Bijlage 3a - Rijnenburg Verdiepend mobiliteitsonderzoek Samenvatting
Tekst van het document
Verdiepend mobiliteitsonderzoek Rijnenburg Samenvatting
VERDIEPEND MOBILITEITSONDERZOEK RIJNENBURG
Aanleiding: coalitieakkoord en motie
Vraagstelling en aanpak
De directe aanleiding voor dit onderzoek is de raadsmotie van
Deze studie richt zich volledig op Rijnenburg en het thema mo-
10 maart 2022 waarin onder anderen wordt gevraagd om een
biliteit. Startpunt hierbij is de realisatie van Rijnenburg, uitgaan-
verdiepend mobiliteitsonderzoek: Hierin verder te verdiepen
de van het concept ‘klein Rijnenburg’ met 25.000 woningen
op mogelijke ontsluiting van Rijnenburg passend bij de ver-
zoals benoemd in het coalitieakkoord.
schillende verstedelijkingsscenario’s uit de ontwerpstudie. Centrale onderzoeksvragen zijn: • Hiervoor scenario’s uit te werken die aansluiten op de
Wat zijn de consequenties van het realiseren van Rijnenburg op
plannen uit het raadsvoorstel ‘eerste stappen Schaal-
de mobiliteitsnetwerken?
sprong OV’.
Wat zijn de mogelijkheden om te sturen op (duurzame) mobili-
• Randvoorwaarden voor succesvol HOV in Rijnenburg
teit over de volle breedte: ruimtelijke inrichting, mobiliteitscon-
verder uit te werken en onderbouwen.
cept (inclusief aspecten als parkeren, gedrag, beprijzing) en
• Over de uitkomsten hiervan de raad te informeren.
netwerkmaatregelen?
In het coalitieakkoord 2022-2026 “Investeren in Utrecht:
Deze studie is uitgevoerd in periode april – november 2022.
kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat” is
Opdrachtgever is de gemeente Utrecht. Tijdens werksessies
Rijnenburg opgenomen als locatie voor het ontwikkelen van
en ‘bijpraatmomenten’ is input gegeven door stakeholders
een combinatie van permanente energieopwekking en woning-
(gemeenten IJsselstein, Nieuwegein, provincie Utrecht, Rijks-
bouw. In het coalitieakkoord is afgesproken dat de bouw in
waterstaat, Ministerie van I&W (DGMo) en afvaardiging van de
ieder geval niet voor 2035 zal starten. Gezien de vele uitdagin-
grondeigenaren in Rijnenburg.
gen in het gebied wordt de komende jaren gestart met de planvoorbereiding voor de woningbouw. Dit mobiliteitsonderzoek
De studie betreft een combinatie van verschillende onder-
is input voor de integrale planvoorbereiding. Vanwege de keuze
zoeksmethoden:
in het coalitieakkoord om het verstedelijkingsscenario ‘klein
Ontwerpend onderzoek naar verschillende mobiliteitsconcep-
Rijnenburg’ als uitgangspunt te hanteren, is in dit onderzoek
ten, inclusief raakvlak met ruimtelijke invulling.
alleen dit scenario onderzocht.
Referentieonderzoek naar vergelijkbare ontwikkelingen en bijbehorende mobiliteitseffecten.
Startpunt hierbij is de realisatie van Rijnenburg, uitgaande van het concept ‘klein Rijnenburg’ met 25.000 woningen zoals benoemd in het coalitieakkoord.
Expert- en ontwerpsessies in meerdere samenstellingen voor specifieke onderwerpen als fiets, OV, parkeren, logistiek, auto en bekostiging.
2
SAMENVATTING
↑ Aantallen woningen en arbeidsplaatsen voor Rijnenburg en referenties in de omgeving
Deze onderzoeksmethoden zijn met name ingezet om drie on-
• Gebruik van referentiewijken en steden op basis van CBS
derscheidende mobiliteitsconcepten te verkennen en verschil-
verplaatsingsgegevens (ODiN).
lende netwerkvarianten te schetsen voor de ontsluiting per OV,
• Doorrekening van mobiliteitseffecten met verkeersmodellen
fiets en auto. Effecten op mobiliteit en kosten zijn vervolgens
VRU en NRM.
bepaald met:
• Kosteninschatting op basis van kentallen en referentieprojecten. 3
VERDIEPEND MOBILITEITSONDERZOEK RIJNENBURG
Algemene conclusies
veel korte ritten op de snelweg terecht komen, waardoor de belasting van de snelweg per woning groter is dan elders.
