Bijdrage FNV Kadergroep - RIB aanbesteding sociaal werk - 28 nov 2023
Tekst van het document
Inbreng Kadergroep FNV W Welzijn Utrecht raadsinformatiebijeenkomst Dinsdag 28 november 19.30 uur Stadhuis. De FNV Kadergroep Welzijn Utrecht maakt zich al een aantal jaren sterk om het aanbesteden in het sociaal domein in Utrecht te laten stoppen. Dit hebben we onderbouwd in de notities “stop tenderen in het sociaal domein” en hebben dit duidelijk opgeschreven in ons Manifest Sterk Sociaal Werk, van afgelopen zomer. Deze hebben we op 31 augustus aan de raadscommissie aangeboden. In het driepartijenoverleg -tussen gemeente, werkgevers en de FNV- gaf de gemeente aan dat ze goed hebben gekeken naar ons manifest, en zagen veel aanknopingspunten. Ze waren van mening dat vertrouwde gezichten moesten blijven, zodat de continuïteit voor bewoners zou worden gewaarborgd. Daarbij werd het ons duidelijk dat ze een langere periode wilden en zochten ze naar mogelijkheden om te verlengen De FNV is van mening dat de richting goed is, die de gemeente is ingeslagen met de nota. Uit het gesprek dat wij vorige week hebben gevoerd met de gemeente maken wij op; dat met “vrijwillige transparantie vooraf” de mogelijkheid bestaat voor transparantie, werkzekerheid en continuïteit, zodat vertrouwde gezichten kunnen blijven. Ook een overeenkomst voor 10 jaar is al een goede verbetering om het vertrouwen te behouden en de kwaliteit te verbeteren.
Het hanteren van het principe van een (meer) gelijkwaardige positie, bij de samenwerking met professionals, bewoners en gemeente in de gemeenschap, is echt winst. De gemeenschap centraal komt goed overeen met ons manifest om te werken aan het versterken van de lokale gemeenschap, waar ieder vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheid een bijdrage levert. Wat ons aanspreekt is dat het werken in wijk en buurt uitgangspunt wordt. Goed dat ook hier het principe wordt gehanteerd van ongelijk investeren voor gelijke kansen. De gemeente zet in op “vrijwillige transparantie vooraf”. Een mogelijkheid die “overheidsopdracht” biedt. Naar wij aannemen kan dit niet met subsidie, al klinkt dat vreemd. Desalniettemin kan het betekenen dat een of meerdere aanbieders, anders dan de huidige, zich melden om mee te doen. Dat kan voor werkzekerheid consequenties hebben. In zowel de raadsbrief als in de nota wordt niets gezegd over werkzekerheid voor werknemers. In het Keuzekompas is dit nog expliciet opgenomen, n.a.v. een motie. Duidelijkheid hierover is niet alleen van grote waarde voor de werknemers, maar ook voor de kwaliteit en continuïteit van het werk. Daar hoort bij dat vooraf werknemers ervan uit kunnen gaan dat Overgang van Onderneming wordt toegepast en dat hun arbeidsvoorwaarden worden gerespecteerd door de nieuwe aanbieder.
Dit is nu onduidelijk en tijdens ons overleg met ambtenaren is toegezegd om hiernaar te kijken, waarna wij worden geïnformeerd. Mede leggen we hier de nadruk op omdat er in zowel de raadsbrief als de nota wordt gerefereerd aan een andere wijze van uitvoering van het welzijnswerk. Meer groepsgericht, iets waar we op zich positief tegenover staan. Zekerheid bieden aan werknemers is voor de FNV belangrijk. Dat kan door op te nemen dat de nieuwe aanbieders Overgang van Onderneming toepassen. Daarmee is continuïteit in de uitvoering gewaarborgd, een belangrijk criterium uit de nota. Wij lezen dat de gemeente meer zicht wil op de resultaten van het werk in sociale basis en basiszorg. Desondanks maken we ons zorgen over welk effect dat gaat hebben op de tijd die de professionals hieraan zouden moeten gaan besteden. De ervaring in bijna alle sectoren van de zorg en het onderwijs is immers dat de professionals aan rapporteren en verantwoorden veel meer tijd kwijt zijn dan wenselijk is. Tijd die ten koste gaat van de kerntaak: het werken met de bewoners en cliënten. We vragen de gemeente met klem deze verantwoording en rapportage zo in te richten dat dit nadelige effect niet optreedt; de ervaring in de zorg en het onderwijs leert ons dat het voor veel professionals een reden is om een ander beroep te kiezen.
Ten slotte maken wij ons grote zorgen over de zeggenschap, autonomie en handelingsvrijheid van de professionals. Bij overheidsopdracht worden er allerlei afspraken gemaakt, waar het niet gebruikelijk is dat werknemers daarbij betrokken worden. Wanneer welzijnsprofessional nu en in de komende jaren niet betrokken worden is de kans groot dat zij werkzaamheden -moeten- gaan uitvoeren die in conflict staan met hun professionele-autonomie en -handelingsvrijheid. Met het inkoopinstrument “overheidsopdracht” wordt van de werknemer verwacht datgene uit te voeren dat is afgesproken als tegenprestatie. De gemeente kan de organisatie eraan houden en anders geld terugeisen. Dat ligt bij subsidie anders, al liggen daar ook afspraken aan ten grondslag. Desondanks is er bij subsidie meer ruimte voor zeggenschap, autonomie en handelingsvrijheid. De organisaties kunnen dit ondervangen door nu delegaties van uitvoerende medewerkers samen te stellen, zodat ze mee kunnen praten over wat inhoudelijk en procedureel moet worden afgesproken en opgenomen in de overeenkomsten. De vragen die we hebben zijn:
In hoeverre kan "vrijwillige transparantie vooraf" ook bij een subsidietender? Kan de gemeente garanderen dat een eventuele nieuwe aanbieder Overgang van Onderneming toepast? Bij het besluit om “overheidsopdracht” toe te passen, in hoeverre wil de gemeente dan garanderen dat de professionals betrokken worden bij de inhoudt en het beslissen over de inzet van werkwijzen, methodieken en keuzen in de uitvoering? De werkwijze veranderd van individueel naar een meer groepsgewijze aanpak. Gaat de gemeente zorgen voor voldoende vooraarden voor deskundigheidsbevordering door scholing van de welzijnsprofessional?