Beoordelingstraject 't Hoogt en advies
Tekst van het document
Beoordelingstraject ‘t Hoogt en advies Beoordelingstraject ‘t Hoogt Voor de cultuurnotaperiode 2021-2024 heeft een externe commissie bestaande uit leden van de Adviescommissie Cultuurnota 2021-2024 het meerjarenplan 2021-2024 van ‘t Hoogt beoordeeld in samenhang met het plan voor de Machinerie als geheel. Op basis daarvan heeft de gemeente een jaarlijkse bijdrage van 0,46 miljoen euro per jaar aan ‘t Hoogt verleend. Dit bedrag wordt ieder jaar geïndexeerd. ‘t Hoogt dient gedurende deze periode ieder jaar een nieuw jaarplan en begroting in, zodat hun aanvraag paste bij de specifieke situatie van het desbetreffende jaar (in het kader van de verhuizing naar de Machinerie). Toen op 19 oktober 2022 bekend werd dat het initiatief van de Machinerie stopte, betekende dit dat de plannen van ‘t Hoogt, op basis waarvan de gemeente het bedrag toegekend heeft, niet geheel ten uitvoer gebracht konden worden. Wij achtten het daarom noodzakelijk om ’t Hoogt een nieuw plan en begroting voor 2023 en 2024 te laten ontwikkelen, passend bij de nieuwe situatie na het stoppen van de Machinerie, en deze weer te laten beoordelen door een externe commissie bestaande uit leden van de Adviescommissie Cultuurnota. Echter was het niet mogelijk om dit voor het begin van het jaar voor 2023 te doen, omdat de impact voor het stoppen van Stichting de Machinerie voor ‘t Hoogt nog niet duidelijk was.
Zowel de Gemeente Utrecht en ‘t Hoogt hadden tijd nodig om zich te beraden op de toekomst. Daarom is afgesproken met ‘t Hoogt dat voor 2023 het gereserveerde bedrag toegekend zou worden, maar dat ze een nieuw jaarplan en begroting voor Q3 en Q4 2023 en 2024 naar aanleiding van de nieuwe situatie (zonder Machinerie) aan zouden leveren voor 1 april 2023. Deze plannen zouden beoordeeld worden door worden door de externe commissie, op basis waarvan hoogte van het herziene subsidiebedrag voor 2023 en het subsidiebedrag voor 2024 bepaald zou worden. Het ingediende jaarplan voor Q3 en Q4 2023 en 2024 is ondertussen beoordeeld door de externe commissie. Hun advies vindt u hieronder. Hoewel de commissie verdere uitwerking nodig acht van de plannen van ’t Hoogt op een nieuwe locatie, adviseert ze om voor Q3 en Q4 2023 toch het gevraagde bedrag van 242.762 euro toe te kennen (totaalbedrag 485.524 euro voor 2023). Dit omdat de commissie er waarde aan hecht vanwege de lange geschiedenis van de organisatie en de unieke positie die zij in de stad inneemt. Op deze wijze wil de commissie ‘t Hoogt voldoende ruimte geven om niet gehinderd door een bezuinigingsopgave de gevraagde jaarplanning en begroting voor 2024 te ontwikkelen. Wij hebben dit advies gedeeltelijk overgenomen, maar hebben besloten om de subsidie voor 2023 gedeeltelijk in te trekken met 62.178 euro.
Dit omdat op basis van de geleverde stukken het onvoldoende realistisch is dat alle activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend plaats zullen vinden in 2023, en daarmee de groei in de begroting tussen 2022 en 2023 onvoldoende onderbouwd is. De commissie is verder van mening dat een tussentijdse weging voor 2024 noodzakelijk is en adviseert om ‘t Hoogt te vragen uiterlijk 1 oktober 2023 een beknopt document ter herziening van het jaarplan en de begroting voor 2024 in te dienen. Ook dit advies hebben wij overgenomen. ’t Hoogt wordt gevraagd om voor 1 oktober een herzien jaarplan en begroting voor 2024 aan te leveren waarbij expliciet onderscheid gemaakt wordt op kosten die betrekking hebben tussen een nomadisch programma en kosten die betrekking hebben op een nieuwe locatie. Op deze manier kan het realisme van het plan en de hoogte van de subsidie getoetst worden. Dit nog in te dienen herziene plan zal opnieuw beoordeeld worden door de externe commissie, waarna een besluit genomen zal worden over toekenning van subsidie voor ‘t Hoogt voor 2024.
