Bijlage 1. Omgevingsvisie USP (na verwerking amendement).pdf
Tekst van het document
“Een ommetje tijdens de lunch vind ik erg fijn. Zo ben ik er echt even uit tijdens het werk. Ik wandel graag even naar Landgoed Oostbroek tijdens de lunch.”
“Bij Olympos kom ik altijd wel iemand tegen. Niet alleen tijdens het sporten, maar ook daarna om wat te drinken. De nieuwe kunstgrasvelden worden druk gebruikt. Er zijn zoveel studenten die hier graag komen sporten.”
Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040 - 41
“Tegenwoordig moet ik mijn auto aan de rand parkeren. De 7 minuten lopen van mijn auto naar mijn werkplek zijn echt zeven zen minuten! Als ik veel spullen mee moet nemen parkeer ik wel even voor de deur.”
“Ik doe onderzoek in het USP. Mijn bedrijf groeit hard en zoekt ruimte om uit te breiden. We hebben een nieuwe plek in het USP gevonden. Handig, want we werken veel samen met de Universiteit.”
“Ik kom graag studeren op het USP. Dan zoek ik een studieplek ergens en kan ik echt geconcentreerd werken. Hier word ik niet afgeleid. Al is het wel fijn dat ik in de pauze kan chillen op de Centrumboulevard. Daar zit alles bij elkaar en kan ik wat te eten kopen en kom ik altijd wel een vriendin tegen.”
“Ik zoek al een tijdje een kamer in Utrecht. Dat is echt lastig. Ik hoef niet zo nodig in de binnenstad te wonen. Nu heb ik een kamer gevonden in het USP. Dan kan ik snel langs bij mijn proefopstellingen.”
42 - Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040
Bebouwingsclusters
Legenda Bebouwingsclusters Zones met bebouwing buiten de clusters Indicatie parkeergarage
Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040 - 43
6
Bebouwing
6.1 Bebouwingsclusters Bij de groei van het USP worden de principes uit het plan Koolhaas/ Zaaijer (1988) voortgezet. De groei van het programma vindt plaats in de bebouwingsclusters. Door concentratie en slimmer gebruik van de ruimte door o.a. de Universiteit en het UMC Utrecht ontstaat ruimte voor het toevoegen van functies die het USP versterken. Het streven is om de vrijkomende ruimte optimaal te benutten door te kiezen voor een hoge dichtheid en hoge bebouwing zonder de menselijke maat en de leefbaarheid uit het oog te verliezen. Het realiseren van hoogwaardige architectuur blijft uitgangspunt. De ligging ten opzichte van groen, infra en synergie met andere functies dient als leidraad bij de keuze voor inpassing van nieuwe functies. Het Centrumcluster Centraal in het USP ligt rond de Centrumboulevard (PadualaanHeidelberglaan) het Centrumcluster. Dit is het hart van de campus. In dit cluster wordt een hoge dichtheid en een hoog bebouwingspercentage nagestreefd. Er komt een mix van functies met de nadruk op onderwijs, voorzieningen (zoals horeca en detailhandel) en wonen. De plinten aan de Centrumboulevard hebben zoveel mogelijk een publieke functie en maken wisselwerking tussen binnen en buiten mogelijk. Het Centrum cluster heeft rondom (zoals langs de Leuvenlaan, Scienceboulevard, Cambridgelaan en de Schapenweide) voorkanten van gebouwen met entrees.
In het Centrum cluster bevindt zich een groot aantal functies van de Universiteit. Aan de noordzijde van de Centrumboulevard wordt Bètawetenschappen geconcentreerd in het Kruytgebouw en Sociale Wetenschappen en het bestuur van de Universiteit in het Van Unnik. Op de kop van het Centrumcluster aan de zijde van de Schapenweide op het parkeerterrein Padualaan liggen kansen om het Campuspark en het Centrumcluster beter met elkaar te verbinden. Met het realiseren van een parkeerhub West kan het parkeren op straat op het parkeerterrein Padualaan verdwijnen.
Dat biedt ruimte om tussen het Kruytgebouw en de Schapenweide nieuwe bebouwing te realiseren nabij voorzieningen, openbaar vervoer en parkeerhub en natuurlijk het park. De nieuwe bebouwing staat op een zeer aantrekkelijke en beeldbepalende locatie en vormt een nieuwe begrenzing van het park. Dit biedt de kans om bebouwing en park goed op elkaar aan te laten sluiten, met bijvoorbeeld een natuurinclusief gebouw. De locatie biedt de kans om een nieuw icoon voor het USP te zijn. Het Zuidwest cluster Het Zuidwest cluster ligt vlakbij de entree van het USP en grenst aan drie zijden aan het landschap. Dit cluster wordt gekenmerkt door grootschalige bebouwing. De ligging aan het landschap vraagt om een aantrekkelijke plint, met zoveel mogelijk openheid en een entree aan het Campuspark. Aan de zuidzijde van het cluster is extra bebouwing mogelijk op het huidige parkeerterrein. Dit cluster is geschikt voor bedrijven die zich bezighouden met research & development (R&D), eventueel gecombineerd met een parkeervoorziening. Het Noordwest cluster Ook het Noordwest cluster ligt bij de entree van het USP. Dit cluster, dat direct aan het Campuspark grenst, bestaat uit een verzameling losse gebouwen. Twee oost-west routes lopen door het cluster en zorgen voor verbinding van de bebouwing met de omgeving. De bebouwing langs deze routes heeft een aantrekkelijke plint met entrees.
In het cluster ligt de nadruk op science bedrijven en onderwijs op het gebied van duurzaamheid. Het cluster vormt een begrenzing van het Campuspark bij de Schapenweide. Bij vernieuwing in het cluster zijn er kansen om de bebouwing en het park beter op elkaar aan te sluiten. De hoek van het Noordwest cluster bij de onderdoorgang onder de A27 is de belangrijkste plek voor deze transformatie. De locatie biedt ruimte voor verdichting en voor bijvoorbeeld een hoog gebouw op de hoek van de Leuvenlaan en de Sorbonnelaan.
44 - Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040
Bebouwingsclusters - locatieaanduiding
Legenda Centrum cluster Bebouwingsclusters Zuidwest Zones metcluster bebouwing Noordwest cluster buiten de clusters Noord cluster Indicatie parkeerMedisch cluster garage Centrum-Oost cluster Oost cluster Diergeneeskunde cluster
Bebouwing buiten de clusters: 1. Langs de Scienceboulevard 2. Rond Olympos 3. Botanische Tuinen 4. Langs de Cambridgelaan 5. Aan de schapenwei 6. Diergeneeskunde
2. 3.
1. 5.
5.
1.
4.
4.
4.
4. 1.
6.
Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040 - 45
Het Noord cluster Het Noord cluster bestaat uit de P+R Science Park en de bedrijven ten zuiden hiervan. Dit cluster bestaat uit vrijstaande bebouwing langs oost-west georiënteerde routes. De bebouwing is naar alle kanten georiënteerd. In dit cluster ligt de nadruk op corporate life science bedrijven. Het Medische cluster Het Medische cluster bestaat uit het UMC Utrecht, het WKZ, het Prinses Máxima Centrum, het Ronald McDonald Huis en het Centraal Militair Hospitaal. In dit cluster staat patiëntenzorg, medisch onderzoek en onderwijs centraal. Rond de Hoofddijk worden de entrees voor patiënten en bezoekers van de ziekenhuizen, waaronder ook een nieuwe entree voor het UMC Utrecht, gesitueerd rond een Medical Campus. Deze Medical Campus vormt de groene entree voor de ziekenhuizen. De Hoofddijk, die deel uitmaakt van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, is een belangrijk cultuurhistorisch landschapselement met een aantal bijzondere plant- en diersoorten. De functie als entreegebied moet zorgvuldig in het landschap worden ingepast. Het is een gastvrij gebied, met ruimte voor ontmoeten en verblijf en een heldere, veilige en efficiënte routing voor wandelaars, fietsers en (beperkt) auto’s. Rond de Medical Campus bevinden zich de functies die gericht zijn op patiënten, zorgverlening en verwante functies zoals het parkeren en voorzieningen ten behoeve van patiënten.
