CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsnota Stadswater (november 2024)

Gemeenteraad 14 november 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Beleidsnota Stadswater34.963 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

‘In Utrecht moet plek blijven voor roei- en trainingswater’ voor een nieuwe op- en afstapplek voor recreatief roeien langs de Vecht in beeld: De Muinck Keizer­brug (aan Overvecht­zijde), Jacht­werf De Klop en Sport­park Vechtzoom. Deze locaties staan indicatief in figuur 8. Roeivereniging Viking wil samen met bewoners en omgeving een plan maken. De gemeente onder­ steunt dit initiatief van de roei­vereniging en helpt bij de verdere uitwerking. Zoals in het convenant tussen de gemeente en de roei­verenigingen uit februari 2022, staat is op voor­ hand niet precies duidelijk welke lange termijn­oplossing voor­ziet in het behoud van de roei­sport voor Utrecht. We blijven in overleg en streven ernaar om uit­eindelijk een goede oplossing te realiseren. In ons coalitie­ akkoord hebben we dit als volgt verwoord: ‘In Utrecht moet een plek zijn voor geschikt roei- en trainingswater, ook voor onze toproeiers. We onder­zoeken hier­voor twee locaties, te weten Rijnen­burg en Vianen-Ameide. We gaan uit­eindelijk voor het beste en meest gedragen alternatief. Verder kijken we naar de mogelijk­heden om het roeien verder te faciliteren langs de Vecht en het Merwedekanaal.’ Op basis van boven­staande zetten we vanuit sport het gesprek met de roei­verenigingen de komende tijd voort om te komen tot een goede oplossing voor alle betrokkenen.

52

Beleidsnota Stadswater Utrecht

Lay de Jong –

voorzitter studenten­ roeivereniging Triton

Welk Utrechts stadswater gebruik je het meest? Het Merwedekanaal tussen de Noordersluis en de Muntsluis. Op welke manier gebruik je dit stadswater het meest? In 2013-2014 begon ik met studeren in Utrecht. Ik had altijd al atletiek gedaan en zocht een sportieve uitdaging. Iemand in mijn introductiegroepje wilde kijken bij Triton, dus bij puur toeval kwam ik tijdens de Utrechtse Introductie Tijd (UIT) bij het kraampje van Triton terecht. Roeien, tot dan mij onbekend, leek mij zo’n vette sport: het ploegverband, het gaan tot het uiterste, de kracht en soepelheid samen en dat allemaal buiten op het water! Ik was op slag verliefd. Ik heb toen 7 jaar lang ‘wedstrijdgeroeid’ bij Triton, in het begin trainde ik 8 keer per week, op het eind was dat vaak meer dan 14 keer. Eerst trainde ik uitsluitend op het Merwedekanaal

en was voor mijn gevoel eigenlijk de hele dag op het water. Richting het eind, toen ik wat meer internationaal begon te focussen, trainde ik noodgedwongen veel in Amsterdam: daar zit de nationale bond, en zit ook het betere roeiwater. Hoewel ik in Amsterdam natuurlijk veel leerde van de coaches daar, keek ik eigenlijk altijd wel uit naar de momenten dat ik op een rustig moment midden op de dag m’n bootje in het water kon leggen op 5 minuten fietsen vanaf mijn voordeur om even wat baantjes te trekken in Utrecht. Na afgelopen jaar mijn roeidoelen bereikt te hebben met een bronzen plak op het EK, besloot ik te stoppen met topsport. Ik werd gevraagd door mijn roeivereniging om de Praeses, voorzitter, te worden voor een jaartje. Dit leek mij een mooie manier om iets voor de vereniging terug te doen, en ook om op het land de vereniging mee te maken. Sindsdien ben ik natuurlijk veel bezig met de

toekomst van het roeien op het Merwedekanaal zodat iedereen ook in de toekomst nog kennis kan maken met deze allermooiste sport. Een mooi voorbeeld is natuurlijk het recent ondertekende roeiconvenant! Wat hoop je op dit stadswater te zien over 20 jaar? Als ik mijn fantasie volledig de vrije loop mag laten, dan zou ik heel graag hebben dat het beroeibare gedeelte van het stadswater weer net zo breed wordt als vroeger. Wat mij betreft wordt het gehele kanaal dan breder, zodat er ook nog ruimte is voor de recreatievaart, woonboten en andere watersporters. Het blijft mooi dat zoiets nog steeds midden in de stad gebeurt. Natuurlijk ligt mijn hart bij het roeien, en ik zou het schitterend vinden dat over 20 jaar nog steeds het roeien actief wordt gedaan op het Merwedekanaal. En dat het op alle niveaus mogelijk blijft; het recreatief roeien en natuurlijk het toproeien. Nu lijkt dat natuurlijk een luchtkasteel. 53

