Besluit tot wijziging van Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht
Tekst van het document
Besluit tot wijziging van
Verordening re-integratie en
tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht De raad van de gemeente Utrecht -
Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van <datum >;
Gelet op de artikelen 8a en 10b, zevende lid, van de Participatiewet, artikel 35 aanhef en sub d van de IOAW en artikel 35 aanhef en sub d van de IOAZ;
Overwegende dat enkele tekstuele en drie inhoudelijke aanpassingen nodig zijn om: -
een volledig en actueel overzicht te bieden van alle re-integratievoorzieningen;
-
de voorwaarden en wijze van aanbieden van scholingstrajecten te kunnen specificeren.
-
aanvullende financiering voor kinderopvang mogelijk te maken; en
Besluit de Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht als volgt te wijzigen:
Artikel I De Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht wordt als volgt gewijzigd:
A. In artikel 1 wordt “a: voorziening ...” vervangen door “f: voorziening ...” en “b. wet: Participatiewet” door “g. wet: Participatiewet”.
B. Na artikel 8, derde lid, wordt een vierde lid toegevoegd, luidende: 4. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen onder welke voorwaarden en de wijze waarop een scholingstraject wordt aangeboden.
C. Artikel 10 komt te luiden:
1. Burgemeester en wethouders kunnen aan personen die behoren tot de doelgroep een tegemoetkoming toekennen voor reiskosten voor zover die voortkomen uit activiteiten in het kader van een re-integratie- of participatietraject. 2. Indien aanspraak kan worden gemaakt op een vergoeding van de werkgever in de reiskosten of van een andere regeling, wordt deze vergoeding in aanvulling daarop verstrekt. 3. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van de tegemoetkoming en de wijze waarop deze tegemoetkoming wordt verstrekt.
D. Voor de bestaande tekst van artikel 11 wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst. Toegevoegd worden twee nieuwe leden, die luiden: 2. Burgemeester en wethouders kunnen een aanvullende financiële tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang boven het wettelijk tarief verstrekken aan de persoon uit het vorige lid. Dit kan indien en voor zo lang er geen passende kinderopvang beschikbaar is en zonder deze kinderopvang geen gebruik gemaakt kan worden van een voorziening, gericht op arbeidsinschakeling. Deze persoon moet dan voldoen aan de volgende voorwaarden: a. deze persoon ontvangt een kinderopvangtoeslag op grond van de Wet kinderopvang; b. deze persoon ontvangt een gemeentelijke tegemoetkoming op grond van artikel 1.13 van de Wet kinderopvang; c. er is geen kinderopvang tegen kosten tot maximaal het wettelijk tarief op korte termijn beschikbaar. Bij de beschikbaarheid wordt ook gekeken of aanwezige kinderopvang in redelijkheid voor deze persoon bereikbaar is; d. deze persoon heeft actief gezocht naar kinderopvang tot maximaal het wettelijk tarief en blijft zoeken. 3. Burgemeester en wethouders geven bij het toekennen van deze aanvullende financiële tegemoetkoming de periode aan waarvoor deze wordt verstrekt.
E. In artikel 19 vervalt het tweede lid en vervalt de aanduiding ‘1.’ voor de tekst van het eerste lid.
F. Artikel 21 komt te luiden: Artikel 21. Werkbegeleiding 1. Burgemeester en wethouders kunnen op aanvraag subsidie voor het organiseren van werkbegeleiding verlenen aan de werkgever. 2. De in te zetten werkbegeleiding wordt bepaald op basis van de volgende begeleidingsregimes: licht, middel.
3. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de kwaliteitseisen van een werkbegeleider, regimes, doelgroep, soorten en voorwaarden van werkbegeleiding.
G. Artikel 22 komt te luiden: Artikel 22. Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening 1. Burgemeester en wethouders kunnen een vervoersvoorziening toekennen aan een persoon die door zijn beperking niet zelfstandig, met het openbaar vervoer of zonder aangepast vervoersmiddel naar zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen. 2. De vervoersvoorziening, zoals bedoeld in lid 1, kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt. 3. Burgemeester en wethouders bieden alleen een vervoersvoorziening aan voor vervoer dat beperkt is tot woon-werkverkeer. 4. De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. 5. Burgemeester en wethouders brengen een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening. 6. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt verstrekt.
H. Artikel 23, tweede lid, komt te luiden: 1. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt verstrekt.
I.
Artikel 24, derde lid, komt te luiden: 2. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt verstrekt.
J.
