CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok.pdf

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 14 april 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok35.644 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bestemmingsplan

Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok Vastgesteld, Datum volgt na vaststelling

Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Doelstelling

7

1.3

Ligging en begrenzing plangebied

7

1.4

Geldende plannen

7

1.5

Leeswijzer

Hoofdstuk 2

10

Relevante beleidskaders

11

2.1

Rijksbeleid

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

14

2.3

Gemeentelijk

17

2.4

Conclusie

Hoofdstuk 3

11 beleid

31

Bestaande situatie

33

3.1

Inleiding

3.2

Beschrijving

van het plangebied

33

3.3

Beschrijving

van de bestaande functies in het plangebied

36

3.4

Verkeer en parkeren

37

3.5

Openbare ruimte

38

3.6

Conclusie

38

Hoofdstuk 4

33

Planbeschrijving

39

4.1

Projectbeschrijving

39

4.2

Verkeer en openbare ruimte

44

Hoofdstuk 5

Onderzoek en randvoorwaarden

47

5.1

Inleiding

47

5.2

Milieueffectrapportage

47

5.3

Bedrijven en milieuzonering

47

5.4

Geluidhinder

49

5.5

Externe veiligheid

50

5.6

Luchtkwaliteit

50

5.7

Bodem

52

5.8

Natuurbescherming

53

5.9

Bomen

56

5.10

Water

57

5.11

Archeologie

63

5.12

Kabels en leidingen

65

5.13

Kwaliteit van de leefomgeving

65

5.14

Gezondheid

66

5.15

Toegankelijkheid

67

5.16

Duurzaamheid

67

5.17

Conclusie

68

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

6.1

Economische

6.2

Maatschappelijke

Hoofdstuk 7

uitvoerbaarheid uitvoerbaarheid

Juridische plantoelichting

2 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

69 69 69

71

Utrecht

7.1

Inleiding

71

7.2

Opbouw regels

71

7.3

Regeling bijbehorende

7.4

Artikelsgewijze

7.5

Lijst van Bedrijven functiemenging

76

7.6

Lijst van Horeca-activiteiten

78

7.7

Handhaving

79

Bijlagen toelichting

81

Bijlage 1

Behoefteonderzoek

83

Bijlage 2

Parkeerberekeningen

115

Bijlage 3

Verkeersonderzoek

119

Bijlage 4

m.e.r.-beoordelingsbesluit

139

Bijlage 5

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

141

Bijlage 6

Stikstofonderzoek

169

Bijlage 7

Geluidsonderzoek

209

Bijlage 8

Quickscan natuur

253

Bijlage 9

Nader onderzoek natuur

291

Bijlage 10

Bodemonderzoek

319

Bijlage 11

Waterparagraaf

371

Bijlage 12

Parkeerdrukmeting 2020

383

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

415

Artikel 1

Begrippen

415

Artikel 2

Wijze van meten

419

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

420

Artikel 3

Bedrijf

420

Artikel 4

Bedrijf - Nutsvoorziening

420

Artikel 5

Gemengd

421

Artikel 6

Verkeer - Verblijfsgebied

422

Artikel 7

Waarde - Archeologie

423

Hoofdstuk 3

Algemene regels

424

Artikel 8

Anti-dubbeltelregel

424

Artikel 9

Algemene bouwregels

424

Artikel 10

Algemene gebruiksregels

424

Artikel 11

Algemene afwijkingsregels

425

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

426

Artikel 12

Overgangsrecht

426

Artikel 13

Slotregel

426

bouwwerken

71

toelichting

71

Bijlagen regels

429

Bijlage 1

Lijst van Bedrijven functiemenging

430

Bijlage 2

Lijst van Horeca-activiteiten

434

bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

3

4 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

Toelichting

bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

5

6 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Na ruim 100 jaar heeft de Koninklijke Nederlandse Munt N.V. het Muntgebouw, gelegen aan de Leidseweg 90 in Utrecht, verlaten. In 2016 heeft de Nederlandse staat besloten om het muntenproductiebedrijf te privatiseren en het vastgoed los te verkopen. De aandelen van de Koninklijke Nederlandse Munt N.V. zijn verkocht aan de Belgische Heylen Group en zij hebben besloten de productie op een andere, meer bedrijfsefficiëntere, locatie voort te zetten. In het voorjaar van 2020 is de Koninklijke Nederlandse Munt verhuisd naar Houten. In september 2018 heeft initiatiefnemer AG APF De Munt Utrecht B.V. de gemeente Utrecht verzocht om medewerking te verlenen aan de herontwikkeling van het Muntgebouw.

1.2

Doelstelling

De hoofddoelstelling van het bestemmingsplan is de transformatie en herbestemming van het Muntgebouw en de bijbehorende bijgebouwen mogelijk te maken naar een mix van functies: kantoren, (creatieve) bedrijven, vergaderen, congressen, horeca, sport, maatschappelijke- en culturele voorzieningen.

1.3

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt in de wijk Lombok en is gelegen aan de Leidseweg 90. Het plangebied wordt verder begrensd door de Muntkade in het zuiden, de Steijnstraat in het oosten en de percelen gelegen aan de Krugerstraat in het noorden.

Het plangebied

1.4

Geldende plannen

Dit bestemmingsplan vervangt voor de locatie van het plangebied de volgende bestemmingsplannen. Bestemmingsplan

Vastgesteld door Raad

bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Onherroepelijk 7

Lombok e.o. Chw Algemene regels over bouwen en gebruik Facetbestemmingsplan woningsplitsing II

4 december 2008 30 november 2017

20 augustus 2009 31 oktober 2018

13 december 2012

8 februari 2013

Voor het plangebied geldt bestemmingsplan 'Lombok e.o.'. Ook gelden bestemmingsplan 'Chw Algemene regels over bouwen en gebruik' en 'Facetbestemmingsplan woningsplitsing II'. Op grond van bestemmingsplan 'Lombok e.o.' heeft een groot deel van de locatie de bestemming 'Maatschappelijke Doeleinden' (M), met de aanduidingen 'munt (mu) en 'rijksmonument'. Een klein deel binnen de bestemming 'Maatschappelijke Doeleinden' heeft de aanduiding 'nuts' (n). Een kleiner deel van de locatie heeft de bestemming 'Bedrijfsdoeleinden' (B).

Uitsnede plankaart bestemmingsplan 'Lombok e.o.' m.b.t. het Muntgebouw Artikel 12 van de bestemmingsplanvoorschriften geeft aan dat de op de plankaart voor 'Maatschappelijke Doeleinden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: maatschappelijke voorzieningen, met daaraan ondergeschikt: detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen, ter plaatse van de nadere aanwijzing 'rijksmunt': tevens voor museum en bedrijfsdoeleinden ten behoeve van de productie van munten en zaalverhuur, ter plaatse van de nadere aanwijzing 'nutsvoorzieningen': uitsluitend voor nutsvoorzieningen en bij deze doeleinden behorende voorzieningen zoals groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en water, onder andere ten behoeve van de waterhuishouding, wateraanvoer en –afvoer en waterberging. Binnen maatschappelijke voorzieningen zijn de volgende voorzieningen toegestaan: welzijn, volksgezondheid, cultuur, religie, sport, onderwijs, openbare orde en veiligheid en daarmee gelijk te stellen sectoren, met uitzondering van bioscopen en theaters. Onder zaalverhuur wordt het volgende verstaan: de verhuur van zaalruimte voor horeca-activiteiten ten dienste van uitsluitend zakelijke bijeenkomsten, vergaderingen, productpresentatie (waaronder modeshows), diners, recepties en andere particuliere bijeenkomsten in besloten kring. 8 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