Beleidsnota Stadswater Utrecht

Ambitie 6: verbeteren bestaande routes voor kano en SUPs Varen met kano en SUP is schoon, gezond, goedkoop en neemt weinig ruimte in beslag. Afgelopen jaren zien we een flinke stijging van kano, SUP en andere kleine vaartuigen in de binnenstad. Samen met de Utrechtse Kanoclub ziet de gemeente verschillende kansen om bestaande kanoroutes te verbeteren en mogelijk uit te breiden. Dit draagt bij aan spreiding van drukte in de binnenstad. Denk hierbij aan het maken van in- en uitstaplekken, extra overdraagplaatsen of aanpassen van een al bestaande voorziening (trap in oever of kanostoep). 6.1 Meer in- en uitstapplekken (kanosteiger) realiseren voor kano’s en SUPs Samen met de Utrechtse Kanoclub heeft de gemeente 13 kansrijke locaties bepaald voor het maken van een in- en uitstapplek voor kano’s en SUPs. Deze locaties kunnen ook goed als rustplek worden gebruikt. De voorziening is klein en eenvoudig. Het staat ook wel bekend als kanosteiger. Het gaat om 5 locaties op de stadsbuitengrachten, 2 locaties op de Vecht, 3 locaties op de Vaartsche Rijn en 3 locaties bij de Kromme Rijn (zie figuur 8). 6.2 Verbeteren en uitbreiden van kanoroutes door bestaande voorzieningen aan te passen en extra overdraagplaatsen te maken In de stad en regio Utrecht bestaan mooie kano­routes met verschillende kano­voorzieningen.

Een kano­ voorziening is een smalle steiger of een ver­laagd deel in de oever dat geschikt is voor het in- en uitlaten van kano’s en supboards. De huidige kano­voorzieningen staan op de inter­actieve kano­kaart van de Utrechtse Kanoclub: UKC Kanokaart. Kansen voor verbetering liggen rond Klop­vaart, Noorder­park­gebied en rond Lunetten (forten en inundatie­kanaal). Het gaat om de volgende 5 locaties die kunnen worden aan­gepast tot een overdraagplaats: 1) Vecht – Hoogstraatbuurt (ten zuiden

van Rode brug), 2) Vecht – Klopvaart (bij Fort aan de Klop), 3) Kromme Rijn – Koningsweg (door­vaart tussen Lunet 1 en Lunet 2), 4) Lunet 4 – Inundatiekanaal/vis­trap (bij Oude Liesboschweg en Brennerbaan), 5) Lunetten – Inundatiekanaal (nabij Antillen). Verder is het wenselijk om de huidige kanoroute bij Noorderparkgebied te herstellen door de huidige waterplanten en overgroeiing te verwijderen. Ook is het wenselijk om een drijvende balk in de Klopvaart bij NRU en Fort de Gagel te verwijderen of hoger te plaatsen zodat je er onderdoor kan varen.

verbetering en moeten emissievrije vaartuigen € 3,85 per schutting betalen. Daarom is een soepele regeling voor het schutten van kano’s door de Weerdsluis extra gewenst. Voorstel is het plan om spierkracht gedreven vaartuigen onder de 6 meter gratis mee te laten liften met de pleziervaart.

