CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1b - Raadstoets Veilige Stad definitief verslag 24-04-2024

Gemeenteraad 11 juli 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadstoets Veilige Stad3.268 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

DEFINITIEF VERSLAG BIJEENKOMST RAPPORTEURS RAADSTOETS VEILIGE STAD

24 april 2024 Deelnemers Eric van Aart

clustermanager Staf strategie & ondermijning

Fred Dekkers

raadslid (GroenLinks)

Filip den Eerzamen

onderzoeker

Jennifer Hofland

strategisch adviseur Openbare orde & veiligheid (OOV)

Gijs Corten

plv griffier

Tess Meerding

raadslid (VVD)

Petra Nijmeijer

directeur OOV

Annelies Pascha

business controller OOV

Daniëlle Rijnders

griffier Adviescommissie C&F

Afwezig Maarten Koning

raadslid (D66)

Jelmer Lok

griffier commissie VBF

Notulen Rosenbaum Select, notulisten & verslaggevers

Opening en inleiding Mevrouw Rijnders heet allen welkom. Ten behoeve van de verslaglegging wordt er een geluidsopname gemaakt; geen van de aanwezigen heeft hier bezwaar tegen. Het verslag verschijnt t.z.t. op het raadsportaal, waar ook verslagen van eerdere raadstoetsen te vinden zijn. De deelnemers mogen het verslag vóór publicatie becommentariëren. Terugblik op het vorige gesprek (24-01-2024) De raadsrapporteurs bevestigen dat vragen die tijdens het vorige gesprek niet aan de orde kwamen, schriftelijk zijn beantwoord. Intussen hebben zij de jaarstukken ontvangen, en hebben daar hun vragen over geformuleerd. Wat opviel in de jaarstukken was dat daarin naar andere documentatie werd verwezen; dat werkte prettig. De raadsrapporteurs zijn van plan om te adviseren om het voortaan zo te doen, in de hele jaarrekening. Informatief waren ook de fact sheets en infographics. Algemeen beeld rondom veiligheid

(2.1.a) Kan in de jaarstukken 2023 een goed beeld worden geschetst van de actuele veiligheidssituatie in de stad? Is deze verbeterd of verslechterd ten opzichte van 2018? De ruimte in de jaarstukken is beperkt; daarom is het onmogelijk om uitvoerige toelichtingen toe te voegen. Het eerlijke antwoord op de eerste vraag is dan ook ‘nee’. Om die reden heeft de raad de

1 van 8

voortgangsrapportage 2023 van de veiligheidsagenda toegezonden gekregen, en met de infographic probeert de afdeling toch zoveel mogelijk informatie in de jaarstukken te geven. De infographic geeft een meerjarenperspectief en maakt de ontwikkelingen zichtbaar. De raadsrapporteurs misten wel een conclusie: zijn de beleidsdoelstellingen gehaald? Is de veiligheid verbeterd of juist niet? Aan de hand van de twee indicatoren zou de conclusie kunnen zijn dat de veiligheid ten opzichte van 2018 iets verbeterd is, en dat het veiligheidsgevoel iets minder is geworden. Het veiligheidsbeeld is dus wel bekend, maar dit is niet in een paar zinnen weer te geven, en de context ook niet. Voorbeeld: cijfers van geregistreerde criminaliteit laten al een paar jaar daling zien, maar de veiligheidssituatie is een stuk complexer geworden, en deels ook onzichtbaar vanwege ondermijning. Om dit helder toe te lichten is meer ruimte nodig in de jaarstukken. De raadsrapporteurs doen de suggestie om het toch bij een samenvatting te laten, en dan eventueel een verwijziging naar de voortgangsrapportage op te nemen.

