CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Overzicht van de wijzigingen in Huisvestingsverordening gemeente Utrecht

Gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Wijziging Huisvestingsverordening gemeente Utrecht3.653 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage: Overzicht van de wijzigingen in Huisvestingsverordening gemeente Utrecht

Bestaande tekst: Artikel 1 Definities ……………

-

-

-

-

-

hospitaverhuur: de woonruimte wordt verhuurd aan maximaal twee personen, door iemand die voor minimaal vijftig procent juridisch eigenaar is van de woonruimte en die met zijn huishouden zelf in de woonruimte blijft wonen; partners die gezamenlijk een woonruimte in eigendom hebben, kunnen gezamenlijk maar aan maximaal twee personen verhuren. ingezetene: degene die in de Basisregistratie Personen van één van de gemeenten in de woningmarktregio is opgenomen en daar tenminste één jaar feitelijk en rechtmatig hoofdverblijf heeft in een woonruimte, die volgens het bestemmingsplan is aangewezen of bestemd voor permanente bewoning; onzelfstandige woonruimte: woonruimte die geen eigen toegang heeft, dus geen deur heeft die direct toegang geeft tot de woning en bereikbaar is via de straatzijde of vanuit een gemeenschappelijke verkeersruimte.

De woonruimte kan niet zelfstandig door een bewoner worden bewoond, omdat wezenlijke voorzieningen als keuken en sanitaire voorzieningen zich buiten de woonruimte bevinden; seniorenwoning: woonruimte die geschikt is voor personen van 65 jaar en ouder; woningvorming: van onzelfstandig in zelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden het verbouwen of in verbouwde staat houden van twee of meer woonruimten; zelfstandige woonruimte: woonruimte met een eigen toegang, die door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat het huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;

……….. Artikel 2 Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte

Nieuwe tekst Artikel 1 Definities …………….. -

Betaalbare nieuwbouw koopwoning: : een nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimte als bedoeld in artikel 7, tweede lid van de wet met een koopprijsgrens van maximaal € 390.000,-

-

hospitaverhuur: de woonruimte wordt verhuurd aan maximaal twee personen, door de verhuurder die voor minimaal vijftig procent juridisch eigenaar is van de woonruimte en die met zijn huishouden zelf in de woonruimte blijft wonen; partners die gezamenlijk een woonruimte in eigendom hebben, kunnen gezamenlijk maar aan maximaal twee personen verhuren. ingezetene: degene die in de Basisregistratie Personen van één van de gemeenten in de woningmarktregio is opgenomen en daar tenminste één jaar feitelijk en rechtmatig hoofdverblijf heeft in een woonruimte, die volgens het omgevingsplan is aangewezen of bestemd voor permanente bewoning; onzelfstandige woonruimte: woonruimte die geen eigen toegang heeft, dus geen deur heeft die direct toegang geeft tot de woning en bereikbaar is via de straatzijde of vanuit een gemeenschappelijke verkeersruimte. De woonruimte kan niet zelfstandig door een bewoner worden bewoond, omdat wezenlijke voorzieningen zich buiten de woonruimte bevinden;

-

-

-

woningvorming: Een woonruimte tot twee of meer zelfstandige woonruimten te verbouwen of die in verbouwde staat te houden;

…………

Artikel 2 Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte

1.

De volgende categorieën woonruimte mogen alleen voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend:

1.

De volgende categorieën woonruimte mogen alleen voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend:

a.

sociale huurwoningen;

a.

sociale huurwoningen;

b.

middenhuurwoningen die na 1 januari 2020 zijn opgeleverd.

b.

middenhuurwoningen die na 1 januari 2020 zijn opgeleverd;

c.

betaalbare nieuwbouw koopwoningen.

………….

………………

Artikel 3 Eisen voor verlening huisvestingsvergunning 1.Een aanvrager komt in aanmerking voor een huisvestingsvergunning als deze aan de volgende voorwaarden voldoet:

Artikel 3 Eisen voor verlening huisvestingsvergunning 1.