Tot slot zijn er mogelijk kansen in Leidsche Rijn om een nieuwe kanoroute rond het Maximapark te maken door het aanleggen van extra overdraagplaatsen. In Leidsche Rijn-Vleuten De Meern leeft al vanaf 2017 een wens om een kanoroute door de wijken mogelijk te maken. Daarom gaan we samen met UKC, Natuurmonumenten en waterschap verkennen of het plan uit 2017 haalbaar is. Een nieuwe doorgaande kanoroute over de Haarrijnseplas is niet meer mogelijk. Op 13 oktober 2022 besloot de gemeenteraad voor een algeheel vaarverbod voor het westelijke deel van de Haarrijnseplas. Op 9 oktober 2024 heeft de Raad van State dit besluit echter vernietigd. Wij onderzoeken nu de mogelijkheden om het vaarverbod alsnog te realiseren. Het verbod moet de waterplanten en waterdieren op de natuurplas beschermen. 6.3 Geen sluisgeld bij Weerdsluis voor spierkracht aangedreven vaartuigen onder de 6 meter Het is momenteel niet makkelijk om een kano over te dragen bij de Weerdsluis vanwege de steile trap ten noorden van de sluis. Met een grotere groep levert deze situatie veel beperkingen op door de beperkte ruimte. In de huidige situatie zijn er geen mogelijkheden voor

Foto: een in- en uitstapplek voor kano’s en SUPs 54

Beleidsnota Stadswater Utrecht

Themakaart – Varen Legenda

€

•

Stadswater (zwem- en/of vaarwater)

•

Overig stadswater en Amsterdam-Rijnkanaal

•

Zoeklocatie laad- en losplek (stadshalte)

•

Invoeren emissieloos varen

•

Kansrijke locatie verhuurbedrijf boten

•

Kansrijke hubs voor overslag goederen naar water

•

Plannen voor nieuwe aanmeerplek voor korte duur

•

Nieuwe ligplaatszones recreatieve vaartuigen

•

Invoeren eenrichtingsverkeer

€

€

€

€

€

Figuu r 9 : verbetermogelijkheden thema Water om op te varen 55

Beleidsnota Stadswater Utrecht

3.4 Water om op te varen Ambitie 7: Eerlijke verdeling van schaarse ruimte om op te varen Ruimte is schaars, zeker in de binnenstad van Utrecht. Dat geldt op het land, maar ook steeds meer op het water en voor de overgang van land naar water.. De gemeente wil een eerlijke verdeling van schaarse ruimte om op te varen en ondernemers gelijke kansen bieden. Als eerste pakt de gemeente de overlast aan bij de gewilde openbare op- en afstaplocatie Oosterkade. Sinds de zomer van 2022 is de overlast voor buurtbewoners niet meer acceptabel. Daarnaast wil de gemeente meer ruimte bieden aan gedeeld gebruik van het water zoals het verhuren van fluisterbootjes en passagiersschepen. De ligplaatsvergunningen voor passagiersvaart (passagiersboten, rondvaarboten en waterfietsen) moeten van onbepaalde tijd omgezet worden naar bepaalde tijd omdat dit een schaars recht is. Ook willen we de huidige vier “exclusieve” op- en afstapplekken langs de Oudegracht voor de passagiersvaart openbaar maken. Net zoals op het land willen we dat alle gebruikers een marktconforme prijs voor het gebruik van het water betalen. We willen nieuwe ligplaatsen/ligplaatszones aanwijzen voor eigenaren van recreatieve vaartuigen die aan achtertuinen liggen zodat zij gaan meebetalen voor het gebruik van het vaarwater.

Ook wil de gemeente dat verhuurbedrijven van kano’s en SUPs gaan meebetalen voor het gebruik van het openbare vaarwater. 7.1 Verdelen van de openbare op- en afstapplekken over de exploitanten waardoor de Oosterkade wordt ontlast als gewilde locatie voor passagiers Na de urgente meldingen van bewoners in 2022 over de forse overlast bij op- en afstaplocatie Oosterkade heeft de gemeente extra kliko’s en een Dixi geplaatst. Ook is handhaving vaker in het gebied geweest. Helaas bleef de overlast door passagiers bestaan.

De gemeente is in gesprek gegaan met exploitanten om de huidige openbare op- en afstaplocaties te verdelen over de exploitanten. Voor de Oosterkade onderzoeken wij de mogelijkheid en juridische haalbaarheid om passagiersschepen (>12 passagiers) niet toe te staan om af te meren en passagiers op- en af te laten stappen. Voor rondvaart- en verhuurboten blijft dit wel mogelijk. Verder onderzoekt de gemeente de mogelijkheid om Paardenveldbrug, Stadskamer (onder Hoog Catharijne) en Catharijnesingel (Geertebolwerk) definitief aan te wijzen als op- en afstaplocatie voor passagiersschepen, rondvaartboten en verhuurboten. Het definitief aanwijzen van de locatie bij Paardenveld loopt mee met de nieuwe inrichting van Park Paardenveld. De genoemde drie locaties zijn, na in 2023 gedurende een half vaarseizoen als op- en afstaplocatie

