Bestemmingsplan Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1_Regels.pdf
Tekst van het document
Artikel 9 9.1
Verkeer - Openbaar vervoer
Doel van de functie
Locaties met de functie Verkeer - Openbaar vervoer zijn bedoeld voor het doorgaande verkeer voor een hoogwaardige openbaarvervoerbaan (HOV-baan), in de vorm van een busbaan, groen, ecologische verbindingszone, water, waterbeheer en waterberging en de daarbij behorende voorzieningen. 9.2
Activiteiten die bij de functie passen
Activiteiten die passen bij het doel zijn toegestaan, zoals het aanleggen, gebruiken en in stand houden van in- en uitvoegstroken, kruisingen met wegen en water, water, duikers, fiets- en voetpaden, voorzieningen voor warmte-koudeopslag, gebruik en in- en uitlaat van oppervlaktewater, geluidwerende voorzieningen, halteplaatsen, groenvoorzieningen, voorzieningen voor het onderhoud, onderhoudspaden, stroken en tijdelijke werkterreinen voor het openbaar vervoer, reclame-uitingen en kunstobjecten, civieltechnische kunstwerken met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'ecologie' de locaties bedoeld zijn voor het aanleggen van een ecologische verbindingszone. 9.3 1. 2.
Bouwen op deze locatie, alleen met vergunning Het is verboden om zonder omgevingsvergunning te bouwen. Burgemeester en wethouders verlenen een omgevingsvergunning alleen, als het beoogde bouwwerk aan de onderstaande voorwaarden voldoet:
9.3.1 Gebouwen 1. De oppervlakte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 20 m2 per gebouw. 2. De bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 4 meter, gemeten vanaf de busbaan. 9.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde 1. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ter geleiding, begeleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, mag niet meer dan 3 meter bedragen, gemeten vanaf de bovenkant van de busbaan. 2. In afwijking van de regel onder 1 mag de bouwhoogte van vlaggenmasten niet meer dan 6 meter zijn. 9.4
Activiteiten die niet mogen
De volgende activiteiten zijn in ieder geval verboden: 1. 2. 3. 9.5
het vergroten van het aantal rijstroken voor gemotoriseerd verkeer; het aanleggen van trambanen; het verkopen van benzine of andere motorbrandstoffen. Afwijkende activiteiten met vergunning
In aanvulling op de regel in artikel 18.2 sub 4 kunnen burgemeester en wethouders bij een omgevingsvergunning de bestemmingsgrens Verkeer in geringe mate overschrijden als dit wenselijk is voor een goede inpassing en mits dit geen negatieve invloed heeft op de maximale gevelbelasting van woningen in de bestemming Gemengd.
1 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
Utrecht
Artikel 10 10.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Doel van de functie
Locaties met de functie Verkeer - Verblijfsgebied zijn bedoeld voor verblijf in de openbare ruimte, langzaam verkeer, groen en water, en de bijbehorende voorzieningen. 10.2
Activiteiten die bij de functie passen
Activiteiten die passen bij het doel zijn toegestaan, zoals het aanleggen, gebruiken en in stand houden van, voet- en fietspaden, groenvoorzieningen, water, waterberging en waterbeheer, duikers, standplaatsen, laad- en losplekken, voorzieningen voor warmte-koudeopslag, gebruik en inen uitlaat van oppervlaktewater, markten en standplaatsen voor ambulante handel, kleinschalige evenementen, geluidwerende voorzieningen, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, civieltechnische bouwwerken en kunstobjecten, met dien verstande dat: 1. 2.
ter plaatse van de aanduiding 'brug' is een brug voor langzaam verkeer toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'ecologie' de locaties bedoeld zijn voor het aanleggen van een ecologische verbindingszone.
10.3 1. 2.
Bouwen op de locatie, alleen met vergunning
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning te bouwen. Burgemeester en wethouders verlenen een omgevingsvergunning alleen, als het beoogde bouwwerk aan de onderstaande voorwaarden voldoet:
10.3.1 Gebouwen Gebouwen zijn niet toegestaan. 10.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde 1. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 3 meter bedragen. 2. De regel onder 1 geldt niet voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde ter geleiding, begeleiding en regeling van het verkeer. 3. In afwijking van de regel onder 1 mag de bouwhoogte van palen en masten niet meer dan 6 meter bedragen. 10.4
Activiteiten die niet mogen
Parkeren, al dan niet behorend bij de functie, met uitzondering van laden en lossen, is in ieder geval verboden.
