Bestemmingsplan Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1 Vastgesteld, datum volgt na vaststelling
Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Aanleiding en doel
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Doel
8
Hoofdstuk 2
Relevante beleidskaders
11
2.1
Rijksbeleid
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
20
2.3
Coalitieakkoord
gemeente Utrecht
24
2.4
Omgevingsvisie
gemeente Utrecht
25
2.5
Conclusie beleidskaders
Hoofdstuk 3
11
Bestaande situatie
49
51
3.1
Inleiding
3.2
Beschrijving
van het plangebied
51
3.3
Beschrijving
van de bestaande functies in het plangebied
54
3.4
Conclusie
Hoofdstuk 4
51
56
Planbeschrijving
59
4.1
Projectbeschrijving
59
4.2
Verkeer en openbare ruimte
73
Hoofdstuk 5
Onderzoek en Randvoorwaarden
97
5.1
Inleiding
5.2
Milieueffectrapportage
5.3
Bedrijven en milieuzonering
100
5.4
Mobiliteit
105
5.5
Geluidhinder
109
5.6
Geur
114
5.7
Externe veiligheid
114
5.8
Explosieven
116
5.9
Luchtkwaliteit
118
5.10
Bodem
119
5.11
Natuurbescherming
124
5.12
Bomen
129
5.13
Water
133
5.14
Archeologie
141
5.15
Cultuurhistorie
147
5.16
Gezondheid en kwaliteit van de leefomgeving
150
5.17
Klimaat en duurzaamheid
155
5.18
Kabels, leidingen en straalpaden
159
5.19
Toegankelijkheid
159
5.20
Conclusie
160
Hoofdstuk 6
97
Uitvoerbaarheid
6.1
Economische
6.2
Maatschappelijke
Hoofdstuk 7 7.1
uitvoerbaarheid uitvoerbaarheid
Juridische plantoelichting
Algemeen
2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
97
161 161 162
165 165
Utrecht
7.2
Begrippen en meten (hoofdstuk 1 van de regels)
167
7.3
Functies (bestemmingen;
167
7.4
Bouwen (hoofdstuk 3 van de regels)
173
7.5
Gebouwen en locaties gebruiken (hoofdstuk 4 van de regels)
178
7.6
Grondwerk: activiteit in de bodem (hoofdstuk 5 van de regels)
185
7.7
Algemeen overgangsrecht
186
7.8
Bijlagen bij de regels
187
7.9
Handhaving
189
hoofdstuk 2 van de regels)
(hoofdstuk 6 van de regels)
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
3
4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
Utrecht
Toelichting
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
5
6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 1 1.1
Aanleiding
1.1.1
Algemeen
Aanleiding en doel
De populariteit van steden neemt toe, die van Utrecht in het bijzonder. Utrecht is de sterkst groeiende stad van Nederland. Er komen meer mensen wonen, werken en recreëren in Utrecht. Deze groei biedt de stad kansen, mits goed ingepast. De stad Utrecht moet gezond en aantrekkelijk blijven, zodat mensen hier met plezier kunnen wonen, werken en winkelen. We maken ruimte voor groei door de in de stad beschikbare ruimte beter te benutten. In Utrecht is er grote behoefte aan meer woningen. Voor Utrechters die nu geen geschikte volgende woning kunnen vinden. Voor de kinderen van nu die straks volwassen zijn en zelfstandig willen wonen. Voor studenten die uit het hele land naar Utrecht komen en waarvan een deel ook na de studie in Utrecht wil blijven. Voor de mensen die nu nog ergens anders wonen en ook graag van Utrecht hun thuisbasis willen maken. De gemeente denkt dat er voor al deze woonwensen de komende twintig jaar 60.000 extra woningen nodig zijn. En dat Utrecht in 2040 ongeveer 455.000 inwoners telt. Daarnaast willen we dat alle Utrechters kans hebben op werk nu en in de toekomst, en dat er voor bewoners voorzieningen zijn in de nabijheid. Dit vraagt om een passend voorzieningenprogramma. 1.1.2
Eerdere besluitvorming en samenhang
De gemeenteraad heeft eerder voor Utrecht belangrijke kaders vastgesteld; de Ruimtelijke Strategie en het Mobiliteitsplan. In de Ruimtelijke Strategie Utrecht (2016) is de Merwedekanaalzone aangewezen als belangrijke woningbouwlocaties in de stad. Hier realiseren we de komende jaren een nieuwe, aantrekkelijke en gezonde wijk voor de stad, waar straks gewoond, gewerkt en gerecreëerd wordt. Door het beter benutten van de beschikbare ruimte geven we aan meer mensen de kans om in de stad te wonen. In de actualisatie van de Ruimtelijke Strategie: Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU2040), staan de keuzes voor de toekomst en hoe de weg daarnaartoe eruitziet. De ruimtelijke strategie is onderdeel van de koers van de omgevingsvisie. Zo weet straks iedereen hoe Utrecht zich op stads- en wijkniveau ongeveer gaat ontwikkelen. In het Mobiliteitsplan 'Slimme Routes, Slim Regelen, Slim Bestemmen' (2016) maakte de stad een duidelijke keuze voor vervoerswijzen die weinig ruimte innemen en duurzaam zijn, zoals lopen of fietsen. Deze zetten we op de eerste plaats. We versterken het netwerk van routes en verbindingen voor voetgangers en fietsers in Utrecht Zuidwest. De ruimte die op straat niet meer nodig is voor auto's of parkeren, gebruiken we om in de Merwedekanaalzone aantrekkelijke groene openbare ruimte toe te voegen, voor iedereen in de hele stad toegankelijk.
In de actualisatie van het beleid: Mobiliteitsplan 2040 (juli 2021), wordt het beleid voortgezet. We willen graag dat iedereen gezond en prettig kan wonen en werken in de groeiende stad. In Utrecht geven we daarom voorrang aan schone manieren van vervoer die weinig ruimte innemen: lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelvervoer. Bovendien willen we dat alle voorzieningen straks op 10 minuten bereikbaar zijn. Onze aanpak bestaat uit 5 stappen: slim bestemmen, anders reizen, netwerken op orde, slim parkeren en slim sturen. En heel belangrijk: we richten de mobiliteit zodanig in, dat iedereen mee kan doen. Het collegeprogramma 2018-2022 'Ruimte voor iedereen', bevestigde de eerdere keuzes die in het kader van gezond stedelijk leven zijn gemaakt in de Merwedekanaalzone en meer specifiek in Merwede. Zo wil het college maximaal 10.000 woningen in de gehele Merwedekanaalzone toevoegen (voor deelgebied 4, deelgebied 5 Merwede en deelgebied 6) en is er ruimte om uit te gaan van een parkeernorm van 0,3 of lager in combinatie met alternatieve mobiliteitsoplossingen. Een deel van het woonprogramma staat er al, zoals de gebouwen Max en Lux et Pax, en is een start gemaakt met de bouw op het voormalige Defensieterrein. Ook zijn er allerlei vormen van tijdelijk wonen en werken die aan dit deel van de stad nieuwe betekenis geven.
