CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5a - Groeidocument consortium Rijnenburg - samenvatting (incl. verstedelijkingsvisie)

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 3 oktober 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Programmatische Verkenning Rijnenburg21.813 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Als op traditionele wijze wordt ontwikkeld, met onvoldoende rekenschap van negatieve externaliteiten, kan de groei van de economie, bevolking en mobiliteit ten koste gaan van duurzaamheid en klimaatbestendigheid en ook niet bijdragen aan sociale cohesie. De belangrijkste stedenbouwkundige uitdaging is daarom om synergie tussen de opgaven te bereiken. In wetenschappelijke termen gaat het om het ombuigen van negatieve naar positieve externaliteiten. Dat komt ten goede aan zowel marktwaarde als maatschappelijke waarde. Om die win-win te bereiken moet aan twee fundamentele voorwaarden worden voldaan. De externaliteiten in het spel—het krachtenspel dat maakt dat het geheel maatschappelijke minder of juist meer waard is dan de som der delen—moeten goed worden begrepen door zaken in systeemverband te brengen. Systeemverbanden spelen op verschillende ruimtelijke schaalniveaus, van individuele buurten tot de stadsregio als geheel. De tweede voorwaarde is het verkrijgen van controle over die externaliteiten. Dat hangt samen met modellen van collectieve afstemming en organisatie, die daardoor een essentieel onderdeel van het ontwikkelconcept vormen. Om dit fundament praktisch te maken wordt in deze verstedelijkingsvisie het ontwerp- en organisatieprincipe van parametrisch ontwikkelen geïntroduceerd.

2

Deze prognose is in lijn met de verwachting van de Utrechtse Regio U10 in haar beleidsdocument Integraal Ruimtelijk Perspectief (2021). De regio voorziet een groei van +/- 80.000 arbeidsplaatsen in de periode 2020-2040, op basis van de prognose van STEC Groep Naar toekomstbestendige werklocaties in de regio U16 (2020). Volgens U10 zullen in die periode 70.000 arbeidsplaatsen landen in de stad Utrecht.

8

Alternatieve verstedelijkingsmodellen In het onderlinge systeemverband zal de ontwikkeling van nieuwe woningen en arbeidsplekken niet alleen op zichzelf duurzaam en inclusief moeten zijn maar ook moeten kunnen bijdragen aan verduurzaming en inclusiviteit van de bestaande stad. Dit verlangt allereerst een leidend principe van strategische ruimtelijke planning op lange termijn: een algemeen verstedelijkingsmodel. Er zijn vier alternatieve modellen voor verstedelijking, die ieder in het licht van de Utrechtse opgaven kunnen worden beoordeeld op hun oplossingsvermogen. Een eerste model is een groeistad op afstand van Utrecht. Het klassieke Nederlandse verstedelijkingsmodel is dat van gebundelde deconcentratie: nieuwe groeisteden op zekere afstand van de grote steden. De enige bestaande groeistad die een significant deel van de Utrechtse opgave kan opvangen is Almere, hetgeen in de huidige praktijk ook gebeurt. Dat leidt echter tot sterke groei van de mobiliteit over lange afstand en biedt op langere termijn mede daarom geen duurzame oplossing. De kleinere groeigemeenten op kortere afstand van Utrecht bieden onvoldoende uitbreidingsmogelijkheden. Tenslotte ontbreekt de ruimte voor de ontwikkeling van een geheel nieuwe, zelfstandige groeistad op redelijke pendelafstand van Utrecht. Het tweede model is het Vinexmodel.

Naast de groeisteden wordt de groei in de Randstad sinds decennia ook opgevangen door uitleglocaties aan de bestaande steden: het Vinexmodel. Voor Utrecht is dit model ook in de komende jaren belangrijk; Leidsche Rijn en andere uitleggebieden zullen ook in het komende decennium een groot deel van de stedelijke groei opvangen. Voor de groei op langere termijn bieden de bestaande uitleglocaties echter onvoldoende uitbreidingsruimte. Het derde model is stedelijke verdichting. Verdere verdichting van bestaand stedelijk gebied in Utrecht is absoluut nodig voor versterking van het OV-net en functionele menging en opwaardering van verouderde locaties. Verdichting kent echter ook grenzen, rekening houdend met het belang van groen en een gezonde leefomgeving. Voor gezinnen met kinderen is hoogstedelijke verdichting ook geen optie. Verdichting zal daarom nooit de woningschaarste echt kunnen oplossen. Het vierde model is een nieuw groot stadsdeel, direct aangesloten op de bestaande stad. Leidsche Rijn en ook IJburg zijn in zekere zijn voorbeelden van dit ‘Vinex XL’ model, maar kennen slechts in beperkte mate een compleet karakter wat betreft voorzieningen en werkgelegenheid. Een groot nieuw stadsdeel met 50.000-75.000 inwoners en 25.000-35.000 arbeidsplaatsen biedt wel voldoende draagvlak voor een compleet voorzieningenaanbod.

Zo’n omvang geeft ook draagvlak voor hoogwaardige en duurzame ontsluiting via radiale en tangentiele verbindingen binnen een polycentrisch daily urban system, het duurzame mobiliteitsmodel waar de Utrechtse agglomeratie naar toe moet kunnen groeien.

