bijlage 2a - OOV Vragenlijst definitief tbv ambtelijk gesprek Raadstoets Veilige Stad- incl antw. JAN 24
Tekst van het document
Raadstoets najaar 2023 – definitieve vragenlijst + beantwoording Programmabegrotingen 2023 en 2024 Technische vragen Raadstoets De Veilige Stad T.b.v. bespreking Raadsleden met Ambtelijke Organisatie, d.d. 24 januari 2024 Deelnemers gesprek: Ambtenaren Tess Meerding Fred Dekkers Maarten Koning Rein-Aart van Vugt Jelmer Lok Daniëlle Rijnders Filip den Eerzamen
N.t.b. Raadslid Raadslid Raadslid Accountant Griffie Griffie Onderzoeker1
1. Introductie De centrale vraag van de raadstoets Veilige Stad is: Wat is op hoofdlijnen het beeld van de gerealiseerde resultaten in relatie tot het voorgenomen beleid? Het programma Veilige Stad is een van de twee programma’s die volgend jaar zal worden onderworpen aan de raadstoets aan de hand van de jaarrekening 2023. Voor dit programma is gekozen als onderwerp om dit najaar vast te “oefenen” op basis van de programmabegroting 2024. Doel van de raadstoets: Het versterken van de controlerende taak van de gemeenteraad, waarbij raadsrapporteurs analyseren of ‘gedaan is wat is afgesproken’ door het beoordelen van de mate waarin de gestelde begrotingsdoelen behaald zijn op basis van een overzichtelijke presentatie van elementen uit de verantwoording (eventueel inclusief andere informatiebronnen) Erbij betrekken: • Verbonden Partijen • Risicoparagraaf • Subsidies
1 De onderzoeker die bij het andere programmaonderdeel van de raadstoets (alleen jaarrekening) gaat ondersteunen (Adrie-Jan de Korte) heeft bij de totstandkoming van
deze vragenlijst ook meegekeken en met name in de financiële paragrafen input geleverd.
1
Raadstoets najaar 2023 – definitieve vragenlijst + beantwoording Programmabegrotingen 2023 en 2024 Deelvragen raadstoets: I. Wat zijn op hoofdlijnen de belangrijkste ontwikkelingen van het programma? II. Welke doelen worden gesteld? III. Welke prestaties moeten er geleverd worden? IV. Wat mag het kosten? V. Welke aanvullende informatie/ onderzoeken zijn er?
Beantwoording vragen Naar aanleiding van het doornemen van de programmabegroting 2023 en de concept programmabegroting 2024 en de daaraan gerelateerde documenten hebben wij de volgende vragen (schuingedrukt weergegeven). De vragen met een * willen we in elk geval graag mondeling aan de orde stellen. De vragen zonder * lenen zich meer voor schriftelijke afdoening. Vragen en antwoorden dienen enerzijds voor het goed kunnen uitvoeren van de raadstoets op de jaarrekening 2023 aan de hand van een vergelijking met de programmabegroting en een zo actueel mogelijk inzicht over het programmaonderdeel Veilige Stad. De vragen zijn ingedeeld in een aantal categorieën: 2 - Algemeen beeld rondom Veiligheid (zie 2); 3 - Doelstellingen en indicatoren 2024 (zie 3); 4 - Baten en lasten 2024 (zie 4); 5 - Investeringen en kapitaallasten (zie 5): 6 - Reserve Veiligheid (zie 6); 7 - Risico’s (zie 7); 8 - Verbonden partijen (zie 8);
2
Raadstoets najaar 2023 – definitieve vragenlijst + beantwoording Programmabegrotingen 2023 en 2024
2. Algemeen Beeld rondom Veilige Stad Nr.
Vraag/toelichting
Reactie
De programmabegroting 2023 noemt als ambitie op het gebied van veiligheid “Utrecht veilige en leefbare stad: het vergroten van de veiligheid en leefbaarheid van de stad. In de inleiding van het hoofdstuk Veilige Stad in de programmabegroting 2024 wordt niet gesproken over een ambitie maar staat vermeld dat “dit programma is gericht op het werken aan een leefbare en veilige stad voor iedereen”. Vervolgens zijn drie doelen opgenomen.
2.1.a/b/c Zie ook verslag gesprek raadstoets d.d. 24 januari 2024 De programma-indeling (de gehele begroting 2024) is ten opzichte van de voorgaande (2023) aangepast, zie raadsvergadering 9 november jl. Document Utrecht - Raadsvoorstel Programmabegroting 2024 - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl). De nieuwe programma's zijn gebaseerd op lange termijnopgaven in de stad en geven zo voor een langere periode een duurzame basis voor de begrotings- en verantwoordingscyclus.
2.1a *
Hoe moet “gericht op” geïnterpreteerd worden? Is dit de hoofddoelstelling van het programma?
2.1b*
Indien het niet de hoofddoelstelling is, wat is het dan wel?
2.1c*
Is er een reden waarom de ambitie om de veiligheid in 2023 te vergroten niet langer terugkomt in de begroting 2024?
Er is geen sprake van een hoofddoelstelling in deze nieuwe indeling. Ieder programma heeft meerdere doelstellingen; programma Veilige Stad heeft er drie. Het geeft een korte beschrijving van de titel “Programma Veilige Stad”: dit programma is gericht op het werken aan een leefbare en veilige stad voor iedereen. Daarnaast zien we dat de veiligheidsproblematiek de afgelopen jaren drastisch is veranderd. Van de traditionele aangiftecriminaliteit (High Impact Crime) dalen de (objectieve) cijfers terwijl we merken dat criminaliteit een ander karakter heeft gekregen (Hidden Impact Crime). Minder zichtbaar, complexer en over aantallen slachtoffers is minder bekend. Dat geldt m.n. voor vraagstukken die de laatste jaren meer voorkomen: maatschappelijke onrust en polarisatie, digitale criminaliteit en georganiseerde criminaliteit en de zichtbare ontwrichtende effecten daarvan op de samenleving, zoals liquidaties, bedreigingen en het ronselen van kwetsbare jongeren (oftewel ondermijning, vooral gerelateerd aan drugscriminaliteit).