1. Rijnenburg is gezien vanuit mobiliteit
De huidige fiets- en OV-bereikbaarheid is slecht en hiervoor
een complexe ontwikkellocatie
zullen dus verbindingen aangelegd moeten worden. De ligging
Rijnenburg is met 25.000 woningen een forse locatie, verge-
van Rijnenburg leidt ertoe dat de reistijd vanaf de woning naar
lijkbaar met de omvang van Houten, Nieuwegein of Woerden.
een station of het stedelijk centrum van Utrecht nooit onder de
Die in omvang vergelijkbare plaatsen zorgen voor de volledige
20 minuten zal komen, zowel per fiets als OV. Alleen goede OV
vulling van (per plaats) één-twee drukke snelwegaansluitingen,
en fietsverbindingen zijn dus onvoldoende om voor verplaat-
stations en volledige fietsinfrastructuur. Realisatie van Rijnen-
singen buiten Utrecht de concurrentie met de auto te winnen.
burg heeft dus een forse impact op het mobiliteitssysteem op
Daarvoor is ook een sturend mobiliteitsconcept nodig.
een hoger schaalniveau dan de wijk. Rijnenburg biedt een kans voor de ‘zuidwesthoek’ van Utrecht, Nieuwegein en IJsselstein. Rijnenburg kan een
Rijnenburg is met 25.000 woningen een forse locatie, vergelijkbaar met de omvang van Houten, Nieuwegein of Woerden.
versterkende functie hebben voor de bestaande centra van IJsselstein, Nieuwegein en Leidsche Rijn. Ook nieuwe stedelijke centra in de A12-zone en Papendorp krijgen door Rijnenburg meer draagvlak en komen meer in het centrum van de stad te
Rijnenburg is geen gemakkelijke locatie voor duurzame
liggen. Met ontwikkeling van Rijnenburg ontstaat een net-
mobiliteit met een laag aandeel autogebruik. De ontwikkel-
werkje van centra om 10-15 minuten fietsafstand die onderling
locatie vormt ook een risico voor het hoofdwegennet. Beide
kunnen uitwisselen.
zijn een direct gevolg van de ligging; direct aan de twee snelwegen, grenzend aan gebieden met suburbane dicht-
2. Effect van het realiseren van Rijnenburg zonder sturend
heid en op enige afstand van Utrecht Centraal, binnenstad
mobiliteitsconcept: 60% aandeel auto en knelpunt auto-
en de andere centra.
ontsluiting. Wanneer Rijnenburg gerealiseerd wordt zonder sturend mobili-
De nabijheid van snelwegen maakt dat de bereikbaarheid
teitsconcept maar met hoogwaardige fietsverbindingen en een
per auto goed is. Rijnenburg zorgt met 25.000 woningen
lightrail - vergelijkbaar met bekende stedelijke uitleglocaties
ook voor een substantiële belasting van A2 en A12, op
zoals Leidsche Rijn, Nesselande en de eerste fasen van IJburg
punten waar de wegcapaciteit al volledig benut wordt.
- dan is het aandeel auto bijna 60%, lopen en fietsen bijna 40%
De directe nabijheid van de snelweg zorgt er ook voor dat
en het OV ongeveer 5%.
4
SAMENVATTING
Het aandeel auto is duidelijk hoger dan in andere delen van
direct aan de Ring Utrecht, waardoor veel korte ritten op de
de gemeente Utrecht en met name het aandeel OV (ondanks
snelweg terecht komen. Dit aantal past in ieder geval niet op
de lightrail) duidelijk lager. Dit komt door een ligging rela-
aansluitingen De Meern (A12, afrit 15) en Nieuwegein (A2, afrit
tief ver van het stedelijk gebied, aanwezigheid van barrières
9) en ook niet op de Letschertweg richting Hooggelegen.