9

Stadsdeel Rijnenburg: optimaal verstedelijkingsmodel Het model van een nieuw groot stadsdeel biedt de beste papieren voor de ontwikkelopgaven op langere termijn. De locatie Rijnenburg is voor zo’n model om veel redenen het meest geschikt: Þ Grootschalige verstedelijking van Rijnenburg heeft vanwege de centrale ligging binnen de omvangrijke zone waar woningtekort heerst (het blauwe gebied in figuur 3) optimaal probleemoplossend vermogen. Het ligt direct aan de bestaande stad, passend in een ring van verstedelijking, waardoor van bestaande centrale voorzieningen wordt geprofiteerd en goede bereikbaarheid kostentechnisch haalbaar is. Het gebied heeft voldoende ruimte voor de ontwikkeling van een eigenstandig stadsdeel voor tenminste 50.000 inwoners en op langere termijn mogelijke doorgroei naar 75.000 inwoners, van alle maatschappelijke geledingen, alsmede voor 25.000 tot 35.000 arbeidsplaatsen in een scala aan sectoren3. Þ De ligging van Rijnenburg is aantrekkelijk voor een breed scala aan maatschappelijke groepen, leefstijlen, voorzieningen en economische activiteiten. Daarmee draagt het nieuwe stadsdeel bij aan een diverse samenleving zonder scheidslijnen en aan een diverse en vitale economie. Rijnenburg is als woon- en werklocatie in het hart van de Randstad aantrekkelijk voor kenniswerkers en kenniswerkgevers, die op de gehele Randstad zijn georiënteerd.

Rijnenburg kan voorzieningen aantrekken die op het Randstedelijke schaalniveau opereren. De locatie is gezien de ligging aan de bestaande stad ook aantrekkelijk voor middenhoog geschoolde (vak-)mensen die vooral op de Utrechtse arbeidsmarkt zijn aangewezen, en voor bedrijven en voorzieningen die op de Utrechtse afzetmarkt opereren. Þ Met een omvang van tenminste 50.000 inwoners en 25.000 arbeidsplaatsen krijgt het nieuwe stadsdeel in principe voldoende draagvlak voor een breed scala aan lokale voorzieningen, die passen bij een sterk gemengde bevolkingsstructuur. Daardoor zal het stadsdeel bijdragen aan het door Utrecht gewenste concept van de ’10-minuten stad’ (veel voorzieningen op ten hoogste 10 minuten reisafstand). Door de goede ligging in het grotere stadslichaam van Utrecht profiteert de bevolking bovendien van (top-)voorzieningen op dat niveau: het borrowed size principe. Þ De mogelijke grootschalige ontwikkeling geeft draagvlak voor een snelle OV-verbinding met het stadscentrum en CS, een conditio sine qua non voor duurzame mobiliteit. Mogelijk kan ook worden aangesloten op een toekomstige stedelijke OV-ring. Zo’n wiel met spaken, dat is voorzien in de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040, combineert radiale OV-verbindingen tussen stadsdelen en stadscentrum met een OV-ring die stadsdelen onderling verbindt.

3

Deze bandbreedte aan arbeidsplaatsen ligt significant hoger dan het cijfer van 12.500, genoemd in het Rapport Ontwerpstudie Rijnenburg van PosadMaxWan (2022) en opgenomen in het Utrechtse Coalitieakkoord. Dat heeft verschillende redenen. De stad zal volgens het IRP van de regio U10 de komende twintig jaar (tot 2040) ruimte moeten bieden aan 70.000 nieuwe arbeidsplaatsen. Rijnenburg zal daar significant aan moeten kunnen bijdragen. De ontwikkelperiode voor Rijnenburg strijkt bovendien veel verder dan 2040. Ook na 2040 zet de groei van arbeidsplaatsen door. Tenslotte maar niet tenminste wordt in deze visie rekening gehouden met een verhouding tussen bevolking en arbeidsplaatsen van 2:1 en een verhouding tussen woningen en arbeidsplaatsen van 1:1. Deze verhouding is standaard op stedelijke en regionale schaal, en ook nodig op de schaal van het stadsdeel teneinde vermijdbare pendelbewegingen en reistijden te minimaliseren. Daarbij zal een aanzienlijk deel (15-20%) van de arbeidsplaatsen aan of nabij huis zijn gelegen.

10

Deze netwerkstructuur schraagt een polycentrische ontwikkeling van functiegemengde knopen, ontlast het overbelaste CS-gebied en geeft de beste garantie op evenwichtige en duurzame ontwikkeling van het Utrechtse Daily Urban System. Rijnenburg is daarvoor een onmisbare stepping stone. Þ De voorziene schaal van het nieuwe stadsdeel biedt mogelijkheden voor de implementatie van duurzame en circulaire systemen voor bouw en afvalstromen, energieopwekking, waterbeheersing en klimaatadaptatie. Met een voldoende omvangrijke jaarlijkse bouwproductie kan een geothermisch systeem worden aangelegd dat energie levert voor het stadsdeel en ook voor aanpalende stadsdelen. Rijnenburg kan aldus energieneutraal worden en zelfs een energiecentrale worden voor de rest van de stad.

