CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Koningsweg 135, Maarschalkerweerd, Mereveld.pdf

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 3 november 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Bestemmingsplan Koningsweg 135, Maarschalkerweerd, Mereveld36.879 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Om de doelstelling te behalen om als Utrecht in 2030 klimaatneutraal te zijn, is een omschakeling naar een duurzame warmte- en koudevoorziening nodig. Met het nieuwe coalitieakkoord is de doelstelling opgenomen om zo snel mogelijk klimaatneutraal te zijn en 40.000 bestaande woningen van het gas af te halen. Een duurzame warmtevoorziening kan gerealiseerd worden door de vraag naar warmte te beperken, te stoppen met het gebruik van aardgas en over te stappen op duurzame warmtebronnen. Dit vraagt om ingrijpende aanpassingen in gebouwen, de energieinfrastructuur en door nog meer gebruik te maken van duurzame warmtebronnen. Natuurlijke momenten, op zowel gebouw- als gebiedsniveau, moeten worden benut om de warmtetransitie te versnellen. Een klimaatneutrale warmtevoorziening moet aan de voorwaarden duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar voldoen. In het door het VNG ondertekende Klimaatakkoord is een nieuwe regierol voor de gemeente vastgelegd. Gemeenten moeten voor eind 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) en een Regionale Energiestrategie (RES) opstellen. In de Transitievisie Warmte staat hoe de gemeente een aardgasvrije stad gaat maken en welke planning daarvoor wordt gehanteerd. In de TVW staat wanneer we in welke buurt starten met het aardgasvrij maken van gebouwen en het aanpassen van de energie-infrastructuur.

In de RES staat hoe Utrecht en haar regiogemeenten invulling gaan geven aan de landelijke energiedoelstellingen in het Klimaatakkoord voor het verduurzamen van de energiebronnen. In de RES staat hoeveel en waar duurzame elektriciteit (wind en zon) in 2030 wordt bestemmingsplan "Koningsweg 135, Maarschalkerweerd, Mereveld" (vastgesteld)

23

opgewekt. Ook staat er in de RES welke duurzame warmtebronnen te gebruiken zijn zodat buurten van het aardgas af kunnen. Beide documenten worden in de Omgevingsvisie verankerd. De landelijke wet- en regelgeving wordt hiervoor de komende tijd aangepast. Op 3 juni 2021 is de Transitievisie Warmte, deel 1 vastgesteld. Daarin is vastgelegd dat de schaarse capaciteit van het hoge temperatuur stadswarmtenet niet voor nieuwbouw ingezet mag worden. Plangebied De woningen worden niet aangesloten op het gasnetwerk en zonder stadsverwarming ontwikkeld, met een streven naar klimaatneutraal. Zie verder paragraaf 5.18 Duurzaamheid. 2.3.2.3 Gebiedsbeleid Ontwikkelperspectief Maarschalkerweerd (2020) Voor het gebied waarin Koningsweg 135 ligt is het Ontwikkelperspectief Maarschalkerweerd opgesteld. Het ontwikkelperspectief beschrijft de ambities voor de verschillende deelgebieden. Het plangebied ligt in deelgebied Lunettenpark. De ambitie voor dit gebied is om het om te vormen tot één samenhangend parkgebied dat het gezamenlijk voor- en achterland van De Vier Lunetten verbindt. Het plangebied van Koningsweg 135 bevindt zich in het voorland van Lunettenpark. Bestaande functies (zoals scouting en stadslandbouw) en nieuwe groen-recreatieve functies worden onderdeel van dit gebied. Ze hebben alle (een mate van) openbaarheid, toegankelijkheid en medegebruik.

Het initiatief aan de Koningsweg 135 draagt bij aan verschillende ambities benoemd in het Ontwikkelperspectief. Zo draagt het plan bij aan het doorwaadbaar maken van het gebied door de aanleg van het openbare wandelpad met ecologische oevers langs de Oud Wulverbroekwetering en krijgt het gebied een meer open– en groene inrichting.

Visiekaart Maarschalkerweerd uit Ontwikkelperspectief Maarschalkerweerd (2020). Dit kaartbeeld is een globale verbeelding van het perspectief voor Maarschalkerweerd. Het geeft de essenties en hoofdopzet weer. Plangebied De herontwikkeling van het plangebied sluit aan op de ambities uit het ontwikkelperspectief.

2 4 bestemmingsplan "Koningsweg 135, Maarschalkerweerd, Mereveld" (vastgesteld)

Utrecht

2.3.3

Overig gemeentelijk beleid

De Utrechtse Erfgoedagenda (2013) De Utrechtse Erfgoedagenda is in 2013 vastgesteld. Utrecht heeft veel erfgoed. Van bewoningssporen uit de bronstijd tot naoorlogse bouwkunst in wijken als Kanaleneiland en Overvecht. Utrecht is een van de oudste steden van Nederland en dat is overal terug te vinden. Utrecht is in de afgelopen decennia zo zorgvuldig mogelijk met het erfgoed omgegaan. En zal dit blijven doen. De Utrechtse Erfgoedagenda beschrijft het beleid, de projecten en de aandachtsgebieden met betrekking tot monumenten, archeologie en architectuur- en bouwhistorie en de mate waarin deze objecten toegankelijk zijn voor publiek. Plangebied In paragraaf 5.13 is ingegaan op de archeologische waarden en in paragraaf 5.14 op de cultuurhistorische waarden van het plangebied. Geluidnota Utrecht 2014-2018 (2014) De Geluidnota Utrecht 2014-2018 is op 11 februari 2014 vastgesteld. Dit beleid gaat over het beperken en minimaliseren van geluidhinder bij ruimtelijke ontwikkelingen in Utrecht. De Geluidnota heeft betrekking op weg-, rail- en industrielawaai. Hiervoor is landelijke wet- en regelgeving van toepassing. Daarbinnen is echter ook ruimte voor gemeentelijke beleidsvrijheden. In de Geluidnota wordt aangegeven hoe hier mee wordt omgegaan.

De belangrijkste regels uit de Geluidnota zijn: nieuw te bestemmen woningen beschikken over een geluidsluwe gevel, een rustige buitenruimte en een akoestisch goede woningindeling; behoud van goed akoestisch woon- en leefklimaat in rustige woonwijken bij bestemmen van nieuwe woningen en bedrijven in elkaars nabijheid. Ook onderwerpen, die meer algemeen onder het begrip "een goede ruimtelijke ordening" vallen, worden in de Geluidnota beschreven. Plangebied In paragraaf 5.4 is op de geluidssitutatie in en om het plangebied ingegaan. Nota externe veiligheid (2007) De Nota externe veiligheid, welke in 2007 is vastgesteld, gaat in op het beleid van de gemeente Utrecht voor de beheersing van risico's als gevolg van het werken met gevaarlijke stoffen in inrichtingen (bedrijf, productielocatie of kantoor) en het vervoer van gevaarlijke stoffen. De genoemde risico's zijn veiligheidsrisico's voor mensen die zich in de buurt van de inrichting of het transport bevinden. De beleidskeuzes hebben betrekking op nieuwe situaties, waarin een risicobron zich vestigt of uitbreidt of een risico-ontvanger, zoals een woning, planologisch mogelijk wordt gemaakt. De randvoorwaarden en regels zijn vertaald in afstandseisen tussen risicobronnen (bedrijven, transportroutes (weg, spoorweg, vaarweg) of buisleidingen) en omgevingsobjecten.

De gemeente Utrecht kiest ervoor om geen zwaardere veiligheidseisen op te leggen dan die vermeld staan in de risiconormering van de rijksoverheid. In sommige gevallen biedt de rijksregelgeving ruimte tot afwijken van de normering. In de Nota spreekt de gemeente zich uit om terughoudend om te gaan met de mogelijkheid tot afwijken. Plangebied In paragraaf 5.7 is op externe veiligheid ingegaan.