Binnen de bestemming 'Maatschappelijke Doeleinden' geldt grotendeels een maximale bouwhoogte van 20 meter. Voor het deel met de nadere aanduiding 'nuts' geldt een maximale bouwhoogte van 3 meter. Op basis van artikel 14 van de bestemmingsplanvoorschriften zijn de gronden die op de plankaart zijn aangewezen voor 'Bedrijfsdoeleinden' bestemd voor: bedrijfsdoeleinden als genoemd in categorie 1 en 2 van de bij het bestemmingsplan behorende Lijst van bedrijfsactiviteiten, nutsvoorzieningen en de bij deze doeleinden behorende voorzieningen zoals groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en water, onder andere ten behoeve van de waterhuishouding, wateraanvoer en –afvoer en waterberging. Binnen de bestemming 'Bedrijfsdoeleinden' gelden verschillende maximale bouwhoogtes van 4, 6 of 11 meter. Hoofdgebouwen mogen bij beide bestemmingen alleen binnen de bouwvlakken worden gebouwd, die volledig bebouwd mogen worden. Artikel 23 van de bestemmingsplanvoorschriften is ook van toepassing omdat de locatie de dubbelbestemming 'Archeologisch waardevol gebied' heeft (deels hoge archeologische waarde). Artikel 4 lid 4.3 van de 'Chw Algemene regels over bouwen en gebruik' schrijft voor dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen vaststaat dat voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de normen in de beleidsregels Parkeernormen Fiets en Auto 2019 gerealiseerd worden.

Het gewenste programma bestaat uit diverse functies. Hieronder wordt aangegeven of deze in overeenstemming zijn met de geldende bestemmingen. 1. 2.

3. 4. 5. 6.

zelfstandig kantoor: in strijd met bestemmingen 'Maatschappelijke Doeleinden' en 'Bedrijfsdoeleinden'; horeca A2 (zaalverhuur), vergader- en congresruimte: binnen de bestemming 'Maatschappelijke Doeleinden', ter plaatse van aanduiding 'mu' toegestaan (valt onder zaalverhuur). In strijd met de bestemming 'Bedrijfsdoeleinden'; (creatieve) bedrijven: in strijd met de bestemming 'Maatschappelijke Doeleinden' deels in strijd met de bestemming 'Bedrijfsdoeleinden'; zelfstandige horeca D1, D2, D3: in strijd met de bestemmingen 'Maatschappelijke Doeleinden' en 'Bedrijfsdoeleinden', maar zaalverhuur (horeca A2) is wel toegestaan; sportschool: in overeenstemming met de bestemming 'Maatschappelijke Doeleinden', in strijd met de bestemming 'Bedrijfsdoeleinden'; cultureel: in overeenstemming met de bestemming 'Maatschappelijke Doeleinden', in strijd met de bestemming 'Bedrijfsdoeleinden'.

bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

9

Omdat de gewenste functies niet allemaal zijn toegestaan op basis van het huidige bestemmingsplan en enige flexibiliteit in het gewenste programma gewenst is, is het nodig om een nieuw bestemmingsplan op te stellen voor de locatie.

1.5

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 bevat de beschrijving van de relevante beleidskaders. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de bestaande situatie. Onder andere de ruimtelijke structuur, de historische ontwikkeling van het gebied en de beschrijving van de aanwezige functies worden hier beschreven. In hoofdstuk 4, de planbeschrijving, worden de mogelijkheden die het plan biedt aan de toekomstige ontwikkelingen beschreven. De diverse noodzakelijke onderzoeken ten aanzien van bijvoorbeeld milieuaspecten komen in hoofdstuk 5 aan bod. Hoofdstuk 6 gaat in op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 7 komt de juridische toelichting op de planregels aan bod. Daarnaast maken diverse bijlagen onderdeel uit van het bestemmingsplan.

1 0 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 2 Relevante beleidskaders 2.1

Rijksbeleid

2.1.1

Nationale omgevingsvisie (2020)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. De NOVI benoemt de volgende nationale belangen: 1.

Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties. 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit. 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving. 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. 10. Beperken van klimaatverandering. 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur. 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen. 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie. 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. 17.

Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit. 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie. 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. De NOVI benoemt vier prioriteiten: De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten. 1. 2. 3. 4.

ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel bevorderen; zorgen voor sterke en gezonde steden en regio's; stimuleren van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Omgevingsinclusieve benadering Centraal in de te maken afwegingen tussen belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Hierbij wordt aangesloten bij de integrale opvatting uit de Omgevingswet van het begrip fysieke leefomgeving en wordt de noodzakelijke integraliteit van afwegingen benadrukt. Het belangrijkste spanningsveld in die afwegingen is dat tussen beschermen en ontwikkelen. bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

11

Het doel van de toekomstige Omgevingswet (deze wet treedt in werking per 1 juli 2022) is namelijk het bereiken van een balans tussen: '(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in de omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving. Hiermee moet dus rekening worden gehouden bij het maken van beleidskeuzes. Een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving houdt in dat ontwikkeling van de leefomgeving samengaat met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Afwegingsprincipes Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen.

Om dit afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. 2. 3.

combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; kenmerken & identiteit van een gebied staan centraal; afwentelen wordt voorkomen.

Plangebied Met de herontwikkeling van het Muntgebouw, vindt er een transformatie plaats van het rijksmonumentale gebouw, waardoor het met behoud van haar monumentale waarden wordt verbouwd en versterkt voor de toekomst. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) (2012) en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) (2012) In de Wet ruimtelijke ordening zijn de besluitmogelijkheden van gemeenten begrensd om nationale belangen te borgen of te beschermen. Wanneer namelijk nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kan een algemene maatregel van bestuur (AMvB) regels stellen over de inhoud van een bestemmingsplan. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, oftewel de AMvB Ruimte) zijn nationale belangen beschreven die om bescherming van het Rijk vragen, zoals bijvoorbeeld de 'erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde'. Voor deze belangen is het Rijk namelijk verantwoordelijk. Verder zijn in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) nadere regels opgenomen voor onder andere militaire terreinen, radarverstoringsgebieden, reserveringen voor spoor en wegen en buisleidingen. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden, zoals de gemeente Utrecht, beleidsruimte.