(snelwegen, Amsterdam-Rijnkanaal en ’overgangsgebieden’) en onmiddellijke nabijheid van de A2 en A12 terwijl treinstations
Het autonetwerk kan de het autoverkeer vanuit Rijnenburg zonder forse maatregelen niet verwerken.
juist op grotere afstand liggen. Het autonetwerk kan de het autoverkeer vanuit Rijnenburg zonder forse maatregelen niet verwerken. Rijnenburg leidt
Op de hoofdstructuur van Nieuwegein neemt het verkeer met
tot 130.000 autoritten waarvan 68.000 externe autoritten (her-
zo’n 20% toe. Op A2/A12 zorgt Rijnenburg voor 4% tot 8% meer
komsten en vertrekken) en waarvan 60% op de snelweg. Onder
verkeer op het totaal van alle verkeersstromen om die wegen.
de 2,5 km wordt de auto gebruikt voor ongeveer eenderde van
Die ruimte ontbreekt in alle prognoses voor 2030 en 2040. Om
de verplaatsingen. De relatief grote belasting van de snelwegen
het extra autoverkeer op te vangen met infrastructuur, zijn bij
komt, behalve door het aantal woningen, ook door de ligging
aansluitingen, stedelijke wegen én rijbanen/parallelwegen van A12 en A2 substantiële ingrepen nodig.
Verplaatsingsgedrag “Verwachte verdeling over afstandsklassen en vervoerswijzen in Rijnenburg zonder sturend mobiliteitsconcept (zie verder H3)” →
5
VERDIEPEND MOBILITEITSONDERZOEK RIJNENBURG
De totale kosten van de benodigde mobiliteitsmaatrege-
tweederde minder dan zonder sturing en wordt vrijwel volle-
len bij een ontwikkeling zonder sturend mobiliteitsconcept
dig met elektrische deelauto’s gemaakt. Deze verdeling leidt
bedragen 3,4 miljard waarvan ongeveer 1,7 miljard toere-
ook tot een lagere belasting van het autonetwerk (op rijbaan-
kenbaar aan Rijnenburg.Grootste en meest onzeker post
niveau circa 2% op tot maximaal 4% op specifieke plekken).
hierin is 2,7 miljard voor een forse capaciteitsuitbreiding van
Daardoor kan met alleen aanpassingen aan de aansluitingen
A2/A12 (referentieoplossing is oost-west tunnel voor de A12).
volstaan kan worden. Uitgangspunten hierbij zijn dat rond
Hiervan is 40% toegerekend aan Rijnenburg.
2040 enige ruimte is op A2/A12 ten opzichte van de 2040 basisprognose met hoge economische groei, bijvoorbeeld in de
3. Mogelijkheden om te sturen op duurzame mobiliteit
vorm van Betalen naar Gebruik en regionale vraagbeïnvloe-
Wanneer Rijnenburg gerealiseerd wordt zonder sturend mobili-
ding zoals beoogd in de mobiliteitsstrategie van U-NED. Het
teitsconcept maar met hoogwaardige fietsverbindingen en een
OV-gebruik ligt juist hoger, waardoor er draagvlak komt voor
lightrail - vergelijkbaar met bekende stedelijke uitleglocaties
een tweede lightrail (Papendorp én Merwedelijn aftakking) en
zoals Leidsche Rijn, Nesselande en de eerste fasen van IJburg
meerdere HOV-buslijnen naar USP, Nieuwegein, IJsselstein,
- dan is het aandeel auto bijna 60%, lopen en fietsen bijna 40%
Leidsche Rijn en Vleuten die ook voordelen bieden voor de
en het OV ongeveer 5%.
bestaande stad. Belangrijkste ‘knoppen’ in een sterk sturend concept zijn:
Er zijn twee sturende concepten onderzocht:
Auto op afstand en alleen voor extern gebruik. Geclusterd parkeren in enkele hubs aan de rand van de wijk. Standaard deelauto’s en geen of weinig eigen autobezit, bijvoorbeeld alleen voor specifieke doelgroepen.
1. Duurzame en actieve mobiliteit en volgen het STOMPprincipe. Er kan niet op straat worden geparkeerd, maar in geclusterde parkeervoorzieningen aan de rand van buurten.
Hoogwaardig OV. Een snelle Papendorplijn en/of afgetakte Merwedelijn met maximale reistijd van 15 minuten naar Utrecht CS. Een (zelfrijdend) shuttle concept om interne verplaatsingen te kunnen maken.
Straten zijn in eerste instantie voor lopen, fietsen en verblijven maar de wijk kent wel inprikkers en woonstraten zijn autotoegankelijk.
Hoge stedelijke nabijheid. Rijnenburg ontwikkelen als onderdeel van het stedelijke weefsel van ‘zuidwest’ en daartoe slechten van de barrières A2/A12 (bijvoorbeeld door een A2 en/of A12 overkluizing en aantrekkelijke verbinding met de A12-zone) en een hoog voorzieningenniveau in Rijnenburg zelf (referentie Houten of Woerden).
