Bijlage notitie uitgangspunten water klimaat HDSR concept modelstudie Rijnenburg.pdf
Tekst van het document
Datum:
8-2-2022
Registratienummer: 1847707
Betreft:
Ambtelijke Reactie HDSR concept modelstudie Rijnenburg 31-01-2022
Van:
Susanne Vermeulen, Laura Huigens en Dries Schuwer (HDSR)
Aan:
Tom van Nieuwenhuijze (gemeente Utrecht) en Rients Dijkstra (Posad Maxwan)
CC:
Erwin Rebergen, Marit Linckens en Joram van der Schans (gemeente Utrecht)
___________________________________________________________________________________
Inleiding Eind vorig jaar zijn wij gevraagd te reageren op een eerste conceptversie van de modelstudie Rijnenburg. Naast een breder overleg met diverse partijen op 11 november jl. is ook een apart overleg georganiseerd tussen HDSR, de gemeente Utrecht en Posad Maxwan op 22 november jl., waarbij wij een toelichting hebben gegeven op de water- en klimaatopgaven in het plangebied van Rijnenburg. Wij hebben vervolgens onze uitgangspunten voor het klimaat- en bodemdalingsbestendig bouwen neergelegd in een notitie van 1 december 2021. In de bijlage treft u de inhoud van deze uitgangspuntennotitie aan. Dinsdag 1 februari jl. ontvingen wij een aangepaste concept modelstudie. Wij hebben de gelegenheid gekregen om hierop uiterlijk 8 februari te reageren. Hieronder vindt u, conform ons bericht van 8 februari aan Tom van Nieuwenhuijze, onze inhoudelijke reactie. Onze conclusies De uitgangspunten zoals we die in onze notitie van 1 december 2021 hebben geformuleerd (zie bijlage 1) zijn onveranderd; 1. Het belangrijkste uitgangspunt, dat ook is opgenomen in het nieuwe regeerakkoord, is dat water en bodem sturend moeten zijn bij ruimtelijke ordening. Dat geldt zowel voor het maken van locatiekeuzes als voor de ruimtelijke inrichting van een gebied als de locatiekeuze eenmaal is gemaakt. 2.
Wij zijn van mening dat scenario 2 (‘Groot Rijnenburg’) niet aan de uitgangspunten voor klimaat- en bodemdalingsbestendig bouwen voldoet. Scenario 1 (‘Klein Rijnenburg’) is wel kansrijk, omdat hierin de lager gelegen komgronden worden gevrijwaard van bebouwing en hierbij voldoende waterberging kan worden gerealiseerd. 3. Wij verzoeken u om gebruik te maken van creatieve en innovatieve woonoplossingen waarbij water en bodem leidend zijn, en deze ruimtelijk te onderzoeken en te ondersteunen met beeldmateriaal. 4. Graag doen wij de handreiking om in samenwerking tot een klimaat- en waterrobuuste inrichting van Rijnenburg te komen. Urgentie voor klimaat- en bodemdalingsbestendig bouwen Inmiddels beschikken wij over nieuwe informatie en inzichten ten aanzien van de urgentie van bodemdalings- en klimaatbestendig bouwen in Rijnenburg. Dit betreft de uitkomsten van ons onderzoek naar een ‘Toekomst Bestendig Water Systeem’. HDSR heeft de hoeveelheid regen die in de zomer van 2021 is gevallen in Limburg, op het HDSR-gebied geprojecteerd (zie kaartje op volgende pagina). De uitkomsten van deze studie laten zien dat een groot deel van Rijnenburg in een dergelijke situatie onder water komt te staan. Deltares heeft ook geconcludeerd dat omvangrijke wateroverlast bij deze extreme regenval niet te voorkomen is.
Wateroverlastsituaties met schade van nationale betekenis hebben zich in de afgelopen 30 jaar al drie keer voorgedaan, en dat geeft aan dat de kans van optreden ook voor Utrecht reëel is. Daarnaast benadrukken wij de
1
status van Rijnenburg als mogelijk zoekgebied voor het bovenregionale watersysteem (zie kaart en toelichting in bijlage 2). Deze uitkomsten onderstrepen wat ons betreft de urgentie voor een klimaat- en bodemdalingsbestendige inrichting. Hierbij vragen wij aandacht voor de maatschappelijke kosten en baten op de langere termijn, die in traditionele grondexploitaties niet vanzelfsprekend naar voren komen. Inhoudelijke suggesties voor aanpassingen • Onze suggestie is om op de scenariokaarten het zoekgebied/ arcering voor klimaatbestendige/drijvende woonvormen aan te geven en dit op te nemen in de legenda. • Bovenop de 20-25% wateropgave zien wij graag ruimte voor extra waterberging in het gebied, die kan dienen als overloopgebied voor de stad Utrecht, ter ontlasting van het Amsterdam Rijnkanaal (zie bijlage 2) welke aan de grenzen zit qua capaciteit. Zowel in de tekst als op de scenariokaarten wordt niet duidelijk in hoeverre hier aan wordt voldaan, ook komen de waterbergingsgetallen op pagina 14 niet overeen met de watergetallen in de scenario’s. Wij vragen u dit zowel in de tekst als op de kaart te verhelderen. • Wij adviseren een (sub)variant uit te werken waarbij grondgebonden bebouwing wordt vervangen door creatieve en innovatieve woonoplossingen waarbij water en bodem sturend zijn, zoals drijvend bouwen, bouwen op palen of niet-woonfuncties in de plint.