Aan de zuidzijde van het huidige UMC Utrecht ligt de nadruk op (medisch) onderwijs en onderzoek. Dit kan deels in de bestaande bebouwing en deels in nieuw toe te voegen bebouwing aan de Centrumboulevard. Ook aan de Scienceboulevard komen bij voorkeur levendige functies en entrees. Doordat bezoekers aan de noordzijde gaan parkeren, ontstaat aan de zuidzijde ruimte om het ziekenhuis een aantrekkelijke entree te geven aan de Centrumboulevard. Deze entree is vooral gericht op onderzoekers en studenten. Daarnaast is deze entree belangrijk voor patiënten en bezoekers die het ziekenhuis met het openbaar vervoer bezoeken. Er ontstaat daarbij ook nieuwe ruimte voor R&D bedrijven en instellingen en eventueel woningen voor bijvoorbeeld studenten en zorgpersoneel. De logistieke functies bevinden zich bij het UMC Utrecht op de begane grond. De publieksvloeren bevinden zich op de eerste verdieping van het gebouw.
Bij het vormgeven van de nieuwe entrees moet daarom een goede overgang komen van de begane grond naar de entrees op de eerste verdieping. Deze overgang sluit logisch aan op het plein en is geschikt voor alle gebruikers en bezoekers van het ziekenhuis.
Parkeergebouw
Het parkeren voor patiënten gebeurt op de hoek van de Scienceboulevard en de Hoofddijk in een nieuw groter parkeergebouw. De bebouwing combineert parkeren met zorg gerelateerde functies zoals een zorghotel. De plint op de benedenverdieping van het gebouw kan door het toevoegen van andere levendige functies bijdragen aan de kwaliteit van de aangrenzende Medical Campus en Scienceboulevard.
WKZ
De uitbreiding van het WKZ (onder andere vanwege de vernieuwing van de IC’s) komt aan de oostzijde van het gebouw. De plint op de benedenverdieping van de bebouwing aan de zuidzijde biedt misschien kansen voor een aantrekkelijkere aansluiting op de Medical Campus.
Ronald Mc Donaldhuis
De wens van het UMC Utrecht om aan de noordzijde een entreegebied te maken in combinatie met een parkeergebouw heeft consequenties voor het Ronald Mc Donaldhuis dat op die plek staat. Daarnaast heeft het Ronald Mc Donaldhuis de wens voor een verdubbeling van de capaciteit. (Zie ook uitwerkingsopgave 14.2.) Het Centrum-Oost cluster Aan de oostzijde van de Scienceboulevard en aan de Centrumboulevard ligt het Centrum-Oost cluster. Dit gebied kenmerkt zich door een grote dynamiek. De huisvestingplannen van het UMC Utrecht en de universiteit zorgen ook hier dat er ruimte ontstaat voor vernieuwing. Hier komen geneeskunde van mens en dier samen. Dat vormt een bijzondere combinatie en biedt ruimte voor innovatie en uitwisseling van kennis. Voor de ontwikkeling van dit cluster zijn meerdere opties denkbaar. Hier kan in de loop van de tijd een hoog stedelijk bebouwd cluster ontstaan met een mix van functies, maar het is ook mogelijk om hier in te zetten op het aantrekken van meer corporate bedrijven.
46 - Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040
In beide gevallen ligt de nadruk op het realiseren van science functies. Een mix met wonen, voorzieningen en onderwijs is mogelijk. Juist deze combinatie zorgt ervoor dat er een dynamische omgeving ontstaat en niet een eenzijdig kantorenpark, monofunctioneel onderwijscluster of eenzijdige zorgfuncties. Op die manier is er ook in de avond en het weekend levendigheid. Het is belangrijk bij de realisatie van een mix van functies voldoende afstand te houden, waardoor woonfuncties geen hinder opleveren voor de ontwikkeling van science en andersom. Deze locatie vraagt om het bouwen in hoge dichtheid. De unieke ligging tussen verschillende functies en zo goed ontsloten betekent dat er zuinig met de ruimte moet worden omgesprongen. Ook zorgt een hoge dichtheid voor veel levendigheid en daarmee draagvlak voor diverse voorzieningen, wat weer bijdraagt aan een aantrekkelijke woon-, werk- en leeromgeving. Het bouwen in hoge dichtheid betekent dat innovatieve oplossingen nodig zijn voor logistiek en dat programmaonderdelen niet los van elkaar ontwikkeld kunnen worden. Hiervoor zijn verschillende oplossingen. Een optie is om multifunctionele gebouwen te realiseren; gebouwen kunnen tegen elkaar aan worden gebouwd; functies kunnen worden gedeeld. Aan de noordzijde grenst dit cluster aan de Centrumboulevard, die hier het karakter heeft van een groen ontmoetingsplein (zie paragraaf 9.3).
Dit is de meest drukke kant en de bebouwing dient een aantrekkelijke uitstraling te hebben, zowel in vormgeving als in functies. Om voldoende ruimte te bieden voor het plein en routes vanaf de PadualaanHeidelberglaan door te laten lopen is het nodig de rooilijn aan de noordgrens van het cluster naar het zuiden te verschuiven. Hetzelfde geldt aan de oostzijde. Hier staat de huidige parkeergarage vrijwel direct tegen de watergang van de Munsterlaan aan. Bij nieuwbouw moet de bebouwing ruimte bieden aan groen en een wandelroute langs het water. Aan de westzijde loopt de clustergrens gelijk aan de bebouwing noordelijker aan de Universiteitsweg. Aan de zuidzijde ligt de grens gelijk aan de overige bebouwing langs de Yalelaan. Dit is ongeveer ter hoogte van de Life Science Incubator. Tot aan 2030 zullen mogelijk alleen de Life Science Incubator, het Alexander Numangebouw en het Matthias van Geunsgebouw blijven staan. De overige bebouwing verliest zijn huidige functie en zal mogelijk
een nieuwe functie krijgen of worden vernieuwd. Nieuwe bebouwing moet voldoen aan het hierboven geformuleerde profiel. Langs de verschillende clustergrenzen dient de bebouwing in de rooilijn (de clustergrens) te worden gebouwd. Deze zijden hebben ook altijd een voorzijde. In het gebied bevindt zich grondeigendom van het UMC Utrecht en van de Universiteit. Beide partijen moeten gezamenlijk een masterplan maken voor de stedenbouwkundige invulling en opzet van het cluster, dat aansluit bij deze Omgevingsvisie. Dit Masterplan biedt een kader voor r de langetermijnontwikkeling van het cluster en moet zorgen voor het behalen van de doelen voor met name de groei van R&D-bedrijven. Het Oost cluster Tussen de Yalelaan, de Limalaan en de Bolognalaan ligt het Oostcluster. In dit cluster ontstaat (op termijn) ruimte voor nieuwe ontwikkelingen door het slopen van het Androclus-gebouw. De enige andere aanwezige functie is een tijdelijk wooncomplex aan de Bolognalaan, dat tot 2035 blijft staan. Dit cluster biedt ruimte voor een aantrekkelijk woon-, werk- of onderwijsmilieu of een mix hiervan. De ligging direct aan het landschap is aantrekkelijk. Langs de verschillende clustergrenzen moet het bouwen in de rooilijn (de clustergrens) plaatsvinden. Het Diergeneeskunde cluster Aan de zuidoostzijde, grenzend aan het landschap, ligt het Diergeneeskundecluster.
