CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5a Hoofdrapportage Binnenstadsas-Samenvatting.pdf

Gemeenteraad 10 maart 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Eerste stappen schaalsprong OV/Alternatief verbreding A276.805 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samenvatting - Binnenstadsas Utrecht April 2021

Binnenstadsas Utrecht Inhoudsopgave

Huidig gebruik

Opgave

Varianten

Effecten

Conclusies en aanbevelingen

Variant 1

Variant 2

Variant 3

Variant 3 - Subvariant

Variant 4

Variant 5

Ruimtelijke optimalisatie

Bus in fietsstraat

Stadstram

TramBus

Kleine busjes

MetroTram

Met een klik op deze knop ga je overal in het document terug naar deze pagina

huidig gebruik

Bussen per uur per richting

Nobelstraat:

5.050 motorvoertuigen op gem. werkdag

18.000 fietsers

(Vredenburg- St. Jacobsstraat) •

Ochtendspits 74

•

Daluren spits 64

•

Middagspits

74

•

Avond

45

op een gemiddelde werkdag ter hoogte van Lucasbrug Bussen 28% van totaal gemotoriseerde voertuigen

34.000 fietsers op

een gemiddelde werkdag ter

94% van de bedrijfsvoertuigen rijdt hier tussen 7-19u

hoogte van Vredenburg

Doorstroming op de Binnenstadsas

4

Gemiddeld circa

30.400 busreizigers

op doorsnede (bij Janskerkhof)

Bussen per uur per richting (Lange Viestraat - Lucasbrug) •

Ochtendspits 54

•

Daluren spits 44

•

Middagspits

54

•

Avond

31

Maartensdijk

Zuilen

Voordorp

Bilthoven Zeist Soesterberg

Vleuten Maarssenbroek

Veenendaal

Utrecht Science Park

Kaart: Routering buslijnen die via binnenstadsas rijden

5

Nieuwegein

Binnenstadsas is belangrijke OV-schakel tussen binnenstad, stad en regio Via de binnenstadsas wordt een fors aantal vervoermarkten bediend •

Utrecht Science Park

•

Leidsche Rijn, Vleuten, Terwijde, de Meern

•

Nieuwegein West, Centrum en Oost

•

Bilthoven, Maartensdijk

•

De Bilt, Zeist, Driebergen, Doorn, Utrechtse Heuvelrug,

•

Maarssen, Maarssenbroek

Wat is een doorgaande reiziger?

Scope: Binnenstadsas (Vredenburg, Neude, Janskerkhof, Stadsschouwburg)

Optie A: op basis van screenline

Scope: Binnenstadsas + Wittevrouwen, Oorsprongpark & Wittevrouwenbrug, Kleine Singel, Eykmanplein

Optie B: op basis van gebied

Scope: Binnenstadsas, aftakking Oorsprongpark en Eykmanplein + Sint Jacobsstraat

6

Binnenstadsas •

Doorgaand (twee richtingen): 19.000

•

Bestemming gebied: 10.000

•

Herkomst gebied: 10.000

•

Intern (twee richtingen): 600

•

Aandeel doorgaand (doorsnede): 66%

•

Aandeel doorgaand (gebied): 48%

Binnenstadsas + Wittevrouwen/Biltstraat •

Doorgaand (twee richtingen): 15.000

•

Bestemming gebied: 13.000

•

Herkomst gebied: 13.000

•

Intern (twee richtingen): 1500

•

Aandeel doorgaand (doorsnede): 54%

•

Aandeel doorgaand (gebied): 35%

Binnenstadsas + Wittevrouwen/Biltstraat + Sint Jacobsstraat •

Doorgaand (twee richtingen): 28.000

•

Bestemming gebied: 16.000

•

Herkomst gebied: 16.000

•

Intern (twee richtingen): 1.500

•

Aandeel doorgaand (doorsnede): 64%

•

Aandeel doorgaand (gebied): 46%

Wie is de OV-binnenstadsbezoeker?

Op basis van de cico data is een analyse gedaan van het aantal reizigers met bestemming binnenstad, met en zonder Wittevrouwen en met bestemming Centraal

Aandeel bestemmingsreizigers op doorsnede

station. Absolute aantallen reizigers op een gemiddelde

Vredenburg - Neude

werkdag in november 2019. Jaar

Binnnenstadsas

Wittevrouwen Totaal

2015

35%

10%

45%

2030

44%

11%

55%

2040 met sterk wiel

60%

15%

75%

Bron: Resultaten van het VRU-model voor 2015, 2030 en 2040. Deze resultaten wijken af van OV-chipkaartdata maar geven een goede indruk van de ontwikkeling richting toekomst Bron: Onderzoek verplaatsingsgedrag CBS (OViN/ODiN) van de afgelopen 10 jaar gecombineerd

De binnenstadshaltes worden Bron: Check-in check-out data (OV-chipkaart) U-OV: reizen naar

binnenstad. Maar als er overgestapt

Aandeel bus- en

moet worden, kiest 80% niet voor de

de binnnenstadsas

7

een directe busverbinding naar de

binnenstadsas tramreizigers naar

Aandeel bus naar binnenstad

goed gebruikt door reizigers met

bus maar voor lopen (of fietsen) voor

(Vredenburg, Sint

het laatste stuk vanaf het centraal

Jacobsstraat, Neude,

station.

Janskerkhof en Stadsschouwburg)

Bron: Resultaten van het VRU-model voor 2015

opgave

Nobelstraat - 1977

Janskerkhof - 1967

De foto’s van voor de aanleg van de Binnenstadsas spreken boekdelen. De auto was dominant aanwezig in het straatbeeld. Stedelijke centra stonden te boek als gedateerd en onveilig. De aanleg van de Binnenstadsas (in

Lange Viestraat - 1974

2001) was een direct gevolg van een kentering in dit denken. De nieuwe busbaan had als doel om mensen uit de auto te krijgen.

Inmiddels, twee decennia later, is Vredenburg - 1970

de binnenstad van Utrecht gaan functioneren als de huiskamer van een sterk groeiende stad (van 255.000 inwoners in 2001 naar 360.000 inwoners in 2020 = +40%). Deze groei heeft ook plaatsgevonden in de binnenstad zelf waar de oostkant van de binnenstad meer is gaan functioneren als onderdeel van het kernwinkelgebied. Hierdoor wordt de busbaan meer dan ooit ervaren als een barrière.

9

Lange Viestraat - 1974

Herstel van de singel

Conflict: Al het gebruik op de binnenstadsas groeit !

