Bijlage 1 Verordening tot wijziging van de APV Utrecht 2010 Onbeperkt Toegankelijk.pdf
Tekst van het document
Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Utrecht 2010, Gemeente Utrecht (Utrecht Onbeperkt toegankelijk) De raad van de gemeente Utrecht, Gelezen het voorstel van de raadsleden Marijn de Pagter en Dimitri Gilissen d.d. 15 oktober 2020, Gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet, Besluit vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Utrecht 2010: Artikel I De Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:32 komt als volgt te luiden: Artikel 2:32 Parkeren van fietsen en bromfietsen 1. Het is verboden een fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel, al of niet voor onmiddellijk gebruik geschikt, te parkeren als daardoor: a. op een voetpad of trottoir de doorgang wordt gehinderd of belemmerd; b. de veiligheid of de doorstroming van of het uitzicht voor het verkeer wordt gehinderd; c. op of aan een openbare plaats hinder, overlast of schade ontstaat; d. voor een bewoner of gebruiker van het gebouw waartegen of waarvoor de fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel staat geparkeerd de doorgang of het uitzicht wordt belemmerd; e. de functie van straatmeubilair wordt gehinderd of belemmerd; f. de doorgang en opbouw op een markt wordt gehinderd of belemmerd; of g.
het in- en uitstappen bij tram, bus, taxi of gehandicaptenparkeerplaats wordt gehinderd of belemmerd. 2. Het is verboden een fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel langer dan een door het college te bepalen periode te parkeren in door het college aangewezen gebieden. 3. Het college kan in het belang van de veiligheid, toegankelijkheid en ter voorkoming van hinder gebieden aanwijzen waarin fietsen, bromfietsen of vergelijkbare vervoermiddelen uitsluitend in een daarvoor bestemde voorziening mogen worden geparkeerd. 4. Het is verboden een fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel in een gebied als bedoeld in het derde lid buiten een voor parkeren bestemde voorziening te plaatsen. Artikel II De toelichting bij artikel 2:32 in bijlage A van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 komt als volgt te luiden: Artikel 2:32 Parkeren van fietsen, bromfietsen en dergelijke Het plaatsen van voertuigen is op verschillende plaatsen in de verordening geregeld, steeds met een wisselende bedoeling: de instandhouding van het plantsoen, het tegengaan van diefstal of verkeersbelangen. In dit artikel gaat het om de voorkoming van overlast. Het neerzetten van fietsen en bromfietsen tegen panden die niet door de eigenaren van de voertuigen worden bezocht of op plaatsen waar deze voertuigen hinder of schade kunnen veroorzaken, geeft vaak aanleiding tot klachten.
Artikel 2:32 geeft de mogelijkheid hiertegen op te treden. In het eerste lid wordt een aantal specifieke verboden genoemd. Het college kan bij het prioriteren van de handhaving van de verboden onder andere onderscheid maken tussen het handhaven op gevaarlijk gestalde en hinderlijk gestalde fietsen en bromfietsen. Een fiets, bromfiets of vergelijkbaar voertuig is in ieder geval gevaarlijk gestald wanneer deze: o de vrije doorgang voor nood- en hulpdiensten blokkeert;
o o o
o o o
een looproute blokkeert of zodanig belemmert dat de vrije doorgang onvoldoende toegankelijk is; voor een nooduitgang of brandkraan staat; op of dichtbij een vluchtroute staat. Het gaat hier om vluchtroutes in de openbare ruimte, die leiden van een gebouw naar een verzamelpunt of veilig punt op voldoende afstand vanuit dat gebouw; voor de in- of uitgang van een winkel staat; te dicht bij de weg of tramrails staat; op of dichtbij een blindengeleidestrook staat.
Deze lijst is niet uitputtend. Het is aan het college om nader te bepalen of een fiets gevaarlijk gestald is. In het tweede lid is de bevoegdheid voor het college opgenomen om te handhaven op zogeheten “weesfietsen”. Dit zijn fietsen die langere tijd (bv. 14 dagen) op één plek staan en schijnbaar geen eigenaar meer hebben. Het is aan het college om gebieden aan te wijzen waarin op weesfietsen kan worden gehandhaafd. Ook is het aan het college om te bepalen na welke periode een fiets als weesfiets wordt beschouwd. Het derde en vierde lid hebben betrekking op een bevoegdheid voor het college om gebieden aan te wijzen waar fietsen en bromfietsen alleen in stallingen mogen worden geplaatst. In die gebieden is het verboden om een fiets of bromfiets buiten een stalling te plaatsen. Het verwijderen van fietswrakken valt overigens onder artikel 5:5 van deze verordening. Daarbij gaat het om fietsen die in onvoldoende staat van onderhoud of in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeren. Artikel III Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, Gemeente Utrecht (Utrecht Onbeperkt toegankelijk)” Artikel IV Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 maart 2021.