CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Advies Wmo clientenraad Wmo Verordening 2022 (1).pdf

Gemeenteraad 25 november 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Beantwoording toezeggingen verordeningen Wmo en Jeugd1.098 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Commentaar Wmo Cliëntenraad Utrecht op concepttekst Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2022 Algemeen 1.

Er zijn op dit moment beleidsregels die gelden vanaf 1-1-20. Beleidsregels zijn onderliggend aan een verordening. Betekent dat dat de beleidsregels ook weer aangepast gaan worden?

2.

Zo nee, is dan getoetst of er geen tegenstrijdigheden zitten tussen de verordening en de beleidsregels? Als er nog wijzigingen komen op de verordening, worden deze dan opnieuw getoetst aan de beleidsregels? Krijgt de Wmo Cliëntenraad een toelichting van de gemeente als er verschillen zijn?

3.

In deze verordening staat niets over het aanvraagproces, zoals binnen welke termijn de gemeente moet besluiten. Wordt in de beschikking gewezen op een bezwaarprocedure? Hoort dit thuis in de Verordening, beleidsregels of in de Wmo wettekst?

4.

In deze verordening staat niets over een hardheidsclausule. Waar staat dit geformuleerd?

5.

De gemeente geeft niet altijd dezelfde definitie van de begrippen zoals die in de Wet staat, bijvoorbeeld: gebruikelijke zorg = mantelzorg. Dat geeft mogelijk in de toekomst juridische problemen. Maak duidelijk hoe je de begrippen uit de wettekst invult voor de Verordening, en toon dat in de Verordening.

6.

Hoe is de keuzevrijheid van cliënten geregeld als het gaat om de keuze voor een andere zorgorganisatie dan die de cliënt toegewezen krijgt op grond van de wijk waarin hij/zij woont? Wat als een cliënt niet bij een bepaalde zorgorganisatie wil afnemen?

7.

De term ‘wettelijk vertegenwoordiger’ s.v.p. veranderen in ‘vertegenwoordiger’. Een vertegenwoordiger kan iedereen zijn, dit hoeft niet door de rechtbank bepaald te zijn.

8.

Bedenk als gemeente dat het verstrekken van een verhuiskostenvergoeding in het kader van integraal beleid een hele goedkope en effectieve oplossing kan zijn, gezien de winst die het kan opleveren voor alle gemeentelijke domeinen (wonen voor anderen beschikbaar, misschien meer mantelzorg voorhanden, misschien minder zorgkosten, etc.). Door dit zo streng te formuleren, kan het voorbijschieten aan meer winst voor de cliënt en de gemeente. In deze tijd van woningnood is het niet zo vanzelfsprekend dat men een andere geschikte woning vindt. En de verhuisadviseur is niet in alle gevallen inzetbaar. De gemeente moet de sociale en maatschappelijke situatie meewegen in haar visie op verhuizing. Een onafhankelijke deskundige zou hierin advies kunnen geven. Men zou in sommige gevallen de hardheidsclausule kunnen aanwenden.

9.

Maak duidelijk onderscheid tussen verordening en beleidsregels; wanneer lees je het één en wanneer het ander? Verwijs naar de beide documenten in de diverse stukken.