OV-relevantie schaalsprong: Concept “Wiel met Spaken”

Nabijheid van woningen en banen binnen 2,5km

Schaalsprong. Binnnenstad als ‘stedelijke huiskamer’ van groeiende metropoolregio Utrecht 1997

Herinrichting Voorstraat

Stedelijke huiskamer Stationsgebied

2007

Vredenburgplein

Herinrichting Nachtegaalstraat & Burg. Reigerstraat

Harde plannen 2030 Nabijheidsindex 2018

10

Nabijheidsindex 2040 (prognose)

Binnenstadsas is belangrijk scharnierpunt in de binnenstad van Utrecht Doorgaande structuren: St. Jacobsstraat-Vredenburg, Oudegracht, Voorstraat-Neude, Drift-Kromme Nieuwegracht, Maliesingel-Wittevrouwensingel. Legenda

11

•

Geel = Voetgangersgebied

•

Rood icoon = special (museum/kerk,..)

•

Paarse bolletjes = Rijksmonumenten

•

Pijlen = Doorgaande structuur

De optelsom van functies knelt. Idealiter is er meer ruimte voor verblijven, lopen, fietsen en groen.

12

varianten

Trechtering in subvarianten Welke subvarianten zijn meegenomen in het onderzoek?

14

5 Varianten

15

Variant 1

Variant 2

Variant 3

Variant 3 - Subvariant

Variant 4

Variant 5

Ruimtelijke optimalisatie

Bus in fietsstraat

Stadstram

TramBus

Kleine busjes

MetroTram

Variant 1 is een

In variant 2 wordt het

In variant 3 worden

TramBus is een subvariant

In variant worden

In variant 5 wordt

opgewaardeerde situatie

grootste deel van de

alle bussen die over

van variant 3. Het is een

doorgaande reizigers om

uitgegaan van een

van het bestaande. De

bussen geherrouteerd.

de binnenstadsas

dubbel gelede bus die

de binnenstad heen geleid

ondergrondse MetroTram,

maatvoering van de

Hierdoor rijden er nog 26

rijden vervangen door

enkele kenmerken van de

(alle bussen krijgen een

welke alle bussen op de

bestaande functies blijft

bussen per uur per richting

een stadstram. Een

reguliere tram heeft. Qua

andere route) en worden

binnenstadsas vervangt.

gehandhaafd. Er is een

over de binnenstadsas:

overstappunt aan de rand

inrichting lijkt deze variant

de bestemmingsreizigers

Hierdoor ontstaat veel

subtiele verandering in de

qua intensiteit veel

van de stad maakt het voor

op de stadstram. Wel moet

van de binnenstad bediend

ruimte bovengronds voor

materialisatie om ruimtelijk

minder dan in de huidige

reizigers uit de bus mogelijk

bedacht worden dat het

door middel van kleinere

voetganger, fiets en groen.

te optimaliseren en in

situatie. Fietsers kunnen

om over te stappen op

comfort van de TramBus

(30 persoons)busjes. Op

principe geen verandering

hierdoor ook op de rijweg

de tram. De tram deelt

sterk wordt bepaald door

de binnenstadsas ontstaat

van het huidige busnet

rijden, gemengd met het

de ruimte met de fiets. Er

de infrastructuur: een

hierdoor ruimte voor

(een aantal wijzigingen met

busverkeer. Dit zorgt voor

ontstaat volop ruimte voor

glad wegdek en ruime

eenheid in materialisatie,

geringe impact zijn echter

meer ruimte voor het

eenheid in materialisatie,

boogstralen vergroten het

vergroening, voetgangers

wel mogelijk).

trottoir en voor eventuele

de voetganger en (beperkt)

comfort.

en fietsers.

vergroening.

groen.

Variant 1 - Ruimtelijke optimalisatie

K. de Jongweg +10 ritten (in spits)

Dichtersbaan geen verandering

Sint Jacobsstraat +2 ritten (in spits)

Neude -10 ritten (in spits)

Oorsprongpark -4 ritten (in spits)

Quick win •

Een beperkt aantal lijnen wordt verlegd naar de route via K. de Jongweg, Talmalaan en Oudenoord en niet meer via de Wittevrouwensingel en de binnenstadsas. Het centrum blijft via de halte St.Jacobsstraat bereikbaar. Hiermee vermindert het aantal bussen op de binnenstadsas met circa 10 per uur. De clustering van bussen vermindert hierdoor maar op de drukke uren rijdt er nog steeds bijna iedere minuut een bus voorbij per richting.

Route bus Route tram Nieuwe omleidingsroute Vervallen route Lijn niet meer langs dit punt

Aantal bussen in de spits kan afnemen met circa 10 bussen per uur

17

Variant 1: Ruimtelijke optimalisatie

18

Lange Viestraat

Nobelstraat

•

Circa 4,5m voetpad

•

Nog geen 2m voetpad

•

2m fietspad naast busbaan. Optie om profiel drempeloos te maken.

•

2m fietspad naast busbaan. Optie om profiel drempeloos te maken.

Variant 2 - Bus in fietsstraat

K. de Jongweg +18 ritten (in spits)

Dichtersbaan +4 ritten (in spits)

Sint Jacobsstraat +10 ritten (in spits)

Neude -24 ritten (in spits)

Oorsprongpark -18 ritten (in spits)

Bus in fietsstraat, bussen herrouteren •

Het grootste deel van de buslijnen wordt verlegd naar de naar de route via K. de Jongweg, Talmalaan en Oudenoord of via Lunnetten/Koningsweg naar Westraven geleid. Twee HOV-lijnen rijden via de binnenstadsas. Hiermee worden de belangrijkste herkomsten en bestemmingen uit stad en regio rechtstreeks verbonden met binnenstad en CS. Dit leidt tot circa 1 bus per 2 minuten per richting op de binnenstadsas.

•

Vanuit Zeist wordt ingezet op handhaving van één lijn via de binnenstadsas, één lijn wordt aangesloten op de tram in USP en rijdt door naar Westraven en één lijn rijdt via de Dichtersbaan naar Centraal.

Route bus Route tram Nieuwe omleidingsroute Vervallen route Lijn niet meer langs dit punt

20

Variant 2: Bus in fietsstraat

21

Lange Viestraat

Nobelstraat

•

Circa 7m voetpad

•

Circa 3,5m voetpad

•

Fietsers fietsen op busbaan

•

Fietsers fietsen op busbaan

•

Riolering verplaatsen creëert ruimte voor bomen

Variant 3 - Stadstram

K. de Jongweg +10 ritten (in spits)

Dichtersbaan +6 ritten (in spits)

Sint Jacobsstraat +2 ritten (in spits)

Neude -40 ritten (in spits)

Oorsprongpark -34 ritten (in spits)

Bij een tramsysteem is er aan de rand van de stad een OV-overstappunt nodig •

De tram vervangt hierbij alle bussen op de binnenstadsas. Bij een tramsysteem is er aan de rand van de stad een OV-overstappunt nodig. Dat kan bijvoorbeeld liggen bij de Berekuil (oost) en Papendorp (west). De bestaande buslijnen verknopen op die punten en rijden deels via de route K. de Jongweg, Talmalaan en Oudenoord naar CS en deels naar USP en/of Lunetten/ Koningsweg.