11

Leidende Principes voor ontwikkeling Naast de accommodatie en ontsluiting van een gemengde woningvoorraad, werkgelegenheid en voorzieningen kan de stadsuitbreiding Rijnenburg met het oog op de stedelijke kernopgaven nadrukkelijk bijdragen aan een sociaal inclusieve, gezonde en leefbare, duurzame en klimaatbestendige stad. Door uitgekiend ontwerp, placemaking en flexibele ontwikkeling kan het nieuwe stadsdeel bovendien een bijzondere identiteit krijgen en met aanpassingsvermogen de onzekere toekomst weerstaan. Dit scala aan sterke eigenschappen verlangt toepassing van een zestal leidende principes:

Bouwen voor diversiteit en gemeenschapszin: ‘terug naar ons dorp’ De toekomstige bevolking van Rijnenburg wordt een afspiegeling van de gehele Utrechtse stadsbevolking. Menging wordt het kenmerk van het stadsdeel als geheel, maar ook de kracht van de individuele buurten. Jong en oud, en hogere en lagere inkomens leven met elkaar. Buurten onderscheiden zich daarbij wel door individueel karakter en identiteit. Het gaat nadrukkelijk om meer dan menging: sociale samenhang, gemeenschapszin, burgerinitiatief en verantwoordelijkheidsbesef staan centraal4. Dit sociale buurtkapitaal is bij nieuwe stadsontwikkeling op de achtergrond geraakt, maar Rijnenburg biedt de kans om het op de voorgrond te zetten. Daarbij leren we van typisch dorpse gemeenschappen. Door in buurten woningen en voorzieningen te realiseren voor alle leeftijden, inkomensgroepen en huishoudsamenstellingen worden buurten levensloopbestendig. Door lokale doorstroming makkelijk te maken kunnen mensen lang in hun buurt blijven wonen, en dat zorgt voor buurtbinding en verantwoordelijkheidsbesef. Nieuwe coöperatieve woonvormen en coöperatieve beheermodellen voor lokale voorzieningen zijn deel van het concept. Zo’n ‘stad van dorpen’ is voor alle geledingen in de samenleving aantrekkelijk: voor gezinnen met kinderen, ouderen en alleenstaanden, maar ook voor jonge tweeverdieners.

Een toegankelijke en veilige buitenruimte is cruciaal als arena voor recreatie, spel en ontmoeting voor jong en oud, en heeft een spilfunctie voor sociale cohesie. Buurtcoöperatie voor beheer van lokale buitenruimte (zoals speelplaatsen en moestuinen) zal die cohesie versterken. Het ‘stad van dorpen’ model kan wel degelijk gepaard gaan met hoge bebouwingsdichtheid. Die dichtheid zal variëren tussen buurten; het stadsdeelcentrum krijgt in ieder geval hoogstedelijke dichtheid. Met aanleg van terrassen aan gestapelde woningen en collectieve leeflagen wordt wonen ook in hogere dichtheid aantrekkelijk voor gezinnen. Binnentuinen van complexen hebben een vergelijkbare functie. Dergelijke variatie is ongebruikelijk in de Nederlandse stedenbouwkundige traditie. Die wordt in Rijnenburg doorbroken.

4 Over het belang van lokale sociale binding voor maatschappelijke participatie, weerbaarheid en gezondheid is wetenschappelijk veel bekend. Zie: Blokland-Potters, T. (2017) Community as Urban Practice. Urban Futures Series, Malden, MA; Aldrich, D.P. & M.A. Meyer (2015), ‘Social Capital and Community Resilience’, American Behavioral Scientist 59(2): 254-69; Granovetter, M. (1983) ‘The Strength of Weak Ties: A Network Theory Revisited’, Sociological Theory 1:201-33; Beaudoin, C.E. (2009) ‘Bonding and Bridging Neighbourliness: An Individual-level Study in the context of Health’, Social Science & Medicine 68(12):2129-36; Musterd, S. & R. Andersson (2006) ‘Employment, Social Mobility and Neighbourhood Effects’, International Journal of Urban and Regional research 30(1):120-140; Pinkster, F. (2009), ‘Neighborhood-based Networks, Social resources, and Labor Market Participation in Two Dutch Neighborhoods’, Journal of Urban Affairs 31(2): 213-231

12

De combinatie van dorpse, kleinschalige en sterk gemengde (buurt-)eenheden en een grootstedelijke bredere setting biedt aldus de beste kansen op het aantrekken en vasthouden van een breed scala aan maatschappelijke groepen—met hun onderlinge verbondenheid als maatschappelijk doel.

Bouwen voor leefbaarheid en de 10-minutenstad Utrecht heeft het concept van de 10-minutenstad omarmt5. Het streven is om dagelijkse voorzieningen voor winkelen, lager onderwijs en sociale ontmoeting zoveel mogelijk op maximaal 10 minuten wandel-, fiets- en OV-reistijd van de burgers te hebben. Dat zal in grote delen van de stad niet makkelijk gaan, maar in Rijnenburg wordt dit van meet af aan een leidend planologisch principe. Er komt een fijnmazige hiërarchie van buurt-, wijk- en stadsdeelvoorzieningen, met een uitgekiend net van wandel-, fiets-, OV- en autoroutes. Niet-dagelijkse voorzieningen in het stadsdeelcentrum, voor winkelen, cultuur en ontspanning, en speciale complexen zoals sportaccommodaties en medische centra krijgen hoge kwaliteit vanwege het grote draagvlak dat het omvangrijke en diverse stadsdeel als geheel biedt. Bovendien kunnen deze topvoorzieningen ook door bewoners en toeristen van buiten worden gebruikt. Voor specifieke activiteiten, zoals waterrecreatie maar wellicht ook hoger onderwijs, kan Rijnenburg een regionale en zelfs nationale functie krijgen. Niet alleen een fijnmazige en diverse voorzieningenstructuur maakt Rijnenburg leefbaar. Ook de alomtegenwoordigheid van hoogwaardig en veilig groen en water draagt daaraan bij en nodigt uit tot ontmoeting, ontspanning en gezond leven voor jong en oud.

