Bijdrage 1-deelnemer G-RIB Transitievisie Warmte-reactie op Raadsvoorstel Transitie Warmte deel I.docx
Tekst van het document
Raadsvoorstel Transitie Warmte deel I Samenvatting Het raadsvoorstel is slechts een klein onderdeel binnen de totale complexe besluitvorming, de complexheid van nog te ontwikkelen technieken en de zeer grote onzekerheid over voldoende aanbod van warmtebronnen in Utrecht. Waar de regering van gemeenten businesscases verwacht, zijn de onzekerheden, zelfs op redelijk overzienbare termijn, zo groot dat het niet verantwoord is nu al een businesscase in de vorm van warmtenetten vast te stellen. Het raadsvoorstel lijkt een kleine stap, maar in combinatie met de standpunten die de gemeenten in het PAW innemen, is het een stap met zeer grote consequenties. Daarin stellen de gemeenten, nu al terwijl we nauwelijks onderweg zijn, de eis aan het rijk om hen de bevoegdheid te geven om bewoners te verplichten om de woning aan te sluiten op een warmtenet. In haar brief van 12 april j.l. aan de 2e kamer geeft van de minister van Binnenlandse Zaken een overzicht van de voortgang Programma Aardgasvrije Wijken. In de bijlage voortgang Programma Aardgasvrije Wijken ga ik op de inhoud daarvan in. Gelet op de landelijke wens van de gemeenten om burgers een aansluitplicht voor warmtenetten op te leggen, mag uw Raad de WAT kaarten, waarin deze warmtenetten als dominante maatregel zijn opgenomen, niet goedkeuren. Er is een nieuw raadsvoorstel nodig.
In het huidige heeft het college spoor 3 van het klimaatakkoord uitgewerkt. Dat akkoord kent echter ook een spoor 1. De individuele aanpak gericht op huishoudens en bedrijven. Utrecht kent veel bewonersgroepen die bezig zijn om in hun buurt of wijk de mogelijkheden en het draagvlak daarvoor te onderzoeken. Het vaststellen van de WAT kaarten creëert een frame dat op de lange termijn tot een ernstige beperking voor oplossingen zoals isolatie in combinatie met een hybride warmtepomp leidt. Door het frame van de warmtenetten zal ook het draagvlak voor de warmtetransitie onder bewoners sterk worden beperkt. De klimaatuitdaging leidt wereldwijd tot een boost aan nieuw onderzoek, aan onderzoek naar het opschalen van technieken, en naar het ontwikkelingen van innovatieve ideeën plaats. Wat dat ons zal gaan brengen is onzeker. Maar wel zeker is dat er nieuwe en verbeterde oplossingen komen die nu niet te voorzien zijn, en niet in de gebruikte modellen zijn meegenomen. De uitkomst van de modelberekeningen geeft een valse vorm van zekerheid. Beslispunt 1a, het accorderen van de WAT kaarten sluit die nieuwe en verbeterde oplossingen uit van toepassing in Utrecht. Daarmee gooien we de deur dicht. Dat gaat grote invloed hebben op de motivatie van bewonersgroepen die bottom up bezig zijn oplossingen voor hun buurt of wijk te ontwikkelen.
Vooral daardoor tast het huidige voorstel tast het ontwikkelen van het draagvlak aan. Beslispunt 1b betreft de uitrol van de warmtenetten zoals geformuleerd in beslispunt 1a. De toetsen betaalbaarheid, robuustheid, overlast en gedoe voor burgers zien niet op nieuwe en verbeterde oplossingen dan warmtenetten. Burgers en bedrijven kunnen hoog of laag springen, naar voordelen van andere oplossingen zal niet worden gekeken. Vervolgens is beslispunt 1c een verdere bevestiging dat de inzet een collectief warmtenet is. De zinsnede: ‘of initiatief uit de maatschappij’, is een loze toevoeging. Individuele oplossingen en keuzes zijn vrijwel uitgesloten. In afwachting van een breder ingestoken en geformuleerd voorstel is het niet wenselijk dat u instemt met Warmtevisie I.
De argumenten in het raadsvoorstel Argument 1.2 De CO² reductie staat en valt met het verminderen van de warmtevraag, dus met het isoleren van gebouwen. Energie besparen is het 1e spoor dat in de context, is genoemd, naast het verduurzamen van bronnen en het aanpassen van de infrastructuur. Het reduceren van de warmtevraag is voor alle oplossingen een essentiële voorwaarde. Dit argument gebruiken in een voorstel voor hoofdzakelijk warmtenetten in wijken met veel eigenaar/bewoning is niet behoorlijk. Isoleren is een zeer belangrijk zelfstandig spoor waar het beleid van Utrecht tot op heden alleen passief aandacht aan besteed.