Route bus Route tram Nieuwe omleidingsroute Vervallen route Lijn niet meer langs dit punt

23

Variant 3: Stadstram Breedte Utrechtse tram = 2,65m Breedte rails = 1,435 m

24

Lange Viestraat

Nobelstraat

•

Circa 4,5m voetpad

•

Circa 4,5m voetpad

•

(2x) 3,5m vrije fietsruimte naast rails

•

(2x) 2,7m vrije fietsruimte naast rails

Variant 3 - subvariant TramBus

Variant 3 subvariant: TramBus K. de Jongweg +18 ritten (in spits)

Dichtersbaan +4 ritten (in spits)

Sint Jacobsstraat +10 ritten (in spits)

Neude -28 ritten (in spits)

Oorsprongpark -18 ritten (in spits)

TramBus •

Deze variant is vrijwel gelijk aan ‘bus in fietsstaat’. Het verschil is dat op de HOV-lijnen die via de binnenstadsas rijdt ‘trambus’ voertuigen worden ingezet. In de binnenstad worden die elektronisch geleid waardoor ze net als een tram een specifiek pad volgen dat ook in de verharding zichtbaar gemarkeerd kan worden. Net als bij tramrails.

Route bus Route tram Nieuwe omleidingsroute Vervallen route Lijn niet meer langs dit punt

26

Variant 3 subvariant: Trambus Breedte Trambus = 2,55m

Lange Viestraat

Nobelstraat

•

Circa 4,5m voetpad

•

Circa 4,5m voetpad

•

(2x) 2,4m vrije fietsruimte naast ‘busbaan’,

•

(2x) 2,1m vrije fietsruimte naast ‘busbaan’,

medegebruik door fiets mogelijk

27

medegebruik door fiets mogelijk

Variant 4 - Kleine busjes

K. de Jongweg +26 ritten (in spits)

Dichtersbaan +4 ritten (in spits)

Sint Jacobsstraat +18 ritten (in spits)

Neude -26 ritten (in spits)

Oorsprongpark -22 ritten (in spits)

Grote impact op omleidingsroutes •

Het OV naar de binnenstad wordt volledig ingericht met een fijnmazig systeem met kleinere voertuigen dat zich richt op bestemmingsreizigers. Overstap vindt plaats vanaf CS en Berekuil. De buslijnen verknopen op die punten en rijden deels via de route K. de Jongweg, Talmalaan en Oudenoord naar CS en deels naar USP en/of Lunetten/Koningsweg. Omdat deze variant geen doorgaande reizigers naar CS faciliteert is een stevige functie van het ‘wiel’ en een IC-stop Lunetten/ Koningsweg randvoorwaarde.

Route bus Route tram Nieuwe omleidingsroute Vervallen route Lijn niet meer langs dit punt

29

Variant 4: Kleine busjes

30

Lange Viestraat

Nobelstraat

•

Circa 7,5m voetpad

•

Circa 3,5m voetpad

•

Ruimte voor fiets en eventueel gemotoriseerd verkeer

•

Ruimte voor fiets en eventueel gemotoriseerd verkeer

•

Riolering verplaatsen creëert ruimte voor bomen

Variant 5 - MetroTram

K. de Jongweg +10 ritten (in spits)

Dichtersbaan +6 ritten (in spits)

Sint Jacobsstraat +2 ritten (in spits)

Neude -50 ritten (in spits)

Oorsprongpark -38 ritten (in spits)

Inpassing tunnel gaat verder dan alleen de Binnenstadsas •

De tram vervangt alle bussen op de binnenstadsas. De inpassing van een tramtunnel gaat verder dan alleen de Binnenstadsas. Het is dan logisch deze door te koppelen richting Merwedekanaalzone, Westraven en Nieuwegein. De metrotram is geschikt voor grote vervoerstromen, maar kan niet als een bus uitwaaieren over de regio. Een overstappunt aan de rand van de stad moet reizigers uit de bus de mogelijkheid geven op de tram te stappen. In de figuur is dat punt gesitueerd bij de Berekuil maar een knoop oostelijker is te overwegen. De buslijnen krijgen deels routes via K. de Jongweg, Talmalaan en Oudenoord of USP - Lunetten/Koningsweg en fungeren deels als feeder op de metrotram.

Route bus Route tram Nieuwe omleidingsroute Vervallen route Lijn niet meer langs dit punt

32

Ruimte voor inpassing tunnel is op de Binnenstadsas zelf beperkt. Daarom nodig om breder te kijken.

In Variant A is de situatie getekend met busbaan.

In Variant B is de situatie getekend

Dit levert een zeer krappe situatie op in de Lange

zonder busbaan. Dit levert ruimte voor

Viestraat. Voor de bus is er een (te) krappe bocht,

voor een betere inpassing van de tunnel.

voor de fietser levert het een flessenhals op omdat

Tegelijkertijd ruimte om het 5,5 meter brede

het 5,5meter brede fietspad niet doorgezet kan

fietspadprofiel door te zetten. Nadeel aan

worden en qua maat wordt teruggebracht naar

deze variant is dat er voor gemotoriseerd

3,5meter. Overgebleven ruimte voor de voetganger

verkeer op de kruising geen plek meer is.

is met 2,5meter zeer beperkt. Tegelijkertijd complexe

Ook de ruimte voor voetgangers is met

dubbele bocht in de tunnel.

2,5m zeer beperkt.

Variant A - met busbaan

33

Variant B - zonder busbaan

Inpassing ondergrondse stations Gezien de ruimtelijke impact is inpassing van de tunnelmond op Vredenburg - Lange Viestraat onwenselijk. De tunnelvariant is ruimtelijk kansrijk wanneer deze al voor de Catharijnesingel op diepte is en het pas ter hoogte van Berekuil weer bovengronds komt. Bovengronds zijn voornamelijk de haltes zichtbaar. Deze zijn echter compacter in te passen dan de huidige bushaltes. Ter indicatie: bovengrondse deel halte Spui Den Haag is circa 4 bij 5-8 meter (incl. roltrap).

Spel met verlichting

Haltes kunnen als beeldbepalende elementen bijdragen aan het karakter van de straat (denk aan: herkenbare vorm, spel van verlichting, etc.)