Artikel 11 11.1
Water
Doel van de functie
Locaties met de functie Water zijn bedoeld voor oppervlaktewater, oevers, taluds, warmte koude opslag, ecologie, recreatie, sport, scheepvaart en de bijhorende voorzieningen, en ter plaatse van de functieaanduiding 'woonschepenligplaats' ook als ligplaats voor maximaal één woonboot. 11.2
Activiteiten die bij de functie passen
Activiteiten die passen bij het doel zijn toegestaan, zoals activiteiten voor het waterbeheer en voor waterberging, het aanleggen, gebruiken en in stand houden van taluds, beschoeiingen, kademuren, beweegbare bruggen voor langzaam verkeer uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'brug' met dien verstande dat de afstand tot de aanduiding 'woonschepenligplaats' tenminste 10 meter bedraagt, duikers, sluizen, voorzieningen voor warmte-koudeopslag, civieltechnische bouwwerken, gebruik en in- en uitlaat van oppervlaktewater, recreatie, groenvoorzieningen en kunstobjecten. 11.3 1. 2.
Bouwen op de locatie, alleen met vergunning
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning te bouwen. Burgemeester en wethouders verlenen een omgevingsvergunning alleen, als het beoogde bouwwerk aan de onderstaande voorwaarden voldoet: a. gebouwen zijn niet toegestaan. b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen, waarbij de bouwhoogte gemeten wordt vanaf N.A.P. c. in afwijking van de regel onder b mag de bouwhoogte van een beweegbare brug voor
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
19
d. e. f. 11.4
langzaam verkeer in gesloten toestand niet meer dan 5 meter bedragen, waarbij de bouwhoogte gemeten wordt vanaf N.A.P. Het plaatsen van een valbescherming van ten hoogste 1,5 meter is toegestaan boven op de maximale bouwhoogte van de brug. De minimale doorvaarthoogte van een brug in geopende toestand bedraagt 5.85 meter. De minimale doorvaarthoogte van een brug in gesloten toestand bedraagt 1.60 meter. De minimale vrije doorvaartbreedte van de watergang ter plaatse van een brug bedraagt 25 meter. Activiteiten die niet mogen
De volgende activiteiten zijn in ieder geval verboden: 1. 2.
3.
het dempen van oppervlaktewater; het bouwen of aanleggen, in stand laten of aangelegd laten van gebouwen of boten voor het wonen of voor de vestiging van een bedrijf, met uitzondering van locaties met de functieaanduiding 'woonschepenligplaats'; Akoestische signalering voor een beweegbare brug waarbij het maximale bronvermogen meer bedraagt dan 85dB. Hierbij geldt dat het signaal niet anders dan naar de gevarenzone is gericht.
Artikel 12 12.1
Wonen
Doel van de functie
Locaties met de functie Wonen zijn bedoeld voor woningen en de daarbij horende activiteiten die voldoen aan artikel 20 van deze regels. 12.2
Activiteiten die bij de functie passen
Activiteiten die passen bij het doel zijn toegestaan, en bijbehorende activiteiten die passen in een woning, het aanleggen, het gebruiken en in stand houden van tuinen, erven, gebruik en in- en uitlaat van oppervlaktewater, waterberging, toegangspaden, ontsluitingswegen, en voorzieningen voor warmte-koudeopslag. 12.3 1. 2.
Bouwen op de locatie, alleen met vergunning
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning te bouwen. Burgemeester en wethouders verlenen een omgevingsvergunning alleen, als het beoogde bouwwerk aan de onderstaande voorwaarden voldoet:
12.3.1 Gebouwen 1. Gebouwen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan. 2. De bouwhoogte bedraagt ten hoogste de bestaande bouwhoogte. 12.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde 1. De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen, met uitzondering van erf- en perceelafscheidingen die achter de voorgevelrooilijn niet meer dan 2 meter hoog en voor of op de voorgevelrooilijn niet meer dan 1 meter hoog mogen zijn. 2. In afwijking van de regel onder 1 mag de bouwhoogte van palen en masten niet meer dan 6 meter bedragen. 3. Bestaande bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die afwijken van de regels onder 1 en 2 mogen worden gehandhaafd of vernieuwd, maar de afwijkingen niet worden vergroot. 12.4 1. 2.
