Bijlage 2 Landelijk perspectief voor beperking van vestiging tabaksspeciaalzaken
Tekst van het document
Eelco Eerenberg Wethouder voor Ruimtelijke Ordening, Onderwijs, Volksgezondheid, Drugs, Sekswerk, Ruimtelijke projecten Zuidkant: Groot Merwede, Rijnenburg, Wijk Leidsche Rijn Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl/
Aan: Staatssecretaris Van Ooijen Cc: Vaste Kamercommissie VWS Per mail: staatssecretarisvws@vws.nl
Behandeld door
E. Kolkman
Datum
Doorkiesnummer
-
Ons kenmerk
Esther.kolkman@utrecht.nl
Onderwerp
Bijlage(n)
-
Uw kenmerk
9 november 2023
Uw brief van
28 februari 2024 Landelijk perspectief voor beperking van vestiging tabaksspeciaalzaken
Verzonden Bij antwoord datum, kenmerk en onderwerp vermelden
Geachte heer Van Ooijen, Hartelijk dank voor uw brief d.d. 9 november. Graag deel ik met u mijn zorgen over de huidige ontstane situatie rond de vestiging van tabaksspeciaalzaken. Gemeenten hebben nog steeds geen enkele bevoegdheid om het aantal verkooppunten van tabak te beperken, terwijl de markt nieuwe wegen vindt om de verkoop van tabak voort te zetten of zelfs uit te breiden. Wij zijn het met elkaar eens dat het terugdringen van roken zeer urgent is. Het landelijke verbod op verkoop van tabak in supermarkten zorgt op dit moment echter niet voor een vermindering van het aantal verkooppunten. In Utrecht is om het aantal verkooppunten van tabaksproducten en aanverwante producten te beperken op 8 juni 2023 een voorbereidingsbesluit (VBB) genomen, waarmee - vooruitlopend op landelijke wetgeving - de huidige situatie voor de hele stad een jaar lang planologisch is bevroren. Het is daarmee tijdelijk niet mogelijk om een nieuwe tabaksspeciaalzaak te vestigen; dit besluit staat echter onder druk door het uitblijven van landelijke wetgeving. In Utrecht hebben we met het nemen van dit voorbereidingsbesluit een grote stap gezet op weg naar een rookvrije generatie in 2035. Maar feit is dat wij als gemeenten, binnen de kaders van de Tabaksen Rookwarenwet, momenteel door de wetgever niet in positie zijn gebracht om wildgroei op de lokale tabaksmarkt te voorkomen.
Vanuit het oogpunt van de volksgezondheid – en gezien onze gedeelde ambities – is dat zorgelijk. Landelelijk perspectief In uw reactie van 9 november schrijft u dat het - gegeven de demissionaire status van het kabinet aan een volgend kabinet is om eventuele aanvullende maatregelen te overwegen. De komende twee jaar is er geen concreet perspectief meer voor gemeenten om bevoegdheden in handen te krijgen voor regulering van tabaksverkoop (of voor een vergunningstelsel). Het vooralsnog uitblijven van een landelijk perspectief zorgt voor vragen over de houdbaarheid van het eerder genomen Utrechtse voorbereidingsbesluit en daarmee de grondslag om tabaksspeciaalzaken te kunnen weren. Deze is immers genomen vooruitlopend op landelijke wet- en regelgeving.
Datum: 28 februari 2024 Ons kenmerk:
Eerder heb ik u met klem gevraagd om de door de Kamer aangenomen Motie Mohandis van maart 2023 snel uit te voeren, en paal en perk te stellen aan de vestiging van nieuwe tabaksspeciaalzaken. In reactie en vervolg hierop is door de Tweede Kamer op 25 januari 2024 de Motie-Krul/Bikker aangenomen, die verzoekt de regering in ieder geval in kaart te brengen wat er nodig is om zo spoedig mogelijk een afstandscriterium te kunnen hanteren voor verkooppunten van tabak en vapes zodat deze niet in de buurt van supermarkten, scholen en andere plaatsen waar jongeren vaak kunnen komen, worden geopend. Tot slot heeft de Afdeling advisering van de Raad van State op 5 februari 2024 haar advies gepubliceerd over het ontwerpbesluit om het Tabaks- en rookwarenbesluit te wijzigen. Dit ontwerpbesluit gaat over het verbieden van de verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten in supermarkten en horeca. De Raad van State adviseert om in de toelichting bij het ontwerpbesluit in te gaan op de vraag of het verkoopverbod in de horeca en supermarkten en de registratieplicht voldoende effectief zijn om het aantal verkooppunten te beheersen, of dat extra maatregelen nodig zijn, zoals een vergunningstelsel. Er zijn gerede twijfels over de effectiviteit van de strategie om stapsgewijs de verkoopkanalen verder te verbieden en uiteindelijk te beperken tot tabaksspeciaalzaken.
Ook de toets aan de Europese Dienstenrichtlijn ontbreekt. Verschuiving van het aanbod De landelijke strategie om verkoopkanalen stap voor stap uit te faseren leidt in Utrecht momenteel al tot verschuiving van het aanbod naar gemakszaken en tankstations en niet tot een vermindering van het aanbod. Het aantal verkooppunten van tabak moet sterk omlaag en rookwaren zouden alleen nog te koop mogen zijn in een beperkt aantal tabaksspeciaalzaken. Het huidige kabinetsplan is om dit in 2032 te realiseren, maar dit kan en moet véél sneller, zoals ook de Gezondheidsfondsen Rookvrij benadrukken. Een vergunningstelsel, zoals wij voorstaan, is niet te verenigen met een stapsgewijze afbouw per type verkoopkanaal. Zo wordt momentum verloren. Daarom moet er nu werk gemaakt worden van het naar voren halen van de tijdlijn. Ik wil hierbij nogmaals de oproep doen om - ondanks de status van het kabinet – uitvoering te geven aan de recente moties inzake aanpassing van de Tabakswet en het landelijke beleid zo vorm te geven dat wij als gemeenten per 1 januari 2026 handvatten hebben om de tabaksverkooppunten beter te reguleren. Zonder uw inzet kunnen we niet voorkomen dat er een wildgroei ontstaat in de lokale tabaksmarkt. In Utrecht hebben we een grote stap gezet op weg naar een rookvrije generatie in 2035. We hebben gezien dat dit tot ook navolging heeft geleid bij andere gemeenten.
We weten dat onze zorg gedeeld wordt binnen verschillende gemeenten. Alleen gezamenlijk kunnen we in Nederland een gezonde en rookvrije toekomst bewerkstelligen voor onze kinderen. Wij hopen op uw daadkracht om de Tabakswet of Omgevingswet sneller te hervormen en zien uit naar uw reactie. Afhankelijk van uw reactie zal ik moeten besluiten hoe we in Utrecht verder gaan met het handhaven van het voorbereidingsbesluit. Graag verzoek ik u binnen een week te reageren op deze brief. Hoogachtend,
Eelco Eerenberg Wethouder Volksgezondheid
2/2