2. Ambitieus en experimenteel. In de autovrije wijk verplaatst men zich door te lopen, fietsen, het OV, zelfrijdende shuttles. De auto is alleen beschikbaar voor externe verplaatsingen, in twee hubs aan de rand in de vorm van elektrische deelauto’s.
Aantrekkelijke, snelle en geprogrammeerde fietsroutes in alle windrichtingen. Met bij voorkeur een zo rechtstreeks mogelijke route naar Utrecht centrum (bijvoorbeeld over, onder of vlak langs knooppunt Oudenrijn).
De sterkste mate van sturing wordt bereikt met het ‘ambitieus en experimenteel’ concept. De vervoerswijzekeuze wordt bijna 60% lopen en fietsen, 25% OV (inclusief shuttle) en minder dan 20% auto. Het aantal autoritten is hiermee ongeveer 6
Deze ‘knoppen’ zijn een integraal pakket. De strikte sturing op
Met het minder sterk sturende concept halveren de effecten
parkeren en autobezit is hierin de het belangrijkste sturings-
op de vervoerswijzekeuze. Met name het verschil tussen buurt-
middel. De andere onderdelen zijn nodig om in samenhang
hubs (op vrij korte afstand) en wijkhubs (aan de rand van de
tot een goed functionerend mobiliteitsconcept te komen. De
wijk) op het autogebruik is groot. Dit vertaalt zich ook in hoge
investeringskosten van dit pakket bedragen 1,3 miljard waarvan
kosten (1 miljard voor diverse wijkhubs in de buurt t.o.v. 100
800 miljoen toerekenbaar aan Rijnenburg. Grootste kosten-
miljoen voor grote randhubs) doordat er meer parkeerplaatsen
posten zijn: overkluizing A2, OV-verbindingen (inclusief interne
zijn en er relatief veel parkeren in kostbare gebouwde parkeer-
shuttle) en realisatie van de mobiliteitshubs.
voorziening moet komen.
Straten en toegang
Verplaatsingsgedrag
↑ Sterk sturend mobiliteitsconcept
↑ verwachte verdeling over afstandsklassen en
vervoerswijzen in Rijnenburg met sterk sturend mobiliteitsconcept, zie verder H3
VERDIEPEND MOBILITEITSONDERZOEK RIJNENBURG
Conclusies per thema
2. Fietsverbindingen Hoe meer er gestuurd wordt in mobiliteit hoe meer fiets-
1. OV verbindingen
verbindingen er nodig zijn. Dit varieert van 5 tot 12 nieuwe
Rijnenburg heeft ongeacht te hanteren mobiliteitscon-
fietsverbindingen. Meest essentieel is een snelle fietsver-
cept een snelle tramverbinding nodig naar Utrecht CS en
binding naar Utrecht CS en centrum. Een verbinding door,
centrum. Dit kan door de Merwedelijn af te takken en/of de
over of vlak langs knooppunt Oudenrijn is een manier om de
Papendorplijn door te trekken. Beide kosten ongeveer 200
verbinding naar Utrecht centrum te versnellen. Deze route
miljoen, bovenop de investeringen van de Papendorplijn en
is dan een extra directe aanvulling bovenop een zuidelijke
Merwedelijn binnen de scope van de MIRT-verkenning OV
en noordelijke route. Uitdaging voor de verbinding(en) tus-
& wonen en exclusief aanlanding van de Papendorplijn bij
sen Rijnenburg en Utrecht is ook sociaal veilige en aantrek-
Utrecht CS. Richting A12-zone, Lunetten-Koningsweg en
kelijke fietsroute(s) te maken. Ontwikkeling van de A12-zone,
USP is er aanbod voor een sterke HOV-verbinding. Verder
Papendorp, de bedrijventerreinen aan de zuidkant van
is er draagvlak voor hoogwaardige stadsbuslijnen naar
Leidsche Rijn en een aantrekkelijk energielandschap zijn
Leidsche Rijn en Nieuwegein en in de meer sturende con-
hiervoor kansen.
cepten ook naar Vleuten en IJsselstein.
