CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Onderzoeksvragen

Gemeenteraad 23 januari 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Afrondende besluitvorming na debat over Raadsbrief Programmatische Verkenning Rijnenburg1.801 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Programmatische Verkenning Rijnenburg

Bijlage 4: Onderzoeksvragen september 2024

Voordat gestart kan worden met een integrale planuitwerking willen we onderzoeken hoe de thematische ambities en uitgangspunten er uit kunnen zien voor Rijnenburg en of ze daadwerkelijk haalbaar zijn. Hiervoor zijn verdiepende thematische onderzoeksvragen opgesteld:

Algemene onderzoeksvragen •

Hoe bouwen we voor alle doelgroepen een nieuwe gemeenschap en gemeenschapszin in dit nieuwe stadsdeel?

•

Hoe ziet het Daily Urban System van de toekomstige bewoners van Rijnenburg eruit?

•

In hoeverre passen alle ruimteclaims voor Rijnenburg in het gebied die horen bij de ontwikkeling van 22.000 tot 25.000 woningen plus de ruimteclaims voor bovenwijkse voorzieningen?

•

Hoe verhouden woonconcepten, dichtheid en laadvermogen voor wonen, voorzieningen, techniek én natuur zich tot elkaar? En hoe verhouden die zich tot het omliggend gebied (Nieuwegein, IJsselstein, Montfoort, Woerden, en de ontwikkeling A12-zone)?

•

In hoeverre passen alle ruimteclaims in het landschapspark in het noordelijk deel van Rijnenburg waarbij nog steeds sprake is van een kwalitatief hoogwaardig ingericht landschapspark voor mens, plant en dier?

•

Wat is een haalbare fasering van woningbouw en voorzieningen? In hoeverre is deze fasering van invloed op het mobiliteitssysteem?

•

Hoe zorgen we voor robuustheid én flexibiliteit om op toekomstige ontwikkelingen in te spelen waar we nu nog onvoldoende weet van hebben?

•

Wat zijn de effecten van de ontwikkeling van Rijnenburg op bestaande (Nieuwegein, IJsselstein, Montfoort, Woerden) en toekomstige omliggende gebieden (A12-zone)? Wat kan Rijnenburg bieden aan deze gebieden en wat vraagt Rijnenburg van deze gebieden?

2

Bijlage 4: onderzoeksvragen - Programmatische Verkenning Rijnenburg

Mobiliteit •

In verdiepend mobiliteitsonderzoek zijn de uitersten onderzocht: conventioneel (niet sturen, wel betaald parkeren) tot experimenteel ambitieus (parkeren op (grote) afstand, shuttles, optimaal gebruik deelmobiliteit met weinig eigen autobezit). In welke mate passen de mobiliteitsdraaiknoppen bij de overige draaiknoppen van de gebiedsontwikkeling? Welke mobiliteitsdraaiknoppen zijn benodigd om grootschalige investeringen in het hoofdwegennet (zo veel mogelijk) te voorkomen? ○

•

Hoeveel parkeerhubs zijn nodig en welke omvang hebben deze? Wat zijn logische locaties voor deze parkeerhubs in relatie tot de verstedelijking en verkeersnetwerken?

Welke infrastructuur is nodig voor een duurzame ontsluiting van Rijnenburg? ○

○

•

•

Lopen en fietsen: hoe kan het fijnmazige netwerk binnen Rijnenburg er uit zien, welke verbindingen naar buiten zijn gewenst en hoe zien deze eruit (kwaliteitseisen, inpassing kunstwerken (onder/over de snelwegen, stedelijke verbindingswegen en het Amsterdam-Rijnkanaal? Hoogwaardig openbaar vervoer (in relatie tot wiel met spaken): ◦

