BIJLAGE 3- Raadstoets Volksgezondheid - reflectie uitkomsten begroting - 20221212.pdf
Tekst van het document
REFLECTIE RAADSTOETS VOLKSGEZONDHEID – BEGROTING 2023 Rapporteurs Has Bakker, voorzitter
raadslid (D66)
Bert van Steeg
raadslid (CDA)
Hester Assen
raadslid (PvdA)
Ondersteuning Daniëlle Rijnders
commissiegriffier
Willemien Kok
commissiegriffier
Filip den Eerzamen
onderzoeker
Inleiding Ter voorbereiding op de raadstoets jaarstukken 2022 is in het najaar van 2022 een analyse gedaan op de begroting 2023, programma Volksgezondheid. Hiervoor zijn na voorbereiding door het raadstoets team schriftelijke vragen gesteld aan betrokken ambtenaren en heeft met hen op 18 november j.l. ook een interview plaatsgehad. Als uitkomst is naast de beantwoording van de schriftelijke vragen en de notulen van het interview ook deze overal reflectie opgesteld. Deze wrdt afgesloten met enkele aanbevelingen vanuit de raadstoets op het programma Volksgezondheid. Algemeen Gezondheid is iets anders dan ‘niet ziek zijn;’ in Utrecht wordt de volgende definitie gehanteerd: het
vermogen om met fysieke, sociale en emotionele uitdagingen te kunnen omgaan en zoveel mogelijk eigen regie te voeren. Naast het gezondheidsmodel wordt gebruik gemaakt van het Utrechtse Sturingsmodel. Hierin worden waarden centraal gesteld. Volksgezondheid (hierna VGZ) is een belangrijke waarde voor de hele stad. Begroting 2023 •
De begroting is bewust beknopt opgesteld, er zijn concernbrede afspraken gemaakt om de omvang verder te beperken hetgeen maakt dat bewuste keuzes worden gemaakt wat wel en niet op te nemen. Om deze reden wordt bijvoorbeeld het Utrechts gezondheidsmodel niet genoemd.
•
Voor het krijgen van een actueel beeld van de Utrechtse volksgezondheid (VGZ) wordt verwezen naar de volksgezondheidsmonitor. De begroting schetst niet op alle aspecten het meest actuele beeld. In de volksgezondheidsmonitor Utrecht (VMU) is de actualiteit van de cijfers afhankelijk van het onderwerp en varieert dit van 2019-2021.
•
In diverse andere programma’s wordt gerefereerd en ook bijgedragen aan de Volksgezondheid. Het ontbreekt aan duidelijke samenhang tussen deze programma’s en de in het programma VGZ gestelde doelstelling. In het programma VGZ wordt niet verwezen naar de impact die andere programmaonderdelen hebben op de VGZ.
1 van 3
Doelstelling VGZ •
Uit de raadstoets komt naar voren dat de mate van doelbereiking (het verkleinen van verschillen tussen hoogste en laagste sociaal econonomische groepen) nagenoeg nul is. Desondanks wordt onderkend dat er veel en belangrijk werk wordt verzet door de gemeente en stakeholders om de VGZ op peil te houden.
•
De doelstelling stuurt op het verkleinen van gezondheidsverschillen. Het inlopen van gezondheidsachterstanden zou een betere formulering van de doelstelling zijn, aangezien het niet de intentie is dat de verschillen tussen groepen worden verkleind doordat de gezondheid van “gezonden mensen” verslechtert.
•
Effectiviteit van andere programma’s is van invloed op het programmaonderdeel VGZ en het (kunnen) behalen van de gestelde doelen. De invloed van deze andere programmaonderdelen op programma VGZ is moeilijk / niet te bepalen. Gesteld kan worden de voor het programma opgestelde doelstelling niet behaald kan worden met alleen de inzet van alle werkzaamheden en maatregelen uit het programmaonderdeel VGZ Het gaat om het geheel van activiteiten, ook de maatregelen in de andere begrotingsprogramma’s die bijdragen aan VBZ
•
In het Utrechtse Sturingsmodel is VGZ niet gemakkelijk inzichtelijk te maken omdat dit over zoveel programma’s gaat.
•
Gezondheid zou bij alle programma’s op de agenda moeten staan. Dan moeten er per programma doelstellingen worden geformuleerd die eraan bijdragen. Dit zou een punt van discussie voor de politiek kunnen zijn.
•
Het programma gaat over mensen en er zijn veel variabelen van invloed op het kunnen behalen van de doelstelling (verkleinen verschillen met 30%). Mede doordat veel van de taken (en bijbehorende middelen) wettelijke bepaald zijn, is er beperkte sturingsruimte mogelijk op het programma.
Financieel •
De totale uitgaven aan het programmaonderdeel VGZ zijn weergegeven in de begroting. Uit de aanvullend verkregen informatie blijkt dat ook tal van bijdragen en werkzaamheden die onderdeel uitmaken van andere programmaonderdelen van invloed zijn op de VGZ en het kunnen behalen van de in het programma VGZ opgenomen doelstelling. Onduidelijk is om hoeveel overige middelen het precies gaat.
•
De begroting is ingericht naar programma’s, waaronder het programma VGZ, en niet naar de organisatie van de gemeente Utrecht. De begroting van het organisatieonderdeel (afdeling) VGZ is niet zichtbaar in de begroting. Uit de analyse blijkt dat het grootste deel van het programma personele uitgaven zijn.
•
De gemeenschappelijke regeling GGDrU speelt een belangrijke rol in de uitvoering van reguliere taken op het gebied van volksgezondheid. Het inzicht in de prestaties van de GGDrU in de begroting en jaarrekening van de gemeente Utrecht is beperkt.
•
Een groot deel van de uitgaven VGZ betreft wettelijke taken en zijn daarmee going concern. Slecht een beperkt deel (inschatting 20% van beschikbare middelen) zijn beleidsrijk. Hiermee is de beinvloedingsruimte van de raad beperkt.
2 van 3
Aanbevelingen 1. Maak beter inzichtelijk op welke wijze ook vanuit andere programma’s aan gezondheid wordt bijgedragen. Hierop wordt aangevuld dat VGZ eigenlijk een regieprogramma is: de andere programma’s zijn nodig om de gezondheidsdoelstellingen te kunnen realiseren. Een meer integrale sturing op VGZ is wenselijk. 2. Voer bij een volgende “begrotingsronde” een raadsdebat over de gewenste strategische doelen van de gemeente. Vanuit de raadstoets zou een aanbeveling kunnen worden gedaan om dat debat in de raadszaal te voeren. 3. Overweeg de doelstelling om te buigen van “het verkleinen van gezondheidsverschillen” naar “het inlopen van achterstanden tussen groepen”. Overweeg ook een subdoelstelling(en) voor het vermeerderen van kennis en het aanjagen van andere programma’s om VGZ te stimuleren. 4. Het is de raadstoetsers duidelijk geworden dat Volksgezondheid zich veel bezighoudt met het vermeerderen van kennis (de Volksgezondheidsmonitor) en het aanjagen en helpen van andere afdelingen. Onderzoek of deze toename van kennis als subdoelstelling meegenomen kan worden in het programma VGZ. 5. Onderzoek de mogelijkheid om de adviezen die Volksgezondheid geeft aan andere programma’s inzichtelijk te maken, waardoor er meer context ontstaat om betere beslissingen ten aanzien van Volksgezondheid te kunnen nemen.
3 van 3