Compact in inpassing Beeldbepalende entree

34

effecten

Doel

- Ruimte voor verblijf (straat/plein) - Oversteekbaarheid (formeel/informeel) - Klimaatadaptatie - Ruimte voor de voetganger

Huidig

1. Ruimtelijke Optimalisatie

2. Bus in fietsstraat

3. Stadstram

3 var. Trambus

4. Kleine busjes

5. MetroTram

-----

--

0 0 + +

+ + 0 +

+ + 0 +

++ + ++ ++

++ ++ ++ ++

Effecten Ruimte Ruimtelijke kwaliteit, verblijven en lopen

straatprofiel is weinig verbetering mogelijk: hier blijft weinig

Geconcludeerd wordt dat met variant 1 en 2 verbetering ten

Ruimtelijk gezien zit er tussen de varianten behoorlijke

ruimte over voor het trottoir. Wel kan de scheiding tussen fiets

opzichte van de huidige situatie mogelijk is, maar het niet

verschillen in de mogelijkheden om meer ruimte voor verblijf

en bus/rijbaan verzacht worden waardoor snellere fietsers

mogelijk is om de ruimtelijke ambities voor de binnenstad waar

te creëren, de oversteekbaarheid te verbeteren en ruimte voor

effectief meer ruimte krijgen.

te maken.

vrijgespeeld, waardoor straten en pleinen fundamenteel

In variant 2 is ruimtewinst voor de voetganger en beperkte

In variant 3 is de ruimtewinst vergelijkbaar met variant 2.

anders ingericht kunnen worden en ruim voldaan kan worden

vergroening mogelijk in de straten door versmalling van

Echter zijn met een tram (gevel tot gevelbestrating, lagere

aan de ruimtelijke ambities: volop ruimte voor eenheid in

het wegprofiel. Echter nodigt de weginrichting niet uit tot

hoeveelheid voertuigen) de pleinen beter beleefbaar en zorgt dit

materialisatie, vergroening en voetgangers.

informeel oversteken en zijn de pleinen nog niet beleefbaar

voor een verbeterde (in-)formele oversteekbaarheid, waardoor

als aaneengesloten pleinruimtes. Daarnaast worden de

dit beter aansluit bij de ruimtelijke ambities. Aandachtspunt

Met variant 1 is winst te boeken op pleinen en bij doorlopende

alternatieve routes drukker met busverkeer. Dit kan op

is de beperkte mogelijkheid tot vergroenen (in de vorm van

structuren door slimmer samenspel in materialisatie. Dit zorgt

bezwaren van omwonenden stuiten en kwaliteitsverbeteringen

bomen).

voor een aantrekkelijkere uitstraling, maar zorgt niet direct voor

in die straten in de weg staan.

klimaatadaptatie. In variant 4 en 5 wordt het gehele maaiveld

een verbeterde oversteekbaarheid vanwege de nog steeds aanwezige hoeveelheid passerende bussen en fietsers. In het

36

Tabel. Verschillen stadstram, metro(tram), HOV-bus

Toelichting: Verschil tussen metro, tram en stadstram

Stadstram

Sneltram

MetroTram / RandstadRail Den Haag

Metro/ Randstadrail Rotterdam

HOV-bus

Inpassing

Op maaiveld, soms afscherming baan maar ook in voetgangersgebied inpasbaar, minimum boogstraal voor inpassing 20 - 25 m

Afgeschermde baan, kruisingen beveiligd met (mini)ahobs en/of vri, ongelijkvloerse kruisingen, boogstraal minimaal 25 m, meestal ruimer

Tunneltrajecten of viaducten over grotere lengte, ondergrondse of bovengrondse stations, volledig afgeschermde baan zonder gelijkvloerse kruisingen of met uitsluitend AHOB's, op uitlopers gelijkvloerse inpassing op (deels) afgeschermde baan en kruisingen, boogstraal minimaal 25 m, meestal ruimer

Volledig vrije baan in tunnel of op viaduct, nergens menging met overig verkeer, geen gelijkvloerse kruisingen, boogstraal ruimer dan 100 m beperkt inpassingsmogelijkheden

Op vrije busbaan of op wegennet met doorstromingsmaatregelen waar nodig, boogstraal 15 m, bus zwaait uit in de bochten: daardoor niet altijd een duidelijke beschreven baan, inpassing in voetgangersgebied is daarmee lastiger

Voertuigen

Trams, lage vloer, 30 - 60 m, breedte trams 2,4 - 2,65 m, max 60 km/u

Trams, lage vloer, 30 - 60 m, breedte trams 2,4 - 2,65 m, max 70 km/u

Trams, lage vloer, 30 - 75 m, breedte trams meestal 2,65 m, max 80 km/u

Metro, hoge vloer, breedte 2,65 - 3,0 m, lengte 90 - 120 m, max 80 km/u

Bussen varieren in lengte tussen 12, 18 en 24,5 m. Breedte vrijwel altijd 2,55 m

Capaciteit

Bij 12 trams per uur 2400 - 3000 reizigers

Bij 12 trams per uur 2400 - 3000 reizigers

Bij 12 trams per uur 3000 - 4000 reizigers

Bij 15 metro's per uur 6000 - 8000 reizigers

Bij 12 gelede bussen per uur 1200 - 1300 reizigers, dubbel geleed: 1600 - 1800

Op zicht, bestuurder is verantwoordelijk, tram is verkeersdeelnemer, maar heeft in principe voorrang

Op zicht, met aanvullende beveiliging, bestuurder is verantwoordelijk, tram is maar zeer beperkt verkeersdeelnemer

Beveiligd met bloksysteem dat Beveiligd met bloksysteem, toelating regelt en onderlinge afstand (semi) automatisch rijden is van voertuigen bewaakt, metrotram mogelijk is geen verkeersdeelnemer maar gedraagt zich eerder als trein (altijd voorrang), op uitlopers op maaiveld ook als sneltram of stadstram

Light rail is een systeem dat als metro, sneltram en stadstram kan rijden en zich zo aanpast aan de omgeving en de mogelijke snelheid: •

Als metro ongelijkvloers op viaduct of in een tunnel -> tot 70 km/u

•

Als sneltram op een afgeschermde baan met beveiligde kruisingen-> tot 70 km/u

•

Als stadstram op vrije baan of gemengd met verkeer ->

Voorbeeld

30 – 50 km/u •

Als stadstram in verblijfsgebied -> 15 – 20 km/u Rijden

37

Op zicht, bestuurder is verantwoordelijk, bus is verkeersdeelnemer, (dubbel) gelede bus zwaait uit in de bochten

Halteafstand

400 - 600 m

600 - 800 m

600 - 800 m

600 - 1000 m

400 - 600 m

Gem. snelheid

15 - 22 km/u

25 - 30 km/u

30 - 35 km/u (ongelijkvloerse trajecten)

35 km/u

20 - 35 km/u, afhankelijk van locatie

Toelichting: Voor variant 3 met Stadstram is qua ruimtewinst eenrichtingsroute door Voorstraat beste optie Met tram in twee richtingen is er eigenlijk geen ruimtewinst te boeken in het profiel (plus: ligging riolering zorgt voor weinig vergroeningskansen) in verband met benodigde ruimte voor comfortabel fietsen en logistiek. •

Met strengelspoor: wel ruimtewinst, maar vervolgens in andere verkeersoorten (auto, logistiek) conflicten. Ruimtewinst met strengelspoor slechts over beperkte lengte. Tegelijkertijd beperkend in exploitatie.