Plangebied Het plangebied ligt in een radarverstoringsgebied van radarstation Soesterberg (nationaal belang van defensie). In dit gebied gelden beperkingen voor bestemmingsplannen voor een goede werking van de radar op het radarstation. Het gaat hier om hoogtebeperkingen voor bouwen, bouwwerken en windturbines. De ontwikkeling uit dit bestemmingsplan heeft gelet op de gestelde maximale bouwhoogtes in de regels van het bestemmingsplan (die overigens niet wijzigen ten opzichte van de huidige situatie), geen invloed op het functioneren van de radar. Voor het overige is het plangebied niet gelegen in een van de gebieden waarvoor het Barro regels stelt. Het Barro en Rarro vormen dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. 2.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 3.1.6 tweede en derde lid) (2017)

De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is in 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat overheden een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting van het bestemmingsplan moeten motiveren. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe laddersystematiek geldt. Het doel van de motivering op grond van de Ladder is een zorgvuldige afweging bij ruimtelijke besluiten die zorgt voor zuinig ruimtegebruik en tegengaan van overprogrammering en leegstand. Het besluit voldoet hiermee aan een goede ruimtelijke ordening. De toetsing aan de Ladder kan bij het opnemen van uitwerkingsplichten en wijzigingsbevoegdheden in het bestemmingsplan, doorschuiven naar de fase van de vaststelling van het uitwerkings- of wijzigingsplan. 1 2 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet een motivering bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Wanneer het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet het bestemmingsplan een motivering bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Ladder is kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke besluiten van de decentrale overheden, waaronder de bestemmingsplannen van de gemeente Utrecht. Beschrijving behoefte De behoefte is kort gezegd het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd. De Ladder bepaalt niet voor welk gebied de behoefte in beeld moet worden gebracht. De uitkomst van de beoordeling van de behoefte moet in de plantoelichting worden vermeld. Naast een kwantitatieve beoordeling vindt ook een kwalitatieve beoordeling plaats. Beschrijving behoefte buiten het bestaand stedelijk gebied Wanneer de beoogde ontwikkeling niet kan plaatsvinden binnen het stedelijk gebied door bijvoorbeeld het toepassen van een andere bestemming van een gebied, herstructurering van bestaande terreinen of door transformatie van bestaande gebouwen of gebieden moet een motivering worden opgenomen waarom dit niet mogelijk is.

Het bestaande stedelijk gebied kan worden gedefinieerd als het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. De provincie Utrecht heeft in de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening de afbakening van het bestaand stedelijk gebied vastgelegd. Plangebied Geen nieuwe stedelijke ontwikkeling Dit bestemmingsplan maakt ten opzichte van bestemmingsplan 'Lombok e.o.' geen nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk. Op grond van bestemmingsplan 'Lombok e.o.' bevinden zich op de locatie vrij grote bouwvlakken, die helemaal volgebouwd mogen worden. Ook blijven de bestaande maximale bouwhoogtes in stand (de bouwhoogtes van de bijgebouwen zijn wel in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie). Wel is er bij dit nieuwe bestemmingsplan sprake van een planologische functiewijziging. Wanneer er met een nieuw bestemmingsplan geen nieuw planologisch ruimtebeslag wordt mogelijk gemaakt, maar alleen een planologische functiewijziging, voorziet een bestemmingsplan in beginsel niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening.

Van dit uitgangspunt wordt afgeweken als de planologische functiewijziging een zodanige aard en omvang heeft dat toch sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierbij komt betekenis toe aan de ruimtelijke uitstraling van de in het nieuwe plan voorziene functies en die onder het vorige plan mogelijk was. De planologische functiewijziging heeft betrekking op de volgende functies: zelfstandige kantoorruimte (maximaal 7.000 m2); creatieve bedrijven (maximaal 3.000 m2); zelfstandige horeca D1, D2 en D3 (maximaal 750 m2). Op basis van bestemmingsplan 'Lombok e.o.' is op de locatie al zaalverhuur (horeca A2) binnen het hoofdgebouw (Muntgebouw) ongelimiteerd toegestaan en ondergeschikte horeca. Daarnaast is de maatschappelijke bestemming van bestemmingsplan 'Lombok e.o.' een brede bestemming waar veel voorzieningen onder vallen: welzijn, volksgezondheid, cultuur, religie, sport, onderwijs, openbare orde en veiligheid en daarmee gelijk te stellen sectoren, met uitzondering van bioscopen en theaters. Dit betekent dat er in het pand bijvoorbeeld ook een zorginstelling gevestigd zou mogen worden met bijbehorende ruimtelijke gevolgen.

De ruimtelijke uitstraling van de nieuwe functies (hierbij ook rekening houdend met wat op grond van bestemmingsplan 'Lombok e.o.' is toegestaan) is binnen dit hoogstedelijke gebied niet van een dusdanige aard dat dit wordt gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op basis van voorgaande concluderen wij dat de planologische functiewijziging er ook niet toe leidt dat sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Behoefteonderzoek Ook voor de ontwikkelingen die niet als stedelijke ontwikkeling worden beschouwd en die nieuw zijn ten opzichte van bestemmingsplan 'Lombok e.o.', moet het bestemmingsplan een onderbouwing bevatten van de behoefte aan de ontwikkelingen. Dit vanwege een goede ruimtelijke ordening en de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Voor een volledige beschrijving van de behoefte verwijzen wij naar het gemaakte onderzoek in bijlage 1. Hiermee is de behoefte naar de nieuwe functies aangetoond. Hieronder volgt per nieuwe functie een samenvatting. bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

13

Zelfstandige kantoorruimte en creatieve bedrijven De groei van Utrecht neemt ook een vraag naar werkgelegenheid met zich mee, zoals naar kantoren en creatieve bedrijven. De ruimtebehoefte in de stad Utrecht naar informele werklocaties (bedrijventerreinen en/of kantoorlocaties en bedrijven en/of zzp'ers die vanuit huis werken, vallen hier niet onder) is minimaal 24.600 m2 brutovloeroppervlak tot maximaal 44.200 m2 brutovloeroppervlak tot en met 2040. Door de toename van het flexwerken, het toenemende aantal ZZP'ers en voortschrijdende digitalisering worden wonen en werken steeds meer gemengd. Er is in toenemende mate behoefte aan werkplekken en ontmoetingsplekken op korte afstand van de woningen. Het Muntgebouw is een bijzonder gebouw op een voor kantoren en bedrijven aantrekkelijke locatie nabij Utrecht Centraal. Er wordt maximaal 7.000 m2 aan kantoorfuncties mogelijk gemaakt en maximaal 3.000 m2 aan creatieve bedrijven. Er bestaat hieraan zowel een kwantitatieve als kwalitatieve behoefte. Bovendien is specifiek rondom station Utrecht Centraal beleidsmatig ruimte voor ontwikkeling van kantoorfuncties. Ondanks corona blijft er vraag bestaan naar kantoorlocaties, maar dan steeds meer in een flexibele vorm, met kleinere units en op bijzondere locaties. Het Muntgebouw voorziet in deze behoefte.

Het monumentale pand kan een bijzondere werklocatie worden, ligt dichtbij Utrecht Centraal en bij de omliggende wijken. Het Muntgebouw kan flexibel worden ingericht en door meerdere bedrijven in gebruik genomen worden. Zelfstandige horeca De horeca in het Muntgebouw kan mede een functie vervullen voor inwoners uit de hele stad, vanwege het bijzondere gebouw en de bijzondere locatie. Daarnaast vervult de horeca een functie voor de mensen die gebruik maken van de werkfuncties in het gebouw. De markverwachting voor horeca is de afgelopen jaren goed geweest en de verwachting op basis van trends is dat de vraag ook weer herstelt na de coronacrisis. Er is behoefte aan uitbreiding van het horeca-aanbod in Utrecht. Toevoeging van maximaal 750 m2 aan horeca D1, D2, D3 past binnen deze kwantitatieve behoefte. Daarnaast is er sprake van een kwalitatieve behoefte, gelet op de gewenste levendigheid en de behoefte aan ontmoetingsplekken in de gemeente Utrecht in het algemeen, en op deze locatie in het bijzonder. Met de ontwikkeling vormt horeca op deze locatie een bijzonder concept op een unieke locatie en sluit daarmee aan op het horecabeleid van de gemeente Utrecht.