Het Diergeneeskundecluster is gespecialiseerd in de gezondheid van dieren. Er is zowel ruimte voor onderzoek en onderwijs ten behoeve van Diergeneeskunde als voor klinieken voor verschillende soorten dieren. De huisvesting van Diergeneeskunde wordt op korte termijn vernieuwd. Het gaat om de onderwijsgebouwen (Marinus de Bruin, Androclus en Nieuw Gildestein). Deze gebouwen krijgen een plek bij elkaar aan de zuidzijde van de Yalelaan. Rond het jaar 2050 is het nodig om ook de klinieken te vernieuwen. Om te zorgen dat de klinieken altijd in bedrijf kunnen blijven, is het nodig om ruimte te reserveren voor uitbreiding en/of verplaatsing van de klinieken op lange termijn. Proefboerderij De Tolakker maakt onderdeel uit van het onderwijs van Diergeneeskunde en zal op de huidige locatie blijven. De bebouwing van het Diergeneeskundecluster aan de Yalelaan is nu slecht verbonden met de centrale voorzieningen en de tramhalte. Om dit te verbeteren wordt de Munsterlaan (in zuidelijke richting) een coulisse
Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040 - 47
met meer ruimte voor verblijf, groen en een goede, sociaalveilige route voor voetgangers. De Munsterlaan leidt ook naar het buitengebied aan de zuidzijde richting Amelisweerd. 6.2 Bebouwing buiten de clusters Buiten de clusters is beperkt bebouwing mogelijk. In het verleden is al gestart met het op een zorgvuldige manier inpassen van gebouwen in het landschap. De gebouwen vormen de overgang tussen de dichtbebouwde bebouwingsclusters en het parklandschap. Er is alleen ruimte voor nieuwe gebouwen in het Campuspark in gebieden waar nu al bebouwing aanwezig is of gepland is. Uitgangspunten waar deze bebouwing aan dient te voldoen, zijn: Naar alle zijden georiënteerd, dus rondom voorkanten en representatief. Het parklandschap loopt tot aan de gevel. De bebouwing heeft een compacte bouwkavel, waardoor tussen de bebouwing ruimte blijft voor groen. Voor bestaande bebouwing zijn al bouwkavels aangegeven en vastgelegd in deze Omgevingsvisie. Voor nieuwe bebouwing zijn zones aangeven waarbinnen nog bouwkavels moeten worden gedefinieerd. De vorm en grootte van deze nieuwe bouwkavels moet aansluiten op de waarden van het Groen-blauwe raamwerk, passen bij de maat en schaal van de overige bebouwing in het Campuspark en voldoende zicht op het (park)landschap bieden.
• • •
Langs de Scienceboulevard In het Stedenbouwkundig plan Koolhaas/Zaaijer staat langs de Universiteitsweg al een reeks van gebouwen in het park. Nutricia, het David de Wiedgebouw en de Johanna zijn hiervan goede voorbeelden. Nieuwe gebouwen hebben een oriëntatie in alle richtingen en het park loopt tot aan de gevel. Deze Omgevingsvisie gaat uit van voortzetting van de reeks van gebouwen. Nieuwe bebouwing moet wat betreft maat en schaal aansluiten bij de bestaande bebouwing. Tussen de bebouwing moet voldoende open ruimte komen, om de Scienceboulevard en het Park rond het Fort en Parkzone-Zuid visueel en functioneel met elkaar te verbinden
Bij transformatie van de zone aan de Bolognalaan schuift de rooilijn van de nieuwe bebouwing meer naar het westen op in lijn met de Johanna. Op die manier ontstaat vanaf de Scienceboulevard een ruimer zicht op het landschap. Langs de Scienceboulevard vormt een reeks van individuele gebouwen een aantrekkelijk milieu voor R&D bedrijven, onderwijs en onderzoek met aan de zuidzijde een voorkeur voor woongebouwen. Rond Olympos Het gebied rond Olympos maakt onderdeel uit van het Park rond het fort. Het is ook in de toekomst de meest geschikte locatie voor het inpassen en uitbreiden van sportvoorzieningen en een parkeerhub. Efficiënt gebruik van de ruimte is hierbij het uitgangspunt, door bijvoorbeeld sportvelden aan te leggen boven een parkeervoorziening. Langs de Harvardlaan en de Scienceboulevard moeten functies komen die bijdragen aan een prettige en sociaal veilige verblijfsplek. Langs de Scienceboulevard is naast sport en parkeren in de toekomst mogelijk nog ruimte voor een sciencekavel. Botanische tuinen Het gebied rond Fort Hoofddijk vormt het groene hart van het USP met de Botanische tuinen als een belangrijke functie. Extra bebouwing rond het fort is alleen mogelijk ten behoeve van de Botanische tuinen of wanneer het van meerwaarde is voor de tuinen.
Bij (ver)nieuwbouw worden de structuur van het cultuurlandschap en de waarden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie behouden en versterkt. In of aan de Botanische tuinen is ook buiten de indicaties op de kaart beperkt extra bebouwing mogelijk ten behoeve van kassen en een entreegebouw/circulair paviljoen. Langs de Cambridgelaan Dit gebied is door de rustige ligging aan het landschap, maar ook dicht bij de levendigheid van het centrum zeer geschikt voor wonen. Daarnaast kunnen onderwijs en werkfuncties hier een plek krijgen. Langs de Cambridgelaan liggen de Johanna, het wooncomplex aan de Cambridgelaan en de ISUtrecht. Deze Omgevingsvisie biedt ruimte voor een nieuw wooncomplex voor studenten tussen de twee bestaande wooncomplexen aan de Cambridgelaan.
48 - Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040
Verbeelding van een mogelijke invulling van de Yalelaan
Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040 - 49
Aan de Schapenweide Aan de Schapenweide is zowel aan de zijde van de snelweg (A27) als op de plek van de parkeerplaats Padualaan ruimte voor nieuwe bebouwing. Deze bebouwing moet in samenhang met het Campuspark een nieuwe en aantrekkelijke overgang tussen bebouwing en de Schapenweide worden. De Schapenweide vormt een belangrijke landschappelijke schakel en wordt in de toekomst ingericht als een park. De nieuwe bebouwing moet doorzichten vanaf de entrees van het USP naar het landschap (zuidzijde) en richting het fort openhouden, zodat het Campuspark goed verbonden is met de rest van de omgeving en aantrekkelijk is voor iedereen die hier verblijft. De bebouwing aan de zijde van de snelweg moet zorgvuldig aansluiten op de onderdoorgangen (zowel in de bestaande als geplande situatie) en de routes voor fietsers en voetgangers. In dit gebied tussen de snelweg en de Schapenweide is ruimte voor een parkeerhub. Deze parkeerhub dient op een zorgvuldige en aantrekkelijke manier te worden ingepast. Het verkeerstechnische deel van de parkeerhub moet zoveel mogelijk in de bebouwing worden opgenomen. De zijde van het park moet een goede entree vormen voor voetgangers en een aantrekkelijke wand van het parkzijn. Het is belangrijk om rekening te houden met mogelijke ecologische verbindingen en het vervangen van te kappen bomen.
6.3 Bouwhoogte Het USP kent een afwisseling van hoge en lage bebouwing in het landschap. Er is sprake van een contrast tussen de hoogstedelijke wereld van het USP en het open landschap er omheen. Bij de open weilanden van Amelisweerd steekt de bestaande hoogbouw van het USP boven de bomen uit. Hier en op andere plekken zorgt lagere bebouwing, bos/ bomen en de snelweg dat de hoogbouw niet direct zichtbaar is. De zichtbaarheid en de confrontatie tussen de hoogbouw en het landschap wordt door de gelaagde opbouw verzacht en de directe impact wordt zo verminderd. Voor toekomstige ontwikkelingen zal ook worden uitgegaan van een gelaagd silhouet tussen hoge en lage bebouwing en het landschap. Voor een goede inpassing van nieuwe bebouwing zijn drie zones belangrijk: de plint, de basishoogte en hoogteaccenten. De plint De plint is de onderste laag van de bebouwing. De plint speelt een belangrijke rol bij de overgang tussen binnen en buiten en in de beleving en het gebruik van de openbare ruimte door bezoekers en bewoners. Om
te zorgen dat de bebouwing in het USP optimaal in het landschap past en bijdraagt aan de levendigheid van het gebied, is speciale aandacht nodig voor de plinten van gebouwen (zie volgende paragraaf). Basishoogte De basishoogte verschilt binnen het USP. Voor de maximale basishoogte geldt een onderscheid in twee gebieden (zie kaart): Voor het Diergeneeskundecluster dat grenst aan het landschap geldt een maximale bouwhoogte van 20 meter vanaf maaiveld. Deze hoogte verhoudt zich goed tot het landschap en valt grotendeels weg achter de bomen. De maximale hoogte sluit aan bij de hoogte die nu al in het bestemmingsplan staat. Functioneel gezien past deze hoogte ook goed. Voor dit gebied is de basishoogte ook de maximale bouwhoogte. In de rest van het gebied geldt een maximale basishoogte van 35 meter. De maximale hoogte sluit aan bij de hoogte die nu al in het bestemmingsplan staat. Daarnaast geldt als streven een minimale hoogte van 20 meter om de ruimte optimaal te benutten.