te hebben gefungeerd, in 2024 voor het gehele vaarseizoen als zodanig aangewezen. 7.2 Afbouwen wachtlijst ligplaatsvergunningen en voorrang geven aan deelboten voor niet-commercieel gebruik In de stad Utrecht hebben ongeveer 482 eigenaren een ligplaatsvergunning voor hun eigen plezierbootje (recreatievaartuig). Hiermee liggen de huidige ligplaatszones vol. Deze particuliere bootjes worden het merendeel van de tijd niet gebruikt. Er is een wachtlijst voor nieuwe ligplaatsvergunningen die al in 2011 ‘bevroren’ is; vanaf dat moment was het niet langer mogelijk op de wachtlijst te komen. We bieden de mensen die op deze wachtlijst staan een

56

Beleidsnota Stadswater Utrecht

‘De gemeente biedt alle vaarondernemers gelijke kansen door de huidige ligplaats­ vergunningen naar bepaalde tijd om te zetten’ ligplaatsvergunning aan als er een plek vrijkomt. Op de huidige wachtlijst staan nog ongeveer 80 mensen (peildatum mei 2024). Met het oog op een kortere doorlooptijd van de wachtlijst en in het licht van Europese en nationale wet- en regelgeving en actuele jurisprudentie op het gebied van schaarse rechten, onderzoeken wij de noodzaak van aanvullende criteria om in aanmerking te komen voor een ligplaats (bijvoorbeeld dat de aanvrager woonachtig moet zijn in Utrecht) en die van het opstellen van een aangepaste verdelingssystematiek. Daarbij bekijken we ook of initiatieven voor gedeeld, niet commercieel gebruik van recreatievaartuigen een plaats kunnen krijgen in de Havenverordening . Een goed voorbeeld uit de stad is bijvoorbeeld het initiatief van een aantal buurtbewoners voor Buurtboot.nl.

De gemeente wil vergelijkbare initiatieven stimuleren door de regelgeving aan te passen en ruimte te creëren voor ligplaatsen voor gedeeld niet-commercieel gebruik. 7.3 Huidige ligplaatsvergunningen voor exploitanten omzetten van onbepaalde naar bepaalde tijd Momenteel liggen er 37 vaartuigen in het openbare water van Utrecht die worden verhuurd door een ondernemer (exploitant). Zij hebben daarvoor een ligplaatsvergunning van de gemeente. Het gaat in totaal om 19 passagiersschepen, 5 rondvaartboten en 13 waterfietsen. Deze ligplaatsvergunningen zijn door de gemeente voor onbepaalde tijd aan 9 bedrijven uitgegeven. Deze ligplaatsen zijn

ontstaan in de periode dat het oude beleid rondom het uitgeven van exploitatievergunningen nog van toepassing was, het zogenaamde limietenstelsel. In deze periode was een maximum gesteld aan het aantal exploitatievergunningen dat werd uitgegeven. Het limietenstelsel voor exploitatievergunningen heeft de gemeente in 2020 na een gerechtelijke procedure ingetrokken. Door het wegvallen van het limietenstelsel is het aantal exploitatievergunningen afgelopen jaren opgelopen, waar het aantal gemeentelijke ligplaatsen gelijk is gebleven.

57

Beleidsnota Stadswater Utrecht

Om iedere ondernemer op termijn een kans te bieden op een vergunning voor een ligplaats mogen die ligplaatsvergunningen voor exploitanten op grond van de Europese Dienstenrichtlijn niet voor onbepaalde tijd worden uitgegeven. De 37 ligplaatsen voor vaartuigen die worden verhuurd zijn namelijk beperkt in aantal. Men spreekt dan over een schaars recht. In de ‘Dienstenrichtlijn’ is bepaald wanneer er sprake is van een schaars recht. Op dit moment voldoet de gemeente Utrecht, voor wat betreft de ligplaatsvergunningen die voor onbepaalde tijd zijn toegekend aan bepaalde partijen, niet aan de Europese Dienstenrichtlijn cq de Nederlandse Dienstenwet. Om aan de wet te voldoen zullen de huidige ligplaatsvergunningen via een overgangstermijn moeten worden omgezet van onbepaalde naar bepaalde tijd. De duur van de overgangstermijn wordt voor een belangrijk deel bepaald aan de hand van de terugverdientijd van gedane investeringen. De overgangstermijn is nodig zodat de exploitanten zich voor kunnen bereiden op de nieuwe situatie. Na die termijn (van bijvoorbeeld 5 jaar) komen de ligplaatsvergunningen beschikbaar voor alle geïnteresseerde exploitanten. Via een nog uit te werken transparante verdelingssystematiek en aanvraagprocedure kan elke geïnteresseerde ondernemer reageren op en meedingen naar de vrijgekomen ligplaatsvergunningen.