Activiteiten die niet mogen
parkeren, al dan niet behorend bij de functie; het slopen of wijzigen van gebouwen zonder omgevingsvergunning, ter plaatse van de aanduiding "karakteristiek". Dit geldt niet voor werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op het normaal onderhoud en beheer; b. al in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een al verleende omgevingsvergunning.
12.5
Afwijkende activiteiten met vergunning
Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van de regel in 12.4 sub 2 een omgevingsvergunning verlenen voor het slopen of wijzigen van gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' als: 1.
er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de karakteristieke waarden zoals beschreven in de Lijst van karakteristieke waarden; Hierbij geldt dat een cultuurhistorisch onderzoek inzicht moet bieden in de mogelijke gevolgen voor de karakteristieke waarden van het gebouw en de
2 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
Utrecht
2.
eventueel noodzakelijke maatregelen of aan te leggen voorzieningen; advies is ingewonnen bij Team Erfgoed van het organisatieonderdeel Ruimte van de gemeente Utrecht.
Artikel 13 13.1
Waarde - Archeologie
Doel van de functie
Locaties met de functie 'Waarde - Archeologie' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, primair bedoeld voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden en verwachtingen. 13.2 1. 2.
3.
4.
Bescherming van de locatie
Onder met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen, het handelen in strijd met de Verordening op de Archeologische Monumentenzorg. Voordat een omgevingsvergunning voor het bouwen of voor het uitvoeren van werken zoals bedoeld in Hoofdstuk 5 Grondwerk kan worden verleend, moet met het graven van proef sleuven nader onderzoek worden gedaan naar mogelijke archeologische waarden. Voor het uitvoeren van het onderzoek, zoals bedoeld onder 2 en voor de resultaten daarvan wordt advies ingewonnen bij Team Erfgoed van het organisatieonderdeel Ruimte van de gemeente. Van het uitvoeren van een onderzoek als bedoeld onder 2 is niet nodig, als door eerder archeologisch onderzoek is aangetoond dat er geen waarden te verwachten zijn en de gronden al zijn vrijgegeven voor bebouwing door het Team Erfgoed van het organisatieonderdeel Ruimte van de gemeente.
Artikel 14 14.1
Waterstaat - Waterkering
Doel van de functie
Locaties met de functie Waterstaat - Waterkering zijn primair bedoeld voor een waterkering. 14.2
Bescherming van de locatie
Om de locatie te beschermen zijn de volgende regels van toepassing: 1. 2.
De activiteiten bouwen en grondwerk zijn verboden. De regel onder 1 geldt niet: a. voor een activiteit die nodig is voor het onderhoud van de waterkering en de daarbij horende voorzieningen; b. voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat bij de functie hoort en niet hoger is dan 2 meter of; c. als voor de activiteit een omgevingsvergunning is verleend om af te mogen wijken van de regel onder 1.
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
21
Hoofdstuk 3 Artikel 15 15.1
Bouwen
Inleidende bepalingen over het bouwen
Werking van de regels in dit hoofdstuk
Regels in dit hoofdstuk blijven buiten toepassing voor zover zij niet te verenigen zijn met een regel over de toegewezen functie, met uitzondering van de regel in Artikel 16, lid 16.2, die altijd van toepassing is. 15.2
Nieuwe bouwwerken
Het bouwen is alleen toegestaan als de activiteit bouwen past bij het doel van de functie en als ook de activiteit of activiteiten waar het bouwwerk voor gebouwd wordt passen bij het doel van de functie.
Artikel 16 16.1 1.
2. 3.
Bijzondere regels over bouwen
Voorwaardelijke verplichting over parkeren
Een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt alleen verleend, als vaststaat dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd, overeenkomstig de normen in de beleidsregels Parkeernormen Fiets en Auto 2019 (Bijlage I van de Nota Stallen en Parkeren 2013 zoals aangepast met het addendum uit 2019); De regel onder 1 is niet van toepassing op het bouwen van bijbehorende bouwwerken, dakopbouwen of dakterrassen. Indien de beleidsregels zoals hierboven genoemd wijzigen, dan wordt met die wijziging rekening gehouden.
