CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1_Toelichting.pdf

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 10 februari 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan, Chw. Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 149.057 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

35

prettige fietspaden, los van de autodrukte. Aantrekkelijk openbaar vervoer voor de langere afstanden Naast de voetganger en de fietser is het openbaar vervoer belangrijk. De bus en tram leggen snelle verbindingen met de binnenstad, Utrecht Sciencepark, Leidsche Rijn Centrum, wijken, de regio en de rest van Nederland. Hierdoor wordt het openbaar vervoer een betere keuze. Auto's langs de juiste routes In de binnenstad, Leidsche Rijn Centrum, Utrecht Science Park is de auto te gast, met 30 km per uur als standaard maximumsnelheid. Stedelijke verbindingswegen verbinden de wijken met de RING. Waar het kan, krijgen wegen een stadsboulevard: veilig en goed oversteken en meer groen. Een aantrekkelijke plek voor bewoners, 50 km per uur geldt als snelheidslimiet. De gemeente wil automobilisten, die niet uit de stad komen of naar de stad gaan, zoveel mogelijk laten rijden via de ring. Hierdoor ontstaat er ruimte voor automobilisten die in stad moeten zijn. De beleidslijn uit de nota Stallen en Parkeren sluit aan bij de beleidslijn van dit Mobiliteitsplan. In dit Mobiliteitsplan is daarom geen nieuw beleid ten aanzien van het stallen van fietsen opgenomen. De Europalaan Noord is onderdeel van het stelsel van stedelijke verbindingswegen zoals benoemd in SRSRSB.

Er zijn drie verschillende typen stedelijke verbindingswegen, namelijk: de stedelijke invalsroutes tussen snelweg en stedelijke verdeelring, de stedelijke verdeelring de stedelijke verbindingsweg tussen centrumgebieden en verdeelring De Europalaan Noord is type 3, de stedelijke verbindingsweg en verbindt het centrum met de stedelijke verdeelring. Zoals in deze beleidsnota staat, kenmerken deze schakels zich door: goede oversteekbaarheid goede trottoirs en fietspaden de wegcapaciteit is afgestemd op bestemmingsverkeer dynamisch verkeersmanagement wordt toegepast als ondersteunende maatregel waar nodig In het Mobiliteitsplan 2040 zijn verschillende ingrepen in het netwerk, onder andere in Zuidwest en rekening houdend met het mogelijk effect van de ontwikkeling van de verschillende deelgebied van de Merwedekanaalzone, doorgerekend op het verkeerskundig effect (zie hieronder). Conclusie Het plangebied wordt ingericht volgens het mobiliteitsplan 'Slimme routes, slim regelen, slim bestemmen'. 2.4.2.7.3 Mobiliteitsplan 2040 Het Mobiliteitsplan (juli 2021) is een actualisering van het mobiliteitsplan Slimme Routes, Slim Regelen, Slim bestemmen (2016). Het beschrijft hoe we de grote groei tot aan 2040 gaan opvangen en kent een nauwe samenhang met de Ruimtelijke Strategie Utrecht, waarin beschreven staat hoe en waar de stad zich ontwikkelt.

Om onze groeiende stad gezond en bereikbaar te houden, geven we daarom voorrang aan schone manieren van vervoer die zo min mogelijk ruimte innemen. Lopen, fietsen en openbaar vervoer dus. Zo maken we de lucht schoner en jouw straat rustiger en veiliger. Gelukkig is de afgelopen jaren al te zien dat de inzet op actieve en schone vormen van mobiliteit succesvol is: het gebruik van fiets en OV in de stad groeit ten opzichte van het autogebruik. Met dit geactualiseerde mobiliteitsplan waarbij de horizon is verlegd van 2025 naar 2040 zetten we vol in op het doorzetten van deze positieve ontwikkeling. We werken hier stap voor stap aan. Utrecht houdt vast aan de keuze om woningen, werkgelegenheid en voorzieningen te realiseren in de bestaande stad, met veel aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving en het bieden van een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Vrijwel elke wijk heeft een centrum waar sprake is van een mix van wonen, werken en andere functies. Hiermee bieden we mensen meer voorzieningen binnen hun bereik. We willen de groei van de mobiliteit opvangen met lopen, fietsen, OV en deelmobiliteit. Dit zijn gezonde en ruimte-efficiënte vervoerwijzen. We kiezen voor meer ruimte voor groen, spelen en verblijven door verkeers- en parkeerruimte anders in te richten. Zo zorgen we voor relatief minder (hinder van) verkeer en een betere bereikbaarheid.

Alle bestemmingen zijn per auto bereikbaar, maar niet altijd via de kortste of snelste route. Utrecht wil een inclusieve stad zijn. We werken aan het wegnemen van zowel fysieke als niet-fysieke barrières en belemmeringen. Zo kun je voorzieningen zoals supermarkten en scholen goed te voet bereiken en zijn er maatwerkoplossingen voor bijvoorbeeld mensen met een fysieke of andere beperking. Voor inwoners voor wie er geen geschikt alternatief voor de auto is, blijft het gebruik ervan mogelijk. 3 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)

Utrecht

Om de groeiende stad gezond, aantrekkelijk en bereikbaar te houden, moeten we keuzes maken. We gaan voor ‘de Utrechtse mobiliteitsaanpak’; 5 stappen die samenhangen, maar niet verplicht in deze volgorde. We zetten ze tegelijkertijd in om gezond stedelijk leven voor iedereen mogelijk te maken. Dit mobiliteitsplan 2040 verduidelijkt deze stappen en is het uitgangspunt voor projecten en programma’s. We houden goed in de gaten hoe de mobiliteit ontwikkelt in de stad en wat de effectiviteit is van de genomen maatregelen zodat we tussentijds kunnen bijsturen.

Utrechtse mobiliteitsaanpak in 5 stappen Utrecht wil twee nieuwe tramlijnen aanleggen als onderdeel van een grootstedelijk OV-netwerk dat de stad prettig, gezond en leefbaar moet houden voor iedereen. De Waterlinielijn loopt van Westraven/A12 in het zuiden van de stad, via het nieuwe intercitystation Lunetten-Koningsweg en Utrecht Science Park naar Zeist. De Merwedelijn loopt van Utrecht Centraal via de Merwedekanaalzone naar Nieuwegein en IJsselstein, met halverwege een vertakking naar Papendorp. Belangrijke verandering in het nieuwe mobiliteitsplan is de uitwerking van het concept ‘wiel met spaken’ als ruggengraat van het OV-netwerk. De twee nieuwe tramlijnen maken hier onderdeel van uit. Nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen komen vooral langs bestaande en nog te bouwen knooppunten in het OV-netwerk, zodat er minder gereisd hoeft te worden. Een netwerk van aantrekkelijke P+R-locaties in de regio moet ervoor zorgen dat reizigers gemakkelijk kunnen overstappen op openbaar vervoer, (deel)fiets of ander deelvervoer. De basis van het mobiliteitsplan uit 2016 blijft overeind. Wel voegen we onderdelen toe, verleggen we accenten, of zetten we keuzes steviger aan. De belangrijkste zijn: • Netwerk op orde voor het OV: in het mobiliteitsplan is het concept Wiel met Spaken als ruggengraat van het OV-netwerk verder uitgewerkt. O.a.

door het concretiseren van spaak- en wielverbindingen en OV-knooppunten en aan te geven op welke verbindingen een tram waarschijnlijk nodig is. • Netwerk op orde voor de fiets: we zetten in grotere mate in op het spreiden van het fietsverkeer over veilige en aantrekkelijke hoofdfietsroutes voor de omvangrijke stromen fietsers, vooral om het centrum heen en meer naar OV-knooppunten aan het Wiel. Daarnaast zorgen we voor rustige routes geschikt voor alle doelgroepen. • Netwerk op orde voor de multimodale reis: we faciliteren de multimodale reis door het realiseren van een netwerk van aantrekkelijke P+R-locaties in de regio waar je gemakkelijk kunt overstappen op OV, (deel)fiets en andere vormen van deelvervoer. • Anders reizen: thuiswerken en reizen buiten de spits willen we in grotere mate stimuleren. Zo creëren we ruimte voor nieuwe inwoners en werknemers. We benutten de kansen die zich nu voordoen door veranderde inzichten over de potentie van thuiswerken in verband met het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)