3
Raadstoets najaar 2023 – definitieve vragenlijst + beantwoording Programmabegrotingen 2023 en 2024 Er wordt in algemene zin niets inleidend gezegd over de mate van (daadwerkelijke of gevoelde) veiligheid in de stad. In de jaarrekening 2022 valt te lezen dat het ervaren veiligheidsgevoel al jaren stabiel is, maar dat de problematiek ten aanzien van veiligheid voortdurend verandert. De veiligheidsproblematiek veranderde drastisch de afgelopen jaren, mede doordat onzichtbare criminaliteit groeide, denk aan ondermijning en cyber. 2.2*
Kan in enkele zinnen geduid worden hoe het ervoor staat met de mate van veiligheid (zowel de fysieke / zichtbare veiligheid als het veiligheidsgevoel van inwoners (sociale veiligheid) in Utrecht en in welke mate deze “veranderde veiligheidsproblematiek” ten grondslag ligt aan deze begroting?
2.2 Graag verwijzen we naar de Veiligheidsagenda 2023-2026. Ook naar de Infographic die daarin is opgenomen, met daarin cijfers betreffende Zorg&Veiligheid, Ondermijning, Openbare orde en crisisbeheersing, Polarisatie en Radicalisering, Geregistreerde criminaliteit en overlast en Cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit. •
•
•
Een aantal van de beleidsstukken die gekoppeld zijn aan deze begroting[2024], waaronder de Veiligheidsagenda 2023-2026, duiden een aantal ontwikkelingen die het belang of zelfs de urgentie van het voeren van stevig beleid op het gebied van veiligheid onderstrepen. In de commissie behandeling werd vanuit de raad door diverse fracties opgemerkt dat – gelet op de huidige situatie en een aantal geschetste ontwikkelingen- de begroting weinig ambitie etaleert. Doelen zijn gericht op het gelijk blijven (of minder worden) van peilwaarden.
Trends van high impact naar hidden impact crimes: voorheen was criminaliteit zichtbaar en had impact op slachtoffer en omgeving. Maar tegenwoordig is criminaliteit minder zichtbaar, het is complexer en over slachtoffers en de aantallen is minder bekend. Verborgen en ondermijnende vraagstukken met grote gevolgen voor de samenleving en de leefbaarheid in de stad. We baseren ons op data, gesprekken met en inzichten van professionals en wetenschappers. Veiligheidsproblematiek kent meestal meerdere oorzaken, heeft vaak een internationaal karakter, de aanpak vraagt grote technische of procesmatige expertise en er zijn veel partijen bij betrokken. We zien allemaal dat de groei van onze stad ook een groei van de omvang en complexiteit van de veiligheidsproblematiek met zich meebrengt. In toenemende mate zien we het effect van internationale en nationale ontwikkelingen terug in onze eigen straten. Het aantal openbare orde vraagstukken groeit substantieel, zoals het aantal demonstraties, de druk op de wijken door toenemende overlast, ongeregeldheden rondom voetbalwedstrijden en (oproepen tot) rellen.
Zie verslag gesprek raadstoets d.d. 24 januari 2024 2.3.a De Lange Termijn Doelstelling (Veilige Stad) is de ambitie voor PB2024, het werken aan een leefbare en veilige stad voor iedereen. Overlast van criminaliteit, incidenten en crisis proberen we te voorkomen, te beperken en te beheersen. De ontwrichtende effecten van (drugsgerelateerde) criminaliteit pakken we aan, evenals excessen door maatschappelijke onrust. Wij vergroten digitale veiligheid en bevorderen online weerbaarheid.
4
Raadstoets najaar 2023 – definitieve vragenlijst + beantwoording Programmabegrotingen 2023 en 2024 2.3a*
Welke ambitie(s) worden met het begrotingsprogramma[2024] als geheel en de daarin opgenomen doelen beoogd?
In de onderliggende beleidsstukken zijn de ambities en doelen uitgewerkt. Zie verslag gesprek raadstoets d.d. 24 januari 2024
2.3b
Kan meer gerealiseerd worden wanneer doelen scherper worden geformuleerd, en/of effectindicatoren meer ambitie uitstralen (door geen genoegen te nemen met gelijkblijvende waarden als in het peiljaar)?
2.3.b Nee. Zie antwoord onder 2.2, verwijzing naar de Veiligheidsagenda. De inzet door de gemeente en met middelen van de gemeente wordt maar een deel van het multidisciplinaire integrale werk verricht. Het werk is complex en niet te vangen in scherpere doelen en/of effectindicatoren.
De doelstelling in 2022 was het focussen op een viertal aandachtsgebieden en daarbij het niveau van Veiligheid uit 2018 tenminste vast te houden. In 2023 is de Veiligheidsagenda vastgesteld. Hierin zijn vier prioriteiten opgenomen. 2.4a*
De stad groeit, er is meer verborgen (hidden) criminaliteit, meer en meer zijn bovenlokale en internationale ontwikkelingen (migratie, vluchtelingen, oorlog, internationaal economische trends, groeiende ongelijkheid, polarisatie, drugs, transport, logistiek) van invloed, ook grijpen zaken als off- en online meer en meer op elkaar in en zijn de technologieën ontwikkelingen duizelingwekkend. In dit krachtenveld is inzoomen op wat lokale mogelijkheden voor concrete actie zijn, belangrijk. De veelheid aan invloeden die criminaliteit kunnen bevorderen maar die buiten het invloedsbereik van de gemeente liggen nopen tot (inter)nationale samenwerking waarvan het effect moeilijk valt te voorspellen. Het voorkomen, tegenhouden en waar mogelijk aanpakken van criminaliteit en overlast staan dus voorop. Gelijk dan wel een vermindering met lokale middelen is beslist ambitieus. De lokale instrumenten zijn dat naar hun aard en omvang zeker. 2.4.a. In de Programmabegroting 2023 konden de prioriteiten uit de Veiligheidsagenda nog niet overgenomen worden omdat de Veiligheidsagenda nog niet was vastgesteld.