• Verder zien we graag dat referentiebeelden van drijvende woonvormen worden opgenomen in de modelstudie, zoals het bovenaanzicht van het plan De Grote Rug in Dordrecht. Handreiking voor gezamenlijke uitwerking HDSR verkent graag samen met u de mogelijkheden voor innovatieve en klimaatbestendige woonvormen, zoals drijvend bouwen of bouwen op palen, om dit gebied klimaat- en bodemdalingsbestendig in te richten. Daarnaast is de extra waterbergingsopgave als overloopgebied voor de stad Utrecht ter ontlasting van het Amsterdam Rijnkanaal een groot aandachtspunt. Wij vragen u om beide onderzoeksvragen te benoemen in hoofdstuk 7 Inzichten en Vervolg. Lilian van den Aarsen, directeur Staf Deltacommissaris, deed hiertoe tijdens conferentie Rijnenburg (dd. 28 mei 2021) ook een concrete handreiking. Afb. 1. Waterdiepte in Rijenburg bij Limburg bui.
2
Bijlage 1. Notitie uitgangspunten klimaat- en bodemdalingsbestendig bouwen in Rijnenburg 01-12-2021 Op 25 maart 2020 heeft het college van HDSR een brief gestuurd aan de Minister voor Milieu en Wonen (in bijlage) met daarin de uitgangspunten voor waterhuishouding en klimaatverandering ten aanzien van woningbouwlocaties in Utrecht zuidwest, waaronder de polder Rijnenburg. Een afschrift van deze brief is ook naar de gemeenteraad van Utrecht gestuurd. Inmiddels heeft het waterschap van de gemeente Utrecht bouwstenen ontvangen voor toekomstige woningbouw in Rijnenburg. In de toegestuurde bouwstenen worden twee modellen gepresenteerd. Het standpunt van het waterschap ten aanzien van woningbouw in Rijnenburg is, nee, tenzij klimaat- en bodemdalingsbestendig. Wij zijn van mening dat model 1 (‘Groot Rijnenburg’) niet aan deze uitgangspunten voldoet. Model 2 (‘Klein Rijnenburg’) is wel kansrijk, omdat hierin de lager gelegen komgronden worden gevrijwaard van bebouwing. Wij verzoeken u om in de modelstudie een variant met drijvende woningen toe te voegen en deze ruimtelijk te onderzoeken en te ondersteunen met beeldmateriaal, zoals besproken tijdens ons overleg dd. 22 november jl. Hieronder geven wij een nadere toelichting op de uitgangspunten voor klimaatbestendig en bodemdalingsbestendig bouwen in Rijnenburg. Onderstaande uitgangspunten zijn 30 november jl.
ook met een aantal waterdeskundigen van de gemeente Utrecht besproken en akkoord bevonden: 1. Bodemdaling Het noorden van Rijnenburg is laaggelegen en bestaat uit klei op veen. Traditioneel bouwen c.q. integraal ophogen is hier niet maatschappelijk verantwoord vanwege de zettingsgevoelige ondergrond en het laaggelegen maaiveld. Hierdoor ontstaan op termijn problemen met wateroverlast en verzakking van woningen en infrastructuur. Mogelijke oplossingen zijn om dit gebied klimaatbestendig in te richten voor waterberging in combinatie met energie, recreatie en/of klimaatbestendig bouwen (drijvend, op palen etc.) Onderbouwing • Vanuit klimaatverandering is ons advies: bouw klimaatbestendig, bij voorkeur niet in het ‘diepste putje van een polder’. Bij eerdere planontwikkeling van Rijnenburg is de bodemstructuur en hoogteligging als uitgangspunt gekozen voor het ontwerp. Dat betekent waterberging in de diepere komgronden en klimaatadaptief bouwen op de oeverwallen en hogere delen. 2. Robuust watersysteem met voldoende waterberging Conform de afspraken klimaatbestendig bouwen verwachten we dat Rijnenburg wordt ingericht om 70 mm* per m2 verhard oppervlak te bergen (met een afvoer van 1,5 l/s/ha). 70* mm staat gelijk aan ruim 20% aan open water. Een deel van de waterberging kan ook worden ingevuld door middel van bijvoorbeeld groene daken, openbaar groen en infiltratievoorzieningen.