Advies Het nieuwe Hoogt Stichting ´t Hoogt Gevraagd subsidiebedrag: € 242.762,- voor 2023 (betreft Q3 en Q4) € 485.524,- voor 2024 Commissieleden: Lars Brouwer, Heske ten Cate, Emjay Rechsteiner Secretaris: Anita Twaalfhoven Accounthouders: Rick Everts, Saskia Kluitmans
Samenvatting aanvraag Het nieuwe Hoogt (voorheen HIT, ’t Hoogt in Transitie) zou in 2023 zijn intrek nemen in de beoogde nieuwe locatie De Machinerie in het Utrechtse Werkspoorkwartier. Voor De Machinerie diende HIT met FOTODOK, De Maakruimte en het Nederlands Film Festival (NFF) een gezamenlijke aanvraag in voor de periode 2021-2024. In november 2022 is om economische redenen besloten dat dit centrum voor film- en beeldcultuur er niet komt. HIT besloot verder te gaan onder de naam Het nieuwe Hoogt en heeft het doel een nieuwe locatie te vinden. Sinds begin 2023 werkt de organisatie vanuit De Havenloods. Ze maakt gebruik van de filmzaal van de Bibliotheek Neude en ontwikkelt programma’s in samenwerking met De Nijverheid, de Werkspoorfabriek en Hof van Cartesius. Het nieuwe Hoogt wil de komende periode voorzien in ruimte voor nieuw talent, kleinschalige films van beginnende makers, bijzondere samenwerkingen, vernieuwende concepten en filmeducatie. Complementair aan de bestaande vertoners in de stad, richt de organisatie zich op de nieuwe generatie producenten en consumenten, met een lokale focus maar met nationale reikwijdte. Ze wil context geven aan een actueel aanbod van kwaliteitsfilm, zowel online als in de zalen, en het gesprek aangaan met makers en publiek. Ook nodigt ze gastcurators uit en verbindt ze filmmakers aan kunstenaars van diverse disciplines.
Met een community-programmering en partners wordt ruimte gegeven aan verschillende perspectieven en nieuwe publieksgroepen. Naast diverse partners in de filmwereld werkt Het nieuwe Hoogt onder meer samen met de HKU, FAAM Utrecht en Creatief Vermogen Utrecht en is ze kernpartner in de filmeducatie Hub Midden. Doelgroepen van het filmeducatieprogramma zijn leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs en studenten van het MBO en HBO. De organisatie heeft het voornemen zich te vestigen op het terrein van een bestaande broedplaats, door het plaatsen van een eigen loods van circa 250m2. Hierin komen twee technisch goed geoutilleerde filmzalen met in totaal 120 stoelen, een kleine horecavoorziening en een buitenruimte voor zowel openluchtvertoningen als exposities en installaties. Hierover is Het nieuwe Hoogt in overleg met Vechtclub XL, waar de nieuwe plek op Beton T is te realiseren, en met De Nijverheid, waar op korte termijn beschikbare ruimte vrijkomt. Daarbij wordt uitgegaan van een realisatie voor eind 2023.
Advies Artistieke kwaliteit De commissie heeft begrip voor de bijzonder lastige situatie waarin Het nieuwe Hoogt zich bevindt als gevolg van het wegvallen van de beoogde locatie in De Machinerie. Ze betreurt het dat het gezamenlijke centrum voor film- en beeldcultuur met NFF, FOTODOK en De Maakruimte geen doorgang kon vinden. De commissie noteert de directiewisseling bij Het nieuwe Hoogt en de korte tijdspanne om te komen tot een nieuw plan van aanpak. Tegelijkertijd is ze kritisch over het gebrek aan behoedzaamheid in de huidige overgangssituatie. Ze had meer reflectie van de organisatie verwacht om van daaruit tot een sterkere herpositionering te kunnen komen. Ze spreekt haar
verbazing uit over het hoge ambitieniveau en merkt op dat ze in deze fase een bescheiden programma passender had gevonden. Het nieuwe Hoogt stelt in de aanvraag dat een vaste locatie onontbeerlijk is. De commissie merkt op dat het initiatief en de keuze voor een locatie bij Het nieuwe Hoogt zelf ligt. In samenwerking met ter zake kundige partijen ontwikkelt de organisatie hiervoor een eigen, verplaatsbare filmloods. De commissie vindt echter dat de scenario’s om deze loods bij Vechtclub XL of De Nijverheid te plaatsen onvoldoende zijn uitgewerkt. Ze mist reflectie op de beoogde - zeer verschillende - locaties en een hierop toegespitste strategie ten aanzien van het artistiek-inhoudelijke programma en het publieksbereik. Overigens vraagt de commissie zich af waarom de optie om langduriger met een nomadisch programma te werken niet sterker is meegewogen. Ze had hiervan graag een meer overtuigende motivering gezien. De commissie mist ook een evaluatie van de programmering in relatie tot doelgroepen en publieksbereik in de afgelopen nomadische periode van Hoogt on Tour. Ze vraagt zich af wat de ervaringen waren met jonge makers, co-creatie, community programmering, crossovers en peuterbios – en welke lessen de organisatie hieruit trekt ten aanzien van de komende programmering en de keuze voor een locatie.