16.2
Woningvorming en omzetting
Het verbouwen, vervangen of vergroten van een woning die de vorming van een extra woning of de omzetting van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte tot gevolg heeft is alleen toegestaan als de eigenaar van de woning voldoet aan Artikel 20 Activiteiten in de woning, nieuwe woonruimte, lid 20.3 Woningvorming en omzetting.
Artikel 17 17.1
Bouwen is toegestaan
Vergunningvrij bouwen
Op grond van dit bestemmingsplan is voor het bouwen geen omgevingsvergunning nodig: 1. 2. 3.
als wettelijk bepaald is dat een bouwactiviteit niet hoeft te voldoen aan de regels van het bestemmingsplan; als het bouwwerk op grond van de volgende leden van dit artikel is toegestaan; als in de regels over de toegewezen functie regels over het bouwen zijn opgenomen en het bouwen in overeenstemming is met die regels en met de regels in dit hoofdstuk.
17.2 1.
2.
Een bouwgrens die geen bestemmingsgrens is mag, ongeacht de aanduidingen en regels over maatvoering en situering, met maximaal 1,5 meter overschreden worden door bij gebouwen horende trappenhuizen, entreeportalen, veranda's, en afdaken of andere ondergeschikte bouwdelen. De regel onder 1 geldt niet als daarbij gebouwd wordt op een locatie die in verband met een functie beschermd is met een verbod om te bouwen.
17.3 1.
2.
Gevallen waarin het overschrijden van de bouwgrens is toegestaan
Bijbehorend bouwwerk dat aan een openbaar gebied grenst
Een bijbehorend bouwwerk bij een woning dat niet voldoet aan de bepaling in artikel 2, onderdeel 3, onder c, van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, maar wel voldoet aan de overige bepalingen van dat onderdeel, mag gebouwd worden, als het openbaar toegankelijke gebied een deel van een binnenterrein is dat aan alle zijden omgeven is door hoofdgebouwen. Voor de toepassing van de regel onder 1 wordt de versie van het Besluit omgevingsrecht
2 2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
Utrecht
gebruikt die geldt op de datum van vaststelling van dit bestemmingsplan. 17.4
Bouwen in de openbare ruimte
In de openbare ruimte is, als de toegewezen functies zich daartegen niet verzetten en de verkeersveiligheid, de waterveiligheid en de veiligheid van personen die in de openbare ruimte verblijven niet onaanvaardbaar worden aangetast, het bouwen van de volgende voorzieningen toegestaan: 1. 2. 3.
sport- of speeltoestellen die niet hoger zijn dan 4 meter en die uitsluitend functioneren met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens; geluidwerende voorzieningen e n kunstobjecten.
Artikel 18 18.1 1.
2.
Bouwen met vergunning
Bouwen buiten de bouw- en bestemmingsgrens
Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de regels die op een locatie gelden en daarbij toestaan dat een bouw- en bestemmingsgrens, ongeacht de aanduidingen en regels over die functies of over de maatvoering en de situering, met maximaal 1,5 meter overschreden worden door: a. bij gebouwen horende trappenhuizen, entreeportalen, veranda's; b. andere ondergeschikte bouwdelen, zoals bij gebouwen horende stoepen, stoeptreden, hellingbanen; c. balkons, erkers en afdaken, als de vrije hoogte, gemeten van de onderzijde van het overschrijdende bouwdeel tot aan het aansluitende, afgewerkte maaiveld minimaal 2,2 meter bedraagt. Burgemeester en wethouders verlenen de onder 1 bedoelde omgevingsvergunning niet als: a. de overschrijding niet te verenigen is met het doel van de functie of b. de overschrijding onevenredige hinder voor aangrenzende percelen tot gevolg heeft of c. op een locatie die in verband met een functie beschermd is met een verbod om te bouwen.
18.2
Bouwen met een kleine afwijking van regels
Burgemeester en wethouders kunnen, voor zover geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen, een omgevingsvergunning verlenen voor: 1. 2. 3.
4.
