Bijdrage-deelnemer-RIB-transitievisie-warmte- Energie-U.pdf
Tekst van het document
Inbreng Energie-U bij RaadsInformatieBijeenkomst over transitievisie warmte Utrecht deel 2, dinsdag 12 oktober 2021 Energie-U is blij dat ook deel 2 van de transitievisie warmte er nu is. Na deel 1 zeiden mensen: oké, helder, bij mij komt een warmtenet, goed dat ik het weet. Alleen wanneer is nog afwachten. Anderen hadden al langer twijfels bij warmtenetten (de duurzaamheid ervan, de hoogte van het vastrecht, het monopolie) en zien die twijfels versterkt nu er méér warmtenetten aangekondigd worden. Weer anderen willen gewoon graag aan de slag met hun buurt en hopen dat de gemeente, nu de transitievisie klaar is, daar ook tijd voor heeft. Wat is al in oprichting aan buurtinitiatieven in de stad en welke ruimte hebben zij nodig, kregen we als vraag mee. We hebben een mooi gevarieerde verzameling in Utrecht. Naast mensen en groepen die zich met elektriciteitsopwekking bezighouden, zijn er ook groepen die zich met warmte bezighouden. Sinds een jaar of drie. Meestal ontstaan rondom het netwerk van energieactieve Utrechters en er haken ook andere mensen aan. Met de Expeditie Warmte gaf de gemeente hier vorig jaar een extra impuls aan. Ook zien we bij een aantal groepen een vorm van stilstand.
Ik denk dat het wachten op de transitievisie warmte hiermee te maken heeft: de gemeente heeft deze een aantal jaren aangekondigd, als belangrijk richtinggevend document (en dat is het ook), en intussen gebeurde er niet zoveel. Behalve daar waar wel veel gebeurde. Met name maar niet alleen in Overvecht-Noord. En wat daar gebeurt, is hoogst interessant: ondanks dat het aardgasvrij maken van Overvecht-Noord geen bewonersinitiatief is, en dat het op gang krijgen van georganiseerde bewonersgroepen niet in het oorspronkelijke plan van aanpak stond, zijn er daar wél meerdere sterke groepen opgestaan. Die in binding met de buurt, in dichtheid van adressen, in commitment en mandaat, sterker zijn dan wie ook. Wat hier nodig is, is positie. In het grotere krachtenveld. Die hebben de groepen hier, met wat hulp, zelf verdiend. Ze zíjn gesprekspartner geworden, ze hébben samen met de gemeente onderzoek laten uitvoeren. We leren hier met z’n allen heel veel. Mensen die elders in de stad een groep vormen om met warmtetransitie aan de slag te gaan, bewegen zich in een vrijere omgeving. Een andere context. Hier is juist het aangehaakt krijgen van de rest van de buurt een opgave. In Overvecht-Noord staat echt iets op het spel, iets wat mensen voelen. Daar waar de transitie meer een kans is, staan mensen er, zeker in de beginfase, gemiddeld losser tegenover.
In Oog in Al bijvoorbeeld is een goede groep goed bezig. Vertegenwoordigers ervan zijn hier ook aanwezig om vragen te beantwoorden.
1
Dus hier kan de gemeente zo’n initiatief goed helpen. De gemeente kan goed brieven versturen die door veel mensen gelezen worden en meer zaken helpen organiseren. Bewonersgroepen hebben persoonlijk contact en hebben een andere vertrouwensband. Zorg dus altijd voor een goede wisselwerking met goed bewustzijn van rol, achtergrond en mogelijkheden. Co-creatie. Zorg als gemeente dat in een buurt energie ook echt tot leven komt. Met de stap naar aardgasvrij als belangrijk maar niet als enige onderdeel. En voordien informatie over bewustwording, besparing klein en groot, bekendheid met de materie. En ga ook in andere buurten aan de slag. Mensen uit buurten die niet voor de eerste tien jaar geprogrammeerd staan, willen ook aan de slag. Willen ook aandacht. Geef die ook. Dat hoeft ook echt zo intensief niet te zijn als in Overvecht-Noord. Daarom is het belangrijk dat in de transitievisie bij Buurtaanpak de principes van co-creatie worden toegepast. Bij de beschrijving van de Buurtaanpak op de site van de transitievisie valt echter juist te lezen dat de geméénte het werk doet en de plannen maakt. Voor andermans verwarming. Utrechtse energie maken we samen en dat geldt ook voor de vernieuwing van al onze verwarmingen. Verder leren we uit de buurtinitiatieven dat Invloed een heel belangrijke waarde is. Dáár gaat het vaak om.
Invloed op het proces (het je niet laten overkomen, zelf aan de bal zijn) en zoals in Overvecht-Noord, invloed op een warmtenet als dat onderdeel van de uitkomst uitmaakt. Soms heet het ook zeggenschap. Maar het is dus veel meer dan enkel klant zijn. Hier kan de gemeente veel uit halen en gebruiken ook voor haar eigen rol bij warmtenetten. Het prettige is dat Eneco hier ook heel open en zoekend in zit. Van Eneco leren we dan weer dat de hoogste vorm van invloed te krijgen valt als je eigenaar bent. En de makkelijkste manier om eigenaar te worden (van een bron, van een net) is om te investeren. Veel eenvoudiger kan ik het niet schetsen. In Overvecht-Noord worden door bewonersgroepen met Eneco ook andere vormen van invloed uitgevonden. Een belangrijk element hierbij is de bron. De duurzame bron. Nabijheid is hier een grote factor. We merken het al jaren met Buurtstroom: energie uit eigen buurt trekt. Certificaten van duurzame warmte uit de Rotterdamse haven zijn onvoldoende. Geothermie uit Nieuwegein ergens in de komende tien jaar, als het er komt, hopelijk, is te ver weg als je gevraagd wordt nú over te stappen. Te ver in afstand en in tijd. De grote warmtepomp bij de rioolwaterzuivering in Overvecht is wél dichtbij. Maar die komt er toch al. Die is voor verduurzaming van de huidige stadsverwarming.
Mensen die de vraag voorgelegd krijgen om over te stappen op stadswarmte, en die duurzaamheid belangrijk vinden (wat in Overvecht-Noord blijkens de enquête van de
2
gemeente massaal het geval is), zien graag dat er voor hen nieuwe duurzame warmte extra wordt bijgebouwd. Dus: gebruik de Routekaart van Eneco voor verduurzaming stadsverwarming bestaande afnemers. En zorg bij nieuwe aansluitingen voor nieuwe, extra duurzame warmteproductie. De mensen die hiermee bezig zijn, of ze nou in een aangewezen buurt wonen of in een vrije, of ze nou bij de gemeente werken, bij Eneco, een corporatie of bij Energie-U of een buurtgroep actief zijn, ze willen allemaal veel Leren. Terecht want we weten met z’n allen nog maar heel weinig. Investeer daarom als gemeente in een Leeromgeving. Dat gaat renderen. De variatie aan buurten voor de komende jaren helpt daar goed bij. Ook buurten zonder stadsverwarming, buurten zonder corporatiebezit, buurten met huizen van meer dan honderd jaar oud en smalle straten. Stuur niet op precieze CBS-buurtindelingen of tijdvakken maar kijk naar wat handig is en nodig. Kortom: - Investeer in gezamenlijk leren en wees nieuwsgierig - Hanteer Invloed en Nabijheid als belangrijke factoren - Zet Co-creatie centraal in de buurtaanpak - En zorg dat nieuwe warmtenet-aansluitingen gepaard gaan met nieuwe duurzame warmteproductie. ===========
3