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

2.2.1

Provinciale Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening (2021)

Op 10 maart 2021 stelden Provinciale Staten de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening vast. Beiden zijn in werking getreden op 1 april 2021. De Interim Omgevingsverordening is nodig omdat de Omgevingsverordening alleen onder de Omgevingswet in werking kan treden. Met de Interim Omgevingsverordening kunnen plannen en ambities eerder vormgegeven worden. De Omgevingsverordening zal rond de zomer van 2021 ter inzage liggen en eind 2021 vastgesteld worden. In de Omgevingsvisie staat hoe de provincie er in 2050 uitziet. De Omgevingsvisie geeft richting aan de toekomstige en fysieke leefomgeving. Dit is alles op, boven en onder de grond en inclusief de sociale aspecten zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. In de Interim Omgevingsverordening staan de regels en instructieregels die daarvoor nodig zijn. Provincie Utrecht geeft bij de onderstaande 7 thema's de provinciale belangen aan die verplichtingen met zich meebrengen. Dat geeft al een doorkijk naar deze instructieregels. Om voor te sorteren op de toekomst richt de Omgevingsvisie zich op een aantal ontwikkelingen: Extra woningen die gebouwd moeten worden; Toename van werkgelegenheid; Toename van verkeer; Energietransitie; Klimaatverandering; Verandering in de landbouw; Versterking van natuur en recreatief groen.

Provincie Utrecht vindt het daarbij belangrijk om de bestaande kwaliteiten te behouden, te versterken en in balans te laten zijn met deze ontwikkelingen. De ruimte voor ontwikkelingen is beperkt, terwijl de vraag naar ruimte groot is. Uitwerking beleid in 7 thema's De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving en voor het mogelijk maken van lokale afwegingen als een veilige en gezonde leefomgeving daarbij gebaat is. Het beleid voor de gezonde en veilige leefomgeving is beschreven in 7 thema's: 1.

Stad en land gezond

1 4 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

Dit thema gaat over milieu, gezondheid, recreatie en toerisme. Provincie Utrecht wil graag voor de woon-, werk-, en leefgebieden bereiken dat deze gezond zijn en uitnodigen tot bewegen. In en rondom steden en dorpen moeten voldoende groene gebieden zijn om te recreëren. 2.

Klimaatbestendig en waterrobuust Dit thema gaat over een duurzaam en robuust bodem- en watersysteem, een klimaatbestendige en waterveilige leefomgeving en een perspectief voor bodemdalingsgebieden. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat er bescherming is tegen overstromingen, een tekort aan zoetwater of de gevolgen van extreem weer (wateroverlast en hitte).

3.

Duurzame energie Dit thema gaat over het stimuleren van energiebesparing en het opwekken van duurzame energie uit wind, zon, bodem en water.

4.

Vitale steden en dorpen Dit thema gaat over ruimte voor wonen en leven en ruimte voor werken en winkelen. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat nieuwe woningen en bedrijven vooral komen op plekken binnen de bebouwde kom. Ook is het belangrijk dat deze plekken goed bereikbaar zijn met trein, bus, tram en fiets. Prioritaire locaties voor grootschalige integrale ontwikkeling zijn onder meer Leidsche Rijn, Utrecht Centraal Station (Beurskwartier / Lombokplein en Merwedekanaalzone), Lunetten-Koningsweg en Utrecht Science Park / Rijnsweerd.

5.

Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar Dit thema gaat over een goed bereikbare provincie, ontwikkeling bij knooppunten en optimalisatie van netwerken, wegen, OV en fiets. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat er nieuwe verbindingen voor openbaar vervoer en (snel)fietspaden komen tussen de woon-, werken leefgebieden. Daarbij moet er beter gebruik gemaakt worden van bestaande wegen.

6.

Levend landschap, erfgoed en cultuur Dit thema gaat over aantrekkelijke landschappen en een toegankelijke cultuur en waardevol erfgoed. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat veel mensen kunnen genieten van de landschappen, waterlinies, forten, kastelen en buitenplaatsen. Ook is belangrijk dat het cultuuraanbod (zoals festivals en musea) meegroeit met het aantal inwoners.

7.

Toekomstbestendige natuur en landbouw Dit thema gaat over een robuuste natuur met hoge biodiversiteit en een duurzame landbouw. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat de natuur wordt beschermd en nieuwe natuurgebieden worden aangelegd die elkaar verbinden. Verder worden boeren geholpen om een omslag te maken naar kringlooplandbouw.

Alle thema's moeten in samenhang bekeken worden. Dat betekent dat niet alles overal kan. Met het uitgangspunt slim combineren en concentreren kan de groei van inwoners en bedrijven en een gezonde leefomgeving in balans blijven. Het concentreren richt zich bijvoorbeeld op het bouwen van nieuwe woningen dichtbij stations en in steden en dorpskernen. Op die manier blijft er op andere plekken voldoende ruimte voor bewegen, groen, water en natuur. Uitvoering In drie regio's werkt Provincie Utrecht het beleid verder uit. De samenhang tussen de thematische ambities krijgt hier aandacht. Voor Utrecht is de regio U16 van belang. In deze uitwerking gaat het over de verstedelijkingsstrategie. De verwachting is dat er tot 2040 in de regio ongeveer 99.000 tot 125.000 extra woningen nodig zijn. Na 2040 tot 2050 is er verdere ruimte voor woningbouw onder meer over ontwikkelingen langs de A12 tussen knooppunten Lunetten en Oudenrijn en het benutten van bestaande OV-knooppunten in de regio. Plangebied Met de transformatie van het Muntgebouw blijft een bijzondere locatie voor werkgelegenheid (hoewel deels anders ingevuld dan in de bestaande situatie) behouden binnen de bebouwde kom. Op de locatie ontstaat een onderscheidend werk- en leefklimaat (kwalitatief hoogwaardig vestigingsmilieu) in een rijksmonumentaal pand op een mooie locatie.

Door de toegestane functies en programmering wordt de toegankelijkheid voor buurtbewoners, Utrechters en bezoekers van de stad van het rijksmonument vergroot. Bij de verduurzaming van het gebouw wordt een goede balans gezocht met de rijksmonumentale waarden van het pand. Deze locatie ligt in de nabijheid van bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

15

Utrecht Centraal, een tramstation, een bushalte en is ook goed bereikbaar per fiets (de locatie is gelegen aan een fietsstraat) en te voet. Net als in het huidige bestemmingsplan worden ook culturele activiteiten toegestaan. Er wordt een programmeur aangesteld die zich inspant voor een interessante en gevarieerde maatschappelijke / culturele programmering, waarmee de locatie meer wordt opengesteld voor publiek van binnen en buiten de stad. Artikel 9.17 lid 1 en 2 (instructieregel van kantoren) van de Interim omgevingsverordening is niet van toepassing op een locatie binnen 'Kantoren op knooppunt Utrecht Centraal' en 'Kantoren op knooppunt Leidsche Rijn Centrum', mits de behoefte aan kantoren is aangetoond. Het Muntgebouw ligt binnen de locatie 'Kantoren op knooppunt Utrecht Centraal', waardoor alleen de behoefte aan kantoren aangetoond hoeft te worden. Voor de behoefte verwijzen wij naar paragraaf 2.1.3. 2.2.2

Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling (2016)

