CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Beneluxlaan 901, Kanaleneiland Zuid (december 2021).pdf

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 10 februari 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Beneluxlaan 901, Kanaleneiland Zuid35.118 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Bomenbeleid Utrecht (2009) De nota Bomenbeleid Utrecht is in 2009 vastgesteld. Een van de belangrijkste doelen van het Utrechtse bomenbeleid is een samenhangende bomenstructuur voor de stad te verbeteren en te ontwikkelen, gebaseerd op cultuurhistorische, ruimtelijke en ecologische uitgangspunten en milieu. Voor 2030 zet de gemeente in op het behoud en de ontwikkeling van de bomenstructuur. Dit zal gebeuren door twee beleidsdoelstellingen: Waar mogelijk ontbrekende bomen in de bomenstructuur aanvullen om zo een samenhangende structuur te creëren. Dat betekent bij de ruimtelijke plannen in de komende jaren bezien waar bomen kunnen worden toegevoegd om zo de bomenlanen en pleinen te completeren. Daarnaast bij ingrepen in de huidige structuur op basis van een goed programma van eisen de structuur weer aanvullen; De bomenstructuur verder verbeteren door extra zorg aan beheer en onderhoud te besteden. Dit kan resulteren in extra zorg bij aanplanting van bomen, bij groeiplaatsen van oudere bomen, bij de verzorging van de bomen in de jeugdfase en bij bomenziekten. Sinds 1 januari 2007 kennen alle gemeentelijke ruimtelijke plannen in de stad een bomenparagraaf. De bomenparagraaf biedt vanaf het begin en in alle fasen van een planproces de mogelijkheid een belangenafweging te maken over de gevolgen van een ruimtelijk plan voor bomen.

Plangebied De bestaande bomen in het plangebied zijn in beeld gebracht. Drie á vier bomen kunnen niet worden behouden. Voor het verwijderen van deze bomen is waarschijnlijk een omgevingsvergunning benodigd. Het betreft hier een gewone esdoorn, een goudes en een gewone vlier. Verder staan er nog een aantal bomen op omliggende gemeentegrond, waarvan nog niet duidelijk is of ze behouden kunnen blijven. Van de meeste hiervan is de toekomstverwachting laag. Onderzocht wordt of deze gespaard kunnen worden al dan niet met verplanten. Conform het gemeentelijk beleid is er een omgevingsvergunning nodig voor bomen met een stamdoorsnede van meer dan 15 cm op 1,3 m hoogte. Bij een grotere stamomtrek is een omgevingsvergunning niet benodigd als de boom op grond staat die in eigen bezit is en de boom jonger is dan 50 jaar. De bomen worden gecompenseerd volgens de regels van de gemeentelijke herplantplicht. Het opnieuw planten van bomen of andere vormen van groen gebeurt op de plek waar gekapt wordt of in de buurt daarvan. Bij uitzondering kan het ook op een andere plek. De nieuwe bomen moeten geplant worden binnen 36 maanden na het verkrijgen van de omgevingsvergunning. In de te verwijderen bomen en struiken nestelen in het voorjaar vogels.

De beplanting moet daarom buiten het broedseizoen (15 maart – 15 juli) worden weggehaald of in het broedseizoen eerst bestemmingsplan "Beneluxlaan 901, Kanaleneiland Zuid" (vastgesteld)

23

gecontroleerd worden op de aanwezigheid van nestelende vogels. In de bomen en struiken zitten geen jaarrond beschermde nesten of verblijfplaatsen van beschermde dieren. Dit plan voldoet aan het gemeentelijke bomenbeleid.

Nota Utrechtse soortenlijst (2018) Op 7 juni 2018 heeft de gemeenteraad de Nota Utrechtse soortenlijst vastgesteld, ter bescherming en stimulering van de voor Utrecht belangrijke plant- en diersoorten en daarmee ter bevordering van de biodiversiteit in de stad. Onder de bescherming vallen 5 vogelsoorten, 3 vissoorten, 6 soorten wilde bijen, 40 plantensoorten en 10 paddenstoelsoorten. De Utrechtse soortenlijst wordt meegewogen bij de voorbereiding van gemeentelijke ruimtelijke plannen. Bij een gebiedsontwikkeling waarbij de gemeente Utrecht initiatiefnemer is moet naar de aanwezigheid van deze Utrechtse soorten onderzoek worden gedaan. Bij gebiedsontwikkelingen van derden wordt dringend geadviseerd om de Utrechtse soortenlijst bij de onderzoeken te betrekken. Plangebied De Utrechtse soortenlijst is betrokken bij de quick scan flora en fauna die gemaakt is voor het gebied Bijlage 5 Bijlage V: Quickscan ecologie. Planten-, en paddenstoelsoorten van de Utrechtse soortenlijst zijn ook niet aangetroffen.

2.3.2.2.5 Bouwen Hoogbouwvisie 'Waar wel en waar niet hoog bouwen in Utrecht' (2005) De doelstelling van de hoogbouwvisie is het leveren van een toetsingskader voor hoogbouwplannen, door ten eerste na te gaan wat de mogelijke bijdrage is die hoogbouw kan leveren aan de ontwikkeling van Utrecht, en ten tweede door het geven van een visie op de meest (on)wenselijke locaties voor hoogbouw. Voor de hoogbouwvisie is gewerkt met de volgende vaststaande uitgangspunten: hoogbouw wordt altijd in verhouding gezien met de omgeving; behoud van het kleinschalige karakter van stadswijken; de zichtlijnen op de Dom moeten behouden blijven; hoogbouw als middel om de stad beter zichtbaar en herkenbaar te maken. Utrecht wordt één stad met twee centra: het huidige centrum met stationsgebied en het toekomstige Centrum Leidsche Rijn. De kloof tussen de twee stadsdelen wordt in de toekomst gedicht door de zogeheten Centrale Zone, die ruwweg parallel loopt aan de A2 en het Amsterdam-Rijnkanaal. In het Wensbeeld 2030 is de stad opgedeeld in een drietal categorieën: a.

b.

c.

De Binnentuinen: deze categorie bevat een subcategorie “laag” met een basis van 9 meter en een subcategorie “hoog” met een basis van 15 meter, beiden met de mogelijkheid tot incidentele accenten tot (in principe) het dubbele van de omliggende bebouwingshoogte; De Centrale Zone: de basismaat bedraagt in dit gebied 15 of 30 meter. Er zijn accenten tot in het dubbele van de omliggende bebouwingshoogte mogelijk. In een beperkt zoekgebied, kunnen incidentele accenten van 60 tot 80 meter worden geplaatst; De Brandpunten: de maximale bouwhoogte bedraagt 90 meter, respectievelijk een niet gemaximaliseerde hoogte (Stationsgebied respectievelijk centrum Leidsche Rijn).

Plangebied Het plangebied ligt in een gebied dat is aangeduid als ‘centrale zone’ met een extra aanduiding voor ‘zoekgebied 60 – 80 meter’. Het gebouw in dit bestemmingsplan krijgt een hoogte van circa 62 meter, en voldoet daarmee aan de Hoogbouwvisie. Welstandsnota Utrecht 'De schoonheid van Utrecht' (2004) In de Welstandsnota Utrecht "De schoonheid van Utrecht", welke in juli 2004 is vastgesteld, is geformuleerd op welke wijze het welstandsbeleid van de gemeente Utrecht uitgevoerd zal worden. Dit betreft vanzelfsprekend de welstandstoetsing van vergunningplichtige bouwwerken en toetsing op basis van de loketcriteria. De nota, die verplicht is om welstandsbeleid te kunnen voeren, kent de volgende doelen: het plaatsen van de welstandsbeoordeling binnen een inhoudelijk, objectief kader waarmee de rechtszekerheid voor de initiatiefnemer wordt gediend; het verhogen van de kwaliteit van de welstandsadvisering; 2 4 bestemmingsplan "Beneluxlaan 901, Kanaleneiland Zuid" (vastgesteld)

Utrecht

het vastleggen van efficiënte en transparante procedures voor de welstandszorg; het bieden van meer samenhang in het beleid dat zich richt op het uiterlijk van de stad. Voor vergunningplichtige bouwwerken geldt het volgende: op basis van een gebiedsgerichte analyse per buurt of wijk worden in hoofdlijnen een ruimtelijke karakteristiek gegeven; ambities worden vertaald in beleidsniveaus per gebied; deze beleidsniveaus zijn: behoud, respect en open; de drie niveaus onderscheiden zich onderling in mate van vrijheid in omgaan met de bestaande structuur en architectuur; algemeen geldende beoordelingscriteria verschillen alleen per beleidsniveau en niet per gebied. Plangebied Het plangebied is op de analysekaart aangeduid als ‘open’. Hiervoor geldt dat verandering of handhaving van het bebouwingsbeeld beide mogelijk is, zowel naar structuur als naar architectuur, maar met behoud van landschappelijke waarden. Het betreft in dit geval een plan op kavelniveau. De landschappelijke waarden blijven dus behouden. Er wordt voldaan aan de Welstandsnota.