(2.2.a) Is in een paar zinnen aan te geven hoe het veiligheidsbeeld per eind 2023 is? In de voortgangsrapportage is het complete beeld te vinden. De indeling komt overeen met die van de prioriteiten uit de veiligheidsagenda: veiliger wijken, tegengaan van excessen door maatschappelijke onrust, tegengaan ontwrichtende effecten van drugsgerelateerde criminaliteit en vergroten digitale veiligheid en online weerbaarheid. Over het programma Grenzen stellen, perspectief bieden heeft de raad al eerder voortgangsrapportage gekregen. Het beeld is stabiel, wordt gezegd, en strikt genomen is er zelfs sprake van lichte verbetering. De vraag is echter in hoeverre de cijfers de inspanningen representeren. Van programma’s die een jaar of twee geleden zijn gestart is nog niet te zeggen of het beeld positief of negatief is. De verzamelde best practices lijken wel te werken, maar de programma’s lopen nog niet lang genoeg om dit met zekerheid te kunnen zeggen. De raadsrapporteurs dringen erop aan om die onzekerheid te vermelden, want daar is wel begrip voor in de raad. Mevrouw Nijmeijer stelt dat OOV op de goede dingen inzet. Er zijn veel zorgen over de vier genoemde prioriteiten in de veiligheidsagenda; Utrecht is géén onveilige stad, maar dit hangt af van de plaats en het moment. Er is maatschappelijke onrust, onder andere door toenemende polarisatie en er zijn hotspots.

OOV maakt zich daar zorgen over, gezien de bezuinigingen. In het kort: Utrecht is niet onveilig, maar er zijn dagelijks vele professionals aan het werk om dat zo te houden. Zij mogen niet verslappen.

(2.3.a) Beschikt de gemeente over vergelijkingsmateriaal met vergelijkbare gemeenten? Hoe andere steden scoren, is bekend, want Utrecht doet mee aan de veiligheidsmonitor; zie ook de website Zicht op ondermijning. In de jaarstukken worden geen vergelijkende cijfers gegeven, want er wordt verantwoording afgelegd over de gemeentelijke begroting. In de beleidsstukken van OOV zelf wordt de vergelijking regelmatig wél gemaakt. Dat Utrecht een tandje bij kan zetten op het veiligheidsdossier omdat er steeds meer grotestadsproblematiek gaat spelen, wordt niet ontkend. Echter, in vergelijking met de andere G4 is de werkdruk in Utrecht hoger, want de afdeling veiligheid is kleiner. De afgelopen jaren is beter zichtbaar geworden wat er in Utrecht wordt ingezet tegen

2 van 8

ondermijning, maar ook op andere dossiers zoals bijvoorbeeld demonstraties (inclusief excessen). Daarnaast vraagt de wooncrisis meer aandacht, want deze gaat samen met meer krakers. Dus… doet Utrecht het beter dan de andere G4? Daar is de ambtelijke organisatie niet zo mee bezig, zegt mevrouw Nijmeijer. De cijfers laten zien dat Utrecht het goed doet en zich goed voorbereidt op calamiteiten. De kracht van Utrecht is de inzet op wijkbetrokkenheid.

(2.3.c) Kan verklaard worden waarom Utrecht ten opzichte van vergelijkbare gemeenten minder goed scoort op het onderdeel gedigitaliseerde criminaliteit? De cijfers komen van de website Waar staat je gemeente; die zijn uit 2021. De Utrechtse veiligheidsmonitor laat cijfers van 2023 zien. Hierop wordt in de verantwoording niet nader ingegaan omdat er door meerdere partijen dan alleen de gemeente op wordt ingezet, onder andere op meer weerbaarheid. N.B.: de politieregio Midden-Nederland heeft een digitaal disctrict. Dat is een extra voorziening die niet voor niets is ingesteld. Inzet is er niet alleen op preventie, maar ook op de plegers.

(2.4.a) Is er een specifieke reden waarom niet nader op de uitvoering van de genoemde maatregelen omtrent weerbaarheid wordt ingegaan? Dit is ter vergadering niet bekend; waarschijnlijk ligt het aan het format. In het meerjarenprogramma wordt uitvoering actieplan digitale veiligheid wel genoemd. Conform de standaard voor de beleidscyclus (geen nadere duiding in de jaarstukken) is aangegeven dat uitvoering is gegeven aan de maatregelen in de geest van het actieplan en vooruitlopend op het nieuw ontwikkelde Uitvoeringsprogramma Vergroten digitale veiligheid. Daarnaast is ter sprake gekomen dat de verwijzing naar de uitgebreidere voortgangsrapportage Veiligheidsagenda op meer plaatsen in de Jaarstukken opgenomen had kunnen worden.