Het Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling is in 2016 vastgesteld. Vanuit de centrale missie 'Utrecht Topregio' is het hoofddoel voor binnenstedelijke ontwikkeling: 'Blijvend aantrekkelijke steden en dorpen waar het goed wonen, werken en ontmoeten is'. De drie hoofdambities voor binnenstedelijke ontwikkeling zijn: Een aanbod van stedelijke milieus passend bij de vraag. Waaronder het realiseren van een passend woningaanbod, het transformeren, revitaliseren of creëren van werklocaties en het in stand houden en creëren van aantrekkelijke centrumgebieden. Een toekomstbestendige binnenstedelijke kwaliteit. Waaronder het realiseren en versterken van een goede woonomgeving, het creëren van een aantrekkelijk vestigingsmilieu, energieneutrale nieuwbouw en een gezonde binnenstedelijke leefkwaliteit. Optimaal gebruik van de binnenstedelijke ruimte. Waaronder het realiseren van binnenstedelijke woningbouw, transformatie van bestaande bedrijventerreinen en kantorenlocaties en beleefbaar water en groen in het stedelijk gebied. De focus bij binnenstedelijke ontwikkeling ligt op vastgoed en openbare ruimte. Van provinciale betrokkenheid bij binnenstedelijke ontwikkeling kan pas sprake zijn als een of meer van de stedelijke functies wonen, werken, winkelen aan de orde is.

Bij wonen gaat het vooral om toevoeging van woningen om bij te dragen aan het wegwerken van het woningtekort, terwijl het bij werken en winkelen vooral gaat om transformeren, revitaliseren en herstructureren. Uitvoering vindt enerzijds plaats door 'verbinding in gebieden' en anderzijds door 'verbinding op thema'. Plangebied Met de transformatie van het Muntgebouw komen er verschillende functies in het rijksmonumentale gebouw, die onder andere bijdragen aan werklocaties in de stad. Vanwege de rijksmonumentale status van het Muntgebouw is het behalen van 'standaard' duurzaamheidseisen niet mogelijk. Daarom wordt Du(urzaam)Mo(nument) toegepast, dit is een landelijk erkende methodiek die ingezet kan worden bij de verduurzaming van monumentaal vastgoed. Uitgangspunt is dat bij het Muntgebouw een Duurzaamheid en Monumentwaarde (DuMo)-label A kan worden behaald. 2.2.3

Economische visie 2020

De provincie Utrecht wil het economische beleid de komende jaren focussen op een duurzame en vitale economie. Met het beleid wil de provincie de economie robuuster maken voor economische schokken en klaar maken voor toekomstige veranderingen. De economische visie is gericht op alle partijen in het economisch systeem: ondernemers, werknemers, kennisinstellingen, gemeenten, belangenorganisaties etc. De missie van de economische visie is: "Economische ontwikkeling moet bijdragen aan het bereiken van maatschappelijke doelen en daarmee aan de brede welvaart. Specifiek gericht op economie werkt de provincie Utrecht aan een sterke competitieve duurzame economische structuur met aantrekkelijke en toekomstbestendige voorzieningen voor bedrijven en werknemers en maakt innovatieve ontwikkelingen op het gebied van gezond stedelijk leven en circulaire economie mogelijk". Om deze missie te kunnen realiseren werkt de provincie aan de volgende beleidsdoelen: het bedrijfsleven en werknemers zijn toegerust op de toekomst; het economisch profiel (gezond stedelijk leven) is sterk, competitief en zichtbaar; bedrijven en (kennis)instellingen zijn innovatief sterk; er zijn voldoende vestigingsmogelijkheden in aantal en kwaliteit. In de economische visie zijn aan bovengenoemde beleidsdoelen meerjarendoelen en hoofdactiviteiten gekoppeld.

Plangebied 1 6 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

Doordat de Koninklijke Nederlandse Munt N.V. uit het Muntgebouw vertrokken is, komt er op de locatie ruimte voor andere werkgelegenheid. Er wordt deels gewerkt met bandbreedtes die bijelkaar opgeteld de beschikbare oppervlaktes overstijgen, waardoor bepaalde werkgelegenheidsfuncties uitwisselbaar zijn en daarmee flexibeler naar de toekomst toe. Daarnaast is het Muntgebouw een hoogwaardige kwalitatieve vestigingslocatie. 2.2.4

Voor jong & altijd, Cultuur- en Erfgoedprogramma 2020-2023

In het cultuur- en erfgoedprogramma geeft de provincie haar rol op het gebied van cultuur vorm en inhoud. Het cultuur- en erfgoedprogramma is op 3 juni 2020 vastgesteld door Provinciale Staten van Utrecht. Het hoofddoel van het cultuur- en erfgoedbeleid van de provincie Utrecht is: bijdragen aan de toegankelijkheid van cultuur en de instandhouding van waardevol erfgoed, zodat bewoners en bezoekers van de provincie Utrecht hiervan kunnen leren en genieten. Het cultuur- en erfgoedprogramma bevat twee beleidsdoelen: A: Versterken van de culturele infrastructuur Cultuureducatie aanbieden Bibliothekennetwerk faciliteren Festivals laten floreren Het cultuurprofiel van Utrecht verstevigen B: Behouden, benutten en beleven van cultureel erfgoed De kwaliteit van de leefomgeving versterken Monumenten duurzaam restaureren en gebruiken Utrechts erfgoed beheren en bekend maken Plangebied Met de transformatie van het Muntgebouw blijft het rijksmonumentale gebouw behouden. Daarnaast is een doelstelling van de transformatie dat het gebouw opengesteld wordt voor de buurt, de stad en de (inter)nationale doelgroep. Naast dat de horecafunctie in het gebouw ervoor zorgt dat het Muntgebouw wordt opengesteld, gebeurt dit onder andere ook via de culturele- en maatschappelijke programmering in het gebouw. Hierdoor wordt het cultuurprofiel van Utrecht verstevigd.

Vergaderingen en congressen zijn ook mogelijk in het Muntgebouw. Tijdens openingstijden zal de centrale hal daarnaast toegankelijk zijn voor bezoekers van het Muntgebouw. Voor de verduurzaming van het pand wordt een goede balans gevonden tussen duurzaamheid en de monumentale waarden van het pand.

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1

Coalitieakkoord 'Utrecht ruimte voor iedereen'

Op 1 juni 2018 is het coalitieakkoord 2018-2022 'Utrecht: ruimte voor iedereen' verschenen. Het coalitieakkoord bestaat uit drie onderdelen: • Plaats voor iedereen Het eerste deel van het akkoord bevat verschillende maatregelen op het gebied van onderwijs, economie, werk, sport, welzijn, zorg en veiligheid. Samen met inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en vrijwilligers maken we van Utrecht een plaats voor iedereen. • Gezonde groei voor iedereen Het tweede deel van het akkoord bevat maatregelen over wonen, mobiliteit, nieuwe energie en een gezonde omgeving om in te leven. We vinden dat er voor iedereen ruimte moet zijn om in Utrecht te wonen en dat Utrecht aantrekkelijk en bereikbaar moet blijven. Ook willen we graag koploper zijn in de verandering naar een duurzame energievoorziening en economie. • De kracht van iedereen Het derde deel van het akkoord gaat over hoe we de genoemde doelen willen bereiken, samen met Utrechters en andere betrokkenen.