2.3.2.2.6 Erfgoed en cultuurhistorie Archeologie De gemeente Utrecht heeft ter bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen een verordening opgesteld voor het hele grondgebied van de gemeente. In de verordening op de archeologische monumentenzorg is een vergunningenstelsel opgenomen ter bescherming van het archeologische erfgoed, waarmee de wettelijk vereiste bescherming kan worden geboden. In bestemmingsplannen is verwezen naar de verordening en is een regel opgenomen (dubbelbestemming Waarde - Archeologie). In deze dubbelbestemming is opgenomen dat de voor Waarde - Archeologie aangewezen gronden ook zijn bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden en verwachtingen. Met deze specifieke gebruiksregel is geregeld dat onder een met het bestemmingsplan strijdig gebruik in ieder geval wordt begrepen het handelen in strijd met de Verordening op de Archeologische Monumentenzorg. Door de verordening en de daarbij behorende archeologische waardenkaart is de bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen in de bodem van de gemeente Utrecht gewaarborgd en zijn verstoringen van de bodem vanaf een op de archeologische waardenkaart aangegeven oppervlakte en diepte vergunningplichtig. Plangebied Dit bestemmingsplan bevat de dubbelbestemming ‘waarde – archeologie’ ter bescherming van de archeologische waarden.

Voor het plan is wel een archeologische verkenning en een onderzoek uitgevoerd. Hierop wordt ingegaan in paragraaf 5.12 Archeologie en cultuurhistorie.

2.3.2.2.7 Verkeer en mobiliteit Nota Stallen en Parkeren (2013) en Addendum Nota parkeernormen fiets en auto De gemeenteraad heeft op 28 maart 2013 de Nota Stallen en Parkeren vastgesteld. Met de uitwerkingsnota 'Parkeernormen Fiets en Auto' bepaalt de gemeente de benodigde capaciteit van het (fiets)parkeren. Voor de veiligheid, leefbaarheid en aantrekkelijkheid van Utrecht geeft de gemeente meer ruimte aan voetgangers en fietsers. Dit betekent dat er op sommige plekken op straat minder ruimte komt voor geparkeerde auto's. De gemeente stimuleert auto's om langs de rand van de stad te parkeren: in één van de drie herkenbare grote P+R terreinen, bij NS-stations en andere OV-knooppunten. Als stimulans voor binnenstedelijke ontwikkelingen, en daarmee voor een aantrekkelijke en bereikbare stad zijn de autoparkeernormen in betaald parkeergebied verlaagd. Ook schept de gemeente flexibiliteit door de vrijstellingsmogelijkheden van de parkeernormen te verruimen. Nieuw in de gemeentelijke aanpak is de verplichting om bij nieuwbouw, uitbreiding van bestaande gebouwen of in geval van een functiewijziging ook fietsenstallingen te realiseren. De parkeernormen hebben een bandbreedte, om optimale flexibiliteit en maatwerk te bieden bij de realisatie van bouwplannen. Op 28 maart 2019 heeft de gemeenteraad het addendum Nota parkeernormen fiets en auto vastgesteld.

Het addendum bevat een aantal algemene wijzigingen en wijzigingen voor bepaalde gebieden, de maatwerklocaties. De algemene wijzigingen hebben betrekking op de parkeernorm voor sociale- en middenhuurwoningen en juridische en technische wijzigingen. Het addendum geeft alle locaties aan waar maatwerk voor geldt en geeft een nadere invulling aan bestemmingsplan "Beneluxlaan 901, Kanaleneiland Zuid" (vastgesteld)

25

mogelijke maatwerkoplossingen. Bij verschillende ontwikkelingen is het noodzakelijk om uit te gaan van een kleiner aantal parkeerplaatsen in het gebied dan op grond van de bijlage Nota Parkeernormen fiets en auto van de Nota Stallen en Parkeren mogelijk is. Op de lange termijn zal de Nota Parkeernormen hierop aangepast worden. Voor de korte termijn is het addendum op de Nota parkeernormen fiets en auto vastgesteld. De locaties voor maatwerk zijn het centrumgebied (binnenstad en stationsgebied) en de grote werkgebieden buiten de binnenstad, te weten Papendorp, Oudenrijn, Rijnsweerd, Leidsche Rijn Centrum en de Uithof. Daarnaast zijn er acht binnenstedelijke ontwikkelgebieden aangewezen als maatwerklocatie: belastingkantoor, Kruisvaartkwartier, Merwedekanaalzone, Rotsoord, Tweede Daalsedijk, Veemarkt, Cartesiusdriehoek en Werkspoorkwartier. Plangebied Aangetoond moet worden dat het plan voorziet in voldoende parkeerplaatsen. In paragraaf 4.2.2 is dit nader uitgewerkt. Slimme routes, slim regelen, slim bestemmen (2016) De gemeenteraad heeft op 26 mei 2016 dit mobiliteitsplan vastgesteld. Dit plan bestaat uit 3 delen: 1.

2.

3.

Slimme Routes gaan over het handiger inrichten van de verbindingen voor voetganger, fiets, bus, tram, trein en auto. Bijvoorbeeld met doorfietsroutes, het kwaliteitsnet goederenvervoer en knooppunten; Slim Regelen gaat over het slimmer organiseren van de stromen voetgangers, fietsers, openbaar vervoer en auto's. Bijvoorbeeld door verkeerslichten met elkaar te laten 'praten', persoonlijke reisinformatie en informatie over vrije parkeerplaatsen voor auto's en fiets; Slim Bestemmen zorgt dat nieuwe woningen, kantoren en bezoekersfuncties op de juiste plekken komen en dat deze goed worden ontworpen. Dit draagt bij aan slimmer vervoer en bijvoorbeeld goede bevoorradingsmogelijkheden.

De belangrijkste uitgangspunten van het beleid zijn: Meer ruimte voor de voetganger en de fietser Lopen en fietsen zijn de meest gezonde, milieuvriendelijke en ruimte-efficiënte vormen van vervoer. Om fietsers aan te moedigen, krijgt de stad nieuwe en snelle doorfietsroutes: extra brede en prettige fietspaden, los van de autodrukte. Aantrekkelijk openbaar vervoer voor de langere afstanden Naast de voetganger en de fietser is het openbaar vervoer belangrijk. De bus en tram leggen snelle verbindingen met de binnenstad, Utrecht Sciencepark, Leidsche Rijn Centrum, wijken, de regio en de rest van Nederland. Hierdoor wordt het openbaar vervoer een betere keuze. Auto's langs de juiste routes In de binnenstad, Leidsche Rijn Centrum, Utrecht Science Park is de auto te gast, met 30 km per uur als standaard maximumsnelheid. Stedelijke verbindingswegen verbinden de wijken met de RING. Waar het kan, krijgen wegen een stadsboulevard: veilig en goed oversteken en meer groen. Een aantrekkelijke plek voor bewoners, 50 km per uur geldt als snelheidslimiet. De gemeente wil automobilisten, die niet uit de stad komen of naar de stad gaan, zoveel mogelijk laten rijden via de RING. Hierdoor ontstaat er ruimte voor automobilisten die in stad moeten zijn. De beleidslijn uit de nota Stallen en Parkeren sluit aan bij de beleidslijn van dit Mobiliteitsplan.

