CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Reactie op advies Wmo clientenraad Wmo verordening 2022.pdf

Gemeenteraad 25 november 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Beantwoording toezeggingen verordeningen Wmo en Jeugd2.683 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Allereerst dank voor het advies dat jullie op korte termijn hebben aangeleverd. Wij bieden onze excuses aan dat onze reactie op dit advies, door de bij jullie bekende omstandigheden, te laat is aangeleverd. Het advies is wel meegenomen in de definitieve gewijzigde Verordening die naar de gemeenteraad is verzonden. Opmerking vooraf: De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 stelt verplicht dat de gemeenteraad de kaders van het beleid vastlegt in een Verordening. Hetgeen al in de wet is geregeld dient daarin niet te worden herhaald. De verdere uitvoering wordt vastgelegd in de Nadere regel en Beleidsregel maatschappelijke ondersteuning.

Hieronder gaan wij in op de door jullie vragen, voorgestelde wijzigingen en suggesties:

Algemene vragen

1. Er zijn op dit moment Beleidsregels die gelden vanaf 1-1-20. Beleidsregels zijn onderliggend aan een Verordening. Betekent dat dat de Beleidsregels ook weer aangepast gaan worden? Zo nee, is dan getoetst of er geen tegenstrijdigheden zitten tussen de Verordening en de Beleidsregels? Als er nog wijzigingen komen op de Verordening, worden deze dan opnieuw getoetst aan de Beleidsregels? Krijgt de Wmo Cliëntenraad een toelichting van de gemeente als er verschillen zijn? Het klopt dat de Beleidsregel maatschappelijke ondersteuning (alsook de Nadere regel) weer aangepast gaan worden. De Beleidsregel en de Nadere regel worden daarbij inderdaad getoetst aan tegenstrijdigheden op de Verordening. Deze zullen met elkaar worden geharmoniseerd.

2. In deze Verordening staat niets over het aanvraagproces, zoals binnen welke termijn de gemeente moet besluiten. Wordt in de beschikking gewezen op een bezwaarprocedure? Hoort dit thuis in de Verordening, Beleidsregels of in de Wmo wettekst? De termijn waarbinnen besloten moet worden staat in de Wmo 2015. Informatie over het aanvraagproces is daarnaast verwerkt in paragraaf 2.1 van de Verordening Wmo 2022 en staat verder uitgewerkt in hoofdstuk 2 van de Beleidsregel Verordening maatschappelijke ondersteuning Gemeente Utrecht.

3.

In deze Verordening staat niets over een hardheidsclausule. Waar staat dit geformuleerd?

De Wmo 2015 is een maatwerkwet, om die reden is er geen hardheidsclausule opgenomen in de Verordening. Dat houdt in dat op individueel niveau wordt vastgesteld of ondersteuning noodzakelijk is. Er bestaat geen categoriaal recht op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo zelf. Daarom staat in de Wmo een zorgvuldige toegangsprocedure tot de maatwerkvoorziening centraal. Het resultaat van de procedure moet steeds zijn dat een passende bijdrage wordt geleverd aan zelfredzaamheid en participatie.

4. De gemeente geeft niet altijd dezelfde definitie van de begrippen zoals die in de Wet staat, bijvoorbeeld: gebruikelijke zorg = mantelzorg. Dat geeft mogelijk in de toekomst juridische problemen. Maak duidelijk hoe je de begrippen uit de wettekst invult voor de Verordening, en toon dat in de Verordening. De Wmo 2015 geeft de definitie van mantelzorg en gebruikelijke hulp en wij sluiten voor de Verordening en verdere uitwerking daarvan aan bij de bedoeling van de Wet. Als de Wmo 2015 geen definitie geeft, sluiten wij aan bij definities zoals gegeven door de Centrale Raad van Beroep. Mochten ook zij geen definitie geven, dan kunnen wij een definitie zelf invullen.