Een aanvrager komt in aanmerking voor een huisvestingsvergunning als deze aan de volgende voorwaarden voldoet:

a.

de leden van het huishouden hebben de Nederlandse nationaliteit of verblijven hier rechtmatig, zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet;

a.

de leden van het huishouden hebben de Nederlandse nationaliteit of verblijven hier rechtmatig, zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet;

b.

de aanvrager is 18 jaar of ouder;

b.

de aanvrager is 18 jaar of ouder;

c.

voor een sociale huurwoning is het huishoudinkomen niet hoger dan de € 44.035 voor een eenpersoonshuishouden € 48.625 voor een meerpersoonshuishouden;

c.

voor een sociale huurwoning is het huishoudinkomen niet hoger dan de € 47.699 voor een eenpersoonshuishouden en € 52.671 voor een meerpersoonshuishouden;

d.

voor een middenhuurwoning en een betaalbare nieuwbouw koopwoning is het huishoudinkomen niet hoger dan € 64.578 voor een eenpersoonshuishouden € 76.319 voor een meerpersoonshuishouden; en

d.

voor een middenhuurwoning en een betaalbare nieuwbouw koopwoning is het huishoudinkomen niet hoger dan € 62.191 voor een eenpersoonshuishouden en € 82.921 voor een meerpersoonshuishouden; e

e.

als er voorrangsregels gelden, komt de aanvrager op basis daarvan als eerste in aanmerking voor de woonruimte.

e.

als er voorrangsregels gelden, komt de aanvrager op basis daarvan als eerste in aanmerking voor de woonruimte.

2.

Bij vruchteloze aanbieding wordt een vergunning verleend in afwijking van de voorwaarden uit het eerste lid onder c., d. en e.

3.

De voorwaarde uit het eerste lid onder c. geldt niet voor degenen met een urgentie op volkshuisvestelijke of maatschappelijke gronden en voor degenen die uitgezonderd zijn van de inkomenstoets zoals vermeld in de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, bijlage 1 onder A.

2.

Bij vruchteloze aanbieding wordt een vergunning verleend in afwijking van de voorwaarden uit het eerste lid onder c., d. en e.

3.

De voorwaarde uit het eerste lid onder c. geldt niet voor degenen met een urgentie op volkshuisvestelijke of maatschappelijke gronden en voor degenen die uitgezonderd zijn van de inkomenstoets zoals vermeld in de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, bijlage 1 onder A.

4.

Bij woningruil en bij overlijden van de hoofdhuurder kan een huisvestingsvergunning worden verleend in afwijking van de voorwaarde uit het eerste lid onder e.

4.

Bij woningruil en bij overlijden van de hoofdhuurder kan een huisvestingsvergunning worden verleend in afwijking van de voorwaarde uit het eerste lid onder e.

5.

In afwijking van het eerste lid onder c. kan voor sociale huurwoningen met een huurprijs vanaf € 693,60 een huisvestingsvergunning worden verleend aan huishoudens met een huishoudinkomen tot € 56.513,-.

5.

In afwijking van het eerste lid onder c. kan voor sociale huurwoningen met een huurprijs vanaf € 697,07 een huisvestingsvergunning worden verleend aan huishoudens met een huishoudinkomen tot € 61.046,-.

6.

In afwijking van het eerste lid, onder d, kan het college van burgemeester en wethouders een afwijkende inkomensgrens vaststellen, wanneer vanwege de te verwachten leencapaciteit de inkomensgrens tot onevenredige effecten zou leiden.

Artikel 4 Jaarlijkse aanpassing van huur- en inkomensgrenzen

Artikel 4 Jaarlijkse aanpassing van huur-, koop en inkomensgrenzen

De in dit hoofdstuk genoemde bedragen zijn de bedragen die gelden in 2023. Deze bedragen worden jaarlijks met ingang van 1 januari gewijzigd:

De in dit hoofdstuk genoemde bedragen zijn de bedragen die gelden in 2024. Deze bedragen worden jaarlijks met ingang van 1 januari gewijzigd:

……

…… j.

Artikel 5 Vruchteloze aanbieding

Er is sprake van vruchteloze aanbieding als de eigenaar de woonruimte tenminste dertien weken lang, gerekend vanaf de datum van de eerste advertentie, zonder resultaat heeft aangeboden aan huishoudens die er op grond van artikel 3 voor in aanmerking komen, mits:

de koopprijsgrens in artikel 2, eerste lid, onder c, overeenkomstig artikel 7, vierde lid van de wet.