Een ontwikkeling als stedelijk conglomeraat van dorpse buurten sluit ook aan bij de plannen voor landschapsontwikkeling die gemeente Utrecht voor de westzijde van de stad koestert. Een organische overgang van stad naar omliggend landschap versterkt de aantrekkingskracht van het stadsdeel en geeft kansen op recreatieve voorzieningen en activiteiten die de gehele stad en regio dienen. En als slagroom op de taart liggen tenslotte maar niet ten minste de topvoorzieningen in het Utrechtse centrum door een hoogwaardige railverbinding direct om de hoek. Die railverbinding is conditio sine qua non.

Bouwen voor economische vitaliteit en sociale ontwikkeling Rijnenburg krijgt ook een belangrijke economische functie—op termijn 25.000 tot 35.000 werkplekken. De locatie in het hart van het land, nabij een kruispunt van hoofdroutes voor auto en OV, is zeer aantrekkelijk voor werkgevers. De economie in de regio Utrecht heeft dringend behoefte aan uitbreidingsmogelijkheden; er is een groot tekort aan bedrijfsruimte in de stad en regio. Maar ook in economisch opzicht gaat de doelstelling voor Rijnenburg verder dan alleen het pure werken en verdienvermogen. De economie in Rijnenburg gaat nadrukkelijk bijdragen aan individuele menselijke ontwikkeling en maatschappelijke participatie, en aan innovatie, duurzaamheid en klimaatbestendigheid. Innovatie, economische participatie en levenslang leren worden hoofdthema’s voor de Rijnenburgse samenleving die passen bij de economische kracht en ambitie van de stad Utrecht. Naast goed bereikbare en hoogwaardige locaties voor grotere en ruimtebehoevende bedrijvigheid biedt het stadsdeel daarom ook ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid aan en nabij huis, en verzamelgebouwen en faciliteiten voor startups en doorstarters die passen bij het dorpse karakter van de buurten. In de Nieuwe Economie gaat het om menselijk en sociaal kapitaal, om netwerken tussen ondernemende individuen6. De coöperatieve geest die de dorpse fysieke en 5

Zie Gemeente Utrecht (2021): Utrecht dichtbij: de tien-minutenstad. Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040. De sterke relatie tussen lokaal en regionaal sociaal kapitaal, ondernemerschap en economische ontwikkeling is een belangrijk thema voor wetenschappelijk onderzoek. Zie Granovetter, M. (2017), Society and economy: framework and principles. Cambridge (Mass): The Belknap of Harvard University Press; Sorenson, O. (2018) ‘Social networks and the 6

13

sociale structuur van Rijnenburg gaat kenmerken zal een voedingsbodem geven voor ondernemingszin.

Duurzaam bouwen voor wonen en mobiliteit, energieneutraliteit en klimaatbestedigheid Rijnenburg wordt fysiek toekomstbestendig door circulaire bouw- en afvalsystemen, energieneutrale vervoers-, verwarmings- en koelsystemen en een sterke groen-blauwe structuur die biodiversiteit paart aan waterberging en vermindering van hittestress. Door goede vormgeving dragen de betreffende systemen bij aan de gezondheid en het welbevinden van de lokale bevolking, o.a. door mogelijkheden voor (water-)recreatie. Er wordt optimaal ingespeeld op de waarde van lokale nabijheid en synergetische integratie van systemen.7 Lokale sociale netwerkvorming en coöperatie werken stimulerend voor verduurzaming.8 Daarom wordt verduurzaming in Rijnenburg direct in het verlengde van ondernemerschap en sociale inclusiviteit gelegd. Dit kan op veel verschillende manieren. Bottom-up: ondernemers en bewoners moeten gemakkelijk kunnen participeren in de opzet en het beheer van lokale energiesystemen en circulaire initiatieven. En top-down: grootschalige systemen voor waterbeheer en ecologische verduurzaming kunnen worden opgezet als fijnmazige parkstructuren, waar lokale gemeenschappen van kunnen profiteren voor recreatie en sport.