↑ Voorgestelde fietsverbindingen van en naar Rijnenburg. De prioritering is met dikte aangegeven
8
SAMENVATTING
3. Auto verbindingen
deel van de verkregen ruimte wel gelijk opgesoupeerd door
Het te hanteren mobiliteitsconcept heeft veel invloed op
Rijnenburg. Als de wens er is om ruimte te creëren voor
de noodzakelijke autoverbindingen. Met een sterk sturend
Rijnenburg door capaciteitsuitbreiding, dan is een grote
concept is het aantal externe ritten 2/3 minder dan zonder,
infrastructurele maatregel nodig. Deze is in dit onderzoek (als
op ritten via de snelweg ongeveer de helft. Ongeacht het
voorbeeld) in beeld gebracht met een tunnel van De Meern
mobiliteitsconcept zijn stevige aanpassingen aan aansluitingen
naar Rijnsweerd die in de orde van 2,7 miljard kost. Wanneer
De Meern en Nieuwegein nodig. Wanneer er niet sterk
wél een sterk sturend mobiliteitsconcept gehanteerd wordt,
gestuurd wordt op het beperken van de automobiliteit, is
halfeert de belasting van de snelweg. Dan zou Rijnenburg
daarnaast een verlenging van het hoofd-/parallelrijbaan
gerealiseerd kunnen worden zonder grootschalige ingrepen
systeem tot en met De Meern (A12, afrit 15) en Nieuwegein (A2,
op het hoofdwegennet. Wel is ook dan nog steeds een
afrit 9) nodig, of moet het verkeer over meerdere aansluitingen
bredere strategie nodig om de opgave op de Ring Utrecht te
verdeeld worden en daartoe het stedelijke wegennet parallel
beheersen en 2% tot 4% ruimte op A2 en A12 te creeren voor
aan de snelwegen uitgebreid worden. Met een sterk sturend
de verkeersbelasting vanuit Rijnenburg.
concept zijn duidelijk minder maatregelen nodig, bijvoorbeeld door naast de aansluitingen alleen het stedelijk wegennet aan
4. Parkeren
te passen (met name Letchertweg richting Hooggelegen).
In de onderzochte mobiliteitsconcepten is de parkeeroplossing het meest onderscheidende en meest sturende element.
Ongeacht het mobiliteitsconcept zijn stevige aanpassingen aan aansluitingen De Meern en Nieuwegein nodig.
Met parkeren voor de deur is het aandeel auto bijna 60%, ook als OV en fiets goed geregeld zijn. Met hubs in de buurten op enkele minuten loopafstand (zoals gepland voor Merwedekanaalzone) wordt autogebruik en autobezit minder, maar blijft dit
Op de A2 en A12 hangt de opgave af van het
nog altijd substantieel (40%). Deze oplossing is ook kostbaar
mobiliteitsconcept en de verdere landelijke en regionale
(rond de 1 miljard in- vestering), veroorzaakt door de combinatie
mobiliteitsaanpak. Zonder sterke sturing zorgt Rijnenburg
van relatief veel auto’s en gebouwde parkeerplekken. Met hubs
voor 5% tot 8% extra verkeer op de A2/A12. De vraag ‘of
aan de rand van de wijk en deelauto’s als standaard halveert
dat past’ is afhankelijk van de acceptatie van congestie en
het autogebruik nog eens (minder dan 20%) en zijn er veel
landelijke en regionale ontwikkelingen en keuzes. In de 2040
minder parkeerplekken nodig. De kosten dalen dan ook naar
hoog basisprognose worden de betreffende snelwegen in
125 miljoen en de vooruitzichten om dit terug te halen via de
de landelijke IMA (integrale mobiliteitsanalyse) als een van de
exploitatie zijn gunstiger. Zo’n parkeeroplossing betekent wel
grootste opgaven in Nederland aangeduid. In die context past
de noodzaak tot fijnmazig gedeeld vervoer (referentie shuttles),
5% tot 8% erbij niet. Met Betalen naar Gebruik en grootschalige
specifieke logistiek concepten en feitelijk een heel ontwikkel-
regionale aanpak (U-NED mobiliteitsstrategie 2040) is 5% tot
concept voor de wijk. Kortom, parkeren is voor Rijnenburg een
8% erbij wel voorstelbaar, maar dan wordt een substantieel
structurerende keuze. 9
VERDIEPEND MOBILITEITSONDERZOEK RIJNENBURG
Met parkeren grotendeels op maaiveld in een conventionele stedelijke uitleg zijn maximaal 40 woningen per hectare haalbaar.