Artikel 5 Vruchteloze aanbieding 1.

a.de woonruimte is aangeboden tegen een redelijke huurprijs, als beschreven in artikel 17, eerste lid van de wet;

In geval van een sociale huurwoning of een middenhuurwoning als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a en b, is sprake van vruchteloze aanbieding als de eigenaar de woonruimte dertien weken lang, gerekend vanaf de datum van de eerste advertentie, zonder resultaat heeft aangeboden aan huishoudens die er op grond van artikel 3 voor in aanmerking komen, mits: a.

b.er tenminste driemaal, minimaal eenmaal per maand, met de woonruimte is geadverteerd; en

b.

c.er is geadverteerd in een regionaal of lokaal advertentiemedium of op een andere, naar het oordeel van burgemeester en wethouders gelijkwaardige wijze.

c.

2.

de woonruimte is aangeboden tegen een redelijke huurprijs, als beschreven in artikel 17, eerste lid van de wet; er tenminste driemaal, minimaal eenmaal per maand, met de woonruimte is geadverteerd; en er is geadverteerd in een regionaal of lokaal advertentiemedium of op een andere, naar het oordeel van burgemeester en wethouders gelijkwaardige wijze.

In geval van een betaalbare nieuwbouw koopwoning, als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder c, is sprake van vruchteloze aanbieding

als de verkoper van de woonruimte dertien weken lang, gerekend vanaf de datum van de eerste advertentie, zonder resultaat heeft aangeboden aan huishoudens die er op grond van artikel 3 voor in aanmerking komen, mits: a.

b. c.

de woonruimte is aangeboden tegen een marktconforme koopprijs. De verkoper kan hier wel ten gunste van de koper van afwijken; er tenminste driemaal, minimaal eenmaal per maand, met de woonruimte is geadverteerd; en er is geadverteerd in een regionaal of lokaal advertentiemedium of op een andere, naar het oordeel van burgemeester en wethouders gelijkwaardige wijze.

Artikel 6 Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning

Artikel 6 Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning

……

…………….

e. kopie van het huurcontract of schriftelijke verklaring van de eigenaar dat hij bereid is de woonruimte aan de aanvrager in gebruik te geven;

e.kopie van het huur- of koopcontract of schriftelijke verklaring van de eigenaar dat hij bereid is de woonruimte aan de aanvrager in gebruik te geven;

……….. Artikel 9 Inschrijfsysteem, algemene eisen

……… Artikel 9 Inschrijfsysteem, algemene eisen

1.

Verhuurders van de in artikel 8 bedoelde woonruimten zorgen voor het aanleggen en bijhouden van een inschrijfsysteem van woningzoekenden, zodat de rangorde bepaald kan worden.

2.

Het inschrijfsysteem is transparant, controleerbaar, gebruiksvriendelijk en toegankelijk.

3.

4.

Als burgemeester en wethouders daarom verzoeken, legt verhuurder aan hen verantwoording af over de inschrijving voor en toewijzing van de woonruimten. De administratiekosten die aan woningzoekenden berekend worden in verband met hun inschrijving, staan in redelijke verhouding tot de kosten die in verband met het inschrijfsysteem voor de woningzoekende gemaakt worden;

5.

De woningzoekende ontvangt een bewijs van inschrijving.

6.

De inschrijving die resulteert in een huurovereenkomst vervalt niet als het een tijdelijke huurovereenkomst betreft, zoals bedoeld in de artikelen 7:274c, tweede lid en

1.Verhuurders van de in artikel 8 bedoelde woonruimten zorgen voor het aanleggen en bijhouden van een inschrijfsysteem van woningzoekenden, zodat de rangorde bepaald kan worden. 2.Het inschrijfsysteem is transparant, controleerbaar, gebruiksvriendelijk en toegankelijk. 3.Als burgemeester en wethouders daarom verzoeken, legt verhuurder aan hen verantwoording af over de inschrijving voor en toewijzing van de woonruimten. 4.De administratiekosten die aan woningzoekenden berekend worden in verband met hun inschrijving, staan in redelijke verhouding tot de kosten die in verband met het inschrijfsysteem voor de woningzoekende gemaakt worden; 5.De woningzoekende ontvangt een bewijs van inschrijving.

7:271, eerste lid, tweede volzin van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 10 Inschrijfsysteem van toegelaten instellingen …………. 4. Een inschrijving eindigt na toewijzing van een woonruimte door een toegelaten instelling, behalve als die woonruimte wordt verhuurd met een tijdelijk contract, bij woningruil of als de woonruimte is betrokken met gebruikmaking van een urgentie op volkshuisvestelijke gronden, met uitzondering van de terugkeerurgentie. ………….