2.4

Conclusie

De conclusie van Hoofdstuk 2 is dat de ontwikkeling past binnen de beleidskaders op rijksprovinciaal- en gemeentelijk niveau.

bestemmingsplan "Koningsweg 135, Maarschalkerweerd, Mereveld" (vastgesteld)

25

2 6 bestemmingsplan "Koningsweg 135, Maarschalkerweerd, Mereveld" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 3

Bestaande situatie

3.1

Ruimtelijke en functionele situatie

3.1.1

Ontstaansgeschiedenis

De Kromme Rijn staat aan de basis van het landschap waarin Maarschalkerweerd ligt. De nu rustige rivier was ooit een dynamische rivier die verschillende lopen heeft gekend. In 1815 is begonnen met de aanleg van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW) met als doel ook de stad Utrecht binnen de landsverdedigingslinie te brengen. Het gebied, inclusief Maarschalkerweerd, moest grotendeels onbebouwd blijven om de schootsvelden vrij te houden. In de “verboden kringen” mocht niet of beperkt (in hout) worden gebouwd. Ook de beplanting op en rond de forten moesten bijdragen aan de verdedigbaarheid. Tot op de dag van vandaag is de bebouwing in Maarschalkerweerd nog beperkt. Na aanleg van de Waterlinieweg is Maarschalkerweerd afgesneden van de stad en het landschap. Sindsdien heeft het gebied zich geleidelijk ontwikkeld tot een stadsrandzone; de 'achterkant' van de stad. Veel tuinderijen ten zuiden van de Koningsweg zijn gestopt. Een aantal bedrijven is omgevormd tot stadslandbouw, anderen zoeken nog naar een andere toekomstige invulling waardoor hectares, kassen en bebouwing er ongebruikt bij liggen. 3.1.2

Huidige situatie

Het plangebied ligt in de wijk Oost, in het gebied Maarschalkerweerd. Dit is een groot gebied aan de oostkant van de stad tussen de Waterlinieweg, Kromme rijn, A27 en spoorlijn Utrecht – Arnhem. In dit gebied liggen sportterreinen, forten en gebieden met een agrarische functie. De vier Lunetten vormen beeldbepalende elementen die enigszins verscholen in het gebied liggen. Ook zijn ze onderling slecht met elkaar verbonden. De oostkant van de stad kenmerkt zich als een verzameling van gebieden met elk een eigen functie. Ze worden omringd door infrastructuur. Onderling zijn de gebieden niet of slecht verbonden. Een fijnmazig en logisch fiets- en voetgangersnetwerk ontbreekt. De A27 vormt aan de oostkant een 'harde' begrenzing van de stad. Slechts op een paar specifieke plekken is er verbinding tussen stad en buitengebied. Het plangebied bevindt zich in het gebied ten zuiden van de Koningsweg. Het lag binnen de verboden kringen van Lunet II van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Doordat bebouwing en beplanting aan regels uit de Kringenwet van 1853 gebonden waren is het lange tijd een open en agrarisch gebied gebleven. Dat is nog steeds voelbaar door het open en groene karakter. In 1951 werd de Kringenwet opgeschort en in 1963 ingetrokken. De eigenaar van een aantal percelen greep de kans om te bouwen aan.

In 1952 werd de bouwaanvraag ingediend voor Koningsweg 135 en werd het eerste huis binnen de verboden Kringen van de Lunetten gebouwd. Daarna volgden er meer woningen. Alle huizen (Koningsweg 133D-E en 135 tot 135D) zijn gebouwd op 1 historisch perceel langs de Koningsweg, aan de achterzijde begrensd door een sloot. Het gebied heeft deels een agrarische functie en wordt deels gebruikt voor sport. Door het gebied slingert de Oud Wulverbroekwetering. Dit is een restant van een oude waterloop en een belangrijke landschappelijke structuur. De Oud Wulverbroekwetering loopt vanaf de Lunetten tot aan Oud Wulven vlakbij Houten. Het gebied is vrij open en groen. De Koningsweg is een belangrijke oude radiaal. Aan de Koningsweg ligt lintbebouwing. In het achterliggende gebied bevinden zich schuren en kassen. Het gebied is ecologisch, cultuurhistorisch en recreatief zeer waardevol. Het gebied is echter versnipperd en sommige delen zijn rommelig. Het plangebied heeft een oppervlak van ruim 1,5 hectare. Het is een langgerekt perceel met een lengte van ongeveer 330 meter en een wisselende breedte van gemiddeld ongeveer 40 meter. In het plangebied van dit bestemmingsplan staan vier (bedrijfs)woningen, bijgebouwen en stonden twee kassencomplexen van in totaal ongeveer 7.500 m2 die in 2021 zijn gesloopt.

Aan de oostkant van het perceel ligt een toegangspad in noord zuid richting over het perceel. Het gebied heeft een agrarische bestemming.

bestemmingsplan "Koningsweg 135, Maarschalkerweerd, Mereveld" (vastgesteld)

27

Op de foto is de bestaande situatie te zien; de kassen zijn inmiddels gesloopt.

Op de foto is het zicht vanuit het achterterrein richting de Koningsweg te zien.

2 8 bestemmingsplan "Koningsweg 135, Maarschalkerweerd, Mereveld" (vastgesteld)

Utrecht

Op de foto is het zicht vanaf de Koningsweg naar het achterterrein te zien.

3.2

Bereikbaarheid en parkeren

Het plangebied wordt ontsloten door de Koningsweg. De Koningsweg is een weg met een snelheidsregime van 50 km/hr. Langs de weg wordt aan de zuidzijde geparkeerd. Aan de zuidzijde van de weg bevindt zich een fietspad in twee richtingen en een voetpad. Autoparkeren vindt deels plaats op eigen terrein en op parkeerplaatsen langs de Koningsweg.

3.3

Openbare ruimte en groen

Het plangebied bestaat grotendeels uit particulier terrein. Een strook van ongeveer 5 meter breed tussen het fietspad aan de zuidzijde van de Koningsweg en de particulier kavels is eigendom van de gemeente maar wordt gebruikt als tuin. De omliggende openbare ruimte wordt gevormd door de Oud Wulverbroekwetering en de Koningsweg. De Oud Wulverbroekwetering is een restant van een oude waterloop en een belangrijke historische structuur. Deze loopt vanaf de Lunetten tot aan Oud Wulven vlakbij Houten. De Oud Wulverbroekwetering ligt aan de basis van de ontginning van het omliggende landschap. In de actualisatie van het groenstructuurplan is deze aangeduid als wenselijke groene verbinding. De Koningsweg is een stedelijke radiaal en onderdeel van de ruimtelijke hoofdstructuur van de stad. Het is ook een belangrijke historische structuurlijn. Het was één van de belangrijke toegangswegen in dit deel van de stad. Het gebied als geheel is onderdeel van de hoofdgroenstructuur van de stad.

3.4

Historie en monumentale waarden

Het plangebied ligt in het gebied van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Dit is een verdedigingslinie die is aangelegd vanaf 1815 met als doel ook de stad Utrecht binnen de landsverdedigingslinie te brengen. Het Kromme Rijnlandschap was echter minder geschikt voor het gebruik van water als verdedigingsmiddel. De zogenaamde Houtense Vlakte had teveel hoge plekken die moeilijk onder water te zetten waren. Om de toegangswegen (accessen) Kromme Rijn, Koningsweg en Houtense Pad toch te kunnen verdedigen werd een grote fortificatie bestaande uit vier Lunetten aangelegd. De Vier Lunetten vormden samen met de forten De Klop, De Gagel, Blauwkapel, Fort op de Biltstraat, Vossengat en Jutphaas de Stelling van Utrecht. Het gebied moest grotendeels onbebouwd blijven om de schootsvelden vrij te houden. In de “verboden kringen” mocht niet of beperkt (in hout) worden gebouwd. Ook de beplanting was aan regels verbonden, zodat in oorlogstijd een open schootsveld gecreëerd kon worden. Tot op de dag van vandaag is de bebouwing in het gebied nog beperkt. De forten en andere onderdelen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn nog herkenbaar, maar ze zijn vooral binnen de stadsgrenzen van Utrecht gefragmenteerd. bestemmingsplan "Koningsweg 135, Maarschalkerweerd, Mereveld" (vastgesteld)

29

UNESCO Werelderfgoed De Nieuwe Hollandse Waterlinie is op 26 juli 2021 aangewezen als UNESCO Werelderfgoed. Niet de gehele oorspronkelijke NHW is onderdeel van die aanwijzing. De vier Lunetten maken er wel deel van uit. Om te zorgen dat de Buitengewone Universele Waarde (OUV) van het werelderfgoed behouden blijft, moet er in de omgeving rekening gehouden worden met het effect van een initiatief/ruimtelijke ontwikkeling op de OUV. Dat wordt geregeld in artikel 5.131 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL). Begrenzing van het gebied waarin rekening gehouden moet worden met de OUV valt samen met het Militair Erfgoed van de provinciale Cultuurhistorische Hoofdstructuur. De OUV bestaat uit drie onderdelen: het strategisch landschap, het watermanagementsysteem en de militaire werken.