Nieuw voor Utrecht is het grote aantal woningen in een relatief klein stukje stad. Het realiseren van een gezond, aantrekkelijk en goed bereikbaar woon- en werkgebied in de Merwedekanaalzone vraagt om innovatieve oplossingen, onder meer op het gebied van duurzaamheid en mobiliteit. De voorgestane ontwikkeling van de Merwedekanaalzone is beschreven en uitgewerkt in de Omgevingsvisie Merwedekanaalzone, deel 1 Ruimtelijke agenda (vastgesteld door de gemeenteraad op 8 februari 2018). Daarin staat dat we niet alleen in meer woonruimte investeren, maar ook in betere verbindingen voor voetgangers, fietsers en het openbaar vervoer, in meer groen en water. We geven de stad een aantrekkelijke en gezonde openbare ruimte. We introduceren nieuwe keuzes in mobiliteit, in een sterker raamwerk in Utrecht Zuidwest. We investeren in onderwijs en in andere voorzieningen. Dit is belangrijk voor de Merwedekanaalzone, maar ook voor Rivierenwijk, Transwijk bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
7
en Dichterswijk en voor de stad zelf. We werken hier aan oplossingen voor gezonde verstedelijking, die straks ook in de andere delen van de stad kunnen worden toegepast. Voor de Omgevingsvisie is ook een milieueffectrapportage opgesteld. De transitie van de Merwedekanaalzone verandert de stad, het brengt levendigheid in de buurten eromheen, het werkt door in de hele stad. Dit is belangrijk voor Utrecht. Omgekeerd is de ligging te midden van bestaand stedelijk gebied, met haar geschiedenis, bewoners, winkels, voorzieningen en goed openbaar vervoer, belangrijk voor deze nieuwe stadswijk. De Omgevingsvisie Merwedekanaalzone, deel 1 is verder uitgewerkt met het benoemen en uitwerken van verschillende kerndoelen in de Omgevingsvisie deel 2 (2021). Deelgebied 5 - Merwede - vormt het hart van de nieuw te ontwikkelen Merwedekanaalzone. In Merwede komen de meeste woningen en ook de voornaamste voorzieningen van de wijk (zoals scholen en winkels). Met de verschillende eigenaren van de gronden in het gebied heeft de gemeente overeenstemming bereik over de transformatie van het gebied naar een duurzame en hoogstedelijke stadswijk. Parallel aan het opstellen van deel 2 van de Omgevingsvisie Merwedekanaalzone, is in opdracht van de verschillende eigenaren in het plangebied, waaronder de gemeente Utrecht, een Stedenbouwkundig Plan (SP) voor Merwede opgesteld.
Het Stedenbouwkundig Plan is tegelijk met de Omgevingsvisie in oktober 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. Het Stedenbouwkundig Plan is getoetst aan de Omgevingsvisie, waarbij in het Stedenbouwkundig Plan de intenties en doelstellingen uit de Omgevingsvisie zijn afgewogen en concreet zijn gemaakt voor Merwede. Naast genoemde documenten heeft het college in juli 2021 ook het Integraal Programma van Eisen/Functioneel Ontwerp (IPvE) voor de herinrichting van de Europalaan vastgesteld. We hebben een plan gemaakt om de laan mooier en veiliger te maken. We verbeteren het openbaar vervoer. Fietsen en lopen maken we aantrekkelijker en veiliger voor iedereen. Zo houden we de stad en de buurten goed bereikbaar. Gezien de grote vraag naar woningen in Utrecht en de kansen die Merwede biedt voor een vernieuwende stedelijke verdichting wil de gemeente zo spoedig mogelijk met de ontwikkeling van het gebied beginnen. Voorliggend bestemmingsplan vormt de juridische vertaling van het Stedenbouwkundig Plan Merwede (verder SP Merwede) en het IPvE Europalaan Noord, en heeft tot doel de eerste fase van deelgebied Merwede juridisch-planologisch mogelijk te maken. Fase 2 van Merwede vergt de vaststelling van een separaat bestemmingsplan, nadat een notitie met uitgangspunten voor het betreffende bestemmingsplan is voorgelegd aan de gemeenteraad.
Deze bouwt voort op de uitgangspunten en de afspraken uit de Samenwerkingsovereenkomst (SOK) en het SP, waarbij wordt afgewogen of aanpassing aan de tijd van dat moment wenselijk is.
1.2
Doel
1.2.1
Doelstelling
Het bestemmingsplan Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1, bevat regels dat het bedoelde programma kan uitvoeren dat nodig is voor de inrichting van het plangebied. De inrichting die het plan mogelijk maakt, is de eerste fase van het SP Merwede. De regels geven waarborgen voor een invulling met het programma en de kwaliteit die in de visie bedoeld is, maar biedt ook de ruimte aan herinrichting van de Europalaan Noord, en een flexibele, gefaseerde uitvoering van het SP Merwede. De gemeente Utrecht is met ingang van 28 oktober 2016 opgenomen in het Besluit uitvoering Chw: zie artikel 7g, vierde lid. Hiermee heeft de gemeente de mogelijkheid om een verbrede reikwijdte in het bestemmingsplan toe te passen en te werken met een vergunningplicht en beleidsregels. 1.2.2
Plaats en grens van het plangebied
Het plangebied ligt, grofweg, tussen het Merwedekanaal aan de oostzijde, de Europalaan aan de westzijde, de Koningin Wilhelminalaan in het noorden en de Kanaalweg in het zuiden.
8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
Utrecht
Overzicht van het plangebied
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
9
1.2.3
Regelingen die worden vervangen
Bestemmingsplan/beheersverordening Actualisering diverse gebieden 2013 Beheersverordening Dichterswijk, Kanaleneiland, Transwijk Algemene regels actualiseren
Vaststelling gemeenteraad 31-10 2013 11-07-2013 30-11-2017
Op basis van deze juridische regelingen geldt er voor het gebied grotendeels een bedrijfsbestemming voor bedrijven tot en met de categorie 3.2, waarbij een goothoogte van 18 meter en een bebouwingspercentage van 70% is toegestaan. De bedoelde ontwikkelingen zoals deze staan in het SP Merwede, kunnen op basis van de geldende regels niet worden gerealiseerd. 1.2.4
Leeswijzer
Deze toelichting bestaat uit een aantal hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt het relevante beleid toegelicht. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de bestaande situatie. Hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van de plannen voor het gebied, zoals ook opgenomen in het SP Merwede. In hoofdstuk 5 worden de omgevingsaspecten - zoals milieuaspecten - beschreven en wordt verslag gedaan van uitgevoerd onderzoek. Hoofdstuk 6 gaat in op de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Tenslotte is in hoofdstuk 7 een weergave van de juridische regeling opgenomen.
1 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 2 Relevante beleidskaders 2.1
Rijksbeleid
2.1.1
Nationale Omgevingsvisie (2020)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. De gemeente Utrecht kan vooral aan de volgende nationale belangen een bijdrage leveren: 1.
bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 4. zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 5. waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 6. waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 7. beperken van klimaatverandering; 8. realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 9. waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 10. waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 11. waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 12. behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 13. verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. 2.1.1.1 De NOVI benoemt vier prioriteiten De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel bevorderen; zorgen voor sterke en gezonde steden en regio's; stimuleren van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
2.1.1.2 Omgevingsinclusieve benadering Centraal in de te maken belangenafwegingen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Hierbij wordt aangesloten bij de integrale opvatting van het begrip fysieke leefomgeving uit de Omgevingswet en wordt de noodzaak van een integrale afweging benadrukt. Het belangrijkste spanningsveld in die afwegingen is het spanningsveld tussen beschermen en ontwikkelen. Een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving houdt in, dat ontwikkeling van de leefomgeving samengaat met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. 2.1.1.3 Afwegingsprincipes Beschermen en ontwikkelen gaan niet altijd en overal samen (en zijn soms onverenigbaar), maar ze kunnen elkaar ook versterken. Om dit afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
11
2.