5. 6.
het afwijken van hoogtematen en bebouwingspercentages met maximaal 10% van deze maten en percentages, voor zover de afwijking niet leidt tot een extra bouwlaag; het afwijken van de regels voor het plaatsen van vlucht- of noodtrappen; het overschrijden van de maximale bouwhoogte van gebouwen met maximaal 1,5 meter voor het plaatsen van hekwerken of borstweringen voor dakterrassen op een locatie zonder de aanduiding 'overige zone - bouwen'; het afwijken van de regels voor het bouwen met een geringe afwijking van de plaats en richting van de bestemmingsgrenzen, als dit noodzakelijk is in verband met onnauwkeurigheden ten opzichte van de feitelijke situatie of in gevallen waar een rationele verkaveling van de gronden een kleine afwijking vraagt; het afwijken van de regels over de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor een bouwhoogte van maximaal 10 meter; het afwijken van de regels over de hoogte van bouwwerken voor een bouwhoogte van sirenemasten of masten voor mobiel dataverkeer toestaan tot maximaal 30 meter.
18.3
Bouwen of verbouwen van ondergeschikte bouwwerken voor mantelzorg
Burgemeester en wethouders kunnen, in afwijking van artikel 17, lid 17.1, een tijdelijke omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van een bijgebouw voor mantelzorg, ongeacht de gezamenlijke oppervlakte van aanbouwen en bijgebouwen, voor zover de vergroting voor het doel noodzakelijk is en geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende woonpercelen veroorzaakt. Zodra de omgevingsvergunning vervalt, moet de vergroting ongedaan gemaakt worden voor zover die in strijd is met de regel onder 1. 18.4 1.
Bouwen op locaties waar het bouwen in verband met de functie verboden is
Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van een regel die een locatie in verband met een functie beschermt door de activiteit bouwen te
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
23
2.
3. 4.
verbieden, als het bouwwerk past bij het doel van de andere aan de locatie toegewezen functies en het doel van de beschermde functie niet onaanvaardbaar doorkruist. De omgevingsvergunning wordt geweigerd, als het bouwen of het bouwwerk, gezien het belang van de te beschermen functie, schade of gevaar kan veroorzaken of als het te bouwen bouwwerk bij wet als kwetsbaar of zeer kwetsbaar object is aangewezen. Burgemeester en wethouders betrekken het advies van de beheerder van de te beschermen functie bij het besluit over de omgevingsvergunning. Burgemeester en wethouders kunnen, om schade uit te sluiten of om gevaar te voorkomen, voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden.
2 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 4 gebruiken Artikel 19 19.1
Gebouwen en locaties
Activiteiten die niet zijn toegestaan
Een activiteit moet passen bij het doel van functies
Activiteiten die niet passen bij het in de regels beschreven doel van een functie die aan een locatie is toegewezen, gelezen met toepassing van artikel 20, zijn verboden. 19.2 1.
2.
Activiteiten die in het algemeen niet mogen
De volgende activiteiten zijn verboden: a. het plaatsen, laten plaatsen of geplaatst houden van een onderkomen op een sta- of ligplaats op onbebouwde locaties; b. bedrijfsmatige seksactiviteiten; c. zelfstandige horeca-activiteiten, belhuizen en afhaalzaken; d. het aanbieden van logies; e. het permanent bewonen van stacaravans en recreatiewoningen; f. het kamperen op onbebouwde gronden; g. het wonen in vrijstaande bijbehorende bouwwerken; h. het opslaan van goederen voor de voorgevelrooilijn; i. het opslaan van goederen in de openbare ruimte anders dan opslag die hoort bij een aan de openbare ruimte toegewezen functie; j. het opslaan van voertuigen, vliegtuigen, boten of onderdelen daarvan op onbebouwde locaties; k. het storten of het opslaan van puin en afvalstoffen op onbebouwde locaties, met uitzondering van het voor korte tijd opslaan van huishoudelijk tuinafval. Het verbod onder 1 geldt niet voor locaties met een functie die de activiteit expliciet toestaat.
Artikel 20 20.1 1. 2.
3.
4. 5.
Uniforme toepassing van regels over wonen
Locaties waar op grond van de toegewezen functie de activiteit wonen is toegestaan, zijn voor zover het die activiteit betreft uitsluitend bedoeld voor het wonen in een woning. Als de regels over een functie expliciet andere vormen van wonen toestaan, zoals het wonen in onzelfstandige woonruimtes of in zorgwoningen, dan: a. blijft de regel onder 1 buiten toepassing, als de regels over de functie uitsluitend die andere vormen toestaan, en anders b. wordt het onder 1 genoemde doel aangevuld met die vormen van wonen. De regels over de aantallen, het type of de aard van woningen of woonruimtes die in verband met het doel van de functie wonen op een locatie gelden, blijven onverminderd van toepassing.