Argument 1.1 en 1.3 Argument 1.1, het realiseren van de meest minimale maatschappelijke kosten, is in strijd met diverse beleidsnota’s en adviezen die op rijks niveau zijn uitgebracht. Alle praktijkervaringen met de aanleg van warmtenetten laten zien dat de complexiteit en de kosten vaan de aanleg van warmtenetten ernstig worden onderschat. De werkelijkheid is dat er nog geen enkel scenario bestaat dat voldoende betrouwbaar is om daar langdurig beleid op te baseren. In de 1e zin van de context staat dat: ‘In het klimaatakkoord is afgesproken dat de warmtevoorziening in Nederland in 2050 volledig CO² vrij is. Gevolg daarvan is dat we in 2050 geen aardgas meer gebruiken in onze gebouwen’. Dat is in strijd met de visie van het kabinet: ‘De rol van aardgas zal de komende dertig jaar kleiner worden, en kan ook in een CO2-vrij energiesysteem in 2050 nog een rol spelen als de CO2 wordt afgevangen. Zowel in transport (LNG) als in gebouwen en in de industrie is er voorlopig nog zo veel gas nodig dat het kabinet het wegvallen van het Groningen-veld als bron wil compenseren met aardgas uit kleine velden in eigen land en op zee. De overheid overweegt extra investeringsaftrek voor exploitanten, zodat zij gas uit kleine velden kunnen blijven winnen.’ De kern van het klimaatakkoord is dat energieopwekking klimaatneutraal, CO² neutraal plaats vindt.
Dat betekent dat energie coöperaties van bewoners en bedrijven voor oplossingen kunnen kiezen die 80-90% van de energiebehoefte dekken en voor de rest compensatiemaatregelen nemen. Dat zal tot een veel grotere toepassing van niet collectieve warmtenetten leiden. Dat vergt een andere visie op de energieinfrastructuur dan in argument 1.3 is verwoord.
Argument 1.4 Argument 1.4 in het kort samengevat: ‘We beginnen daar waar dat het goedkoopst en het makkelijkst is en dus het meest voor de hand liggend is’. Dat geldt echter voor alle technieken en oplossingen. Niet alleen, juist zelfs niet, voor warmtenetten. Het meest voor de hand liggende moment om te investeren in energiebesparing in een woning, is het moment van de wisseling van bewoners. Bij koopwoningen gaan de nieuwe bewoners vaak over tot ingrijpende veranderingen en renovatie. Dat is hét natuurlijke moment om als gemeente te stimuleren/te garanderen dat de nieuwe eigenaren de beste beschikbare CO² reductietechnieken inzetten. Jaarlijks wisselen 4.839 bestaande Utrechtse woningen van eigenaar. Dat is 6,8% van het woningenbestand. In 2050 zijn alle bestaande Utrechtse koopwoningen twee maal verkocht. Dat zijn meer dan 140.000 kansen om alle mogelijke CO² reductiemaatregelen te nemen. De gemeente Utrecht laat die kansen liggen. Ook voor beleggers van huurwoningen zijn er legio mogelijkheden. Afhankelijk van de bereikte resultaten mogen zij de huurprijs verhogen met een energieprestatievergoeding. Grote beleggers maken er dankbaar gebruik van. Utrecht kan de kleine beleggers stimuleren meer te gaan doen. De grootste bottleneck voor individuele eigenaren en beleggers is de tijd die het kost om tot de juiste
beslissingen te komen en de juiste maatregelen te nemen. Reik als gemeente de bewoners actief de kennis daarvoor aan. Doe dat in samenwerking met kleine aannemers en installatiebedrijven. Zorg dat zij er belang bij hebben om de doelen van de gemeente uit te dragen aan eigenaren/bewoners. Zorg er als gemeente voor dat die woningtransitiekennis betaalbaar en pro actief toegankelijk is. Zie ook de bijlage Stappenplan voor een CO² vrije straat, buurt, wijk. Bewoners en bedrijven zitten niet stil. De instrumenten die de rijksoverheid inzet, hebben effect. De terugverdientijd van zonnepanelen is dermate gunstig dat het zelf opwekken van stroom sterk stijgt. Wie zonnepanelen plaatst, wie kieren dicht en wie de muren isoleert verdient lachend geld. Draag dat aan bewoners uit. Binnen no time liggen hun maandelijkse energiekosten rond de € 100. Utrecht, 12 april 2021 dhr G. Bijlagen:
* Voortgang Programma Aardgasvrije Wijken, notitie voor de RIA * Brief minister Ollengren aan de 2e kamer van 12 april 2021 * Eenvoudig stappenplan voor ondersteuning van eigenaren/bewoners en kleine beleggers * Gemeenten willen regels tegen gasklever ( ps het woord gasklever wordt een geuzennaam, die staat voor bewoners die zelf hun verantwoordelijkheid nemen en investeren in CO² reductie, maar dat terzijde)