In aanvulling op het verslag wordt aangegeven dat deze suggestie in de definitieve jaarstukken is overgenomen. (2.5.a) In het hoofdstuk Veiligheid wordt geen verband gelegd met andere programmaonderdelen. Is hier bewust voor gekozen? (2.5.b) Kan in het kader van het programma Veiligheid iets worden gezegd over de integrale aanpak van het thema ondermijning? Hiervoor wordt verwezen naar de voortgangsrapportage GSPB. De afdeling verantwoordt integraal, bijvoorbeeld over wat er extra wordt gedaan in het kader van Grenzen stellen, perspectief bieden. De voortgangsrapportage vermeldt wat andere organisatieonderdelen doen, maar die andere organisatieonderdelen maken geen eigen rapportage. Dit gebeurt integraal onder regie van Veiligheid. Opgavegericht werken gaat steeds beter in de ambtelijke organisatie. Daarbij is de regierol van één organisatieonderdeel cruciaal. Vervolgens komt de financiële én de politieke verantwoording. Omdat

3 van 8

Veiligheid is begonnen met de aanpak van ondermijnende criminaliteit blijft de burgemeester politiek gezien portefeuillehouder. Ook de financiën vallen onder Veiligheid, maar die afdeling sluist budgetten gedeeltelijk door naar andere organisatieonderdelen. Integraal sturen krijgt de ambtelijke organisatie wel in de vingers, maar financieel en politiek is dit ingewikkeld. Dit roept bij de raadsrapporteurs de vraag op of opgavegericht werken wel past bij de programma-indeling van de P&C-cyclus. Ja, wordt gezegd, want alle aanpak valt onder Veilige stad, al hebben de organisatieonderdelen allemaal een eigen budget. Er lopen financiële stromen tussen de verschillende programma’s. De raadsrapporteurs constateren dat deze (waardevolle) informatie niet uit de stukken te halen is. Is de verwevenheid met andere programma’s de afgelopen jaren toegenomen als gevolg van de inzet op ondermijning? Dit is beslist het geval, zegt mevrouw Hofland. Rapportages over ernstige incidenten elders in het land worden altijd gedeeld, met extra aandacht voor coördinatie, want het gebeurt nogal eens dat mensen langs elkaar heen werken. Daarom voert Veiligheid op bepaalde onderwerpen op het snijvlak van veiligheid en het sociaal domein steviger regie. Voorbeelden: terugkeer van ex-gedetineerden, hoogrisicopersonen en mensen met verward gedrag en het programma Grenzen stellen, perspectief bieden.

(2.8.a) Waarom worden er bij sommige thema’s wel, en bij andere geen links opgenomen naar raadsbrieven? Volgens de ambtenaren is dit niet bewust zo gedaan. Doelstellingen en indicatoren

(3.1.a) De subdoelstelling ‘gelijk of minder misdrijven in Utrecht’ is gehaald, maar het aantal misdrijven is ten opzichte van 2022 met 5% gestegen. Wat vindt de ambtelijke organisatie hiervan? De politiecijfers van 2015 tot nu laten zien dat het criminaliteitscijfer tot de coronajaren daalde, en tijdens de coronajaren nog meer. 2022 en 2023 laten toename zien, maar het totaal blijft onder het niveau van de jaren vóór corona. Er wordt dus een vergelijking gemaakt met jaren waarin de criminaliteit historisch laag was. De cijfers van andere G4-steden tonen een vergelijkbaar beeld. Er zijn ook vormen van criminaliteit die zijn afgenomen, wordt opgemerkt, kan dit samenhangen met extra inzet, bijvoorbeeld op autokraken? Mevrouw Hofland wijst erop dat er onverminderd wordt ingezet op autokraken. Er zijn meer gevallen van zakkenrollen, en dit hangt samen met veiligheidsproblematiek rondom het Bollendak en de omgeving van Hoog Catharijne. Bij andere strafbare feiten kan wel een verband worden gelegd met de intensieve aandacht daarvoor (woninginbraak, fietsendiefstal). De aanpak daarop is bewezen effectief; als de inzet stopt, nemen de incidenten toe. Gezien de beperkte politiecapaciteit is het heel moeilijk voor de politie om te beslissen welke aanpak wanneer moet/kan worden afgeschaald. Inzet op ondermijning en explosies gaat ten koste van andere inzet.