37

coronavirus. • Slim parkeren: We faciliteren initiatieven van bewoners voor herinrichting van woonstraten waarbij parkeerplaatsen worden getransformeerd naar ruimte voor spelen, stallen van fietsen, groen en verblijven. Parkeren gebeurt steeds minder bij de bestemming en meer buiten de wijk. Een deel van de bezoekers kan gemakkelijk parkeren bij een ‘P+R 2.0’ buiten de snelwegring. • Slim sturen: In de A-zones (gebieden waar verkeersruimte schaars is en verblijfskwaliteit van het grootste belang is) maken we meer ruimte voor verblijf. Voetgangers en fietsers krijgen hier prioriteit en doorgaand autoverkeer wordt geweerd, te weten op de plekken Catharijnesingel, Ledig Erf en Utrecht Science Park. 2.4.2.7.4 Parkeervisie In de Parkeervisie Fiets- en autoparkeren in een groeiend Utrecht (vastgesteld 25 november 2021), die tegelijkertijd met dit geactualiseerde mobiliteitsplan is uitgewerkt, wordt vastgelegd op welke manier het parkeerbeleid in Utrecht bijdraagt aan een gezonde en leefbare stad, die voor alle doelgroepen bereikbaar en toegankelijk is. Om de bereikbaarheid van de stad te waarborgen, zetten we in op een beperkte toevoeging van autoparkeerplaatsen bij bouwontwikkelingen, en stimuleren we alternatieven zoals deelmobiliteit en de multimodale reis.

We zetten in op efficiënter gebruik van parkeercapaciteit en verplaatsen autoparkeren zo veel mogelijk van straat naar parkeergarages of voorzieningen aan de rand van de stad. Hiermee creëren we in de openbare ruimte plek voor andere functies. Op locaties waar overlast ontstaat door geparkeerde auto's, of de bereikbaarheid van de stad in het geding komt, voeren we betaald parkeren in. We maken elektrisch rijden en deelmobiliteit aantrekkelijk, door laden te faciliteren en meer ruimte te bieden aan deelmobiliteit. Bij alle maatregelen houden we in het vizier dat de stad bereikbaar moet blijven voor doelgroepen die afhankelijk zijn van een auto, zoals mensen met een beperking. Waar nodig treffen we hiervoor extra voorzieningen. 2.4.2.7.5 Conclusie De ontwikkeling van het plangebied sluit aan bij het Mobiliteitsplan 2040. Zie verder de planbeschrijving in hoofdstuk 4 en paragraaf 5.4. 2.4.2.8

Gezond stedelijk leven

2.4.2.8.1 Nota Gezondheid voor iedereen – Volksgezondheidsbeleid Utrecht 2019-2022 Op 17 oktober 2019 heeft de gemeenteraad de Nota Gezondheid voor iedereen-Volksgezondheidsbeleid Utrecht 2019-2022 vastgesteld. De ambitie van de nota is dat mensen op een prettige, gezonde manier in de groeiende stad Utrecht kunnen wonen, werken en leven. Met de nota worden kansen benut door gezondheid te koppelen aan gebiedsontwikkeling, duurzaamheid, mobiliteit en sociale- en economische ontwikkelingen. De speerpunten voor de beleidsperiode die extra gezondheidswinst helpen te realiseren zijn: gezonde leefomgeving, gezond en veilig opgroeien, gezond gedrag, gezond rondkomen, gezond werkgeverschap, psychische gezondheid en gezond ouder worden. Binnenstedelijke verdichting brengt gezonde kwaliteiten met zich mee zoals het behoud van groen om de stad en autoluwe wijken die actieve mobiliteit en ontmoeting stimuleren en daarmee bijdragen aan gezondheid. Daarnaast biedt het mogelijkheden voor gemengd wonen en het vergroten van het aandeel sociale en midden huur in de stad. Er ontstaat, met name rond drukke wegen, echter ook een dilemma tussen gezonde lucht en minimale geluidsbelasting enerzijds en verdichting anderzijds.

Voor groepen mensen die extra gevoelig zijn voor luchtverontreiniging (ouderen, mensen met een zwakke gezondheid en kinderen van 0-18 jaar) wordt bij het bestemmen van nieuwbouw van voorzieningen (scholen, kinderopvang en woon(zorg)voorzieningen) bij drukke binnenstedelijke wegen (>10.000 mvt/etm) een minimale afstand van 50 meter en bij autosnelwegen een minimale afstand van 300 meter aangehouden. De markt wordt uitgedaagd om bij nieuwe gebiedsontwikkelingen aan drukke binnenstedelijke wegen, waarover nog geen bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, met (innovatieve) maatregelen te komen die de gezondheidseffecten door luchtverontreiniging en geluidbelasting minimaliseren met behoud van een goed binnenmilieu en een prettige woon-en verblijfskwaliteit. Voor bestaande voorzieningen die renovatie, aanbouw of vervangende nieuwbouw nodig hebben, al dan niet met een bestemmingsplanwijziging, wordt in goed overleg met de vertegenwoordigers van de voorziening onderzocht of een alternatieve locatie ruimtelijk en binnen de financiële kaders mogelijk is. Ook wordt onderzocht of er reguliere maatregelen te treffen zijn om het binnenmilieu te verbeteren. Bij tijdelijke schoolgebouwen en noodlokalen wordt er ook naar gestreefd om aan het afstandscriterium te voldoen. Als dit niet mogelijk is, wordt naar een zo kort mogelijke overbruggingsperiode gestreefd.

In een verdichtende 3 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)

Utrecht

stad zijn stille plekken schaars, wij beschermen daarom deze plekken. Ook staan we geen horecavoorzieningen toe in stille hofjes en rustige woonstraten om zo geluidsoverlast te beperken. Bij bouwplannen moeten alle soorten woningen (sociale huur, midden huur, koopwoningen etc.) in het plan een vergelijkbare lucht- en geluidskwaliteit hebben. Concreet vertaalt zich dit - voor wat betreft geluid - in een lokale ambitiewaarde van 63 dB voor nieuwe situaties langs wegen en spoorwegen (dit is 5 dB lager dan de wettelijke grenswaarde). Daarnaast worden er passende maatregelen genomen om de gevolgen van klimaatverandering zoals hittestress te beperken door bijvoorbeeld groene daken en gevels te realiseren en door bij de ruimtelijke inrichting voor meer plekken voor verkoeling te zorgen. Wij hanteren hierbij voor de openbare ruimte het principe 'groen tenzij'. Daarnaast is er ook ruimte voor biodiversiteit, dit versterkt de natuurbeleving en daarmee indirect de gezondheid. Voor een gezonde leefomgeving is het belangrijk dat kinderen zich in de omgeving van hun huis veilig en vrij kunnen bewegen, ontdekken, ontmoeten, spelen en sporten. Utrecht wil een aantrekkelijke omgeving bieden voor alle leeftijdsgroepen (0-6 jaar, 6-12 jaar en 12-18 jaar). Het gemeentelijk speelbeleid hanteert een Utrechtse Speelnorm.

Deze bestaat uit eisen aan formele en informele ruimte voor sport en spel voor kinderen en jongeren. Voor formele speelplekken geldt als ruimtereservering de 'Jantje Betonnorm' als de minimumnorm voor speelruimte. Dit betekent dat ten minste 3% van het plangebied wordt bestemd voor speel- en sportvoorzieningen. Dat kunnen speelvelden zijn, of plekken zijn waar kinderen bij elkaar komen. De Utrechtse Norm bestaat daarnaast uit kwaliteitsrichtlijnen ten aanzien van o.a. speeldruk, loopafstand (spreiding) en inrichting. Daarnaast bestaan aparte kaders voor informele speelruimte. In bestaande wijken blijft de ruimte om te spelen in ieder geval gelijk. Als het kan, breiden we dit uit. Bij spelen oefenen kinderen hun spieren, leren vallen en opstaan en krijgen vitamine D binnen. Dat is nodig voor sterke botten. Bewegen helpt ook tegen dik zijn. De inrichting van de speelruimte is belangrijk. Natuurlijke speelplekken moedigen kinderen aan om op verschillende manieren en creatief te spelen. Het is goed voor de ontwikkeling van de motoriek. We letten ook op de inrichting van de omgeving van speelplekken. Die moet kindvriendelijk zijn. Zo kunnen kinderen al jong zelf en veilig naar speelplekken, school of sportverenigingen toe. Conclusie Bij de transformatie van de Merwedekanaalzone wordt op alle mogelijke wijzen gestreefd naar het creëren van een gezonde leefomgeving.