•

Met Voorstraat-variant boek je ruimtewinst en met al het andere verkeer vrij goed te combineren omdat het in hetzelfde circuit (eenrichting) mee kan gaan.

Let op: Smalste stuk is 9,7 meter (in bocht thv Begijnesteeg) Variant Tram

Schetsimpressie Voorstraat

38

Variant (Tram)Bus

2 meter

vanaf 3 meter

vanaf 5 meter

Toelichting: Er ontstaat in de Nobelstraat meer ruimte voor verlevendigen van de plint en drempelzones. In huidige situatie Nobelstraat is 1,70m ruimte voor voetganger. In de situatie waar fiets en bus mengen (variant 2) en waar bus mengt met tram (variant 3) is de voetgangersruimte 3,50 meter, een flinke verbetering. Let op: in profiel moeten op strategische plekken ook laad- en losstroken worden ingepast.

Huidige situatie

39

Variant 2. Bus in fietsstraat

Variant 3: Tram eenrichtingscircuit

Variant 4 en 5. Kleine busjes en MetroTram

Schetsimpressie “quick win”

Bij doorgaande structuur Oudegracht bus en fiets te gast in plaats van andersom

Variant 0. Huidig 1. Optimalisatie 2. Bus in fietsstraat 3. Stadstram 3var.TramBus 4. Kleine busjes 5. Metrotram

OV-voertuigen per 5 min (bovengronds) 9 (12-24m bus) 7 (12-24m bus) 5 (12-24m bus) 2 (41m tram) 3 (24m trambus) 5 (8m bus) 1 (8m bus)

Bovenstaande is een vluchtige schetsimpressie van ‘maximaal haalbare’ op de doorgaande lijnen (qua ruimtelijke kwaliteit) in variant 1. Aanname is dat voetgangervriendelijke inrichting niet hoeft te wachten op verkeerskundige ingrepen. Kanttekening is wel dat een dergelijke ingreep pas echt geloofwaardig werkt naarmate de oversteek smaller kan worden gedimensioneerd (met minder kruisende voertuigen). En dat goede oversteekbaarheid voor voetgangers consequenties heeft voor doorstroming bus en fiets.

40

Doel

- Verkeersveiligheid - Ruimte voor de fiets

Huidig

1. Ruimtelijke Optimalisatie

2. Bus in fietsstraat

3. Stadstram

3 var. Trambus

4. Kleine busjes

5. MetroTram

--

-

+

0 +

0 +

0 ++

++ ++

Effecten Fiets Fietsers

zal voor een deel van de fietsers wel onprettig voelen. In variant

Fietsers gaan er in alle varianten op vooruit. Uitgangspunt bij

4 en 5 (kleine bussen en metro-tram) is op maaiveld een

alle varianten is dat het aantal fietsers op de binnenstadsas

fietsstraat waarin de fiets gecombineerd is met een beperkt

ongeveer gelijk blijft doordat de groei wordt gecompenseerd

aantal grotere voertuigen (enkele auto, logistiek, kleine bus).

met het aantrekkelijker maken van routes buitenom. In variant

De binnenstadsas is dan een prettige en voldoende ruime

1 (optimalisatie) blijft de ruimte voor de fiets gelijk maar wordt

fietsverbinding. Risico is wel dat de ambitie om doorgaande

de scheiding met de rijbaan zacht (geen hoogteverschil meer).

fietsers te verleiden om van andere routes gebruik te maken

Snellere fietsers kunnen dan inhalen via de rijbaan, zoals op

dan niet gehaald wordt. Het aantal fietsers groeit dan waardoor

een 30 km/uur weg met fietsstroken. Dit vergroot de capaciteit

alsnog de betere (informele) oversteekbaarheid maar beperkt

maar biedt geen fundamenteel betere situatie. In variant 2 en

van de grond komt.

3 (bus in fietsstraat en tram) worden fiets en openbaar vervoer in verschillende sub-varianten gecombineerd. Hierdoor komt er fysiek voldoende ruimte voor het aantal fietsers maar wel samenloop met lange, forse voertuigen. Dit kan in verschillende subvarianten voldoende verkeersveilig opgelost worden maar

41

Variant 1: ‘Verzachten’ scheiding bussen en snelfietsen

Doel

- Toegankelijkheid autoverkeer - Toegankelijkheid goederenvervoer

Huidig

1. Ruimtelijke Optimalisatie

2. Bus in fietsstraat

3. Stadstram

3 var. Trambus

4. Kleine busjes

5. MetroTram

0 0

-

-

-

-

-

-

Effecten Auto en logistiek Auto en logistiek

een groot deel weer tenietgedaan wordt met substantiële

Uitgangspunt voor de toekomstige situatie is dat het

hoeveelheden auto’s en logistieke voertuigen. Gelet op de prijs

aantal auto’s en logistieke voertuigen substantieel afneemt

die in deze varianten betaald wordt voor een vrij maaiveld, is

maar dat de binnenstadsas wel beschikbaar blijft voor

dat geen gewenste uitkomst.

verkeersbewegingen in de binnenstad die niet geëlimineerd kunnen worden. Dat is in alle varianten mogelijk, maar ook noodzakelijk. Geen van de varianten is geschikt om de huidige intensiteit autoverkeer af te wikkelen. In variant 1 is dit nog redelijk mogelijk, al is de winst voor voetganger en verblijf dan nog kleiner. In variant 2 en 3 wordt de samenloop met fietsers problematisch als naast het OV substantiële hoeveelheden auto’s en logistieke voertuigen van de rijbaan gebruik maken. Voor variant 4 en 5 geldt dat de winst voor verblijf voor

42

Doel

Huidig

1. Ruimtelijke Optimalisatie

- OV bereikbaarheid binnenstadsbezoeker - OV bereikbaarheid doorgaande reiziger - OV toekomstvastheid - Consequenties OV-netwerk

+ + 0 Wiel

0 + 0 Wiel

2. Bus in fietsstraat

3. Stadstram

3 var. Trambus

4. Kleine busjes

5. MetroTram

Wiel

+ 0 + Knopen

+ 0 + Knopen

--Wiel

++ + ++ Spaak

Effecten openbaar vervoer Capaciteit wordt benut in alle varianten, alleen metro-tram heeft

(met bus in fietsstraat) kent dan geen rek, en ook variant 2a

forse reserve

(trambus) en variant 3 (tram) zullen rond 2040 redelijk aan hun

In de huidige situatie is de capaciteit ruim 20.000 reizigers per

capaciteit zitten. Variant 3 (tram) kan nog worden uitgebreid

etmaal per richting. Dit past bij een gemiddeld aantal reizigers

in aantal voertuigen, bij de anderen is dit vanuit de ruimtelijke

van 15.000 per etmaal gemiddeld en 20.000 per etmaal op een

vormgeving gezien eigenlijk niet gewenst. Alleen variant

drukke dag (P85 waarde).