20.2 1. 2. 3.
Activiteiten in de woning, nieuwe woonruimte
Algemene regels over wonen
De activiteit wonen is alleen toegestaan op locaties met de functie wonen. In één woning woont slechts één huishouden. Voor de toepassing voor deze regels worden de volgende situaties ook gezien als één huishouden: a. een eigenaar die als hoofdbewoner kamers verhuurt aan maximaal twee personen (hospitaregeling); b. een huishouden dat mantelzorg verleent, waarbij de ontvanger van mantelzorg in de woning woont of in een gebouw dat bij de woning hoort. In afwijking van de regel onder 1 mag een bedrijfswoning als woning gebruikt worden. In afwijking van de regel onder 2 is het wonen in onzelfstandige woonruimte toegestaan, a. als het wonen in onzelfstandige woonruimte, na toepassing van lid 20.1, past binnen het doel van de functie, b. als de eigenaar van de woning een omgevingsvergunning heeft die het gebruik van die woonruimte als onzelfstandige woonruimte toestaat, c. als de eigenaar van de woning beschikt over een gedoogverklaring en de onzelfstandige bewoning sinds het ontvangen van die verklaring onafgebroken heeft plaatsgevonden in
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
25
d. 20.3 1. 2. 3.
2.
2.
Bedrijf-aan-huis
Een bedrijf-aan-huis, met uitzondering van een bed-and-breakfast, voldoet aan de volgende voorwaarden: a. het bedrijf-aan-huis past in een woonomgeving, wat onder meer blijkt uit het feit dat de activiteiten geen bijzondere verkeersbewegingen of parkeerdruk veroorzaken in vergelijking tot een normaal gebruik van de woning; b. het totale vloeroppervlak van het bedrijf-aan-huis, de som van de oppervlaktes die bij de toepassing van de regels onder c, d en e gebruikt worden, bedraagt maximaal 60 m2; c. het bedrijf-aan-huis gebruikt maximaal een derde deel van het bruto vloeroppervlak van de woning of de bedrijfswoning; d. het bijbehorend bouwwerk dat voor een bedrijf-aan-huis wordt gebruikt staat vrij, waarbij het bedrijf-aan-huis maximaal 40 m2 van het bruto vloeroppervlak van het bijbehorend bouwwerk gebruikt; e. in afwijking van de regel onder b kan een bedrijf-aan-huis maximaal 60 m2 bruto vloeroppervlak van een bijbehorend bouwwerk gebruiken, als het bruto vloeroppervlak van het bijbehorende bouwwerk groter is dan 100 m²; f. de bedrijfsactiviteiten worden binnen verricht; g. de bedrijfsactiviteiten bestaan uit de uitoefening van een beroep of uit activiteiten van een bedrijf in de categorie A of B1 van de Lijst van Bedrijfsactiviteiten functiemenging; h.
het bedrijf-aan-huis is geen inrichting waarvoor een omgevingsvergunning nodig is op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; i. het bedrijf-aan-huis is geen winkel, geen afhaalzaak, geen belhuis, geen horecabedrijf of seksinrichting. In afwijking van de regel onder sub 1 onder e, kunnen burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning verlenen voor andere dan de op de lijst aangeven activiteiten, waaronder bedrijfsactiviteiten in categorie B2 van de Lijst van Bedrijfsactiviteiten functiemenging, als die activiteit geen of een beperkte invloed op de omgeving heeft, vergelijkbaar met activiteiten die vallen onder de categorie A of B1 van deze lijst.
20.5 1.
Woningvorming en omzetting
Het is verboden om zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte om te zetten of om een woning zo te veranderen dat er een extra woning ontstaat. Het is verboden om een bijbehorend bouwwerk te gebruiken of in te richten als woning. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de regel onder 1 om woningvorming of omzetting toe te staan, als na toepassing van de algemene leefbaarheidstoets en de fysieke leefbaarheidseisen uit de beleidsregels 'Wijziging samenstelling van de woonruimtevoorraad (woningsplitsen en omzetten) gemeente Utrecht", blijkt dat kwalitatief goede onzelfstandige woonruimten of woningen ontstaan en er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het woon- en leefmilieu; b. de privacy van omwonenden; c. het verkeer en de parkeersituatie; d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen.