De commissie vindt het waardevol dat de organisatie door ruimte te geven aan nieuw talent en kleinschalige kwaliteitsfilms een hiaat opvult in de stad. Enthousiast is ze over de deskundigheid op het gebied van filmeducatie voor het onderwijs. Voor de Cultuurnotaperiode 2021-2024 is een onderscheidend artistiek programma uitgezet en op basis hiervan is er vertrouwen in het vakmanschap en de kwaliteit van Het nieuwe Hoogt. Wel mist de commissie op het moment van schrijven een concretere inkleuring van het programma voor de komende anderhalf jaar met namen van mogelijke curators en filmmakers. Verder benadrukt ze dat de samenwerking met de voormalige partners in De Machinerie onderbelicht blijft, terwijl een substantieel aantal nieuwe partners naar voren komt zonder dat deze samenwerkingsplannen nader zijn uitgewerkt. Zakelijke kwaliteit De commissie ziet de zakelijke kwaliteit als instabiel en het dekkingsplan als risicovol. Ze spreekt zich er kritisch over uit dat de organisatie in deze fase niet voor een meer realistische en bij de omstandigheden passende begroting en programmaomvang heeft gekozen. De plannen met betrekking tot de filmloods en de beoogde locaties zijn volgens de commissie in zakelijk en financieel opzicht vooralsnog onvoldoende haalbaar en laten zowel op de kortere als langere termijn grote onzekerheden zien.
In de aanvraag is niet uitgekristalliseerd hoe de organisatie in de betreffende omgeving draagvlak gaat vinden, hoelang de loods daar kan blijven staan en hoe het verdienmodel zich zal ontwikkelen. De commissie acht een volledig draaiende filmloods in september 2023 als een onrealistische termijn, aangezien de financiering hiervoor nog georganiseerd dient te worden. De commissie twijfelt zodoende aan de kosten- en batenraming van 2024 die volledig is ingericht op de nieuwe eigen locatie. De geschatte omzet uit kaartverkoop ziet ze als onzeker omdat deze eveneens is gebaseerd op het vinden van een vaste plek. De financieringsmix is naast onder meer eigen inkomsten sterk afhankelijk van de gemeentelijke bijdrage, maar de commissie is positief over het stevige eigen vermogen. De Triodos Cultuurlening die een substantieel deel uitmaakt van het specifieke dekkingsplan voor de filmloods is niet bevestigd. Ook is het onduidelijk in hoeverre de organisatie deze lening daadwerkelijk zal kunnen aflossen. Ten aanzien van de gevraagde bijdrage aan het Mondriaanfonds merkt de commissie op dat ze de slagingskans laag acht en zich tevens afvraagt of deze aanvraag voor de realisatie van een kunstwerk gezien de situatie wel de juiste inspanning en prioriteiten betreft. Voorts ontbreekt een overtuigende risicostrategie in het geval van hoger uitvallende kosten dan wel tegenvallende inkomsten.
Tot slot benadrukt de commissie dat ze vanwege de precaire situatie waarin Het nieuwe Hoogt verkeert de stem en ondersteuning van de Raad van Toezicht mist in de aanvraag en het adviestraject. Ze hoopt dat de nieuwe directeur op de Raad van Toezicht kan bouwen wat betreft de continuïteit die de Raad zou kunnen verschaffen.
