht- of geluidskwaliteit. Als dat toch zo is, dan compenseren we de extra druk door aanvullende maatregelen zoals een geluidsluwe zijde en extra groen. Mensen voelen zich prettig Een evenwichtige balans tussen wonen, werken en recreëren is belangrijk voor een gezonde leefomgeving. Zo is er ruimte voor groen, water en is er ruimte om te spelen, te ontmoeten en te bewegen. Dit betekent ook dat er voldoende ruimte is om te recreëren in de buurt. Er zijn voldoende (maatschappelijke) voorzieningen en er is aandacht voor diversiteit in functies van de openbare ruimte. De aanwezigheid van groen is goed voor de gezondheid van mensen, en voor de biodiversiteit in de stad.

Groene ruimtes nodigen uit tot bewegen, zorgen voor verkoeling, zijn belangrijk als recreatieve (ontmoetings-) ruimte en absorberen geluid. Straten, pleinen, binnenterreinen, daken en gevels worden zo groen mogelijk ingericht volgens het 'groen tenzij' principe. Elke Utrechter heeft de mogelijkheid om vanuit zijn woning een prettig ommetje te maken, want dat nodigt mensen uit tot meer bewegen en draagt bij aan ontmoeten. Plangebied In paragraaf 5.19 Gezond stedelijk leven is op het Gezond stedelijk leven ingegaan. In paragraaf 5.1 Geluidhinder is ingegaan op de geluidssituatie en in paragraaf 5.6 Luchtkwaliteit is ingegaan op de luchtkwaliteit in het plangebied.

2 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)

Utrecht

2.3.6 Nota Bodembeheerplan 2017-2027 'Grondig Werken 4' (2017) en Aanvulling Nota Bodembeheerplan 2017-2027 beleid PFAS (2020) In 2017 is de Nota Bodembeheer 2017-2027 'Grondig Werken 4' vastgesteld. De Nota bodembeheer 2012–2022 is met de voorliggende Nota bodembeheer 2017-2027 geactualiseerd. Utrecht groeit en er wordt zowel in de stad als aan de randen veel gebouwd. Door deze bouwinitiatieven is de vraag naar bouwgrond in Utrecht groot. Deze bouwgrond wordt momenteel van elders (vaak over lange afstand) aangevoerd. De aanpak in de Nota Bodembeheer 2017 – 2027 zorgt ervoor dat de benodigde grond duurzaam uit de eigen en uit omliggende gemeenten in de regio kan komen, wat bijdraagt aan een gezonde verstedelijking en een circulaire economie. Daarbij is de ambitie om maximaal voordeel te behalen voor mens en milieu, efficiënter te werken (goedkoper, kortere doorlooptijden) en werk met werk te maken. In de Nota bodembeheer staat hoe beschikbare vrijgekomen grond en baggerspecie op en in de landbodem van de gemeente Utrecht mag worden opgeslagen, hergebruikt of toegepast en welke regels en procedures hierbij gelden. De nota is bedoeld voor professionele partijen. De gemeente Utrecht volgt zoveel mogelijk het algemene landelijke beleid zoals dat is opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit. Dit landelijke beleid past echter niet in elke lokale situatie.

De wetgever heeft het mogelijk gemaakt om lokaal beleid toe te staan. In Utrecht speelt, naast de grote vraag naar bouwgrond, mee dat gebiedseigen grond niet altijd kan worden hergebruikt en dat er te weinig hergebruiksmogelijkheden zijn. De lokale gebiedsgerichte invulling sluit aan bij de functie, kwaliteit en ontwikkelingen van een gebied. De nota is hierdoor ingedeeld in: gebiedsspecifiek beleid, ander gemeentelijk beleid en landelijk beleid. Het gebiedsspecifieke beleid bestaat uit: een uitbreiding van het beheergebied en acceptatie van bodemkwaliteitskaarten uit omringende gemeenten; lokale maximale waarden op gebiedsniveau om zo gebruik te maken van de toegestane kwaliteit die past bij de bodemfunctie. Het betreft enkele wijken van Leidsche Rijn en de gemeentelijke hoofdwegen aan de oostzijde van de stad. Met deze lokale maximale waarden sluiten we aan bij de (toekomstige) woonfunctie van de wijken of industriefunctie van de hoofdwegen; lokale maximale waarden voor de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB's) en organochloor bestrijdingsmiddelen (OCB's) binnen bepaalde gebieden. Bij beide stofgroepen is met de lokale maximale waarden aangesloten bij de gebiedseigen kwaliteit; lokale maximale waarden voor het Noorderpark.