5. Hoe is de keuzevrijheid van cliënten geregeld als het gaat om de keuze voor een andere zorgorganisatie dan die de cliënt toegewezen krijgt op grond van de wijk waarin hij/zij woont? Wat als een cliënt niet bij een bepaalde zorgorganisatie wil afnemen? Dit is niet opgenomen in de Verordening maar in de Beleidsregel Verordening Maatschappelijke Ondersteuning. Hierin staat voor de buurtteams: Gerichte verwijzing naar een aanbieder van aanvullende zorg vindt plaats in overleg met de klant. En voor bijvoorbeeld het Wmo-loket: Verwijzing vindt plaats naar een gecontracteerde aanbieder. De klant kan aangeven naar welke aanbieder de voorkeur uitgaat indien meerdere aanbieders gecontracteerd zijn. In diezelfde Beleidsregel staat ook: Als de klant niet tevreden is over de voorstellen in het ondersteuningsplan, is er de mogelijkheid van second opinion en/of mediation door een onafhankelijk cliëntondersteuner om zo tot een bevredigende oplossing te komen.

6. De term ‘wettelijk vertegenwoordiger’ s.v.p. veranderen in ‘vertegenwoordiger’. Een vertegenwoordiger kan iedereen zijn, dit hoeft niet door de rechtbank bepaald te zijn. We hebben de term aangepast en de overige termen gestroomlijnd. De definitie van vertegenwoordiger staat al in de wetstekst van de Wmo 2015 en is daarom niet ook nog opgenomen in de Verordening.

7. Bedenk als gemeente dat het verstrekken van een verhuiskostenvergoeding in het kader van integraal beleid een hele goedkope en effectieve oplossing kan zijn, gezien de winst die het kan opleveren voor alle gemeentelijke domeinen (wonen voor anderen beschikbaar, misschien meer mantelzorg voorhanden, misschien minder zorgkosten, etc.). Door dit zo streng te formuleren, kan het voorbijschieten aan meer winst voor de cliënt en de gemeente. In deze tijd van woningnood is het niet zo vanzelfsprekend dat men een andere geschikte woning vindt. En de verhuisadviseur is niet in alle gevallen inzetbaar. De gemeente moet de sociale en maatschappelijke situatie meewegen in haar visie op verhuizing. Een onafhankelijke deskundige zou hierin advies kunnen geven. Men zou in sommige gevallen de hardheidsclausule kunnen aanwenden. De tekst zoals staat opgenomen in de Verordening is conform wet en rechtspraak en hierin is afgelopen jaren niets gewijzigd. Artikel 2.3.6. lid 2 en 3 geven ruimte voor maatwerk op basis van de situatie. Overigens wijzen wij via deze weg ook graag op de mogelijkheid van de bijzondere bijstand als iemand door een noodsituatie plotseling moet verhuizen maar geen middelen heeft voor de verhuizing.

8. Maak duidelijk onderscheid tussen Verordening en Beleidsregels; wanneer lees je het één en wanneer het ander? Verwijs naar de beide documenten in de diverse stukken. Op het moment dat er in de Verordening tekst staat opgenomen die verder wordt uitgewerkt in een Nadere regel en of Beleidsregel, wordt daarnaar verwezen. Op de gemeentelijke website staat overigens een overzicht van de meest actuele versies van de betreffende stukken.

9.

S.v.p. overal ‘cliëntorganisatie(s)’ vervangen door ‘Wmo Cliëntenraad’.

Er zijn meer cliëntorganisaties in de stad Utrecht en deze vallen niet allemaal onder het Maatschappelijk Netwerk Utrecht. Denk bijvoorbeeld aan de belangenvertegenwoordiging van de daklozenopvang. Om die reden laten we onder 5.4 deze brede term staan.