4 van 8

De absolute criminaliteitscijfers zijn dus een indicator. De cijfers liepen in 2022 en 2023 op, maar de score is toch ‘groen’ omdat de doelstellingen werden behaald. De toelichting is wel duidelijk, maar de cijfers roepen de vraag op of die doelstellingen werkelijk zijn bereikt. Is de indicator wel goed? Hierop merkt mevrouw Nijmeijer op dat het niet gemakkelijk is om nieuwe indicatoren te formuleren, want hoe bepaal je indicatoren op hevige drugscriminaliteit? Als je doorgroei van jongeren in de criminaliteit wilt voorkomen, kun je voor de persoonsgerichte aanpak wel indicatoren maken, echter van een minder hoog abstractieniveau. ‘Geregistreerde criminaliteit’ ligt dan toch het meest voor de hand, al geeft dit niet het complete beeld. Het zou de raad helpen als dit wat uitgebreider zou worden toegelicht. Bij inzet, zowel op incidenten als preventief, wijst mevrouw Nijmeijer bij wijze van voorbeeld op de inzet op plofkraken. Als gevolg van die inzet nemen de incidenten af. In Duitsland neemt men geen preventieve maatregelen, terwijl er in Duitsland veel meer dan in Nederland nog met contant geld wordt betaald. Gevolg: plofkrakers (veelal uit Utrecht) slaan hun slag in Duitsland. Inzet met alle partners tegelijk helpt echt, stelt mevrouw Nijmeijer.

(3.4.a t/m 3.4.d) Deze vragen gaan over het veiligheidsgevoel, een subdoelstelling die niet is gerealiseerd. Wat is de verklaring hiervoor? Volgens mevrouw Hofland is dit een landelijk beeld: het aantal inwoners dat zich wel eens onveilig voelt in de eigen buurt neemt toe, maar in Utrecht is de veiligheidsbeleving hoger dan in Rotterdam en Den Haag, en vergelijkbaar met Amsterdam. Naar veiligheidsgevoel wordt al lang onderzoek gedaan; ook daaruit blijkt dat er geen eenvoudige verklaring is voor toe- dan wel afnemend veiligheidsgevoel. In 2021 werd er bij de inwonersenquête naar gevraagd: in dat jaar werd het meest genoemd: vrouwen voelen zich kwetsbaar, en hangjongeren en drugsoverlast zijn het vaakst de oorzaak van een onveiligheidsgevoel. Ook sociale samenhang in de buurt of het vertrouwen in andere buurtbewoners zijn oorzaken, maar die worden minder bewust beleefd. Het onveiligheidsgevoel neemt gemeentebreed toe en is niet te specificeren naar een wijk of buurt in Utrecht. De heer Van Aart vult aan dat het drukker is geworden in de openbare ruimte ná corona. Dit blijkt uit de gepleegde feiten zoals zakkenrollerij en autokraak. Er is ook meer overlast: hangjongeren, drugs en drank, verwarde personen en zo meer. Daarmee is niet expliciet gezegd dat deze feiten zijn toegenomen, maar wél dat ze meer worden waargenomen.

Dat dit invloed op het veiligheidsgevoel heeft, is eigenlijk wel logisch. De suggestie wordt gedaan om het containerbegrip ‘totaal aan misdrijven’ te verfijnen; misschien is dan beter te zien wat er speelt. Dat zou zeker helpen, zegt de heer Van Aart, maar het is vervolgens weer lastig om de effecten per factor te achterhalen.

(3.7.a) Waarom vermelden de jaarstukken niets over crisisbeheersing in het algemeen en over Oekraïne in het bijzonder?