Waarom komen deze prioriteiten niet een op een terug in de begroting(sdoelen)? In de Programmabegroting 2024 zijn de prioriteiten van de Veiligheidsagenda onderdeel van de drie doelstellingen. Bij de nieuwe programma-indeling voor 2024 is aangedrongen op meer doelstellingen maar ook weer niet te veel. De Veiligheidsagenda is geen uitputtend overzicht van alles wat we doen voor een veilige en leefbare stad, maar zet de hoofdlijnen en prioriteiten op een rij. Uiteraard blijft de burgemeester zich vanuit haar OOV-portefeuille onverminderd inzetten op de reguliere werkzaamheden. Dergelijke werkzaamheden moeten ook hun plek in de begroting krijgen. Vandaar dat er
5
Raadstoets najaar 2023 – definitieve vragenlijst + beantwoording Programmabegrotingen 2023 en 2024
Op pagina 100 van de begroting 2024 wordt opgemerkt dat “Als toenemende drugsgerelateerde criminaliteit met minder middelen moet worden tegengegaan heeft dit een negatief maatschappelijk effect. Het gevaar dreigt van een toename van geweld en verdere ontwrichting als gevolg van ondermijning”. 2.5a*
Is dit nu een situatie die zich gaat voordoen, of kan gaan voordoen als er minder middelen komen? Het is niet helemaal duidelijk wat hier nu precies wordt bedoeld. Kan dit worden toegelicht? In veiligheidsagenda wordt stevig ingezet op veiligheid in de wijken (een van de vier prioriteiten). Het werken aan Veiliger Wijken is een overkoepelende prioriteit die als een rode draad door de Veiligheidsagenda loopt. In de begroting wordt vermeld dat regie wordt gevoerd op de wijkveiligheid en initiatieven vanuit de wijk worden ondersteund.
2.6a
Kan worden geduid wat precies wordt verstaan onder regie voeren (welke activiteiten vinden daarvoor plaats), en welke middelen hiervoor vanuit dit programmaonderdeel beschikbaar zijn?
2.6b
Wordt ook gestuurd en gemonitord op de wijkveiligheid?
2.7*
drie doelen zijn opgesteld, waar de prioriteiten van de Veiligheidsagenda weer onder verdeeld zijn. 2.5.a Zie verslag gesprek raadstoets d.d. 24 januari 2024
Zijn er beleidsprioriteiten vanuit de gemeente die eigenlijk wel hadden moeten worden opgepakt maar die door een gebrek aan middelen of capaciteit nu blijven liggen of doorschuiven naar komende jaren?
2.6.a. In de kern is regievoeren het sturen van de samenwerking van meerdere partners die bereid zijn zich te committeren aan de opgave en de samenwerking. Een veiligheidsprobleem is veelal niet op te lossen met één partij/partner of met één maatregel. Het gaat om multidisciplinair integraal samenwerken. Dat kan gaan om zowel interne partners (denk aan Toezicht en Handhaving, Stadswerken en Maatschappelijke ontwikkeling) of externe partners (denk aan politie, jongerenwerkers, schooldirecties en bewoners). In de programmabegroting 2024 zijn personele lasten begroot (3 miljoen euro) en daarnaast is een materieel budget beschikbaar van 0,615 miljoen euro voor de wijken en aanvullend een bedrag van 0,594 voor de aanpak van de ASW/ Kanaalstraat-Damstraat. 2.6.b Ja, in alle wijken zitten teams met gebiedsmanagers veiligheid, die ‘sturen’ op problemen/incidenten. Monitoring gebeurt met meldingen/cijfers. Zie ook: thema - Veiligheid (wijken) - Utrecht (incijfers.nl). Ook stedelijk vindt er monitoring plaats en wordt gesproken over/gestuurd op wijkoverstijgende zaken of (stedelijke) trends. Vanuit de PGA jeugd en Hoog risico personen wordt ook gebiedsgericht gewerkt en worden de resultaten gemonitord. 2.7 Zie verslag gesprek raadstoets d.d. 24 januari 2024
6
Raadstoets najaar 2023 – definitieve vragenlijst + beantwoording Programmabegrotingen 2023 en 2024 Handhaving is een belangrijk instrument in het kader van de veiligheidsaanpak. Her en der in de begroting wordt verwezen naar gemeentelijke handhavers en boa’s. 2.8 2.9
7
Kan in algemene zin iets meer toegelicht worden hoe deze handhaving(scapaciteit) er uitziet en of deze toereikend is? In hoeverre wordt voor de uitvoering van het veiligheidsbeleid gebruik gemaakt van benchmark gegevens van vergelijkbare gemeenten (zie ook vraag 3.3a)?
2.8 Er zijn 127 boa’s in dienst bij THOR voor de handhaving in de openbare ruimte. De toereikendheid van de handhavingscapaciteit is lastig vast te stellen. Wel zien we dat de vraag naar handhaving altijd groter is dan de beschikbaar capaciteit. 2.9 Op dit moment niet voor het totale veiligheidsbeleid. Wel wordt overleg gevoerd over inhoud en best practices. Precieze vergelijking is vaak niet mogelijk omdat bijv de G4 gemeenten al anders zijn georganiseerd. In de aanpak GSPB bestaat een landelijk samenwerkingsverband van 26 PMG (Programma Preventie Met Gezag) gemeenten (samenwerking en benchmark).