•
•
Hoogteaccenten Hoogteaccenten zijn niet mogelijk in gebieden met een maximale bouwhoogte van 20 meter. In gebieden met een basishoogte van 35 meter zijn wel hoogteaccenten mogelijk. Hoge gebouwen hebben een groter effect op de omgeving, waardoor deze zorgvuldig ingepast moeten worden. De maximale bouwhoogte in het USP is 105 meter, zoals beschreven staat in de Ruimtelijke Strategie Utrecht. De volgende uitgangspunten zijn bij nieuwe hoogteaccenten van belang: Gebiedsniveau: Bij de inpassing van hoogbouw dient het effect op het gelaagde silhouet van het USP inzichtelijk gemaakt te worden door middel van visualisaties. Hierbij gaat het om het effect op andere hoogbouw, de beleving vanuit het gebouwde deel van het USP en het effect op het landschap. Indien in een gebied meerdere hoogbouwaccenten gepland zijn (of de verwachting is dat dit in de toekomst gaat gebeuren) dan dient dit in samenhang te worden bekeken. Voor grotere ontwikkelgebieden kan dit worden uitgewerkt in een zoneringsplan waarin de hoogteopzet wordt vastgelegd.
•
50 - Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040
Bouwhoogte
Legenda Hoogte max. 20m, geen hoogteaccenten Hoogte max. 35m, hoogteaccenten mogelijk tot 105m Hoogte van bestaande bebouwing is de maximale hoogte
Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040 - 51
Straatniveau: De omgeving behoudt/krijgt zoveel mogelijk een verblijfskwaliteit; hoogteaccenten zijn alleen mogelijk waar de effecten op bezonning, privacy, windhinder en uitzicht voor de omgeving niet te groot zijn. Bij de realisatie van hoogteaccenten is de vormgeving van de toren erg belangrijk. Hoogbouw bestaat uit torens in plaats van lange schijven vanwege het effect op de omgeving als het gaat om uitzicht en bezonning. Het effect van de footprint en het volume van het hoogteaccent op de omgeving moet onderzocht worden. De overgang tussen het groene raamwerk en hoogstedelijke bebouwing moet zorgvuldig in beeld worden gebracht. Een goede overgang kan bereikt worden door o.a. coulissen aan te leggen of het hoogteaccent terug te leggen ten opzichte van de gevelrooilijn. Gebouwniveau: Het materiaalgebruik, de verlichting en kleur dient zowel bij te dragen aan een leefbare omgeving (voor mens en dier).
• • • •
Indien hoogbouw wordt voorgesteld dienen bovengenoemde aandachtspunten te worden onderzocht en inzichtelijk gemaakt. In bijlage 3 is het effect van mogelijke hoogteaccenten in beeld gebracht. Dit is slechts een eerste impressie van de effecten. Bij concrete plannen zal per deelgebied bovenstaande in beeld gebracht moeten worden. 6.4 Plinten De plinten van gebouwen zijn essentieel voor de beleving van het gebied en de relatie tussen bebouwing en de functies aan de ene kant en de openbare ruimte en het landschap aan de andere kant. Een goede vormgeving en organisatie van de onderste laag van hoogbouw stimuleert ontmoeting tussen mensen. Juist ontmoeting van mensen is belangrijk voor het goed functioneren van een kenniscentrum. Door spontane ontmoetingen kunnen kenniswerkers en studenten kennis uitwisselen. De plint en de directe omgeving van de bebouwing biedt hiervoor ruimte. Gezien de grote hoeveelheid plinten is het niet realistisch om overal levendige (al dan niet commerciële) functies te maken. Er zijn twee soorten plinten:
• Basis-uitgangspunten voor plinten, die gelden voor het gehele USP. • Uitgangspunten voor levendige functies in de plinten, die gelden voor een beperkt aantal plekken in het USP.
Basis uitgangspunten voor plinten De bebouwing die grenst aan de openbare ruimten heeft bij voorkeur een vloerpeil dat gelijk is aan de hoogte van die openbare ruimte. Plinten zijn zoveel mogelijk transparant, zodat mensen van buiten naar binnen kunnen kijken en er veilige en prettige routes voor voetgangers ontstaan. Plinten hebben een aantrekkelijke vormgeving die aansluit op de menselijk maat. Dit kan door materiaalgebruik en bijvoorbeeld ritmiek in de gevel. Plinten sluiten goed aan op de buitenruimte. Entrees liggen aan logische wandelroutes. Als een plint grenst aan het landschap, dan loopt het groen bij voorkeur tot aan de gevel. Plinten krijgen bij voorkeur verblijfsruimtes met een openbaar karakter.
• • • • •
Levendige plinten Levendige plinten zijn gewenst op plekken in het USP waar een concentratie aan (commerciële) voorzieningen mogelijk is, waar verblijfsplekken zijn in de openbare ruimte en waar drukke langzaamverkeersroutes lopen. Het gaat om de volgende locaties: Langs de Centrumboulevard. Incidenteel op cruciale plekken aan de Schapenweide. Incidenteel op cruciale locaties langs de Scienceboulevard.
• • •
Extra uitgangspunten voor levendige plinten: In de plinten van gebouwen zitten bij voorkeur (verblijfs)functies die een publiek karakter hebben. Deze functies zijn niet alleen toegankelijk voor gebruikers uit de bebouwing, maar ook voor andere gebruikers en bewoners uit het USP en daarbuiten. Denk bijvoorbeeld aan een bedrijfskantine, bedrijfsfitness, studieplekken, gemeenschappelijke ruimtes of vergaderruimtes. Daarnaast kunnen het voorzieningen zijn die passen binnen het
•
52 - Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040
Hoogteaccenten maximaal 105 m
Hoogte maximaal 35 m
Schema hoogte max. 35 m. met hoogteaccent
Plint minimaal 3,5 m
Hoogte maximaal 20 m Plint minimaal 3,5 m
Schema hoogte max. 20 m. geen hoogteaccent
Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040 - 53
• •
profiel van het USP, zoals kunst, cultuur, leisure en/of entertainment, maar ook horeca en buurtvoorzieningen. De verschillende functies in de plint krijgen zoveel mogelijk een zelfstandige entree vanaf de buitenruimte, waardoor interactie ontstaat tussen binnen en buiten. De inrichting van binnen- en buitenruimte sluit op elkaar aan. Rond entrees komt ruimte voor zitplekken en verblijfsplekken (in het groen).
6.5 Ruimtelijke kwaliteit en hoogwaardige architectuur In het USP staat veel vernieuwende en hoogwaardige architectuur. Voor deze Omgevingsvisie is de bestaande bebouwing geanalyseerd. Hierbij zijn naast rijks- en gemeentelijke monumenten ook recente waardevolle bebouwing en waardevolle landschappelijke elementen in beeld gebracht. De ambitie is om deze bebouwing en landschapselementen te behouden en vernieuwingen met respect voor de bestaande kwaliteiten te doen. In bijlage 1 zijn de waarden op het gebied van erfgoed terug te vinden. Bij nieuwbouw wordt de bebouwing, de openbare, recreatieve buitenruimte en het landschap optimaal met elkaar verbonden, zodat gebruikers en bewoners van het USP de kwaliteiten van de buitenruimte maximaal ervaren en kunnen benutten. Bij nieuwbouw geldt: De bebouwing dient bij te dragen aan het behouden en versterken van de beeld- en verblijfskwaliteit van het USP. De bebouwing krijgt een representatief uiterlijk. Met een hoogwaardige architectuur van duurzame materialen en een secure detaillering draagt het bij aan de uitstraling van het USP als een hoogwaardig kenniscentrum. Ook de buitenruimte wordt ingericht met duurzame materialen en krijgt een secure detaillering. De representativiteit moet met een redelijke mate en vorm van onderhoud te handhaven zijn. De bebouwing is duurzaam, natuurinclusief en draagt bij aan de klimaatadaptatie.
Verlichting van gebouwen verstoord zo min mogelijk de donkere omgeving. Gebouwen worden niet aangelicht en binnenverlichting staat zoveel mogelijk uit buiten werk/onderwijstijden en straalt niet onnodig uit naar buiten.