Per artikel

1. Art. 1.2. lid 10: het MNU is geen gesprekspartner t.b.v. de Wmo, dit is alleen de Wmo Cliëntenraad (zie punt 6 10). Dit punt s.v.p. verwijderen. We hebben in de definitie van de Cliëntenraad Wmo verhelderd dat de Cliëntenraad Wmo adviseert t.b.v. de Wmo als lid van het MNU. De bij het MNU aangesloten organisaties zijn echter wel gesprekspartner op verschillende beleidsonderwerpen, waardoor de MNU als zodanig wel opgenomen blijft in de Verordening.

2. Art. 2.1.1. lid 4: maak helder dat herindicatie bij chronische of progressieve aandoeningen overbodig is. De Wmo 2015 (art. 2.3.9) stelt dat gemeenten periodiek een beslissing moeten heroverwegen, daarom moet dit in de Verordening worden opgenomen. Ook bij chronische of progressieve aandoeningen kan herindicatie aan de orde zijn, bijvoorbeeld om vast te stellen of iemand meer ondersteuning nodig heeft dan eerder geïndiceerd. Uiteraard is hierbij maatwerk van belang.

3. Art. 2.2.2. Hier is meer maatwerk leveren en luister naar de cliënt van het grootste belang! Wie bepaalt de criteria voor wat ‘noodzakelijk’ is? Is dit cultuursensitief? Maatwerk en luisteren naar cliënt is gewaarborgd omdat op grond van de Wmo 2015 het bepalen van wat er nodig is bij uitstek een individuele (op de persoon afgestemde) afweging is. Deze afweging dient op grond van artikel 2.3.5 lid 5 onder h bij een maatwerkvoorziening, voor zover daartoe aanleiding is, ook afgestemd zijn op de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van een cliënt. In de Verordening noemen we dit ook bij de kwaliteitseisen voor aanbieders (Art. 5.1 lid 11).

4. Art. 2.3.5 lid 1: ‘in voldoende mate’ s.v.p. wijzigen in ‘in toenemende mate’. Wat ‘voldoende’ is, is erg willekeurig, ‘in toenemende mate’ is meetbaar.

Het doel van de Wmo 2015 is om ervoor te zorgen dat personen op een aanvaardbaar niveau zelfredzaam kunnen zijn en kunnen participeren. Per situatie wordt gekeken wat hierin voldoende is en of er iets extra’s nodig is om de mate van zelfredzaamheid en of participatie te doen toenemen.

5. Art. 2.3.6 lid 2: de zinsnede ‘opgelegde verplichting om te verhuizen’ s.v.p. herformuleren. Kan onnodige angst oproepen bij de doelgroep. Zie punt 8 hierboven. De mogelijkheid tot het opleggen van een verplichting om te verhuizen is aan de orde wanneer dit de goedkoopst adequate oplossing zou zijn. De wijze waarop dit is opgenomen, komt uit de rechtspraak.

6. Art. 2.3.6 lid 5: het kan zijn dat de bouwer de woning niet volgens het bouwbesluit heeft gebouwd. Wat gebeurt er dan? De gemeente is hiervoor verantwoordelijk, dit kan niet worden afgeschoven op de cliënt. Indien een woning niet volgens het bouwbesluit is aangepast, is dit de verantwoordelijkheid van de inwoner zelf. In die situatie hoeft de gemeente een voorziening niet te verstrekken, maar dit kan wel. Het gaat hier om een afweging van de situatie. 7. Art. 3.1 lid 1: bij d, e en f zou de gemeente nadere Beleidsregels moeten stellen. Misschien ook wel bij a en b. Door dit volledig open te laten, krijgt de cliënt geen richtlijnen mee en weet hij/zij niet wat de gemeente daarin belangrijk vindt. Geef als gemeente duidelijke richtlijnen of criteria waaraan een aanvraag moet voldoen en verwijs daarnaar. In de Beleidsregel maatschappelijke ondersteuning is opgenomen dat er een specifiek format is voor het pgb-formulier. Dit biedt cliënten de nodige richtlijnen voor het aanvragen van een pgb. Dit formulier krijgt de cliënt verstrekt wanneer wordt aangegeven dat de cliënt een pgb wenst.