5 (metro-tram) met 75 meter voertuigen heeft richting de

Een aantal varianten hebben een capaciteit die duidelijk lager

toekomst nog een forse reservecapaciteit.

ligt, wat betekent dat een deel van de reizigers een andere route moet kiezen. In een 2040 scenario met sterk wiel en

Huidige situatie en variant ruimtelijke optimalisatie: groei van

herroutering van een aantal buslijnen wordt die reductie ook

OV richting 2040 is moeilijk op te vangen op de Binnenstadsas,

ongeveer bereikt. Dat betekent wel dat dit concept (sterk

daardoor te verwachten dat ook bij huidige lijnvoering het

wiel) en capaciteit op herrouteringen voorwaardelijk is om

concept ‘Wiel’ noodzakelijk zal blijken te zijn.

richting 2040 voldoende capaciteit te hebben. Variant 2

Effecten openbaar vervoer Reistijd neemt toe op relaties waar rechtstreekse verbinding vervalt

tram of HOV-bus in variant 2 of 3) tot maximaal 8 minuten

De verschillende varianten zorgen voor verschillen in OV-

(overstap naar kleinere bus in variant 4) trager. Voor relaties

bereikbaarheid voor binnenstadsbezoekers en doorgaande OV-

die rechtstreeks blijven of al een overstap kenden, verandert er

reizigers naar Utrecht Centraal in wel/geen overstap, reistijd,

weinig. Ook voor reizigers met herkomst/bestemming in het

loopafstand en wachttijd. Voor doorgaande reizigers zijn de

gebied geeft alleen variant 5 (metro-tram) een verbetering in

verschillen op de totale reistijd 2-3 minuten. De reistijd neemt

reistijd.

toe in de varianten met een herroutering (bijvoorbeeld in variant 4 met overstap naar een kleinere bus vanuit Zeist) of een extra overstap (bijvoorbeeld in variant 3 met overstap op de tram vanuit Bilthoven). Variant 5 (metro-tram) geeft enkele minuten reistijdwinst en dit is ook genoeg om een extra overstap goed te maken. Voor verkeer met herkomst/bestemming in het gebied zijn de verschillen groter. Relaties die nu rechtstreeks zijn en een overstap krijgen worden enkele minuten (naar

Toelichting: OV per wegvak Berekening van capaciteit en het effect op de aantallen voertuigen (bussen en trams) op maaiveld in de verschillende varianten.

Aantal voertuigen op maaiveld halte Neude

Huidig

1. Ruimtelijke optimalisatie

2. Bus in fietsstraat

3. Tram

3 subv. TramBus

4. Kleine busjes

5. MetroTram 41m 5’freq

5. MetroTram 75m 4’freq

54

44

26

14

24

28

6

6

Index aantal voertuigen

100

81

48

26

44

52

11

11

Capaciteit binnenstadsas

3.600

3.000

1.920

2.120

2.520

920

2.580

5.655

Per etmaal per richting

21.600

18.000

11.520

12.720

15.120

5.520

15.480

33.930

Index

100

83

53

59

70

26

72

157

Capaciteit: 8-m bus (30) | 10-m bus (40) | 12-m bus (60) | 18-m bus (90) | 24,5-m bus (120) | 41 m tram (200) | 75 m tram (365). Etmaalfactor: 6

44

Effecten openbaar vervoer Busvarianten raken reizigers kwijt, tram en metro-tram leiden tot

onderweg zijn, leiden tot een min in het aantal OV-reizigers.

groei van OV-reizigers.

In lijn met het effect op de reistijd is dit effect het grootste in

De varianten leiden ook tot een wijziging in aantal OV-reizigers.

variant 4 met overstap op kleinere voertuigen. De tram (variant

Deze reizigers zullen in ongeveer gelijke aandelen kiezen

Dit wordt veroorzaakt door verschillen in reistijd, aantal keer

3) en metro-tram (variant 5) leiden tot een plus. Omdat de

voor ander vervoer (fiets, auto) of een andere bestemming

overstappen en kwaliteit van de reis (o.a. comfort en uitstraling

snelheid van de metro-tram (variant 5) duidelijk hoger is, leidt

(inclusief niet-reizen). Gelet op de totale reizigersstroom

tram). De busvarianten waarbij rechtstreekse relaties naar de

dit tot de grootste toevoeging van reizigers. Ten opzichte van

binnenstadbezoekers, fietsers of automobilisten gaat dit

binnenstad vervallen en reizigers naar CS 2-3- minuten langer

het totaal aantal reizigers is de maximale plus (variant 5) en

nergens om meer dan 1 of 2 procent toe- of afname.

Referentie

1. Ruimtelijke Optimalisatie

2. Bus in fietsstraat

3. Tram

3s. TramBus

4. Kleine busjes

5. MetroTram

Effect haltes binnenstadsas

0

-190

-640

880

215

-1420

1540

Effect langere resitijd CS

0

-420

-935

600

135

-1050

1200

Totaal effect

0

-610

-1570

1480

350

-2470

2740

9630

9180

10700

10035

8400

11360

Aantal instappers binnenstadsas 9820 2019

45

min (variant 4) circa 15%.

Omleidingsroute via K. de Jongweg over relatief smal profiel

Toelichting: Regio gaat er op achteruit bij herroutering: rechtstreekse lijn naar binnenstad vervalt en reistijd wordt langer. De meest logische omleidingsroutes voor OV zijn de route via Oudenoord – Kardinaal de Jongweg ofwel via station Vaartsche Rijn en de Dichtersbaan. Deze routes zijn langer en hebben op sommige plekken ook een krap profiel (bijvoorbeeld Albatrosstraat of Draaiweg). Het is ingewikkeld om op deze

(O.b.v. dienstregeling en bij benadering. Er is uitgegaan van de hoogste rijtijd (spits, inclusief buffertijd - traject CS-Jordanlaan is zonder buffer bijv. 4 minuten sneller) De rijtijden zijn tot de aangegeven haltes.

routes snelheid te bieden voor HOV-bussen. Daarnaast kunnen bussen leiden tot overlast voor bewoners (aantal bussen, formaat bussen, gewicht van de bussen/trillingen) op deze

* Reistijd naar Zeist en Jordanlaan verschilt per richting

omleidingsroutes.

Afweging: weegt langere reistijd op tegen een aantrekkelijker binnenstad? En overlast spreiden of concentreren op binnenstadsas?