Onderbouwing • Op basis van de recente IPCC en klimaatscenario’s van het KNMI wordt de kans op een bui van 70* mm per uur of meer steeds groter. • Door beperkingen in de hoeveelheid water die het waterschap in totaal kan afvoeren naar het Amsterdam/Rijnkanaal kunnen we de afvoer uit het gebied niet vergroten t.o.v. de huidige situatie (1,5 l/s/ha) en is het noodzakelijk om in de inrichting ‘van het gebied de benodigde lokale berging te realiseren. • Wij vragen u om deze claim in te passen binnen het verstedelijkingsmodel in Rijnenburg. De lager gelegen noordelijke komgronden lijken hiervoor het meest geschikt. • Het is niet toegestaan om deze opgave ‘af te wentelen’ op omliggende gebieden, waaronder Reijerscop. Ook omdat Reijerscop benedenstrooms en in een ander peilgebied ligt. • De Nedereindseplas kan niet worden ingezet voor waterberging die benodigd is voor de noordelijke komgronden. • Wij pleiten ervoor dat (bij elke ontwikkeling) een robuust, en volhoudbaar watersysteem integraal wordt mee-ontwikkeld, vanaf de eerste schetsen. Het waterschap draagt daarom graag al in deze fase van de
3
Ruimtelijke Strategie bij, zoals we dat ook hebben gedaan voor het energielandschap, en voor de plannen voor Rijnenburg ca. 10 jaar geleden. Hierbij nemen we niet alleen klimaatverandering en bodemdaling mee in het ontwikkelproces, maar zijn ook een natuurvriendelijke inrichting en een goede waterkwaliteit leidende principes vanuit het waterschap voor de inrichting van het gebied. 3. *Disclaimer: Rijnenburg als noodoverloopgebied voor Utrecht en omgeving Het recente IPCC rapport waarschuwt voor de gevolgen van klimaatverandering en verdere zeespiegelstijging. Hierdoor krijgen we in de toekomst mogelijk vaker te maken met een zogenaamde maalstop bij IJmuiden, waardoor poldergemalen (waaronder die van Rijnenburg) het te veel water aan water niet meer kunnen lozen op het AmsterdamRijnkanaal/ Noordzeekanaal*. Bij een ‘maalstop’ kan er geen water uit het AmsterdamRijnkanaal/ Noordzeekanaal worden afgevoerd bij IJmuiden de zee in. Hierdoor stijgt het waterpeil in het AmsterdamRijnkanaal/Noordzeekanaal. Dit levert problemen op voor alle poldergemalen die water vanuit de polders op het kanaal pompen. De marges om peilfluctuaties op te vangen in het AmsterdamRijnkanaal/Noordzeekanaal zijn namelijk zeer beperkt.
Daarom onderzoekt het waterschap binnen de studie toekomstbestendig watersysteem de mogelijkheden om water uit de stad tijdelijk elders te bergen in perioden dat er niet op het AmsterdamRijnkanaal/ Noordzeekanaal kan worden geloosd. Uit de uitkomsten van dit onderzoek zal het komende jaar blijken welke locaties hiervoor het meest geschikt zijn en wat de omvang is van deze extra waterbergingsopgave (bovenop de eerder aangegeven 70 mm, zie punt 2). Het noorden van Rijnenburg lijkt vanwege de hoogteligging een geschikte locatie voor een dergelijke waterberging. Wij vragen u om in de planuitwerking hiermee rekening te houden. Daarnaast loopt op rijksniveau een studie naar het AmsterdamRijnkanaal/Noordzeekanaal (zie bijlage 2). In deze studie wordt onderzocht of en waar overloopgebieden en extra waterberging gecreëerd moeten worden, om in de toekomst West en Midden-Nederland droog en veilig te houden. Polder Rijnenburg is als mogelijk zoekgebied aangemerkt. Aangezien de modellen voor de Polder Rijnenburg nog zachte plannen bevatten en we met het oog op klimaatverandering adaptief moeten kunnen zijn, lijkt het ons verstandig om deze mogelijke ruimteclaim ook te benoemen.
4
Bijlage 2. CONCEPT geprekskaart met mogelijke ruimtereserveringen voor toekomstige maatregelen vanuit klimaatbestendig hoofdwatersysteem ARK/NZK
5
6