5 van 8

Hier is geen specifieke reden voor. Er is op crisisbeheersing geen andere inzet geweest dan in andere jaren, maar gezien de beperkte ruimte in de jaarstukken is dit niet vermeld.

(3.8.a) Is bekend wat de effecten zijn geweest van de inzet? Dit is niet vermeld, deels omdat het format daar geen ruimte voor biedt. En waar is uitgevoerd conform begroting is dat niet verder omschreven; alle relevante informatie is in de voortgangsrapportage opgenomen. Gerealiseerde baten en lasten 2023

(4.1.a) Waaraan is de extra € 8 miljoen uitgegeven? Een groot deel daarvan is besteed aan Grenzen stellen, perspectief bieden, namelijk € 5,1 miljoen meer dan in 2022. Hiervoor kreeg Utrecht extra geld van de rijksoverheid en van justiële partners. De kosten voor de Veiligheidsregio Utrecht waren hoger vanwege loon- en prijscompensatie en gestegen energiekosten. Er zijn ook altijd incidentele baten en lasten die tegen elkaar wegvallen. Het restant is uitgegeven aan loon- en prijscompensatie bij OOV en aan subsidies voor andere afdelingen (zie bij vraag 2.5.a en 2.5.b). Mevrouw Pascha wijst erop dat de gemeente zelf niet op deze manier naar deze uitgaven kijkt; er wordt altijd toegelicht aan de hand van de begroting en er wordt geen vergelijking gegeven met de lasten van voorafgaande jaar. De afwijkingen ten opzichte van voorgaand jaar worden toegelicht in de begroting

(4.1.b) Het verschil tussen het saldo van de nominale en de actuele begroting 2023 bedraagt € 1,6 miljoen. Dit betreft een aanpassing van de begroting; was die aanpassing juist? Mevrouw Pascha bevestigt dat dit inderdaad samenhangt met enkele (budgetneutrale) begrotingswijzigingen vanwege de toegekende rijksmiddelen. Er is per saldo toch sprake van een stijging, en dit komt hoofdzakelijk door de cao (looncompensatie). Daarnaast was er een corresponderende post vanuit de suppletie bommenregeling (explosievenopsporingskosten). Daar ontvangen gemeenten achteraf compensatie voor. Ten slotte is er meer geld uitgegeven aan Digitale Veiligheid, conform coalitieakkoord. Ongeveer 98% van de rijksmiddelen zijn uitgegeven. Het restant gaat via de balans mee naar het opvolgende jaar, dus niet via de resultaatbestemming.

(4.2.a) Hoe zijn de uitgaven aan de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) opgenomen onder de taakvelden? Er zijn twee taakvelden, namelijk de VRU en bijkomende kosten voor de VRU. Die vallen administratief onder één kostenplaats en zijn allemaal voor de brandweer. Het restant in dit programma is voor het taakveld veiligheid. De bijdrage van de gemeente (inkomensoverdracht) valt onder de post Verbonden partijen. Alle gemeenten in de regio stellen hun brandweerpanden om niet ter beschikking aan de VRU; de gemeente Utrecht betaalt daar huur, gas, water, elektra en wat gebruikerskosten voor. Dit hoort bij het taakveld Brandweer.

6 van 8

(4.4) Is er inzicht in wat er met de ruim € 7 miljoen (aanpak veiligheid jeugd en gezin) is gerealiseerd en in welke mate dit effectief was in het licht van de programmadoelstelling? Het gaat hier om subsidies die via MO worden verstrekt aan JoU en aan de Buurtteams. De gemeente verstrekt iets extra voor inzet op preventie en voorlichting. Er wordt trajectbegeleiding voor jongeren van betaald, dagbesteding, toeleiding naar arbeid en zo meer. MO monitort de effectiviteit middels accounthoudersgesprekken met vertegenwoordigers van de instellingen. Er wordt op de goede dingen ingezet, in het bijzonder op de focusgroepen, zoals bepaald in Grenzen stellen, perspectief bieden. Dit zijn onder andere criminele en overlast gevende jongeren en criminele families. Inzet op bewustwording en op voorkómen van overlast is bijna niet te meten. Dus… is de aanpak effectief? Bij OOV zou men hier graag volmondig ‘ja’ op zeggen, maar moet volstaan met de constatering dat alle professionals zich goed kunnen vinden in de keuze voor focusgroepen en voor bepaalde wijken. De raadsrapporteurs merken op dat er toch meer is uitgegeven dan begroot. Volgens mevrouw Pascha hangt dit samen met de extra bijdrage (€ 400.000) die de gemeente heeft gekregen via de beschikking Grenzen stellen, perspectief bieden, voor gecertificeerde instellingen en die één op één via een subsidie verstrekt is aan derden.

