CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijdrage- RIB Kunstwerk bibliotheek Neude- dhr van Gend.pdf

Raadsinformatiebijeenkomst 6 april 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Kunstwerk bibliotheek Neude1.086 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Geachte leden van de Utrechtse gemeenteraad, Het is alweer enige tijd geleden dat het voornemen om een kunstwerk boven de ingang van de nieuwe bibliotheek te plaatsen voor het eerst werd gepresenteerd. Dit riep zeer gemengde reacties op, maar door alle beperkingen vanwege de pandemie heeft een echte discussie nog niet kunnen plaatsvinden. Nu zal het plan eindelijk voor het eerst publiekelijk worden besproken, met als mooi podium een raadinformatieavond, maar dit dreigt helaas ook meteen de laatste keer te zijn. Als bewoner van de binnenstad, trouw lid van onze openbare bibliotheek en architectuurhistoricus wil ik daarom graag enkele argumenten met u delen die tot op heden helaas weinig aandacht hebben gekregen, waarmee ik u hopelijk kan overhalen om de ‘verklaring van geen bedenkingen’ niet af te geven. Sinds het plan voor een kunstwerk boven de ingang van de bibliotheek in de openbaarheid werd gebracht is de teneur die steeds weer naar voren komt voornamelijk ‘ach, waarom niet’. Zowel de RCE als de Commissie Welstand & Monumenten hebben inmiddels ook officieel de schouders opgehaald en dit ‘waarom niet’ uitgesproken.

Het is een lekker kleurrijk en vrolijk ding, het is reversibel en als de bibliotheek dat nou zelf graag wil, tja, ‘waarom niet’… Nu zal ik u de complexe geschiedenis van 150 jaar monumentenzorg in Nederland besparen, maar na eindeloze discussies en ruzies (die nooit helemaal op zullen houden) hebben we de precaire compromis weten te bereiken dat, los van alle verdere interpretatie en uitwerking, het uitgangspunt toch altijd ‘waarom wel’ dient te zijn. Als een object door de Nederlanders – via de door hun volksvertegenwoordigers aangestelde minister – als ‘nationaal cultureel erfgoed’ is aangewezen, dan dient dit voortaan als zodanig behouden te blijven. Voor dat behoud kan het natuurlijk noodzakelijk zijn om wijzigingen aan het object aan te brengen. Iedere ingreep die niet noodzakelijk is voor de instandhouding van het monument dient echter zoveel mogelijk vermeden te worden. Dit is altijd heel vervelend voor mensen met hartstikke leuke, lekker kleurrijke en vrolijke plannen, maar uitermate prettig voor saaie, flauwe mensen zoals ik, die het verantwoord behouden van cultureel erfgoed van primair belang vinden.

Die eis bij voorgestelde ingrepen van noodzakelijkheid voor de instandhouding van een monument kan trouwens vrij ruim geïnterpreteerd worden; als een (kunstzinnig) uithangbord zorgt voor een betere zichtbaarheid, en daarmee meer aanloop, en daarmee meer inkomsten die ten goede kunnen komen aan de instandhouding, dan kan dat een reden zijn om een dergelijke toevoeging toch toe te staan. Dat is in dit geval echter volstrekt niet aan de orde; de bibliotheek is gevestigd in één van de meest zichtbare, herkenbare panden, volledig vrijstaand aan een grote open ruimte, op één van de meest prominente plekken in de stad. Over de huidige (hoofd)functie van het gebouw kan toch ook geen onduidelijkheid bestaan, aangezien die al met grote letters op de gevel is ‘gemarkeerd’ als ‘BIBLIOTHEEK’. Voor meer overtuigende argumenten voor de overbodigheid van een enorm blikvangend kunstwerk aan de gevel kan ik verder gerust verwijzen naar de actieve lobby die de bibliotheek zelf jarenlang voerde toen men graag naar de Neude wilde verhuizen. Toen droeg de bibliotheek immers in woord en geschrift gepassioneerd uit dat dit monumentale gebouw met een dergelijke uitstraling de bibliotheek krachtiger zou positioneren in het culturele leven van onze stad en nog meer Utrechters uit zou nodigen om over de drempel te stappen en deel te nemen aan alle culturele activiteiten.