De inrichting van dit stukje stad wordt daarmee één van de pronkjuwelen voor gezonde verstedelijking in Utrecht. Het aspect volksgezondheidsbeleid vormt daarom geen belemmering voor deze ontwikkeling. De inrichting van het openbaar gebied is autoluw en vindt plaats volgens het principe "groen tenzij", er wordt een nieuw park langs het Merwedekanaal aangelegd dat onderdeel uit maakt van het rondje stadseiland. Er worden aantrekkelijke langzaamverkeersverbindingen met aanliggende wijken gemaakt en de voorzieningen liggen zoveel mogelijk op loop en fietsafstand van de woningen. De inrichting van dit stukje stad nodigt daardoor uit om te gaan wandelen en fietsen. In het plangebied wordt in het Merwedepark en op de verschillende pleinen in het gebied voorzien in formele speel en sportplekken. Dit is verder uitgewerkt in het FO IP (zie bijlage). In de regels is geborgd dat binnen 50 meter vanaf de Europalaan en de Wilhelminalaan geen gevoelige functies worden gerealiseerd. In hoofdstuk 5 is verder ingegaan op het aspect luchtkwaliteit. Langs de Europalaan wordt een beperkt aantal woningen gebouwd die niet aansluiten bij nota Volksgezondheid, Geluidnota en de Omgevingsvisie deel 2. Dit gaat om de eis van een geluidluwe zijde voor kleine woningen langs de Europalaan. Voor eenzijdig georiënteerde woningen is deze eis niet altijd haalbaar.

Onderzocht wordt op welke wijze er voor deze woningen compenserende maatregelen mogelijk zijn om toch een prettig woon- en leefklimaat te garanderen. In hoofdstuk 5 wordt verder ingegaan op de geluidsituatie in het plangebied. 2.4.2.8.2 Geluidnota Utrecht 2014-2018 (2014) De Geluidnota Utrecht 2014-2018 is op 11 februari 2014 vastgesteld. Dit beleid gaat over het beperken en minimaliseren van geluidhinder bij ruimtelijke ontwikkelingen in Utrecht. De Geluidnota heeft betrekking op weg-, rail- en industrielawaai. Hiervoor is landelijke wet- en regelgeving van toepassing. Daarbinnen is echter ook ruimte voor gemeentelijke beleidsvrijheden. In de Geluidnota wordt aangegeven hoe hier mee wordt omgegaan. De belangrijkste regels uit de Geluidnota zijn: nieuw te bestemmen woningen beschikken over een geluidsluwe gevel, een rustige buitenruimte en een akoestisch goede woningindeling; behoud van goed akoestisch woon- en leefklimaat in rustige woonwijken bij bestemmen van nieuwe woningen en bedrijven in elkaars nabijheid. bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)

39

Ook onderwerpen, die meer algemeen onder het begrip "een goede ruimtelijke ordening" vallen, worden in de Geluidnota beschreven. Conclusie In hoofdstuk 5 is ingegaan op de geluidssituatie in het plangebied. 2.4.2.8.3 Nota externe veiligheid (2007) De Nota externe veiligheid, welke in 2007 is vastgesteld, gaat in op het beleid van de gemeente Utrecht voor de beheersing van risico's als gevolg van het werken met gevaarlijke stoffen in inrichtingen (bedrijf, productielocatie of kantoor) en het vervoer van gevaarlijke stoffen. De genoemde risico's zijn veiligheidsrisico's voor mensen die zich in de buurt van de inrichting of het transport bevinden. De beleidskeuzes hebben betrekking op nieuwe situaties, waarin een risicobron zich vestigt of uitbreidt of een risico-ontvanger, zoals een woning, planologisch mogelijk wordt gemaakt. De randvoorwaarden en regels zijn vertaald in afstandseisen tussen risicobronnen (bedrijven, transportroutes (weg, spoorweg, vaarweg) of buisleidingen) en omgevingsobjecten. De gemeente Utrecht kiest ervoor om geen zwaardere veiligheidseisen op te leggen dan die vermeld staan in de risiconormering van de rijksoverheid. In sommige gevallen biedt de Rijksregelgeving ruimte tot afwijken van de normering. In de Nota spreekt de gemeente zich uit om terughoudend om te gaan met de mogelijkheid tot afwijken.

Conclusie In het plangebied moet rekening worden gehouden met het transport van gevaarlijke stoffen over de A12 en er is een tankstation met LPG, en een vulpunt voor LPG aanwezig. Voor het onderzoek met betrekking tot externe veiligheid verwijzen we naar paragraaf 5.7. 2.4.2.8.4 Actieplan luchtkwaliteit Utrecht 'Lucht voor ambitie' Sinds 2017 wordt overal in Utrecht voldaan aan de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft in 2005 advieswaarden opgesteld voor gezonde lucht. Deze WHO-advieswaarden zijn bedoeld om de gezondheid te beschermen. Deze zijn voor fijnstof strenger dan de grenswaarden van de EU. De WHO stelt zelfs dat er géén veilige concentratie is aan te geven voor fijnstof; op grond van haalbaarheid heeft zij daarom een gezondheids-kundige advieswaarde vastgesteld voor PM10 en PM2,5. Stof NO2 (stikstofdioxide)

Grenswaarde EU 40 µg/m³

WHO-advieswaarden 2005 40 µg/m³

Toetsingsperiode Jaargemiddelde

PM10 (fijnstof)

40 µg/m³

20 µg/m³

Jaargemiddelde

PM2,5 (fijnstof)

25 µg/m³

10 µg/m³

Jaargemiddelde

WHO-advieswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5 In 2015 heeft de gemeente Utrecht een motie aangenomen waarin de gemeente zich als doel stelt om in de toekomst (2030) naast de wettelijke grenswaarden ook te voldoen aan de WHO advieswaarden uit 2005 voor fijnstof. Deze advieswaarden (WHO 2005) zijn strenger dan de wettelijke grenswaarden voor PM10 (20 µg/m³) en voor PM2,5 (10 µg/m³). Deze motie is uitgewerkt in het Raadsbesluit 'Utrecht kiest voor gezonde lucht - luchtkwaliteitsbeleid en uitvoeringsprogramma' van december 2020, waarin is vastgelegd om toe te werken naar de WHO-advieswaarden-2005, die expliciet zijn benoemd in de samenvatting bij het Raadsbesluit. Op 22 september 2021 heeft de WHO overigens nieuwe advieswaarden voor fijnstof en stikstofdioxide opgesteld, die (beduidend) lager liggen dan de WHO-advieswaarden uit 2005. Ook neemt de gemeente Utrecht deel aan het Schone Lucht Akkoord, waarin rijksoverheid, provincies en gemeenten samenwerken aan maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit. Conclusie In paragraaf 5.9 is ingegaan op de luchtkwaliteit in het plangebied.

4 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)

Utrecht

2.4.2.8.5 Utrecht: energiek middelpunt van het land, Energieplan Utrecht en duiding van het college bij het Energieplan (2016) en de Utrechtse Energieagenda's 2016 - 2019 De gemeenteraad heeft op 14 januari 2016 het Energieplan besproken en het document Duiding van het College bij het Energieplan vastgesteld. Deze documenten geven samen richting aan het energiebeleid in Utrecht voor de komende jaren. Het Energieplan is door 165 Utrechters opgesteld en hierbij stond de volgende vraag centraal: realiseer een klimaatneutraal Utrecht. Aan de hand van de onderwerpen wonen, werken, vervoer en centrale energievoorziening in Utrecht zijn, om dit te bereiken, te nemen maatregelen geformuleerd. Bewustwording via het verbeteren van informatievoorziening is hierbij belangrijk en de gemeente heeft een grote en pro-actieve rol bij de overgang naar duurzame energie. In het najaar van 2015 zijn de Utrechtse Energieagenda's verschenen, welke een vervolg zijn op het Energieplan en de duiding daarop van het college. Hierin worden de concrete gemeentelijke werkzaamheden gepresenteerd en de inzet van middelen welke leiden tot een klimaatneutraal Utrecht richting 2030.