•
Uitgangspunten bebouwing Bouwhoogte De bouwhoogte is maximaal 35 meter. Hoogteaccenten zijn maximaal 105 meter en zijn zorgvuldig ingepast. Voor het Diergeneeskunde cluster geldt een maximale hoogte van 20 meter. Zuinig ruimte-gebruik De bebouwing binnen de clusters wordt verdicht en gebouwen gaan ‘de lucht in’ om veel meters op een relatief klein oppervlakte te kunnen realiseren. Plinten Plinten dragen bij aan een prettig en sociaal veilig leefmilieu en zijn zoveel mogelijk transparant. Op plekken waar levendigheid wenselijk is, zijn plinten voor het publiek toegankelijk. Ruimtelijke kwaliteit De bebouwing draagt bij aan het behouden en versterken van de beeld- en verblijfskwaliteit van het USP. Bebouwing heeft een hoogwaardige architectuur met duurzame materialen en nauwkeurige detaillering.
• • •
U
S
P
54 - Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040
Mogelijke locaties voor onderwijs, onderzoek en zorg
Legenda Onderwijs, onderzoek en zorg (prioriteit) Onderwijs, onderzoek en zorg (prioriteit in bebouwing buiten de clusters) Onderwijs, onderzoek en zorg (potentieel) Onderwijs, onderzoek en zorg (potentieel in bebouwing buiten de clusters) Prioriteit = voorkeurlocatie Potentieel = hier kan het ook
Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040 - 55
7
Functies
7.1 Onderwijs, onderzoek en zorg De functies onderwijs, zorg en onderzoek vormen de basis voor het USP. De vorm waarin onderwijs en zorg wordt aangeboden zal in de toekomst veranderen, Zorg en onderwijs op afstand zal een grotere plaats innemen, maar fysieke ontmoeting zal altijd blijven bestaan. Dat vraagt om flexibiliteit naar de toekomst toe. Onderwijs Bij de vernieuwing van de huisvesting van de Universiteit en het UMC Utrecht wordt onderwijs en onderzoek geconcentreerd langs de Centrumboulevard. Daarnaast zijn in het Noordwestcluster en het Medische cluster ook onderwijs- en onderzoeksgebouwen aanwezig. Het Diergeneeskundecluster bestaat primair uit onderwijs- en onderzoeksfaciliteiten. De vraag naar ruimte voor onderwijs groeit beperkt: Er komt ruimte voor het realiseren van het University College. Het betreft een onderwijsgebouw voor minimaal 750 studenten en evenveel woningen. De huisartsenopleiding uit Zeist wordt ondergebracht binnen in het gebouw van het UMC Utrecht.
•
De ruimtevraag voor zorg zal beperkt groeien: Op korte termijn wil het WKZ haar capaciteit van IC bedden voor kinderen en operatiekamers vergroten en verbeteren. De groei hiervan komt met name door de komst van het Prinses Maxima Centrum. De technische en functionele vernieuwing van het UMC Utrecht zorgt voor een doelgroepgerichte herinrichting van het complex. Dit bestaat onder andere uit het overdekken en transformeren van een tweetal binnenplaatsen tot interne poli-pleinen. Ook komt er een nieuwe entree aan de noordzijde. Dit zorgt voor een beperkte toevoeging. Het Ronald McDonald Huis heeft een capaciteitstekort en wil uitbreiden. (Zie ook uitwerkingsopgave 14.2.) Het toevoegen van een zorghotel in de nabijheid van de Medical Campus. Een zorghotel is bedoeld voor patiënten die uit het ziekenhuis worden ontslagen, maar nog wel verzorging nodig hebben en daardoor nog niet thuis kunnen wonen.
•
• • •
•
Zorg De zorg wordt geconcentreerd in twee clusters. Rond de Medical Campus liggen de ziekenhuizen gespecialiseerd in zorg voor mensen en rond de Yalelaan de zorg voor dieren. Beide clusters hebben interactie met elkaar, waardoor ze elkaar versterken. De nabijheid van beide functies leidt tot dubbelgebruik en spin-offs. Groei van de zorgvoorzieningen is niet waarschijnlijk; vernieuwing en transformatie van de bestaande voorzieningen is wel mogelijk. Dat betekent dat het aantal zorgbanen niet substantieel zal groeien.
Life Sciences - onderwijs (bron: Ivar Pel / Universiteit Utrecht)
56 - Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040
Mogelijke locaties voor R&D bedrijven en instellingen
Legenda Science (prioriteit) Science (prioriteit in bebouwing buiten de clusters) Science (potentieel) Science (potentieel in bebouwing buiten de clusters)
Prioriteit = voorkeurlocatie Potentieel = hier kan het ook
Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040 - 57
Small (bijv. Incubator)
Medium (bijv. Accelerator)
Large (bijv. Genmab, Nutricia)
Scale ups
Corporates/instituten
Fase
Startups
Hoeveel
Veel (en grote roulatie)
Grootte
Klein (minder dan 50 werknemers)
Gemiddeld (50 – 250 werknemers)
Groot (meer dan 250 werknemers)
Vestigingsvoorwaarde
Relatief lage huisvestingslasten en kortlopende huurperiode
Zekere en snelle huisvesting en middellange huurperiode
Kwalitatieve en snelle huisvesting, goed bereikbaar
Functies delen
Werkplekken Labs Ontmoetingsplekken
Logistiek Vergaderruimte Ontmoetingsplekken
Parkeren Ontmoetingsplekken Sportvoorzieningen
Ruimtelijk
Deel groter gebouw Verzamelgebouw Transformatie
Verzamelgebouw Ruimte voor uitbreding
Eigen gebouw/ Corporate uitstraling
Typen bedrijvigheid met kenmerken
Weinig (en weinig roulatie)
7.2 R&D bedrijven en instellingen Het streven is om een groei in werkgelegenheid in het USP van minimaal 4.000 R&D banen (2040) te realiseren. Dit betekent meer ruimte voor R&D bedrijven. R&D bedrijven zijn kennisintensieve instellingen gericht op innovatie en research. Ze hebben een duidelijke en aantoonbare relatie met medische instellingen of kennisinstellingen in het USP. De bedrijven leveren producten en/of diensten met kennisgebonden activiteiten die gericht zijn op of voortvloeien uit kennisontwikkeling en/of kennisoverdracht. Ze zijn voornamelijk arbeidsextensief en de producten en/of diensten zijn voor 50% of meer kennisgebonden activiteiten (die gericht zijn op of voortvloeien uit kennisontwikkeling en/of kennisoverdracht). De mogelijkheden voor groei hangen enerzijds af van de vraag naar bedrijfsruimte en anderzijds van de bereikbaarheid van het gebied. Groeiende en te vestigen bedrijven en kennisinstellingen in het gebied richten zich op R&D op het gebied van life sciences, gezondheid en duurzaamheid. Het gaat hierbij zowel om startups, scale-ups als corporates. De samenhang tussen deze bedrijven versterkt het ecosysteem en de community waarin deze bedrijven samenwerken. Het creëren van ruimte voor bedrijven moet niet los staan van de overige functies in het USP, maar daar een uitwisseling mee hebben.
Het doel is een intensieve samenwerking tussen kennisinstellingen, onderzoeksinstituten en het bedrijfsleven op het gebied van innovaties gericht op een gezonde samenleving. Op termijn is doorgroei met meer dan 4.000 banen ruimtelijk mogelijk binnen het parkeerplafond en onder de voorwaarde van een bereikbaar USP. Types R&D bedrijven R&D bedrijven moeten passen bij de specialisaties van het USP: life sciences, gezondheid en duurzaamheid. Daarbij heeft het de voorkeur dat deze nieuwe bedrijven dicht bij de partners in het USP liggen waarmee zij samenwerken of een synergie hebben. Passen de bedrijven niet binnen deze specialisaties dan worden ze doorverwezen naar aangrenzende (satelliet)locaties. Dit geldt ook voor grootschalige productiebedrijven op het gebied van science. Binnen het USP hebben een aantal zones min of meer een eigen specialisatie. Het toevoegen van science die aansluit bij de bestaande specialisatie heeft in deze gebieden de voorkeur. Naast de verschillende specialisaties is bij de R&D bedrijven een onderscheid te maken in grootte van de bedrijven. Grofweg geldt de volgende indeling: zie tabel hiernaast.