Verdelingsmethodes die –in theorie- kunnen worden toegepast zijn selectie op basis van (1) weging van inhoudelijke (kwaliteits)criteria, (2) het hoogste bod, (3) loting en (4) wie het eerst komt wie het eerst maalt. De ligplaatsvergunningen worden in deze nieuwe systematiek uitgegeven voor bepaalde tijd. De verdelingssystematiek, de aanvraagprocedure en de duur van de vergunning worden vastgelegd in de Havenverordening en een daarop gebaseerde nadere regel.

Tabel 8: over zicht huidige en gewenste ligplaatsen voor verhuur van vaar tuigen binnen gemeente Utrecht Nr.

Categorie

Huidig aantal

Gewenste uitbreiding

Maximaal (limiet)

1

Passagiersschepen (meer dan 12 + bemanning)

19

5-10

24-29

2

Rondvaartboten (max 12 + bemanning)

5

0

5

3

Verhuurbootjes (cat II)

0

12

12

4

Waterfietsen (cat I)

13

0

13

5

Kano’s (cat I)

0

0

0 (geen ligplaats nodig)

6

SUP’s (cat I)

0

0

0 (geen ligplaats nodig)

Totaal

37

17-22

54-59

De gemeente gaat na vaststelling van de beleidsnota samen met de vaarondernemers in gesprek over de uit te werken procedure rondom afgifte van ligplaatsvergunningen. Daarbij is het belangrijk dat de vaarondernemers tijdig worden betrokken, tijdens de uitwerking van de procedure op de hoogte worden gehouden met duidelijke informatie en dat de eisen en wensen voor het uitgeven van de ligplaatsvergunning op tijd en duidelijk worden gecommuniceerd zodat vaarondernemers hier rekening mee kunnen houden en op in kunnen spelen. Voor de vaarondernemers die reeds een ligplaatsvergunning hebben, zal een overgangstermijn worden opgenomen.

7.4 Nieuwe ligplaatsen aanwijzen voor verhuur fluisterbootjes en passagiersschepen In de binnenstad is behoefte aan meer plekken voor het verhuren van boten zodat meer mensen kunnen genieten van het water. In de tellingen van 2019 tot en met 2022 zien we een lichte afname van het totaal aantal getelde verhuurbootjes (type 2) en passagiersschepen tijdens een drukke zomerdag (tabel 3). Voor deze categorieën vaartuigen ziet de gemeente ruimte om te groeien. Wij gaan (binnen de huidige ligplaatszones) op zoek naar ruimte voor ligplaatsen voor passagiersschepen en verhuurboten (type 2, fluisterbootjes) . Wij denken daarbij nu aan respectievelijk 5-10 en 12 ligplaatsen. In tabel 8 is het huidige aantal ligplaatsen en de gewenste uitbreiding te zien. 58

Beleidsnota Stadswater Utrecht

Voor de gewenste uitbreiding van het aantal ligplaatsen hebben wij een aantal potentieel kansrijke locaties op het oog, die wij samen met bewoners verder willen onderzoeken: 1) Smakkelaarsveld nieuwe binnenhaven, 2) Vaartsche Rijn tussen Vondelbrug en Oranjebrug, 3) Catharijnesingel op passantenhaven, 4) Paardenveld, 5) Van Asch van Wijckskade (nabij oostkant van de Van Asch van Wijcksbrug) en 6) Jachtwerf De Klop. Belangrijk is om deze plekken zoveel mogelijk te spreiden over de stad en de locaties niet te groot te maken. Om overlast te beperken stellen we voor de locaties voor de ligplaatsen van de verhuurboten een maximum van 6 ligplaatsen per locatie voor . Bij het aanwijzen van nieuwe ligplaatsen zijn goede voorzieningen zoals een toilet, afvalbakken en fietsparkeerplaatsen een vereiste. De toedeling van deze beoogde nieuwe ligplaatsen zal plaatsvinden conform de nog vast te stellen systematiek en procedure als genoemd onder 7.3. 7.5 Openbare op- en afstapplekken voor passagiersschepen en rondvaarboten langs Oudegracht De gemeente is voornemens de huidige op- en afstapplekken voor passagiers langs de Oudegracht aan te wijzen voor alle ondernemers die een exploitatievergunning voor rondvaartboten en passagiersschepen hebben.