Artikel 25 komt te luiden: 1. Burgemeester en wethouders kunnen een aanpassing van de werkplek toekennen aan de werkgever van een persoon, als de persoon dit nodig heeft om zijn werk uit te voeren.
2. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt verstrekt.
K. Artikel 26, derde lid, komt te luiden: 3. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt verstrekt.
L. Na artikel 26 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 26a. Werknemerscheque 1. Burgemeester en wethouders kunnen ter ondersteuning voor het krijgen of behouden van een baan, een proefplaats, stage- of leerwerkplek een werknemerscheque verstrekken aan een persoon uit de doelgroep als tegemoetkoming in aantoonbare extra kosten. 2. Voor de in lid 1 genoemde kosten geldt dat deze noodzakelijk zijn en niet op een andere manier zijn of kunnen worden vergoed. 3. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt verstrekt.
Artikel II Dit besluit treedt in werking vijf weken na bekendmaking in het gemeenteblad. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van <datum> De burgemeester Sharon A.M. Dijksma De griffier, Merel van Hall
Bijlage:
Overzicht van de wijzigingen in Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht Bestaande tekst:
Nieuwe tekst
Artikel 1 Definities
Artikel 1. Definities
Deze verordening verstaat onder:
Deze verordening verstaat onder:
eerste lid, onder a, van de wet;
eerste lid, onder a, van de wet;
a. doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, b. interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de
werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en
waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke
begeleiding van een werknemer op een werkplek; c. jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan
personen met een arbeidsbeperking en aan
werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk;
d. Overige voorzieningen: voorzieningen als
bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet;
e. persoonlijke ondersteuning bij werk:
ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de wet en begeleiding op de
werkplek als bedoeld in artikel 10da van de wet;
a. voorziening: door burgemeester en wethouders noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling waaronder mede wordt
begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken; b. wet: Participatiewet. Artikel 8. Scholing 1.
2.
Burgemeester en wethouders kunnen een
persoon die behoort tot de doelgroep een scholingstraject aanbieden.
Een scholingstraject voldoet in ieder geval aan de volgende eisen:
a.
het gaat de krachten of bekwaamheden van de persoon niet te boven; en
a. doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, b. interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de
werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en
waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke
begeleiding van een werknemer op een werkplek; c. jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan
personen met een arbeidsbeperking en aan
werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk;
d. Overige voorzieningen: voorzieningen als
bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet;
e. persoonlijke ondersteuning bij werk:
ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de wet en begeleiding op de
werkplek als bedoeld in artikel 10da van de wet;
f. voorziening: door burgemeester en wethouders noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling waaronder mede wordt
begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken; g. wet: Participatiewet. Artikel 8. Scholing 1.
2.
Burgemeester en wethouders kunnen een
persoon die behoort tot de doelgroep een scholingstraject aanbieden.
Een scholingstraject voldoet in ieder geval aan de volgende eisen:
a.
het gaat de krachten of bekwaamheden van de persoon niet te boven; en
b.
3.
het draagt bij aan vergroting van de kans
b.
op inschakeling in het arbeidsproces van de persoon.
Het eerste lid is niet van toepassing op
personen jonger dan 27 jaar die uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kunnen volgen.
3.
4.
het draagt bij aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces van de persoon.
Het eerste lid is niet van toepassing op
personen jonger dan 27 jaar die uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kunnen volgen.
Burgemeester en wethouders kunnen in een
nadere regel bepalingen opnemen onder welke voorwaarden en de wijze waarop een scholingstraject wordt aangeboden.
Artikel 10. Reiskostentegemoetkoming
Artikel 10. Reiskostentegemoetkoming
1.
1.
Burgemeester en wethouders kunnen aan
personen die behoren tot de doelgroep een tegemoetkoming toe voor reiskosten voor
grond van een andere regeling aanspraak op vergoeding kan worden gemaakt of als de
3.
voor zover die voortkomen uit activiteiten in
van een re-integratie-, participatietraject. De vergoeding wordt niet verstrekt als op
het kader van een re-integratie- of participatietraject.
2. Indien aanspraak kan worden gemaakt op een vergoeding van de werkgever in de reiskosten
werkgever de kosten vergoedt.
Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en de hoogte van de
personen die behoren tot de doelgroep een
tegemoetkoming toekennen voor reiskosten
zover die voortkomen uit activiteit in het kader 2.
Burgemeester en wethouders kunnen aan
of van een andere regeling, wordt deze
vergoeding in aanvulling daarop verstrekt.
3. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de
tegemoetkoming.
voorwaarden en hoogte van de
tegemoetkoming en de wijze waarop deze tegemoetkoming wordt verstrekt.
Artikel 11. Ondersteuning kinderopvang
Artikel 11. Ondersteuning kinderopvang
Het college kan ondersteuning bieden bij het
1.
vinden van kinderopvang aan een persoon die
gebruik maakt van een voorziening, gericht op
vinden van kinderopvang aan een persoon die
gebruik maakt van een voorziening, gericht op
arbeidsinschakeling, die de noodzaak tot kinderopvang met zich brengt.
Het college kan ondersteuning bieden bij het
arbeidsinschakeling, die de noodzaak tot 2.
kinderopvang met zich brengt.
Burgemeester en wethouders kunnen een
aanvullende financiële tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang boven het wettelijk tarief verstrekken aan de persoon uit het
vorige lid. Dit kan indien en voor zo lang er
geen passende kinderopvang beschikbaar is
en zonder deze kinderopvang geen gebruik gemaakt kan worden van een voorziening,
gericht op arbeidsinschakeling. Deze persoon moet dan voldoen aan de volgende voorwaarden: a.
b.
c.
deze persoon ontvangt een
kinderopvangtoeslag op grond van de Wet kinderopvang;
deze persoon ontvangt een gemeentelijke tegemoetkoming op grond van artikel 1.13 van de Wet kinderopvang;
er is geen kinderopvang tegen kosten tot maximaal het wettelijk tarief op korte termijn beschikbaar. Bij de
beschikbaarheid wordt ook gekeken of
aanwezige kinderopvang in redelijkheid d.
3.
voor deze persoon bereikbaar is;
deze persoon heeft actief gezocht naar
kinderopvang tot maximaal het wettelijk tarief en blijft zoeken.
Burgemeester en wethouders geven bij het
toekennen van deze aanvullende financiële tegemoetkoming de periode aan waarvoor deze wordt verstrekt.
Artikel 19. Jobcoaching in natura
Artikel 19. Jobcoaching in natura
1.
Burgemeester en wethouders kunnen
Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve,
natura aanbieden.
2. Bij aanvragen om jobcoaching in natura en de
2.
ambtshalve, of op aanvraag, jobcoaching in Bij aanvragen om jobcoaching in natura en de voorbereiding van een beschikking op de
aanvraag is het bepaalde in de artikelen 11 tot en met 16 van overeenkomstige toepassing.
of op aanvraag, jobcoaching in natura aanbieden.
voorbereiding van een beschikking op de aanvraag is het bepaalde in de artikelen 11 tot en met 16 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 21. Werkbegeleiding
Artikel 21. Werkbegeleiding
1.
1.
Burgemeester en wethouders kunnen op
aanvraag subsidie voor het organiseren van
werkbegeleiding verlenen aan de werkgever.
1.
Burgemeester en wethouders kunnen op
aanvraag subsidie voor het organiseren van
werkbegeleiding verlenen aan de werkgever.
De in te zetten werkbegeleiding wordt bepaald op basis van de volgende
begeleidingsregimes: licht, middel.
De in te zetten werkbegeleiding wordt bepaald op basis van de volgende
2.
begeleidingsregimes: licht, middel. 2.
Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de kwaliteitseisen van een werkbegeleider,
regimes, doelgroep, soorten en voorwaarden
Burgemeester en wethouders kunnen in een
van werkbegeleiding.
nadere regel bepalingen opnemen over de kwaliteitseisen van een werkbegeleider,
regimes, doelgroep, soorten en voorwaarden van werkbegeleiding.
Artikel 22. Specifieke voorwaarden toekenning
Artikel 22. Specifieke voorwaarden toekenning
vervoersvoorziening
vervoersvoorziening
1.
1.
Burgemeester en wethouders kunnen een vervoersvoorziening toekennen aan een
vervoersvoorziening toekennen aan een
persoon die door zijn beperking niet
persoon die door zijn beperking niet
zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaats of
zelfstandig of zonder aangepast
opleidingslocatie kan reizen. Deze
vervoersmiddel naar zijn werkplek, proefplaats
vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden 2.
Burgemeester en wethouders bieden een
worden verstrekt. 3.
Burgemeester en wethouders bieden alleen
voorwaarden wordt voldaan:
een vervoersvoorziening aan voor vervoer dat
a.
beperkt is tot woon-werkverkeer.
b.
de persoon kan door zijn beperking niet 4.