◦

◦

Spaak: wat is er aanvullend op het voorkeursalternatief van de MIRT Verkenning nodig (doortrekken Merwedelijn en/of Papendorplijn)? Welke kwaliteitseisen stelt dit aan deze verbindingen en hoe kan dit binnen Rijnenburg in samenhang met het ruimtelijk programma worden ingepast (tracé, ondergronds versus bovengronds en haltes)? Is doortrekken naar Nieuwegein en/of IJsselstein realistisch? Wielverbindingen: welke BRT (Bus Rapid Transit) verbindingen zijn mogelijk en gewenst? Welke kwaliteitseisen stelt dit aan deze verbindingen (waar vrije infrastructuur nodig en hoe deze zorgvuldig in te passen? Hoe kan dit binnen Rijnenburg in samenhang met het ruimtelijk programma worden ingepast (tracé en haltes)? Haltes: In hoeverre hebben het aantal en de locatie van de haltes invloed op de ruimtelijke structuur en de fasering daarvan en op de verdeling en fasering van voorzieningen?

•

Overig OV en OV-knooppunten: ○

Welke OV-knooppunten zijn nabij en binnen Rijnenburg gewenst om een goede overstap OV-OV en auto-OV te faciliteren? Wat zijn de mogelijkheden voor OV-knooppunten langs rijkswegen (A2)? (koppelkans uit het Verdiepend Mobiliteitsonderzoek)

○

Welke overige OV-verbindingen (basisnet, aanvullend OV, shuttles) zijn gewenst en hoe kan dit zodanig worden ingepast dat een betrouwbare doorstroming kan worden gegarandeerd?

Uit het onderzoek van Studio Bereikbaar komen meerdere kansrijke opties voor de ontsluiting van het autoverkeer op de snelwegen die we verder willen onderzoeken naar de mogelijkheden en effecten: ○

Het aanpassen (reconstrueren) van de bestaande aansluitingen A12 De Meern en A2 IJsselstein/Nieuwegein;

○

Het verdelen van verkeer over meerdere aansluitingen, met ook uitwisseling met C.H. Letchertweg en A2-Hooggelegen, herverdeling verkeer over aansluitingen Harmelen-De Meern en verkeer N210 Schoonhoven omleiden naar aansluiting Nieuwegein Zuid;

○

Het versterken van een parallelstructuur.

Autostructuur binnen Rijnenburg: ○

Welke verkeersstructuur en uitvoeringsvorm (dwarsprofiel, kruisingen, maximum snelheid) is gewenst?

•

Logistiek: welke bevoorradingsroutes, eventueel hubs en welke inpassing (tracé en laden/lossen) zijn nodig?

•

Welk type mobiliteit(sconcept) past bij de beoogde bedrijvigheid en welk type bedrijvigheid past bij het beoogde mobiliteit(sconcept)?

Bijlage 4: onderzoeksvragen - Programmatische Verkenning Rijnenburg

3

Programma Woningbouw • Wat is de toegevoegde waarde (en daarmee concurrentiepositie) van Rijnenburg ten opzichte van de bestaande en toekomstige woningvoorraad in Utrecht en de omliggende kernen? •

•

We willen een beeld krijgen bij het woonconcept van Rijnenburg en voor welke doelgroepen Rijnenburg een plek moet bieden, in een nog uit te voeren woningmarktonderzoek staan de volgende vragen centraal: ○

Wat zijn passende woonconcepten voor Rijnenburg en aan welke voorwaarden moet de gebiedsontwikkeling Rijnenburg voldoen? Denk hierbij ook aan woonconcepten die mogelijk zijn te combineren met werken/voorzieningen (dus bv. Ateliers, bedrijfsruimte aan huis, kantoor aan huis etc.).

○

Voor welke doelgroepen zou je (het beste) kunnen bouwen en aan welke condities moet Rijnenburg voldoen om een goed woonmilieu te creëren gegeven de bestaande uitgangspunten?

○

Tot welk (globaal) woningbouwprogramma leidt dit met uitspraken over prijscategorieën, woningtypologieën en woonconcepten en aan welke randvoorwaarden moet het concept voldoen?

•

4

Hoe verhouden bovenwijkse sportvoorzieningen zich tot bereikbaarheid en parkeergelegenheid?