3 0 bestemmingsplan "Koningsweg 135, Maarschalkerweerd, Mereveld" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 4 4.1

Planbeschrijving

Functies

De uitgangspunten voor dit gebied zijn beschreven in het ontwikkelperspectief Maarschalkerweerd. Het plangebied wordt onderdeel van het gebied 'Lunettenpark'. De ambitie is om dit gebied om te vormen tot één samenhangend parkgebied. Belangrijk onderdeel van het Lunettenpark is het gezamenlijk voor- en achterland van De Vier Lunetten. Het (ver)bindt de forten onderling, met de directe omgeving én met onderdelen van de Waterlinie in en om Zuid en Oost Utrecht. Belangrijk is dat het openbaar toegankelijk is en dat de functies bijdragen aan het openbaar karakter van het gebied. In het gebied worden de visuele, functionele en landschappelijke relaties hersteld en gecombineerd met nieuwe recreatieve functies en (door)ontwikkeling van stadslandbouw. Het ontwikkelperspectief biedt ruimte voor kleinschalige verblijfsrecreatie zoals trekkershutjes of een stadscamping. De nieuwe functies van het plangebied van dit bestemmingsplan zijn: wonen aan de noordzijde; recreatie(woningen) aan de zuidzijde; een openbaar wandelpad aan de westzijde. De bestaande woningen aan de Koningsweg blijven staan. De woning achter de bestaande woning Koningsweg 135 wordt gesloopt en vervangen door een nieuwe woning iets zuidelijker op het terrein. Aan de westzijde naast Koningsweg 133E wordt een nieuwe woning in het lint langs de Koningsweg gebouwd.

Op het agrarische perceel ten westen van deze nieuwe woning wordt een nieuwe schuur gebouwd. Deze schuur (bijgebouw) hoort bij de bestaande woning 133D en het perceel waarop de schuur komt te staan, krijgt een tuinbestemming. De schuur (inclusief een entree vanaf de Koningsweg) wordt in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt ter compensatie van de medewerking aan het realiseren van het openbare wandelpad over het perceel van de eigenaar van de woning 133D. De zuidzijde van het terrein krijgt de functie recreatie. Hier worden zeven recreatiewoningen gerealiseerd (zogenaamde 'Waterlinie lodges') volgens een natuurrijk en duurzaam recreatieconcept. De recreatiewoningen staan in de natuur en het erfgoed van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en langs de Oud Wulverbroekwetering. De recreatiewoningen zijn gemaakt van natuurlijke materialen en sluiten met hun stijl goed aan bij de Waterlinie architectuur. Ze gaan op in het open en toegankelijke landschap met een natuurlijke sfeer. Het landschap krijgt door bijen- en vlinderstruiken, open grasland en siergrassen, opgaande beplanting zoals boomgaarden, bomen en landschappelijke heggen een ecologisch en natuurlijk karakter. De recreatiewoningen zijn verweven met de forten en inundatievelden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De beplanting is afgewogen tegen de cultuurhistorische waarden van het gebied.

De doelgroep van de recreatiewoningen zijn nationale en internationale gasten. Het biedt mogelijkheden voor wandelen, hardlopen, kanoën en suppen en tegelijkertijd kan men de rijke cultuur van de stad ervaren. De westzijde van het gebied wordt openbaar. Dit wordt een groenzone met een openbaar wandelpad. De Oud Wulverbroekwetering wordt breder gemaakt en krijgt ecologische oevers.

4.2

Ruimtelijk

4.2.1

Woningen in het lint

De in het plan gehanteerde uitgangspunten voor de woningen in het lint zijn: Woningen in of aan het lint hebben relatie met bestaande lintbebouwing. Woningen hebben eenvoudige hoofdvorm, architectuur (sober, terughoudend) passend in het lint. Woning op achterkavel krijgt karakter van schuurwoning. Schuurwoning wordt in verband met zicht en openheid zo dicht mogelijk bij de bestaande bebouwing aan de Koningsweg gesitueerd. Qua volume moet deze zich verhouden tot de andere woningen in het lint. Aan de noordzijde wordt één voormalige bedrijfswoning gesloopt en worden twee nieuwe woningen bestemmingsplan "Koningsweg 135, Maarschalkerweerd, Mereveld" (vastgesteld)

31

gebouwd; één aan de Koningsweg als onderdeel van de lintbebouwing en één achter het bestaande lint. De nieuwe woningen passen in de ruimtelijke structuur van het lint aan de Koningsweg. Net als de andere woningen in het lint worden zij gebouwd op ruime afstand van de weg met een hoofdrichting haaks op de weg, zodat er zoveel mogelijk doorzicht is op het achterliggende gebied. Daarnaast sluiten zij aan op de lintbebouwing door de eenvoudige hoofdvorm en architectuur (sober, terughoudend) en de groene erfinrichting en erfscheiding. De woning in het lint krijgt een opzet bestaande uit één laag met een kap haaks op de Koningsweg. De woning heeft een oppervlak van ongeveer 9X18 meter, wordt gebouwd op ongeveer 5 meter vanaf de Koningsweg en krijgt een groene voor- en achtertuin. De tweede woning die achter het lint wordt gebouwd (ter vervanging van de bestaande woning achter het lint), wordt gezien als een schuurwoning behorende bij de woonbebouwing in het lint. Deze woning moet zich qua volume verhouden tot de andere woningen in het lint en deze woning dient te worden vormgegeven als een schuur behorende bij het hoofdwoning aan de Koningsweg. De hoofdwoning en schuurwoning op de woonkavels blijven herkenbaar onderdeel van één historisch perceel. Op deze manier wordt openheid en zicht op het landschap zo veel mogelijk gemaximeerd.

De schuurwoning staat haaks op de Koningsweg en is bereikbaar via een toegangsweg met recht van overpad. Ook deze woning bestaat uit één laag met kap. De woning heeft een oppervlakte van 8,7 X 14,44 meter. De woning ligt op een groot perceel van ongeveer 2500 vierkante meter. Op dit perceel wordt aan de zuidzijde een vijver gegraven en een hoogstamboomgaard gepland. De nieuwe woonpercelen krijgen een groene inrichting bestaande uit gras, struweel en bomen. Als erfafscheiding worden groene hagen toegepast. Aan de zijde van de openbare groenstrook krijgt de erfafscheiding een gevarieerd karakter bestaande uit struweel, een transparant hekwerk en knotwilgen. Op het perceel ten westen van Koningsweg 133E wordt een nieuwe schuur gebouwd (deze schuur hoort bij de woning Koningsweg 133D). De schuur heeft een oppervlak van maximaal 35 m2 en een hoogte van maximaal 3 meter. 4.2.2

Recreatieterrein

De in het plan gehanteerde uitgangspunten voor het recreatieterrein zijn: Het terrein krijgt een open en landschappelijke inrichting begrensd door groene lage erfafscheiding. Aan de zijde van de openbare groenstrook krijgt de erfafscheiding een gevarieerd karakter bestaande uit struweel, een transparant hekwerk en knotwilgen. De recreatiewoningen zijn ondergeschikt aan het open landschap, situering houdt rekening met zicht vanuit fort. Losse spreiding over het gebied, maximaal 7 recreatiewoningen. Recreatiewoningen onderling verschillend maar wel gerelateerd aan elkaar, geen individuele erfinrichting. Footprint en bouwhoogte van de recreatiewoningen zijn beperkt. Beeldkwaliteit geïnspireerd op Nieuwe Hollandse Waterlinie; houten gevels. Parkeren uit het zicht geclusterd aan de noordzijde van het terrein. Het recreatieterrein is opgezet met zeven recreatiewoningen die los verspreid op het terrein gebouwd worden. De recreatiewoningen passen als recreatieve functie goed in het Lunettenpark. Door het geringe aantal en hun beperkte omvang bovengronds zijn zij ondergeschikt aan het landschap. De plaatsing van de recreatiewoningen houdt rekening met het zicht vanuit het fort. De recreatiewoningen hebben een footprint van maximaal 40 m2 en een hoogte van ongeveer 3,5 meter. Ze bestaan uit twee bouwlagen waarvan de onderste bouwlaag geheel wordt verdiept.