10. S.v.p. overal ‘cliëntorganisatie(s)’ vervangen door ‘Wmo Cliëntenraad’.

Per artikel • Art. 1.2. lid 10: het MNU is geen gesprekspartner t.b.v. de Wmo, dit is alleen de Wmo Cliëntenraad (zie punt 6). Dit punt s.v.p. verwijderen. • Art. 2.1.1. lid 4: maak helder dat herindicatie bij chronische of progressieve aandoeningen overbodig is. • Art. 2.2.2. Hier is meer maatwerk leveren en luister naar de cliënt van het grootste belang! Wie bepaalt de criteria voor wat ‘noodzakelijk’ is? Is dit cultuursensitief? • Art. 2.3.5 lid 1: ‘in voldoende mate’ s.v.p. wijzigen in ‘in toenemende mate’. Wat ‘voldoende’ is, is erg willekeurig, ‘in toenemende mate’ is meetbaar. • Art. 2.3.6 lid 2: de zinsnede ‘opgelegde verplichting om te verhuizen’ s.v.p. herformuleren. Kan onnodige angst oproepen bij de doelgroep. Zie punt 8 hierboven. • Art. 2.3.6 lid 5: het kan zijn dat de bouwer de woning niet volgens het bouwbesluit heeft gebouwd. Wat gebeurt er dan? De gemeente is hiervoor verantwoordelijk, dit kan niet worden afgeschoven op de cliënt. • Art. 3.1 lid 1: bij d, e en f zou de gemeente nadere beleidsregels moeten stellen. Misschien ook wel bij a en b. Door dit volledig open te laten, krijgt de cliënt geen richtlijnen mee en weet hij/zij niet wat de gemeente daarin belangrijk vindt. Geef als gemeente duidelijke richtlijnen of criteria waaraan een aanvraag moet voldoen en verwijs daarnaar. • Art.

3.1 lid 1c: graag meer uitleg over financiering en borging van de kwaliteit van werken van de beheerder/vertegenwoordiger van het pgb. Dit is een verantwoordelijkheid en de gemeente zou moeten nadenken over hoe het werk kwalitatief goed gedaan kan worden. • Art. 3.2: ‘een pgb ‘kan’ geweigerd worden. Het begrip ‘kan’ creëert ruimte voor individuele ideeën van een medewerker. Betekent dit dat een medewerker in eenzelfde situatie bij verschillende pgb-aanvragen de een weigert en de ander toekent? Dit kan rechtsongelijkheid geven. Aan de andere kant zorgt het begrip ‘kan’ voor ruimte. Dat is in principe goed, want daarmee is er de mogelijkheid maatwerk te bieden en naar de individuele situatie te kijken. Hoe ziet de gemeente dit? • Art 3.2 lid 1 c: het is wel heel kort door de bocht als na één oproep het pgb wordt geweigerd. Na 1 gemiste oproep een waarschuwing geven en na 2 gemiste oproepen overgaan tot weigering zou beter zijn. Cliënten die hulp nodig hebben, kunnen tijdelijk niet in staat zijn om te reageren, bijv. omdat ze in het ziekenhuis liggen. Maak een belafspraak met de cliënt. • Art. 3.2 lid 1 d: dit lid laten vervallen.

Lid k als volgt formuleren: de cliënt of vertegenwoordiger niet beschikt over de taken, kennis en vaardigheden die nodig zijn om het pgb goed te kunnen beheren, waaronder wordt verstaan het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift. Hieronder wordt ook verstaan het hebben van problematische schulden, tenzij een bewindvoerder het volledige beheer van het pgb op zich neemt. De kosten hiervan moet de cliënt zelf betalen. • Artikel 3.3 lid 2 a: waarom mag familie tot in de 2e graad geen zorg in het kader van pgb leveren als ze daartoe geschikt zijn en ander werk daarvoor verminderen of opzeggen? • Art 3.3. lid 4: waarom mag een pgb-tarief niet meelopen met indexering? • Art. 5.1. lid 5: scherper formuleren wanneer iets een klacht is. Geef als gemeente criteria hoe de klachtenprocedure en het cliënttevredenheidsonderzoek eruit moeten zien. Zit als gemeente strakker op het proces van levering en reparatie.

• Art. 5.1. lid 10: in plaats van ‘kan’: ‘indien mogelijk betrekt het college ervaringsdeskundigen…’. • Art. 5.4. lid 1: het college stelt alleen de Wmo Cliëntenraad in staat gevraagd en ongevraagd advies te geven over het Wmo-beleid, dus niet het MNU etc. • Art. 5.4. lid 2: het is te veel gevraagd om de cliëntorganisaties verantwoordelijk te maken voor het betrekken van inwoners. De Wmo Cliëntenraad vertegenwoordigt de inwoners en spreekt namens hen. • Art. 5.4. lid 6. Alleen de Wmo Cliëntenraad, geen andere cliëntorganisaties. Tijdig is ook echt op tijd, bijv. 4 weken van tevoren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=da5190af-b903-46b2-85b0-0636ed5ce19d