46

A - Vondellaan

B - Baden-Powellweg

C - Albatrosstraat

D - Venuslaan

E - Rubenslaan

F - Waterlinieweg

G - Waterlinieweg

H - St Jacobsstraat

I - Oudenoord

J - David van Mollemstraat

K - Draaiweg

L - Talmalaan

M - Talmalaan

N - Kardinaal de Jongweg

O - Kardinaal de Jongweg

Q - Biltstraat

R - Biltstraat

S - Wittevrouwensingel

T - Kleinesingel

U - Blauwkapselseweg

V - Nobelstraat

W - Potterstraat

P - Sartreweg

Toelichting: Voorbeeldreizen Reistijden uit de regio worden langer

Bij een wijziging van de busroutes zoals beschreven in de varianten verandert de reis voor een deel van de reizigers. Door middel van een aantal voorbeeldreizen hebben we voor een aantal verplaatsingen de wijziging in reistijd in beeld gebracht. Een paar in het oog springende zaken: •

De reistijd via de binnenstadsas neemt in variant 1, 2, 3c (trambus) en 4 met 1 – 2 minuten toe als gevolg van de voorziene aanpassingen in de infrastructuur die ervoor zorgen dat de bussen er wat langer over doen.

•

In de tramvariant (variant 3) en Metrotramvariant (variant 5) stappen regionale reizigers nabij de Berenkuil of bij het Sciencepark over op de tram. Er is gerekend met een optimale overstap zonder veel loopafstand en een wachttijd van 4 minuten.

•

Reizigers in een buslijn die vanaf het Vredenburg via de St.Jacobsstraat rijden hebben een langere loopafstand (9 min) gekregen naar het Janskerkhof terwijl ze bij een routering via het Janskerkhof 1 minuut loopafstand hadden.

47

Doel

- Verkeersveiligheid - Toegankelijkheid - Functie OV voor kwetsbare doelgroepen - Directe verbinding met kwetsbare wijken

Huidig

1. Ruimtelijke Optimalisatie

2. Bus in fietsstraat

3. Stadstram

3 var. Trambus

4. Kleine busjes

5. MetroTram

0 ++

0 +

+ -

0 + 0 -

0 + 0 -

0 ++ --

++ ++ + 0

Effecten kwetsbare doelgroepen Effect kwetsbare doelgroepen

Het negatieve effect van een extra overstap geldt vooral voor

De beschreven effecten op de inrichting en bereikbaarheid

ouderen of mensen slecht ter been zijn. De mate waarin

werken ook door op kwetsbare doelgroepen. Daarbij geldt:

die overstap problematisch is, wordt sterk bepaald door de

•

Verbetering in de ruimte voor voetgangers draagt sterk

uitvoering. Met een goede inrichting en zeer korte loopafstand

bij aan de toegankelijkheid van de binnenstadsas omdat

is het negatieve effect beperkt. Een voorziening met kleinere

meer ruimte het mogelijk maakt voor een goede inrichting

bussen die fijnmaziger de binnenstad bedient kan netto zelfs

te kiezen voor kwetsbare doelgroepen.

positief uitvallen. Daarnaast dient de samenhang met de

De toegankelijkheid per OV voor kwetsbare doelgroepen

regiotaxi bekeken te worden. Voor groepen zoals ouderen of

gaat in een aantal varianten achteruit omdat er extra

mensen slecht ter been kan een verminderde bereikbaarheid

overstapbewegingen worden geïntroduceerd.

(geen directe verbinding, korte loopafstand) zorgen dat

•

zij gebruik willen maken van de regiotaxi in plaats van het Voor de meeste groepen met een beperking (rolstoelgebruikers,

gebruikelijke openbaar vervoer. Indien de regiotaxi een OV-

blinden en slechtzienden) is de toegankelijkheid van de

functie gaat vervullen, is aandacht nodig voor de invulling en

binnenstad en voldoende ruimte om te lopen belangrijker dan

financiering.

een directe verbinding of korte loopafstand. Vanuit sociaal oogpunt zijn variant 4 en 5 daarom het beste, en variant 2 en 3 een stap de goede kant op.

48

Doel

- Vitale stadsstraat dankzij inrichting en OV - Verbinding winkelgebied noord-zuid

Huidig

1. Ruimtelijke Optimalisatie

2. Bus in fietsstraat

3. Stadstram

3 var. Trambus

4. Kleine busjes

5. MetroTram

0 --

0 -

0 0

+ +

+ +

0 ++

++ ++

Effect Economisch functioneren van de binnenstad Effect economisch functioneren van de binnenstad

De OV-bereikbaarheid draagt ook bij aan het economisch

Economisch gezien zijn het verblijfsklimaat en het opheffen

functioneren. Daarbij geldt:

van de barrièrewerking van de binnenstadsas de bepalende

•

De ‘oostelijke regio’ is economisch een belangrijke

criteria. De directe OV-bereikbaarheid is secundair. Het effect

doelgroep voor de binnenstad. De autobereikbaarheid

op het economisch functioneren volgt daarom het effect op

vanuit die richting is ingeperkt. Een kwalitatief sterke

ruimtelijke kwaliteit, verblijven en lopen. Dit betekent dat variant

verbinding zoals in variant 2 (rechtstreeks-HOV), variant 3

1 een beperkte verbetering inhoudt, variant 2 een grotere en

(tram) of variant 5 (metro-tram) vanuit de oostelijke regio,

variant 3 een nog grotere verbetering. In variant 4 en 5 kunnen

is daarom een pluspunt, ook in combinatie met een goede

de ambities voor het functioneren van het gebied volledig

P&R.

waargemaakt worden.

•

Een systeem met uitstraling en kwaliteit (tram, trambus, metro-tram) kan een extra impuls geven aan de binnenstad.

49

Doel

Huidig

- Investeringskosten - Exploitatiekosten (verschil tov nu, in mln euro/jaar) - Technische inpassing - Realisatietermijn (jaren vanaf nu) - Draagvlakrisico’s

1. Ruimtelijke Optimalisatie

2. Bus in fietsstraat

3. Stadstram

3 var. Trambus

4. Kleine busjes

5. MetroTram

1 1,7 1 <5 jaar 1

2 2,2 2 <5 jaar 3

3 6,6 3 5-10 jaar 3

3 2,8 2 <5 jaar 3

2 2,8 2 <5 jaar 3

5 8,4 5 10-20 jaar 4

Effect Haalbaarheid Verschil (mln) t.o.v. huidig

Huidig

50

bus worden circa 10% duurder door extra dienstregelinguren

miljoen worden uitgevoerd (inclusief omleidingsroutes). In

en uitval van reizigers. De varianten gebaseerd op tram worden

variant 4 (kleine bussen) komt daar nog circa 50 miljoen bij

100

circa 30% duurder door hoge kosten per voertuig. Zeker voor

voor businfrastructuur op de omleidingsroutes. Bij tram op

INDEX

Variant 1: Ruimtelijke optimalisatie

€ 1,7

106

variant 5 geldt wel dat er op de ‘spaak’ flinke capaciteit op het

maaiveld in variant 3 zijn de kosten 150-200 miljoen. Bij een

Variant 2: Bus in fietsstraat

€ 2,2

108

Variant 3: Stadstram

€ 6,6

124

netwerk ontstaat. Dat kan betekenen dat er op andere plekken

metro-tram oplossing is een belangrijke overweging dat deze

Variant 3 subv: TramBus

€ 2,8

110

(wiel) minder inzet nodig is. Een goed beeld van het totaal

alleen reëel is, met een tracé inclusief zuidwest. Daarbij hoort

Variant 4: Kleine busjes

€ 3,8

114

vraagt dus een netwerkafweging.

een kostenindicatie van 1,5 – 2 miljard.