Om te komen tot gezonde groei voor iedereen worden onder andere de volgende maatregelen genomen: samen met marktpartijen maken we vanaf het begin van deze collegeperiode afspraken over het verhogen van het tempo in gebiedsontwikkelingen in alle woningcategorieën; we streven er naar dat in 2040 in Utrecht 35% van de woningvoorraad behoort tot de sociale voorraad en 25% tot de middencategorie; bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

17

bij nieuwe ontwikkelingen zijn groen, een hoogwaardige en toegankelijke openbare ruimte en circulaire bouw belangrijk. We bevorderen klimaatadaptatie bijvoorbeeld via verticale bossen (hoogbouw), groene gevels en het voorkomen van verstening; één van de manieren om ruimte te maken voor een goede openbare ruimte is meer focussen op hoogbouw; dierenwelzijn heeft onze zorg. Bij bouwen houden we rekening met stadsvogels en vleermuizen. Daarnaast hebben we oog voor het beschermen van inheemse soorten. Utrecht wil zo snel mogelijk klimaatneutraal zijn. Hierbij is het belangrijk om de groei van de stad en de daarmee gepaard gaande ruimtelijke ontwikkelingen te koppelen aan de energietransitie en daarvoor worden onder meer de volgende stappen genomen: in 2025 ligt op 20% van de Utrechtse daken zonnepanelen; alle nieuwbouwwoningen zijn aardgasvrij en minimaal energieneutraal. We nemen duidelijke duurzaamheidseisen op in tenders voor gebiedsontwikkelingen en stimuleren circulaire bouw; (kleinschalige) initiatieven op het gebied van warmte-koudeopslag worden aangemoedigd. Plangebied Bij de transformatie van het gebouw wordt een goede balans gezocht tussen de rijksmonumentale waarden van het Muntgebouw en verduurzaming van het gebouw. Bovendien wordt het gebouw door de functies en programmering meer toegankelijk voor onder andere buurtbewoners en Utrechters. 2.3.2

Omgevingsvisie Utrecht

In de omgevingsvisie staat wat het gemeentelijke beleid is voor de 'fysieke leefomgeving'. Dit is de omgeving waarin we wonen, werken en recreëren. De ondergrond, de lucht en het water maken deel uit van de leefomgeving, maar ook de gebouwen, bestrating en planten. De omgevingsvisie bevat drie niveaus: 1.

2.

3.

De koers: het beleid voor de lange termijn. Utrecht kiest voor een gezonde groei als koers voor de lange termijn. Utrecht groeit van een gemeente met 340.000 inwoners in 2016 naar ongeveer 410.000 inwoners in 2030. Daarom bouwen we de komende jaren duizenden woningen. Bij het bouwen van nieuwe woningen staan gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid voorop. De gemeente wil de woningen binnen het stedelijk gebied bouwen en daarbij flink investeren in de openbare ruimte en voorzieningen. Thematisch beleid: het gemeentelijke beleid over een bepaald onderwerp. Het thematisch beleid, ook wel sectoraal beleid genoemd, beziet een bepaald aspect van de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld geluidhinder, verkeer of bodemkwaliteit. Deze aspecten vertegenwoordigen een belang dat door het gemeentebestuur wordt meegewogen, als het bestuur een besluit neemt over een activiteit die invloed kan hebben op de fysieke leefomgeving. Bij het bouwen van een nieuwe woonwijk, onderzoekt de gemeente of dat wel kan gezien de geluidhinder rond die woonwijk, of het verkeer wel goed afgewikkeld kan worden en of de bodemgesteldheid het bouwen van woningen toelaat. De uitkomst van dat onderzoek kan bijvoorbeeld zijn dat de gemeente het bouwen niet gaat toestaan of onder bepaalde voorwaarden. Gebiedsbeleid: beleid dat alleen in een bepaald gebied geldt.

In gebiedsbeleid staat wat de gemeente in een gebied, wijk of buurt wil. De koers en het thematische beleid worden vertaald in beleid voor dat gebied, voor zover dat mogelijk is. Uit het gebiedsbeleid kan afgeleid worden welke veranderingen de gemeente wil toestaan en welke waarden in het gebied behouden moeten blijven.

De omgevingsvisie is digitaal te raadplegen via: www.utrecht.nl/bestuur-en-organisatie/beleid/omgevingsvisie/. Niet alle gemeentelijke beleidskaders hebben betrekking op het plangebied. Hieronder worden daarom alleen de relevante beleidskaders nader toegelicht.

1 8 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

2.3.2.1 De koers Het ruimtelijke beleid voor de langere termijn is vastgesteld in de Ruimtelijke Strategie 2040 'Utrecht dichtbij: de tien-minutenstad' (hierna: RSU 2040). De RSU 2040 is één van de koersdocumenten van de Omgevingsvisie Utrecht. Daarmee maakt de RSU 2040 deel uit van één van de instrumenten van de Omgevingswet, die op 1 juli 2022 in werking treedt. Dat betekent dat de ambities uit de RSU 2040 doorwerken in de regels die vanaf 1 juli 2022 in het omgevingsplan zullen worden vastgelegd. De RSU 2040 is op 15 juli 2021 vastgesteld en bevat uitgangspunten voor een gezonde groei en ontwikkeling van de stad in 2040. In de strategie verbinden we belangrijke thema's met elkaar, zoals mobiliteit, economie, voorzieningen, wonen, energie, groen, sport en ontspanning en werk. Ook is beschreven hoe Utrecht zich kan ontwikkelen tot tien-minutenstad. Daarmee zorgt de gemeente ervoor dat de groei van het aantal inwoners en woningen in balans blijft met een toename van groen in de stad, met een groei van banen en voorzieningen, met een passende infrastructuur voor verkeer en vervoer en met de ambities op basis van de energietransitie. Om bij de groei de specifieke kwaliteiten van de stad te behouden, kiezen we ervoor een stad te zijn waarin alle belangrijke functies voor dagelijks gebruik dichtbij de woon- en werkomgeving te vinden zijn: Utrecht, de tien-minutenstad.

Daarbij zijn twee hoofdstructuren leidend voor het ordenen van de nieuwe plekken in de stad, namelijk de groenstructuur en de mobiliteitsstructuur. Groen, landschap en water in en rond de stad zijn een voorwaarde voor gezonde stedelijke ontwikkeling, voor groenbeleving en recreatie, maar ook voor bijvoorbeeld klimaatadaptatie en biodiversiteit. Daarmee wordt de bestaande stad ook versterkt. Er worden functies toegevoegd en de kwaliteit van de stad wordt verbeterd. We maken de keuze om de groei van de stad op een aantal plekken in de stad te concentreren, waar hoge bouwvolumes worden gerealiseerd. Daarmee verandert Utrecht van een stad met één centrum naar een stad met meerdere centra. Op deze nieuwe knooppunten komen veel verschillende stedelijke functies samen: een mix van wonen, werken, voorzieningen en groen. Hierdoor beperkt de gemeente ook de groei van het aantal vervoersbewegingen. De Merwedekanaalzone, het Jaarbeursterrein en Leidsche Rijn zijn gebieden waar komende jaren veel gebouwd wordt. Maar er wordt ook gebouwd op kleinere plekken, zoals bij de 2e Daalsedijk en het Kruisvaartterrein. Ook in de binnenstad, het stationsgebied, het Utrecht Science Park, Leidsche Rijn Centrum en Papendorp is ruimte voor extra woningen, winkels en bedrijven. En voor cultuur en maatschappelijke instellingen.