In dit Mobiliteitsplan is daarom geen nieuw beleid ten aanzien van het stallen van fietsen opgenomen. Plangebied Het plangebied wordt ingericht overeenkomstig het mobilititeitsplan 'Slimme routes, slim regelen, slim bestemmen'. 2.3.2.2.8 Gezond stedelijk leven Nota Gezondheid voor iedereen – VolksgezondheidsbeleidUtrecht 2019-2022 Op 17 oktober 2019 heeft de gemeenteraad de Nota Gezondheid voor iedereen-Volksgezondheidsbeleid Utrecht 2019-2022 vastgesteld. De ambitie van de nota is dat mensen op een prettige, gezonde manier in de groeiende stad Utrecht kunnen wonen, werken en leven. Met de nota worden kansen benut door gezondheid te koppelen aan gebiedsontwikkeling, duurzaamheid, mobiliteit en sociale- en economische ontwikkelingen. De speerpunten voor de beleidsperiode die extra gezondheidswinst helpen te realiseren zijn: gezonde leefomgeving, gezond en veilig opgroeien, gezond gedrag, gezond rondkomen, gezond werkgeverschap, psychische gezondheid en gezond ouder worden. Binnenstedelijke verdichting brengt gezonde kwaliteiten met zich mee zoals het behoud van groen 2 6 bestemmingsplan "Beneluxlaan 901, Kanaleneiland Zuid" (vastgesteld)

Utrecht

om de stad en autoluwe wijken die actieve mobiliteit en ontmoeting stimuleren en daarmee bijdragen aan gezondheid. Daarnaast biedt het mogelijkheden voor gemengd wonen en het vergroten van het aandeel sociale en midden huur in de stad. Er ontstaat, met name rond drukke wegen, echter ook een dilemma tussen gezonde lucht en minimale geluidsbelasting enerzijds en verdichting anderzijds. Er wordt gekozen om idealiter geen nieuwe woningen binnen 100 meter van een autosnelweg te realiseren. Ook wordt de markt uitgedaagd om bij nieuwe gebiedsontwikkelingen aan drukke binnenstedelijke wegen (> 10.000 voertuigen per etmaal), waarover nog geen bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, met (innovatieve) maatregelen te komen die de gezondheidseffecten door luchtverontreiniging en geluidbelasting minimaliseren met behoud van een goed binnenmilieu en een prettige woon-en verblijfskwaliteit. Voor groepen mensen die extra gevoelig zijn voor luchtverontreiniging (ouderen, mensen met een zwakke gezondheid en kinderen van 0-18 jaar) wordt bij het bestemmen van nieuwbouw van voorzieningen (scholen, kinderopvang en woon(zorg)voorzieningen) bij drukke binnenstedelijke wegen (>10.000 mvt/etm) een minimale afstand van 50 meter en bij autosnelwegen een minimale afstand van 300 meter aangehouden.

Voor bestaande voorzieningen die renovatie, aanbouw of vervangende nieuwbouw nodig hebben, al dan niet met een bestemmingsplanwijziging, wordt in goed overleg met de vertegenwoordigers van de voorziening onderzocht of een alternatieve locatie ruimtelijk en binnen de financiële kaders mogelijk is. Ook wordt onderzocht of er reguliere maatregelen te treffen zijn om het binnenmilieu te verbeteren. Bij tijdelijke schoolgebouwen en noodlokalen wordt er ook naar gestreefd om aan het afstandscriterium te voldoen. Als dit niet mogelijk is, wordt naar een zo kort mogelijke overbruggingsperiode gestreefd. In een verdichtende stad zijn stille plekken schaars, wij beschermen daarom deze plekken. Ook staan we geen horecavoorzieningen toe in stille hofjes en rustige woonstraten om zo geluidsoverlast te beperken. Bij bouwplannen moeten alle soorten woningen (sociale huur, midden huur, koopwoningen etc.) in het plan een vergelijkbare lucht- en geluidskwaliteit hebben. Daarnaast worden er passende maatregelen genomen om de gevolgen van klimaatverandering zoals hittestress te beperken door bijvoorbeeld groene daken en gevels te realiseren en door bij de ruimtelijke inrichting voor meer plekken voor verkoeling te zorgen. Wij hanteren hierbij voor de openbare ruimte het principe 'groen tenzij'.

Daarnaast is er ook ruimte voor biodiversiteit, dit versterkt de natuurbeleving en daarmee indirect de gezondheid. Plangebied Het bouwplan is voorzien van een daktuin op het basement en draagt op die manier bij aan het beperken van hittestress en draagt bij aan en prettig woonklimaat voor bewoners. Tevens wordt er natuurinclusieve voorzieningen getroffen zie paragraaf 5.10 Flora en fauna

2.3.2.2.9 Bodem, ondergrond en water Nota Bodembeheerplan 2017-2027 'Grondig Werken 4' (2017) en Aanvulling Nota Bodembeheerplan 2017-2027 beleid PFAS (2020) In 2017 is de Nota Bodembeheer 2017-2027 'Grondig Werken 4' vastgesteld. De Nota bodembeheer 2012–2022 is met de voorliggende Nota bodembeheer 2017-2027 geactualiseerd. Utrecht groeit en er wordt zowel in de stad als aan de randen veel gebouwd. Door deze bouwinitiatieven kan de vraag naar bouwgrond periodiek groot zijn. We willen voorkomen dat deze bouwgrond van elders (vaak over lange afstand) wordt aangevoerd. De aanpak in de Nota Bodembeheer 2017 – 2027 zorgt ervoor dat de benodigde grond duurzaam uit de eigen en uit omliggende gemeenten in de regio kan komen, wat bijdraagt aan een gezonde verstedelijking en een circulaire economie. In 2020 is de Nota uitgebreid met een aanvullende nota over PFAS-stoffen. Daarbij is de ambitie om maximaal voordeel te behalen voor mens en milieu, efficiënter te werken (goedkoper, kortere doorlooptijden) en werk met werk te maken. In de Nota bodembeheer staat hoe beschikbare vrijgekomen grond en baggerspecie op en in de landbodem van de gemeente Utrecht mag worden opgeslagen, hergebruikt of toegepast en welke regels en procedures hierbij gelden. De nota is bedoeld voor professionele partijen.

De gemeente Utrecht volgt zoveel mogelijk het algemene landelijke beleid zoals dat is opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit. Dit landelijke beleid past echter niet in elke lokale situatie. De wetgever heeft het mogelijk gemaakt om lokaal beleid toe te staan. In Utrecht speelt, naast de grote vraag naar bouwgrond, mee dat gebiedseigen grond niet altijd kan worden hergebruikt en dat er te weinig hergebruiksmogelijkheden zijn. De lokale gebiedsgerichte invulling sluit aan bij de functie, kwaliteit en ontwikkelingen van een gebied. De nota is hierdoor ingedeeld in: gebiedsspecifiek beleid, ander gemeentelijk beleid en landelijk beleid. Het gebiedsspecifieke beleid bestaat uit: bestemmingsplan "Beneluxlaan 901, Kanaleneiland Zuid" (vastgesteld)

27

een uitbreiding van het beheergebied en acceptatie van bodemkwaliteitskaarten uit omringende gemeenten; lokale maximale waarden op gebiedsniveau om zo gebruik te maken van de toegestane kwaliteit die past bij de bodemfunctie. Het betreft enkele wijken van Leidsche Rijn en de gemeentelijke hoofdwegen aan de oostzijde van de stad. Met deze lokale maximale waarden sluiten we aan bij de (toekomstige) woonfunctie van de wijken of industriefunctie van de hoofdwegen; lokale maximale waarden voor de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB's) en organochloor bestrijdingsmiddelen (OCB's) binnen bepaalde gebieden. Bij beide stofgroepen is met de lokale maximale waarden aangesloten bij de gebiedseigen kwaliteit; lokale maximale waarden voor het Noorderpark. Aangesloten is bij de gebiedseigen kwaliteit; een strengere eis met betrekking tot het gewichtspercentage bodemvreemd materiaal bij het toepassen van grond; lokale maximale waarden voor de stofgroep PFAS, waarbij de gehele gemeente als één zone wordt beschouwd. Deze waarden gelden voor de bovenste meter.