20.4 1.
maximaal diezelfde omvang of als de eigenaar aannemelijk kan maken dat de onzelfstandige bewoning voor 1 mei 1975 bestond en sindsdien onafgebroken heeft plaatsgevonden in maximaal diezelfde omvang.
Logies: bed-and-breakfast en particuliere vakantieverhuur
In afwijking van de regel in artikel 19, lid 19.2, onder 1d, is het aanbieden van logies in een woning toegestaan in de vorm van een bed-and-breakfast, als die voldoet aan de volgende voorwaarden: a. de bed-and-breakfast wordt gedreven door de hoofdbewoner of door een volwassen bewoner die hoort tot het huishouden van de hoofdbewoner; b. de hoofdbewoner houdt minimaal 50% van de woning in gebruik voor zijn huishouden. In afwijking van de regel in artikel 19, lid 19.2, onder 1d, is het aanbieden van logies in een woning toegestaan in de vorm van particuliere vakantieverhuur die voldoet aan de "Beleidsregels Particuliere Vakantieverhuur".
Artikel 21
Additionele horeca
Additionele horeca is als ondergeschikte activiteit toegestaan, onder de volgende voorwaarden: 1.
2.
de additionele horeca vindt plaats in een gebouw dat in hoofdzaak wordt gebruikt voor een van de volgende activiteiten: zelfstandige kantoren, bedrijfsactiviteiten in bedrijven, maatschappelijke diensten, culturele en sociaal-culturele activiteiten, sport en recreatie; het deel van het gebouw voor de additionele horecaruimte is alleen open tijdens de
2 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
Utrecht
3. 4. 5.
openingstijden van de genoemde hoofdactiviteit; bij een gebouw met een bruto vloeroppervlak van maximaal 1.200 m2 is het deel voor additionele horeca niet groter dan 30% van het bruto vloeroppervlak, tot een maximum van 300 m2; bij een gebouw met een bruto vloeroppervlak van 1.200 m2 of groter is het deel voor additionele horecaruimte niet groter dan 25% van het bruto vloeroppervlak; de additionele horecaruimte is alleen bereikbaar via de ingang van het gebouw met de hoofdactiviteit.
Artikel 22 22.1
Ondersteunende horeca in een winkel of verkoop in horeca
Voorwaarden voor ondersteunende horeca in een winkel
Ondersteunende horeca is als ondergeschikte activiteit toegestaan in een winkel, onder de volgende voorwaarden: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
verkoop van artikelen in de winkel is de hoofdactiviteit; de horeca-activiteit vindt plaats in één deel van de winkel; vanaf de straat is niet zichtbaar dat er een horecadeel in de winkel is; bij een winkel met een bruto vloeroppervlak van maximaal 350 m2 is het horecadeel niet groter dan 40% van het bruto vloeroppervlak, tot een maximum van 100 m2; bij een winkel met een bruto vloeroppervlak van 350 tot 1.500 m2 is het horecadeel niet groter dan 30% van het bruto vloeroppervlak, tot een maximum van 300 m2; bij een winkel met een bruto vloeroppervlak boven 1.500 m2 is het horecadeel niet groter dan 20% van het bruto vloeroppervlak; de horecaruimte is alleen bereikbaar via de ingang van de winkel; de winkel heeft een toilet voor bezoekers.
22.2
Voorwaarden voor ondersteunende verkoop in een horecabedrijf
In een horecabedrijf is winkelverkoop als ondergeschikte activiteit toegestaan, onder de volgende voorwaarden: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
de horeca-activiteit is de hoofdactiviteit; de winkel-activiteit vindt plaats in één deel van het horecabedrijf; vanaf de straat is niet zichtbaar dat er een winkeldeel in het horecabedrijf is; bij een horecabedrijf met een bruto vloeroppervlak van maximaal 350 m2 is het winkeldeel niet groter dan 40% van het bruto vloeroppervlak, tot een maximum van 100 m2; bij een horecabedrijf met een bruto vloeroppervlak boven 350 m2 is het winkeldeel niet groter dan 30% van het bruto vloeroppervlak; het winkeldeel is alleen bereikbaar via de ingang van het horecabedrijf.