In de loop der tijd zijn er door de gemeente 4 exclusieve op- en afstapplekken langs de Oudegracht aangewezen voor een paar ondernemers met passagiersschepen en rondvaarboten. Afgelopen jaren hebben meer ondernemers een exploitatievergunning gekregen. Zij hebben ook belang bij op- en afstapplekken voor hun passagiers langs de Oudegracht.

7.6 Recreatieve vaartuigen die aan achtertuinen liggen moeten ook betalen voor gebruik van het vaarwater De gemeente ziet afgelopen jaren een groei van het aantal plezierboten (recreatievaartuigen) in het vaarwater rond de binnenstad die, zonder vergunning, ligplaats innemen aan de eigen achtertuinen (van bewoners). Voorbeelden waar dit speelt zijn de Zilveren Schaats, Kruisvaart, Leidsche Rijn Oost en de Keulse Kade (noordelijk deel Merwedekanaalzone). De gemeente handhaaft hier tot op heden niet op, omdat het aanvankelijk om een beperkt aantal boten ging. De inschatting is dat het nu om circa 90 vaartuigen gaat en dat dit aantal aanzienlijk zal toenemen, onder meer vanwege de komst van nieuwe woningen nabij de Kruisvaart in 2025 en 2026.

havengeld betalen voor een ligplaats. Het gaat hier om een exclusieve ligplaats op het water, gesitueerd aan de eigen achtertuin van de bewoner. Iemand anders die daar niet woont mag daar dus geen ligplaats innemen met zijn recreatievaartuig.

Deze boten maken gebruik van het vaarwater in (de binnenstad van) Utrecht. Ze liggen het hele jaar op het water maar een meerderheid betaalt nu geen havengeld voor het innemen van de ligplaats. De mensen die nu al wel een ligplaatsvergunning hebben voor het innemen van een ligplaats aan de eigen achtertuin, betalen wel jaarlijks havengeld. Daarom wil de gemeente de Havenverordening en Havenatlas aanpassen én ook op de locaties die nu nog niet zijn aangewezen, nieuwe (zones met) ligplaatsen aan achtertuinen voor recreatievaartuigen aanwijzen, waar het innemen van een ligplaats vergunningplichtig is. Bij die aanwijzing houden we rekening met eventueel bestaande privaatrechtelijke afspraken over gebruik van het water ter hoogte van de eigen achtertuin. Alleen emissievrije boten komen in aanmerking voor een vergunning voor een ligplaats aan de eigen achtertuin. Alle eigenaren met boten bij hun achtertuin gaan dan

Deze maatregel draagt bij aan de motie ‘M166/2021 Toekomstgerichte, eerlijke liggelden voor boten in Utrecht’. Deze motie heeft als doel om een toekomstbestendige en eerlijke verdeling van tarieven voor het gebruik van het stadswater in de gemeente Utrecht te realiseren.

Bij de implementatie hiervan zal de gemeente eerst in kaart brengen welke boten zonder ligplaatsvergunning in het vaarwater rond de binnenstad liggen. Vervolgens zal de eigenaar van de boot van de gemeente een brief ontvangen. Eigenaren kunnen kiezen of ze een vergunning willen hebben en havengeld gaan betalen of bijvoorbeeld hun boot uit het water halen. Voor de ligplaatsvergunning moeten zij, volgens de dan geldende tarieven, leges betalen.

We overwegen een uitzondering voor het stadswater Liesveldse Wetering in de wijk Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern en de watergangen die verbonden zijn met dit water. Hier liggen ook boten aan achtertuinen. De Liesveldse Wetering is een lokaal vaarwater, bewoners kunnen met hun vaartuig alleen in de eigen wijk varen. Zij kunnen niet naar de binnenstad varen omdat ze het Amsterdam-Rijnkanaal niet kunnen oversteken. We gaan onderzoeken of het juridisch mogelijk en houdbaar is om op grond van bovenstaande overweging een uitzondering te maken op het innen van havengelden.