Om deze ambitie te bereiken zijn de volgende ambitieuze doelstellingen voor 2020 geformuleerd: 30% C O2-reductie ten opzichte van 2010; 20% van het totale energieverbruik wordt duurzaam opgewekt; 10% van de daken zijn voorzien van zonnepanelen. Met het coalitieakkoord 'Utrecht: Ruimte voor iedereen' (2018) zijn voorgaande doelstellingen vervangen. Utrecht wil zo snel mogelijk klimaatneutraal zijn en om hiertoe te komen worden de volgende stappen genomen: de gemeentelijke energie-inkoop is in 2020 volledig verduurzaamd; in 2025 ligt op 20% van de Utrechtse daken zonnepanelen; in 2030 is het Utrechtse systeem van stadsverwarming verduurzaamd; in 2030 zijn minimaal 40.000 bestaande woningen van het gas af; het gemeentelijke vastgoed is in 2040 volledig verduurzaamd. Conclusie De nieuwe woningen en voorzieningen worden aardgasvrij gebouwd. Voor Merwedekanaalzone, is gekozen voor aansluiting op een collectief WKO systeem. De Merwedekanaalzone wil verder een hogere ambitie voor duurzame energie dan de wettelijke normen. Het wettelijk uitgangspunt voor nieuwbouw zijn momenteel de geldende BENG eisen. Groene stroom wordt zoveel mogelijk in het gebied zelf opgewekt met zonnepanelen op de daken. Daarbij moeten we rekening houden met beperkingen zoals installaties op de daken en schaduwwerking van hoogbouw.

Bovendien krijgt een groot aantal daken (50 procent) een groene inrichting en spelen ze een rol in de wateropvang. Alles bij elkaar komt circa 3 hectare zonnepanelen op daken te liggen. Daarmee kan voor 75 procent in de energiebehoefte voor gebouwen worden voorzien. Voor de gehele Merwedekanaalzone is energieneutraal het uitgangspunt. Zie verder de paragraaf 5.17 Klimaat en duurzaamheid. 2.4.2.8.6 Visie op de warmtevoorziening (2017) Op 2 november 2017 heeft de gemeenteraad de Visie op de warmtevoorziening vastgesteld. De CO2-uitstoot in onze stad wordt voor een derde veroorzaakt door het verwarmen van huizen en gebouwen met aardgas (inclusief de stadsverwarming). Ook gebruiken gebouwen op dit moment relatief veel warmte door een lage isolatiegraad en installaties met een laag rendement. Om de doelstelling te behalen om als Utrecht in 2030 klimaatneutraal te zijn, is een omschakeling naar een duurzame warmte- en koudevoorziening nodig. Met het nieuwe coalitieakkoord is de doelstelling opgenomen om zo snel mogelijk klimaatneutraal te zijn en 40.000 bestaande woningen van het gas af te halen. Een duurzame warmtevoorziening kan gerealiseerd worden door de vraag naar warmte te beperken, te stoppen met het gebruik van aardgas en over te stappen op duurzame warmtebronnen.

Dit vraagt om ingrijpende aanpassingen in gebouwen, de energie infrastructuur en door nog meer gebruik te maken van duurzame warmtebronnen. Natuurlijke momenten, op zowel gebouw- als gebiedsniveau, moeten worden benut om de warmtetransitie te versnellen. Een klimaatneutrale warmtevoorziening moet aan de voorwaarden duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar voldoen. In het door het VNG ondertekende Klimaatakkoord is een nieuwe regierol voor de gemeente vastgelegd. Gemeenten moeten voor eind 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) en een Regionale Energiestrategie (RES) opstellen. In de Transitievisie Warmte staat hoe de gemeente een aardgasvrije stad gaat maken en welke planning daarvoor wordt gehanteerd. In de TVW staat wanneer we in welke buurt starten met het aardgasvrij maken van gebouwen en het aanpassen van de energie-infrastructuur. In de RES staat hoe Utrecht en haar regiogemeenten invulling gaan geven aan de landelijke energiedoelstellingen in het Klimaatakkoord voor het verduurzamen van de energiebronnen. In de RES staat hoeveel en waar duurzame elektriciteit (wind en zon) in 2030 wordt bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)

41

opgewekt. Ook staat er in de RES welke duurzame warmtebronnen te gebruiken zijn zodat buurten van het aardgas af kunnen. Beide documenten worden in de Omgevingsvisie verankerd. De landelijke wet- en regelgeving wordt hiervoor de komende tijd aangepast. Conclusie Merwede bestaat voor een groot deel uit woningbouw. Dat betekent dat uit de bodem veel meer warmte voor verwarming wordt betrokken dan koude voor koeling. Dit warmtetekort zal worden aangevuld met duurzame warmte die in voldoende mate aanwezig is in het oppervlaktewater van het Merwedekanaal. Bijkomend voordeel is dat hierdoor het Merwedewater in de zomer afkoelt, wat gunstig is voor het microklimaat en de watercondities in het gebied en de omgeving. Met de inzet van het Merwedekanaal is dit het eerste grote project in de regio dat gebruik maakt van oppervlaktewater als duurzame warmtebron en daarmee een voorbeeld voor vergelijkbare opgaven. In combinatie met warmtewisselaars en warmtepompen in gebouwen heeft Merwede zo een eigen ‘wijkwarmtenet’ dat veel duurzamer is dan de stadswarmte van Utrecht. 2.4.2.9

Bodem, ondergrond en water

2.4.2.9.1 Nota Bodembeheerplan 2017-2027 'Grondig Werken 4' (2017) In 2017 is de Nota Bodembeheer 2017-2027 'Grondig Werken 4' vastgesteld. De Nota bodembeheer 2012–2022 is met de voorliggende Nota bodembeheer 2017-2027 geactualiseerd. Utrecht groeit en er wordt zowel in de stad als aan de randen veel gebouwd. Door deze bouwinitiatieven is de vraag naar bouwgrond in Utrecht groot. Deze bouwgrond wordt momenteel van elders (vaak over lange afstand) aangevoerd. De aanpak in de Nota Bodembeheer 2017 – 2027 zorgt ervoor dat de benodigde grond duurzaam uit de eigen en uit omliggende gemeenten in de regio kan komen, wat bijdraagt aan een gezonde verstedelijking en een circulaire economie. Daarbij is de ambitie om maximaal voordeel te behalen voor mens en milieu, efficiënter te werken (goedkoper, kortere doorlooptijden) en werk met werk te maken. In de Nota bodembeheer staat hoe beschikbare vrijgekomen grond en baggerspecie op en in de landbodem van de gemeente Utrecht mag worden opgeslagen, hergebruikt of toegepast en welke regels en procedures hierbij gelden. De nota is bedoeld voor professionele partijen. De gemeente Utrecht volgt zoveel mogelijk het algemene landelijke beleid zoals dat is opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit. Dit landelijke beleid past echter niet in elke lokale situatie. De wetgever heeft het mogelijk gemaakt om lokaal beleid toe te staan.

In Utrecht speelt, naast de grote vraag naar bouwgrond, mee dat gebiedseigen grond niet altijd kan worden hergebruikt en dat er te weinig hergebruiksmogelijkheden zijn. De lokale gebiedsgerichte invulling sluit aan bij de functie, kwaliteit en ontwikkelingen van een gebied. De nota is hierdoor ingedeeld in: gebiedsspecifiek beleid, ander gemeentelijk beleid en landelijk beleid. Het gebiedsspecifieke beleid bestaat uit: een uitbreiding van het beheergebied en acceptatie van bodemkwaliteitskaarten uit omringende gemeenten; lokale maximale waarden op gebiedsniveau om zo gebruik te maken van de toegestane kwaliteit die past bij de bodemfunctie. Het betreft enkele wijken van Leidsche Rijn en de gemeentelijke hoofdwegen aan de oostzijde van de stad. Met deze lokale maximale waarden sluiten we aan bij de (toekomstige) woonfunctie van de wijken of industriefunctie van de hoofdwegen; lokale maximale waarden voor de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB's) en organochloor bestrijdingsmiddelen (OCB's) binnen bepaalde gebieden. Bij beide stofgroepen is met de lokale maximale waarden aangesloten bij de gebiedseigen kwaliteit; lokale maximale waarden voor het Noorderpark. Aangesloten is bij de gebiedseigen kwaliteit; een strengere eis met betrekking tot het gewichtspercentage bodemvreemd materiaal bij het toepassen van grond.