Daarnaast is er iets meer subsidie verstrekt aan Bureau HALT. Het WODC doet onderzoek naar de effectiviteit van de HALT-aanpak. De raadsrapporteurs adviseren om in een paar zinnen toe te lichten waarom er boven begroting is uitgegeven; er is nog een klein beetje ruimte voor. Risico’s

(7.1.a) Er is gesteld dat een van de risico’s de afnemende politiecapaciteit is. Heeft dit risico zich inmiddels ontpopt – en is het dus geen risico meer, maar een feit? In elk geval kan worden gesteld dat de politiecapaciteit is gedaald. Tot onacceptabele of onveilige situaties heeft dit echter niet geleid. Mevrouw Nijmeijer erkent dat de gevolgen ernstiger zullen worden als de druk groter wordt, maar daar is (nog) geen sprake van. Zij benadrukt dat het antwoord afhangt van degene aan wie het wordt gevraagd; bij de politieorganisatie en bij het Openbaar Ministerie zijn ongetwijfeld grote zorgen over wat er niet kon worden aangepakt. De opsporingscapaciteit komt op een zorgelijk niveau nu er veel wijkagenten uit de wijken worden gehaald voor de noodhulp en de ME. Dit gaat ten koste van de verbinding met en in de wijken. In elk geval wordt er op de alarmcentrale 112 niet beknibbeld. De burgemeester voert een sterke lobby namens de regio; zij laat geen mogelijkheid onbenut om te laten zien dat er bij de verdeling van politiecapaciteit te weinig rekening is gehouden met criminaliteitsgroei in Midden-Nederland en in de stad. In hoeverre is zo’n risico bij het opstellen van de begroting te voorzien? Men kan de ontwikkelingen toch wel voor een jaar vooruit inschatten? Vooraf: er gaat geen geld vanuit de gemeente naar de politie.

Vervolgens legt mevrouw Nijmeijer uit dat er geld wordt gereserveerd voor gezamenlijk gekozen prioriteiten. Als politie, Openbaar Ministerie en gemeente daar niet evenredig aan bijdragen, worden doelstellingen minder snel gerealiseerd. Politiecapaciteit is cruciaal in dit verband, maar

7 van 8

gedurende het jaar moet deze redelijk vaak voor andere doelen worden ingezet, bijvoorbeeld demonstraties. Er zijn ook wel eens incidenten elders in het land, waarvoor capaciteit uit het district Midden-Nederland wordt gehaald. Helemaal in te schatten is het verloop van een jaar niet.

(7.2) Waarom wordt bij het beheersen van het risico op normvervaging enkel ingegaan op demonstraties, en zijn er geen maatregelen opgenomen die grensoverschrijdend gedrag ten gevolge daarvan verder aan banden kunnen leggen? De raadsrapporteurs vinden dat te sterk wordt benadrukt dat demonstraties worden gefaciliteerd, wat een bekend standpunt van het college is, maar zij vinden dat geen maatregel om het risico tegen te gaan. Er wordt afgesproken dat deze vraag schriftelijk wordt beantwoord. Sluiting Overige vragen die niet aan de orde zijn geweest, zullen schriftelijk worden beantwoord. De raadsleden bedanken de ambtenaren voor hun tijd en hun toelichtingen. Allen kijken terug op een zinvol gesprek.

8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=10f89fd6-61f3-47d0-84eb-5494026ab842