3.
van onze ruimte. Kenmerken & identiteit van een gebied staan centraal. De optimale balans tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
2.1.1.4 Conclusie Het doel van de toekomstige Omgevingswet (deze wet treedt in werking per 1 juli 2022) is het bereiken van een balans tussen: '(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in de omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving. Hiermee moet dus rekening worden gehouden bij het maken van beleidskeuzes. Het bestemmingsplan Merwede past binnen de kaders van de nationale visie en de genoemde nationale belangen. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) (2012) en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) (2012) 2.1.2.1 Kader In de Wet ruimtelijke ordening zijn de besluitmogelijkheden van gemeenten begrensd om nationale belangen te borgen of te beschermen. Wanneer namelijk nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kan een algemene maatregel van bestuur (AMvB) regels stellen over de inhoud van een bestemmingsplan. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, oftewel de AMvB Ruimte) zijn nationale belangen beschreven die om bescherming van het Rijk vragen, zoals bijvoorbeeld de 'erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde'.
Voor deze belangen is het Rijk namelijk verantwoordelijk. Verder zijn in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) nadere regels opgenomen voor onder andere militaire terreinen, radarverstoringsgebieden, reserveringen voor spoor en wegen en buisleidingen. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden, zoals de gemeente Utrecht, beleidsruimte. 2.1.2.2 Plangebied Voor het plangebied is het Barro relevant vanuit het belang van het behoud van erfgoed (archeologie) en defensie. Het plangebied is gelegen ter plaatse van de Romeinse Limes. De bescherming hiervan is verder uitgewerkt in de Provinciale verordening. Het Rarro geeft uitwerking aan enkele bepalingen in het Barro. In het Rarro zijn nadere regels opgenomen voor onder andere militaire terreinen, radarverstoringsgebieden, reserveringen voor spoor en wegen en buisleidingen. Het Rarro bevat instructies voor gemeenten bij het opstellen van bestemmingsplannen. Het plangebied ligt in het radarverstoringsgebied van radarstation Soesterberg, zoals aangegeven in het Barro. In dit gebied gelden beperkingen voor bestemmingsplannen met het oog op een goede werking van de radar op het radarstation. Het gaat hier om hoogtebeperkingen voor bouwen, bouwwerken en windturbines.
De maximale hoogte van bouwwerken in een radarverstoringsgebied wordt bepaald door elke denkbeeldige rechte lijn die wordt getrokken vanaf een punt op de top van de radarantenne oplopend met 0,25 graden tot een punt gelegen 15 kilometer vanaf voornoemde radarantenne. De regels van het bestemmingsplan Merwede maken een maximale bouwhoogte van 100 meter mogelijk.
1 2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
Utrecht
Afstand plangebied tot de radar Soesterberg
2.1.2.2.1 Berekeningsmethodiek Het plangebied ligt op ongeveer 13 kilometer van de radar. De hoogte van de antenne bij Soesterberg is 63 meter NAP; daar zit de punt van de kegel. Daarna loopt de lijn met 0.25 graden omhoog. Op 13.5 km afstand is de maximaal toelaatbare hoogte 121.9 meter NAP. Het maaiveld ligt volgens AHN3 rond de 2 meter NAP. 2.1.2.3 Conclusie De relevante belangen vanuit het Barro en de instructies vanuit het Rarro zijn in acht genomen en leiden tot de conclusie dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is. De archeologische waarden in het gebied zijn beschermd met een dubbelbestemming Waarde-archeologie. De hoogte van de radarantenne van Soesterberg is 63 meter +NAP. Uit bovenstaande berekening blijkt dat bij een hoogte van 100 meter verstoring van de radar is uitgesloten. 2.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 3.1.6 tweede en derde lid) (2017)
2.1.3.1 Kader De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is in 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat overheden een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting van het bestemmingsplan moeten motiveren. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe laddersystematiek geldt. Het doel van de motivering op grond van de Ladder is een zorgvuldige afweging bij ruimtelijke besluiten die zorgt voor zuinig ruimtegebruik en tegengaan van overprogrammering en leegstand. Het besluit voldoet hiermee aan een goede ruimtelijke ordening. De toetsing aan de Ladder kan bij het opnemen van uitwerkingsplichten en wijzigingsbevoegdheden in het bestemmingsplan, doorschuiven naar de fase van de vaststelling van het uitwerkings- of wijzigingsplan. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet een motivering bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Wanneer het bestemmingsplan die ontwikkeling bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
13
mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet het bestemmingsplan een motivering bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Ladder is kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke besluiten van de decentrale overheden, waaronder de bestemmingsplannen van de gemeente Utrecht. 2.1.3.1.1 Beschrijving behoefte De behoefte is kort gezegd het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd. De Ladder bepaalt niet voor welk gebied de behoefte in beeld moet worden gebracht. De uitkomst van de beoordeling van de behoefte moet in de plantoelichting worden vermeld. Naast een kwantitatieve beoordeling vindt ook een kwalitatieve beoordeling plaats. 2.1.3.1.2 Beschrijving behoefte buiten het bestaand stedelijk gebied Wanneer de beoogde ontwikkeling niet kan plaatsvinden binnen het stedelijk gebied door bijvoorbeeld het toepassen van een andere bestemming van een gebied, herstructurering van bestaande terreinen of door transformatie van bestaande gebouwen of gebieden moet een motivering worden opgenomen waarom dit niet mogelijk is.
Het bestaande stedelijk gebied kan worden gedefinieerd als het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. De provincie Utrecht heeft in de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening de afbakening van het bestaand stedelijk gebied vastgelegd. 2.1.3.1.3 Gebiedsontwikkeling per regio (betekenis voor Utrecht) Het kabinet heeft voor 9 regio's in Nederland opgaven van nationaal belang uitgewerkt. Het gaat hierbij om doelen die voor Rijk en regio van belang zijn. Voor Utrecht geldt daarbij dat Utrecht belangrijk is als het gaat om de verbinding van autowegen, spoorwegen en vaarwegen. Station Utrecht Centraal heeft daarbij een centrale rol. Ook speelt de regio Utrecht een belangrijke rol bij de verdere ontwikkeling van de topsector Life Sciences. De populariteit van steden neemt toe en die van Utrecht in het bijzonder. Utrecht groeit en we willen die groei vooral faciliteren door inbreiding. Belangrijke nieuwe woningbouwlocaties in de stad die daar - naast Leidsche Rijn - aan moeten bijdragen zijn het Beurskwartier en de Merwedekanaalzone. Het efficiënt benutten van die locaties, onder andere door daar vaker de hoogte in te gaan, zien we als kans.