Creatie van identiteit, voor buurten, het stadsdeel en Utrecht als geheel Een sterke Identiteit is één van de meest onderschatte drijvers voor de aantrekkingskracht van plekken en het welbevinden en verantwoordelijkheidsbesef van inwoners. Door de leidende maatschappelijke, economische en duurzame thema’s voor Rijnenburg te laten weerspiegelen in een bijzondere en veelzijdige fysieke vormgeving, landmarks en recreatieve voorzieningen krijgt het stadsdeel unieke identiteit. Een stad van dorpen, levend met water. De buurten van Rijnenburg krijgen ieder een eigen karakter en vormgeving, maar hebben ook een sterk gemeenschappelijk kenmerk: de publieke buitenruimte en lokale voorzieningen zijn sociale

geography of entrepreneurship’, Journal of Small Business Economics 51: 527-537; Sabatino, M. (2019), ‘Economic resilience and social capital of the Italian regions’, International Review of Economics and Finance 61: 355-367; Coleman, J.S. (1988) ‘Social capital in the creation of human capital’, American Journal of Sociology 94: 95-120; Bosma, H., J. Hessels, M.V Praag & I. Verheul (2012), ‘Entrepreneurship and role models’, Journal of Economic Psychology 33(2): 410-424; Dahl, M.S. & O. Sorenson (2009), ‘The embedded entrepreneur’, European Management Review 6(3): 172-181; Scaraboto (2015), ‘Selling, sharing, and everyrthing in between: the hybrid economies of collaborative networks’, Journal of Consumer Research 42(1): 152-176 7 Zie voor een overzicht van wetenschappelijke kennis over circulaire systemen voor energie en hergebruik van afval, en het belang van nabijheid en ruimtelijke planning daarbij: Jonkeren, O. ()2016), Circulaire economie, de fysieke omgeving en omgevingsbeleid. Den Haag: Planbureau voor de Leefongeving; Amenta, L., m. Russo & A. T. van Timmeren (2022), Regenrative territories: dimensions of circularity for healthy metabolisms. Cham: Springer International Publishing; Tordoir, P. (2021) Denkkader voor circulaire economie en ruimte: beleidsverkenning. Den Haag: Ministerie van Infrastructuur en Milieu; Bisello, A., D. Vettorato, D. Ludlow & C.

Branzelli (eds)(2019), Smart and sustainable planning for cities and regions. Open Access Contributions, Springer International Publishing; Lukkarinen, J.P., H. Nieminen & D. Lazarevic (2023), ‘Transitions in planning: transformative policy visions of the circular economy and blue bioeconomy meet planning practice’, European Planning Studies 31(1): 55-75 8 De synergetische relatie tussen (lokale) sociale netwerkvorming, maatschappelijke participatie en verduurzaming blijkt uit wetenschappelijk onderzoek: zie Izdebska, O. & J. Knieling (2020), ‘Citizen involvement in waste management and circular economy in cities: key elements for planning and implementation’, European Spatial Research and Policy 27(2): 115-129; Walker, B, C.S. Holling, S.R. Carpenter & A. Kinzig (2004), ‘Resilience, adaptability and transformability in social-ecological systems’, Ecology and Society 9(2); Majee, W. & A. Hoyt (2011), ‘Cooperatives and community development’, Journal of Community Practices 19(1): 48-61

14

ontmoetingsplekken, een baken en resultaat van gemeenschapszin. Thuis is niet alleen het huis maar ook de buurt. Zo’n stad van dorpen heeft ook als geheel bijzondere identiteit, maar daarnaast heeft Rijnenburg ook een echt hoogstedelijke kern en krijgt het stadsdeel bij de overgang naar het aangrenzende landelijk gebied hoogwaardige blauwgroene recreatieve voorzieningen waar inwoners van de gehele stadsregio en daarbuiten van profiteren. Denk aan het Twiske aan de noordrand van Amsterdam. Het trio hoogstedelijke kern, dorpse wijken en prachtig buitengebied maakt Rijnenburg tot een herkenbaar geheel. Met de leidende ontwikkelprincipes versterkt Rijnenburg tenslotte maar niet ten minste ook de identiteit van Utrecht. Utrecht profileert zich nadrukkelijk als een vitale stad. Vitaal in betekenis van gezondheid, een leidend en onderscheidend thema voor het stadsbeleid. Maar ook in de betekenis van een krachtige en innovatieve economie. En tenslotte in de betekenis van duurzaamheid en veerkracht. Rijnenburg wordt een showcase van hetgeen de stad vermag.

Flexibiliteit en aanpassingsvermogen De samenleving verandert continu, de toekomst is onzeker, technologie veroudert maar voor de ontwikkeling van de stad moeten we wel lang vooruit kunnen denken en investeren. Oplossing van dit dilemma kan met een flexibele, goed gefaseerde ontwikkelaanpak. Bovenstaande doelen en principes vormen daarbij richtinggevende ‘top-down’ kaders die enkel pas ‘bottom-up’ worden ingevuld als de omstandigheden rijp zijn. Dit punt van is van eminent belang en wordt op de volgende pagina nader uitgewerkt. Wat ook goed helpt is om woningen, werkplekken en voorzieningen zodanig vorm te geven dat deze later makkelijk functieverandering toelaten. Om de principes te kunnen implementeren, te beschermen of aan te passen wanneer nodig zijn tenslotte maar niet tenminste effectieve beheerprincipes en gemeenschappelijke organisatiemodellen essentieel. Lokale en regionale synergievorming en cohesie, die bijdragen aan waarde, moeten actief worden gezocht en beschermd. Daarbij helpt ook innovatie op buurt- en wijkniveau. De ontwikkeling moet openstaan voor nieuwe organisatiemodellen zoals complex- en buurtgebonden coöperatie, onder andere voor gemeenschappelijke buitenruimte, speelplaatsen en moestuinen, en energieproductie.

