Bijlage 2 Tekstvoorstel APV Verbod op hinder toegang medische zorg
Tekst van het document
Artikel 2:30a Hinderen toegang tot medische zorg Het is verboden zich in de onmiddellijke nabijheid van de toegang van een gebouw of terrein waar medische zorg wordt verleend op een wijze op te houden, die ertoe leidt dat personen worden gehinderd bij het zoeken of ondergaan van medische zorg.
Toelichting artikel 2:30a Hinderen toegang tot medische zorg Dit artikel heeft tot doel te waarborgen dat personen die medische zorg willen zoeken of ondergaan, dit vrij, veilig en ongehinderd kunnen doen. Iedereen moet zich zonder te worden gehinderd tot een zorgverlener kunnen wenden en gebruik kunnen maken van medische voorzieningen. De bepaling richt zich op situaties waarin personen zich in de onmiddellijke nabijheid van de toegang van een gebouw of terrein waar medische zorg wordt verleend zodanig ophouden dat anderen worden gehinderd bij het verkrijgen van medische zorg. Het gaat daarbij niet om toevallige aanwezigheid, maar om gedragingen die erop zijn gericht de toegang tot zorg feitelijk te bemoeilijken of de vrijheid om zorg te zoeken te beperken. Dit verbod laat gedragingen onverlet die het karakter van gemeenschappelijke meningsuiting hebben, deze vallen immers onder de bescherming van het betogingsrecht. Het ziet op gedrag waardoor personen worden gehinderd een zorginstelling te betreden. Hierbij kan gedacht worden aan het versperren van de toegangsweg fysiek of met objecten, het actief tegenhouden van personen of zich zo bedreigend/intimiderend opstellen dat personen er niet langs durven. Anders gezegd, gedragingen waarbij sprake is van feitelijke dwang.
De bepaling voorziet in een gerichte bescherming voor toegang tot zorg en is hiermee een specifieke aanvulling op artikel 2:2 APV en artikel 426bis Wetboek van Strafrecht. Door een aparte bepaling wordt duidelijk dat dit gedrag verboden is, zodat handhaving minder afhankelijk is van interpretatie van de begrippen hinderlijk gedrag of lastigvallen in andere wettelijke voorschriften. De reikwijdte is, anders dan in artikel 426bis Sr, niet beperkt tot de openbare weg maar strekt zich uit tot openbare plaatsen. Omdat het hier specifiek gaat om de bescherming van het fundamentele recht op toegang tot medische zorg, vraagt het om een expliciete waarborg. Tot slot wordt invulling gegeven aan de positieve verplichting die de overheid heeft in het kader van artikel 8 EVRM (het recht op eerbiediging van het privé-, familie- en gezinsleven.) Zoals reeds vermeld is het artikel is niet bedoeld om regulier verkeer, toevallige aanwezigheid of normaal sociaal contact te beperken.