De architectuur van de recreatiewoningen is geïnspireerd op de Nieuwe Hollandse Waterlinie; eenvoudige hoofdvormen en een materialisering van hout. De recreatiewoningen worden ontsloten door een slingerend pad aansluitend op de toegangsweg van de schuurwoning. Ze hebben geen individuele erfinrichting. Het terrein krijgt een open, groene en landschappelijke inrichting bestaande uit bloemrijk grasland, struweel van verschillende soorten sierheesters en solitaire bomen. Midden op het terrein wordt een moestuin aangelegd met verschillende kruiden, groene en vaste planten.

3 2 bestemmingsplan "Koningsweg 135, Maarschalkerweerd, Mereveld" (vastgesteld)

Utrecht

4.3

Beeldkwaliteit en terreininrichting

Deze paragraaf gaat in op de landschappelijke inpassing en de beeldkwaliteitsaspecten die van belang zijn voor behoud en versterking van de karakteristiek van het terrein én een goede inpassing in het voorland van Lunet 2. In aanvulling op de vorige paragrafen geeft deze paragraaf aan op welke wijze de herontwikkeling van de locatie optimaal in de omgeving wordt ingepast binnen de vastgestelde beleidskaders die op het gebied van toepassing zijn (zie hoofdstuk 2). Schootsvelden De terreinen ten zuiden van de Koningsweg maken onderdeel uit van een inundatiegebied van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De bebouwing langs de Koningsweg ligt daarom hoger dan de akkers op het achterland. Bebouwing in het gebied van de Nieuwe Hollandse Waterlinie heeft een kenmerkend karakter en kennen veelal houten gevels. De meeste schootsvelden van de Vier Lunetten worden begrensd door bebouwing, of afgeschermd door bebossing. Alleen ter hoogte van Lunet 2 is nog een enigszins open schootsveld aanwezig in het landschap. Het zicht vanaf Lunet 2 op het schootsveld werd echter geblokkeerd door de kassen op het achter terrein van Koningsweg 135. Het verwijderen van de kassen draagt bij aan het maximaliseren van de openheid van het gebied. Oud Wulverbroekwetering Door het gebied slingert de Oud Wulverbroekwetering. Dit is een restant van een oude waterloop en een belangrijke landschappelijke structuur.

De Oud Wulverbroekwetering loopt vanaf de Lunetten tot aan Oud Wulven vlakbij Houten. Als uitwerking van het Ontwikkelperspectief Maarschalkerweerd legt de gemeente een openbare, recreatieve wandelroute aan langs deze waterloop. In het ontwerp wordt uitgegaan van halfverharding, vergelijkbaar met het jaagpad langs de Kromme Rijn. De oever inclusief wandelpad wordt deels 5 meter breed ter hoogte van de woonpercelen en deels 9 meter breed ter hoogte van de recreatiewoningen (loodrecht gemeten vanuit de waterlijn). Op deze bredere delen wordt de Oud Wulverbroekwetering verbreed en gecombineerd met een natuurvriendelijke oever (1:5). Landschappelijk inrichtingsplan Voor de ruimtelijke inpassing is een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld, zie de afbeelding hieronder. Een duidelijk leesbare versie van het inrichtingsplan is opgenomen in Bijlage 1 van de toelichting. Hiermee wordt inzicht gegeven op welke manier een goede inpassing in het landschap wordt gerealiseerd. Het inrichtingsplan is ook aan de regels van dit bestemmingsplan toegevoegd. Hiermee is de inrichting ook juridisch geborgd. De regels van dit bestemmingsplan maken echter (onder voorwaarden) ook een eventuele andere inrichting mogelijk als daar aanleiding toe bestaat, mits de cultuurhistorische waarden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de met het plan bedoelde landschappelijke kwaliteit niet worden aangetast.

bestemmingsplan "Koningsweg 135, Maarschalkerweerd, Mereveld" (vastgesteld)

33

De onderstaande kaart is ook een onderdeel van het inrichtingsplan. De kaart maakt duidelijk waar openingen in de struweelhaag langs het openbare wandelpad moeten komen.

3 4 bestemmingsplan "Koningsweg 135, Maarschalkerweerd, Mereveld" (vastgesteld)

Utrecht

Onderstaande afbeeldingen dienen indicatief als referentie hoe het wandelpad en de erfafscheidingen er ongeveer uit zouden kunnen komen te zien.

bestemmingsplan "Koningsweg 135, Maarschalkerweerd, Mereveld" (vastgesteld)

35

4.3.1

Nieuwe woning in het bebouwingslint langs de Koningsweg

Materialisatie De hoofdvorm van de bebouwing dient eenvoudig te zijn. De architectuur wordt sober en terughoudend, zoals de andere woningen in het lint. Terreininrichting De woning is herkenbaar onderdeel van de historisch percelering en aan de achterzijde begrensd door een sloot. Bij de tuininrichting dient rekening te worden gehouden met behoud van doorzicht en ruimtebeleving vanaf de Koningsweg naar het achterland van Lunet 2. De inrit van de woning zal worden gecombineerd door de bestaande inrit van Koningsweg 133E te verbreden. Parkeren zal op eigen terrein plaatsvinden langs of achter de woningen. Verder dient een zo'n groen mogelijke inrichting van het terrein te worden nagestreefd. Het openbaar terrein aan de Koningweg wordt ingericht als groenstrook. Deze blijft in gemeentelijk eigendom en wordt niet uitgegeven. Erfafscheiding De voortuinen aan de Koningsweg dienen te worden begrensd met een lage, brede haag van maximaal 1 meter hoog op eigen terrein. Het sortiment wordt afgestemd op erfafscheidingen van belende percelen aan de Koningsweg. Het voorkomen van een rommelige indruk door een grote verscheidenheid aan erfafscheidingen is het uitgangspunt ongeacht de uitvoering. Bij erfafscheidingen met aangrenzende woonpercelen is meer privacy gewenst. De hoogte van deze erfafscheidingen mag maximaal 1,80 meter zijn. De erfafscheiding staat op eigen terrein.

Het perceel van de lintwoning grenst aan de westzijde aan een openbaar wandelpad vanaf de Koningsweg naar de Oud Wulverbroekwetering loopt. De erfafscheiding langs dit pad bestaat uit een groene erfafscheiding in de vorm van een geschoren haag of losse heg van maximaal 1.40 meter hoog en minimaal 1 meter breed. Voor meer privacy kunnen initiatiefnemers op hun eigen terrein beplanting in een gelaagde opbouw aanbrengen. De groene erfafscheiding is onderdeel van de lintbebouwing aan de Koningsweg. Het sortiment is inheems en sluit aan op het erfafscheidingen die aanwezig zijn aangrenzende percelen. Soorten als meidoorn en veldesdoorn zijn hier ook denkbaar.