We geven deze gebieden als het ware terug aan de stad. Elders in de stad ontstaat daardoor ruimte om bij het verder ontwikkelen van de stad vooral kwalitatieve uitgangspunten te hanteren en in mindere mate stedelijke productiedoelstellingen. We verbreden het palet aan keuzemogelijkheden voor Utrechters en bezoekers van de stad. In 2018 is in opdracht van de regio U10 en de provincie Utrecht een regionaal onderzoek uitgevoerd waarbij een inschatting is gemaakt van de woningbehoefte voor de regio Utrecht (U16). Voor de periode 2017-2040 is voor de U16 een huishoudengroei geprognotiseerd van 90.000 en er wordt uitgegaan dat er 14.000 woningen vervangen moeten worden na sloop. In de periode van 2017 tot 2040 moeten er dus 104.000 woningen worden bijgebouwd in de regio Utrecht (16 gemeenten) om het bestaande tekort niet verder op te laten lopen. Hiervan zijn er 60.000 woningen voor de stad Utrecht. 2.1.3.1.4 Behoefte vanuit de economische ontwikkeling Vanuit internationaal perspectief bezien functioneert Nederland volgens Prof. P. Tordoir steeds meer als één ‘metropolitaans systeem’ met een samenhangende arbeidsmarkt. Prof. G. Clark ziet de vier grote steden in dat verband functioneren als één onderling verbonden regio: een Super-Connected Global Region, die als geheel kan concurreren met steden als London en Parijs.
Binnen dat systeem ziet Tordoir Amsterdam en Utrecht als de grootste magneten. Nationaal richten pendelstromen zich sterk op deze twee steden. Dat wordt nog versterkt doordat mensen momenteel sneller van baan wisselen dan van woning. Consequentie is dat ook binnen de stad sprake is van een toenemende verplaatsingsbehoefte. Binnen de ‘verbonden regio’ onderscheidt de stadsregio Utrecht zich door een focus op ‘Healthy Urban Living’. Hier groeit het aantal bewoners naar verhouding het snelst en vind je de hoogstopgeleide bevolking. De gunstige ligging in netwerkend Nederland, de innovatiekracht als studentenstad en de vergrote aandacht voor het stedelijk leven bieden Utrecht en zijn stedelijke regio uitstekende mogelijkheden om verder te werken aan een gezonde toekomst. Utrecht kiest voor een gezonde groei als koers voor de lange termijn. Bij het bouwen van nieuwe woningen staan gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid voorop. De gemeente wil de woningen binnen het stedelijke gebied bouwen en daarbij flink investeren in de openbare ruimte en voorzieningen. Tegelijkertijd zoeken we oplossingen voor problemen. We willen bijvoorbeeld de druk 1 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
Utrecht
op de woningmarkt verlichten. Door drukte op de woningmarkt stijgen de prijzen van huizen waardoor een deel van de woningvoorraad onbetaalbaar wordt voor mensen met een lager inkomen. De Merwedekanaalzone, het Jaarbeursterrein en Leidsche Rijn zijn de grote gebieden waar veel gebouwd en ontwikkeld gaat worden. Maar er wordt ook gebouwd op kleinere plekken, zoals bij de 2e Daalsedijk en het Kruisvaartterrein. De Binnenstad, het Stationsgebied, het Utrecht Science Park en Leidsche Rijn Centrum bieden ruimte voor economische ontwikkelingen. Voor een vitale stad als Utrecht is het van groot belang dat werkgelegenheid en voorzieningenniveau gelijke tred houden met de groei van de bevolking. Zo wordt verwacht dat de beroepsbevolking tot 2030 met 40.000 mensen groeit. Een aantal algemene trends en ontwikkelingen heeft ook in Utrecht invloed op de economie en het ruimtegebruik op werklocaties: vergrijzing, een toenemende trek naar de stad, een sterke focus op digitale technologie en de daarop aansluitende arbeidsmarkt, flexibilisering van die arbeidsmarkt, veranderend ondernemerschap (meer, kleiner, breder en sociaal), globalisering, aandacht voor gezondheid en duurzaamheid en circulaire- en deeleconomie. Tot nu toe houdt de hoeveelheid banen gelijke tred met de omvang van de beroepsbevolking.
Of dit zo blijft is afhankelijk van de economische groei (Bron: Onderzoek op basis van CPB/PBL). Op dit ogenblik wordt overigens 38% van de arbeidsplaatsen bezet door werknemers van buiten de U10-regio. In het kader van een gezonde verstedelijking zien we in Utrecht kansen voor: Bedrijven die zich richten op het toepassen van technologische ontwikkelingen. Utrecht heeft een positie als ‘testlab’ van Nederland, vooral door de grote aanwezigheid van partijen die de ontwikkelde technologie in de reële economie kunnen en/of willen toepassen. Bedrijven die zich bewegen op het snijvlak van sectoren, zoals nieuwe technologische diensten. Maar het kan ook gaan om samenwerking in dezelfde keten, tussen bouwers en installateurs, tussen afvalverwerkers en toeleveranciers. Als het gaat om crosssectoraal ondernemerschap, valt te denken aan samenwerking tussen de creatieve industrie en de zorg. Bedrijven die maatschappelijke uitdagingen weten om te zetten in economische kansen. Denk bijvoorbeeld aan vernieuwende concepten in het kader van Healthy Urban Living, waarvoor Utrecht als proeftuin kan dienen en die interessant zijn voor de rest van wereld. De nieuwe economische groeikansen zitten vooral in de ontwikkeling van start-ups, doorgroeiende start-ups en andere snelgroeiende bedrijven (‘stars’). Ook de gezondheids- en vrijetijdseconomie bieden volop perspectieven.
Tenslotte ontstaat veel groeipotentieel door concentratie van middelgrote traditionele bedrijven. Van belang voor de economische ontwikkeling is wel dat Utrecht zich blijft ontwikkelen als “slimme stad”. Op dit ogenblik is het grootste deel van de Utrechtse werkgelegenheid op één of andere manier zorggerelateerd. Er is een bovengemiddelde groei van werkgevers in de gespecialiseerde zorg, de internetretail, zelfmanagement, toepassing van games, data, 3D-printing, de fundamentele en toegepaste medische technologie en lifesciences. Voor de komende jaren verwachten we in Utrecht ook een grote groei van de zakelijke dienstverlening. Dit is een bonte verzameling van beroepen en sectoren, zoals rechtskundige diensten, accountants, adviesbureaus, ingenieursbureaus, communicatie- en reclamebureaus, beveiligingsbedrijven, schoonmaakbedrijven en uitzendbureaus. 2.1.3.1.5 Behoefte vanuit bevolkingsgroei > Utrecht groeit door naar 400.000 inwoners rond 2030 De bevolking van Utrecht is de afgelopen jaren fors toegenomen, een groei die ook in de komende jaren gestaag doorzet. De voorspelde groei zien we als kans om kwaliteit aan de stad toe te voegen. We moeten daarbij niet vergeten dat de ontwikkeling van Lunetten, Leidsche Rijn en de samenvoeging met Vleuten-De Meern de belangrijkste factoren zijn die de afgelopen 50 jaar tot de groei van de bevolking hebben geleid.