Ander gemeentelijk beleid bestaat uit: strengere onderzoekseisen bij bodemonderzoek en hergebruik van arseenhoudende veenlagen afkomstig van bodemlagen dieper dan 2 meter; een strengere eis met betrekking tot het volumepercentage bodemvreemd materiaal bij het toepassen van grond; regels voor het toepassen van grond met zichtbare asbestdeeltjes (dit is geen verplichting, maar een advies. De gemeente heeft hierin een voorbeeldfunctie en verplicht zichzelf wel) ; regels voor het toepassen van grond vanuit diepere bodemlagen; tijdelijke uitname van grond bij kabels- en leidingen cunetten (uitgravingen). Verminderde onderzoeksinspanning voor gebieden met een verhoogde kans op bestrijdingsmiddelen. Landelijk beleid geldt voor alle andere gebieden en stoffen die niet onder het gebiedsspecifiek beleid of ander gemeentelijk beleid vallen. Plangebied De aangetroffen hooguit lichte verontreinigingen vormen geen belemmering voor de toekomstige ontwikkelingen (nieuwbouw woontoren) zie voor een nadere toelichting 5.7 Bodem Plan Gemeentelijke Watertaken 2016-2019 Het Plan Gemeentelijke Watertaken beschrijft de invulling van de wettelijke gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Ook de wijze van beheer van oppervlaktewater wordt beschreven. Op basis van de zorgplichten heeft de gemeente op het gebied van water de volgende taken: 1. 2. 3. 4.

een veilige inzameling en transport van afvalwater, zonder risico's voor de volksgezondheid en het milieu; het inzamelen en verwerken van hemelwater zonder dat er wateroverlast optreedt; het voorkomen en verminderen van structurele grondwateroverlast; het samen met de waterschappen realiseren van veilig, gezond en aantrekkelijk oppervlaktewater waarlangs het goed wonen, werken en recreëren is.

Plangebied Voor het plan is een waterparagraaf opgesteld waarin de waterhuishoudkundige gevolgen van het plan worden toegelicht zie paragraaf 5.8 Waterhuishouding

2.3.2.2.10 Energie Utrecht: energiek middelpunt van het land, Energieplan Utrecht en duiding van het college bij het Energieplan (2016) en de Utrechtse Energieagenda's 2016 - 2019 De gemeenteraad heeft op 14 januari 2016 het Energieplan besproken en het document Duiding van het College bij het Energieplan vastgesteld. Deze documenten geven samen richting aan het energiebeleid in Utrecht voor de komende jaren. Het Energieplan is door 165 Utrechters opgesteld en hierbij stond de volgende vraag centraal: realiseer een klimaatneutraal Utrecht. Aan de hand van de onderwerpen wonen, werken, vervoer en centrale energievoorziening in Utrecht zijn, om dit te bereiken, te nemen maatregelen geformuleerd. Bewustwording via het verbeteren van informatievoorziening is hierbij belangrijk en de gemeente heeft een grote en pro-actieve rol bij de overgang naar duurzame energie. In het najaar van 2015 zijn de Utrechtse Energieagenda's verschenen, welke een vervolg zijn op het 2 8 bestemmingsplan "Beneluxlaan 901, Kanaleneiland Zuid" (vastgesteld)

Utrecht

Energieplan en de duiding daarop van het college. Hierin worden de concrete gemeentelijke werkzaamheden gepresenteerd en de inzet van middelen welke leiden tot een klimaatneutraal Utrecht richting 2030. Om deze ambitie te bereiken zijn de volgende ambitieuze doelstellingen voor 2020 geformuleerd: 30% C O2-reductie ten opzichte van 2010; 20% van het totale energieverbruik wordt duurzaam opgewekt; 10% van de daken zijn voorzien van zonnepanelen. Met het coalitieakkoord 'Utrecht: Ruimte voor iedereen' (2018) zijn voorgaande doelstellingen vervangen. Utrecht wil zo snel mogelijk klimaatneutraal zijn en om hiertoe te komen worden de volgende stappen genomen: de gemeentelijke energie-inkoop is in 2020 volledig verduurzaamd; in 2025 ligt op 20% van de Utrechtse daken zonnepanelen; in 2030 is het Utrechtse systeem van stadsverwarming verduurzaamd; in 2030 zijn minimaal 40.000 bestaande woningen van het gas af; het gemeentelijke vastgoed is in 2040 volledig verduurzaamd. Plangebied Het gebouw zal voldoen aan Beng 1 waarbij het streven is om de energiebehoefte zo laag mogelijk te houden. Zichtbare daken worden groen ingevuld de overige daken worden benut voor toepassing van PV panelen. Door de toepassing van PV-panelen kan de energie direct gelijktijdig gebruikt worden door thermische- of elektrische opslag. Er wordt ingezet op maximale invulling van PV.

Visie op de warmtevoorziening (2017) Op 2 november 2017 heeft de gemeenteraad de Visie op de warmtevoorziening vastgesteld. De CO2-uitstoot in onze stad wordt voor een derde veroorzaakt door het verwarmen van huizen en gebouwen met aardgas (inclusief de stadsverwarming). Ook gebruiken gebouwen op dit moment relatief veel warmte door een lage isolatiegraad en installaties met een laag rendement. Om de doelstelling te behalen om als Utrecht in 2030 klimaatneutraal te zijn, is een omschakeling naar een duurzame warmte- en koudevoorziening nodig. Met het nieuwe coalitieakkoord is de doelstelling opgenomen om zo snel mogelijk klimaatneutraal te zijn en 40.000 bestaande woningen van het gas af te halen. Een duurzame warmtevoorziening kan gerealiseerd worden door de vraag naar warmte te beperken, te stoppen met het gebruik van aardgas en over te stappen op duurzame warmtebronnen. Dit vraagt om ingrijpende aanpassingen in gebouwen, de energieinfrastructuur en door nog meer gebruik te maken van duurzame warmtebronnen. Natuurlijke momenten, op zowel gebouw- als gebiedsniveau, moeten worden benut om de warmtetransitie te versnellen. Een klimaatneutrale warmtevoorziening moet aan de voorwaarden duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar voldoen. In het door het VNG ondertekende Klimaatakkoord is een nieuwe regierol voor de gemeente vastgelegd.

Gemeenten moeten voor eind 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) en een Regionale Energiestrategie (RES) opstellen. In de Transitievisie Warmte staat hoe de gemeente een aardgasvrije stad gaat maken en welke planning daarvoor wordt gehanteerd. In de TVW staat wanneer we in welke buurt starten met het aardgasvrij maken van gebouwen en het aanpassen van de energie-infrastructuur. In de RES staat hoe Utrecht en haar regiogemeenten invulling gaan geven aan de landelijke energiedoelstellingen in het Klimaatakkoord voor het verduurzamen van de energiebronnen. In de RES staat hoeveel en waar duurzame elektriciteit (wind en zon) in 2030 wordt opgewekt. Ook staat er in de RES welke duurzame warmtebronnen te gebruiken zijn zodat buurten van het aardgas af kunnen. Beide documenten worden in de Omgevingsvisie verankerd. De landelijke wet- en regelgeving wordt hiervoor de komende tijd aangepast. Plangebied Het verwarmen en koelen van het gebouw vindt plaats op een wijze waarbij de energiebehoefte zo laag mogelijk is. In het plan wordt gebruik gemaakt van een “bovengronds” WKO systeem.

2.3.2.2.11

Sport, recreatie en toerisme

Ontwikkelingskader Horeca Utrecht 2018 Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening kan, in verband met de overlast die horecabedrijven voor omwonenden kunnen meebrengen, onderscheid gemaakt worden in categorieën van horecabedrijven in een bestemmingsplan of een beheersverordening bij het toelaten van horecabedrijven aan de hand van ruimtelijk relevante criteria als aard, omvang en bestemmingsplan "Beneluxlaan 901, Kanaleneiland Zuid" (vastgesteld)

29

parkeerdruk. Deze categorieën zijn vastgelegd in het op 12 april 2018 in werking getreden en door de raad vastgestelde Ontwikkelingskader horeca Utrecht 2018 en overgenomen in de bijlage bij de regels, de Lijst van Horeca-activiteiten. In de Lijst van Horeca-activiteiten is een functionele differentiatie in 'zachte' tot 'harde' typen van horecabedrijven opgenomen. De regeling geeft een kwalitatieve beperking ten aanzien van het type horecabedrijf dat zich mag vestigen in de woonomgeving. De regeling heeft tot doel de nadelige invloeden van de vestiging van horecabedrijven op het woon- en leefklimaat in de omgeving te voorkomen. De Lijst van Horeca-activiteiten kent een indeling in vier categorieën. De categorieën van A tot en met D lopen af in de zwaarte van de overlast die horecabedrijven voor omwonenden kunnen meebrengen. In geval van meerdere soorten activiteiten in één inrichting telt de activiteit in de zwaarste categorie voor de type-indeling van de inrichting. Plangebied In de plint van het gebouw wordt een horecavoorziening mogelijk gemaakt in maximaal categorie D2 van de lijst van toegelaten horeca activiteiten. Een dergelijke functie achten wij toevoeging aan het voorzieningen niveau van de wijk.