Ander gemeentelijk beleid bestaat uit: strengere onderzoekseisen bij bodemonderzoek en hergebruik van arseenhoudende veenlagen afkomstig van bodemlagen dieper dan 2 meter; een strengere eis met betrekking tot het volumepercentage bodemvreemd materiaal bij het toepassen van grond; regels voor het toepassen van grond met zichtbare asbestdeeltjes (dit is geen verplichting, maar een advies. De gemeente heeft hierin een voorbeeldfunctie en verplicht zichzelf wel) ; regels voor het toepassen van grond vanuit diepere bodemlagen; tijdelijke uitname van grond bij kabels- en leidingen cunetten (uitgravingen). Verminderde onderzoeksinspanning voor gebieden met een verhoogde kans op bestrijdingsmiddelen. 4 2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)

Utrecht

Landelijk beleid geldt voor alle andere gebieden en stoffen die niet onder het gebied specifiek beleid of ander gemeentelijk beleid vallen. Conclusie Met historisch onderzoek op basis van het bodeminformatiesysteem kan inzicht worden gekregen in de verontreinigingen op perceelniveau. Afhankelijk van de definitieve inrichtingsplannen (bijvoorbeeld diepte van ontgravingen) is het noodzakelijk om voorafgaand aan de bouw aanvullend bodemonderzoek conform de NEN 5740 te verrichten. In hoofdstuk 5 (paragraaf 5.10) is ingegaan op de situatie in het plangebied. 2.4.2.9.2 Plan Gemeentelijke Watertaken 2016-2019 Het Plan Gemeentelijke Watertaken beschrijft de invulling van de wettelijke gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Ook de wijze van beheer van oppervlaktewater wordt beschreven. Op basis van de zorgplichten heeft de gemeente op het gebied van water de volgende taken: 1. 2. 3. 4.

een veilige inzameling en transport van afvalwater, zonder risico's voor de volksgezondheid en het milieu; het inzamelen en verwerken van hemelwater zonder dat er wateroverlast optreedt; het voorkomen en verminderen van structurele grondwateroverlast; het samen met de waterschappen realiseren van veilig, gezond en aantrekkelijk oppervlaktewater waarlangs het goed wonen, werken en recreëren is.

Hemelwater en oppervlaktewater De openbare ruimte in Merwede kent een hoog percentage groen, waardoor water goed kan infiltreren in de bodem. Het groen creëert een microklimaat dat bijdraagt aan het temperen van de klimaateffecten. Omwille van wateroverlast en droogte wordt regenwater bij extreme regenbuien vooral vastgehouden in plaats van zo snel mogelijk afgevoerd naar riool en/of oppervlaktewater. Dat geldt niet alleen voor de openbare ruimte, maar ook in binnentuinen en op daken. Vijftig procent van de daken worden groen, waarvan de helft als retentie- of polderdak. Dat is een combinatie van een waterbergend dak met een daktuin, met een royale aanplant. Dat laatste is een belangrijk instrument tegen hittestress. De rijke beplanting biedt niet alleen schaduw maar zorgt ook voor verdampingskoeling. Daarnaast heeft zo'n beplanting een belangrijk psychologisch effect. Bewoners en bezoekers beleven het thermisch comfort als aangenamer en vinden de hitte draaglijker. Conclusie De gekozen maatregelen in het plangebied voor water sluiten goed aan op de gemeentelijke watertaken. In paragraaf 5.13 is verder op de waterhuishouding in het gebied ingegaan. 2.4.2.10 Kadernota Kwaliteit Openbare Ruimte en Handboek inrichting openbare ruimte De gemeente wil dat de kwaliteit van de openbare ruimte mooi aansluit bij de omgeving.

Voor de beleving van openbare ruimte is bepalend hoe mooi en hoe schoon de openbare ruimte is. We willen de samenhang in het gebruik, de inrichting en het onderhoud van alle grote en kleine aanpassingen in de openbare ruimte zo veel mogelijk versterken. Bij uitvoeringswerkzaamheden streeft de gemeente naar zo min mogelijk overlast. Zo zorgen we dat gepland onderhoud meteen meegenomen wordt als een straat opengaat voor kabels en leidingen. Als er een nieuw ontwerp voor een plein gemaakt wordt, worden de staat van de bomen en de vergroeningsmogelijkheden onderzocht. De gemeente heeft daarbij extra aandacht voor de grote en kleine ontmoetingsplekken in de stad, voor het groen, zoals parken en plantsoenen, en voor een inrichting die aantrekkelijk is voor wandelaars en fietsers. De gemeente houdt zich bij het gebruik, de inrichting en het beheer aan de Kadernota Kwaliteit Openbare Ruimte. Daarbij zijn een aantal belangrijke principes leidend voor ruimtelijke kwaliteit: duurzaamheid klimaat toegankelijkheid gezonde leefomgeving ondergrond De gemeente maakt gebruik van drie standaarden bij de inrichting en het waarbij bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)

43

beheerkwaliteitsniveaus voor de openbare ruimte worden gehanteerd: 'Domstad', 'Domstad Bijzonder' en 'Utrechtse Allure'. De standaarden zijn afgestemd op het gebruik. De standaarden zijn tevinden in het Handboek Openbare Ruimte. 2.4.2.10.1 Plangebied Bij de aanleg en het beheer van de openbare ruimte in de Merwedekanaalzone is kwaliteitsniveau 'Domstad' en het inrichtingsprincipe “groen, tenzij” uitgangspunt. Dit kwaliteitsniveau hanteren we in de drie deelgebieden van de Merwedekanaalzone. Dit betekent dat we bij de inrichting van het gebied gebruik maken van basis bestratingsmaterialen en dat er een beperkte keuze is in het te plaatsen type straatmeubilair. Maar het Handboek Openbare Ruimte kent nog geen basiskwaliteit Domstad, waar de openbare zo intensief gebruikt wordt en waar het `groen-tenzij' en groen met ecologische waarde van toepassing is. Dit vraagt om een nadere uitwerking in het Handboek Openbare Ruimte, waarin gebruik, inrichting en beheer in balans wordt gebracht. De Europalaan Noord is in de hoofdstructuur benoemd als stedelijke verbindingsweg in de categorie ‘overig’. De laan vormt de grens tussen de ‘buitenstad’, waarin de naoorlogse woon- en werkgebieden vallen, en de ‘buitenstad verdichtingslocaties’, waarin de deelgebieden 3 t/m 7 van de Merwedekanaalzone vallen.

Met de drie Utrechtse kwaliteiten versterken we de samenhang in gebruik, inrichting en beheer van de openbare ruimte. Bovendien standaardiseren we waar mogelijk de inrichting en het beheer. Deze indeling leidt tot een goede basiskwaliteit, een goed basisbeheer en schept duidelijkheid voor bewoners, gebruikers en professionals. De kwaliteitsniveaus zijn gekoppeld aan de hoofdstructuur van de openbare ruimte. De Europalaan Noord en de aangrenzende wijken zijn ingedeeld in kwaliteitsniveau ‘Domstad’. Dit basisniveau is een standaard voor algemeen gebruik, inrichting en beheer. 2.4.2.10.2 Conclusie Voor het Merwedepark (en voor enkele bijzondere plekken in de deelgebieden 4, 5 en 6) geldt kwaliteitsniveau 'Domstad Bijzonder'. Indien standaardoplossingen niet voldoen - bijvoorbeeld voor het behouden van cultuurhistorische kwaliteit, een (boven)stedelijke functie of bijzonder gebruik mag inrichting en beheer hier afwijken van Domstad kwaliteit. 2.4.3

Gebiedsbeleid

2.4.3.1 Omgevingsvisie Merwedekanaalzone deel 1 en MER De omgevingsvisie Merwedekanaalzone is een uitwerking van het beleid op het niveau 'koers' en van het thematische beleid van de omgevingsvisie Utrecht. In de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) (de koers) is de Merwedekanaalzone aangewezen als een belangrijke nieuwbouwlocatie in de stad. Door het beter benutten van in de stad beschikbare ruimte voor ontwikkeling geeft Utrecht meer mensen de kans om in de stad te wonen. Op 8 februari 2018 heeft de gemeenteraad van Utrecht de Omgevingsvisie Merwedekanaalzone deel 1 (Ruimtelijke Agenda) vastgesteld. In de Ruimtelijke Agenda zijn de ambities voor de stedelijke ontwikkeling van de Merwedekanaalzone opgenomen. De omgevingsvisie biedt geen vastomlijnd stedenbouwkundig plan maar geeft het ruimtelijk-programmatisch kader voor verstedelijking. De visie geeft aan dat de Merwedekanaalzone een karaktervolle Utrechtse stadswijk voor alle typen huishoudens, bedrijven en andere organisaties en individuen die bewust kiezen om op een vernieuwende stedelijke manier te leven en waar kwaliteit van leven voorop staat. Het biedt een leefmilieu voor jong en oud met verschillende portemonnees. De Merwedekanaalzone zal ook van betekenis zijn voor de bestaande omliggende wijken, doordat er nieuwe voorzieningen en routes voor langzaam verkeer (fietsen en lopen) gerealiseerd zullen worden.