8. Art. 3.1 lid 1c: graag meer uitleg over financiering en borging van de kwaliteit van werken van de beheerder/vertegenwoordiger van het pgb. Dit is een verantwoordelijkheid en de gemeente zou moeten nadenken over hoe het werk kwalitatief goed gedaan kan worden. Om de kwaliteit te borgen wordt voorafgaande aan het verstrekken van een pgb namens B&W getoetst of de cliënt / diens vertegenwoordiger pgb-vaardig is. Hiervoor zijn ook extra contra-indicaties opgenomen in de Verordening in artikel 3.2. Daarnaast kunnen wij een verklaring ‘gewaarborgde hulp’ opvragen als de situatie daarom vraagt. Ook in dat formulier zijn waarborgen opgenomen omtrent de kwaliteit. Hierbij worden ook de ’10 punten pgb-vaardigheden’ betrokken van de rijksoverheid. Zie ook artikel 4.3 in de Beleidsregel Verordening maatschappelijke ondersteuning Utrecht.

9. Art. 3.2: ‘een pgb ‘kan’ geweigerd worden. Het begrip ‘kan’ creëert ruimte voor individuele ideeën van een medewerker. Betekent dit dat een medewerker in eenzelfde situatie bij verschillende pgb-aanvragen de een weigert en de ander toekent? Dit kan rechtsongelijkheid geven. Aan de andere kant zorgt het begrip ‘kan’ voor ruimte. Dat is in principe goed, want daarmee is er de mogelijkheid maatwerk te bieden en naar de individuele situatie te kijken. Hoe ziet de gemeente dit? Het begrip ‘kan’ is hier inderdaad opgenomen om ruimte te geven voor een afweging op individueel niveau, ofwel om maatwerk te kunnen bieden. Hierbij is intern aandacht voor eenduidige

beoordelingen. Een inwoner kan overigens altijd beroep doen op het gelijkheidsbeginsel, op basis waarvan kan worden beoordeeld of situatie identiek is aan een andere situatie.

10. Art 3.2 lid 1 c: het is wel heel kort door de bocht als na één oproep het pgb wordt geweigerd. Na 1 gemiste oproep een waarschuwing geven en na 2 gemiste oproepen overgaan tot weigering zou beter zijn. Cliënten die hulp nodig hebben, kunnen tijdelijk niet in staat zijn om te reageren, bijv. omdat ze in het ziekenhuis liggen. Maak een belafspraak met de cliënt. Een pgb wordt niet direct geweigerd na één gemiste oproep. Er wordt eerst een herinnering naar de cliënt gestuurd over de gemiste afspraak en er is de mogelijkheid om een nieuwe afspraak te maken. Met persoonlijke omstandigheden wordt uiteraard rekening gehouden.

11. Art. 3.2 lid 1 d: dit lid laten vervallen. Lid k als volgt formuleren: de cliënt of vertegenwoordiger niet beschikt over de taken, kennis en vaardigheden die nodig zijn om het pgb goed te kunnen beheren, waaronder wordt verstaan het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift. Hieronder wordt ook verstaan het hebben van problematische schulden, tenzij een bewindvoerder het volledige beheer van het pgb op zich neemt. De kosten hiervan moet de cliënt zelf betalen. We laten deze twee contra-indicaties los staan in de Verordening, omdat de contra-indicaties ook los van elkaar toepasbaar zijn. Uiteraard kunnen ze ook allebei van toepassing zijn. Daarnaast kan iemand bijvoorbeeld wel beschikken over de taken, kennis en vaardigheden die nodig zijn voor het beheer van een pgb, maar is het beheren van een pgb toch onwenselijk door de problematische schulden.

