Bijdrage 2- deelnemer G- RIB Transitievisie Warmte- Voortgang Programma Aardgasvrije Wijken RIA Utrecht.docx
Tekst van het document
Voortgang Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) Notitie voor de RIA Utrecht 20 april 2021
Op 13 april j.l. heeft minister Ollengren de 2e kamer geïnformeerd over de voortgang van het PAW. In de begeleidende brief, zie bijlage, zet de minister de hoofdlijnen en de ervaringen van gemeenten tot nu toe, bij elkaar. Het PAW opereert binnen de context van het klimaatakkoord waarin 3 sporen zijn vastgelegd: 1. Individuele aanpak gericht op huishoudens en bedrijven 2. Collectieve aanpak gericht op woningcorporaties 3. Een wijkgerichte aanpak, waarbij de gemeente de regie voert en een warmtevisie opstelt (PAW) Het PAW is opgezet om ervaringen op te doen, om te leren. Daartoe zijn zogenaamde proeftuinen opgezet waardoor tot 2030 40.000 woningen aardgasvrij of aardgas ready gemaakt zullen worden. Binnen het PAW worden de leerervaringen gebundeld en beschikbaar gesteld. Het PAW kent geen kwantitatief doel. In 2018 zijn de 1e proeftuinen van start gegaan. In de Monitor, de rapportage, geven de gemeenten 4 signalen af: 1. Zonder aanvullende (rijks) bijdragen komt de businesscase van een wijk vooralsnog niet rond. 2. Het proces om tot aardgasvrije wijken te komen is arbeidsintensief. Daar zijn aanvullende middelen voor nodig. 3. Een wijkgerichte aanpak op basis van louter vrijwilligheid is volgens de proeftuinen niet haalbaar. Als sluitstuk zijn wettelijke bevoegdheden noodzakelijk, zoals de aanwijzing om de levering van aardgas te beëindigen. 4.
Om lokaal draagvlak te bereiken is het nodig dat het Rijk een stip op de horizon zet. Daarnaast wijst het PBL in haar analyse op een vijftal systeem barrières: 1. 2. 3. 4. 5.
De beperkingen van het huidige wettelijke kader Onvoldoende instrumentarium voor versnelling Onvoldoende capaciteit bij gemeenten Onvoldoende financiering Een onvoldoend breed gedragen en overkoepelend verhaal.
Het is in mijn ogen onbegrijpelijk dat de gemeenten, gelet op de gesignaleerde systeem barrières en hun eigen signalen 1 en 2, tot hun concluderende signaal 3 kunnen komen. Pas nadat alle beperkingen van tijd en geld zijn opgeruimd, is het mogelijk om een dergelijke verstrekkende wettelijke beperking van keuzevrijheid vast te leggen. De voorlopige keuzes van de gemeente Utrecht, vastgelegd in de WAT kaarten, belooft weinig goeds voor de bewoners. Gemeenten hebben zich onvoldoende ingespannen om draagvlak te zoeken en te creëren. Ook de gemeente Utrecht blijft daarin in gebreke. Gemeenten hebben nauwelijks of geen ervaring bij het vinden van draagvlak onder bewoners. In iedere bedrijfsmatige businesscase voor consumentenproducten zijn de marketing inspanningen en - kosten vele malen hoger dan die voor innovatie en ontwikkeling. Citaat: ‘Het PAW doet in 2021 onderzoek naar de werkzame elementen van de persoonlijke aanpak en hoe deze zijn in te bedden in een opschaalbare procesaanpak’. Het beeld is dus nog bepaald niet compleet. Ik voeg een aanzet voor een procesaanpak toe: Stappenplan voor een CO² vrije straat, buurt, wijk. Daarin geef ik beknopt aan wat Utrecht tot 2030 zou kunnen doen (Bijlage stappenplan).
De minister wijst nadrukkelijk op de regierol van de gemeenten en het betrekken van stakeholders bij de wijkgerichte aanpak. Wijk- en buurtgerichte energiewerkgroepen herkennen zich daarin niet. Zij zijn niet als stakeholder bij de Warmtevisie I betrokken. De minister wijst er tevens op dat die regierol juist bij warmtenetten het meest van gemeenten zal vergen. Daar is de complexiteit het grootst. Dat is top-down, de complexiteit van bottum-up is veel geringer. De minister wijst op het belang van een goede businesscase; dat is de basis. Warmtevisie I geeft geen perspectief op de businesscase die de gemeente voor de ingekleurde warmtenetten ziet. Pas als er sprake is van een businesscase en de gebruikte modellen zijn getoetst aan de werkelijkheid (zie onder) is het verantwoord om de WAT kaarten vast te stellen. Een goede betrokkenheid van bewoners vraagt een zorgvuldig proces. Het PAW gaat pas dit jaar onderzoek doen naar de werkzame elementen van een persoonlijk gerichte aanpak en hoe deze zijn in te bedden in een opschaalbare procesaanpak. Utrecht loopt met Warmtevisie I ver voor op de resultaten van het PAW onderzoek. Dat maakt het maken van een pas op de plaats noodzakelijk. De minister constateert dat het belangrijk is om lokaal te bouwen aan een betrouwbare kennisbasis (‘joint fact finding’). De WAT kaarten laten zien dat Utrecht daarmee niet op de goede weg is.