Principeprofiel van het openbare wandelpad met erfafscheiding ter hoogte van de lintbebouwing. 4.3.2

Nieuwe woning op het achterterrein (schuurwoning)

Materialisatie De hoofdvorm van de bebouwing dient eenvoudig te zijn. De architectuur wordt sober en terughoudend als een houten schuurwoning met raampartijen (glas). 3 6 bestemmingsplan "Koningsweg 135, Maarschalkerweerd, Mereveld" (vastgesteld)

Utrecht

Terreinrichting Het perceel waarop de schuurwoning staat, wordt ingericht als tuin geconcentreerd rondom de schuurwoning. De aangrenzende delen hebben een relatie met het omliggende landschap. Op dit deel wordt aan de zuidzijde een vijver gegraven en is een hoogstamboomgaard gepland. Parkeren zal op eigen terrein plaatsvinden langs of achter de woningen. Verder wordt een zo groen mogelijke inrichting van het terrein nagestreefd. Erfafscheidingen Voortuin van de hoofdwoning aan de Koningsweg dient te worden begrensd met een lage, brede haag van maximaal 1 m hoog op eigen terrein. Het sortiment wordt afgestemd op erfafscheidingen van belende percelen aan de Koningsweg. Er bevindt zich een beperkt aantal erven met bebouwing in het voorland van Lunet 2. De erfafscheiding op de woonkavel van de schuurwoning is daarom afgestemd op de erfafscheiding van het hoofdgebouw aan de Koningsweg. Het voorkomen van een rommelige indruk door een grote verscheidenheid aan erfafscheidingen is het uitgangspunt ongeacht de uitvoering. Ook hier geldt dat de hoogte van de erfafscheidingen maximaal 1,80 m zijn bij aangrenzende woonpercelen. De erfafscheiding staat op eigen terrein. Het agrarische perceel behorend bij de schuurwoning grenst aan de westzijde aan een openbaar wandelpad dat langs de Oud Wulverbroekwetering loopt. De erfafscheiding langs het wandelpad is een natuurlijke struweelrand.

De struweelrand bestaat uit een heg van bomen en struiken die van nature in het gebied voorkomen, afgewisseld met open delen. Hierbij kan gedacht worden aan meidoorn, sleedoorn, Spaanse aak, grauwe wilg en rozen (hondsroos, heggenroos en/of rimpelroos). De erfafscheidingen zijn van grote invloed op het belevingsbeeld van een samenhangend voorland van Lunet 2. Zichtlijnen worden ingezet om de openheid te waarborgen. De erfafscheiding heeft over een lange lengte daarom visuele onderbrekingen door afwisseling (hoogte en geleding) van bomen, struiken en openingen (natuurlijke uitstraling). Lokaal mag sprake zijn van hoger uitgroeiende struiken of solitaire boomvormers. De maximale (struik)hoogte is 3,5 a 4 meter. Om te voorkomen dat de struweel gaat verbossen moeten niet geplande boomvormers bijtijds worden verwijderd. Ter hoogte van de openingen wordt de erfafscheiding gecombineerd met een transparant houten hekwerk van maximaal 1 m hoog om de veiligheid op het terrein te waarborgen. Het hekwerk heeft niet meer dan twee (smalle) dwarsleggers en wordt in de struweelrand geplaatst. De erfafscheiding (de struweelrand en het hekwerk) staat op eigen terrein en is in beheer van de initiatiefnemer. Het gewenste eindbeeld in relatie tot beheer en onderhoud van de erfafscheiding is opgenomen in het landschappelijk inrichtingsplan, Bijlage 1.

Principeprofiel van de Oud Wulverbroekwetering ter hoogte van het 5 meter brede wandelpad inclusief bestemmingsplan "Koningsweg 135, Maarschalkerweerd, Mereveld" (vastgesteld)

37

natuurvriendelijke oever en de erfafscheiding ter hoogte van de nieuwe schuurwoning. 4.3.3

Recreatieterrein

Materialisatie De architectuur van de recreatiewoningen is geïnspireerd op de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Dat betekent toepassing van eenvoudige hoofdvormen en hout als voornaamste bouwmateriaal.

3 8 bestemmingsplan "Koningsweg 135, Maarschalkerweerd, Mereveld" (vastgesteld)

Utrecht

Terreininrichting De inrichting van het logiesterrein is nadrukkelijk onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het zuidelijk deel bevindt zich in het schootsveld van Lunet 2. Hier zijn bomen en struweel normaliter slechts sporadisch aanwezig. Er wordt daarom ingezet op het maximaliseren van de openheid en een landschappelijke terreininrichting die past bij het oorspronkelijke karakter van dit gebied. Het terrein krijgt een groene inrichting met een minimum aan verharding. Het grasland en de bloemenweides op het terrein worden extensief beheerd. Verspreid op het terrein staan fruitbomen die refereren aan het tuindersverleden van het gebied. Andere beplanting bestaat gebiedseigen boom- en heestersoorten. Het realiseren van een terras bij iedere logieswoning is mogelijk. De afmetingen van het terras zijn maximaal 18 m2. Het terrein dient op een informele manier als een geheel ervaren te worden door de gebruiker. Het is niet de bedoeling dat iedere recreatiewoning voorzien wordt van een eigen buitenruimte. Het afschermen van de individuele terrassen is dan ook niet gewenst. Privacy kan worden gewaarborgd met behulp van de oriëntatie van de recreatiewoningen en plaatsing van de terrassen. Het parkeren dient zoveel mogelijk uit het zicht van het terrein en het wandelpad te worden opgelost. Parkeren bij de recreatiewoningen is niet toegestaan op het terrein.

Om te voorkomen dat dit toch gebeurt zijn de paden (in halfverharding) naar de recreatiewoningen smal gehouden. Het hoofdpad is maximaal 3,5 m breed (inclusief overrijdbare berm) en uitgevoerd in halfverharding. Er worden zeven parkeervakken geclusterd en groen ingepast aan de westzijde van de toegangsweg. De vrije doorgang van het overpad wordt daarbij gegarandeerd. Erfafscheidingen Het terrein waarop de recreatiewoningen worden gebouwd, grenst net als het agrarisch terrein behorende bij de schuurwoning aan het openbare wandelpad langs de Oud Wulverbroekwetering (gecombineerd met een natuurvriendelijke oever). De struweelrand wordt hier als natuurlijke erfafscheiding doorgezet om het erf met recreatiewoningen af te bakenen van een openbare, doorgaande wandelroute langs de Oud Wulverbroekwetering, gecombineerd met een natuurvriendelijke oever. De struweelrand bestaat uit een heg van bomen en struiken die van nature in het gebied voorkomen, afgewisseld met open delen. Hierbij kan gedacht worden aan meidoorn, sleedoorn, Spaanse aak, grauwe wilg en rozen (hondsroos, heggenroos en/of rimpelroos). De erfafscheidingen zijn van grote invloed op het belevingsbeeld van een samenhangend voorland van Lunet 2. Zichtlijnen worden ingezet om de openheid te waarborgen.

De erfafscheiding heeft over een lange lengte daarom visuele onderbrekingen door afwisseling (hoogte en geleding) van bomen, struiken en openingen (natuurlijke uitstraling). Om de openheid te waarborgen zijn de erfafscheidingen over de gehele lengte gemiddeld 1,20 meter hoog. Lokaal mag sprake zijn van hoger uitgroeiende struiken of solitaire boomvormers met een maximale (struik)hoogte van 3,5 a 4 meter. Om te voorkomen dat de struweel gaat verbossen moeten niet geplande boomvormers bestemmingsplan "Koningsweg 135, Maarschalkerweerd, Mereveld" (vastgesteld)

39

bijtijds worden verwijderd. Ter hoogte van de openingen wordt de erfafscheiding gecombineerd met een transparant houten hekwerk van maximaal 1 meter hoog om de veiligheid op het terrein te waarborgen. Het hekwerk heeft niet meer dan twee (smalle) dwarsleggers en wordt in de struweelrand geplaatst. De erfafscheiding (de struweelrand en het hekwerk) staat op eigen terrein en is in beheer van de initiatiefnemer. Het gewenste eindbeeld en het beheer en onderhoud van de erfafscheiding is opgenomen in het landschappelijk inrichtingsplan, Bijlage 1.

Principeprofiel van de Oud Wulverbroekwetering ter hoogte van het 9 meter brede wandelpad inclusief natuurvriendelijke oever en de erfafscheiding ter hoogte van het recreatieterrein.