Ten oosten van het Amsterdam-Rijnkanaal is de omvang van de bevolking afgenomen door gezinsverdunning en door het groeikernenbeleid. Door de toenemende populariteit van de stad is daar inmiddels weer een kentering in gekomen, maar de omvang van de bevolking in dat deel van Utrecht is nog lang niet op het niveau van 1970. We veronderstellen een verband tussen de economische ontwikkeling en de woningvraag. Om die ontwikkeling te kunnen faciliteren is het noodzakelijk op de woningmarkt perspectieven te bieden aan hoger opgeleiden die zich na hun studie blijvend in Utrecht willen vestigen, maar ook aan werknemers in lager betaalde functies, bijvoorbeeld in de dienstverlenende sectoren en de logistiek (Lage Weide). De (blijvende) druk op de woningmarkt leidt daardoor zowel tot een toenemende vraag naar centrumstedelijke woningbouw voor met name hoger opgeleiden als tot een blijvende bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
15
vraag naar goedkopere woningen voor (startende) gezinnen op plekken buiten het centrum. De vraag naar woningen voor studenten neemt naar verwachting wat af als gevolg van wijzigingen in de studiefinanciering. De doorstroom uit de Maatschappelijke Opvang én het stijgende aantal statushouders als gevolg van de vluchtelingeninstroom zorgt wel voor extra druk op de sociale woningbouw en vraagt, gezien de aard van de problematiek, een aparte benadering binnen de totale woningvraag. De druk op de woningmarkt is ook af te lezen aan de stijgende prijzen. Een groter deel van de woningvoorraad dreigt onbetaalbaar te worden voor mensen met een lager inkomen. Dat werkt verdere segregatie in de hand. De aantrekkelijkheid van Utrecht, gecombineerd met de snelle groei van de stad, zorgen voor uitdagingen in het optimaal gebruik van de ruimte voor diverse functies (zoals wonen, maatschappelijke voorzieningen, kantoren, horeca, sport, etc.). De totaalvisie op wonen, werken en verblijven in Utrecht is uitgewerkt in de actualisering van de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU 2040). Specifiek voor de Utrechtse woningmarkt zien wij de volgende uitdagingen: de druk op de woningmarkt is groot. Vraag en aanbod lopen uiteen. De prijzen voor koop- en huurwoningen stijgen en zijn gemiddeld hoger dan in de rest van het land. Voor steeds meer mensen is een (andere) woning in Utrecht niet (meer) bereikbaar.
Vooral de middeninkomens raken in de knel; de zoek- en wachttijd voor een sociale huurwoning loopt op en de doorstroming stagneert door een gebrek aan passend aanbod; we zien de verschillen tussen wijken met een eenzijdige goedkope woningvoorraad en wijken met een gemengde woningvoorraad toenemen. Op een aantal plekken in de stad komen de leefbaarheid en veerkracht van de wijk onder druk te staan; de meeste mensen kunnen gelukkig zelf voorzien in hun woonruimte. Toch zijn er groepen die dit (tijdelijk) niet kunnen. Het aanbod van geschikte woningen voor mensen met behoefte aan zorg of ondersteuning is schaars en niet evenredig verdeeld over de stad. We zien een opgave voor passende huisvesting voor ouderen. Wat ook kan bijdragen aan het op gang brengen van doorstroming; we zien groepen initiatiefnemers en bewoners die woonconcepten willen ontwikkelen waar de huidige markt onvoldoende in voorziet, en die bijdragen aan een leefbare buurt. De uitdagingen op de Utrechtse woningmarkt zijn dus fors. De Woonvisie ‘Utrecht beter in balans’ geeft een analyse van deze uitdagingen. Het is duidelijk dat we veel nieuwe woningen nodig hebben. We willen een evenwichtige verdeling van (inkomens)groepen over de wijken. Om tegemoet te komen aan de uitdagingen heeft de gemeente met de partners in de volkshuisvesting in de stad afspraken gemaakt en vastgelegd in het Stadsakkoord Wonen.
Daarin zijn de volgende speerpunten vastgelegd: 1.
2.
3.
4.
5.
Langdurig hoog bouwtempo: We verhogen het bouwtempo en houden dit tempo langdurig vast. We gaan uit van een planvoorraad van 48.000 woningen voor de jaren 2019-2040. Er is echter een woningbouwbehoefte van 104.000 in de regio Utrecht, waarvan 60.000 in de stad Utrecht. 1 We voegen in alle segmenten woningen toe, vooral daar waar het tekort groot is. Inhaalslag middensegment en groei sociale voorraad: We willen een forse inhaalslag maken in het middensegment en brengen de sociale huurvoorraad op peil. In de Woonvisie ‘Utrecht beter in balans’ formuleert de gemeente Utrecht haar ambitie om in 2040 een woningvoorraad te hebben met 35% sociale huurwoningen (incl. zelfstandige studentenhuisvesting) en 25% woningen in het middensegment. Gemengde wijken: We streven naar gemengde, leefbare wijken waar mensen prettig en gezond kunnen (samen)leven. We doen dat samen met bewoners, waarbij we aansluiten bij de vernieuwing van het participatiebeleid. We benutten waar mogelijk bewoners(groepen) voor de kwaliteit van wonen en voorzieningen in de buurt. We gebruiken de versnelde groei van de woningvoorraad om kwaliteit toe te voegen. We zorgen voor betere menging van verschillende woningsegmenten in de wijken. Doorstroming: We willen meer balans brengen in vraag en aanbod en de bestaande mismatch in de woningvoorraad aanpakken.
We brengen verhuisketens op gang zodat huishoudens kunnen doorstromen naar een passende woning en de schaarse woningvoorraad beter wordt verdeeld. Een (t)huis voor iedereen: Nieuwe woonconcepten kunnen kansen bieden aan tal van doelgroepen om te wonen en leven op een manier die bij hen past. Wij staan open voor initiatieven van bewoners en voor nieuwe woonconcepten die bijdragen aan een woningmarkt in balans. Ook willen we sociaal kwetsbare Utrechters die niet zelfstandig een woning kunnen vinden aan een (t)huis helpen.
1 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
Utrecht
2.1.3.2 Plangebied Op basis van het bovenstaande kan de conclusie getrokken worden dat er in Utrecht grote behoefte is aan een plek waar wonen, bedrijvigheid en voorzieningen een plaats kunnen krijgen. De functies die Merwede toevoegt aan de stad beogen een invulling te geven aan een nieuwe vorm van stedelijk wonen waarin hoge dichtheden, functiemenging maar ook een gezond stedelijk leven en duurzaamheid hand in hand gaan en elkaar versterken. Uit het Meerjaren Perspectief Ruimte (MPR) 2019 blijkt dat de stad Utrecht een binnenstedelijke planvoorraad heeft van ongeveer 48.000 woningen die opleveren in de periode 2019-2040, bestaande uit zowel harde als zachte plannen. Dit omvat alle plannen van diverse initiatiefnemers. Deze planvoorraad is dynamisch omdat er door het jaar heen veel nieuwe initiatieven voor woningbouw komen en er ook projecten worden opgeleverd. De analyse van het MPR maakt duidelijk dat er – gelet op de ambities voor de verdeling van de woningvoorraad in 2040 – voor zowel de sociale huur als het middensegment een urgente opgave ligt. Met de bouwproductie 2019-2021 is op korte termijn een zeer forse inspanning nodig in het middensegment, gelet op de teruglopende jaarlijkse productie in dat segment. In de Merwedekanaalzone kunnen, naar verwachting en bij het nemen van de nodige maatregelen, op termijn 10.000 woningen gebouwd worden.