58 - Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040
Verbeelding van een mogelijke invulling van Centrum Oost, een aantrekkelijke plek voor science bedrijven tussen UMC Utrecht en Diergeneeskunde
Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040 - 59
In het USP wordt op verschillende plaatsen ruimte gemaakt voor R&D bedrijven. Enerzijds ontstaat er ruimte door de huisvestingsplannen van de Universiteit en het UMC Utrecht, waardoor er panden en locaties vrijkomen voor andere functies. Deze locaties zijn pas beschikbaar op het moment dat de Universiteit en het UMC Utrecht daadwerkelijk verhuisd zijn. Anderzijds komt er ruimte beschikbaar door parkeerterreinen te vervangen door gebouwde voorzieningen. De beschikbaarheid van deze locaties is afhankelijk van de realisatie van een parkeervoorziening (zie Deel C ontwikkelstrategie). De door de huisvestingsplannen van de Universiteit en het UMC Utrecht vrijkomende locaties zijn in principe beschikbaar voor alle vormen van R&D bedrijven, die passen bij de thema’s van het USP (zie tabel). Bij elke locatie vindt een afweging plaats of en wanneer de bebouwing wordt getransformeerd of gesloopt en vervangen door nieuwbouw: De huidige bebouwing wordt gesloopt en vervangen voor nieuwbouw door bedrijven. De huidige bebouwing wordt getransformeerd en geschikt gemaakt voor bedrijven. Met name startups lenen zich goed om in te passen in bestaande gebouwen. Dit kan al dan niet in combinatie met andere functies. Als er niet direct behoefte is aan R&D bedrijven of als het wenselijk is een kavel te reserveren voor een mogelijk toekomstig bedrijf, kan de locatie een tijdelijke invulling krijgen.
Dit kan door de bebouwing tijdelijk in te zetten voor andere functies of door na sloop van de bebouwing de ruimte tijdelijk groen in te richten.
• • •
In opdracht van de provincie Utrecht, gemeenten Utrecht, De Bilt, Zeist en Bunnik en stichting USP heeft Buck Consultants International (BCI) in 2020 een onderzoek gedaan naar de marktpotentie van de sector Life Sciences & Health. Voor de groei van deze sector gaat men uit van een plus-scenario van ca. 9.000 extra banen in de regio tot 2040 (ongeveer 320.000 m2 bvo). Het gaat hierbij om ruimte voor R&D bedrijven, productielocaties en kantoorruimte. Het USP richt zich alleen op R&Dbedrijven (volgens plus-scenario ruim 4.000 banen).
Genmab. (bron: Reginar Photography)
BCI adviseert voor het USP zo snel mogelijk (grootschalige) nieuwe vestigingsmogelijkheden te creëren voor verschillende doelgroepen (startups/ scale-ups/corporates). Het USP is hét hart van de regionale Life Sciences & Health sector en is daarmee een belangrijke magneet voor andere locaties. De verwachting is dat de meeste ruimte op zowel USP als USP Bilthoven na 2025 beschikbaar komt. Om in de periode tot 2025 bedrijven te kunnen huisvesten is huisvesting mogelijk op De Wetering Zuid (R&D en productie medtech) en de TNO locatie Zeist (R&D). RijnsweerdDaltonlaan is geschikt als locatie voor kantoren waarvoor huisvesting zo dicht mogelijk bij het USP van belang is. Daar zijn ook R&D-activiteiten mogelijk.
60 - Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040
Mogelijke locaties voor wonen (USP gerelateerd)
Legenda Wonen (prioriteit) Wonen (prioriteit in bebouwing buiten de clusters) Wonen (potentieel) Wonen (potentieel in bebouwing buiten de clusters) Wonen in buitengebied (bestaand)
Prioriteit = voorkeurlocatie Potentieel = hier kan het ook
Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040 - 61
7.3 Wonen (USP gerelateerd) Extra woningen in het USP zijn van belang voor het versterken van het kennisecosysteem. Ze dragen bij aan de stedelijke en regionale woningbehoefte en doorstroming. Door meer inwoners in het gebied ontstaat er een breder draagvlak voor een beter voorzieningenniveau op het gebied van retail en horeca. Scienceparkgerelateerd wonen is het uitgangspunt. Dit zijn naast studentenwoningen ook een beperkt aantal woningen met een kortlopend huurcontract voor mensen die een economische binding hebben met het USP. Concreet betekent dit minimaal een verdubbeling van het aantal wooneenheden voor studenten tot 2030 t.o.v. 2019 met ongeveer 2.500 extra wooneenheden. Daarnaast is een verdere groei van het aantal woningen tot in totaal ongeveer 4.000 extra woningen gewenst in verband met de wens voor meer levendigheid en extra draagvlak voor voorzieningen. Deze extra woningen zorgen ook voor zoveel mogelijk diversiteit van bewoners die passen bij het kennisen zorgecosysteem. Het extra aantal woningen én de soort woningen bepaalt mede het aanwezige draagvlak voor de gevraagde voorzieningen overdag, ’s avonds én in het weekend. Gezond wonen en milieuaspecten Bij de keuze van geschikte locaties voor woningen, is rekening gehouden met voldoende afstand (minimaal 100m) tot aan snelwegen in verband met luchtkwaliteit.
Ook vanwege geluid kunnen woningen het beste afstand houden tot snelwegen. Daarbij moet bij uitwerking van de plannen rekening worden gehouden met geluid vanwege ontsluitingswegen in het USP zelf en de tram- en buslijnen. Ook geluid van installaties en bedrijven speelt daarbij een rol. Om iedere bewoner de kans te geven om in het groen te verblijven en recreëren liggen woningen dicht bij het groen (maximaal 200m). Doelgroepen Het Utrecht Sciencepark is geen ‘normale’ Utrechtse wijk. Alle woningen in het gebied hebben een relatie met één van de functies in het USP (onderwijs, onderzoek en zorg). De extra te bouwen wooneenheden komen ten goede aan de doelgroepen studenten (80-90%) en medewerkers van in het USP gevestigde organisaties (10-20%). Er is een grote behoefte aan studentenwoningen voor nationale en internationale studenten, zowel zelfstandig als onzelfstandig.
De wasruimte in studentenwooncomplex De Johanna. (bron: SSH / Universiteit Utrecht)
De SSH werkt aan een nieuwe visie op studentenhuisvesting 3.0, waarin ook aandacht is voor het feit dat studenten tegenwoordig later op kamers gaan, internationalisering, corona, etc. De uitgangspunten voor de studentenhuisvesting staan in het Convenant studentenhuisvesting Utrecht. Eén van de belangrijkste uitgangspunten in dit convenant is het garanderen van de betaalbaarheid van studentenwoningen, ook voor de langere termijn en het toevoegen van zowel zelfstandige als onzelfstandige eenheden. Prijssegmenten Bij elke doelgroep past een andere woning met een andere prijs en oppervlakte (volgens de geldende normen). Voor studentenhuisvesting geldt dat de huurprijs is vastgesteld volgens het woningwaarderingsstelsel (WWS). Dit houdt in dat de huurprijs van zelfstandige studentenwoningen in ieder geval onder de eerste aftoppingsgrens en bij voorkeur onder de kwaliteitskortingsgrens ligt. De oppervlakte van de woning moet aansluiten bij de behoefte van de doelgroep. De woningen voor de doelgroep USP medewerkers vallen zoveel mogelijk in het sociale huuren middenhuursegment. Het gaat daarbij vooral om één- en tweepersoonshuishoudens. In de Woonvisie ‘Utrecht beter in balans’, het Actieplan Middenhuur (opgenomen in de bijlage bij de woonvisie) en in de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019, gemeente Utrecht (overheid.nl) staan afspraken over prijzen, toewijzing en woningtypes.
In aanvulling hierop geldt voor de toekomstige bewoners van het USP dat zij een economische binding met het USP moeten hebben.