Variant 5: MetroTram

€ 7,6

127 Haalbaarheid

Qua draagvlakrisico’s kent elke variant (met uitzondering van

Explotatiekosten lopen op in alle varianten

Variant 1 (optimalisaties) en variant 2 (bus in fietsstraat) 4

variant 1) haar eigen risico’s, zoals buslijnen via alternatieve

Er treden ook exploitatie-effecten op. Deze zijn een gevolg

(kleine bussen) zijn realiseerbaar op relatief korte termijn (<5

routes, minder directe en snelle buslijnen dan in de huidige

van groei of krimp in het aantal reizigers, langere of kortere

jaar), bij het ingaan van een nieuwe concessie. Variant 3 (tram)

situatie voor binnenstadsbezoekers of doorgaande reizigers,

reistijden en de inzet van andere voertuigen (capaciteit

en variant 5 (metro-tram) hebben een realisatietermijn van

grote voertuigen door de binnenstad, minder draagvlak ‘wiel en

en kosten per eenheid). Alle varianten betekenen hogere

10-20 jaar. Het verschil in investeringskosten is zeer groot.

spaken’ en Lunetten/Koningsweg.

exploitatiekosten dan de huidige. De varianten gebaseerd op

De varianten gebaseerd op bus (1, 2 en 4) kunnen voor 30-60

conclusies & aanbevelingen

Er is geen ideale variant

met meer ruimte voor verblijven, wandelen en groen. De

Eerst keuze op netwerkniveau maken, varianten 1 en 2 kunnen

De effecten per thema laten zien dat de perfecte variant niet

binnenstad als huiskamer van de regio.

kans bieden voor de tussentijd

een omslag te maken in hoe het OV-netwerk de stad en

Geadviseerd wordt daarom om eerst een overkoepelende

meer bereikt dan een beperkte verbetering. De ambities voor

regio dient, nu en in de toekomst. Het openbaar vervoer

keuze voor het OV-netwerk te maken vanuit breder belang,

dit deel van de binnenstad in termen van een huiskamer met

past bij de groei van de stad en bijbehorende stedelijke

waar de binnenstadsas één van de onderdelen is. In vervolg

verblijfskwaliteit en een sterke en aaneengesloten binnenstad

uitstraling van de binnenstad als huiskamer van de regio.

op de keuze voor het OV-netwerk voor de lange termijn kan

vanuit economisch oogpunt en sociaal oogpunt te kiezen

een uitwerkings- en faseringskeuze gemaakt worden voor

(Bus in fietsstraat) is de verbetering voor de verblijfskwaliteit

voor kwaliteit van het gebied: een toegankelijke binnenstad

de binnenstadsas. Afhankelijk van de keuze kunnen variant

groter maar nog niet op het niveau dat geambieerd wordt. Ook

met prettig verblijfsklimaat.

1 (optimalisatie), variant 2 (bus in fietsstraat) of variant 3

bestaat. Met variant 1 (optimalisatie) wordt inderdaad niet

voor de voetganger worden hierin niet behaald. Met variant 2

•

•

zit hier geen rek in het systeem voorbij 2040. De variant met

Helaas geldt ook dat hoe beter de oplossing scoort, hoe hoger

(trambus) als faseringsstap dienen. Daarmee wordt een

een tram op maaiveld, en vooral de varianten 4 (kleine bussen)

de investering en hoe langer de realisatietermijn.

deel van de ambities voor de binnenstad gerealiseerd met

en 5 (metro-tram) zonder groot OV op maaiveld, maken het

52

als nadeel een reistijd van enkele minuten extra voor een

wel mogelijk de ambities voor het gebied te realiseren. In een

Sterk raakvlak met afwegingen in zuidwest en keuzes rond

deel van de regionale reizigers en extra druk op alternatieve

aantal varianten gaat de OV-kwaliteit erop achteruit; de reistijd

USP en de aantakking van regiolijnen

routes. Binnen deze drie varianten levert variant 3 (trambus)

neemt toe en directe verbindingen vervallen. De mate waarin

De keuze voor een aanpassing van het OV-systeem gaat

het meeste op voor de ambities voor de binnenstad en wordt

verschilt per groep en per variant. In variant 3 (stadstram)

verder dan alleen de binnenstadsas. Bij een mogelijke keuze

op de betreffende lijn een goed HOV-product geboden. Al

en vooral in variant 5 (metro-tram) gaan er ook groepen op

voor een stadstram loopt het tracé niet van het Vredenburg

deze varianten kunnen binnen een realisatietermijn van 5 jaar

vooruit. Variant 4 (kleine bussen) zet de OV-bereikbaarheid

tot aan de Stadsschouwburg en zal dit verbonden worden met

met een aanpassing van de OV-concessie en herinrichtingen

voor alle doelgroepen onder druk en verplaatst een fors deel

andere bestemmingen/doorgekoppeld worden na Utrecht CS.

worden gerealiseerd.

van de verkeersbewegingen naar routes die daar ook niet

Daarmee is dus een raakvlak met de afwegingen in zuidwest

ideaal voor zijn.

en keuzes rond USP en de aantakking van regiolijnen (studie

De subvariant met een TramBus oplossing kan een interessant

A28 corridor). Een metro-tram variant is nog ingrijpender.

compromis zijn omdat de meeste voordelen van een tram

Stadstram of metrotram bieden meeste kans om

Deze lijkt nauwelijks te realiseren op alleen de binnenstadsas,

in het gebied combineert met het gebruik van de bestaande

ambities binnenstad te combineren met goed OV

waardoor deze variant tendeert naar een volledig ondergrondse

businfrastructuur buiten de binnenstadsas. Vanuit investering

Om de ambities voor het gebied en de OV-bereikbaarheid te

oplossing vanaf de Berenkuil tot voorbij Merwedekanaalzone.

en realisatietermijn geredeneerd is dit dus minimaal een

kunnen realiseren, lijken op termijn variant 3 (stadstram) of

Zo’n oplossing vraagt een enorme investering maar biedt

aantrekkelijke variant voor de kortere termijn.

variant 5 (metrotram) de meeste kansen te bieden.

een enorme vervoerscapaciteit en lost het ruimteconflict op

Hiermee is het mogelijk om:

maaiveld op. Dit brengt gedeeltelijke heroverweging van de

•

functie en prioriteit van ‘wiel’ en ‘spaak’ met zich mee.

ruimte te maken voor een fundamenteel andere inrichting

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=a1083afa-d07c-49ad-a6d2-6fd70e562d17