Artikel 10 Inschrijfsysteem van toegelaten instellingen betreffende de sociale huur ………….. 4.Een inschrijving eindigt na toewijzing van een woonruimte door een toegelaten instelling, behalve, bij woningruil of als de woonruimte is betrokken met gebruikmaking van een urgentie op volkshuisvestelijke gronden, met uitzondering van de terugkeerurgentie. ………… 6. De inschrijving die resulteert in een huurovereenkomst vervalt niet als het een tijdelijke huurovereenkomst betreft, zoals bedoeld in de artikelen 11a en 11b van de wet en als er een huurovereenkomst zoals bedoeld in artikel 11c van de wet is aangegaan.

Artikel 11 Bekendmaking van het aanbod 1.Het aanbod van particuliere verhuurders wordt bekend gemaakt op de website van die verhuurder, op het in de regio gangbare platform of op een andere transparante wijze. 2.Het aanbod van toegelaten instellingen wordt op het in de regio gangbare platform bekend gemaakt. 3.Van het tweede lid kan worden afgeweken als een woonruimte bedoeld is:

Artikel 11 Bekendmaking van het aanbod 1.

Het aanbod van particuliere verhuurders wordt bekend gemaakt op het in de regio gangbare platform. In aanvulling hierop kunnen verhuurders ook op de eigen website, of op een andere transparante wijze adverteren.

2.

Het aanbod van toegelaten instellingen wordt op het in de regio gangbare platform bekend gemaakt.

3.

Van het tweede lid kan worden afgezien als een woonruimte bedoeld is:

……… ………. Artikel 15 Lotingmodel ……..

Artikel 15 Lotingmodel ………..

5. Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat alleen specifieke typen woonruimte via loting mogen worden verdeeld.

5.Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalen dat alleen specifieke typen woonruimte via loting mogen worden verdeeld.

Artikel 23 Voorrang in verband met de grootte van de woonruimte

Artikel 23 Voorrang in verband met de grootte van de woonruimte

…….. 6 kamers …… Artikel 24 Voorrang in verband met de prijs van de woonruimte

…… 6 kamers of meer ………… Artikel 24 Voorrang in verband met de prijs van de woonruimte

Tabel 1 kolom 3: - € 25.475

In tabel 1 kolom 3: - € 27.725

- € 34.575 - € 34.575 - € 25.075 - € 33.800 - € 33.800 In tabel 1 kolom 4: - € 647,19 - € 647,19 - € 693,60 - € 647,19 - € 647,19 - € 693,60

- € 37.625 - € 37.625 - € 27.225 - € 36.675 - € 36.675 In tabel 1 kolom 4: - € 650,43 - € 650,43 - €697,07 - € 650,43 - €650,43 - € 697,07

In tabel 2 kolom 1: - € 44.035 (eenpersoonshuishoudens) - € 48.625 (meerpersoonshuishoudens)

In tabel 2 kolom 1: - € 47.699 (eenpersoonshuishoudens) - € 52.671 (meerpersoonshuishoudens)

In tabel 2 kolom 2: - € 56.513,-

In tabel 2 kolom 2: - € 61.046,-

In tabel 2 kolom 3: - € 693,60

In tabel 2 kolom 3: - € 697,07

In tabel 2 kolom 4: - € 808,06,Artikel 25 Voorrang in verband met economische of maatschappelijke binding

In tabel 2 kolom 4: - € 879,66,Artikel 25 Voorrang in verband met economische of maatschappelijke binding

………..

………….

3.Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van artikel 14 van de wet, bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voor appartementen vanaf de eerste verdieping in de gemeente voorrang geven woningzoekenden met een economische binding aan de gemeente, die werkzaam zijn binnen de sectoren onderwijs, zorg, politie.

3.Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van artikel 14 van de wet, bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voor appartementen vanaf de eerste verdieping in de gemeente voorrang geven aan vitale beroepen, zijnde woningzoekenden met een economische binding aan de gemeente, die werkzaam zijn binnen de sectoren onderwijs, zorg, politie, kinderopvang, en brandweer.

……….

…………. 6.Het totaal aantal toewijzingen op basis van de voorrang voor economische of maatschappelijke binding is maximaal 50%.