12. Artikel 3.3 lid 2 a: waarom mag familie tot in de 2e graad geen zorg in het kader van pgb leveren als ze daartoe geschikt zijn en ander werk daarvoor verminderen of opzeggen? Er mag wel zorg worden geleverd door familie t/m de tweede graad, alleen niet voor het instellingstarief. Hierop is het informeel tarief van toepassing, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om hiervan af te wijken (zie ook artikel 3.3 lid 2 c). Dit heeft te maken met het niet van toepassing zijn van werkgeverslasten zoals bij een instelling wel het geval is.

13.

Art 3.3. lid 4: waarom mag een pgb-tarief niet meelopen met indexering?

Pgb tarieven op zichzelf lopen mee met de indexering, want deze zijn afgeleid van de tarieven Zorg in Natura. Het pgb tarief blijft echter tijdens de periode van het besluit over een individuele aanvraag gelijk tot het moment dat de indicatie verloopt. Dat wil zeggen dat het budget niet tussentijds verhoogd wordt, maar ook niet tussentijds verlaagd wordt als de kosten van de zorg in natura dalen (bijvoorbeeld bij een nieuwe aanbesteding). Dit geeft de budgethouder zekerheid. Indien echter het pgb niet langer toereikend zou zijn om de zorg te betalen kan contact worden opgenomen met de Toegang.

14. Art. 5.1. lid 5: scherper formuleren wanneer iets een klacht is. Geef als gemeente criteria hoe de klachtenprocedure en het cliënttevredenheidsonderzoek eruit moeten zien. Zit als gemeente strakker op het proces van levering en reparatie.

De klachtenprocedure en het cliënttevredenheidsonderzoek zijn uitgewerkt in de contractering met aanbieders, de Verordening is niet de aangewezen plek hiervoor.

15. Art. 5.1. lid 10: in plaats van ‘kan’: ‘indien mogelijk betrekt het college ervaringsdeskundigen…’. In dit artikel is ‘kan’ opgenomen omdat er wordt gekeken wat passend is bij de behoefte van cliënt. Deze inzet maakt onderdeel uit van de aan de aanbieders gestelde voorwaarden.

16. Art. 5.4. lid 1: het college stelt alleen de Wmo Cliëntenraad in staat gevraagd en ongevraagd advies te geven over het Wmo-beleid, dus niet het MNU etc. Dit artikel is aangepast, omdat er nog wel andere cliëntenorganisaties betrokken zijn is lid 1 aangepast naar: Het college stelt inwoners, cliënten, de Cliëntenraad Wmo en eventuele andere cliëntenorganisaties bij het Wmo beleid in staat om gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen. Lid 9 is aangepast naar: Het college zal de wijze waarop zij cliëntparticipatie organiseert verder ontwikkelen in samenwerking met in elk geval de leden van de cliëntenraad Wmo.

17. Art. 5.4. lid 2: het is te veel gevraagd om de cliëntorganisaties verantwoordelijk te maken voor het betrekken van inwoners. De Wmo Cliëntenraad vertegenwoordigt de inwoners en spreekt namens hen. Deze visie deelt de gemeente, met het artikel wordt bedoeld dat bij het bepalen hoe inwoners worden betrokken de cliëntenraad wordt betrokken. Dit is niet de verantwoordelijkheid van de cliëntenraad.

18. Art. 5.4. lid 6. Alleen de Wmo Cliëntenraad, geen andere cliëntorganisaties. Tijdig is ook echt op tijd, bijv. 4 weken van tevoren. Er kunnen ook andere cliëntorganisaties betrokken worden bij advies rondom beleidsvraagstukken, het artikel legt daarbij de verantwoordelijkheid bij de gemeente om in die gevallen zorg te dragen dat deze cliëntorganisaties goed kunnen functioneren.

Wij hopen met onze reactie voldoende ingegaan te zijn op de door jullie voorgestelde wijzigingen en suggesties. Mocht hier nog vragen over zijn, dan vernemen wij dit graag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=3d1fa5d7-f9cc-4441-8605-78edc07c4a51