22.3
Gevelbankjes bij ondersteunende horeca of bij horeca met ondersteunende verkoop
Een winkel met ondersteunende horeca of een horecabedrijf met ondersteunende verkoop mag een of meer gevelbankjes plaatsen, als die aan de volgende regels voldoen: 1. 2. 3.
4. 5. 6.
een gevelbankje staat op een locatie met de functie Verkeer, Verkeer - Verblijfsgebied of met een functie die een winkel toestaat; gevelbankjes worden niet gebruikt als horecaterras; op een locatie met de functie Verkeer of Verkeer - Verblijfsgebied ontstaat er geen hinder voor verkeer, waarbij in ieder geval minimaal 1,5 meter voor passerende voetgangers beschikbaar blijft, gerekend van een gevelbankje; de totale breedte van de gevelbankjes bij een winkel of een horecabedrijf bedraagt maximaal 4 meter; het gevelbankje steekt maximaal 0,6 meter uit, gerekend vanaf de gevel van de winkel; als de winkel of het horecabedrijf gesloten is, zijn gevelbankjes weggehaald of opgeklapt.
Artikel 23
Afwijkende bedrijfsactiviteiten met een vergunning
In afwijking van een regel waarin bepaald is dat alleen bedrijven van een bepaalde categorie van de Bijlagen 2 en 3 zijn toegestaan, kunnen burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning verlenen voor een bedrijfsactiviteit die niet op deze lijst staat of die onder een hogere categorie valt dan in die regel is bepaald, voor zover die bedrijfsactiviteit naar aard en invloed op de omgeving gelijk kan worden gesteld aan de in die regel bepaalde categorie.
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
27
Artikel 24 24.1
Kruisingen, tunnels, bruggen en viaducten
Werking van dit artikel
Dit artikel is alleen van toepassing op kruisingen van verkeersinfrastructuur of water met andere verkeersinfrastructuur of met water, waarbij de toegewezen functie, een andere functie doorkruist, wat onder meer blijkt uit het feit dat ter plaatse van de kruising aan weerszijden diezelfde andere functie is toegewezen. 24.2
Activiteitenregeling bij kruisingen
Op de locatie van de kruising zijn naast de activiteiten die bij de toegewezen functie horen ook de activiteiten toegestaan die bij de functie horen die gekruist wordt.
2 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 5 Artikel 25 25.1
Grondwerk
Vergunning in verband met de bescherming van een functie
Grondwerk dat niet is toegestaan
Het volgende grondwerk is niet toegestaan op een locatie die in verband met een functie beschermd is met een verbod om grondwerk te verrichten: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
het wijzigen van het maaiveldniveau door afgraven of ophogen; het aanbrengen van gesloten oppervlakteverhardingen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het verrichten van graafwerkzaamheden (zoals ten behoeve van rioleringen, kabels, leidingen en drainage), anders dan normaal graafwerk; het planten of rooien van bomen of van andere diep wortelende planten; het aanleggen van oppervlaktewater, het verbreden of het dempen van bestaand oppervlaktewater.
25.2 1.
2.
Vergunning voor afwijken
Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van de regel in lid 25.1 een omgevingsvergunning voor het verrichten van grondwerk verlenen, als het grondwerk, gezien het belang van de beschermde functie, geen onevenredige schade of gevaar kan veroorzaken. Burgemeester en wethouders betrekken het advies van de beheerder van de beschermde functie bij het besluit over de omgevingsvergunning.
25.3
Vergunningvoorschriften
Burgemeester en wethouders kunnen, om onevenredige schade uit te sluiten of om onveilige situaties te voorkomen, voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden.
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
29
Hoofdstuk 6 slotregels Artikel 26 26.1 1.
2.
3.
2.
3.
4.
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot; a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
26.2 1.
Overgangs- en
Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.
Artikel 27
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: regels van het bestemmingsplan Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1.
3 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" (vastgesteld)
Gemeente Utrecht
Uitgave Gemeente Utrecht Bezoekadres Stadskantoor, Stadsplateau 1 Postadres Postbus 8406, 3505 RK Utrecht Telefoon 030 - 286 00 00 Mail gebiedsontwikkelingjz@utrecht.nl