Artikel 47 Voorrangsgronden

Artikel 47 Voorrangsgronden

1.Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor de in artikel 46 bedoelde woonruimte hebben doorstromers voorrang.

1.Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor de in artikel 46 bedoelde woonruimte wordt bij eerste verhuur voorrang gegeven aan:

2.Naast of in plaats van de in de vorige leden genoemde voorrang kunnen burgemeester en wethouders in overleg met verhuurders ook andere categorieën woningzoekenden aanwijzen die voor aangewezen woonruimte voorrang krijgen bij het verlenen van een huisvestingsvergunning, in verband met:

a.

Doorstromers; en

b.

Vitale beroepen.

2.Elke verhuurder past de voorrang uit het eerste lid toe voor 50% van de eerste verhuringen.

a.de aard van de woonruimte; b.de grootte van de woonruimte; c.de dringende behoefte aan een woonruimte voor een specifieke doelgroep; of

3.Naast of in plaats van de in de vorige leden genoemde voorrang kunnen burgemeester en wethouders in overleg met verhuurders ook andere categorieën woningzoekenden aanwijzen die voor aangewezen woonruimte voorrang krijgen bij het verlenen van een huisvestingsvergunning, in verband met: a.de aard van de woonruimte;

d.een economische of maatschappelijke binding, zoals het behoren tot een bepaalde beroepsgroep.

3.Als burgemeester en wethouders het vorige lid toepassen, leggen zij dit vast in een nadere regel en geven hierbij eveneens de voorrangsvolgorde aan, die kan afwijken van de in het volgende artikel beschreven rangorde. 4.Burgemeester en wethouders rapporteren jaarlijks aan de raad over het verlenen van voorrang op grond van het derde lid.

b.de grootte van de woonruimte; c.de dringende behoefte aan een woonruimte voor een specifieke doelgroep; of d.een economische of maatschappelijke binding, zoals het behoren tot een bepaalde beroepsgroep. 4.Als burgemeester en wethouders het vorige lid toepassen, leggen zij dit vast in een nadere regel en geven hierbij eveneens de voorrangsvolgorde aan, die kan afwijken van de in het volgende artikel beschreven rangorde. 5.Burgemeester en wethouders rapporteren jaarlijks aan de raad over het verlenen van voorrang op grond van het vierde lid.

Artikel 48 Rangorde 1.De woonruimte wordt aangeboden aan de gegadigde die voldoet aan de eisen voor een huisvestingsvergunning en die op grond van het volgende lid als eerste voor de woonruimte in aanmerking komt. 2.Bij het bepalen van de volgorde worden alle belangstellende doorstromers op datum van inschrijving gerangschikt, daarna volgen de overige gegadigden op datum van inschrijving.

Artikel 48 Rangorde 1.

De woonruimte wordt aangeboden aan de gegadigde die voldoet aan de eisen voor een huisvestingsvergunning en die op grond van het volgende lid als eerste voor de woonruimte in aanmerking komt.

2.

Als er meerdere voorrangsregels van toepassing zijn, geldt binnen de voorrangsregels de volgende onderlinge rangorde: a.

Woningzoekenden die zowel voldoen aan voorrang voor doorstromers als voorrang voor vitale beroepsgroepen;

b.

Woningzoekende die voldoet aan de voorrang voor doorstromers;

c.

Woningzoekende die voldoet aan de voorrang voor vitale beroepsgroepen;

3. Indien er meer gegadigden zijn dan wordt er geloot.

Artikel 49 Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte, vrijstellling 1.Het verbod van artikel 21, eerste lid van de wet is van toepassing op alle woonruimte in de gemeente Utrecht.

Artikel 49 Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte, vrijstellling 1.

Het verbod van artikel 21, eerste lid van de wet is van toepassing op alle woonruimte in de gemeente Utrecht. Deze woonruimte mag niet

Deze woonruimte mag niet zonder vergunning van burgemeester en wethouders:

zonder vergunning van burgemeester en wethouders:

a.anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning worden onttrokken of onttrokken gehouden;

a.

anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning worden onttrokken of onttrokken gehouden;

b.anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk met andere woonruimte worden samengevoegd of samengevoegd gehouden;

b.

anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk met andere woonruimte worden samengevoegd of samengevoegd gehouden;

c.

van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden;

d.

van onzelfstandige in zelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden;

e.

tot twee of meer zelfstandige woonruimten te verbouwen of in die verbouwde staat te houden.

c.van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte worden omgezet of omgezet gehouden; d.tot twee of meer woonruimten worden verbouwd of in die verbouwde staat worden gehouden. 2.Van het verbod als bedoeld in het eerste lid onder a. is vrijgesteld: woonruimte die wordt onttrokken door een toegelaten instelling, als aan die onttrekking een besluit van burgemeester en wethouders ten grondslag ligt.