Raadstoets najaar 2023 – definitieve vragenlijst + beantwoording Programmabegrotingen 2023 en 2024
3. Doelstellingen en indicatoren 2024 “het werken aan een leefbare en veilige stad voor iedereen” De doelstelling in de begroting 2024 valt uiteen in 3 (sub)doelen, te weten:
3.1.a/b/c/d Zie verslag gesprek raadstoets 24 januari 2024
• •
3.1.e Ja, die vergelijking is losgelaten. Zie ook antwoord onder 2.2. Wel is een verplicht peiljaar opgenomen bij de effectindicatoren.
•
3.1a*
Doelstelling 1: Aanpakken en voorkomen van criminaliteit. Doelstelling 2: Tegengaan en voorkomen van (ernstige) overlast door personen en groepen. Doelstelling 3: Adequaat optreden bij -mogelijke- verstoringen van de openbare orde en bij crisissituaties.
In deze doelen zitten geen meetbare elementen, is daar bewust voor gekozen?
3.1b*
Hoe gaat de gemeente zelf de ontwikkelingen op het gebied van veiligheid volgen, met welk instrumentarium?
3.1c
Is nagedacht over het toevoegen van een indicator voor het voorkomen van criminaliteit en (ernstige) overlast door personen en groepen? Tot en met 2022 was de doelstelling gericht op het tenminste gelijk houden van de veiligheid ten opzichte van een eerder ijkmoment (2018).
3.1d* 3.1e
3.2a
Welke ambitie of trend wordt met de huidige begroting (2024) en daarin opgenomen doelen beoogd? Wordt een vergelijking met een eerdere situatie (zoals het geval was in de begroting 2023 waarin de vergelijking naar de situatie in 2018 wordt gehanteerd) in deze begroting losgelaten? Als indicator wordt gebruik gemaakt van het aantal misdrijven. De doelstelling is een lager of gelijk aantal misdrijven ten opzichte van peiljaar (2022). Het aantal misdrijven bedroeg in 2022 24.117. Als lezer krijg je geen gevoel bij de omvang van dit aantal misdrijven, laatste is ook afhankelijk van de definitie, vorm en -daarmeede ernst van misdrijven.
3.2.a ‘Misdrijven totaal’ is een verzameling van heel diverse delicten, van woninginbraak en geweld tot zakkenrollen en fietsdiefstal. Bij de verantwoording wordt een duiding gegeven van deze cijfers. We kunnen dit cijfer niet vergelijken met andere steden omdat het een absoluut cijfer is. Het hangt samen met de grootte van de stad (aantal inwoners), en dat verschilt per stad.
8
Raadstoets najaar 2023 – definitieve vragenlijst + beantwoording Programmabegrotingen 2023 en 2024 Kan geduid worden, bijvoorbeeld door het aantal te vergelijken met andere steden, of dit hoog of laag is?
3.2b
Waarom wordt geen gebruik gemaakt/verwijzing gemaakt naar de landelijke veiligheidsmonitor van het CBS die ook info over de stad Utrecht bevat die vergelijken kan worden met andere steden /regio’s, zie gegevens hieronder
Bij effectindicatoren wordt verwezen naar aanvullende informatie in de webversie van de begroting. In de webversie lezen we: Betreft het percentage inwoners dat zich wel eens onveilig voelt in de eigen buurt. In mei 2023 is de Veiligheidsagenda 2023-2026 door de raad vastgesteld: een nieuw peiljaar (2022) geldt voor deze beleidsperiode. In de Programmabegroting 2023 is vastgehouden aan het IVP 2019-2022 met peiljaar 2018.
3.3
9
Waarom staat in de begroting toch peiljaar 2021 genoemd (30%), moet dit gelet op de toelichting in de webversie niet 2022 zijn?
We onderzoeken of een absoluut cijfer een relatief cijfer een waardevolle toevoeging kan zijn: het aantal misdrijven totaal per 1000 inwoners. Met dat cijfer kunnen we Utrecht vergelijken met andere steden van de G4. We moeten echter oppassen te concluderen of Utrecht ‘het dan beter of slechter doet’ dan de andere G4. Een duiding is ingewikkeld omdat niet eenvoudig te achterhalen is wat de oorzaak is van eventuele verschillen. 3.2.b. De Landelijke Veiligheidsmonitor van het CBS wordt alleen in oneven jaren opgesteld. In de loop van 2024 komt het rapport over 2023. Als het gaat om veiligheidsgevoel dan biedt de eigen inwonersenquête (ook alleen in de oneven jaren) een veel grotere bron van respondenten (nl. ca. 7500). Daarom kiezen we voor dat cijfer. In de landelijke Veiligheidsmonitor is Utrecht nl. met veel minder respondenten vertegenwoordigd. Wil je daarentegen wel enig vergelijk, bijv. met de G4, dan moet je gebruik maken van de cijfers van de landelijke monitor. Die zullen wel afwijken voor Utrecht (het veiligheidsgevoel uit de inwonersenquête wijkt af dat van de landelijke Veiligheidsmonitor), want het is een ander onderzoek, maar je kunt dan wel zien of Utrecht afwijkt van andere grote steden. Wat overlast betreft: daarvan laten we nu politiecijfers zien (naast die van gemeentelijke meldingen).
Ook die politiecijfers zou je kunnen vergelijken met die van andere steden (per 1000 inwoners). Het voorbeeld uit de tabel hierboven bevat alleen enquêtecijfers uit de VM. Ook die kun je vergelijken voor Utrecht met G4. 3.3 Nee, de informatie voor deze effectdoelstelling komt uit de Inwonersenquête en die wordt eens in de twee jaar gehouden. In 2023 is de Inwonersenquête weer afgenomen.
