Bijlage 5 bij Brief 2 Commissie Stad en Ruimte.pdf
Tekst van het document
Bijlage 5 Vergelijking van de ‘oorzaken’ van schade die “niet het gevolg zijn van overheidshandelen of buiten de invloedssfeer van de overheid liggen” zoals deze in het kader van de beantwoording van vragen van raadsleden thans door de gemeente worden gepresenteerd in de bijlage bij een raadsbrief van 2 juni (“Raadsbrief”). Zoals gepresenteerd in het Raadsvoorstel en als besproken in Bijlage 1
Zoals gepresenteerd na raadsvragen in de Raadsbrief
Commentaar
1
Degeneratie, ook: degradatie van het metselwerk
Dit is oude wijn in nieuwe zakken. Hetgeen opgemerkt is in Bijlage 1 behoudt zijn gelding. Het fenomeen ‘degeneratie’ en ‘degradatie’ van metselwerk wordt in verband gebracht met overmatige aanwezigheid van vocht hetgeen op zich weer in verband wordt gebracht met, onder meer, een slechte afwatering, waar de gemeente voor verantwoordelijk is.
Veroudering
Het gaat hier om een eigenschap van een kelder, niet om een oorzaak van schade. De eigenschap kan overigens wel als schade worden beoordeeld als de eigenschap het gevolg zou zijn van het handelen van de gemeente. 2
Onvoldoende of onjuist onderhoud
Onvoldoende beheer van de kelders en metselwerk;
Dit is oude wijn in nieuwe zakken. Hetgeen opgemerkt is in Bijlage 1 behoudt zijn gelding. De hier behandelde ‘oorzaak’ is geen oorzaak van schade, maar van het optreden van een eigenschap. Hetgeen bij 1 is opgemerkt geldt hier evenzeer.
3
De bouwwijze
De wijze waarop de kelders destijds zijn gebouwd
Hetgeen opgemerkt is in Bijlage 1 behoudt zijn gelding. Dat brede kelders minder belastbaar zijn dan smalle is een natuurwet, die op zich ook weer geen oorzaak van schade is.
4
Het gebruik
Wellicht werd met ‘gebruik’ ‘klimaatbeheersing’ bedoeld; In Bijlage 1 is dat niet zo begrepen. Wordt hierna apart behandeld.
Zie bij nr. 20 maar ook de introducerende algemene opmerking en hetgeen hierboven bij 1 en 2 is opgemerkt.
6
Ingrepen ten aanzien van de kelderconstructie
Aantasting van de constructie; ook: verstoring van de boogvorm
Dit is onderdeel van een schadeoorzaak waarvan niet in dispuut is dat die voor rekening van de keldereigenaar moet komen, zie Bijlage 1
12
Neerslag en vocht
De levensduur van de bitumenlaag (30 jaar),
Ten eerste wort opgemerkt dat onduidelijk is dat het aangebrachte bitumen op de gewelven daadwerkelijk slechts 30 jaar meegaat, omdat het bitumen niet kan verweren door de impact van UVstraling (zonlicht) en ook niet door erosie vanwege weersinvloeden zoals wind, anders dan bitumen 1
dakbedekking waarvan wel bekend is dat vanwege die genoemde invloeden de levensduur beperkt is tot ongeveer 30 jaar. Overigens is dit onderdeel van het voorgestelde samenwerkingsarrangement waarbij voorgesteld is de kosten van het aanbrengen (of vervangen) van een bitumenlaag voor gezamenlijke rekening te nemen. Zie ook Bijlage 1 14
Waterstromingen als gevolg van spuien en/of baggeren
Baggeren
Hetgeen opgemerkt is in Bijlage 1 behoudt zijn gelding. Wel valt op dat ‘spuien’ nu niet genoemd wordt. Heeft dat betekenis?