4.4

Verkeer

Voor de herontwikkeling van de planlocatie is rekening gehouden met de auto- en fietsparkeernormen uit de nota Stallen en Parkeren zone B2: stedelijk gebied zonder betaald parkeren. Het auto parkeren voor de woningen wordt op eigen terrein (het erf) gerealiseerd. Op de terreinen van de nieuwe woonpercelen worden twee parkeerplaatsen aangelegd. Er worden geen auto's op het recreatieterrein geparkeerd. Het auto parkeren voor de recreatiewoningen wordt aan de noordzijde langs het toegangspad opgelost. Het autoverkeer zal worden afgewikkeld via de Koningsweg. Gelet op de aard en omvang van de planontwikkeling is de verwachting dat dit aantal goed te verwerken zal zijn.

4.5

Openbare ruimte

De groenstrook aan de westzijde heeft een breedte van deels 9 meter en deels 5 meter. Deze wordt door de gemeente ingericht met een openbaar wandelpad, natuurvriendelijke oever en groene bermen. De Oud Wulverbroekwetering wordt breder gemaakt en krijgt een natuurvriendelijke oever met een talud van ongeveer 1:5. Zie de principeprofielen in paragraaf 4.3 Beeldkwaliteit en terreininrichting. Het nieuwe wandelpad langs de Oud Wulverbroekwetering zorgt ervoor dat het gebied een recreatieve functie krijgt. Het pad wordt een belangrijk onderdeel van het Lunettenpark. Het zorgt ervoor dat het gebied beter doorwaadbaar wordt en dat de betekenis van de Oud Wulverbroekwetering als belangrijk landschappelijk element wordt versterkt. Het verbreden van de watergang en het maken van een ecologische over versterkt de ecologische betekenis van het gebied.

4 0 bestemmingsplan "Koningsweg 135, Maarschalkerweerd, Mereveld" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 5 Onderzoek en randvoorwaarden 5.1

Inleiding

In toenemende mate wordt de milieukwaliteit van belang bij de ontwikkeling van functies in het landelijk en stedelijk gebied. Het milieubeleid heeft zich in de loop van enkele decennia ontwikkeld tot een complexe materie, die er in de praktijk toe leidt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen met verschillende milieuaspecten rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk is een overzicht gegeven van de relevante (milieu)aspecten in het plangebied en de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd.

5.2

Milieueffectrapportage

5.2.1

Kader

Het doel van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is om vooraf de mogelijke milieueffecten van plannen en besluiten in beeld brengen en deze een volwaardige rol te laten spelen bij de besluitvorming over deze plannen en besluiten. Het maken van een milieueffectrapport is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten, die activiteiten mogelijk maken welke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In onderdeel C van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. wordt aangegeven welke activiteiten altijd m.e.r.-plichtig zijn. Bij de activiteiten die in lijst D van die bijlage genoemd worden moet beoordeeld worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Uit deze m.e.r.-beoordeling kan de conclusie volgen dat er een m.e.r. moet worden opgesteld. 5.2.2

Plansituatie

De in het plan opgenomen activiteiten hebben betrekking op het bouwen van twee woningen, zeven recreatiewoningen en de aanleg van een recreatief wandel- en fietspad. In de bijlage bij het Besluit mer is de categorie D 11.2, "de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen", opgenomen. De aard en de omvang van de activiteiten die het bestemmingsplan mogelijk maakt, kunnen niet worden gekwalificeerd als een 'aanleg, wijziging of uitbreiding' van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.. Er is geen milieueffectrapport of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling nodig. 5.2.3

Conclusie

Het bestemmingsplan is getoetst aan het Besluit-m.e.r. Gelet op het kleinschalige karakter van de ontwikkeling is een milieueffectrapport of (vormvrije)m.e.r.-beoordeling niet nodig.

5.3

Bedrijven en milieuzonering

5.3.1

Kader

Het streven is om in Utrecht wonen, werken en andersoortige functies op een goede manier te laten samengaan. De afwisseling van functies is belangrijk, maar voorkomen moet worden dat milieuhinder van bedrijven een negatieve invloed heeft op de woonomgeving en andersom geldt dit ook. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het daarom van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van bedrijven.

bestemmingsplan "Koningsweg 135, Maarschalkerweerd, Mereveld" (vastgesteld)

41

5.3.2

Plangebied en omgeving

In de omgeving van het plangebied zijn verschillende functies aanwezig. Het plangebied is gelegen aan de rand van de stad Utrecht, dat van oudsher kan worden aangeduid als ‘gemengd gebied’. De functies in het gebied zijn aan het veranderen. De van oudsher aanwezige agrarische functies maken op verschillende plekken plaats voor woon- en recreatieve functies. De herontwikkeling van het plangebied van dit bestemmingsplan past hierin goed. Bestaande bedrijven in het gebied worden niet in de bedrijfsvoering beperkt en omgekeerd ondervinden de toegestane functies in het plangebied geen hinder van bedrijven die in de omgeving aanwezig zijn. 5.3.3

Conclusie

De conclusie is dat een goed woon- en leefmilieu gegarandeerd kan worden en dat bedrijven in de omgeving niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd.

5.4

Geluidhinder

5.4.1

Kader

Geluid beïnvloedt vaak de kwaliteit van de leef- en woonomgeving. De mate waarin het geluid, de leef- en woonomgeving mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wet geluidhinder worden de volgende objecten beschermd: woningen; geluidsgevoelige terreinen (bij algemene maatregel van bestuur als zodanig aangewezen terrein dat vanwege de bestemming of het gebruik daarvan bijzondere bescherming tegen geluid behoeft); andere geluidsgevoelige gebouwen (bij algemene maatregel van bestuur als zodanig aangewezen gebouw dat vanwege de bestemming of het gebruik daarvan bijzondere bescherming tegen geluid behoeft, niet zijnde een woning). Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten vindt plaats aan de hand van vastgestelde zoneringen. De belangrijkste geluidsbronnen die in de Wet geluidhinder zijn geregeld, zijn industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. 5.4.2

Plansituatie

De nieuwe recreatiewoningen en het bijbehorende recreatieterrein zijn niet geluidsgevoelig op basis van de Wet geluidhinder. Onderzoek hiernaar is daarom niet nodig. Voor de nieuwe woningen in het plangebied is wel een akoestisch onderzoek naar verkeerslawaai uitgevoerd (zie Bijlage 3). Voor wegverkeerslawaai liggen de nieuwe woningen in het plan binnen de geluidzone van de Koningsweg, Waterlinieweg en de Rijksweg A27. Het plan ligt ook op minimaal 470 meter, maar wel binnen de geluidzone, van de spoorlijnen Utrecht - Arnhem en Utrecht - 's-Hertogenbosch. Het blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 55 dB voor spoorweglawaai ter plaatse van de nieuwe woningen niet wordt overschreden. Voor de Waterlinieweg en Rijksweg A27 geldt dat de geluidbelasting door het wegverkeer de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van beide nieuwe woningen overschrijdt. Voor de Koningsweg geldt dat de geluidbelasting op de voor- en zijgevels van de nieuwe woning die het dichtst bij de Koningsweg ligt, de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschrijdt. De geluidbelasting bedraagt 54 dB. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor nieuwbouw in stedelijk gebied wordt niet overschreden. Daarom is het mogelijk om voor deze woning een hogere waarde te verlenen. 5.4.3

Conclusie

Er zijn vanuit akoestiek geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Wel is een hogere waardenbesluit nodig, zie Bijlage 4.

4 2 bestemmingsplan "Koningsweg 135, Maarschalkerweerd, Mereveld" (vastgesteld)

Utrecht

5.5

Trillingen

Negatieve aspecten als gevolg van trillingen zijn uitgesloten. Er zijn geen specifieke trillingsbronnen in de directe omgeving waar rekening mee gehouden moet worden bij de vaststelling van dit bestemmingsplan.

5.6

Geur

De functies die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, veroorzaken geen geurhinder. Ook zijn er vanuit bedrijven in de omgeving geen belemmeringen voor de functies in het plangebied van dit bestemmingsplan.