62 - Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040
Mogelijke locaties voor voorzieningen
Legenda Hart van het USP Centrumboulevard (prioriteit) Centrumboulevard (mogelijke groei) Botanische Tuinen (prioriteit) Cultuurhistorische bebouwing (potentieel) Voorzieningen op clusterniveau (potentieel) Scienceboulevard: Sport (prioriteit) Living Labs (potentieel)
Prioriteit = voorkeurlocatie Potentieel = hier kan het ook
Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040 - 63
7.4 Voorzieningen: levendig centrum en ontmoetingsplekken Structuur De mogelijkheden voor het maken van levendige plekken en functies in het USP zijn beperkt, ook bij verdere groei. Daarom krijgen voorzieningen zoveel mogelijk een plek in het hart van het USP aan de Centrumboulevard. Daardoor wordt de levendigheid in het centrum groter en ontstaat er meer ontmoeting en kruisbestuiving tussen de verschillende gebruikers van het USP. De clustering van horeca, detailhandel, dienstverlening en cultuur zorgt voor reuring en potentiële klanten en biedt een basis voor gezond ondernemerschap. Het bruisende hart is daarmee een voorziening voor alle gebruikers en bewoners van het USP. Naast dit hart zijn er zeer beperkt andere voorzieningen mogelijk in het USP. Deze hebben altijd een koppeling met belangrijke routes en/of bijzondere plaatsen in het USP. Het betreft de volgende locaties: Het deel van de Centrumboulevard in de omgeving van de entree van het UMC Utrecht kan bij groei van het aantal bewoners en gebruikers ook (beperkt) ruimte voor voorzieningen bieden. Het gaat om voorzieningen gericht op het Medische cluster en het Centrum-Oost cluster waar op termijn veel ontwikkelingen te verwachten zijn. Het draagvlak voor voorzieningen is afhankelijk van de ontwikkelingen in dit gebied. De Botanische Tuinen vormen dé trekker voor recreatief bezoek van buiten het USP.
De Botanische Tuinen kunnen worden versterkt door hier voorzieningen te concentreren die zich richten op niet reguliere bezoekers van het USP. Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, zoals de voormalige boerderijen aan de Hoofddijk en de Toulouselaan, is geschikt voor specifieke voorzieningen. Het betreft kleinschalige voorzieningen die passen bij de waarden van het landschap zoals een kinderdagverblijf. Naast de bestaande voorzieningen is de locatie aan de Toulouselaan mogelijk geschikt voor het realiseren van een pleisterplaats. Zo’n pleisterplaats is niet speciaal gericht op bewoners en bezoekers van het USP, maar functioneert als toegangspoort voor het recreatiegebied Amelisweerd. De sportvoorzieningen zijn belangrijke ontmoetingsplekken in het USP en vormen een belangrijke trekker langs de Scienceboulevard.
•
• •
•
Klimwand aan de P+R. (bron: Kees Rutten / Universiteit Utrecht)
• Binnen de verschillende clusters zijn voorzieningen aanwezig
gericht op de gebruikers, bezoekers en bewoners van de clusters. Groei van deze voorzieningen is niet voorzien. In eerste instantie zal eventuele groei van het voorzieningenaanbod in het hart van het USP plaatsvinden. Bestaande voorzieningen kunnen blijven bestaan en wellicht in de toekomst een publieke voorziening worden op een centrale plek in de clusters.
Horeca en detailhandel Voor het USP zijn twee onderzoeken uitgevoerd gericht op detailhandel en horeca. Onderzoeksbureau BRO heeft in opdracht van de gemeente Utrecht in 2018 voor USP en Rijnsweerd onderzocht waar mogelijkheden voor een supermarkt zijn. Specifiek voor het USP heeft Wyne Strategy & Innovation in februari 2020 een Strategie Horeca & Retail onderzoek opgesteld. Deze studie toont aan dat ondanks de groei van het aantal inwoners en werknemers in het USP de vraag naar horecavoorzieningen slechts beperkt toeneemt.
64 - Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040
Dit komt omdat er nu al een overmaat aan horeca in het gebied aanwezig is. Om te zorgen dat de horeca en detailhandel zoveel mogelijk bijdragen aan de levendigheid en de sociale interactie in het gebied wordt deze zoveel mogelijk geconcentreerd in het hart van het USP aan de Centrumboulevard.
Binnen het huidig beschikbare oppervlakte van de Spar University is er geen ruimte voor het voeren van het door de klant gewenste o.a. goedkoper supermarktassortiment. Hierdoor is het niet mogelijk om het assortiment uit te breiden en om meer goedkopere producten in het assortiment op te nemen.
Het uitgangspunt is dat de voorzieningen gericht zijn op meerdere doelgroepen (studenten, bewoners, bezoekers/patiënten en werknemers). Steeds vaker komen verschillende voorzieningen samen op één plek, zoals bijvoorbeeld een koffieconcept in een bibliotheek. Deze ontwikkeling sluit goed aan bij het concentreren van de voorzieningen in het hart aan de Centrumboulevard en biedt kansen voor nieuwe onderscheidende concepten specifiek voor de doelgroepen van het USP. Om het voorzieningenaanbod goed tot zijn recht te laten komen zijn de locatie van de voorzieningen, bereikbaarheid, toegankelijkheid, openingstijden, zichtbaarheid en uitstraling belangrijk. Specifiek ten aanzien van de zichtbaarheid en uitstraling moet er veel aandacht zijn voor een goede inpassing van de voorzieningen op de begane grond van de gebouwen. De voorzieningen aan de drukke looproutes moeten zich zoveel mogelijk naar buiten richten en aantrekkingskracht uitoefenen op hun omgeving en de bezoekers binnen die omgeving, waar mogelijk met terrassen en zitplekken die bijdragen aan een aantrekkelijke verblijfsruimte. De Strategie Horeca & Retail laat zien dat er pas draagvlak voor voorzieningen ontstaat door groei van het aantal werknemers en bewoners. Bij groei van het aantal bewoners en werknemers kan ook de voorzieningenstructuur (beperkt) meegroeien.
In de periode tot 2040 moet nieuw onderzoek uitwijzen hoeveel voorzieningen nodig zijn. Vervolgens moet afstemming plaatsvinden met de behoefte die ontstaat door groei van werknemers en/of bewoners. Het aanbieden van een gezond en duurzaam voedselaanbod in deze voorzieningen draagt bij aan een gezonde leefstijl in het USP.
Om te kunnen bepalen of de supermarkt kan uitbreiden en met hoeveel vierkante meters is het belangrijk niet alleen naar het USP te kijken, maar ook naar de direct aangrenzende wijk Rijnsweerd. Hier is ook een laag voorzieningenniveau. Bovendien bouwt de gemeente Utrecht aan de Archimedeslaan ongeveer 1600 nieuwe woningen. Uitgaande van de toename van bewoners, studenten en bezoekers in beide gebieden en de koopkrachttoe- en afname blijkt dat er onvoldoende marktpotentie is voor twee grote identieke full-service supermarkten dicht bij elkaar. Een supermarkt in het USP is anders dan een traditionele full service supermarkt vanwege het verschil in propositie/ concept, verschil in koopgedrag van jongeren ten opzichte van bewoners van een wijk als Rijnsweerd. Een ander verschil is de bereikbaarheid. Het science park is autoluw terwijl Rijnsweerd een autotoegankelijke stedelijke locatie is met parkeergelegenheid.
Supermarkt & detailhandel Centrumcluster
De huidige Spar campussupermarkt (Spar University) voldoet niet aan de wens van met name bewoners van het USP die voor de dagelijkse boodschappen op zoek zijn naar een aantrekkelijk aanbod in kwaliteit en prijs in de buurt. Uitbreiding van de supermarkt is al jaren een wens.
De omgevingsvisie maakt het mogelijk om de huidige supermarkt in het USP door te ontwikkelen naar een “blurring retailconcept” van circa 750 m2 bvo bestaande uit een combinatie van foodretail en-service, inclusief supermarktaanbod bestaande uit “to go” en “full service” assortiment met de grotere boodschappen. Op basis van amendement 27 zoals aangenomen door de raad op 15 september 2022 geeft de omgevingsvisie daarbij de ruimte om de mogelijkheden voor een echte full-service supermarkt te onderzoeken. Daarbij dient te worden onderzocht hoeveel vierkante meter kan worden toegevoegd in het USP in samenhang met de wens voor een full-service supermarkt in de woningbouwontwikkeling in het Archimedeskwartier (Archimedeslaan 16) zoals ook opgenomen in de RSU. Waarbij de levensvatbaarheid van beide winkels het uitgangspunt is. De nieuwe supermarkt in het USP moet op een passende plek komen. Een goede bereikbaarheid met de fiets en voor voetgangers is belangrijk. De mogelijkheden dienen nader te worden uitgewerkt met de grondeigenaren en eigenaren van het vastgoed. Potentiële marktpartijen
Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040 - 65
kunnen worden geconsulteerd over de mogelijkheden van een echte full-service supermarkt in het USP. Omdat het Martinus Langeveldgebouw, waar de huidige Spar zit, op termijn waarschijnlijk wordt gesloopt, is het noodzakelijk een alternatieve plek te zoeken. De Universiteit onderzoekt inpassing in de herontwikkeling van het Van Unnikgebouw of het Kruytgebouw, (beide gelegen aan de Centrumboulevard), maar daarnaast ook andere opties die eerder beschikbaar zouden kunnen zijn. Als eerste vindt de herontwikkeling van het Van Unnikgebouw plaats. De werkzaamheden starten naar verwachting in 2023.