Raadstoets najaar 2023 – definitieve vragenlijst + beantwoording Programmabegrotingen 2023 en 2024 Bij doelstelling 2 wordt het aantal nachtdiensten teruggeschroefd, omdat gebleken is dat deze minder nodig is. Tijdens de commissievergadering kwam aan de orde dat er juist meer verwarde mensen zijn in de stad. 3.4
Is het preventieve effect hiervan voldoende meegewogen in deze afweging? Maw, bestaat hier een risico dat de overlast tijdens nachten waarin de nachtdienst komt te vervallen juist weer gaat toenemen? We zien dat de mate van beïnvloedbaarheid over het hele begrotingsprogramma maar zeer beperkt is. Dat komt met name doordat taken worden uitgevoerd door verbonden partijen. Ook bij de categorie beïnvloedbaar is nog sprake van moeilijk te beïnvloedbare kosten, zoals personeelskosten.
3.5a*
3.5b*
Waar zit de beïnvloedbaarheid wel in het begrotingsprogramma?
Het streven is om het aantal geregistreerde meldingen van overlast (gemeentelijke meldingen) in Utrecht jaarlijks te laten afnemen. Het nieuwe registratiesysteem voor meldingen "Signalen" is eind 2022 in gebruik genomen; 2023 fungeert als peiljaar (waarde volgt begin 2024).
3.6 Ja we nemen deze waarde op in de Jaarstukken 2024. Vanzelfsprekend ook in de volgende P&C producten. De waarde is overigens 8776 (meldingen van overlast in het registratiesysteem “Signalen” ).
Wordt deze waarde op de een of andere wijze nog toegevoegd of anderszins gecommuniceerd opdat erop gestuurd kan worden? Zo ja, op welke wijze? Bij doelstelling 3 kan de vraag worden gesteld of dit een doelstelling is of dit juist reguliere werkzaamheden zijn.
3.7a*
3.5.a Zie verslag gesprek raadstoets d.d. 24 januari 2024
Is de conclusie gerechtvaardigd dat er daarmee weinig flexibiliteit en weinig mogelijkheden tot sturing vanuit de raad in dit programma mogelijk is.
In de webversie van de begroting wordt de nnb (ontbrekende waarde bij peiljaar 2023) als volgt toegelicht:
3.6
3.4 Dit is meegewogen in de afweging om het aantal nachten terug te schroeven. De vervallen nachten zijn in het algemeen ook de rustige nachten van de week. Daarnaast leert de praktijk rond de overlast van verwarde personen dat het hier vaak primair een politie verantwoordelijkheid betreft.
Welke ambitie spreekt deze doelstelling uit?
3.7a. Dit betreft de druk op de openbare orde, polarisatie en crises. Ook ‘reguliere’ werkzaamheden vallen onder de LTD Veilige Stad. Om dergelijke situaties het hoofd te kunnen bieden, moet hiervoor wel voldoende aandacht/middelen zijn, een ondergrens. Zie ook verslag gesprek raadstoets d.d. 24 januari 2024.
10
Raadstoets najaar 2023 – definitieve vragenlijst + beantwoording Programmabegrotingen 2023 en 2024 Als indicator is opgenomen het aantal crises en ordeverstoringen. Naast een realisatiecijfer 2022 zijn geen streefwaarden opgenomen voor de komende jaren. Waarom is dat niet het geval? 3.7b
3.7c
3.7d
De doelstelling gaat over het adequaat optreden bij crises en ordeverstoringen. Hiervoor lijkt geen (effect)indicator opgenomen, aangezien de effectindicator gaat over het aantal openbare ordeverstoringen en crisis. Of geeft deze indicator aan bij hoeveel openbare ordeverstoringen en crisis adequaat is opgetreden? Wat wordt precies verstaan onder “adequaat optreden”, wie bepaalt of het wel of niet adequaat was? Wordt er onderscheid gemaakt tussen “type en zwaarte van openbare ordeverstoringen en crisis”?
3.7.b. Deze indicator geeft het aantal (mogelijke) openbare orde verstoringen en crises waar wij inzet op hebben moeten plegen. Een cijfer dat alleen achteraf gegeven kan worden. 3.7.c Uiteindelijk bepaalt de raad of er adequaat is opgetreden en zal dit ook blijken uit evaluaties. 3.7.d Nee, niet in aantallen. Wel wordt onderscheid gemaakt in zwaarte bij bijv de voorbereidingen van voetbalwedstrijden en demonstraties (categorie A/B/C).
4. baten en lasten 2024 De baten in het programma worden weergegeven in de begroting. De onderdelen sommen op tot het totaal van 5,6 mln. De lasten zijn in totaal 73,2 mln. Ook hier zijn de belangrijkste onderdelen weergegeven. Het totaal van de onderdelen, waarvan de bijdrage aan de GR VRU en de apparaatslasten veruit de grootste zijn, sommen op tot een bedrag van 65,5 mln. Dit is een verschil van bijna 8 mln. met het totaal. 4.1a*
4.1.a* In de programmakosten worden de volgende posten als toelichting genoemd
Waar bestaat deze overige 8 mln. uit?
De totale lasten in de PB 2024 bedragen 73,158 miljoen. Dat betekent dat er nog een bedrag van 11,159 miljoen niet is opgenomen. Hieronder volgt een specificatie van de nog niet toegelichte lasten in de programmabegroting.
11
Raadstoets najaar 2023 – definitieve vragenlijst + beantwoording Programmabegrotingen 2023 en 2024
4.1b*
Waarom is deze niet vermeld in de opsomming?
4.2a*
Zijn de beschikbaar gestelde middelen toereikend om de doelstelling te kunnen gaan realiseren?