Voor Merwede (deelgebied 5) geldt dat hier ruimte is voor het gefaseerd ontwikkelen van 6.000 woningen. De Merwedekanaalzone mikt op een brede doelgroep aan bewoners, gebruikers en bezoekers. We spannen ons in om de Merwedekanaalzone aantrekkelijk te maken voor alle leefstijlen. Dat doen we door aandacht te besteden aan het ontwerp van de gebouwen en woningen, de kwaliteit van de buitenruimte en het aanbod van voorzieningen in de nieuwe wijk. De verwachting is dat het gebied in eerste instantie vooral bewoners zal trekken die bewust voor het nieuwe stedelijk leven kiezen. Wonen in de stad in een levendige, groene en autovrije omgeving, met wel de mogelijkheid om auto’s en fietsen te delen. Mensen die willen en kunnen leven zonder een eigen auto. 2.1.3.2.1 Woningmarktonderzoek Data-analysebureau Springco onderzocht de potentiële woningmarkt voor het hoog-stedelijke milieu dat in Merwede wordt gerealiseerd. Van de jaarlijks ingeschatte nieuwbouwvraag van 2.600 woningen in Utrecht, verwacht Springco dat bijna 1.300 woningzoekenden potentieel geïnteresseerd zijn in een stedelijk woonmilieu als Merwede. Op basis van levensstijlen zijn vooral woningzoekers met een rode (actief, trendsettend) en paarse levensstijl (zelfverzekerd, ondernemend) interessante doelgroepen. Daarnaast is ook de oranje (enthousiast) levensstijl kansrijk.
Het gaat daarbij om jongeren tot 30 jaar en om de groep 30-54 jaar. Onder ouderen zal de belangstelling wat lager zijn dan hun gemiddelde aandeel in Utrecht. De doelgroep zal vooral bestaan uit singles en stellen. Springco constateert een substantiële vraag naar middensegment woningen. Opvallend is dat vooral veel vraag te verwachten is naar koopwoningen in het middensegment tot 200.000 euro (12 procent) en tussen de 200.000 en 300.000 euro (30 procent). De vraag naar duurdere huur- en koopwoningen in Merwede zal beperkt zijn. Dat komt vooral door de lage parkeernorm in Merwede, toont het onderzoek aan. Voor alle segmenten geldt dat het succes van een autovrije wijk afhankelijk is van hoogwaardig openbaar vervoer en met voldoende aanbod van deelauto's. Vanwege de stedelijke dynamiek en de aanwezige voorzieningen willen jonge gezinnen graag in de stad blijven wonen. Gezinnen met schoolgaande kinderen dragen bij aan een sterke sociale structuur. Ondanks dat Merwede door het grote aantal appartementen en autovrije omgeving geen typische gezinswijk is, willen we ook startende gezinnen de mogelijkheid geven om binnen Merwede een wooncarrière te maken. Merwede voorziet daarom ook in het in Utrecht ontbrekende aanbod voor gezinnen met een stedelijk woonvoorkeur en is aantrekkelijk voor startende en eenoudergezinnen.
Goede woning plattegronden (voldoende kamers) en de aanwezigheid van voorzieningen zoals speelvoorzieningen en scholen zijn daarbij van belang. Het voorliggende bestemmingsplan maakt maximaal 4.250 woningen mogelijk. Voor het plangebied zijn met de eigenaren afspraken gemaakt voor het te realiseren woonprogramma. 55% van het woonprogramma is gereguleerd; 30% wordt ingevuld met sociale huur, 25 middensegment en 45% vrije sector.
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
17
2.1.3.2.2 Behoefte aan voorzieningen groeit mee Het kerndoel levendige wijk realiseren we in de Merwedekanaalzone door in de directe woonomgeving een mix van voorzieningen aan te bieden en in te zetten op behoud en daar waar mogelijk uitbreiding van de werkgelegenheid aansluitend bij de snelle groei van de beroepsbevolking in Utrecht. Naast horeca, creatieve- en commerciële bedrijven vind je er veel andere functies, zowel voor de nieuwe wijk als voor de stad. Het accent ligt op functies in de plint, in bedrijvenverzamelgebouwen en (kleinere) bedrijfs- en kantoorunits. In de Merwedekanaalzone bevinden zich nu, maar zeker ook straks functies die je op weinig plekken in Utrecht op deze manier tegenkomt. Wij zetten ons in voor het voor de Merwedekanaalzone behouden en met een passende ontwikkelstrategie doorontwikkelen van bestaande functies, zoals creatieve bedrijven de VechtclubXL, Alchemist en Stadstuin in deelgebied 5. In deze stadswijk ontstaat daarmee een bijzondere mix van wonen, werken en voorzieningen die zorgt voor levendigheid, ontmoeting en werkgelegenheid. Er is geen ruimte voor (nieuwe) grootschalige functies die grote beperkingen (voor wonen) met zich meebrengen vanuit mobiliteit of milieu. Dit is een voorwaarde bij de transformatie.
De Merwedekanaalzone biedt straks, als een wijk met circa 10.000 woningen, een diversiteit aan functies, stedelijke functies en functies die zich vooral op de wijk zelf richten. Het accent ligt op voorzieningen in de (dagelijkse) eerste levensbehoeften, op creatieve (en kleinschalige) bedrijvigheid en op functies die bijdragen aan ontmoeting en (lokale) werkgelegenheid. Dit zijn voorzieningen die van belang zijn voor gezond stedelijk leven. Ze nodigen uit tot ontmoeten en dragen bij aan de interactie met omliggende wijken en de inclusieve stad. 2.1.3.2.3 Niet woonfuncties Bureau Stedelijke Planning heeft een rapportage opgesteld voor het niet woonprogramma voor het bestemmingsplan (Ladderonderbouwing niet-woonfuncties Merwedekanaalzone, 2020, en Ladderonderbouwing maatschappelijke voorzieningen Merwedekanaalzone, 2020, zie bijlage). De behoefte aan het programma voor de planperiode 2020 - 2030 is in beeld gebracht voor de functies kantoren, detailhandel, horeca, vrije tijd, sport en maatschappelijke voorzieningen. De behoefte aan bedrijfsruimten is alleen kwalitatief onderbouwd; deze functie is reeds mogelijk op basis van het nu geldende bestemmingsplan. 2.1.3.2.4 Stedelijk leven in Merwede Door de druk op de kantoren en bedrijvenmarkt van Utrecht kan er in de Merwedekanaalzone een aantrekkelijk woon-werkgebied gemaakt worden.
Door de sterke toename van het aantal inwoners in deelgebied 5 zelf, maar ook rondom in bijvoorbeeld deelgebied 4 van de Merwedekanaalzone, stijgt daarmee de vraag naar voorzieningen. Om tot een aantrekkelijk stedelijk milieu te komen, waar bewoners op korte afstand van hun woning boodschappen kunnen doen, is een basis voorzieningenniveau essentieel. Dit is ook erg belangrijk om te zorgen dat bewoners niet naar andere centra hoeven te rijden om hun dagelijkse boodschappen te doen en door realisatie van voorzieningen op korte afstand de mobiliteitsopgave te laten slagen. Een mix van publieks- en maatschappelijke functies draagt daarbij bij aan levendigheid, reuring en een aantrekkelijk woon- en werkmilieu. In nieuwe gebiedsontwikkelingen als de Merwedekanaalzone leveren kleine bedrijven en broedplaatsen in de creatieve sector meerwaarde op ten aanzien van de uitstraling en levendigheid en dragen deze bij aan de identiteit, beleving en ervaring van de wijk. Ook bieden ze (lokale) werkgelegenheid en trekken bezoekers naar het gebied. Ze maken het een interessant gebied om te wonen en mede door deze bedrijven is de Merwedekanaalzone reeds op de kaart gezet. Ook voor bedrijven zelf is de Merwedekanaalzone een aantrekkelijke vestigingsplek. In toenemende mate vestigen bedrijven zich in de stad; dicht bij de consument en de afzetmarkt.