De minister constateert dat het draagvlak onder burgers vergroot wordt door de energietransitie te combineren met andere wijkopgaven, zoals: 1. 2. 3. 4. 5.
Klimaatadaptatie Leefbaarheid openbare ruimte Werkgelegenheid Armoede Sociale cohesie en (sociale) veiligheid.
Het is te verwachten dat dat een sterke positieve invloed op het draagvlak zal hebben. Mensen hebben een sterke behoefte aan stabiliteit en veiligheid. Overhaaste beleidsbesluiten, zoals de transities, en het verheffen van wantrouwen tot regeringsbeleid hebben die stabiliteit en veiligheid drastisch aangetast. De wijkplatforms zijn een aanzet om wijkgericht tot een bredere aanpak en daardoor tot herstel van vertrouwen te komen. Maar het beleid voor de wijkplatforms is eenzijdig op de nieuwe Omgevingswet gebaseerd. Dat is te beperkt, dat kan anders, dat kan beter. De minister constateert dat er bij de portefeuille van 46 proeftuinen te weinig is ingezet op 1. Warmtenet op basis van lagere temperaturen 2. Het aanpakken van woningisolatie, al dan niet gecombineerd met een hybride warmtepomp. Juist die 2 opties ontbreken in de Warmtevisie I. Het is niet passend dat de gemeente Utrecht isolatiemaatregelen als argument voor het aanleggen van warmtenetten gebruikt. Juist en vooral is doelmatige isolatie in combinatie met een warmtepomp voor veel huiseigenaren een serieuze optie. De gemeente Utrecht negeert dat op basis van een aantal theoretische berekeningen. Er zijn andere, landelijke berekeningen, die de visie van Utrecht weerleggen.
Het vastleggen van oplossingen voor wijken aan de hand van de WAT kaarten zal leiden tot een self fullfilling prophecy die het draagvlak onder de Utrechtse bewoners ernstig aan zal tasten. De gemeente en de bewoners komen recht tegenover elkaar te staan, wat zeer onwenselijk is.
Met de WAT kaarten legt Utrecht een zeer onzekere, zeer onduidelijke uitkomst van nieuwe technieken, bronnen en processen vast, op één oplossing: ‘warmtenetten’. Aan de hand van de eigen woning laat ik zien hoe nieuwe CV technieken, nieuwe bouw (isolatie) eisen, houtjes touwtjes isolatie en kierdichting in eigen beheer in de loop van 44 jaar tot een belangrijke reductie van de warmtebehoefte van onze woning hebben geleid. Het is slechts een tussenstand. Er komen nog veel nieuwe technieken en processen op ons af die tot een verdere vraagreductie zullen leiden.
De warmtevraag van onze woning in Tuindorp Wij houden sinds 1977 het gasverbruik van onze woning bij. Bij het betrekken van de woning bedroeg het verwarmde oppervlak 105 m². Dat is nu 152. In deze periode is het gasverbruik per m² vloeroppervlak met 67,4% gedaald. In 2020/21 daalt het verbruik verder en komt de daling, ondanks de koude, uit op 70% De woning is nog steeds niet optimaal geïsoleerd. De warmtevraag van recent gerenoveerde woningen in Tuindorp is ca. 55% lager dan het onze. 600 tot 800 m3 bio- of waterstofgas volstaat straks De warmtevraag is dan dusdanig laag dat deze in combinatie met een hybride warmtepomp, c.q. PVT panelen zeer goed is op te lossen. Het raadsvoorstel ontkent dat. De modellen die de gemeente heeft gebruikt ontkennen dat. Dat maakt het noodzakelijk dat die modellen aan de werkelijkheid van volledig gerenoveerde woningen worden getoetst. Tuindorp is ingekleurd als een rode wijk terwijl bewoners al hebben laten zien dat dat niet zo is. De WAT kaarten zijn een theoretische exercitie die niet is gebaseerd op dat wat de bewoners zelf met hun woningen doen. Gemiddelden voor een 8 jaarsperiode (gebroken jaar) gasverbrui Graaddage Gasverbrui k n k per m3 Gewogen graaddag 19771985 19972005 20132020
gasverbruik per m²/jaar
3923
3450
1,14
37,4
100,0%
100,0%
100,0%
100,0%
2948
2842
1,04
20,9
75,2%
82,4%
91,0%
55,8%
1851*
2552
0,66
12,2
47,2%
74,0%
58,1%
32,6%
*Gasverbruik 2019/20 1480 m3 en verwachting 2020/21 1700 m3.