Omdat er met de met de ambities van de RSU 2040 veel geld gemoeid gaat, is in de RSU 2040 ook een investeringsstrategie opgenomen. Daarnaast is een uitvoeringsstrategie opgesteld, waarin staat welke ontwikkelingen als eerste plaatsvinden en in welke tijdsvolgorde de stad zich tot 2040 ontwikkelt. Ook heeft de gemeenteraad op 12 maart 2020 het koersdocument Leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen vastgesteld. Hierin staan de ontwikkelopgaven voor scholen, sportplekken en andere maatschappelijke voorzieningen. Het document Gezondheid voor iedereen, volksgezondheidbeleid 2019-2023 is ook onderdeel van de koers. Zie hiervoor paragraaf 2.3.2.2.6. Plangebied De aantrekkingskracht van Utrecht is groot. Utrecht groeit van een gemeente met 340.000 inwoners in 2016 naar ongeveer 410.000 inwoners in 2030. Het is van belang dat er in de nabijheid van woningen voldoende werkgelegenheid en voorzieningen aanwezig zijn. Dit bestemmingsplan voorziet hierin. 2.3.2.2

Thematisch beleid

2.3.2.2.1 Wonen Vitale stadswijken, functiemengingin woonwijken (2013) In de notitie 'Vitale Stadswijken, functiemenging in woonwijken' is uitgewerkt hoe binnen de woonwijken met functiemenging om zal worden gaan. Het doel van de notitie is de beleidsrichting aan te geven en randvoorwaarden te scheppen voor het faciliteren van meer functiemenging in woonwijken en het bieden van een toetsingskader voor initiatieven in afwijking op het bestemmingsplan. Plangebied Met de functies die binnen dit bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt wordt een bijdrage geleverd aan functiemenging en werken in de wijk.

bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

19

2.3.2.2.2 Natuur GroenstructuurplanUtrecht 'Stad en land verbonden' en 'Actualisatie van Groenstructuurplan Utrecht' De gemeente Utrecht wil het groen in de stad voor iedereen bereikbaar houden en de kwaliteit verbeteren. Grote groengebieden en belangrijke groene verbindingen wil de gemeente verder ontwikkelen, verbeteren en beschermen. Groen maakt een stad leefbaar, mooi en het is goed voor het milieu. Woont u in Utrecht? Dan willen we bijvoorbeeld dat u een mooie fietstocht kunt maken langs een groene route. Of dat u kunt ontspannen in een mooi park. Veel groen is ook aantrekkelijk voor bezoekers van de stad. In het groenstructuurplan Utrecht Stad en land verbonden is dit verwoord in 3 ambities: meer groen om de stad sneller naar buiten beter groen in de stad Het groenstructuurplan van 2007 is bijgewerkt in de actualisatie groenstructuurplan Utrecht 2017–2030. Naast de 3 ambities ligt de nadruk meer op hoe we groen inzetten voor de gezonde stad. En hoe groen ons helpt om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Dit plan is op 8 maart 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. De groei van de stad vraagt om het vastleggen van de plekken die we groen willen houden in en om de stad, zodat bij ontwikkelingen daar rekening mee gehouden kan worden en het groen zoveel mogelijk beschermd kan worden.

Daarnaast vraagt de groei van het aantal inwoners in de stad om ontwikkeling van nieuw groen, goede recreatieve en groene verbindingen en het verbeteren van bestaand groen. De groengebieden die we extra beschermen zijn geselecteerd op basis van ecologische, landschappelijke, recreatieve of cultuurhistorische kwaliteiten. Deze gebieden staan aangegeven op de kaart in het groenstructuurplan. Als in die gebieden plannen zijn waardoor groen verdwijnt, moet de gemeenteraad daar eerst over beslissen. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning toetst de gemeente concreet of deze in de groenstructuur ligt. Plangebied Het terrein van het Muntgebouw zelf maakt geen onderdeel uit van de groenstructuur. In paragraaf 5.8 wordt meer uitgebreid op de groenstructuur ingegaan. Bomenbeleid Utrecht (2009) De nota Bomenbeleid Utrecht is in 2009 vastgesteld. Een van de belangrijkste doelen van het Utrechtse bomenbeleid is een samenhangende bomenstructuur voor de stad te verbeteren en te ontwikkelen, gebaseerd op cultuurhistorische, ruimtelijke en ecologische uitgangspunten en milieu. Voor 2030 zet de gemeente in op het behoud en de ontwikkeling van de bomenstructuur. Dit zal gebeuren door twee beleidsdoelstellingen: Waar mogelijk ontbrekende bomen in de bomenstructuur aanvullen om zo een samenhangende structuur te creëren.

Dat betekent bij de ruimtelijke plannen in de komende jaren bezien waar bomen kunnen worden toegevoegd om zo de bomenlanen en pleinen te completeren. Daarnaast bij ingrepen in de huidige structuur op basis van een goed programma van eisen de structuur weer aanvullen; De bomenstructuur verder verbeteren door extra zorg aan beheer en onderhoud te besteden. Dit kan resulteren in extra zorg bij aanplanting van bomen, bij groeiplaatsen van oudere bomen, bij de verzorging van de bomen in de jeugdfase en bij bomenziekten. Sinds 1 januari 2007 kennen alle gemeentelijke ruimtelijke plannen in de stad een bomenparagraaf. De bomenparagraaf biedt vanaf het begin en in alle fasen van een planproces de mogelijkheid een belangenafweging te maken over de gevolgen van een ruimtelijk plan voor bomen.

2 0 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

Het Muntgebouw gelegen op de Bomenstructuurkaart Plangebied Volgens de Bomenstructuurkaart is de Leidseweg één van de oude toegangswegen van Utrecht en daardoor een historisch belangrijke lijnstructuur. De Muntkade is aangegeven als een bomenlijnstructuur. Op het terrein van het Muntgebouw staan acht bomen en deze bomen blijven behouden. Twee bomen op het terrein van het Muntgebouw maken onderdeel uit van de bomenstructuur. De bomen aan de Steijnstraat, die binnen het plangebied vallen, kunnen ook behouden blijven of worden vervangen voor ander groen. Daarnaast wordt verwezen naar paragraaf 5.9. Nota Utrechtse soortenlijst (2018) Op 7 juni 2018 heeft de gemeenteraad de Nota Utrechtse soortenlijst vastgesteld, ter bescherming en stimulering van de voor Utrecht belangrijke plant- en diersoorten en daarmee ter bevordering van de biodiversiteit in de stad. Onder de bescherming vallen 5 vogelsoorten, 3 vissoorten, 6 soorten wilde bijen, 40 plantensoorten en 10 paddenstoelsoorten. De Utrechtse soortenlijst wordt meegewogen bij de voorbereiding van gemeentelijke ruimtelijke plannen. Bij een gebiedsontwikkeling waarbij de gemeente Utrecht initiatiefnemer is moet naar de aanwezigheid van deze Utrechtse soorten onderzoek worden gedaan. Bij gebiedsontwikkelingen van derden wordt dringend geadviseerd om de Utrechtse soortenlijst bij de onderzoeken te betrekken.