Gemengde milieus zijn steeds meer in trek, door de aanwezigheid van voorzieningen en een levendig en divers karakter. Daarnaast wordt werken dicht bij huis steeds belangrijker. Niet alleen om reistijd te besparen, maar ook door de invloed van de coronacrisis. Flexibiliteit in grootte van de bedrijfsruimtes is gewenst om goed in te kunnen spelen op de vraag vanuit het gebied zelf of van daarbuiten. Bedrijfsruimten moeten flexibel zijn in te delen (naar behoefte te vergroten of te verkleinen).
1 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
Utrecht
2.1.3.2.5 Kansen voor blurringconcepten Tegenwoordig vervagen de grenzen steeds meer tussen verschillende voorzieningen. Dit wordt ook wel aangeduid met de term blurring. Blurring is het Engelse woord voor vervagen en het fenomeen heeft dan ook alles te maken met branchevervaging. Dit kunnen bijvoorbeeld ook winkels zijn die aanbod uit alle branches verkopen, maar ook winkels met horeca of een kapper met een expositieruimte, een kantoor met een openbare horecagelegenheid, etc.. Merwedekanaalzone deelgebied 5 is typisch een gebied waar blurring van diverse functies goed passend kan zijn. Ook om in te spelen op de wensen uit te markt. Belangrijk is dat de toegevoegde functie in meters en activiteit altijd ondergeschikt is aan de hoofdfunctie (bijvoorbeeld maximaal 10% van het totale vloeroppervlakte van de gebruiker en maximaal 100 m² bvo binnen dit vloeroppervlakte). Ook een concept zoals voorzien in het huidige fietsdepot past hier goed in. De begane grond wordt gereserveerd voor een foodhal volgens een horecaconcept, aangevuld met de verkoop van artikelen uit de maakindustrie (waaronder in de Merwedekanaalzone zelf gemaakt) en tweedehands artikelen. Een dergelijk (blurring)concept past uitstekend in het huidige tijdsgewricht en bij het gebied, en door de uniciteit zonder dat het ten koste gaat van aanbod elders.
Op basis van de rapportages van Bureau Stedelijke Planning is onderstaand programma voor het bestemmingsplan opgenomen in de regels. Voor de verdere onderbouwing wordt verwezen naar de bijgevoegde rapportages.
Tabel Programma niet woonfuncties 2.1.3.2.6 Maatschappelijke voorzieningen In de Merwedekanaalzone reserveren we 4% van de totale bruto vloeroppervlakte aan ontwikkelruimte voor maatschappelijke voorzieningen. Hierbij moet gedacht worden aan gezondheidscentra, jeugdhulp met verblijf, een Time-out voorziening Maatschappelijke Opvang, Woonvoorzieningen voor ouderen met een langdurige zorgvraag Dagbesteding en activering. Daarnaast willen we ook in de Merwedekanaalzone voorzieningen om mensen te ondersteunen om de dag zinvol en actief in te vullen, zodat zij kunnen meedoen in de samenleving. Buurtcentra de huiskamers in zijn plekken waar iedereen zich welkom weet en waar de gebruikers zorgen voor activiteiten. Eénderde van de woningen die we in het plangebied realiseren is bedoeld voor gezinnen. Op basis bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
19
daarvan gaan we in eerste instantie uit van twee basisscholen van 17 groepen en één school voor Voortgezet Onderwijs (VO-school). Bij doorgroei van het aantal woningen is een derde basisschool nodig. Het ligt voor de hand de eerste twee basisscholen aan de noord- en zuidzijde van deelgebied 5 te situeren. Ook de VO-school krijgt een plek in het plangebied. Het is van belang dat tijdig ook een basisschool wordt opgeleverd en dat deze school zoveel mogelijk meegroeit met het aantal kinderen in de wijk. Door in de programmering ruimte voor groei met 8 lokalen te reserveren, kan hierin worden voorzien. Om in te spelen op veranderingen in de bevolkingssamenstelling en maatschappelijke trends en voorkeuren is het gewenst om flexibel om te gaan met de programmering van de maatschappelijke voorzieningen in de ontwikkeling van de Merwedekanaalzone. Daarbij is het essentieel dat er een minimaal programma aan maatschappelijke voorzieningen wordt ingevuld. Dit draagt bij aan een prettig leefbare buurt en aan de mobiliteitsdoelen in de buurt. De inwoners moeten voorzieningen op korte afstand van hun huis hebben, zodat zij niet onnodig genoodzaakt zijn bijvoorbeeld een auto te pakken. 2.1.3.2.7 Cultuur Voor Merwedekanaalzone zetten we in op een levendige stadswijk en behoud en versterking/uitbreiding van werkgelegenheid.
De creatieve sector is één van de snelst groeiende sectoren in Utrecht. Uit het oogpunt van werkgelegenheid, uitstraling, identiteit, levendigheid en impact bieden bedrijfjes en broedplaatsen in deze sector meerwaarde voor de stad en in nieuwe gebiedsontwikkelingen als de Merwedekanaalzone. 2.1.3.3 Conclusie Voor de woonfunctie, alle commerciële en maatschappelijke voorzieningen in het programma geldt dat de totale ladderruimte voldoende is. De regels van het bestemmingsplan sluiten aan bij de ladderruimte en geven ook een minimaal te realiseren programma om de bedoelde functiemenging te borgen met het oog op het realiseren van een leefbare buurt.
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
2.2.1
Provinciale Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening
Op 10 maart 2021 stelden Provinciale Staten de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening vast. Beiden zijn in werking getreden op 1 april 2021. De Interim Omgevingsverordening is nodig omdat de Omgevingsverordening alleen onder de Omgevingswet in werking kan treden. Met de Interim Omgevingsverordening kunnen plannen en ambities eerder vormgegeven worden. De Omgevingsverordening heeft net voor de zomer van 2021 ter inzage gelegen en wordt naar verwachting begin 2022 vastgesteld. In de Omgevingsvisie staat hoe de provincie er in 2050 uitziet. De Omgevingsvisie geeft richting aan de toekomstige en fysieke leefomgeving. Dit is alles op, boven en onder de grond en inclusief de sociale aspecten zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. In de Interim Omgevingsverordening staan de regels en instructieregels die daarvoor nodig zijn. Provincie Utrecht geeft bij de onderstaande 7 thema's de provinciale belangen aan die verplichtingen met zich mee brengen. Dat geeft al een doorkijk naar deze instructieregels. Om voor te sorteren op de toekomst richt de Omgevingsvisie zich op een aantal ontwikkelingen: extra woningen die gebouwd moeten worden; toename van werkgelegenheid; toename van verkeer; energietransitie; klimaatverandering; verandering in de landbouw; versterking van natuur en recreatief groen.
Provincie Utrecht vindt het daarbij belangrijk om de bestaande kwaliteiten te behouden, te versterken en in balans te laten zijn met deze ontwikkelingen. De ruimte voor ontwikkelingen is beperkt, terwijl de vraag naar ruimte groot is.