4.1.b. We hebben gepoogd om de toelichting kort te houden en daarom hebben we alleen de belangrijkste 4 onderdelen opgenomen. De toelichting van de inhoudelijke activiteiten geeft ook een beeld van activiteiten/ inzet die we doen. We hebben er dus voor gekozen om geen volledige opsomming op te nemen van de lasten. 4.2.a. In principe zijn de middelen toereikend om de doelstelling te realiseren. We voorzien wel een mogelijk knelpunt doordat sommige gemeentelijke budgetten niet structureel zijn opgenomen in de programmabegroting, maar alleen voor de periode van het coalitie-akkoord. Dat geldt voor de volgende budgetten, die vanaf 2027 vervallen: Straatintimidatie 150K Digitale Veiligheid 250K Programma ASW/ KSDS 594K Daarnaast is de rijksbijdrage van 3,5 miljoen voor preventie met Gezag vooralsnog voor een periode van 3 jaar toegekend (tot en met 2025). Daarnaast komen we in de begroting tekort op de energielasten van brandweerpanden. Het budget hiervoor zit bij stadsbedrijven, hiervoor zal een budgettair neutrale wijziging gemaakt worden bij de 1e berap 2024. Zie ook verslag gesprek raadstoets d.d. 24 januari 2024
4.2b
Waar levert 1 extra euro besteding de meeste winst op binnen het programma Veilige Stad?
4.2.b. Dat is niet te bepalen
12
Raadstoets najaar 2023 – definitieve vragenlijst + beantwoording Programmabegrotingen 2023 en 2024 Onder ieder van de drie sub-tabellen met baten en lasten (per doelstelling) wordt aangegeven dat er verschuivingen in de lasten tussen de doelstellingen plaatsvinden, enerzijds doordat de kostentoerekening naar drie doelstellingen plaatsvindt, anderzijds doordat er verschuivingen zijn van materiële budgetten tussen de doelstellingen.
4.3a
Proces / technische aanbeveling: Waarom wordt deze identieke uitleg op drie plekken opgenomen in de tekst? Dit kan ook inleidend een keer worden toegelicht, waardoor ruimte ontstaat om andere zaken beter te duiden. Inhoud: De facto wordt geen enkele verklaring gegeven in de verschillen tussen 2023 en 2024, anders dan dat de begroting nu bestaat uit 3 doelen waardoor de lasten iets anders verdeeld zijn. Dit maakt het lastig om enig vergelijk met eerdere begrotingsjaren te maken.
4.3a/b Binnen het programma Veilige Stad zijn er in 2024 ten opzichte van 2023 nauwelijks mutaties in de meerjarenraming. Omdat de doelstellingen wel verschillen laten zien, die voortkomen uit de andere programma-indeling en/of samenhangen met de gestegen lonen en prijzen- hebben we deze verklaring per doelstelling opgenomen. De totale lasten voor het programma Veilige stad bedragen 73,185 miljoen euro in de programmabegroting 2024. Dat is een stijging met 3,250 miljoen euro ten opzichte van 2023. De verklaring hiervoor is als volgt:
De baten zijn met name lager doordat de subsidie BOTOC in de jaarrekening 2023 is afgewikkeld (0,157 miljoen euro) en doordat de bijdrage vanuit ICTU- ICT Uitvoeringsorganisatie= (nog) niet begroot is voor 2024 (110K). De leges zijn iets hoger.
4.3b*
Is het mogelijk toch te duiden waar verschillen zitten ten opzichte van eerdere jaren? Hoe zijn de (sub)bedragen bij de eerdere begrotingsjaren dan bepaald?
4.5a*
Bestaat er inzicht in de effecten en impact van de subsidies?
4.5a Betreft uitgaande subsidies. Hierover staan afspraken in de Subsidieverordening.
4.5b*
Zo, ja kan van de afzonderlijke subsidies worden aangegeven welke effecten deze hebben en welke impact op de doelstelling?
4.5b zie antwoord onder a.
4.5c
Welk meetinstrumentarium heeft de gemeente Utrecht om vast te stellen in hoeverre de verleende subsidies, in totaal in 2024 plusminus € 6,4 mln. bijdragen aan het realiseren van de beoogde (sub)doelstelling(en)?
4.5c Zie antwoord onder a.
In de tekst is opgenomen dat de hoogte van de subsidies ook afhankelijk is van de cofinanciering vanuit gemeentelijke middelen.
13
4.5.d. Deze toelichting heeft betrekking op de ontvangen subsidies. Voor GSPB geldt dat er vanuit het coalitieakkoord middelen beschikbaar gesteld zijn ten behoeve van de cofinanciering van de middelen van het Rijk voor Preventie met Gezag. Vanuit de beschikking en de verantwoording in de SiSa-bijlage worden er
Raadstoets najaar 2023 – definitieve vragenlijst + beantwoording Programmabegrotingen 2023 en 2024 4.5d
4.6
Bestaat het risico dat gedurende de uitvoering de gemeentelijke middelen anders worden ingezet en dus niet meer als co-financiering worden gebruikt, waardoor ook de subsidiebaten afnemen?
geen keiharde voorwaarden gesteld aan de voorwaarden, maar er is wel een programma afgesproken, waarbij de gemeente ook haar bijdrage levert.
De apparaatslasten in dit programma bedragen € 17,9 mln. Vraag nummer 108 van de raadsvragen verzocht de portefeuillehouder om nadere specificatie van dit bedrag. In de beantwoording werd weliswaar uitgelegd dat deze kosten opgaan aan de inzet van personeel over de drie doelstellingen, maar verschaft geen gespecificeerd inzicht.
4.6 Met de apparaatskosten bedoelen we in dit geval alleen de salariskosten. Het betreft de personele inzet van de medewerkers van OOV (met uitzondering van de overheadfuncties die op een apart programma verantwoord worden). Daarnaast worden er uren voor communicatie doorbelast en belast VTH uren door aan het programma Veilige stad. Hieronder volgt per doelstelling een specificatie van de begrote lasten en baten
Kan (alsnog) een nadere specificatie van apparaatskosten per doelstelling worden gegenereerd, bijvoorbeeld onderverdeeld naar kostencategorieën zoals salariskosten, externe inhuur, subsidies, doorbelaste bedrijfsvoeringskosten, kapitaallasten etc.?