5.7

Externe veiligheid

5.7.1

Externe veiligheid

Het werken met, de opslag en het transport van gevaarlijke stoffen leidt tot veiligheidsrisico's voor omwonenden, bedrijven en passanten. Om deze risico's te beheersen worden in de toelichting van het bestemmingsplan of in omgevingsvergunningen, indien wordt afgeweken van het bestemmingsplan, de relaties tussen deze activiteiten en hun omgeving conform wet- en regelgeving verantwoord en vastgelegd. Daartoe moeten in de eerste plaats risicobronnen geïnventariseerd worden. Vervolgens wordt een toets uitgevoerd aan de betreffende wet- en regelgeving. 5.7.2

Wettelijk kader

De normen en richtlijnen zijn onder andere vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt; voor transport over weg, spoor en water). Het Bevt geeft antwoord op vragen hoe om te gaan met ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van transportroutes. In het Bevt staan twee soorten risico's beschreven waarop normen en richtlijnen van toepassing zijn. Het betreft het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Naast risiconormeringen kent het Bevt tevens twen extra afstandsbepalingen, de zogenaamde vrijwaringszone en het plasbrandaandachtsgebied. Voor zowel de vrijwaringszone als het plasbrandaandachtsgebied geldt een motivatieplicht indien bebouwing gewenst is. Indien nieuwe bebouwing wordt gerealiseerd moet deze aan extra brandveiligheidseisen volgens het Bouwbesluit voldoen. Het plaatsgebonden risico (PR) geeft aan hoe groot de overlijdenskans is indien een persoon zich permanent op een bepaalde plek bevindt. De wetgever beschouwt een overlijdenskans van eens in de miljoen jaar (aangeduid met 10-6) voor nieuwe situaties als acceptabel. In de wetgeving is dit risico vertaald naar een afstandsnormering. Voor de afstand tussen de risicoveroorzakende activiteiten en kwetsbare objecten is die norm een harde grenswaarde.

Voor de afstand tot beperkt kwetsbare objecten is die norm een richtwaarde waarvan mag worden afgeweken als daar een gegronde reden voor is. Het groepsrisico (GR) geeft de kans aan op het overlijden van een groep mensen als gevolg van een calamiteit. Het Bevt verplicht ertoe dat bij omgevingsvergunningen, waarbij wordt afgeweken van de bestemming, of in de toelichting van het bestemmingsplan het groepsrisico wordt beschreven en gemotiveerd. Voor het toetsen van het groepsrisico wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde oriëntatiewaarde. Dit is geen harde wettelijke norm maar een houvast om te toetsen of het groepsrisico acceptabel is al dan niet in combinatie met maatregelen voor de bestrijding van ongevallen. 5.7.3

Inventarisatie risicobronnen omgeving

In en direct rond het plangebied is een inventarisatie gedaan naar risicoveroorzakende activiteiten (zie Bijlage 5). Uit deze inventarisatie blijkt dat er in de omgeving diverse risicobronnen aanwezig zijn. Het transport van gevaarlijke stoffen over de spoorlijn Utrecht Noord - Utrecht Lunetten is vanuit het oogpunt van externe veiligheid relevant voor het plangebied. Het invloedsgebied van dit spoor ligt tot 4 kilometer van het spoor en wordt bepaald door het transport van giftige stoffen. Op ongeveer 500 meter van het plangebied bevindt zich de A27. Het invloedsgebied van de A27 ligt niet tot over het plangebied. Indien zich een incident met giftige vloeistoffen voordoet, kunnen effecten tot over het plangebied reiken. Het risico van dit transport is daarom voor de volledigheid meegenomen in de toetsing.

bestemmingsplan "Koningsweg 135, Maarschalkerweerd, Mereveld" (vastgesteld)

43

5.7.4

Toetsing plangebied Koningsweg en conclusie

Het plangebied ligt op ongeveer 220 meter van de spoorlijn Utrecht Centraal - Utrecht Lunetten. Voor de spoorlijn geldt dat het plaatsgebonden risico naast de spoorlijn lager is dan 10-6/jaar en er geldt tevens geen plasbrandaandachtsgebied. Het plaatsgebonden risico legt hiermee geen beperkingen op voor het plangebied en aanvullende brandveiligheidseisen in relatie tot plasbranden zijn niet noodzakelijk. Ook voor het risico van het transport van gevaarlijke stoffen over de rijksweg A27 geldt dat het plaatsgebonden risico geen beperkingen oplegt en er geen aanvullende eisen in het kader van brandveiligheid gelden. Gezien de relatief grote afstand van het spoor en de rijksweg A27 tot het plangebied dragen de plannen niet bij aan de hoogte van het groepsrisico. Bij de indeling van het plangebied heeft afstemming plaatsgevonden met de VRU. In het inrichtingsplan is rekening gehouden met opstelplaatsen voor de brandweer en er wordt een aanvullende bluswatervoorziening gerealiseerd zodat wordt voldaan aan een capaciteit van totaal 60 m3/uur.

5.8

Luchtkwaliteit

5.8.1

Kader

Luchtkwaliteit heeft betrekking op luchtverontreiniging door gasvormige stoffen en verontreiniging van de lucht met fijnstof, door vooral verkeer, maar - naar mate het verkeer schoner wordt - ook door andere bronnen zoals houtstook. De luchtkwaliteit beïnvloedt in belangrijke mate de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Wegverkeer, mobiele (bouw)werktuigen en houtstook zijn, samen met de hoge achtergrondconcentratie in Utrecht, de belangrijkste lokale bronnen van luchtverontreiniging. In artikel 5.16 lid 1 van de Wet milieubeheer is vastgelegd dat het bevoegd gezag bij het vaststellen van een bestemmingsplan dat gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, rekening moet houden met de effecten op de luchtkwaliteit. De Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) heeft in 2005 advieswaarden opgesteld voor een aantal stoffen. Deze zijn in het algemeen strenger dan de in de wet Milieubeheer gehanteerde grenswaarden. Sinds 2017 wordt overal in Utrecht voldaan aan de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft in 2005 advieswaarden opgesteld voor gezonde lucht. Deze WHO-advieswaarden zijn bedoeld om de gezondheid te beschermen. Deze zijn voor fijnstof strenger dan de grenswaarden van de EU.

De WHO stelt zelfs dat er géén veilige concentratie is aan te geven voor fijnstof; op grond van haalbaarheid heeft zij daarom een gezondheids-kundige advieswaarde vastgesteld voor PM10 en PM2,5. Stof NO2 (stikstofdioxide)

Grenswaarde EU 40 µg/m³

WHO-advieswaarden 2005 40 µg/m³

Toetsingsperiode Jaargemiddelde

PM10 (fijnstof)

40 µg/m³

20 µg/m³

Jaargemiddelde

PM2,5 (fijnstof)

25 µg/m³

10 µg/m³

Jaargemiddelde

WHO-advieswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5 In 2015 heeft de gemeente Utrecht een motie aangenomen waarin de gemeente zich als doel stelt om in de toekomst (2030) naast de wettelijke grenswaarden ook te voldoen aan de WHO advieswaarden uit 2005 voor fijnstof. Deze advieswaarden (WHO 2005) zijn strenger dan de wettelijke grenswaarden voor PM10 (20 µg/m³) en voor PM2,5 (10 µg/m³). Deze motie is uitgewerkt in het Raadsbesluit 'Utrecht kiest voor gezonde lucht - luchtkwaliteitsbeleid en uitvoeringsprogramma' van december 2020, waarin is vastgelegd om toe te werken naar de WHO-advieswaarden-2005, die expliciet zijn benoemd in de samenvatting bij het Raadsbesluit. Op 22 september 2021 heeft de WHO overigens nieuwe advieswaarden voor fijnstof en stikstofdioxide opgesteld, die (beduidend) lager liggen dan de WHO-advieswaarden uit 2005. Ook neemt de gemeente Utrecht deel aan het Schone Lucht Akkoord, waarin rijksoverheid, provincies en gemeenten samenwerken aan maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit.