2 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
Utrecht
2.2.1.1 Uitwerking beleid in 7 thema's De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving en voor het mogelijk maken van lokale afwegingen als een veilige en gezonde leefomgeving daarbij gebaat is. Het beleid voor de gezonde en veilige leefomgeving is beschreven in 7 thema's. 1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
Stad en land gezond Dit thema gaat over milieu, gezondheid, recreatie en toerisme. Provincie Utrecht wil graag voor de woon-, werk-, en leefgebieden bereiken dat deze gezond zijn en uitnodigen tot bewegen. In en rondom steden en dorpen moeten voldoende groene gebieden zijn om te recreëren. Klimaatbestendig en waterrobuust Dit thema gaat over een duurzaam en robuust bodem- en watersysteem, een klimaatbestendige en waterveilige leefomgeving en een perspectief voor bodemdalingsgebieden. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat er bescherming is tegen overstromingen, een tekort aan zoetwater of de gevolgen van extreem weer (wateroverlast en hitte). Duurzame energie Dit thema gaat over het stimuleren van energiebesparing en het opwekken van duurzame energie uit wind, zon, bodem en water. Vitale steden en dorpen Dit thema gaat over ruimte voor wonen en leven en ruimte voor werken en winkelen. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat nieuwe woningen en bedrijven vooral komen op plekken binnen de bebouwde kom. Ook is het belangrijk dat deze plekken goed bereikbaar zijn met trein, bus, tram en fiets. Prioritaire locaties voor grootschalige integrale ontwikkeling zijn onder meer Leidsche Rijn, Utrecht Centraal Station (Beurskwartier/Lombokplein en Merwedekanaalzone), Lunetten-Koningsweg en Utrecht Science Park/Rijnsweerd.
Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar Dit thema gaat over een goed bereikbare provincie, ontwikkeling bij knooppunten en optimalisatie van netwerken, wegen, OV en fiets. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat er nieuwe verbindingen voor openbaar vervoer en (snel)fietspaden komen tussen de woon-, werk-, en leefgebieden. Daarbij moet er beter gebruik gemaakt worden van bestaande wegen. Levend landschap, erfgoed en cultuur Dit thema gaat over aantrekkelijke landschappen en een toegankelijke cultuur en waardevol erfgoed. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat veel mensen kunnen genieten van de landschappen, waterlinies, forten, kastelen en buitenplaatsen. Ook is belangrijk dat het cultuuraanbod (zoals festivals en musea) meegroeit met het aantal inwoners. Toekomstbestendige natuur en landbouw Dit thema gaat over een robuuste natuur met hoge biodiversiteit en een duurzame landbouw. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat de natuur wordt beschermd en nieuwe natuurgebieden worden aangelegd die elkaar verbinden. Verder worden boeren geholpen om een omslag te maken naar kringlooplandbouw.
Alle thema's moeten in samenhang bekeken worden. Dat betekent dat niet alles overal kan. Met het uitgangspunt slim combineren en concentreren kan de groei van inwoners en bedrijven en een gezonde leefomgeving in balans blijven. Het concentreren richt zich bijvoorbeeld op het bouwen van nieuwe woningen dichtbij stations en in steden en dorpskernen. Op die manier blijft er op andere plekken voldoende ruimte voor bewegen, groen, water en natuur. 2.2.1.2 Uitvoering In drie regio's werkt Provincie Utrecht het beleid verder uit. De samenhang tussen de thematische ambities krijgt hier aandacht. Voor Utrecht is de regio U16 van belang. In deze uitwerking gaat het over de verstedelijkingsstrategie. De verwachting is dat er tot 2040 in de regio ongeveer 99.000 tot 125.000 extra woningen nodig zijn. Na 2040 tot 2050 is er verdere ruimte voor woningbouw onder meer over ontwikkelingen langs de A12 tussen knooppunten Lunetten en Oudenrijn en het benutten van bestaande OV-knooppunten in de regio. 2.2.1.3 Interimverordening Hoofdstuk 2 en verder van de verordening bevatten instructieregels voor onder andere bestemmingsplannen. Deze instructieregels hebben betrekking op verschillende thema's zoals water, ondergrond en bodem, bereikbaarheid en mobiliteit, energie, wonen en recreëren. Gemeenten moeten deze instructieregels in acht nemen bij het opstellen van bestemmingsplannen.
Voor wat betreft mobiliteit geldt dat het bestemmingsplan een beschrijving moet geven van het aantal verplaatsingen en de wijze van ontsluiting voor verschillende vervoerwijzen. Voor woningen geldt dat de woningbouw moet passen binnen het door Gedeputeerde Staten vast te stellen programma Wonen en werken, en dat de woningbouw niet mag leiden tot extra bodemdaling. De Interimverordening bevat ook een schuifregeling die het mogelijk maakt om bestaande bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
21
plancapaciteit (benutte bouwmogelijkheden) voor zelfstandige kantoren binnen een gebied dat door de provincie is aangewezen als locatie Gebiedstransformatie of herstructurering te herhuisvesten op een ander bouwperceel binnen die locatie. Dat is mogelijk wanneer dat nodig is in verband met gebiedstransformatie of herstructurering van die locatie en daarbinnen gelegen bouwpercelen. In dat geval kan de functie voor zelfstandige kantoren worden verplaatst naar een nieuw bouwperceel binnen dezelfde locatie. Gelijktijdig met die verplaatsing moeten de gebruiksmogelijkheden voor zelfstandige kantoren op het te verlaten bouwperceel worden beëindigd waardoor er sprake is van een oppervlakte neutrale verplaatsing. Het bvo voor zelfstandige kantoren op het nieuwe bouwperceel mag ten hoogste gelijk zijn aan het bvo op basis van de maximale gebruiksmogelijkheden van het te verlaten bouwperceel. Dat betekent dat wanneer op basis van deze maximale gebruiksmogelijkheden het bvo voor zelfstandige kantoren op het te verlaten bouwperceel 2000 m2 bedraagt en er 1500 m2 gerealiseerd is, het bvo op het nieuwe bouwperceel maximaal 2000 m2 mag bedragen. Er is dus sprake van een oppervlakteneutrale verplaatsing van de kantoorfunctie, waarbij geen onbenutte meters voor uitbreiding worden ingeleverd.
Dat voorkomt (ook) dat het voor een partij minder aantrekkelijk wordt op vrijwillige basis aan verplaatsing mee te werken waardoor het risico bestaat dat het proces van gebiedstransformatie of herstructurering onnodige vertraging oploopt. Omdat het om een oppervlakteneutrale verplaatsing van plancapaciteit voor zelfstandige kantoren naar een ander bouwperceel binnen dezelfde locatie gaat, is er geen sprake van toevoeging van nieuwe kantorenmeters voor zelfstandige kantoren aan de betreffende locatie. Door de schuifregeling wordt de speelruimte vergroot om binnen de regels die gelden voor nieuwvestiging van zelfstandige kantoren, maatwerk te kunnen leveren waardoor beter kan worden ingespeeld op nieuwe en dynamische ontwikkelingen. De regeling in lid 6 onder c moet voorkomen dat bestaande plancapaciteit voor zelfstandige kantoren die betrekking heeft op een bouwperceel waarop een inmiddels een in een andere functie getransformeerd kantoorgebouw staat, wordt verplaatst naar een nieuw bouwperceel binnen de transformatielocatie. In dat geval zouden nieuwe kantorenmeters aan die locatie worden toegevoegd, wat niet de bedoeling is van de verplaatsingsregeling. De transformatie heeft in dat geval plaatsgevonden door middel van een omgevingsvergunning afwijken als bedoeld in artikel 2.12 van de Wabo of de kruimelgevallenregeling uit het Besluit omgevingsrecht (Bor).