2.3.2.3 Gebiedsbeleid Ruimtelijke Visie Kanaleneiland (december 2005) en Gebiedsplan Kanaleneiland Zuid 2010 De gemeente Utrecht werkt momenteel aan een nieuwe omgevingsvisie voor de wijken Kanaleneiland en Transwijk. De planning is dat de omgevingsvisie in de 2e helft van 2021 vastgesteld kan worden. Tot die tijd is de Ruimtelijke Visie Kanaleneiland (vastgesteld op 8 december 2005) het meest actuele beleidsdocument voor de wijk. In deze visie is het beleid voor de woningmarkt om een gevarieerder aanbod aan woningen en woonmilieus te realiseren om draagkrachtigere bewoners met een stedelijke woonwens te behouden en aan te trekken. Ook het verbeteren van de kwaliteit van de bestaande betaalbare woningvoorraad is een ambitie. Dit betekent een wijziging van de aard van het woningaanbod door middel van sloop/nieuwbouw, herpositionering en woonmilieudifferentiatie. Voor wat betreft woonbebouwing heeft de gemeente het doel om bij herstructurering meer differentiatie aan te brengen in woningdichtheden, woonsferen en woningtypen. Uitgangspunten hierbij zijn dat het totaal aantal woningen in Kanaleneiland minimaal gelijk blijft en dat er gestreefd wordt naar een hogere overall woningdichtheid van circa 80 woningen per hectare (nu circa 60 woningen per hectare). Tussen de deelgebieden moet echter wel een differentiatie in woningdichtheid worden aangebracht.

In het Gebiedsplan Kanaleneiland Zuid 2010 is over de woonvoorraad verder benoemd dat (met name de kern van) de wijk wordt gedomineerd door portiekflats zonder lift. Deze woningen zijn niet erg geliefd bij sociale stijgers en ongeschikt voor ouderen. Om deze groepen aan de buurt te binden moet in ieder geval geïnvesteerd worden in verbetering van de uitstraling en identiteit van de flats en moet zo mogelijk nieuw worden gebouwd. De conclusie van de analyse in het Gebiedsplan is dat stedenbouwkundige structuur van de wijk goed is en de volgroeide natuur op veel plaatsen prachtig. Maar de buurt is wel versleten en aan een grondige opknapbeurt toe. De flats zijn in de loop der jaren ‘verschilderd’. De oorspronkelijke ontwerpkwaliteiten zijn verloren gegaan. Bovendien mag de soberheid van weleer, bijvoorbeeld bij de entrees, plaats maken voor een meer duurzame uitstraling. Dit bestemmingsplan zorgt voor een kwaliteitsimpuls en een duurzame uitstraling van de entree in de wijk. Er vindt differentiatie in de woningvoorraad plaats en het nieuwe woongebouw krijgt een moderne uitstraling.

2.3.3

Overig gemeentelijk beleid

De Utrechtse Erfgoedagenda (2013) De Utrechtse Erfgoedagenda is in 2013 vastgesteld. Utrecht heeft veel erfgoed. Van bewoningssporen uit de bronstijd tot naoorlogse bouwkunst in wijken als Kanaleneiland en Overvecht. Utrecht is een van de oudste steden van Nederland en dat is overal terug te vinden. Utrecht is in de afgelopen decennia zo zorgvuldig mogelijk met het erfgoed omgegaan. En zal dit blijven doen. De Utrechtse Erfgoedagenda beschrijft het beleid, de projecten en de aandachtsgebieden met betrekking tot monumenten, archeologie en architectuur- en bouwhistorie en de mate waarin deze objecten toegankelijk zijn voor publiek. Plangebied Het bestaande pand betreft geen monument en kent geen bijzondere aandachtspunten voor wat betreft architectuur of bouwhistorie. 3 0 bestemmingsplan "Beneluxlaan 901, Kanaleneiland Zuid" (vastgesteld)

Utrecht

Geluidnota Utrecht 2014-2018 (2014) De Geluidnota Utrecht 2014-2018 is op 11 februari 2014 vastgesteld. Dit beleid gaat over het beperken en minimaliseren van geluidhinder bij ruimtelijke ontwikkelingen in Utrecht. De Geluidnota heeft betrekking op weg-, rail- en industrielawaai. Hiervoor is landelijke wet- en regelgeving van toepassing. Daarbinnen is echter ook ruimte voor gemeentelijke beleidsvrijheden. In de Geluidnota wordt aangegeven hoe hier mee wordt omgegaan. De belangrijkste regels uit de Geluidnota zijn: nieuw te bestemmen woningen beschikken over een geluidsluwe gevel, een rustige buitenruimte en een akoestisch goede woningindeling; behoud van goed akoestisch woon- en leefklimaat in rustige woonwijken bij bestemmen van nieuwe woningen en bedrijven in elkaars nabijheid. Ook onderwerpen, die meer algemeen onder het begrip "een goede ruimtelijke ordening" vallen, worden in de Geluidnota beschreven. Plangebied Vanwege de geluidsbelasting van omliggende wegen zal een hogere waarden besluit worden genomen. De woningen zullen beschikken over een geluidsluwe gevel, een rustige buitenruimte en een akoestisch goede woningindeling. Het plan voldoet ten opzichte van omliggende functies aan de richtafstanden die qua geluid gelden. Hiermee wordt voldaan aan de geluidnota.

Nota externe veiligheid (2007) De Nota externe veiligheid, welke in 2007 is vastgesteld, gaat in op het beleid van de gemeente Utrecht voor de beheersing van risico's als gevolg van het werken met gevaarlijke stoffen in inrichtingen (bedrijf, productielocatie of kantoor) en het vervoer van gevaarlijke stoffen. De genoemde risico's zijn veiligheidsrisico's voor mensen die zich in de buurt van de inrichting of het transport bevinden. De beleidskeuzes hebben betrekking op nieuwe situaties, waarin een risicobron zich vestigt of uitbreidt of een risico-ontvanger, zoals een woning, planologisch mogelijk wordt gemaakt. De randvoorwaarden en regels zijn vertaald in afstandseisen tussen risicobronnen (bedrijven, transportroutes (weg, spoorweg, vaarweg) of buisleidingen) en omgevingsobjecten. De gemeente Utrecht kiest ervoor om geen zwaardere veiligheidseisen op te leggen dan die vermeld staan in de risiconormering van de rijksoverheid. In sommige gevallen biedt de rijksregelgeving ruimte tot afwijken van de normering. In de Nota spreekt de gemeente zich uit om terughoudend om te gaan met de mogelijkheid tot afwijken. Plangebied Vanuit Externe veiligheid zijn er geen bijzondere aandachtspunten voor dit plangebied. In paragraaf 5.6 van dit plan wordt op dit nader toegelicht.

bestemmingsplan "Beneluxlaan 901, Kanaleneiland Zuid" (vastgesteld)

31

3 2 bestemmingsplan "Beneluxlaan 901, Kanaleneiland Zuid" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 3 3.1

Bestaande situatie

Bestaand gebouw

Het plangebied is in de bestaande situatie bijna volledig verhard en bevat een kantoorgebouw dat in 1989 gebouwd is. Het gebouw heeft een rechthoekige vorm en is georiënteerd op de Livingstonelaan. De afmetingen van de voetprint zijn circa 20,5 x 37,5 meter. De oppervlakte van de voetprint is circa 770 m2 en de totale bruto vloeroppervlakte is circa 4.000 m2. Het gebouw heeft een hoogte van 17 meter met een hoogteaccent van 21,5 meter ten behoeve van installaties. Het gebouw heeft rechte gevels met witte beplating. De gevels bevatten vierkante ramen die op gelijke afstand van elkaar geplaatst zijn. Het terrein is omringd door een hekwerk en kan ook afgesloten worden. Op het terrein bevinden zich enkele kleine groenvoorzieningen/houtopstanden. Zie ook figuur 3.1 voor een impressie van het bestaande gebouw.

