Bijlage 2 bij SV 2021 nr 40 - Hoofdstuk 7 Bodycam - Bejegeningsprotocol.pdf
Tekst van het document
7 Gebruik Bodycam De medewerkers van THOR hebben de beschikking over een bodycam als persoonlijk beschermingsmiddel. Het gebruik van een bodycam brengt een aantal spelregels met zich mee voor de medewerker van VTH, de opgenomen betrokkene en eventuele derden.
7.1 Doel van de Bodycam Dagelijks hebben medewerkers van VTH te maken met agressie en meerdere malen per jaar met geweld. Het doel van de bodycam kan men daarom als volgt omschrijven; - het versterkt het veiligheidsgevoel; - het draagt bij aan de-escalatie; - het verhoogt het lerend vermogen bij ontmoeting met agressieve personen.
7.2 Wanneer maak je gebruik van de Bodycam Op het moment dat de medewerker dit voor zijn/haar veiligheid, de veiligheid van een betrokkene of derden (collega en/of publiek) nodig acht, maakt men gebruik van de bodycam. Het doel van het gebruik is de-escalatie van de situatie. Men start de opname als een situatie dreigt te escaleren bijvoorbeeld bij een agressief persoon of een bedreigende situatie door een groep. De camera mag niet worden gebruikt om bijvoorbeeld iemand te dwingen mee te laten werken aan het tonen van een geldig ID-bewijs of om het aan te tonen dat iemand onder de 18 jaar oud dronken was.
7.3 Waar mag je de Bodycam gebruiken De bodycam kan worden ingezet op alle werkterreinen van de medewerkers van VTH; -in de openbare ruimte -in voor publiek toegankelijke ruimten -op privéterrein en eigendommen zoals woningen. In het geval dat de medewerker de bodycam meevoert op een privéterrein of in een woning legt de medewerker, vooraf uit, aan de betrokkenen, dat de bodycam gedragen wordt voor veiligheid van de medewerker. Beelden die worden gemaakt met de camera zijn bedoeld om een situatie vast te leggen die dreigt te escaleren of is geëscaleerd. De beelden worden niet gebruikt om de controle vast te leggen of om bewijsmateriaal te verzamelen. Indien de uitleg, vanwege de snelheid van de controle, niet mogelijk is . Bijvoorbeeld tijdens een controle in het kader van ondermijning, horecacontroles, milieuhandhaving of bijzondere wetten waarbij het constateren van activiteiten van belang kan zijn, kan de uitleg achterwege blijven. Wil de bewoner of eigenaar niet dat de bodycam mee wordt gevoerd en weigert hij de toegang kan zo nodig de sterke arm worden ingeschakeld om de toegang te verkrijgen. Er is geen toestemming van een bewoner of eigenaar nodig voor het meevoeren van de bodycam.
7.4 Hoe gebruik je de Bodycam Op het moment dat een medewerker in een conflictsituatie terecht dreigt te komen houdt hij/zij de volgende procedure aan. -De medewerker attendeert de persoon in kwestie dat hij/zij een bodycam draagt en geeft aan dat hij/zij niet gediend is van het getoonde gedrag. De medewerker waarschuwt dat als de persoon in kwestie zijn/haar gedrag niet in positieve zin aanpast, hij/zij de bodycam inschakelt. -Wanneer er geen verandering van gedrag plaatsvindt geeft de medewerker luid en duidelijk aan dat de waarschuwing niet heeft geholpen en dat hij/zij de bodycam aanzet. De medewerker start de opname. -Indien deze waarschuwingen vooraf niet mogelijk zijn, omdat er door de medewerker direct gehandeld moet worden, schakelt hij/zij de bodycam direct in; -Na het starten worden ook de voorafgaande 60 tot maximaal 120 seconden opgenomen (pre-recording). -de medewerker waarschuwt collega’s die (mogelijk) herkenbaar in beeld komen tijdens een opname. -de bodycam wordt direct stopgezet nadat de dreigende situatie voorbij is of er geen sprake meer is van een escalatie. Let Op! Er wordt gebruik gemaakt van pre-recording. Dat wil zeggen dat de camera continu filmt. Als de camera niet wordt geactiveerd overschrijft de camera de beelden iedere 1 tot maximaal 2 minuten afhankelijk van de gekozen instellingen.
Als de camera wordt geactiveerd dan wordt de 1 of 2 minuten voorafgaand ook vastgelegd. Dit is bedoeld om de aanleiding van het incident ook vast te leggen. Houdt er dus rekening mee dat de camera altijd filmt. Het is dus aan te raden om bijvoorbeeld bij een sanitaire stop of tijdens het voeren van een privégesprek de camera niet bij je te dragen.
7.5 Wat moet je doen als je gebruik hebt gemaakt van de Bodycam Nadat een medewerker gebruik heeft gemaakt van de bodycam moet hij dit voor het einde van zijn dienst vastleggen in een ambtelijk verslag waarin de volgende informatie staat benoemd; -de aanleiding (feiten en omstandigheden) waarom de medewerker een bodycam opname is gestart -de waarschuwing vooraf en de mededeling dat de medewerker een opname gaat starten. Wanneer het geven van de waarschuwing vooraf niet mogelijk was beschrijf je in het verslag welke feiten en omstandigheden ertoe hebben geleid dat dit niet mogelijk was, -het ambtelijk verslag wordt onverwijld aan het afdelingshoofd of zijn plaatsvervanger verstuurd. -als de medewerker naar aanleiding van het incident aangifte doet, meld hij/zij het gebruik van de bodycam bij de aangifte.
7.6 Opslag beeldmateriaal De opgenomen beelden worden maximaal 28 dagen opgeslagen, vanaf het moment van opname, op de gemeentelijke server en daarna automatisch verwijderd.
De opname is daarna niet meer beschikbaar. Houd hiermee rekening. Mocht je de beelden willen bekijken vanuit lerend vermogen, doe dit dan binnen 28 dagen na opname.
7.7 Bewustwording Ben je bewust over je houding en gedrag tijdens het gebruik van de bodycam omdat belanghebbenden het beeldmateriaal mogen of kunnen opvragen.
7.8 Uitkijken van beeldmateriaal De opnames kunnen alleen worden uitgekeken met als doel klachtafhandeling en leerervaring of als een betrokken burger een inzage verzoek heeft gedaan. Het uitkijken met de doelen klachtafhandeling en leerervaring mag alleen als de betrokken medewerker daarvoor toestemming heeft gegeven. Uitkijken wordt altijd door minimaal twee medewerkers gedaan, waarvan minimaal de betreffende medewerker(s) én een senior BOA, assistent-teamleider of stafmedewerker. De officier van Justitie kan het beeldmateriaal opvragen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek. De medewerker wordt hierover geïnformeerd. De betrokken burger heeft het recht (artikel 15 AVG) om het beeldmateriaal in te zien. Dit kan de betrokken burger via een online formulier aanvragen. De betrokken medewerkers wordt hierover geïnformeerd.
7.9 Vragen van burgers Indien je tijdens of na de situatie vragen krijgt van de betrokken burger, verwijs hem/haar dan door naar de website www.utrecht.nl/bodycam voor meer informatie.