Betekenis voor de stad Pluriformiteit Met het aanbod van kwetsbare artistieke nichefilms en de aandacht voor beginnende makers biedt Het nieuwe Hoogt in beginsel meerwaarde ten opzichte van het bestaande film- en kunstenaanbod in Utrecht. De commissie plaatst echter de kanttekening dat deze onderscheidende signatuur in de voorliggende aanvraag wat mager is uitgewerkt. Ook benadrukt ze dat de positionering van Het nieuwe Hoogt zich op een nieuwe locatie weer moet gaan bewijzen. Het uitgebreide filmeducatieprogramma voor scholieren en studenten van het MBO en HBO biedt volgens de commissie een sterke bijdrage aan de pluriformiteit van het aanbod in de stad. Inclusiviteit Hoewel de organisatie zich inzet voor inclusiviteit en het bereiken van een divers publiek, kan de commissie vanwege de onzekerheid over de locatie niet goed inschatten hoe de publiekssamenstelling zich gaat ontwikkelen. De organisatie legt minder nadruk dan voorheen op publieksgroepen uit de binnenstad maar heeft geen onderzoek gedaan naar haar beoogde nieuwe doelgroepen. De commissie is positief over de community-programmering en aandacht voor onder meer Tori Oso, Keti Koti Utrecht en Black Achievement Month.
Meer in het algemeen merkt ze echter op dat het publiek van de commerciële aanbieders in de stad in bepaalde opzichten meer diversiteit laat zien dan het publiek dat wordt aangetrokken door de artistieke nichefilm. Stimuleren van creatief vermogen De commissie is lovend over het educatieprogramma voor zowel scholieren als studenten. Ze ziet de deskundigheid van Het nieuwe Hoogt op het gebied van filmeducatie als uniek. De organisatie zet zich proactief in voor mediawijsheid, filmgeletterdheid en digitale vaardigheden en het geven van betekenis aan de beelden die jongeren omringen. Ontwikkelruimte De commissie hecht er belang aan dat Het nieuwe Hoogt beginnende filmmakers een podium biedt. Ook in haar educatieprogramma draagt de organisatie bij aan de ontwikkeling van jong talent door jongeren zelf beeldverhalen te laten maken. Nieuwe generaties makers van artistieke films zijn van belang om zorg te blijven dragen voor de aanwas van nieuw publiek. De artistieke ontwikkelingen die de organisatie in gang wil zetten tekenen zich echter weinig concreet af door het ontbreken van namen van nieuwe filmmakers en gastcurators die de organisatie voor ogen heeft.
Conclusie De commissie heeft sterke twijfels over de haalbaarheid van het voorliggende programma en concludeert dat het zowel artistiek als zakelijk gezien onvoldoende realistisch is aangepast aan de nieuwe realiteit waarin Het nieuwe Hoogt verkeert. De scenario’s met betrekking tot de filmloods en de beoogde locaties bieden nog geen vertrouwenwekkende basis. De commissie is van mening dat een tussentijdse weging noodzakelijk is en ze adviseert om de organisatie te vragen uiterlijk 1 oktober 2023 een beknopt document ter herziening van het jaarplan en de begroting voor 2024 in te dienen. Het betreft de volgende aandachtspunten: intentieverklaringen van beoogde partners; een overeenkomst met een locatiehouder en een financieringsmodel en sluitende begroting die zijn toegespitst op de betreffende locatie met aldaar te bereiken publiek en aldaar te realiseren samenwerkingsverbanden. Mocht Het nieuwe Hoogt besluiten alsnog te werken met een nomadisch programma, dan dient de organisatie expliciet aan te geven welke onderdelen van haar voorliggende plan en begroting hierop betrekking hebben. Aansluitend adviseert de commissie Het nieuwe Hoogt om ruim voorafgaand aan de datum van 1 oktober een verkennend gesprek aan te gaan met de gemeente over een realistisch jaarplan voor 2024 met daarbij passende begroting.
Ondanks haar zeer kritische beoordeling van de aanvraag, hecht de commissie er vanwege de lange geschiedenis van de organisatie en de unieke positie die zij in de stad inneemt belang aan om voor Q3 en Q4 2023 het gevraagde bedrag toe te kennen. Op deze wijze wil de commissie Het nieuwe Hoogt voldoende ruimte geven om niet gehinderd door een bezuinigingsopgave de gevraagde jaarplanning en begroting voor 2024 te ontwikkelen. Advies De commissie adviseert voor Q3 en Q4 2023 het gevraagde bedrag € 242.762,- toe te kennen.