•

Hoe ziet de benodigde energievraag en -voorzieningen (wind, zon, WKO etc.) ten bate van Rijnenburg eruit met de ambitie van een energie neutrale gebouwde omgeving?

Werkgelegenheid • Hoe kan een functionerend ecosysteem voor de werkgelegenheid in Rijnenburg er uit zien, mede in relatie tot bestaande ecosystemen in de regio Utrecht? Hoe kunnen de bedrijven in Rijnenburg verbonden worden met het economische profiel van de regio? •

Komen gebieden in Rijnenburg in aanmerking voor drijvend bouwen en zo ja, onder welke voorwaarden?

Voorzieningen • Welke voorzieningen zijn goed te combineren met andere functies en welke locaties zijn hiervoor geschikt, ook in relatie tot de fasering? •

•

Welke bovenwijkse (sport)voorzieningen zijn inpasbaar binnen de plangrenzen en in welke mate kan er gebruik worden gemaakt van voorzieningen uit de omliggende kernen (Nieuwegein, IJsselstein, Montfoort, Woerden)? Hoe verhoudt de vraag naar bovenwijkse (sport)voorzieningen zich tot ontwikkelingen in bestaand en toekomstig omliggend gebied (Nieuwegein, IJsselstein, Montfoort, Woerden en de ontwikkeling A12-zone)?

Typen bedrijven (nieuwe economie, verzorgende economie, stedelijke werkfuncties) en voorwaarden die deze stellen; ○

Welke bedrijfsvormen zijn goed stapelbaar (ruimtelijk, financieel), welke juist minder?

○

Welke bedrijfsvormen zijn goed mengbaar met wonen, sport, natuur, recreatie en energie?

○

Hoe kan je de economische functies en voorzieningen in het gebied op een goede manier zoneren zodat het goed kan floreren, functies elkaar onderling niet belemmeren en complementair zijn aan functies in omliggend stedelijk gebied (Nieuwegein, IJsselstein, Montfoort, Woerden en de ontwikkeling A12zone)?

•

Op welke locatie en onder welke condities is een bedrijventerrein inpasbaar? Welke consequenties heeft dit voor ander programma en de bereikbaarheid van een bedrijventerrein?

•

Hoe houden we kleinschalig werken en de creatieve sector (zzp/starters/mkb) betaalbaar bij nieuwe gebiedsontwikkelingen?

Bijlage 4: onderzoeksvragen - Programmatische Verkenning Rijnenburg

Groenblauwe raamwerk en verbinding met stad en regio •

Welke voorwaarden stelt werken aan huis aan de gebiedsontwikkeling, zoals bijvoorbeeld grootte van de woningen?

•

Wat zijn de gevolgen van de bouwontwikkeling op het grondwatersysteem? Hoe gaan we om met de grondwaterstanden/verschillende peilen? Welke mogelijkheden zijn er en hoe kunnen verschillende functies daarmee combineren?

•

Hoe komen het toekomstige watersysteem (o.a. slotenpatroon en indeling peilgebieden) en de noordelijke waterberging eruit te zien?

•

Wat worden de bouwpeilen in Rijnenburg en hoe verhouden die zich tot waterpeilen in het gebied?

•

Wat zijn de in Rijnburg bijzondere bestaande en potentieel aanwezige (kwel, bodem, vegetatie) landschappelijk waardevolle gebieden of structuren?

•

Voor de bodem zijn verschillende onderzoeken nodig: ○

Hoe werkt de sponswerking en zettingsgevoeligheid van de verschillende bodemsoorten (zand, klei, veen), ook in relatie tot grondwaterstanden?

○

Wat zijn de mogelijkheden voor een bodemenergiesysteem? Past de capaciteit van bodemenergie in de bodem op de woningbouwopgave? Of zijn er verschillende vormen van warmtevoorziening noodzakelijk (o.a. luchtwarmtepompen)?

