Besluit hogere waarden geluid (HW1275) Chw bestemmingsplan Papendorp
Tekst van het document
29 november 2023 HW1275
BESLUIT WET GELUIDHINDER
Onderwerp: Vaststelling hogere waarden voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting ingevolge Wet geluidhinder
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN UTRECHT Besluiten tot het vaststellen van hogere waarden Wet geluidhinder voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting ten behoeve van het Chw bestemmingsplan Papendorp.
1. Projectbeschrijving Het betreft het planologisch toestaan van onder andere nieuwe woningen. Procedure Op de voorbereiding van het besluit over de vaststelling van hogere waarden is overeenkomstig artikel 110c Wet geluidhinder, Afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
2. Zienswijzen Het ontwerpbesluit hogere waarden heeft van 18 augustus 2023 tot en met 28 september 2023 ter inzage gelegen. Naar aanleiding van het ontwerpbesluit zijn binnen de termijn zienswijzen ingediend welke een zijdelingse relatie hebben met het ontwerp hogere waarde besluit. Deze zienswijzen alsmede het gemeentelijk standpunt zijn opgenomen in het Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan Papendorp, behorende bij het vaststellingsbesluit. Deze zienswijzen en de beantwoording worden hier als ingelast beschouwd. De zienswijzen leiden niet tot aanpassing van het besluit hogere waarden.
3. Overwegingen 1.
Voor het plan is een procedure gestart om te komen tot vaststelling van een nieuw bestemmingsplan.
2.
Het plangebied ligt in de geluidzones van: de Rijksweg A2/A12 in “buitenstedelijk gebied” (artikel 1 Wet geluidhinder, begripsbepaling), de Mercatorlaan, de Ds. Martin Luther Kinglaan, de Stadsbaan, de Ptolemaeuslaan, de Janssoniuslaan, de Orteliuslaan inclusief HOV-baan en het Marinus van Tyrusviaduct (hierna te noemen Orteliuslaan), het Taatsenplein inclusief Bevrijdingslaan en Churchilllaan (hierna te noemen Taatsenplein) en de Papendorpseweg inclusief HOV-baan en Blaeulaan (hierna te noemen Papendorpseweg) (allen in “stedelijk gebied”) en het industrieterrein Hooggelegen.
3.
Bij het doorlopen van een bestemmingsplanprocedure voor een plan dat in de zone van een weg (artikel 74 Wet geluidhinder) of in de zone van een gezoneerd industrieterrein (artikel 52 Wet geluidhinder) ligt, mag de geluidsbelasting op woningen binnen de zone niet hoger zijn dan de zogenaamde voorkeursgrenswaarde, in casu 48 dB (artikel 82 Wet geluidhinder) respectievelijk 50 dB(A) (artikel 44 Wet geluidhinder). HW 1275 pagina 1 van 7
4.
Bij het doorlopen van een bestemmingsplanprocedure voor een plan dat in de zone van een weg (artikel 74 Wet geluidhinder) of in de zone van een gezoneerd industrieterrein (artikel 52 Wet geluidhinder) ligt, mag de geluidsbelasting op andere geluidgevoelige gebouwen binnen de zone niet hoger zijn dan de zogenaamde voorkeursgrenswaarde, in casu 48 dB (artikel 3.1 Besluit geluidhinder) respectievelijk 50 dB(A) (artikel 2.1 Besluit geluidhinder).
5.
De geluidsbelasting vanwege de Stadsbaan, de Ptolemaeuslaan en de Janssoniuslaan gaat de voorkeursgrenswaarde niet te boven.
6.
Artikel 83, eerste lid Wet geluidhinder, biedt de mogelijkheid om in buitenstedelijk gebied woningen te realiseren met een hogere geluidsbelasting vanwege wegverkeer dan de voorkeurgrenswaarde tot maximaal 53 dB. Artikel 83, tweede lid Wet geluidhinder, biedt de mogelijkheid om in stedelijk gebied woningen te realiseren met een hogere geluidsbelasting vanwege wegverkeer dan de voorkeurgrenswaarde tot maximaal 63 dB. De gemeente Utrecht heeft het beleid voor uitleggebieden, zoals Leidsche Rijn, voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen een hogere waarde te verlenen tot maximaal 58 dB. Artikel 59 Wet geluidhinder biedt de mogelijkheid om woningen te bouwen met een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde tot maximaal 55 dB(A).
7.