3.2

Bereikbaarheid en ontsluiting

Per fiets is de locatie te bereiken via het tweerichtingsfietspad aan de westzijde van de Beneluxlaan. Vanuit de achterliggende wijk kan de locatie via de Vasco da Gamalaan of de Livingstonelaan bereikt worden. Te voet is de locatie zowel vanuit de Beneluxlaan, als de Vasco da Gamalaan en de Livingstonelaan ontsloten. De hoofdentree van het bestaande gebouw is gelegen aan de Livingstonelaan. De openbaar vervoersvoorzieningen liggen direct naast het gebouw op de Beneluxlaan. Hier stoppen meerdere buslijnen (10 en 162) van en naar het centrum van Utrecht. Daarnaast ligt op loopafstand de halte van de sneltram tussen Utrecht Centraal Station en Nieuwegein/IJsselstein (Halte Vasco da Gamalaan). De locatie is met de auto vanaf de rijksweg A12 of vanuit de stad bereikbaar via de route Europalaan – Europaplein – Beneluxlaan. Dit geldt voor inen uitgaand verkeer.

Parkeren Het auto- en fietsparkeren vindt plaats op eigen terrein. Het parkeerterrein is bereikbaar via de Livingstonelaan. Op het perceel zijn circa 39 parkeerplaatsen voor auto’s aanwezig. Vier hiervan zijn bestemmingsplan "Beneluxlaan 901, Kanaleneiland Zuid" (vastgesteld)

33

voorzien van een oplaadpaal. In geval dat de parkeerplaatsen vol zijn kan er aan de Livingstonelaan geparkeerd worden. Tussen het kantoorgebouw en de woontoren ten zuiden er van (ook aan de Livingstonelaan) bevindt zich ook een vrij toegankelijk parkeerterrein.

Omgeving en openbare ruimte In de omgeving zijn vooral woningen aanwezig. De Beneluxlaan is de doorgaande weg naar het centrum en de Wijk Oog in Al. De naastgelegen Vasco da Gamalaan is de entree naar Kanaleneiland. De Beneluxlaan is breed opgezet met aan beide zijden een groenstrook, een tweezijdig fietspad en dubbele rijbanen. In het midden loopt de tramverbinding tussen Utrecht en IJsselstein/Nieuwegein Aan de overzijde van de Beneluxlaan ligt Park Transwijk. In dit grote park, gelegen tussen de Beneluxlaan en de Europalaan, worden evenementen georganiseerd. Daarnaast is er een stadsboerderij, horeca en een skatebaan in de omgeving aanwezig. De onbebouwde ruimte op eigen terrein is functioneel en met verharding ingericht voor het parkeren van het huidige kantoor. Op het perceel staan drie bomen van verschillende condities en groottes.

3 4 bestemmingsplan "Beneluxlaan 901, Kanaleneiland Zuid" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 4

Planbeschrijving

4.1

Stedenbouwkundig plan

4.1.1

Ruimtelijk

Het beoogde gebouw bestaat uit grofweg 2 delen, namelijk een basement en daarboven een toren. Hieronder worden de bouwdelen toegelicht. Basement Het basement heeft een vierkante vorm, bestaat uit 3 bouwlagen en heeft een bouwhoogte van 14 meter. De afmetingen van het basement zijn 47,5 x 43,5 m, wat resulteert in een oppervlakte van circa 2.066 m2. De basement benut bijna de volledige oppervlakte van het plangebied. In de kern van de basement bevinden zich de parkeergarage en de halfverdiepte fietskelder. In de plint langs de Livingstonelaan, Vasco da Gamalaan en de Beneluxlaan bevinden zich woningen en de commerciële ruimtes. De commerciële ruimtes bevinden zich uitsluitend op de begane grond aan de zijde van de Vasco da Gamalaan en de Beneluxlaan. Op de begane grond aan de Livingstonelaan bevinden zich woningen, evenals in de gehele plint van de tweede en derde bouwlaag. Op het dak van het basement wordt een collectief dakterras gerealiseerd, met ook ruimte voor een gezamenlijk Urban Farming of een sedumdak en een buitenruimte voor appartementen in de onderste bouwlaag van de toren.

Toren Bovenop het basement is een toren voorzien met 16 bouwlagen. De footprint van de toren wordt circa 27,2 x 34,2 meter. De toren bevindt zich in de noordelijke hoek van het basement/plangebied. De gevel aan de zijde van de Beneluxlaan loopt schuin af ten opzichte van de gevel van het basement, en de gevel aan de zijde van de Livingstonelaan kent een kleine knik. De oppervlakte van de toren wordt daarom circa 900 m2. De maximale bouwhoogte van het gebouw wordt circa 62 meter, inclusief het basement. De toren bevat uitsluitend woningen. Langs de gevels zijn loggia's en balkons voorzien en op het dak wordt ruimte mogelijk gemaakt voor PV-panelen.

bestemmingsplan "Beneluxlaan 901, Kanaleneiland Zuid" (vastgesteld)

35

Figuur 4.1 Impressie bouwplan gezien vanaf het noordwesten

Figuur 4.2 Impressie van het Basement

3 6 bestemmingsplan "Beneluxlaan 901, Kanaleneiland Zuid" (vastgesteld)

Utrecht

Figuur 4.3 Impressie basement, dakterras en onderste bouwlagen van de toren

bestemmingsplan "Beneluxlaan 901, Kanaleneiland Zuid" (vastgesteld)

37

Figuur 4.4 Aanzichten op de gevels

4.1.2

Programma

4.1.2

Programma

De totale bruto vloeroppervlakte van het gebouw is 19.275 m2 (exclusief parkeervoorziening). Hiervan is 17.906 m2 bestemd voor de woningen, 660 m2 voor commerciële dienstverlening, 2.954 m2 voor autoparkeren, 590 m2 voor de fietsenstalling en 118 m2 bvo voor overige ruimtes. De verdeling van het programma is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 4.1 Programma per bouwlaag Bouwlaag Woningen Kelder Begane grond 8 1 e verdieping 10 2 e verdieping 13 3 e verdieping 9 4 e t/m 19e verdieping 10 Totaal 200

Commercieel

Parkeerplekken

660 m2

761 m2 875 m2 875 m2 443 m2

660 m2

2954 m2 (87 plekken)

Stalling 520 m2 70 m2

590 m2 (672 plekken)

Het woonprogramma bestaat uit 2-kamerwoningen (57 stuks) en 3-kamerwoningen (143 stuks). Alle woningen hebben een gebruiksoppervlakte tussen de 54 en 84 m2 en vallen in het middenhuur segment. De doelgroep voor de woningen zijn ouderen, starters en doorstromers. De invulling van de commerciële ruimtes is nog niet bekend. Er wordt onderzoek gedaan naar het inpassen van publiekgerichte en wijkondersteunende functies, zoals een horecafunctie.

3 8 bestemmingsplan "Beneluxlaan 901, Kanaleneiland Zuid" (vastgesteld)

Utrecht

4.2

Verkeer en parkeren

4.2.1

Verkeer

Bij de berekening van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de rekentool van de gemeente. Het bestaande kantoorgebouw heeft een totaal bedrijfsvloeroppervlakte (bvo) van 4.000 m2 en behoort tot de categorie 'kantoor zonder baliefunctie'. Volgens de rekentool is er dan sprake van 89 verkeersbewegingen op een werkdag. Het programma uit het onderhavige plan bestaat uit 47 woningen in de categorie 'groot sociaal midden (80 -130 m2)', 152 woningen in de categorie 'woning sociale huur 55-80 m2) en 1.000 m2 commerciële diensteverlening. Volgens de rekentool van de gemeente is er dan sprake van een verkeersgeneratie van 597 bewegingen op een werkdag. Zie ook de onderstaande uitsneden uit de rekentool van de gemeente. Er is dus sprake van een toename van 508 bewegingen per werkdag.

Figuur 5.1 Uitsneden uit gemeentelijke rekentool verkeersgeneratie, met de bestaande situatie (boven) afgezet tegen de nieuwe situatie (onder).

Het plangebied wordt ontsloten door de Livingstonelaan en de Vasco da Gamalaan (beide 30 m/u-wegen), waarna de ontsluiting aansluit op de drukke Beneluxlaan, waar het verkeer in het verkeersbeeld op gaat. Relevant in de beoordeling van de verkeerssituatie is dat het plangebied dus aan de entree van de wijk ligt. Auto's hoeven hierdoor relatief weinig afstand af te leggen om vanaf de Beneluxlaan het plangebied te bereiken. Het gaat hier om een afstand van circa 120 meter, waarbij sprake is van twee aansluitingen (van de Beneluxlaan op de Vasco da Gamalaan en de Vasco da Gamalaan op de Livingstonelaan. Omdat de Vasco da Gamalaan een relatief drukke weg is omdat het de entree naar Kanaleneiland betreft is het in dit geval voordeliger dat het verkeer eerst de Livingstonelaan op rijdt om daarna het terrein aan de Beneluxlaan 901 te bereiken.