Hierdoor draagt het gebied bij aan het verbinden van de stad en haar inwoners op grotere schaal. In de omgevingsvisie worden de kaders en ambities voor de Merwedekanaalzone uitgewerkt aan de hand van thema’s. In deze Omgevingsvisie benoemen we de kaderstellende punten en formuleren daarbij de uitwerkingsvragen: Gezonde leefomgeving Mobiliteit Water Natuur en groen Energie Bodem Materialen en Hergebruik Waarden De Ruimtelijke Agenda benoemt ook onderzoeksvragen zoals het benoemen van de doelgroepen 4 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)

Utrecht

voor de Merwedekanaalzone, het bepalen van het voorzieningenprogramma, het uitwerken van de wijze waarop de bruggen over het Merwedekanaal kunnen worden gerealiseerd, maar ook welke maximale verkeersproductie de deelgebieden mogen genereren om overbelasting van het netwerk te voorkomen en op welke momenten worden ingrepen in de netwerken nodig zijn om de nieuwe mobiliteit mogelijk te maken. 2.4.3.2 Omgevingsvisie deel 2 en Aanvullend MER Op basis van de Omgevingsvisie deel 1 (Ruimtelijke Agenda) heeft de gemeenteraad de keuze voor ontwikkeling van de Merwedekanaalzone gemaakt en de daarbij geldende (basis)principes vastgesteld. Deel 2 (Uitwerking) - vastgesteld door de gemeenteraad op 7 oktober 2021 - geeft een verdere uitwerking op basis van de in deel 1 gestelde onderzoeksvragen. In deel 2 wordt de ontwikkeling van de Merwedekanaalzone nog wat nadrukkelijker in de stedelijke context geplaatst, zowel programmatisch als ruimtelijk. De in de Omgevingsvisie deel 1 (Ruimtelijke Agenda) opgenomen ambities voor gezonde verstedelijking zijn in deel 2 verder uitgewerkt en vertaald in (bijgestelde) kaders (wat moéten we realiseren om de geformuleerde kerndoelen te halen) en voorbeelduitwerkingen (hoe kunnen we dit uitvoeren). De Omgevingsvisie deel 2 laat zien welke kwaliteiten deze nieuwe stadswijk toevoegt aan de stad.

Hier realiseren we de komende jaren een duurzaam, gezond en aantrekkelijk hoogstedelijk woonen werkgebied, waar volop ruimte is voor lopen, verblijven, ontmoeten en fietsen. De Merwedekanaalzone is een relatief dichtbebouwde groene stadswijk met een grotendeels autovrije openbare ruimte. De wijk is door een netwerk van korte en veilige loop- en fietsroutes en goed openbaar vervoer uitstekend met de omliggende wijken en de rest van de stad verbonden. De nabijheid van veel dagelijkse voorzieningen, de ligging nabij de binnenstad en de belangrijke knooppunten in het openbaar vervoer, het brede aanbod van deelmobiliteit, de goede verbindingen met de omgeving maakt dat het hier elke dag weer mogelijk is om te kiezen voor duurzame, gezonde mobiliteit: lopen, fietsen, het openbaar vervoer en, als dat handiger is, voor een deelauto. De visie die in de Omgevingsvisie is vastgelegd en uitgewerkt geldt voor de (nog te ontwikkelen delen van) deelgebieden 4, 5 en 6 van de Merwedekanaalzone en streeft naar optimalisaties bij lopende projecten. Het plan voor deelgebied 5 van Merwedekanaalzone (Merwede) is de eerste binnenstedelijke ontwikkeling waar op het schaalniveau van een nieuwe stadswijk invulling kan worden gegeven aan onze ambities op het gebied van gezond stedelijk leven. Dat hierbij een integrale afweging moet worden gemaakt is duidelijk.

De kennis die we hier opdoen, passen we toe in deelgebied 6 en in deelgebied 4. Deze Omgevingsvisie is ook het toetsingskader voor de stedenbouwkundige plannen die voor de Merwedekanaalzone worden opgesteld. 2.4.3.2.1 Kerndoelen In de Omgevingsvisie deel 2 formuleren we negen kerndoelen voor de door ons voorgestelde aanpak. Om te kunnen beoordelen of we deze kerndoelen daadwerkelijk realiseren, monitoren we de komende jaren in lijn met het MER advies bij de Omgevingsvisie deel 1 de ontwikkelingen in het plangebied. Waar nodig sturen wij bij. 1. Raamwerk op stedelijk niveau Het raamwerk vormt de hoofdstructuur van het gebied. Het zorgt voor een goede inbedding van de herontwikkeling van de Merwedekanaalzone in het bestaand stedelijk gebied. Het raamwerk bestaat uit een aantal belangrijke elementen die de ruimtelijke structuur van dit gebied versterken en zorgen voor een goede inbedding in en aanhechting aan de omgeving. In de Merwedekanaalzone wordt gebouwd in dichtheden die we in Utrecht nog niet kennen. We laten zien hoe we hierbij de menselijke maat en schaal borgen en een aantrekkelijke, goede en gezonde leefomgeving realiseren. 2. Duurzame mobiliteit, laag autogebruik In de Omgevingsvisie geven wij aan waarom en op welke wijze we streven naar duurzame mobiliteit. Wij stimuleren lopen, fietsen of het gebruik van het openbaar vervoer.

Omdat veel reizen van en naar de Merwedekanaalzone binnen 15 km blijven (heen of terug) is het gebruik van een (elektrische) fiets of het openbaar vervoer een goed alternatief voor de auto. Meer fietsen leidt tot een toename van het fietsverkeer in de stad. Het netwerk voor fietsers moet straks geschikt zijn om deze groei te verwerken. We geven aan hoe het mobiliteitsconcept in de Merwedekanaalzone is uitgewerkt. We laten zien hoe de mobiliteitshubs werken en welk aanbod aan (deel) mobiliteit hier beschikbaar is. We geven aan wat het kiezen voor duurzame mobiliteit betekent voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer in onze stad. We willen meer en betere verbindingen voor fietsers en voetgangers in onze stad, ook in Zuidwest. We geven aan wat nodig is om Kanaleneiland en Zuidwest beter met de rest van de stad te verbinden en waarom we het belangrijk vinden om voor fietsers en voetgangers nieuwe bruggen over het Merwedekanaal te bouwen. Doorgaand autoverkeer leiden we zoveel mogelijk via de Ring. Vanaf de knooppunten op de Ring rijdt het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)

45

bestemmingsverkeer via de meest optimale routes naar hun eindbestemming. We passen dynamisch verkeersmanagement toe om al het verkeer zo goed mogelijk te laten doorstromen. Waar nodig geven we in dit systeem het openbaar vervoer voorrang op het autoverkeer. We beperken de hoeveelheid auto’s naar en van het gebied door een lage parkeernorm van gemiddeld 0,3 parkeerplaatsen per woning. Hierdoor wordt de verkeerssituatie op de Europalaan-Zuid en op de aansluiting op de A12 niet wezenlijk drukker. 3. Gezonde mix De Merwedekanaalzone is een nieuwe stadswijk voor een grote verscheidenheid aan bewoners. Starters, studenten, gezinnen, kwetsbare groepen, woongroepen, senioren. Er is een grote verscheidenheid aan woningtypen, zowel in huur als koop. Van de nieuwe woningen wordt tenminste 30% gerealiseerd in de sociale huur en tenminste 25% in de middencategorie. Woningen zijn levensloopbestendig, studentenwoningen uitgezonderd. Ook maken wij in de Merwedekanaalzone ruimte voor zelfbouw groepen. 4. Levendige wijk In de Merwedekanaalzone ontstaat een nieuwe stadswijk met een bijzondere mix van wonen, werken en voorzieningen die in de pas de groei van de (beroeps)bevolking in deze wijk.