14
Raadstoets najaar 2023 – definitieve vragenlijst + beantwoording Programmabegrotingen 2023 en 2024
De baten nemen vanaf 2025 substantieel af met name veroorzaakt door het wegvallen van specifieke subsidies. Dit heeft impact op de lasten, die daardoor ook afnemen. In de Veiligheidsagenda wordt opgemerkt dat het vanaf 2025 nog niet duidelijk is of ambitie en middelen met elkaar in overeenstemming zullen zijn en dat, indien aanvullende middelen nodig zijn en deze niet beschikbaar komen, ambities bijgesteld moeten worden. 4.7a*
Kan, vooruitkijkend, worden aangegeven wat hiervan de effecten zijn op het programma?
4.7b
Wat betekent bovenstaande onzekerheid voor de uitvoering van de Veiligheidsagenda vanaf 2025?
15
4.7.a.en 4.7.b. Deze toelichting heeft betrekking op de rijksmiddelen voor preventie met Gezag. De toekenning van de middelen loopt vooralsnog tot en met 2025. Voor de periode daarna is de toekenning van deze middelen nog onzeker. De effecten voor het programma zijn dat we de ambitie naar beneden moeten bijstellen en dat we bepaalde activiteiten binnen het programma niet meer kunnen doen
Raadstoets najaar 2023 – definitieve vragenlijst + beantwoording Programmabegrotingen 2023 en 2024
5. Investeringen en kapitaallasten 5.1
Uit de begroting blijkt dat er een kleine investeringen (64k) wordt gedaan in programma Veilige Stad.
5.1
Om welke investering gaat het hier?
Het betreft de kapitaallasten voor investeringen bij VTH in vervoermiddelen en portofoons. De kapitaallasten van deze investeringen worden verdeeld over verschillende programma’s (ontwikkelen voor iedereen 40%, Veilige stad 40% en Aantrekkelijke en groene leefomgeving 20%).
6. Mutatie reserves In het programma Veilige Stad vinden in de begroting 2024 geen mutaties in de reserves plaats. In de jaarrekening 2022 is er wel een bedrag van 648k onttrokken.
De onttrekkingen die in de jaarrekening 2022 uit de reserve zijn gedaan betreffen verrekeningen met de algemene dekkingsreserve (bestedings- en dekkingsvoorstellen uit 2021, opvolging schietincident en Veilige steden) en een onttrekking uit de reserve corona. (402K).
Op pagina 338 van de begroting in de staat van reserves zien we de bestemmingsreserve veilige stad met een saldo van 143k.
16
Raadstoets najaar 2023 – definitieve vragenlijst + beantwoording Programmabegrotingen 2023 en 2024 6.1
Wat is de doelstelling van deze reserve, wordt deze reserve komende jaren niet meer gevoed en gemuteerd?
Het programma Veilige stad kent alleen de reserve cameratoezicht (saldo 143 K per 31 december 2023). De doelstelling van deze reserve is: Deze reserve is bestemd voor projecten op het gebied van cameratoezicht. In verband met werkzaamheden in het Stationsgebied en omgeving zijn kabels en camera's tijdelijk verplaatst en zullen, als de werkzaamheden zijn afgerond, weer worden teruggeplaatst. Daarnaast wordt deze reserve aangewend voor de verplaatsing van flexcamera’s op overige locaties in Utrecht. We hebben de kosten voor het verplaatsen van de camera’s de afgelopen jaren uit het budget voor cameratoezicht kunnen voldoen. Daarom is de reserve ongewijzigd gebleven. De reserve moet beschikbaar blijven voor de uitvoering van het nieuwe beleidskader cameratoezicht 2023-2026.
De kosten voor het onderzoek naar de haalbaarheid en doelmatigheid van een eigen gemeentelijke toezichtruimte in het stadskantoor gaat uit dit budget betaald worden (ca.€ 50.000). Daarnaast worden er in het begin van 2024 ca 7 vaste camera’s in de stad ontmanteld en worden er 4 of 5 (nieuwe) vaste camera’s geplaatst. Ook die kosten zullen worden betaald uit dit budget. Omdat er nog geen technische schouws op de voorgestelde locaties hebben plaatsgevonden, kan er nog geen schatting van de kosten worden gemaakt. Amendement is aangenomen voor aanwending middelen in reserve ondersteuning handhaving voor twee BOA’s met bodycam voor twee jaar. 6.2
17
Hoe en wanneer gaat het college hier invulling aan geven, mede gelet op de ontrading van dit punt door de portefeuillehouder?
6.2 We zijn bezig met de wervingsprocedures voor deze twee boa’s. Hierover hebben u in de raadsbrief over het handhavingsprogramma geïnformeerd. De krapte op de arbeidsmarkt voor boa’s maakt het wel lastiger om de vacatures op te vullen.
Raadstoets najaar 2023 – definitieve vragenlijst + beantwoording Programmabegrotingen 2023 en 2024
7. Risico’s Bij het eerste risico m.b.t. beschikbare capaciteit wordt als maatregelen opgenomen het temporiseren dan wel prioriteren binnen het Programma Veilige Stad. 7.1* 7.2*
7.3
Is er zicht op welke wijze dit gebeurt en op welke van de drie doelen dit dan de meeste impact gaat hebben? Zijn de risico’s en de voorgestelde maatregelen doorberekend in de weerstandsreserve en zo ja, voor hoeveel? Zo nee, waarom niet?
Hoe worden deze risico’s in de praktijk gemonitord?