15

Fasering van de ontwikkeling Goede, flexibele faseringsmogelijkheden zijn cruciaal voor de verstedelijking van Rijnenburg, gegeven de lange ontwikkeltermijn voor essentiële OV-ontsluiting en het plan om voorlopig een deel van het gebied te bestemmen voor energieproductie. Þ Flexibiliteit in planvorming, fasering en ontwikkeling is nodig om te kunnen bijsturen en aanpassen als marktomstandigheden, maatschappelijke en technologische trends daarom vragen. De planhorizon ligt ver weg en de onzekerheden zijn navenant groot. Tegelijkertijd verlangen de start en verdere verloop van feitelijke ontwikkeling een integraal masterplan met een duidelijk eindbeeld. Dat is nodig om kapitaalsintensieve voorwaarden zoals OVontsluiting tijdig zeker te stellen en te voorkomen dat het gebied op een rommelige wijze en op basis van ‘voldongen feiten’ wordt (door-)ontwikkeld, waardoor het minder bijdraagt aan maatschappelijke opgaven. De benodigde flexibiliteit en zekerheid geven een dilemma. De uitweg is om te werken met een globale masterplanning waarin wel harde kaders, randvoorwaarden, toetsings- en afwegingscriteria en no-regret investeringen zijn opgenomen. Een uitgelezen werkwijze daartoe geeft het innovatieve 6-S model voor parametrische strategische planning en ontwikkeling, dat in het slothoofdstuk van deze visie wordt gepresenteerd.

Þ De klassieke fasering van nieuwe verstedelijking, waarbij in afwachting van kostbare investeringen in OV en centrumfuncties wordt gestart met ontwikkeling in lagere dichtheid ‘aan de planranden’, is in geval van Rijnenburg maar tot op beperkte hoogte haalbaar, waarbij vooral aan tijdelijke woningbouw kan worden gedacht. Er zal in ieder geval snel ook in hogere dichtheid moeten worden gebouwd op meer centrale locaties. Dat lukt alleen als de OV-ontsluiting met de centrale stad ook snel op orde komt. Gezocht moet daarom worden naar een OV-techniek die goed schaalbaar is met de bevolking en bevolkingsdichtheid, zodat van meet af aan ook in het centrumgebied (OV-knoop) met hogere dichtheden kan worden ontwikkeld. Þ Het verdient sterke aanbeveling om plannen voor een energielandschap op de locatie Rijnenburg (zie de Ruimtelijke Strategie Utrecht) van meet af aan zodanig ruimtelijk in te passen en technisch vorm te geven dat synergie met stedelijke functies wordt gestimuleerd in plaats van ontmoedigd. Daarbij kan gedacht worden aan de eerdergenoemde geothermische systemen, aan combinaties met werkfuncties (‘werklandschappen’) en woonwerk combinaties, aan groene en recreatieve functies en aan waterberging.

Energiesystemen die op kortere termijn in het gebied worden geplaatst moeten in principe tijdelijk kunnen zijn om later ruimte te kunnen geven aan beter inpasbare systemen of functietransformatie. Een vroege ontwikkeling van een energielandschap mag in geen geval de omgevingskwaliteit voor verstedelijking definitief verzwakken.

16

Synergie door Parametrische Planning Er liggen belangrijke onderlinge relaties tussen de gekozen Leidende Principes voor Rijnenburg. Gemeenschapszin werkt ook goed voor arbeidsparticipatie en economische netwerkvorming, en vice versa. Verduurzaming biedt economische kansen en lukt beter met gemeenschapszin. Synergie is daarbij het overkoepelende streven. Synergie houdt in dat verschillende doelen die elkaar vaak dwarszitten, zoals energieproductie en leefkwaliteit, met slimme oplossingen in elkaars verlengde worden gebracht. Synergie staat ook centraal in de voorgestelde principes voor de maatschappelijke en bestuurlijke organisatie en procesgang. Dit alles vraagt om ontwerpen, ontwikkelen en beheren in samenhangend systeemverband, op het schaalniveau van buurten en wijken, het stadsdeel en de samenhang met de stad en regio als geheel. De nieuwe methode van ‘parametrisch ontwerp’ biedt daartoe een geavanceerd instrumentarium, waarbij die methode verder wordt opgewaardeerd wordt naar het niveau van parametrisch plannen en ontwikkelen.9 Het basisprincipe is dat individuele bouwstenen en puzzelstukjes in een ontwerp en ruimtelijk plan op hun onderlinge wisselwerkingen (parameters) in het systeemverband van plan en planomgeving worden doorgerekend.

Dan komt vroegtijdig in beeld waar knelpunten ontstaan en zaken elkaar dwarszitten, en waar en onder welke condities zaken elkaar zullen versterken en synergie ontstaat. Aldus kan synergie worden gezocht en de puzzel optimaal worden gelegd. Het gaat daarbij om ontwerp en planvorming op alle relevante ruimtelijke schaalniveaus: gebouwen en straten, buurten en wijken, het stadsdeel, de stad en de stadsregio als geheel. De systeemparameters en effecten van de ontwikkeling doen zich immers op al die niveaus voor. De parametrische methode biedt een uitbreiding en verdieping van het ruimtelijke afwegingsmodel dat gemeente Utrecht nu al planologisch toepast, de zogenaamde Utrechtse Barcode. Daardoor sluit het aan bij de gebruikelijke praktijk en vormt daarbij een belangrijke verdere ontwikkelstap. Parametrisch ontwikkelen gaat over samenhang in gebiedsverband. Als alleen wordt gefocust op specificaties van individuele projecten, met oog erop daarover (positief) te besluiten, wordt gebiedsontwikkeling als breder verband onvoldoende in de besluitvorming betrokken en worden allerlei mogelijke invloeden op de waarde en functionaliteit van individuele projecten over het hoofd gezien. De gebiedsontwikkeling van Rijnenburg als geheel, en de bredere stadsvisie waarin die ontwikkeling past, dient daarom afwegingskaders te geven voor individuele projectontwikkeling.