Plangebied De Utrechtse soortenlijst is betrokken bij het natuuronderzoek. Tijdens één van de veldbezoeken zijn op één van de muren direct ten noorden van het plangebied tongvaren en steenbreekvaren aangetroffen. Deze muur blijft behouden. 2.3.2.2.3 Bouwen Hoogbouwvisie 'Waar wel en waar niet hoog bouwen in Utrecht' (2005) De doelstelling van de hoogbouwvisie is het leveren van een toetsingskader voor hoogbouwplannen, door ten eerste na te gaan wat de mogelijke bijdrage is die hoogbouw kan leveren aan de ontwikkeling van Utrecht, en ten tweede door het geven van een visie op de meest (on)wenselijke locaties voor hoogbouw. Voor de hoogbouwvisie is gewerkt met de volgende vaststaande uitgangspunten: hoogbouw wordt altijd in verhouding gezien met de omgeving; behoud van het kleinschalige karakter van stadswijken; de zichtlijnen op de Dom moeten behouden blijven; hoogbouw als middel om de stad beter zichtbaar en herkenbaar te maken. Utrecht wordt één stad met twee centra: het huidige centrum met stationsgebied en het toekomstige Centrum Leidsche Rijn. De kloof tussen de twee stadsdelen wordt in de toekomst gedicht door de zogeheten Centrale Zone, die ruwweg parallel loopt aan de A2 en het Amsterdam-Rijnkanaal. In het Wensbeeld 2030 is de stad opgedeeld in een drietal categorieën: a.

b.

De Binnentuinen: deze categorie bevat een subcategorie “laag” met een basis van 9 meter en een subcategorie “hoog” met een basis van 15 meter, beiden met de mogelijkheid tot incidentele accenten tot (in principe) het dubbele van de omliggende bebouwingshoogte; De Centrale Zone: de basismaat bedraagt in dit gebied 15 of 30 meter. Er zijn accenten tot in het dubbele van de omliggende bebouwingshoogte mogelijk. In een beperkt zoekgebied, kunnen incidentele accenten van 60 tot 80 meter worden geplaatst;

bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

21

c.

De Brandpunten: de maximale bouwhoogte bedraagt 90 meter, respectievelijk een niet gemaximaliseerde hoogte (Stationsgebied respectievelijk centrum Leidsche Rijn).

Plangebied Het perceel Leidseweg 90 is gelegen in de Centrale Zone. Op basis van bestemmingsplan 'Lombok e.o.' geldt er voor het hoofdgebouw een maximale bouwhoogte van 20 meter en gelden er voor de bijgebouwen maximale bouwhoogtes van 11 meter en 6 meter. De bestaande hoogtes van de bijgebouwen blijken niet in overeenstemming te zijn met de maximale bouwhoogtes die bestemmingsplan 'Lombok e.o.' toestaat. Deze bouwhoogtes zijn in het nieuwe bestemmingsplan in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie. Deze hoogtes passen binnen de basismaat van de Hoogbouwvisie. Welstandsnota Utrecht 'De schoonheid van Utrecht' (2004) In de Welstandsnota Utrecht "De schoonheid van Utrecht", welke in juli 2004 is vastgesteld, is geformuleerd op welke wijze het welstandsbeleid van de gemeente Utrecht uitgevoerd zal worden. Dit betreft vanzelfsprekend de welstandstoetsing van vergunningplichtige bouwwerken en toetsing op basis van de loketcriteria.

De nota, die verplicht is om welstandsbeleid te kunnen voeren, kent de volgende doelen: het plaatsen van de welstandsbeoordeling binnen een inhoudelijk, objectief kader waarmee de rechtszekerheid voor de initiatiefnemer wordt gediend; het verhogen van de kwaliteit van de welstandsadvisering; het vastleggen van efficiënte en transparante procedures voor de welstandszorg; het bieden van meer samenhang in het beleid dat zich richt op het uiterlijk van de stad. Voor vergunningplichtige bouwwerken geldt het volgende: op basis van een gebiedsgerichte analyse per buurt of wijk worden in hoofdlijnen een ruimtelijke karakteristiek gegeven; ambities worden vertaald in beleidsniveaus per gebied; deze beleidsniveaus zijn: behoud, respect en open; de drie niveaus onderscheiden zich onderling in mate van vrijheid in omgaan met de bestaande structuur en architectuur; algemeen geldende beoordelingscriteria verschillen alleen per beleidsniveau en niet per gebied. Plangebied Het Muntgebouw is aangewezen als rijksmonument. Het plangebied is aangeduid met het beleidsniveau 'behoud'. Bij beleidsniveau 'behoud' staat behoud en herstel van het aanwezige bebouwingsbeeld en versterken van de bestaande of historisch bepaalde karakteristiek van stedenbouwkundige, architectonische, landschappelijke of cultuurhistorische aard centraal.

Dit betekent: primaire oriëntatie op monumentale en beeldbepalende kwaliteiten en eigenschappen van de gebouwen; authenticiteit staat voorop, zowel voor nieuwe als voor bestaande gebouwen; geen nabouwen van maar voortbouwen op de historische context, waarbij "voortbouwen op" zowel op een traditionele als vooruitstrevende manier mag plaatsvinden; nieuwe interpretaties zijn mogelijk. 2.3.2.2.4 Erfgoed en cultuurhistorie Archeologie De gemeente Utrecht heeft ter bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen een verordening opgesteld voor het hele grondgebied van de gemeente. In de verordening op de archeologische monumentenzorg is een vergunningenstelsel opgenomen ter bescherming van het archeologische erfgoed, waarmee de wettelijk vereiste bescherming kan worden geboden. In bestemmingsplannen is verwezen naar de verordening en is een regel opgenomen (dubbelbestemming Waarde - Archeologie). In deze dubbelbestemming is opgenomen dat de voor Waarde - Archeologie aangewezen gronden ook zijn bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden en verwachtingen. Met deze specifieke gebruiksregel is geregeld dat onder een met het bestemmingsplan strijdig gebruik in ieder geval wordt begrepen het handelen in strijd met de Verordening op de Archeologische Monumentenzorg.

Door de verordening en de daarbij behorende archeologische waardenkaart is de bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen in de bodem van de gemeente Utrecht gewaarborgd en zijn verstoringen van de bodem vanaf een op de archeologische waardenkaart aangegeven oppervlakte en diepte vergunningplichtig. Plangebied In het bestemmingsplan is ter bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen de 2 2 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

dubbelbestemming Waarde-Archeologie opgenomen. In paragraaf 5.11 van dit plan wordt verder ingegaan op de archeologie in het plangebied. 2.3.2.2.5 Verkeer en mobiliteit Nota Stallen en Parkeren (2013) en Addendum Nota parkeernormen fiets en auto (2019) De gemeenteraad heeft op 28 maart 2013 de Nota Stallen en Parkeren vastgesteld. Met de uitwerkingsnota 'Parkeernormen Fiets en Auto' bepaalt de gemeente de benodigde capaciteit van het (fiets)parkeren. Voor de veiligheid, leefbaarheid en aantrekkelijkheid van Utrecht geeft de gemeente meer ruimte aan voetgangers en fietsers. Dit betekent dat er op sommige plekken op straat minder ruimte komt voor geparkeerde auto's. De gemeente stimuleert auto's om langs de rand van de stad te parkeren: in één van de drie herkenbare grote P+R terreinen, bij NS-stations en andere OV-knooppunten. Als stimulans voor binnenstedelijke ontwikkelingen, en daarmee voor een aantrekkelijke en bereikbare stad zijn de autoparkeernormen in betaald parkeergebied verlaagd. Ook schept de gemeente flexibiliteit door de vrijstellingsmogelijkheden van de parkeernormen te verruimen. Nieuw in de gemeentelijke aanpak is de verplichting om bij nieuwbouw, uitbreiding van bestaande gebouwen of in geval van een functiewijziging ook fietsenstallingen te realiseren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=e79b348d-e3fb-4c73-9c25-e614c251915a