2.

Van het verbod als bedoeld in het eerste lid onder a. is vrijgesteld: woonruimte die wordt onttrokken door een toegelaten instelling, als aan die onttrekking een besluit van burgemeester en wethouders ten grondslag ligt.

3.

Van het verbod als bedoeld in het eerste lid onder c. is vrijgesteld:

3.Van het verbod als bedoeld in het eerste lid onder c. is vrijgesteld: a.Woonruimte die is of wordt omgezet voor de huisvesting van maximaal drie personen;

a.

Woonruimte die is of wordt omgezet voor de huisvesting van maximaal drie personen;

b.

Woonruimte waar sprake is van hospitaverhuur.

b.Woonruimte waar sprake is van hospitaverhuur. 4.Van het verbod als bedoeld in het eerste lid onder a, b, c en d. zijn vrijgesteld situaties waarbij de eigenaar van de woonruimte:

4.

……………..

Artikel 51 Weigeringsgronden ………. d. vergunningverlening zou leiden tot strijdigheid met het bestemmingsplan, de beheersverordening, of met een omgevingsvergunning op grond waarvan afgeweken mag worden van het bestemmingsplan of de beheersverordening.

………

Van het verbod als bedoeld in het eerste lid onder a, b, c, d. en e zijn vrijgesteld situaties waarbij de eigenaar van de woonruimte:

…………….. Artikel 51 Weigeringsgronden ………. d.vergunningverlening zou leiden tot strijdigheid met het omgevingsplan, of met een omgevingsvergunning op grond waarvan afgeweken mag worden van het omgevingsplan. …………

Artikel 60 Weigeringsgronden

Artikel 60 Weigeringsgronden

………

………. d.sprake is van strijdigheid met het omgevingsplan, tenzij een omgevingsvergunning om af te wijken van het omgevingsplan is verleend.

d.sprake is van strijdigheid met het bestemmingsplan of de beheersverordening, tenzij een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan of de beheersverordening is verleend.

………….

……… Artikel 65 Aanwijzing beschermde woonruimte

Artikel 65 Aanwijzing beschermde woonruimte

…………… Lid 2 onder b. De WOZ-waarde zoals die gold op de datum van inschrijving in de openbare registers ligt op die datum op of onder de dan geldende prijsgrens opkoopbescherming.

…………

……….

Lid 2 onder b. De WOZ-waarde zoals die gold op de datum van inschrijving in de openbare registers ligt op die datum op of onder de dan geldende prijsgrens opkoopbescherming. De geldende WOZ-waarde op de datum van inschrijving in de openbare registers is de WOZ-waarde met dezelfde peildatum als die van de dan geldende prijsgrens opkoopbescherming, als bedoeld in artikel 66 van deze verordening. ……….

Artikel 71 Experimenten

Artikel 71 Experimenten ………… 3.Burgemeester en wethouders kunnen het experiment uitwerken in een nadere regel.

Artikel 73 Rapportageverplichting 1.De toegelaten instelling rapporteert jaarlijks achteraf over de wijze waarop zij (al dan niet op basis van mandaat) invulling heeft gegeven aan artikel 11, derde lid, artikel 16, derde lid onder f en vierde lid, artikel 17, artikel 22, artikel 23, tweede en vierde lid, artikel 24, vierde en vijfde lid en artikel 45. …………

Artikel 73 Rapportageverplichting

1.

De toegelaten instelling rapporteert jaarlijks achteraf, in de Regionale corporatiemonitor van het Regioplatform Woningcorporaties Utrecht , over de wijze waarop zij (al dan niet op basis van mandaat) invulling heeft gegeven aan artikel 11, derde lid, artikel 16, derde lid en vierde lid, artikel 17, artikel 22, artikel 23, tweede en vierde lid, artikel 24, vierde en vijfde lid, artikel 25, zesde lid en artikel 45.

………..

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=5bad2d28-a677-4c2e-9ca6-2fde9a3d476e