Detailhandel overige plekken
Naast de campus supermarkt is er ook nog de mogelijkheid van satellietof ondersteunend foodretail aanbod in andere bebouwingsclusters van het USP en voor de ziekenhuispopulatie in het UMC Utrecht. In het Medisch cluster een kleine toevoeging van detailhandel ten behoeve van patiënten, medewerkers en studenten. In het Noordwest cluster, het Noord cluster en het Diergeneeskundecluster een dagelijkse kiosk voor studenten en werknemers.
• •
Horeca De gedachten gaan uit naar het toevoegen of omvormen van bestaande kantines/bedrijfsrestaurant tot een (Grand) Café, koffietent, fastfood, bezorg- en afhaalzaak, lunchtent en restaurant. De inzet van foodtrucks is ook een optie. Op korte termijn is wat betreft horeca het volgende mogelijk: In het hart van het USP aan de Centrumboulevard kunnen bestaande bedrijfsrestaurants (bijvoorbeeld in het Educatorium en de Hogeschool Utrecht aan de Padualaan) worden verkleind en daardoor ruimte bieden aan nieuwe publieke horeca aan de Centrumboulevard. In Parkzone Zuid is zeer beperkt ruimte voor het realiseren van een koffiezaak of lunchroom in de groene omgeving en misschien een restaurant. Deze horeca komt bij voorkeur aan recreatieve routes door en naar het landschap, zoals bij boerderij De Uithof (Toulouselaan 43-45), die als pleisterplaats kan fungeren. In de omgeving van de Botanische Tuinen is ruimte voor horeca in de vorm van bijvoorbeeld een lunchroom, koffiezaak of
• • •
The Basket Utrecht. (bron: CC BY 4.0 / Utrechts Archief)
restaurant, bijvoorbeeld bij een gecombineerd entreegebouw aan de zuidzijde (circulair paviljoen). In het Noordwest cluster zal de hoeveelheid horeca eerder krimpen dan groeien. Bestaande bedrijfsrestaurants kunnen omvormen naar een publiek toegankelijke horeca op een cruciale locatie, bijvoorbeeld aan de Schapenweide; In het Centrum-Oost cluster is bij ontwikkeling van het gebied ook ruimte voor horeca. Horeca dient zich op een publieke locatie te vestigen, bij voorkeur aan de Centrumboulevard of eventueel de Scienceboulevard. In het Medische cluster is beperkt ruimte voor groei van horeca. Aan de Medical Campus is ruimte voor een grand café en restaurant. Aan de zuidzijde nabij de entree en bij voorkeur aan of op het groene ontmoetingsplein een koffiezaak en lunchroom en restaurant. Maximaal 6 foodtrucks voor het gehele USP. De horeca en retailvisie wordt elke twee jaar herijkt. Dit kan tot aanpassingen leiden.
• • • •
66 - Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040
Hotel en congresruimte Als verbreding van het voorzieningenaanbod in het USP voorziet de Omgevingsvisie in een doelgroepenhotel in het gebied. Hierbij gaat het om een hotel dat gericht is op specifieke doelgroepen van het USP, dus bijvoorbeeld een hotel voor familieleden van patiënten die in het UMC Utrecht verblijven of een short-stay en/of student hotel. N.B. Dit is niet het beoogde zorghotel; dat is namelijk voor patiënten die nog niet naar huis kunnen, maar wel zorg nodig hebben. In maart 2020 is het “Beleid tijdelijk verblijf (short stay) en bijstelling hotels” vastgesteld. Op basis van dit beleid is er op dit moment geen ruimte voor nieuwe hotelontwikkelingen. Dat betekent dat er geen nieuwe hotels bijkomen, tenzij het bijzondere concepthotels tot 50 kamers of hotels voor een bijzondere doelgroep betreft. Reden hiervoor is dat uit marktonderzoek blijkt dat er momenteel veel nieuwe hotelkamers in Utrecht bijkomen en dat de vraag hierbij achter blijft. De functie van een hotel voor kenniswerkers en bezoekers van wetenschappelijke congressen kan passend zijn in de ontwikkelingen van het USP. Of hier in het gemeentelijk beleid ruimte voor is, is afhankelijk van de marktontwikkelingen. Een antwoord op deze vraag is pas ver na 2023 te verwachten. Op dat moment moet ook toetsing aan het dan geldende hotelbeleid plaatsvinden.
Met betrekking tot de realisatie van congresruimte is er geen gemeentelijk beleid van toepassing. Het organiseren van wetenschappelijke congressen past bij de kennisintensieve bedrijvigheid van het USP. Daarmee is het aan bedrijven of instellingen van het USP die een initiatief op dit vlak willen ontwikkelen, om te onderzoeken of er voldoende markt is voor een dergelijke functie. Een dergelijk initiatief moet ook passen binnen het bereikbaarheidsconcept van het USP, waar in de toekomst het accent meer ligt op gebruik van het openbaar vervoer. Ruimten voor congressen of bijeenkomsten zijn bij voorkeur multifunctioneel. Dit houdt in dat bijvoorbeeld een bioscoop, theater of sporthal overdag als congres of onderwijsruimte kan worden gebruikt. Cultuur en kunst Culturele voorzieningen dragen bij aan de levendigheid en ontmoeting in het USP en kunnen een bijdrage leveren aan de creativiteit en innovatiekracht.
Voor de doelgroepen van het USP (bewoners, studenten, werknemers, patiënten en bezoekers) is er momenteel weinig tot geen cultuuraanbod, vooral niet in de avond en/of de weekenden. Bij groei van het aantal bewoners ontstaat meer ruimte voor het toevoegen van wijkgerichte culturele voorzieningen. Een logische plek hiervoor is de Centrumboulevard vanwege de drukte en de publieke plekken. Gedacht kan worden aan verenigingsruimtes voor studenten, een multifunctionele ontmoetingsruimte waar filmavonden, optredens en lezingen kunnen plaatsvinden. Daarnaast zijn op geschikte plekken in de openbare ruimte incidentele culturele evenementen, zoals kleinschalige festivals of buitenexposities mogelijk, bijvoorbeeld in de Botanische Tuinen. Kansen voor culturele voorzieningen zijn er bijvoorbeeld in de vrijkomende gebouwen bij de huisvestingsplannen van de Universiteit. Als het vrijkomen van deze ruimte minder snel gaat, is het al dan niet tijdelijk realiseren van verschillende soorten culturele voorzieningen (pop-up) goed denkbaar. Zo kunnen in het gebied broedplaatsen ontstaan, waarbij een kruisbestuiving kan plaatsvinden met andere functies en activiteiten. Hierbij is het wenselijk dat er een relatie is met de USP thema’s life sciences, gezondheid en duurzaamheid om bij te dragen aan de basisfuncties van het USP, onderzoek/innovatie, onderwijs en zorg.
Daarnaast kan kunst in de openbare ruimte zorgen voor prettige verblijfsplekken in het USP. Kunst in relatie tot groen, cultureel erfgoed, recreatie, ontspanning is een natuurlijke combinatie. Denk bijvoorbeeld aan aantrekkelijke wandelroutes waar door middel van landschapskunst de Nieuwe Hollandse Waterlinie tot leven komt of plekken in de publieke ruimte die kunnen dienen als locatie voor (kleinschalige) festivals of buitenexposities. Ook kan kunst als onderdeel van bebouwing een meerwaarde vormen voor de ruimtelijke kwaliteit in het USP. Living Labs & Innovatielabs In het USP is behoefte aan Living Labs. Dit zijn plekken, zowel in gebouwen als in de buitenruimte, waar ruimte is voor experiment en waar nieuwe ideeën en producten onderzocht worden in de ‘echte wereld’. Bestaande voorbeelden zijn het Solarhouse en de Funghi Factory. Uiteraard kunnen de experimenten ook op andere plekken in de stad plaatvinden; dit gebeurt bijvoorbeeld al in Overvecht.