Op basis van de verkeerstoename van 508 verkeersbewegingen per etmaal en waarbij circa 90% van deze bewegingen plaatsvinden in de periode 07.00 – 23.00 is er sprake van een toename van circa 29 bewegingen per uur. Volgens de rekentool van de gemeente is de toename tijdens het ochtendspitsuur 35 bewegingen en tijdens het avondspitsuur 46 bewegingen. Gezien de ontsluitingsfunctie, gebruiksintensiteit en capaciteit van de Vasco da Gamalaan en de Livingstonelaan is deze toename beperkt en kan en kan het verkeer naar verwachting zonder noemenswaardige problemen verwerkt worden. Door de lage snelheid op deze wegen worden verder geen onaanvaardbare verkeerseffecten verwacht.

Verder wordt opgemerkt dat de onderhavige herontwikkeling/verdichtingsopgave, waarbij er sprake is van een intensiever gebruik van de beschikbare ruimte, past bij het beleid/visie van de gemeente. De gemeente accepteert daarom ook een lichte toename in het aantal verkeersbewegingen. De gemeente doet er daarbij ook zoveel mogelijk aan om minder verkeer te genereren. Zo wordt er ook gerekend met lagere parkeernormen i.v.m. toekomstig betaald parkeren en extra fietsparkeren. bestemmingsplan "Beneluxlaan 901, Kanaleneiland Zuid" (vastgesteld)

39

4.2.2

Parkeren

Volgens de Nota Stallen en Parkeren (2013) van de gemeente ligt het plangebied in zone B2. Dat betreft een stedelijk gebied waar geen betaald parkeren van toepassing is. De gemeente heeft wel het voornemen om in dit gebied betaald parkeren in te voeren, om daarmee te voorkomen dat bewoners uit de Merwedekanaalzone (waar een lage parkeernorm geldt) in omliggende gebieden gaan parkeren. Bij betaald parkeren vermindert het aantal geparkeerde auto's die niet uit de buurt komen. Hierdoor komen er meer plaatsen vrij voor de bewoners en bedrijven uit de buurt en hun bezoekers. Ook komt er hierdoor meer ruimte voor vergroening, fietsparkeren en andere functies. Dit heeft tot gevolg dat niet de parkeernormen voor zone B2 van toepassing zijn, maar dat het streven is om de parkeernormen van zone B1 te gebruiken (stedelijk gebied met betaald parkeren).

Figuur 5.2 Oorspronkelijke afbakening zones in Nota Stallen en Parkeren Voor het berekenen van de juiste parkeernormen is ook gebruik gemaakt van de rekentool van de gemeente. In de nieuwe situatie is er sprake van een parkeerbehoefte van 153 parkeerplekken. Zie ook figuur 5.3.

Figuur 5.3 Uitsnede uit gemeentelijke rekentool voor parkeren Het gemeentelijke parkeerbeleid heeft verder nog een aantal mogelijkheden om de parkeernorm te verlagen door het gebruik van deelauto's, extra fietsparkeerplekken of dubbelgebruik tussen woonen niet-woonfuncties. In dit geval gaat het om de volgende reductie: Door het inzetten van deelauto's neemt de parkeernorm af met 29 plekken. Dit houdt dan wel in dat er 7 deelauto's gerealiseerd moeten worden. In totaal is er dan sprake van een reductie van 22 plekken; 4 0 bestemmingsplan "Beneluxlaan 901, Kanaleneiland Zuid" (vastgesteld)

Utrecht

Door het inzetten van extra fietsparkeerplekken neemt de parkeernorm af met 15 plekken. Dit houdt dan wel in dat er 22 extra fietsparkeerplekken gerealiseerd moeten worden; Door het dubbelgebruik van alle functies neemt de parkeernorm af met 16 parkeerplekken. De totale afname van de parkeernorm is dan 53 plekken.

Daarnaast is er nog sprake van een rechtens verkregen niveau van het bestaande kantoor. Conform een kantoor met een oppervlakte van 4.000 m2 bvo betekent dat een parkeernorm van 44 parkeerplekken. Voor 39 van de parkeerplekken was ruimte op eigen terrein. Het rechtens verkregen niveau is dus 5 parkeerplekken. De initiatiefnemer zal volgens de parkeerberekening 7 deelauto's inzetten om de parkeernorm de reduceren. De totale parkeernorm voor het onderhavige plan (na aftrek door de genoemde maatregelen en het rechtens verkregen niveau) is dan 94 parkeerplekken. In de parkeergarage worden 87 parkeerplaatsen gerealiseerd, waardoor er nog een tekort is van 7 parkeerplekken voor bezoekers. Voor deze 7 plekken is de intentie om gebruik te maken van de bestaande parkeerplekken in de openbare ruimte. Om te onderzoeken of hiervoor voldoende ruimte bestaat in de openbare ruimte is een parkeerdrukmeting uitgevoerd. Deze parkeerdrukmeting is door middel van tellingen op diverse momenten in maart 2021 uitgevoerd door DataCount en is gedeeld met de gemeente Utrecht. Hoewel deze meting is uitgevoerd terwijl er coronamaatregelen golden, is geobserveerd dat op de maatgevende momenten de parkeerdruk overeenkomt met een parkeerdrukonderzoek die uitgevoerd is in 2016.

Uit deze parkeerdrukmeting blijkt dat er binnen acceptabele loopafstand en op maatgevende momenten voldoende vrije parkeerplaatsen zijn om deze parkeervraag op te vangen. Hierbij geldt wel dat gebruikers van het onderhavig plan niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning wanneer het gebied betaald parkeren wordt. Fietsparkeren Voor het aantal fietsparkeerplekken is het uitgangspunt dat er per woning een aantal fietsparkeerplekken aanwezig moeten zijn. Voor woningen met een gebruiksoppervlakte van 50 - 75 m2 moeten er 3 plekken aanwezig zijn en voor woningen met een gebruiksoppervlakte van 75 - 100 m2 moeten er 4 plekken aanwezig zijn. In dit geval komt dit neer op een totale fietsparkeernorm van 644 fietsparkeerplekken. Daarbij moeten nog de 22 opgeteld worden die nodig zijn om de autoparkeernorm te verlagen. In totaal is de norm dus 666 fietsparkeerplekken. Deze plekken moeten op eigen terrein (in een berging of in fietsenrekken) gerealiseerd worden. In het onderhavige plan gebeurt dat in een berging.

4.2.3

Conclusie

Het aspect ‘verkeer en parkeren’ vormt geen belemmering voor het onderhavig plan.

bestemmingsplan "Beneluxlaan 901, Kanaleneiland Zuid" (vastgesteld)

41

4 2 bestemmingsplan "Beneluxlaan 901, Kanaleneiland Zuid" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 5 5.1

Onderzoeken

Inleiding

Voor een ruimtelijke procedure moet voor een aantal wettelijk verplichte haalbaarheidsaspecten aangetoond worden dat het plan uitvoerbaar is. Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling moet inzichtelijk gemaakt worden of er vanuit milieu hygiënisch oogpunt belemmeringen en/of beperkingen aanwezig zijn voor de directe omgeving en de beoogde ontwikkeling zelf. De milieukwaliteit vormt dan ook een belangrijke afweging bij de ontwikkeling van ruimtelijke functies. In dit hoofdstuk wordt voor de ontwikkeling nader ingegaan op de verschillende aspecten; indien noodzakelijk is aanvullend onderzoek uitgevoerd.

5.2

Milieueffectrapportage

Milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om vooraf de mogelijke milieueffecten van plannen en besluiten in beeld te brengen en deze een volwaardige rol te laten spelen bij de besluitvorming over plannen en besluiten. Het maken van een milieueffectrapport (m.e.r.) of m.e.r.-beoordeling is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die (aanzienlijke) nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Dit betekent dat de plannen of activiteiten ook een bepaalde omvang moeten hebben om m.e.r.-(beoordelings)plichtig te zijn. De plannen voor het plangebied hebben echter niet een omvang die het bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig maken. Hieronder wordt een en ander nader toegelicht. Aan de hand van de in het Besluit m.e.r. omschreven m.e.r.-plichtige activiteiten met de bijbehorende drempelwaarden, kan worden bepaald of een project m.e.r.-plichtig (C-lijst) dan wel m.e.r.-beoordelingsplichtig (D-lijst) is. Echter, als gevolg van het Arrest van het Europese Hof van 30 17/10/2009(C-255/08) moet hierbij ook gekeken te worden naar andere factoren als bedoeld in bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn, die aanleiding kunnen geven tot het opstellen van een m.e.r. of m.e.r-beoordeling, hoewel de drempelwaarde van de desbetreffende categorie van de D-lijst niet wordt overschreden.