59

Beleidsnota Stadswater Utrecht

7.7 Verhuurbedrijven van kano’s en SUPs moeten per verhuur een kleine bijdrage betalen voor gebruik van het Utrechtse stadswater

7.8 Nieuwe openbare op- en afstapplekken voor passagiersboten toegankelijk maken voor minder valide gebruikers

Voor het gebruik van het stadswater betalen gebruikers havengeld. Verhuurbedrijven van kano’s en SUPs betalen op dit moment geen havengeld voor het gebruik van het stadswater. Dit komt omdat deze bedrijven hun materiaal naar binnen halen en in een werfkelder of opslag leggen. Overdag maken zij echter wel gebruik van het Utrechtse vaarwater. De gemeente vindt het wenselijk dat verhuurbedrijven die geen havengeld betalen ook gaan meebetalen voor het gebruik van het stadswater. Wij gaan onderzoeken of de Verordening Brug-, schut- en havengelden hiertoe mogelijkheden biedt, welke aanpassingen dan noodzakelijk zijn en welke (grondslag voor de) tariefstelling redelijk is.

De gemeente heeft het uitgangspunt om nieuwe open afstapplekken voor passagiersvaart toegankelijk te maken voor minder valide gebruikers, die bijvoorbeeld in een rolstoel zitten, conform het beleid Utrecht Standaard Toegankelijk. De gemeente is met initiatiefnemer SOLGU in gesprek om voor een aantal concrete locaties te bepalen welke faciliteiten de gemeente kan bieden, bv door het plaatsen van een oprijplaat of wellicht een liftje.

Deze verbetermaatregel sluit aan bij de strekking van motie M166/2021 die als doel heeft om een toekomstbestendige en eerlijke verdeling van tarieven voor het gebruik van het stadswater in de gemeente Utrecht te realiseren. Door ook verhuurbedrijven havengelden in rekening te brengen kan de kostendekkendheid van de haven- en liggelden toenemen. Afgelopen jaren is die kostendekkendheid afgenomen. Om emissievrij varen te stimuleren heeft de gemeente het tarief voor emissievrije vaartuigen verlaagd. Hierdoor ontvangt de gemeente structureel minder inkomsten. Wij streven ernaar het tarief voor de verhuurbedrijven zoveel mogelijk in lijn te laten zijn met de tarieven voor bijvoorbeeld rondvaarboten en passagiersschepen die in Utrechts water een ligplaats hebben. Wij vinden het belangrijk dat het een redelijk tarief is waardoor de toegankelijkheid voor exploitanten blijft geborgd. Een voorstel om het (nieuwe) tarief in te voeren zal worden gedaan bij de jaarlijkse aanpassing op de verordening op de heffing en invordering van brug-, schut- en havengelden. 60

Beleidsnota Stadswater Utrecht

Frank Nieuwesteeg –

inwoner en voorzitter Kleine Boten Club Utrecht (ook op de foto: Dirk Borst – inwoner en lid stuurgroep Kleine Boten Club Utrecht)

Welk Utrechts stadswater gebruik je het meest? Ik maak gebruik van verschillende doorgaande vaarroutes, bijvoorbeeld via de Vaartsche Rijn of via de Vecht richting Loosdrecht. Maar ik kom ook op de Kromme Rijn, het Merwedekanaal, de singels en de grachten. Op welke manier gebruik je dit stadswater het meest? Ik vaar graag op het water met mijn boot. Ik ben zo’n 30 jaar geleden begonnen met varen door een bootje in de singel te leggen vlakbij mijn ouderlijk huis. Iedereen zei toen: “Wat is dat voor rare hobby? Dat doe je toch zo niet in die vieze sloot?”. En nu zijn de bootjes niet aan te slepen. Dat beeld is volledig gekanteld.