15
Waterstromingen als gevolg van vaarverkeer
Niet opnieuw genoemd (behalve dat erkenning van verantwoordelijkheid is, als dat in opdracht van de gemeente gebeurde)
16
Aanvaringen
Niet opnieuw genoemd
17
Snelheid verkeer
Niet opnieuw genoemd
18
Ingrepen in de netwerklaag
Kabels en leidingen
Dit is oude wijn in nieuwe zakken. Hetgeen opgemerkt is in Bijlage 1 behoudt zijn gelding.
19
Peilbeheer
Waterpeilbeheer. Ook: Beweging in de grondwaterstand,
Dit is oude wijn in nieuwe zakken. Hetgeen opgemerkt is in Bijlage 1 behoudt zijn gelding. Het waterpeil in de grachten (en daarmee ook het onder de werf een aangrenzende grachtenpanden) wordt sinds 1993 op een vast peil gehouden (voorheen was er sprake van een (met 15cm) verlaagd zomerpeil). Opgemerkt zij dat het peil op minder dan een centimeter nauwkeurig kan worden bepaald en dat het waterschap zich zeer bewust is van de noodzaak het peil op het goede niveau te houden. In de jaren 80 zijn grote delen van de grachten compleet drooggelegd. Door deze drooglegging ontstond veel schade aan de kelders (die weliswaar op dat moment minder in gebruik waren), vanwege het feit dat door de drooglegging (/bemaling) de grondwaterstand aanzienlijk daalde met zettingen tot gevolg. Het is dan ook niet vreemd dat 10 jaar later er een grootscheeps project moest worden opgestart om de kelders weer te herstellen.
2
Nieuw aangevoerde schadeoorzaken 20
(Wisseling in) vochtigheid, verwarming, onvoldoende ventilatie Onvoldoende fundering van de kelders
De hier behandelde ‘oorzaak’ is geen oorzaak van schade, maar van het optreden van een eigenschap. Hetgeen bij 1 is opgemerkt geldt hier evenzeer.
22
Slappe lagen in de ondergrond (zand, veen)
Het fenomeen ‘slappe lagen’ is als zodanig is geen onderwerp van specifiek onderzoek geweest. In het Spoor 2 onderzoek wordt de mogelijkheid louter speculatief benoemd zonder onderzoek naar de vraag of deze mogelijkheid zich ook daadwerkelijk voordoet. De bewering dat het ook de oorzaak is van schade aan de constructieve integriteit van een kelder is louter speculatief en hoogst ongeloofwaardig. Je hoeft geen geologisch expert te zijn om te weten dat het oude Utrecht is gebouwd op de uitlopers van de Utrechtse heuvelrug (met het Castellum op het hoogste punt) en dat de ondergrond bestaat uit louter (glaciaal) zand met zo hier en daar dunne laag van rivierklei daarboven op. De zandlaag betreft een uitstekende funderingslaag die in de loop der eeuwen volledig is ingeklonken en waarin geen secundaire zetting meer optreedt.
23
Bodemdaling
Deze komt in Utrecht simpelweg niet voor (in veengebieden des temeer)
24
Verdroging
Het fenomeen ‘verdroging’ is als zodanig is geen onderwerp van specifiek onderzoek geweest. De bewering dat het ook de oorzaak is van schade aan de constructieve integriteit van een kelder is louter speculatief en zeer ongeloofwaardig. ‘Verdroging’ is ook geen fenomeen dat in zandbodems een rol speelt, maar alleen bij veenbodems.
21
(Is wellicht ook 4)
Er zijn ons geen gevallen bekend van “onvoldoende fundering” van kelders of het moet zijn de beoordeling dat een bepaalde fundering de bezwijkbelasting negatief beïnvloed. Dat is wederom een eigenschap. Geen oorzaak van schade. Dat schept dan alleen maar de plicht van de gemeente het gebruik van de weg aan te passen. Overigens kunnen wij niet traceren dat deze oorzaak in Spoor-2 wordt genoemd.
3