Artikel 3.2 Besluit geluidhinder biedt de mogelijkheid om in stedelijk gebied andere geluidsgevoelige bestemmingen te realiseren vanwege wegverkeer tot maximaal 63 dB (in stedelijk gebied) respectievelijk 53 dB (buitenstedelijk gebied). De gemeente Utrecht heeft het beleid voor uitleggebieden, zoals Leidsche Rijn, voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen een hogere waarde te verlenen in stedelijk gebied tot maximaal 58 dB. Artikel 2.2 Besluit geluidhinder biedt de mogelijkheid om andere geluidgevoelige gebouwen te bouwen met een hogere geluidsbelasting dan de voorkeurswaarde voor industrielawaai. Deze bedraagt voor onderwijsgebouwen, ziekenhuizen of verpleeghuizen maximaal 60 dB(A) en voor kinderdagverblijven en verzorgingstehuizen maximaal 55 dB(A).
8.
Burgemeester en wethouders maken gebruik van hun bevoegdheid tot het vaststellen van een hogere waarde (artikel 110a Wet geluidhinder) omdat verdergaande geluidsbeperkende maatregelen stuiten op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige en financiële aard. De rijkswegen rond het plangebied zijn reeds voorzien van een geluidsreducerend wegdek en met name langs Rijksweg A2 is reeds afscherming aanwezig in de vorm van schermen en wallen. Verder staat in Papendorp al afschermende (kantoor) bebouwing.
9.
De vast te stellen hogere waarden zullen, overeenkomstig artikel 110a, zesde lid Wet geluidhinder, niet leiden tot een onaanvaardbare geluidsbelasting.
10. Alle nieuwe woningen (nieuwbouw of door transformatie) zullen overeenkomstig het gemeentelijk beleid (Geluidnota Utrecht 2014-2018) de beschikking hebben over een geluidsluwe gevel. Dit is geborgd in het bestemmingsplan via de planregels. Voor het realiseren en veranderen van een geluidsgevoelige bestemming dient vast te staan dat de geluidsbelasting de voorkeursgrenswaarde ingevolge de Wet geluidhinder of de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting (hogere waarde), ingevolge het besluit Hogere waarde met inachtneming van de in dit besluit gestelde voorwaarde(n), niet overschrijdt. Hierdoor is juridisch geborgd dat de geluidsbelasting binnen de vastgestelde waarden en de voorwaarden van dit besluit blijven. Uit het onderzoek blijkt dat in (beperkte) delen van het plangebied de maximale waarden in gevolge de Wet geluidhinder t.g.v. de Rijkswegen A2 en A12 alsmede de maximale waarde volgend uit het gemeentelijk beleid voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen in Leidsche Rijn door de Mercatorlaan, de Orteliuslaan en het Taatsenplein worden overschreden. In die delen van het plangebied dienen daarom of woningen (en andere geluidsgevoelige bestemmingen) te worden uitgesloten, of aanvullende mitigerende (overdrachts-) maatregelen te worden getroffen of bij de uitwerking op die delen van de woningen waar de maximale waarde wordt overschreden HW 1275 pagina 2 van 7
dove gevels; vliesgevels of binnen de wet en het beleid passende bouwkundige voorzieningen te worden toegepast. In het Chw bestemmingsplan Papendorp is er mede vanwege de flexibiliteit en de toekomstbestendigheid voor gekozen om middels een borging via de planregels de kwaliteit te regelen. Er zijn aanvullende eisen in het besluit hogere waarde en daarmee in de planregels van het bestemmingsplan opgenomen. Deze hebben enerzijds betrekking op de voorwaarden waaronder woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen gerealiseerd mogen worden en anderzijds tot welke geluidsbelasting. Op deze manier is geborgd dat de maximale toegestane waarde ingevolge het hogere waarde besluit bij omgevingsvergunning verlening niet wordt overschreden. Door deze keuze blijft het in het plangebied ook mogelijk om vrijkomende milieuruimte door het eventueel treffen van additionele geluidsbeperkende maatregelen, zoals bijvoorbeeld afscherming door belendende (woon)gebouwen, te kunnen benutten voor ruimtelijke ontwikkelingen. Indien zou worden gekozen voor een defensieve benadering (d.w.z. uitsluiten van bestemmingen of het locatiegericht voorschrijven van dove gevels) zou dit niet kunnen. Op deze manier is de plankwaliteit te allen tijde in overeenstemming met dit besluit. Immers geluidgevoelige bestemmingen kunnen alleen dan gerealiseerd worden als aan de voorwaarden is voldaan.