4 4 bestemmingsplan "Koningsweg 135, Maarschalkerweerd, Mereveld" (vastgesteld)

Utrecht

5.8.2

Plangebied

Het bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van zeven recreatiewoningen, het verplaatsten van een woning en het toevoegen van een woning in het bebouwingslint langs de Koningsweg. Het initiatief blijft daarmee ver onder de grenzen van de regeling Niet in betekenende mate en heeft daarmee niet of slechts in geringe mate invloed op de luchtkwaliteit. Er hoeft daarom niet getoetst te worden aan de grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof PM10/PM2,5. Aanvullend onderzoek naar luchtkwaliteit is daarom niet nodig. Ook met het oog op de heersende achtergrondwaarden is er geen overschrijding van de grenswaarden. 5.8.3

Conclusie

Het aspect Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.9

Bodem

5.9.1

Kader

Bij het bestemmingsplan wordt getoetst of de bodemkwaliteit geschikt is of geschikt gemaakt kan worden voor de geplande functies. Het gemeentelijk bodembeleid gaat uit van de volgende algemene uitgangspunten uit de Wet bodembescherming: Nieuwe bodemverontreiniging moet worden voorkomen en indien er toch bodemverontreiniging ontstaat, moet de bodem direct worden gesaneerd. Een geval van bodemverontreiniging waarbij de verontreiniging geheel of grotendeels ná 1987 is ontstaan, is een "nieuw geval". Deze zorgplicht houdt in dat nieuwe gevallen van bodemverontreiniging zoveel mogelijk ongedaan dienen te worden gemaakt. Overige gevallen van ernstige bodemverontreiniging moeten binnen een bepaalde termijn worden gesaneerd als er tevens sprake is van risico's. Het gaat daarbij om humane of milieuhygiënische risico's en om risico's voor verspreiding van de verontreiniging. De sanering gebeurt functiegericht en kosteneffectief. Nieuwbouw op of graafwerkzaamheden in een geval van ernstige bodemverontreiniging zijn ongeacht de risico's niet toegestaan zonder saneringsmaatregelen. Hergebruik van (schone of licht verontreinigde) grond kan bij onverdachte terreinen plaatsvinden op basis van de bodemkwaliteitskaart en het bodembeheerplan. Bij een aanvraag van een omgevingsvergunning moet een bodemonderzoek conform de NEN 5740 worden verricht.

Op basis van dit onderzoek wordt beoordeeld of de locatie geschikt is voor de geplande functie of dat er nog een nader onderzoek en/of een bodemsanering noodzakelijk is, voordat de locatie geschikt is voor de geplande functie. Als er voor de bouwwerkzaamheden een grondwateronttrekking nodig is, moet rekening gehouden worden met nabijgelegen grondwaterverontreinigingen. 5.9.2

Plansituatie

Het gebied heeft in het verleden overwegend een agrarische functie gehad: weiland en akkerland. In de jaren 50 is een sloot gedempt en vervolgens zijn in de 60-er en 70-er jaren kassen, een woning en een schuur gebouwd. In 2017 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het noordelijk deel van de planlocatie (zie Bijlage 2). De puin en koolhoudende onderlaag ter plaatse van de inrit is matig verontreinigd met zink. De puinverharding is niet asbesthoudend. Verder is de locatie licht verontreinigd met zware metalen en PAK. Ter plaatse van de gedempte sloot is een vergelijkbare verontreinigingsgraad aanwezig. Organochloorbestrijdingsmiddelen zijn niet in verhoogde gehaltes aangetoond. Het grondwater is niet verontreinigd. Het nu nog niet onderzochte deel van het plangebied moet nog onderzocht worden. Bovendien moet NA sloop van de opstallen een actualiserend onderzoek worden verricht ter plaatse van deze gesloopte opstallen. Op basis van de Nota bodembeheer 2017-2027 moet bij grondverzet rekening gehouden worden met de toepassingseis “woonkwaliteit” ter plaatse van het “paarse gebied” op basis van werkelijk gebruik en “landbouw/natuur” ter plaatse van het “witte gebied”. In het gebied zijn geen (omvangrijke) grondwaterverontreinigingen of nazorgcontouren bekend. Het plangebied ligt in de bufferzone van het Gebiedsplan gebiedsgericht grondwaterbeheer.

Dit betekent bestemmingsplan "Koningsweg 135, Maarschalkerweerd, Mereveld" (vastgesteld)

45

dat bij bouwbemalingen, grondwateronttrekkingen en voor de aanpak of verplaatsing van grondwaterverontreiniging de gebiedsgerichte aanpak van toepassing is en dat aansluiting gezocht kan worden bij het Gebiedsplan. Het terrein ligt niet binnen een boringsvrije zone rond een drinkwaterwingebied. Omdat de locatie in de bufferzone van het Gebiedsplan ligt mogen bodemenergiesystemen alleen in het eerste watervoerende pakket worden aangelegd. Er is sprake van een archeologische “verwachting (groen)” tot “hoge verwachting (geel)” in het gebied. Het gebied is “minder gevoelig” voor zetting. De ondergrond biedt kansen voor de duurzame energie (bodemenergie), waterberging (klimaatadaptatie), ruimte voor groen en ondergrondse infrastructuur (kabels en leidingen, parkeerkelders). Bij plannen voor benutting van de ondergrond wordt geadviseerd het ondergronds ruimtegebruik mee te nemen in het planontwerp, zodat meervoudig ondergronds gebruik geen belemmering of nadelige beïnvloeding op elkaar heeft. 5.9.3

Conclusie

De bodemkwaliteit is nog niet volledig in beeld en er gelden voorwaarden voor verder onderzoek en eventueel sanering. Op basis van de beschikbare bodemonderzoeksgegevens blijkt de bodem op locatie licht tot plaatselijk matig verontreinigd te zijn. Na sloop van de opstallen is aanvullend onderzoek nodig om verder te bepalen of het terrein geschikt is voor het toekomstig gebruik: wonen met tuin, en of er saneringsmaatregelen nodig zijn. Bovendien moet het nog niet onderzochte deel van de locatie onderzocht worden. Boringen en bodemenergie mogen alleen in het eerste watervoerende pakket plaatsvinden.

5.10 Natuurbescherming 5.10.1 Kader Op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) moeten initiatiefnemers onderzoek doen naar de effecten van hun activiteiten op beschermde dier- en plantensoorten en beschermde gebieden. Bij het vaststellen van een bestemmingsplan moet van tevoren duidelijk zijn dat de Wnb niet in de weg staat aan de uitvoering van het plan. Ook moet worden gekeken naar de regels in de interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht en het beleid van de gemeente Utrecht. 5.10.1.1 Beschermde dier- en plantensoorten Wnb Voorafgaand aan de vaststelling van een bestemmingsplan moet er worden onderzocht: 1. 2. 3.

of er beschermde soorten voorkomen in het plangebied; of er verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden; of er vrijstellingen gelden of dat er een ontheffing nodig is.

Als er een ontheffing nodig is, moet aannemelijk zijn dat deze verleend zal worden. Ook moet er duidelijkheid zijn over eventuele ontheffingsvoorwaarden en het treffen van mitigerende maatregelen. 5.10.1.2 Beschermde gebieden Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet worden bekeken of het plan significante gevolgen kan hebben voor een of meerdere Natura 2000-gebieden. Het bestemmingsplan kan in beginsel alleen worden vastgesteld als er zekerheid bestaat dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende gebied niet worden aangetast. In de Interim Omgevingsverordening (artikel 6.1 en verder) zijn regels vastgelegd waar bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het gaat in het geval van dit plangebied om regels voor het Nationaal Natuur Netwerk (NNN, voorheen EHS). 5.10.1.3 Utrechtse soortenlijst In de voormalige Flora en faunawet werden soorten beschermd die niet meer beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming, die per 1 januari 2017 in werking is getreden. Hieronder vallen diverse kwetsbare soorten die voor Utrecht belangrijk zijn. Deze soorten zijn in de Utrechtse soortenlijst genoemd. De gemeenteraad heeft besloten dat bij gemeentelijke ruimtelijke plannen de Utrechtse soortenlijst bij het onderzoek en ontwikkelingen wordt betrokken zodat de soorten zo goed mogelijk beschermd worden.

Bij ruimtelijke plannen van derden beveelt de gemeente nadrukkelijk aan om de Utrechtse soortenlijst mee te nemen in onderzoek en ontwikkelingen. Wanneer de Utrechtse soortenlijst niet wordt meegenomen in het plan of project, dan wordt dit gemotiveerd. De lijst en overige informatie 4 6 bestemmingsplan "Koningsweg 135, Maarschalkerweerd, Mereveld" (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=e7734135-8d6a-4bbc-8df8-e0c265ab54c8