Het proces om daartoe te komen vraagt om de betrokkenheid van deskundigen, stakeholders en bestuurders/beslissers. Het is de uitdaging om deze laatste bestuurders niet te laten beslissen over specifieke ruimtelijke en functionele (deel)oplossingen, maar over de prestaties die de gehele ontwikkeling moet leveren op verschillende thema’s en wat het daarbij behorende invloedgebied is. Dit bepaalt vervolgens ook wie de stakeholders zijn waarmee geparticipeerd dient te worden.

9 Zie voor wetenschappelijke literatuur over, en toepassing van parametrische planprincipes en technieken: Shach-Pinslery, D., S. Bindreiter, I. Porat, S. Sussman, J. Foster & M. Rinnerthaler (2021), ‘Multiparametric analysis of urban environmental quality for estimating neighborhood renewal alternatives’, Journal of Urban Planning 6(4): 172-188; Zhang, Y. (2022), ‘Evaluating form-based code for sustainable development of urban communities and neighborhoods’, International Journal of Environmental research and Public Health 19(12): 73-89; Thiab, F.A. (2022) ‘The concept of parametric urbanism’, AIP Conference Proceedings 2437; Fusero, P, L. Massimiano, A. Tedeschi & S. Lepidi (2013), ‘Parametric Urbanism: a new frontier for smart cities’, Planum. The Journal of Urbanism 27(2); Kangshun, L., L. Wei, H. wang & L. Yong (2020), ‘Application of parametric design in urban planning, Journal of Artificial Intelligence Algorithms and Applications 12(5): 526540; Arnado, M. & F. Poggi (2014), ‘Solar urban planning: a parametric approach’, Energy Procedia 48: 1539-1548

17

Methodische kernbegrippen: het 6-S model Het kader dat in de gebiedsontwikkeling moet worden vastgesteld bestaat uit de relevante thema’s (maatschappelijke doelen en issues) en hun onderlinge relaties (Scope), de beoogde effecten (Score) die op deze thema’s moeten worden bereikt en de invloedgebieden (Scape) van deze effecten. Samen zijn deze drie S-en de uitwerking van de waarom-vraag voor de gebiedsontwikkeling. Het gaat om een kwalitatieve en kwantitatieve beschrijving van bijdrage die Rijnenburg dient te leveren aan de economische vitaliteit, sociale inclusiviteit en duurzaamheid van de regio Utrecht en inzicht in de mechanismen die leiden tot synergie, op het niveau van de buurten, het stadsdeel en het Daily Urban System.

Voorbeelden van parametrisch plannen en ontwikkelen voor Rijnenburg Ontwikkelen voor synergie in de buurt: gemeenschapszin en verduurzaming Scope: gemeenschapszin Score: verduurzaming Scape: buurten Er is inmiddels een bibliotheek aan wetenschappelijke onderzoekingen over randvoorwaarden voor verduurzaming en circulariteit van energie- en afvalstromen. Daaruit blijkt een groot belang van samenwerking tussen en binnen gemeenschappen van gebruikers en producenten. Korte lijnen en ruimtelijke concentratie werken daarbij stimulerend en zijn vaak zelfs essentieel, denk aan de opkomst van lokale energiecoöperaties die zich vooral in dorpse gemeenschappen ontwikkelen. Dergelijke inzichten in het verband tussen sociale structuur, nabijheid en lokaal initiatief kunnen worden ingebracht bij het fysieke ontwerp en beheermodellen voor de ‘stad van dorpen’, niet alleen voor de ruimtelijke structuur maar ook voor systemen voor energie en afvalverwerking.

Ontwikkelen voor synergie in het Daily Urban System: naar een polycentrische stadsregio Scope: bereikbaarheid Score: economische vitaliteit Scape: de stadsregio Utrecht streeft naar een polycentrische structuur van de stadsregio, met een ring van belangrijke nevencentra die zowel onderling (tangentieel) als met het stadscentrum (radiaal) verbonden zijn door hoogwaardige railinfra: een wiel met spaken. De economische voordelen van zo’n structuur voor het stadsregionale Daily System zijn wetenschappelijk gedocumenteerd. Ook is bekend hoe de massa, ruimtelijke structuur en samenstelling van de stedelijke (gebruikers-)omgeving het draagvlak voor en economische effecten van zo’n ringstructuur beïnvloeden. Deze parameters kunnen worden ingebracht bij het macro-ontwerp van een nieuw stadsdeel Rijnenburg, als voedingsbron en stepping stone voor het gehele wiel-met-spaken concept. In dat kader kan ook mogelijke synergie tussen Rijnenburg, Leidsche Rijn en Nieuwegein worden geoptimaliseerd.