Aangesloten is bij de gebiedseigen kwaliteit; een strengere eis met betrekking tot het gewichtspercentage bodemvreemd materiaal bij het toepassen van grond. Ander gemeentelijk beleid bestaat uit: strengere onderzoekseisen bij bodemonderzoek en hergebruik van arseenhoudende veenlagen afkomstig van bodemlagen dieper dan 2 meter; een strengere eis met betrekking tot het volumepercentage bodemvreemd materiaal bij het toepassen van grond; regels voor het toepassen van grond met zichtbare asbestdeeltjes (dit is geen verplichting, maar een advies. De gemeente heeft hierin een voorbeeldfunctie en verplicht zichzelf wel); regels voor het toepassen van grond vanuit diepere bodemlagen; tijdelijke uitname van grond bij kabels- en leidingen cunetten (uitgravingen). verminderde onderzoeksinspanning voor gebieden met een verhoogde kans op bestrijdingsmiddelen. Landelijk beleid geldt voor alle andere gebieden en stoffen die niet onder het gebiedsspecifiek beleid of ander gemeentelijk beleid vallen. In paragraaf 5.7 wordt voor het plangebied nader ingegaan op het aspect bodem.

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)

21

2.3.7

Visie Water en Riolering en Water en visie Klimaatadaptatie (2022)

De gemeenteraad heeft in februari 2022 de 'Visie Water en Riolering' en de Visie Klimaatadaptatie vastgesteld. De visie 'Water en Riolering' bevat het gemeentelijke beleidskader voor de invulling van de wettelijke zorgplicht op het gebied van water en riolering en is onderdeel van de gemeentelijke omgevingsvisie voor het thema water en riolering. De visie vormt samen met het programma water en riolering het nu nog wettelijk verplichte Gemeentelijk Rioleringsplan en is daarmee de opvolger van het Plan Gemeentelijke Watertaken Utrecht 2016-2019. Deze wettelijk verplichting verdwijnt met de invoering van de Omgevingswet. De Visie Klimaatadaptatie geeft aan wat nodig is om Utrecht voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering. Utrecht zal in de toekomst steeds vaker te maken krijgen met de gevolgen van het veranderende klimaat en is gevoelig voor het vaker voorkomen van extreme regenbuien, wateroverlast en langere perioden van hitte en droogte. Het is dan ook van belang om hier bij nieuwe bouwontwikkelingen rekening mee te houden en de bebouwde omgeving zo goed mogelijk aan te passen aan het veranderende klimaat. De visie klimaatadaptatie sluit aan op de visie Water en Riolering, omdat de verwerking en het beheer van hemel-, riool-, oppervlakte- en grondwater een belangrijke bijdrage levert aan het geschikt maken van Utrecht tegen de veranderende omstandigheden.

Door de toenemende hoeveelheid verharding in steden wordt het steeds moeilijker om water makkelijk weg te krijgen. Daarom wordt geappelleerd aan een duurzame manier van bouwen waar klimaatadaptie een onderdeel van is. Als Utrecht klimaatrobuust wil zijn zal de sponswerking van de stad vergroot moeten worden. We willen hemelwater niet langer afvoeren via het riool naar de rioolwaterzuivering, maar het regenwater zoveel mogelijk vasthouden op de plek waar het valt. Zowel op eigen terrein, in de openbare ruimte, in de bodem of in het oppervlaktewater. Hiervoor moet zo veel mogelijk oppervlak onverhard blijven en vergroend worden, zodat het riolerings- en afwateringssysteem wordt ontlast en zodat er water beschikbaar is in perioden van droogte. Een voorwaarde voor deze vergroening en voor het toevoegen van meer bomen, is dat de bovengrond en ondergrond op elkaar worden afgestemd en dat er ruimte wordt gemaakt voor het planten van groen en bomen. Het beleid voor klimaatadaptatie is ook vastgelegd in de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie, waarin voorstellen zijn opgenomen om de ruimtelijke inrichting van Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te maken. Alle overheden en marktpartijen zijn daar samen verantwoordelijk voor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=7c5c7d29-086b-4d75-aaa0-c8bf47086a4b