In deze nieuwe stadswijk vind je straks winkels voor de dagelijkse levensbehoeften, scholen (basis en voortgezet), kinderopvang, maatschappelijke functies, huisartsen, horeca, creatieve bedrijven en functies die bijdragen ontmoeting en gezond stedelijk leven. En altijd op loopafstand van je woning. Deze functies horen wat ons betreft op de begane grond van de gebouwen, in de plint. Dit vergroot de levendigheid op straat. 5. Gezond gedrag en groene omgeving De autovrije openbare ruimte in de Merwedekanaalzone nodigt uit om elkaar te ontmoeten, te verblijven, te lopen, te spelen en te sporten. Dit draagt bij aan sociale cohesie, gevoel van eigenwaarde en het houdt ons gezond. Voor kinderen zijn er speelvoorzieningen waar ze veilig en vrij kunnen bewegen, spelen of sporten. Voor een gezonde stedelijke ontwikkeling houden we verdichten en vergroenen in balans. Bouwen in hoge dichtheden kan niet zonder kwalitatief hoogwaardig groen. Ecologische waarde van het groen is daarbij uitgangspunt. We bouwen niet alleen voor mensen, maar ook voor (kleine) dieren, zoals vogels, vlinders en bijen. 6. Gezonde en veilige omgeving Voor een gezonde en veilige leefomgeving letten we op een goede bezonning van straten, pleinen en parken. Ook zorgen we voor voldoende daglicht in woningen. We beperken de windhinder op straat rond grote gebouwen.

We voldoen aan de Europese grenswaarden voor luchtvervuiling (fijnstof, stikstofdioxide) en op termijn aan de (strengere) WHO grenswaarden voor deze stoffen. We beperken de geluidhinder door wegverkeer en voldoen grotendeels aan de geluidsambitie van de stad met het toepassen van geluidreducerend asfalt en sturen op een geluidsluwe zijde voor elke woning. De Merwedekanaalzone is een gemengd stedelijk gebied. Naast wonen zijn hier ook (kleine) bedrijven gevestigd. Deze mix draagt bij aan de levendigheid. 7. Klimaatbestendige wijk De Merwedekanaalzone moet ook bij een warmer klimaat een aangename plek blijven om te wonen of te verblijven. We houden rekening met lange, droge periodes maar ook met een grotere kans op extreme buien. Regenwater houden we zo lang mogelijk in het gebied vast. We gebruiken dit water voor het groen in de wijk. In de Merwedekanaalzone maken we twee nieuwe watergangen naar Park Transwijk. Deze zorgen ervoor dat de bestaande en nieuwe watergangen in de Merwedekanaalzone beter kunnen doorstromen, maar hebben ook (deels) een ecologische en recreatieve functie. Een groene wijk is een koelere wijk. Om hittestress te beperken is de Merwedekanaalzone een groene wijk. Niet alleen in de openbare ruimte, maar waar mogelijk ook de daken en gevels. 8. Energieneutrale wijk Utrecht wil een klimaatneutrale stad zijn, liefst zo snel mogelijk.

Voor Merwedekanaalzone als nieuw gebied betekent dit dat bij voorkeur geen nieuwe CO2-emissies aan de stad worden toegevoegd. De voorziene hoge dichtheid maakt dit met de huidige stand van kennis en techniek nog moeilijk realiseerbaar. Wel kunnen we harde afspraken maken over het (in de Merwedekanaalzone) duurzaam voorzien in al het gebouwgebonden energiegebruik voor verwarmen, koelen en basisfuncties die elektriciteit vragen. Voor de verwarming van de gebouwen investeren we in een collectieve warmtevoorziening op lage temperatuur voor alle gebruikers in het gebied. Verschillende duurzame warmtebronnen kunnen straks aan dit warmtenetwerk worden gekoppeld, zoals warmte-koudeopslag (WKO) en thermische energie uit oppervlaktewater (TEO). Voor het volledig klimaatneutraal maken van het gebied onderzoeken we in het Merwede Lab hoe PV op gevels en daken kan worden geoptimaliseerd en worden afspraken verkend hoe duurzaam opgewekte stroom in de nabije omgeving kan worden gekoppeld aan het gebruik in de Merwedekanaalzone. Utrecht wil in 2050 een circulaire stad zijn. Een hernieuwbare stad, waarin we grondstoffen en materialen optimaal (her)gebruiken. We dagen onszelf, corporaties en marktpartijen uit om invulling te geven 4 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)

Utrecht

aan deze ambitie. Waar mogelijk zetten met de Merwedekanaalzone stappen in deze richting. 9. Kwaliteit woonomgeving Ruimtelijke kwaliteit van de woonomgeving gaat om beleving en gebruik. Kwaliteit in gebouw- en buitenruimte ontstaat door een goede maatvoering en een doordachte opbouw en positionering van bouwblokken (groepen gebouwen), door de kwaliteit van de detaillering en materiaalgebruik en, tenslotte, door een goede inrichting (en beheer) van de openbare ruimte. Bij vaststelling van de Omgevingsvisie deel 2 (en het Stedenbouwkundig Plan Merwede) is een aantal amendementen en moties ingediend en aangenomen/overgenomen. Een van de amendementen betreft het vervallen van de brug ter hoogte van deelgebied 4 van de Merwedekanaalzone. De gereserveerde gelden voor deze Heycopbrug worden ingezet voor verbeteren mobiliteit in Rivierenwijk en Dichterswijk. Ook heeft het college het op zich genomen om de mogelijkheden voor extra sportvelden in de omliggende buurten van de Merwedekanaalzone te onderzoeken. De gemeenteraad heeft ook aangegeven de “beoogde” 20% voor ouderen benoemd in de Omgevingsvisie ook onderdeel te maken van de afspraken (samenwerkingsovereenkomst) en daarbij concrete voorstellen op te nemen voor aandachtspunten als de nabijheid van voorzieningen en gelegenheid tot ontmoeting/interactie met andere bewoners.

Daarbij wordt jaarlijks gerapporteerd over de ontwikkeling van de levensloopbestendige woningen en wordt de bevolkingsopbouw gevolgd zodat hierop kan worden bijgestuurd indien nodig. 2.4.3.2.2 Monitoring We willen leren van (en sturen op) de innovatieve oplossingen die we in de Merwedekanaalzone introduceren, zowel binnen de deelgebieden zelf als in de doorwerking daarvan naar de rest van onze stad. De gebiedsontwikkeling is gericht op het stimuleren van lopen, fietsen, het gebruik van het OV en op deelmobiliteit. We verwachten dat het nieuwe mobiliteitsconcept gaat functioneren zoals beoogd. Dit willen we monitoren, zowel in de Merwedekanaalzone als in de directe omgeving. Door monitoring op kerndoelen, de uitvoering en de effecten houden we grip op de realisatie van de beoogde gezonde en duurzame stadswijk. Voor de wijze van monitoren is een Plan van Aanpak opgesteld, deze is als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen. 2.4.3.2.3 Leefbaarheidseffectrapportage In samenspraak met bewoners uit de wijken Rivierenwijk en Transwijk is een Leefbaarheidseffectrapportage (LER) opgezet. Met de indicatoren van de Leefbaarheidsmonitor kan het effect van de ontwikkelingen in de Merwedekanaalzone op de leefbaarheid in de omliggende buurten worden gevolgd. In 2019 is een nulmeting uitgevoerd.