Evenzo is zo gegarandeerd dat bij een overschrijding van de maximale waarde geluidgevoelige bestemmingen alleen met een dove gevel, een vliesgevel of binnen de wet en het beleid passende bouwkundige voorzieningen gerealiseerd kunnen worden. In het bestemmingsplan is geregeld dat de huidige HOV-busbaan op de Orteliuslaan en het Taatsenplein met een omgevingsvergunning op basis van het nieuwe bestemmingsplan kan worden omgezet naar een tramverbinding. Een tram is onderdeel van het wegverkeer en dient meegenomen te worden bij de afweging omtrent de aanvaardbaarheid van het geluid. Omdat thans niet geheel duidelijk is welke baanconstructie, welk type materieel, welke snelheid en welke frequentie er gereden gaan worden is een akoestische reserveringsruimte van 3 dB voor de tram opgenomen. Door deze ruimte te beperken tot 3 dB worden de maximale waarden van de Wet geluidhinder niet overschreden. Wel wordt hiermee voor de mobiliteitssprong van bus naar tram een hogere waarde toegestaan dan sec voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen op grond van het vigerende beleid voor Leidsche Rijn staande praktijk is. Gezien het algemeen belang van een tram voor de stad is dit aanvaardbaar. Na vaststelling van het bestemmingsplan moet nog een omgevingsvergunning worden aangevraagd en verkregen worden, voordat de trambaan daadwerkelijk aangelegd en in gebruik genomen kan worden.
Bij het toelaten van (door transformatie of nieuwe) woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen mag de geluidbelasting van het wegverkeer (dus zonder tram) voor deze wegen niet de volledige hogere waarde opsouperen, maar moet 3 dB lager zijn. Dit om de akoestische reserveringsruimte voor de tram te bestendigen na de bouw. De (woning)isolatie wordt afgestemd op de hogere waarde (dus inclusief de 3 dB reserveringsruimte voor de tram). In het bestemmingsplan is mede vanwege de flexibiliteit en de toekomstbestendigheid voor gekozen om middels een borging via de planregels de kwaliteit te regelen (zie overweging 10). Er zijn aanvullende eisen in het besluit hogere waarde en daarmee in de planregels van het bestemmingsplan opgenomen. Deze hebben naast de voorwaarden waaronder woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen gerealiseerd mogen worden in dit geval ook betrekking op de realisatie van een tram. Er is geregeld tot welke geluidsbelasting hiervan gebruik gemaakt mag worden. Op deze manier is de plankwaliteit te allen tijde in overeenstemming met dit besluit. 11. De ontwikkeling in het plangebied Groenewoud, o.a. wonen, overlapt met een deel van het huidige gezoneerde industrieterrein Hooggelegen. Dit betekent dat ten behoeve van het bestemmingsplan Groenewoud de activiteiten van de asfaltcentrale beëindigd moeten worden.
Deze gronden worden via de aanpassingen in de plannen aan het gezoneerde industrieterrein onttrokken en de zone wordt gewijzigd. Het gezoneerde industrieterrein bestaat in de eindsituatie
HW 1275 pagina 3 van 7
dan nog slechts uit de aluminiumfabriek Nedal. Voor de situatie waarin KWS en de Asfalt Centrale (ACU) nog niet definitief is beëindigd is, is specifiek geregeld via de bestemmingsplanregels in het Chw bestemmingsplan Papendorp dat nieuwe woningen nog niet in gebruik genomen kunnen worden. Voor de garantie van een goed woon- en leefklimaat geldt altijd: eerst de ACU weg en dan pas kan er gewoond worden. Dit is expliciet geregeld omdat ondanks het opheffen van de zone deze overeenkomstig artikel 41 lid 3 Wet geluidhinder materieel blijft bestaan zolang een of meerdere inrichtingen die in grote mate geluidbelasting veroorzaken nog aanwezig zijn.
Besluit Gelet op bovenstaande hebben burgemeester en wethouders van Utrecht besloten: A.
Een hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen voor het Chw bestemmingsplan Papendorp als volgt vast te stellen: - maximaal 55 dB(A) vanwege industrielawaai (Hooggelegen) - maximaal 53 dB vanwege de Rijksweg 2/12 (A2/A12) - maximaal 57 dB vanwege de Ds. Martin Luther Kinglaan - maximaal 58 dB vanwege de Mercatorlaan - maximaal 58 dB vanwege de Orteliuslaan (exclusief tram) - maximaal 58 dB vanwege het Taatsenplein (exclusief tram) - maximaal 55 dB vanwege de Papendorpseweg
B.
Voor de Orteliuslaan en het Taatsenplein (inclusief Bevrijdingslaan en Churchilllaan) een hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting voor het Chw bestemmingsplan Papendorp als volgt vast te stellen (voor de omzetting van de bestaande HOV-baan (bus) naar HOV-baan tram): - maximaal 61 dB vanwege de Orteliuslaan (inclusief tram) - maximaal 61 dB vanwege het Taatsenplein (inclusief tram)
C.