5. Mobiliteitsconcept bepaalt mede ruimtelijk programma
Uit het ontwerpend onderzoek blijkt dat er een relatie is tussen het te realiseren programma en het mobiliteitsconcept, zowel in benodigd voorzieningenniveau als in het aantal te realiseren woningen. Belangrijk onderdeel van een duurzaam mobiliteitsconcept is een hoge nabijheid. Dat betekent een hoog voorzieningenniveau (referentie Houten of Woerden) en sterke stedelijke verbinding (bijvoorbeeld met overkluizing van A2 en/of A12) naar Nieuwegein/ A12-zone en/of Leidsche Rijn. Het mobiliteitsconcept bepaalt ook de ruimte voor woonprogramma.
Met parkeren op maaiveld in een conventionele stedelijke uitleg zijn maximaal 16.000 woningen haalbaar. Consequentie is dat de beoogde 25.000 woningen niet passen in de ruimtelijke randvoorwaarden. Reëel maximum is ongeveer 16.000. Met een autovrije wijk met parkeren in hubs aan de rand zijn stedelijke dichtheden haalbaar en is er ruimte voor 25.000 woningen met bovendien volop ruimte voor aanvullend of extra programma.
Conventioneel
Ambitieus experimenteel
↑ Stedenbouwkundige verbeelding van de uiterste twee mobiliteitsconcepten. Links conventioneel, rechts ambitieus experimenteel.
10
SAMENVATTING
6. Kosten en opbrengsten
Met een sterk sturend mobiliteits- concept is er naast 25.000 woningen volop ruimte voor aanvullend programma. Zonder sturend concept met 40 woningen per hectare is er ruimte van 16.000 woningen.
In alle gevallen zijn stevige mobiliteitsinvesteringen nodig om Rijnenburg te ontwikkelen. De totale investeringskosten hiervan variëren van 2 (sterk sturend/ambitieus experimenteel) tot 3,4 miljard (conventioneel). Toerekenbaar aan Rijnenburg is 1,4 tot 1,7 miljard. De grootste kostenpost die tevens het grote verschil tussen beide mobiliteitsconcept verklaart zit bij de snelwegingrepen voor conventioneel. Hier zit ook de grote onzekerheid omdat dit vraagstuk volledig verknoopt is met de bredere verkeer- en infraopgave op de Ring Utrecht en vooral de A12. Uitwerking van varianten, kosten, meekoppelkansen en toerekenbaarheid aan Rijnenburg kan daarom alleen in samenhang met de bredere opgave rond de A12. Dit gebeurt in het MIRT onderzoek A12-zone en Rijnenburg. Andere sterk onderscheidende financiële aspecten zijn:
↑ Totale kosten per mobiliteitsconcept. Er is geen onderscheid
• Ondergrondse tramverbinding zijn bij duurzaam stedelijk
gemaakt naar noodzalijkheid.
en ambitieus experimenteel de grootste kostenpost van grofweg 1 miljard. Mocht voor bovengrondse inpassing gekozen worden komt dit op 200 miljoen neer en dalen de
Concept
Totale toerekenbare investeringskosten
Aantal te bouwen woningen binnen ruimtelijke grenzen
Conventioneel
1.729.000.000
16000
€ 108.000
Duurzaam Stedelijk
1.413.000.000
25000
€ 57.000
Ambitieus Experimenteel
823.000.000
25000
€ 33.000
kosten van deze perspectieven flink. • Het parkeerconcept met een bandbreedte van 125 miljoen tot 1 miljard waarvan tevens andere grote kostendragers en het ontwikkelpotentieel afhankelijk zijn. • Ontwikkelpotentieel. Met een sterk sturend mobiliteitsconcept is er naast 25.000 woningen volop ruimte voor aanvullend programma. Zonder sturend concept met 40
Toerekenbare investeringskosten per woning
↑ Toerekenbare kosten per woning. Hierin is geen onderscheid gemaakt naar noodzakelijkheid, er is dus uitgegaan van ondergrondse inpassing van het OV. Mocht dit niet worden gedaan dan dalen de kosten van Duurzaam Stedelijk en Ambitieus Experimenteel met iets meer dan 20.000 euro per woning.
woningen per hectare is er ruimte van 16.000 woningen.
11
Verdiepend mobiliteitsonderzoek Rijnenburg Juni 2024
Studio Bereikbaar Manus Barten Steven Puylaert Clifford Lin Opmaak en figuren Studio Bereikbaar Adres Stationsplein 45 – E1.186 3013 AK Rotterdam info@studiobereikbaar.nl