Hoe het kan dat hetzelfde gebouw nu ineens niet meer over voldoende uitstraling zou beschikken, of waarom een dergelijk kunstwerk geen prestigeobject is waarmee de directie een eigen stempel op ons collectieve erfgoed wil drukken, maar een voor de bedrijfsvoering absoluut noodzakelijke ingreep, dat wordt gek genoeg nergens duidelijk. Er zijn in alle aanbevelende stukken over het kunstwerk wel mooie fantasieën te lezen over het verbinden van het bruisende plein met de rustige bibliotheek – waarom dat goed zou zijn lees je dan weer niet – en over de artistieke waarde van een kunstwerk van zo’n fantastische kunstenaar, maar zowel de bibliotheek, als de RCE, als de Commissie Welstand & Monumenten hebben zich niet uitgesproken over de noodzakelijkheid van de toevoeging van een nieuw element aan dit rijksmonument voor de instandhouding daarvan. De gemeenteraad heeft dus tot op heden geen volledige en adequate advisering ontvangen over dit onderwerp, aangezien juist de meest fundamentele vraag – ‘waarom wel’ – hierin niet wordt beantwoord. Omdat echter in de voorliggende adviezen, waarin weliswaar geen (doorslaggevende) bezwaren worden aangedragen, ook op geen enkele wijze wordt aangetoond dat er sprake is van enige noodzakelijkheid voor de toevoeging van een kunstwerk voor de instandhouding van het rijksmonument, kan de gemeenteraad nu toch al tot een beslissing komen.

Zoals in alle adviezen wel degelijk wordt aangestipt, is het wijzigen van het gevelbeeld in strijd met de rijksmonumentale bescherming die het gebouw geniet, in strijd met de bescherming die het rijksmonumentale

stadsgezicht geniet, en in strijd met het gemeentelijke bestemmingsplan, en er zijn in deze casus geen overtuigende argumenten om een uitzondering te maken op deze hoge wettelijke bescherming. Om die reden is het dan ook procedureel niet juist om nu te doen alsof de toevoeging van dit kunstwerk de afsluiting is van de herbestemming van het voormalige postkantoor, en zodoende nog kan worden doorgedrukt onder eenzelfde ‘verklaring van geen bedenkingen’, die de mogelijkheden van inspraak vanuit de Utrechtse bevolking drastisch zal inperken. Het kunstwerk, of wat voor een extra ‘markerende’ toevoeging in wat voor vorm dan ook, is niet noodzakelijk voor de herbestemming en exploitatie van het rijksmonument, en dient dus via een aparte eigen procedure getoetst en eventueel ter inspraak gepresenteerd te worden. De gevolgen van de precedentvorming van de nu voorgestelde procedure zijn voor de verzwakking van de positie van de gemeente als beschermer van rijksmonumenten niet te overzien – nog los van het onvermijdelijke effect dat slimme eigenaren van commercieel geëxploiteerde rijksmonumenten vanaf nu allemaal hun lichtgevende reclame-uitingen zullen presenteren als ‘kunstwerken’.

Het is dan ook mijn oprechte hoop dat mijn gemeenteraad zal besluiten om de plaatsing van dit ongetwijfeld ontzettend vrolijke kunstwerk uiteindelijk toch niet toe te staan, zodat we van dit prachtige en zeer gaaf bewaarde rijksmonument kunnen blijven genieten zoals we het van de generaties voor ons hebben gekregen met de plicht om het goed te bewaren en door te geven aan de generaties na ons. Een dergelijke drastische ingreep aan ons collectieve erfgoed verdient een zeer nauwkeurige procedure en alle ruimte voor inspraak, en het afgeven van een ‘verklaring van geen bezwaren’ zou in dit geval dan ook niet gepast zijn. Hoogachtend, Mark van Gend

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=0c3b4d38-497c-402e-8b38-e374f01b85d8