Bijlage rekenvoorbeeld.docx.pdf
Tekst van het document
BIJLAGE Voorbeeld compontentenbenadering versus onderhoudsbenadering In de notitie Materiële vaste activa (januari 2020) van de commissie BBV is in de bijlage de volgende uitwerking inclusief voorbeeld over de componentenmethode opgenomen: De toepassing van de componentenbenadering kan worden geïllustreerd aan de hand van het verkrijgen van een kantoorpand. Het pand is daarbij, conform artikel 52 BBV, tenminste op te delen in de volgende componenten: Grond -> niet op afschrijven Gebouw -> stel: afschrijven in 40 jaar Verwarmingsinstallaties -> stel: afschrijven in 15 jaar Liftinstallatie -> stel: afschrijven in 20 jaar Vloerbedekking -> stel: afschrijven in 10 jaar De lasten voor de te onderscheiden samenstellende delen worden op basis van bovenstaande opdeling afzonderlijk opgenomen en afgeschreven. In dit voorbeeld kan na 15 jaar de cv-ketel worden vervangen en opnieuw worden geactiveerd. Wanneer de levensduur van bijvoorbeeld de cv-ketel onverwacht technisch eerder eindigt, kan binnen de componentenbenadering de cv-ketel toch vervangen en geactiveerd worden. De restant boekwaarde van de oude cv-ketel dient dan wel in één keer te worden afgeboekt. Er kan alleen worden afgeschreven op activa die in gebruik zijn. De restantboekwaarde kan niet worden ingebracht als onderdeel van de te activeren vervaardigingsprijs van de nieuwe cv-installatie.
Voorbeeld – activeren met de componentenbenadering Vervaardiging (bouw) van een gebouw met een kostprijs van € 2.000.000. Hiervan heeft € 200.000 betrekking op de grond. Bij de investering worden de volgende schattingen gemaakt. De gebruiksduur van het gebouw bedraagt 40 jaar. Eens per 15 jaar dient de bitumenlaag van het dak te worden vervangen (investering € 45.000). De gebruiksduur van de lift wordt geschat op 20 jaar. Het investeringsbedrag voor de lift bedraagt € 100.000. De vloerbedekking (investeringsbedrag € 25.000) gaat 10 jaar mee. Uitwerking: Indien de oorspronkelijke bestanddelen van de grond, de dakbedekking, de lift en de vloerbedekking volgens de componentenbenadering zijn afgesplitst van de totale vervaardigingsprijs, worden de afschrijvingen als volgt bepaald: - Grond: - Dakbedekking: - Lift: - Vloerbedekking: - Gebouw: (restant) Afschrijving jaar 1:
€ 200.000 (mag niet op worden afgeschreven) € 45.000/15 jaar € 100.000/20 jaar € 25.000/10 jaar € 1.630.000/40 jaar
€ € € € € €
0 3.000 5.000 2.500 40.750 51.250
Na 14 jaar wordt de dakbedekking (vervroegd) vervangen voor een bedrag van € 48.000. Na 21 jaar wordt de lift vervangen voor een bedrag van € 110.000. De vloerbedekking wordt regulier na 10 jaar vervangen voor € 30.000. De afschrijving van het gebouw wijzigt niet. De (her)investering van het vervangen van de dakbedekking na 14 jaar ad € 48.000 wordt als nieuw afzonderlijk bestanddeel geactiveerd als onderdeel van het gebouw en wordt opnieuw afgeschreven over de verwachte gebruiksduur van 15 jaar. Aangezien de dakbedekking eerder wordt vervangen dan was voorzien, wordt de resterende
boekwaarde ad € 3.000 van de oorspronkelijke investering (= € 45.000 minus 14 x € 3.000 afschrijving) als boekverlies verantwoord in de exploitatie. De nieuwe afschrijvingslast bedraagt € 3.200. De (her)investering van de lift ad € 110.000 wordt als nieuw afzonderlijk bestanddeel geactiveerd en wordt vervolgens afgeschreven over de verwachte levensduur. Er is geen afboeking van een restantboekwaarde noodzakelijk, aangezien de boekwaarde van het liftbestanddeel aan het eind van jaar 20 nihil is. Er is 1 jaar (in jaar 21) geen afschrijvingslast. De nieuwe afschrijvingslast bedraagt € 5.500. De (her)investering van de vloerbedekking ad € 30.000 wordt als nieuw afzonderlijk bestanddeel geactiveerd en wordt vervolgens afgeschreven over de verwachte levensduur. Er is geen afboeking van een restantboekwaarde noodzakelijk, aangezien de boekwaarde van de vloerbedekking aan het eind van jaar 10 nihil is. De nieuwe afschrijvingslast bedraagt € 3.000.
Onderhoudsbenadering Gemeenten kunnen er ook voor kiezen om een materieel actief in zijn geheel te activeren en één afschrijvingstermijn te hanteren. De onderdelen die een kortere gebruiksduur hebben dan de vooraf bepaalde gebruiksduur van het gehele actief, en dus eerder vervangen moeten worden, vallen onder het groot onderhoud. Via het vormen van een onderhoudsvoorziening kunnen de kosten van toekomstig groot onderhoud gelijkmatig gespreid worden in de tijd. Deze methodiek wordt momenteel door de gemeente Utrecht gehanteerd. Het voorgenoemde voorbeeld uit de componentenbenadering ziet er via de onderhoudsbenadering als volgt uit: - Grond: - Gebouw: (restant) Afschrijving jaar 1:
€ 200.000 (mag niet op worden afgeschreven) € € 1.800.000/40 jaar € €
0 45.000 45.000
In de voorziening groot onderhoud wordt vervolgens rekening gehouden met het moment van vervanging van de genoemde componenten. Voor deze vervangingen worden jaarlijks middelen toegevoegd aan deze voorziening. Mocht de dakbedekking dus na 14 jaar moeten worden vervangen, dan wordt daarmee rekening gehouden in het gehele onderhoudsplan en zijn de middelen (in dit voorbeeld € 48.000) in jaar 14 gereserveerd voor deze vervanging. Er ontstaan hierdoor geen eventuele boekverliezen bij eerdere vervanging of tijdelijke vrijval van kapitaallasten van een component die later wordt vervangen dan de economische levensduur.