De concrete projecten of ontwikkelvoorstellen binnen een breder plan zijn ook uit drukken in drie Sen. De functionele kenmerken (Scheme: wat), de ruimtelijke verschijningsvorm (Scale: waar) en de tijdsgebonden effecten (Schedule: wanneer). De uitwerking van eerste drie S-en moet zodanig zijn dat betrekkelijk eenvoudig valt te beoordelen of zo’n concreet projectvoorstel een goed idee is en zo ja, welke ruimtelijke uitwerking het meest kansrijk is.

18

In gebiedsontwikkeling gaat het erom de waarom-vraag uit te werken tot een integraal en gedragen kader, waarmee projectvoorstellen kunnen worden beoordeeld en ook worden gegenereerd. Gezien de lange termijn van de ontwikkeling en de veelheid aan thema’s is het raadzaam om gebruik te gaan maken van de rekenkracht van de computer. Artificial Intelligence (AI) zal vanuit deze complexiteit een rol moeten spelen bij het genereren en beoordelen van mogelijke projectvoorstellen. De relaties binnen en tussen verschillende parameters worden dan in algoritmes op basis van wetenschappelijke inzichten in systeemsoftware vastgelegd. Vervolgens kan er met die parameters, als input voor planvorming en effectbepaling, worden ‘gespeeld’ om te zien wat uitkomsten zullen zijn. De Utrechtse Barcode systematiek die gemeente Utrecht hanteert vormt een aanzet tot deze aanpak, maar beperkt zich tot programmatische en fysieke parameters. In de hier voorgestelde aanpak worden ook niet-fysieke thema’s meegenomen, zoals sociale inclusiviteit en ondernemerschap.

Processtappen Het gebiedsontwikkelingsproces zou nu vooral gericht moeten zijn op het vaststellen van de relevante doelen en parameters: de Scope en Score van de ontwikkeling. In dit proces moeten deskundigen, stakeholders en bestuurders zich uitspreken over welke thema’s belangrijk zijn: wat moet waar en voor wie iets opleveren? De veelheid aan thema’s en het besef dat we hier iets gaan doen dat nog niet eerder is gedaan, leidt tot een mate van complexiteit die een grotere fysieke, functionele en mentale oplossingsruimte verlangt dan enkel woningbouwontwikkeling kan bieden. Binnen die grotere ruimte zijn nadrukkelijk ook energetische, hydrologische, economische en recreatieve ontwikkelingen en opties aan de orde, waarin gezocht kan worden naar options-of-noregret en zelfs nog beter win-win-options, startpunten voor meervoudige waardecreatie waarbij positieve externaliteiten worden gezocht. Het is uit dit proces dat een goed en verder uitgewerkt, maar voldoende globaal masterplan voor Rijnenburg kan volgen. Een plan dat werkt is voldoende robuust en flexibel om in te kunnen spelen op veranderende omstandigheden en maatschappelijke prioriteiten. Omdat de planningshorizon nog ver weg is, is het raadzaam om tussenstappen te nemen die elk tot een kwalitatief aanvaardbaar en synergierijk tussenresultaat leiden, maar ook aanleiding zijn voor doorontwikkeling.

Aldus kan ook worden aangesloten op de verschillende tempi van bovengenoemde thema’s, in termen van realisatietermijn, exploitatie en terugverdientijd. Woningen zijn relatief snel gebouwd terwijl groen tijd nodig heeft om uit te groeien tot een volwassen kwaliteit. Windturbines hebben een kortere economische en technisch levensduur dan een railinfraverbinding. Parametrisch ontwikkelen houdt nadrukkelijk rekening met deze verschillende levensduren en onderlinge padafhankelijkheden.

Ontwikkelstrategie proces

Fig. 5 mogelijke ontwikkelstappen Rijnenburg 2023-2048

19

Innovatie en kennisinput De bepaling van mogelijke wisselwerkingen tussen en doorwerkingen van parameters (scope, score, scape) en de softwarematige omzetting in algoritmen en AI-systemen vergen ook inbreng en innovatie vanuit de wetenschap. Wetenschappelijk bezien vergt parametrisch ontwikkelen op hoger gebiedsniveau een doorontwikkeling van het parametrisch ontwerpen zoals dat nu bij ruimtelijk ingewikkelde ontwikkellocaties wordt beproefd. Op dat hogere schaalniveau worden momenteel wel al Planning Support Systems toegepast; de Utrechtse Barcode is een voorbeeld daarvan. Die kunnen worden opgewaardeerd, allereerst door ruimtelijk economische inzichten in te brengen (zowel op het hogere schaalniveau van het daily urban system als op het lagere schaalniveau van externalities binnen het gebied zelf) en ten tweede door ook sociaaleconomische parameters in de systematiek te gaan integreren. Tenslotte zal de resulterende kennis softwarematig moeten worden ingebracht in AI. Een uitdagende opgave waar Rijnenburg een uniek toepassingsgebied voor kan vormen en waarmee de stad Utrecht naam en faam kan maken.

20

IMOSS Soesterweg 300B info@imoss.nl T 033 448 15 46

3812 BH Amersfoort

www.imoss.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=102d79ee-2cc4-45ef-ba89-a31b83fd90f2