In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. De onderhavige ontwikkeling valt onder activiteit D11.2: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig in geval deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of wanneer het gaat om een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer betreft. Zie tabel 5.1.

In het onderhavige plan worden 200 woningen gerealiseerd. De drempelwaarden in de derde kolom van tabel 5.1 worden niet overschreden. Het bevoegd gezag moet echter ook bij activiteiten die de genoemde drempelwaarden in de derde kolom niet overschrijden, nagaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, zodanig dat er toch een m.e.r.- procedure doorlopen moet worden. Het bevoegd gezag moet daar een gemotiveerd oordeel over geven. Het oordeel moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud (dat wil zeggen: op basis van dezelfde criteria) aansluit bij een volledige m.e.r.-beoordeling. De diepgang kan echter anders zijn en er zijn geen vormvereisten. Dit wordt een vormvrije m.e.r.-beoordeling genoemd. De initiatiefnemer moet bestemmingsplan "Beneluxlaan 901, Kanaleneiland Zuid" (vastgesteld)

43

daarvoor voldoende informatie over de activiteit geven. De benodigde informatie is opgenomen in een aanmeldingsnotitie die opgesteld is door LBP|SIGHT en is ingediend op 23-02-2021. De gemeente Utrecht heeft bij besluit van 7 juni 2021 kenmerk 8601965, 8941371 aangegeven dat er geen omstandigheden zijn die aanleiding geven om een MER op te stellen. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit is bijgevoegd als Bijlage II: M.e.r.-beoordelingsbesluit bij deze toelichting. 5.2.1

Conclusie

Er hoeft geen milieueffectrapportage opgesteld te worden voor het onderhavig plan.

5.3

Luchtkwaliteit

In de Wet milieubeheer (Wm) zijn kwaliteitseisen voor de buitenlucht opgenomen. Titel 5.2 Wm 'Luchtkwaliteitseisen' wordt kortweg aangeduid als de Wet luchtkwaliteit. In artikel 5.16 van de Wm is vastgelegd dat voor een plan dat ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de luchtkwaliteit, geen uitgebreid luchtkwaliteit onderzoek uitgevoerd hoeft te worden en het plan doorgang kan vinden. Met andere woorden, draagt een project niet of niet in betekenende mate bij aan luchtverontreiniging, dan is er geen belemmering. De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het slechts in geringe mate, ofwel niet in betekenende mate (NIBM), leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een verslechtering van maximaal 3% van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. Grotere projecten die in betekenende mate bijdrage kunnen worden opgenomen in het NSL, als is aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door de maatregelen van het NSL. Met projecten die 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de luchtverontreiniging is rekening gehouden in de autonome ontwikkeling van de luchtkwaliteit. Het Besluit en de Regeling 'niet in betekenende mate' bevatten criteria waarmee kan worden bepaald of een bepaald project wel of niet als 'in betekenende mate' moet worden beschouwd.

NIBM projecten kunnen - juridisch gezien - zonder toetsing aan de grenswaarden voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. In het Besluit NIBM is in artikel 5 een zgn. anticumulatiebepaling opgenomen. Hiermee wordt de verplichting opgelegd om nieuwe plannen die van dezelfde ontsluitingswegen gebruik maken en individueel als NIBM aan te merken zijn, ook als één geheel te beschouwen. Hiermee wordt voorkomen dat een groot plan met een grote invloed op de luchtkwaliteit opgedeeld wordt in kleinere NIBM deelplannen. 5.3.1

Beoordeling

In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ zijn een aantal activiteiten opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Hieronder vallen woningbouwlocaties die, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen bevat. In onderhavig plan worden 200 woningen gerealiseerd. Hiermee blijft het plan ruim onder de grens voor niet in betekenende mate. Heersende luchtkwaliteit In het kader van een goede ruimtelijke ordening is aanvullend inzicht gegeven in de heersende luchtkwaliteit op de beoogde planlocatie. Uit de monitorkaarten van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) blijkt dat, voor de maatgevende stoffen (fijn stof, zeer fijn stof en stikstofdioxide), bij het meest nabijgelegen rekenpunt aan de Beneluxlaan (zie figuur 5.3) d e volgende waarden van toepassing zijn:

4 4 bestemmingsplan "Beneluxlaan 901, Kanaleneiland Zuid" (vastgesteld)

Utrecht

5.3.2

Conclusie

Het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

5.4

Geluid

Geluid beïnvloedt vaak de kwaliteit van de leef- en woonomgeving. De belangrijkste geluidbronnen die in het kader van de ruimtelijke ordening van belang zijn, zijn wegverkeer, railverkeer en bedrijven. De mate van acceptatie en hinder is onder meer afhankelijk van de functie van het geluidbelaste object – hiervoor kent de wet 'geluidgevoelige bestemmingen' zoals wonen, zorg en onderwijs. De regels en normen van de Wet geluidhinder zijn in de volgende gevallen van toepassing bij het vaststellen van een ruimtelijk plan: bestemmen van gronden voor nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen binnen een zone; bestemmen van gronden voor aanleg van nieuwe gezoneerde (spoor) wegen (niet zijnde rijkswegen of hoofdspoorwegen vallend onder de Wet milieubeheer); reconstructie van gezoneerde wegen (niet zijnde rijkswegen); bestemmen van gronden voor gezoneerde industrieterreinen; wijzigen van de grenzen van gezoneerde industrieterreinen of bijbehorende zones. De Wet geluidhinder kent voorkeursgrenswaarden waarbinnen een geluidgevoelige bestemming altijd kan worden gerealiseerd. Onder voorwaarden kan er een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde worden verleend ('hogere waarde') tot aan een zekere maximale ontheffingswaarde. Bij een geluidbelasting boven de maximale ontheffingswaarde zijn geluidgevoelige bestemmingen niet toegestaan.

Hierop kan een uitzondering worden gemaakt indien er gebruik wordt gemaakt van 'dove gevels'. De grenswaarden zijn voor wegverkeer 48- 53 dB voor rijkswegen en 48-63 dB voor lokale wegen, voor spoorweglawaai 55-68 dB en voor gezoneerde industrieterreinen 50-55 dB(A). Bij een geluidbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde moet akoestisch onderzoek uitsluitsel te geven over de te verwachten geluidbelasting en de doeltreffendheid van maatregelen om een overschrijding van grenswaarden te voorkomen.

bestemmingsplan "Beneluxlaan 901, Kanaleneiland Zuid" (vastgesteld)

45

5.4.1

Beoordeling

In het kader van het plan is door Aveco de Bondt een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie ook Bijlage III: Akoestisch onderzoek , 25 mei 2021). Het doel van het akoestisch onderzoek is om de geluidbelasting ten gevolge van de omliggende geluidbronnen inzichtelijk te maken en te toetsen aan de grenswaarden in de Wet geluidhinder en Geluidnota Utrecht 2014-2018. In het akoestisch onderzoek is getoetst aan de Wet geluidhinder. Uit het onderzoek blijkt het volgende: De geluidbelasting als gevolg van de Beneluxlaan is ten hoogste 58 dB. De geluidbelasting is hoger de voorkeurswaarde van 48 dB maar lager dan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB; De geluidbelasting als gevolg van de 30 km/uur weg de Vasco Da Gamalaan is ten hoogste 52 dB. De geluidbelasting overstijgt de voorkeurswaarde van 48 dB maar is lager dan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Omdat het een 30 km/uur weg betreft is de aanvraag van een hogere waarde voor deze weg niet van toepassing en zijn maatregelen niet voor deze weg beschouwd. Een goede woon- en leefklimaat wordt geborgd door de geluidwering van de gevels; De geluidbelasting ten gevolge van de trambaan bedraagt maximaal 63 dB op de oostgevel. De geluidbelasting is hoger dan de voorkeurswaarde van 55 dB maar lager dan de maximale ontheffingswaarde van 68 dB.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=a20685bd-b51a-4544-baa3-b77f8a1cfd33