○

Hoe kan de informatie uit het archeologisch onderzoek gebruikt worden voor het ontwerp van Rijnenburg? Hoe maak je archeologie zichtbaar boven de grond en hoe pas je dit in (met welke functies kan het goed worden gecombineerd en met welke functies juist niet?). Waar kunnen archeologie

en erfgoed bijdragen aan het vinden van oplossingen voor klimaatadaptieve opgaven (denk aan waterberging en hittestress)? •

Hoe kunnen de verschillende bouwstenen van het groenblauwe raamwerk vormkrijgen, bijvoorbeeld in de maatvoering van het Stroomrugpark of hoe de oude linten worden ingepast?

•

Wat voor oppervlakten natuur en groen zijn nodig in Rijnenburg in relatie tot de barcode RSU en de groene schaalsprong en Groen Groeit Mee (van Provincie Utrecht)?

•

Hoe kan de functiemix in het landschapspark vormkrijgen zonder dat het afbreuk doet aan de groene kwaliteiten van de scheg? Hierbij gaat het onder andere om de combinatie van windenergie met andere functies.

•

Wat is de toekomstige invulling van Reijerscop in relatie tot de ontwikkeling van Rijnenburg?

•

Verbindingen met de omgeving voor mens en dier: hoe gaan we om met grote barrières (A2 – A12)? Hoe zorgen we voor snelle en sociaal veilige verbindingen met het omliggend gebied (Nieuwegein, IJsselstein, Montfoort, Woerden en de ontwikkeling A12-zone)? Welke ingrepen zijn er nodig in het netwerk buiten het plangebied voor een goede verbinding?

Bijlage 4: onderzoeksvragen - Programmatische Verkenning Rijnenburg

5

•

Welke ingrepen aan groene bestemmingen rondom Rijnenburg zoals de Hollandse IJsselzone zijn nodig? doelen op het gebied van natuur en biodiversiteit? Welke ruimtelijke eisen stellen die doelsoorten?

Gezonde leefomgeving •

Hoe kan het gebied ontworpen worden zodat de diverse functies zo min mogelijk (over)last van elkaar ondervinden, aan de wettelijke normen en aan het gemeentelijk beleid voldoen?

•

Welke oppervlakte is nodig voor de toename van inwoners in Rijnenburg voor voorzieningen, groen, energie etc. en hoeveel is aanvullend nodig voor de groei van de stad?

○

Geluid (verkeerslawaai en industrielawaai (waaronder bedrijven en windmolens))

•

○

Luchtkwaliteit

Aan welke voorwaarden moet een stedelijke omgeving voldoen om aan de klimaatadaptieve ambities (zowel voor wateropvang, infiltratie, hittestress als droogte) te voldoen en hoe past dit bij het programma voor Rijnenburg?

○

Stikstof- en fijnstofemissie (luchtverontreiniging)

•

○

Milieuzonering (gevoelige bestemmingen dicht bij bedrijven/binnen de richtafstand)

Aan welke voorwaarden moet het groen voldoen (zowel qua ruimte als inrichting) om zowel bij te kunnen dragen aan de klimaatadaptatie doelstellingen en de opgave voor een natuurinclusieve en gezonde stad (RSU), dus de opvang voor recreatie en natuur?

○

Externe veiligheid

•

○

Trillingen

In hoeverre is hergebruik van ‘grijs’ water mogelijk en welke voorwaarden stelt dit aan de gebiedsontwikkeling?

•

Welke beschermde en voor dit gebied kenmerkende soorten flora & fauna komen voor en wat betekent dit voor de toekomstige inrichting en planvorming? Welke ruimte is nodig voor het behouden van deze soorten en wat vraagt dit van de inrichting en gebruik van die ruimte? Hoe past dit in de bredere omgeving van Rijnenburg, waar kan op aangetakt worden?

•

Welke mogelijk (op basis van ondergrond en hydrologie) te ontwikkelen natuur(landschaps)typen en doelsoorten dragen het meest bij aan de stedelijke

6

Bijlage 4: onderzoeksvragen - Programmatische Verkenning Rijnenburg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=e64208c6-aae8-4558-8dec-9341483e3af2