De hoogte van de vergoeding in geld hangt af
het openbaar vervoer; en
van het aantal dagen dat moet worden
het vervoer is beperkt tot woon-
gewerkt en bedraagt het in de markt reguliere
werkverkeer.
tarief voor een taxi of een andere vorm van
De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt
vervoer. 5.
Burgemeester en wethouders brengen een
en bedraagt het in de markt reguliere tarief
eventueel bedrag voor een
voor een taxi of een andere vorm van vervoer.
vervoersvoorziening van de werkgever aan de
Burgemeester en wethouders brengen een
werknemer in mindering op de te verstrekken
eventueel bedrag voor een
vervoersvoorziening.
vervoersvoorziening van de werkgever aan de
5.
De vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld
zelfstandig reizen of gebruik maken van
4.
of opleidingslocatie kan reizen. 2.
verstrekt. vervoersvoorziening aan als aan de volgende
3.
Burgemeester en wethouders kunnen een
6.
Burgemeester en wethouders kunnen in een
werknemer in mindering op de te verstrekken
nadere regel bepalingen opnemen over de
vervoersvoorziening. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen onder welke voorwaarden deze voorziening wordt verstrekt.
voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt verstrekt.
Artikel 23. Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij een motorische handicap
Artikel 23. Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij een motorische handicap
1.
1.
2.
Burgemeester en wethouders kunnen een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende motorische lichaamsfunctie. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen onder welke voorwaarden deze voorziening wordt verstrekt.
2.
Burgemeester en wethouders kunnen een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende motorische lichaamsfunctie. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt verstrekt.
Artikel 24. Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen
Artikel 24. Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen
1.
1.
2.
3.
Burgemeester en wethouders kunnen een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken. De meeneembare voorziening wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel nader uitwerken hoe het de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer bepaalt
2.
3.
Burgemeester en wethouders kunnen een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken. De meeneembare voorziening wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt verstrekt.
Artikel 25. Specifieke voorwaarden
Artikel 25. Specifieke voorwaarden
1.
1.
werkplekaanpassingen
Burgemeester en wethouders kunnen een
aanpassing van de werkplek toekennen aan
een persoon, als dit nodig is om zijn werk uit te voeren.
werkplekaanpassingen
Burgemeester en wethouders kunnen een
aanpassing van de werkplek toekennen aan de
werkgever van een persoon, als de persoon dit nodig heeft om zijn werk uit te voeren.
2.
Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel nader uitwerken hoe het de
2.
noodzaak en meerwaarde van de
Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de
voorwaarden en hoogte van deze voorziening
werkplekaanpassingen bepaalt.
en de wijze waarop deze voorziening wordt verstrekt.
Artikel 26. Werkgeverspremie
Artikel 26. Werkgeverspremie
1.
1.
2.
3.
Burgemeester en wethouders kunnen op aanvraag een werkgeverspremie verstrekken aan een werkgever die direct verband houdt met het in dienst nemen of houden, dan wel met het aanbieden van een arbeidsplaats aan iemand uit de doelgroep. De premie is bedoeld als een eenmalige (opstart)vergoeding voor een werkgever, niet zijnde een uitzendbureau, ter compensatie van inwerken, begeleiding en/of tijdelijk productieverlies. Voor de in lid 1 genoemde kosten geldt dat deze noodzakelijk zijn en niet op een andere manier zijn of kunnen worden vergoed. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de duur en omvang van het dienstverband en de maximale hoogte van de premie.
N.v.t.
2.
3.
Burgemeester en wethouders kunnen op aanvraag een werkgeverspremie verstrekken aan een werkgever die direct verband houdt met het in dienst nemen of houden, dan wel met het aanbieden van een arbeidsplaats aan iemand uit de doelgroep. De premie is bedoeld als een eenmalige (opstart)vergoeding voor een werkgever, niet zijnde een uitzendbureau, ter compensatie van inwerken, begeleiding en/of tijdelijk productieverlies. Voor de in lid 1 genoemde kosten geldt dat deze noodzakelijk zijn en niet op een andere manier zijn of kunnen worden vergoed. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt versterkt.
Artikel 26a. Werknemerscheque 1.
Burgemeester en wethouders kunnen ter
ondersteuning voor het krijgen of behouden van een baan, een proefplaats, stage- of leerwerkplek een werknemerscheque
verstrekken aan een persoon uit de doelgroep als tegemoetkoming in aantoonbare extra 2.
3.
kosten.
Voor de in lid 1 genoemde kosten geldt dat
deze noodzakelijk zijn en niet op een andere manier zijn of kunnen worden vergoed.
Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de
voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt versterkt.