7.1 Nee nog niet, risico heeft zich nog niet voorgedaan.
7.2 Nee, deze risico’s zijn niet opgenomen in de weerstandsreserve. Het gaat hier de belangrijkste strategische beleidsrisico’s, die vooral gevolgen hebben voor onze maatschappelijke doelstellingen. De maatregelen die we treffen om deze risico’s te voorkomen, treffen we binnen de bestaande budgetten. Daarnaast zijn er ook financiële risico’s, deze risico’s worden meegerekend bij de bepaling van de hoogte van het weerstandsvermogen. Voor het programma Veilige Stad zijn in de programmabegroting 2024 geen financiële risico’s opgenomen. 7.3 De risico’s hebben zich nog niet voorgedaan. Door in gesprek te zijn met onze samenwerkingspartners houden we hier zicht op.
18
Raadstoets najaar 2023 – definitieve vragenlijst + beantwoording Programmabegrotingen 2023 en 2024
8. Verbonden partijen 8.1a*
Welke rol speelt de GR VRU in het programma Veilige Stad en in welke mate draagt de VRU bij aan de uitvoering van het programma? Het laatste genoemde risico heeft betrekking op inzet van de VRU. Gerefereerd wordt aan de Regionale Veiligheid Strategie.
8.1b
8.1c
Waarom trekt de inzet van kennis en expertise van de gemeente Utrecht bij openbare ordeverstoringen crises in omliggende gemeenten binnen de VRU een wissel op de eigen capaciteit) Welke afspraken zijn hierover gemaakt binnen de VRU? Zijn er ook andere verbonden partijen op enige wijze betrokken bij (digitale) veiligheid, ondermijning en criminaliteit. Zoals bijvoorbeeld het RIEC (Regionale Informatie en Expertise Centrum)?
8.1.a Het doel van deze gemeenschappelijke regeling is het realiseren van een efficiënte en kwalitatief hoogwaardige organisatie en uitvoering van de brandweer, geneeskundige hulpverlening, gemeentelijke bevolkingszorg, crisisbeheersing en rampenbestrijding binnen het werkgebied van de veiligheidsregio. Hiermee draagt de VRU bij aan de uitvoering van het programma Veilige Stad (werken aan een leefbare en veilige stad voor iedereen), binnen de doelstelling 3 (adequaat optreden bij -mogelijke- verstoringen van de openbare orde en bij crisissituaties). 8.1.b Binnen deze veiligheidsregio is bij de gemeente Utrecht de meeste kennis/expertise rondom openbare orde verstoringen en crisis aanwezig. Op deze capaciteit wordt een beroep gedaan op het moment dat zich een dergelijke situatie voordoet elders in de veiligheidsregio. Diezelfde capaciteit is dan niet meer inzetbaar binnen de eigen gemeente. 8.1.c. RIEC, RVS en het Zorg- en Veiligheidshuis regio Utrecht (ZVHRU) zijn geen verbonden partijen zoals de VRU dat wel is. Het zijn wel samenwerkingsverbanden. Zij zetten zich in voor/ondersteunen voor de regionale veiligheidsproblematiek.
Gemeente Utrecht draagt als een van de 26 deelnemende gemeenten een derde van de totale begroting van de VRU. 8.2a*
8.2b
Zijn de inzet en de prestaties van de VRU voor gemeente Utrecht navenant? Hoe worden de doelstellingen van de gemeente Utrecht nu zichtbaar vertaald in de begroting van de VRU? In de bijlage (list verbonden partijen, VRU op pagina 257) staat de bijdrage van gemeente Utrecht vermeld. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen “opgenomen
19
8.2.a/b De financiële systematiek van de VRU is niet te koppelen aan de doelstellingen. Hierover gaan een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur. De burgemeester van Utrecht heeft zitting in het AB en het DB.
Raadstoets najaar 2023 – definitieve vragenlijst + beantwoording Programmabegrotingen 2023 en 2024 bij de GU” en “opgenomen bij de VP/GR”. Het verschil betreft 581k. Enkele vragen over deze bijdrage: 8.3a
8.3b
8.3c
Wordt van dit verschil de kosten gedekt van zaken die beschreven staan als aanvullende bijdragen op de reguliere bijdrage aan de VRU, zijnde huur van de brandweerpanden en bijkomende gebruikerskosten? Gesteld wordt dat “in het coalitieakkoord 2022-2026 is overeengekomen dat de bijdrage van de VRU vanaf 2024 tot en met 2027 wordt afgebouwd met jaarlijks een bedrag van 0,1 mln.” Wordt hier mogelijk bedoeld “bijdrage aan de VRU” in plaats van “bijdrage van de VRU”? Wordt deze daling ook daadwerkelijk gerealiseerd? In de zienswijze bij de begroting 2024 van de VRU zien we dat de gemeentelijke bijdrage niet verder stijgt, uitgezonderd loon/prijs effecten.
8.3.a. De totale begroting voor de kosten die samenhangen met de VRU bedraagt 34,691 miljoen euro. Dit budget is bestemd om de volgende kosten te dekken: -Gemeentelijk basistakenpakket VRU 30,750 miljoen - Individueel pluspakket VRU 1,091 miljoen - kosten voor brandkranen 0,125 miljoen - huur en gebouw gebonden kosten 2,725 miljoen Totaal 34,691 miljoen Gedurende 2024 zullen er nog mutaties plaats vinden in verband met toekenning van loon- en prijscompensatie, de vaststelling van de ijkpuntscores en een begrotingswijziging voor de compensatie van de gestegen energielasten. De verwachting is dat het budget na deze wijzigingen net voldoende is om de kosten in 2024 te dekken. 8.3b. We bedoelen hier inderdaad de bijdrage aan de VRU 8.3c. Ja. De bezuiniging is gerealiseerd door het terugdringen van de (beroeps) bezetting voor het hulpverleningsvoertuig op de post Leidsche Rijn. Conform het fingerende spreidingsplan is het inzetten van dit voertuig niet noodzakelijk.
20