2.4.3.3 Stedenbouwkundig Plan Merwede Het Stedenbouwkundig Plan Merwede (oktober 2021) toont voor Merwede (deelgebied 5) hoe concreet invulling wordt gegeven aan de Omgevingsvisie. Daarbij is gezocht naar het best mogelijk evenwicht tussen de beleidsdoelstellingen uit de Omgevingsvisie, de kansen die de locatie zelf biedt en het perspectief op transformatie van het bestaande bedrijventerrein. Het Stedenbouwkundig Plan beschrijft hoe Merwede zal gaan functioneren, ruimtelijk, programmatisch en sociaal, en hoe het zal presteren op gebieden als mobiliteit, groen, duurzaamheid en circulariteit. In het Stedenbouwkundig Plan Merwede zijn de intenties en doelstellingen uit de Omgevingsvisie integraal afgewogen en concreet gemaakt voor Merwede; ze zijn gelijktijdig tot stand gekomen. Het Stedenbouwkundig Plan Merwede en voorliggend bestemmingsplan vormen een invulling van de kaders uit de Omgevingsvisie, waarbij op een aantal specifieke punten in het Stedenbouwkundig Plan Merwede gemotiveerd wordt afgeweken van de Omgevingsvisie. Onderdeel van het Stedenbouwkundig Plan Merwede is het Beeldkwaliteitsplan Merwede. De gewenste flexibele en robuuste ontwikkeling bereiken we door te kiezen voor een gefaseerde ontwikkeling, waarbij we inzetten op enkele zelfstandige en tegelijkertijd samenhangende clusters, die als buurten binnen een deelgebied op zichzelf kunnen functioneren.

Dagelijkse en stedelijke voorzieningen (inkopen, onderwijs, ontsluiting) voor de bewoners moeten binnen het cluster of in de directe omgeving daarvan op loop- (en fiets) afstand aanwezig zijn. Elk cluster moet dan ook nadrukkelijk in verbinding staan met zijn omgeving. Zelfstandig, maar niet geïsoleerd van de rest van de stad. Het Stedenbouwkundig Plan is in Hoofdstuk 4 verder toegelicht. Het bestemmingsplan Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1 ziet op de eerste fase van de ontwikkeling van dit deelgebied. De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van het SP op 7 oktober 2021 bepaald dat ruim voor de ter inzagelegging van een bestemmingsplan dat ziet op fase 2 van de ontwikkeling van Merwede (deelgebied 5) een notitie met uitgangspunten voor het betreffende bestemmingsplan wordt voorgelegd aan de raad. Voor zover dit gaat over de 2e fase deelgebied 5 bouwt deze voort op de uitgangspunten en de afspraken uit de SOK en het stedenbouwkundigplan, waarbij wordt afgewogen of aanpassing aan de tijd van dat moment wenselijk is. Hierbij wordt onder andere ingegaan op: bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)

47

De voortgang van de mobiliteitsontwikkeling en vraag in de Merwedekanaalzone; De voortgang van in de planvorming en realisatie van de bovenwijkse voorzieningen; De stand van zaken ten aanzien van de leefbaarheid in de Merwedekanaalzone en de omliggende wijken; De leefbaarheid in de Merwedekanaalzone en mogelijke knelpunten die in de praktijk blijken; De in de sok en het SP opgenomen programma af te wegen ten opzichte van op dat moment maatschappelijke vragen; De financiële consequenties. 2.4.3.4 Functioneel inrichtingsplan openbare ruimte Merwedekanaalzone Merwede ligt tussen twee stedelijke groenstructuren: park Transwijk en het te ontwikkelen Merwedepark, als onderdeel van het Rondje Stadseiland. Beide parken zijn fijne plekken om te ontspannen, te wandelen en te sporten. Met de ontwikkeling van nieuwe groenstructuren in Merwede, via de diagonaal en de twee oost-westverbindingen worden deze parken met elkaar verbonden. Omdat een groot deel van de openbare ruimte in Merwede autovrij is, kunnen ook de straten en pleinen volgens het principe 'groen tenzij' ingericht worden. Samen met groene binnenterreinen en daken van gebouwen ontstaat een robuust groen ecologisch raamwerk, waar ruimte is voor plant en dier. Een compacte stadswijk, waar een groene setting zorgt voor een zekere intimiteit en verrassing waarbij het groen ontspanning en gezondheid van de bewoners bevordert.

Het inrichtingsplan doet nog geen uitspraken over de keuze voor inrichtingselementen, bestratingsmaterialen en de kosten van het beheer van de openbare ruimte. Dit is onderdeel van de volgende planfase. De hoge dichtheid en de keuze voor een autoluw gebied in plannen voor de wijk Merwede levert een aanzienlijk intensiever en ander gebruik van de openbare ruimte dan in andere wijken van Utrecht. In de volgende planfase wordt onderzocht in hoeverre de inrichting en het beheer van de openbare ruimte past binnen de standaard inrichtingsvoorschriften en het basisonderhoud dat ten grondslag liggen aan de kwaliteitsniveaus Domstad. Het door het college van Burgemeester en wethouders vastgestelde inrichtingsplan komt verder in hoofdstuk 4 aan de orde, en is als bijlage bij de toelichting opgenomen. 2.4.3.5 IPvE Europalaan Noord Een onderdeel van de mobiliteitsmaatregelen voor de stad en voor Merwede is de herinrichting van de Europalaan Noord. Hiertoe is een Integraal Programma van Eisen en Functioneel Ontwerp opgesteld en door het college vastgesteld (juli 2021). De herontwikkeling van de Merwedekanaalzone is alleen mogelijk met een ambitieuze en innovatieve mobiliteitsstrategie, beschreven in de rapportage “Mobiliteit Merwedekanaalzone” (bijlage bij de Omgevingsvisie Merwedekanaalzone).

Het doel van deze strategie is het realiseren van de toename van duurzaam en gezonde vormen van mobiliteit (lopen, fiets en openbaar vervoer) en een goede bereikbaarheid van het gebied en de omgeving (Utrecht zuidwest en de stedelijke regio Utrecht). Noodzaak voor een succesvol functioneren van de Merwedekanaalzone is de herinrichting van Europalaan Noord. Ook voor de schaalsprong van het openbaar vervoer naar het toekomstig verkeersnetwerk is herinrichting van deze laan nodig. Uitgangspunt is om de Europalaan Noord heringericht te hebben voor de eerste woningen in het gebied Merwede worden opgeleverd. Het resultaat van de herinrichting is een Europalaan Noord met een goede ruimtelijke inpassing van een vrij liggende openbaar vervoerbaan, rijbanen voor gemotoriseerd verkeer en aan weerszijden fiets- en voetpaden. Een toekomstige vergroting van de capaciteit door een schaalsprong in het OV is inpasbaar (vertramming conform TPvE-HOV, 17 september 2007). De Europalaan Noord sluit goed aan op de Wilhelminalaan, het Anne Frankplein en het Europaplein. Een goede oversteekbaarheid voor langzaam verkeer, ruimte voor verblijf, groen en bomen zijn onderdeel van het programma. De herinrichting van de Europalaan Noord heeft een meerledig doel, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen (sub)doelen op gebiedsniveau en netwerkniveau.

De Europalaan Noord heeft naast de verkeersfunctie als doorgaande verbinding, trottoirs en fietspaden van voldoende breedte en is voor voetgangers en fietsers goed oversteekbaar. De Europalaan Noord is een van de stedelijke verbindingswegen en heeft ook een belangrijke functie als bestemming en verblijfsgebied. Met de komst van de nieuwe stadswijk Merwede krijgt de Europalaan Noord een meer stedelijk karakter. De bebouwing staat grotendeels in één lijn, wisselt in hoogte, bestaat uit verschillende panden met een verscheidenheid aan functies in de plint. Er is ruimte voor een goede overgang in de vorm van een uitstalzone op de stoep. De Europalaan Noord is een stedelijke verbindingsweg en functioneert als schakel tussen centrumgebieden en de verdeelring. Voor stedelijke verbindingswegen wordt, los van de verkeerkundige functie, ruimtelijk onderscheid gemaakt tussen de verdeelring (boulevard) en de radiale verbindingswegen (avenue). De Europalaan Noord is in deze indeling een radiale verbindingsweg en wordt ingericht volgens de ruimtelijke principes van een avenue met een smalle, groene middenberm en brede, groene zijbermen met daarin dubbele bomenrijen. Vrij liggende voet4 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=5f47d824-6551-493d-951c-128e9d617b94