Indien toepassing is gegeven aan subbesluit B, dan geldt dat voor het toelaten van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen langs de onder B genoemde wegen de waarde onder subbesluit B als de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting (in plaats van de waarde onder subbesluit A).
1.
Aan het besluit worden voor nieuwe woningen met een geluidsbelasting boven de voorkeurswaarde de volgende voorwaarden verbonden: ● Geluidsluwe gevel De woning heeft ten minste één gevel met een geluidsniveau niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde; ● Woningindeling De woning bevat voldoende verblijfsruimte(n) aan de zijde van de geluidsluwe gevel. Dit geldt voor ten minste 30% van het aantal verblijfsruimten of 30% van de oppervlakte van het
HW 1275 pagina 4 van 7
verblijfsgebied; ● Buitenruimte Indien de woning beschikt over een buitenruimte, dan is deze gelegen aan een gevel waar de geluidsbelasting niet meer dan 5 dB hoger is dan de geluidsluwe gevel. Deze eis geldt voor maximaal één buitenruimte per woning.
2.
Aan het besluit wordt in afwijking van het vermelde onder 1 voor nieuwe onzelfstandige woningen of woningen van 30 m2 of kleiner met een geluidsbelasting boven de voorkeurswaarde de volgende voorwaarde verbonden: ● Geluidsluwe gevel Tenminste 50% van de woningen dienen in hetzelfde gebouw gesitueerd te zijn aan een gevel met een geluidsbelasting van maximaal 5 dB boven de voorkeursgrenswaarde.
3.
Voor de beoordeling van het gestelde onder 1 en 2 moet voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen de invloedssfeer van de Orteliuslaan en het Taatsenplein (inclusief Bevrijdingslaan en Churchilllaan) voor de betreffende wegen uitgegaan worden van de geluidsbelasting overeenkomstig subbesluit A. Indien toepassing is gegeven aan subbesluit B (realisatie tram) dan geldt dat voor de beoordeling van het gestelde onder 1 en 2 dat bij de realisatie van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen de invloedssfeer van de Orteliuslaan en het Taatsenplein (inclusief Bevrijdingslaan en Churchilllaan) voor de betreffende wegen uitgegaan moet worden van de geluidsbelasting overeenkomstig subbesluit B. Bij het voldoen aan het gestelde in het Bouwbesluit (geluidwering gevels) moet voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen de invloedssfeer van de Orteliuslaan en het Taatsenplein (inclusief Bevrijdingslaan en Churchilllaan) voor de bijdrage van de betreffende wegen altijd uitgegaan worden van de geluidsbelasting overeenkomstig subbesluit B.
Voor nadere akoestische informatie m.b.t. wegverkeer wordt verwezen naar het rapport Akoestisch onderzoek Papendorp, d.d. 10 mei 2023 met referentie VL-IL-TMLV1001 versie 1.0 van de Ontwikkelorganisatie Ruimte van de gemeente Utrecht.
Voor nadere akoestische informatie m.b.t. industrielawaai wordt verwezen naar het rapport Ontwikkeling bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Papendorp, d.d. 25 mei 2023 met referentie 09187-56900-06v2 van Cauberg Huygen.
De vastgestelde hogere waarde is het gevolg van een akoestische afweging en toetsing aan de Wet geluidhinder. Zij heeft geen betrekking op andere toetsingskaders en afwegingen die in het kader van de ruimtelijke ordening (kunnen) worden gemaakt.
HW 1275 pagina 5 van 7
Burgemeester en wethouders van Utrecht, namens dezen A.I. Teuns Programmamanager Gezond Leefklimaat Dit document is automatisch aangemaakt, hierdoor staat er geen geschreven handtekening onder dit besluit.
HW 1275 pagina 6 van 7
Beroep Belanghebbenden kunnen gedurende zes weken na publicatie van dit besluit beroep aantekenen. Het besluit wordt na afloop van de beroepstermijn van kracht tenzij vóór deze datum beroep is ingesteld en een verzoek wordt gedaan om voorlopige voorziening. Het besluit wordt in dat geval niet van kracht, voordat op dat verzoek is beslist. Het beroepschrift moet worden gericht aan: Raad van State Afdeling Bestuursrechtspraak Postbus 20019 2500 EA Den Haag Het verzoek om voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzitter van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Voor het instellen van beroep of voorlopige voorziening zijn griffierechten verschuldigd.
HW 1275 pagina 7 van 7