Ik ben voorzitter van de Kleine Boten Club Utrecht. Onze club behartigt de belangen van de eigenaren van ruim 300 kleine boten in de grachten van Utrecht. We houden onderling contact, bijvoorbeeld als een boot er slecht bij ligt, zodat we elkaar kunnen helpen. Ook organiseren we activiteiten zoals lezingen over de geschiedenis van het water of cursussen over knopen leggen en aanleggen.

hun accu kunnen opladen of HVO100 kunnen tanken. De Kromme Rijn blijft ook bevaarbaar, uiteraard wel enkel elektrisch (of roeiend). Het Merwedekanaal kan nog steeds door iedereen gebruikt worden en de wachtlijst en ligplaatsvergunningen worden gereserveerd voor inwoners van Utrecht. Dit stimuleert ook toerisme in eigen regio.

Wat hoop je op dit stadswater te zien over 20 jaar? Ik hoop dat mensen uit de stad en regio ontspannen op het stadswater. Dat creëert betrokkenheid en het is beter dan dat mensen bijvoorbeeld op en neer vliegen naar Barcelona. We varen dan schoon: elektrisch of op HVO100*, en dat er meer punten zijn waar bootjes

* De afkorting HVO staat voor ‘Hydrotreated Vegetable Oil’. Dit type dieselbrandstof is geproduceerd op basis van met waterstof behandelde plantaardige oliën en restafval, zoals dierlijke vetten. Het getal ‘100’ achter HVO geeft aan dat het gaat om een duurzame diesel van hoge kwaliteit in de meest pure vorm (100%).

* De afkorting HVO staat voor ‘Hydrotreated Vegetable Oil’. Dit type dieselbrandstof is geproduceerd op basis van met waterstof behandelde plantaardige oliën en restafval,

61

Beleidsnota Stadswater Utrecht

Ambitie 8: Meer transport en bevoorrading van (zware) goederen over het water We willen meer transport en bevoorrading van (zware) goederen over het water in 2030, waarbij dit transport wordt uitgevoerd met emissieloze vaartuigen. Niet alleen logistiek emissieloos in de binnenstad, maar ook alle vaarwegen in de stad. Dat draagt bij aan onze doelen voor een leefbare stad die groeit, zoals schonere lucht, minder voertuigbewegingen over de weg en het ontlasten van de kwetsbare kades en werfkelders. Nu vervoeren we goederen via het water vooral naar en voor bedrijven in de binnenstad, maar onze ambitie is dat goederen ook over het water naar andere gebieden gaan. Bijvoorbeeld naar de nieuw te ontwikkelen gebieden als Beurskwartier en Merwedekanaalzone en naar nieuwe woon- en winkelgebieden via de (op)nieuw toegankelijke vaarwegen, zoals Catharijnesingel en Leidsche Rijn. Uiteraard is dit niet nieuw voor Utrecht. De binnenstad is van oudsher gevormd voor goederenvervoer over water (wervengebied) en het Merwedekanaal was ooit een belangrijke route voor goederentransport richting Amsterdam. Voor veel goederenstromen en gebieden is vervoer over water een goed alternatief. Zoals voor de horeca met de bierboot of het bedrijfs- en consumentenafval met de ecoboot. Een goederenstroom waar we richting 2030 meer regie op gaan pakken om via het water vervoerd te worden, is de bouwlogistiek.

Zo’n 30% van het vracht- en bestelverkeer in de stad komt voort uit bouwactiviteiten. Bouwlogistiek bestaat uit het vervoer van (zwaar) materiaal en materieel. Dit leidt tot opstoppingen en zware belasting van het wegennet. Bij bestemmingen aan of dicht bij water biedt transport over water een goed alternatief voor vervoer over de weg en zorgt het voor minder uitstoot. Dit geldt bijvoorbeeld voor nieuw te ontwikkelen woongebieden die langs

het water liggen. Voor de binnenstad zijn alle logistieke stromen relevant om te vervoeren over water, zodat we het wervengebied optimaal kunnen beschermen. Om meer goederenvervoer over water mogelijk te maken moeten we ruimtelijk en financieel investeren in noodzakelijke voorzieningen en infrastructuur. Plekken (vaste en tijdelijke/mobiele) aan het water voor overslag en opslag en geen verdere inperking van infrastructuur aan en over het water, zoals te lage (beweegbare) bruggen. Meer ruimte voor vervoer van goederen over het water als serieus alternatief voor het vervoer over de weg. Op het water zelf is deze ruimte er, maar op de wal ontbreekt dat. Zonder goede infrastructuur wordt het opschalen van het vervoeren van goederen over het water moeilijk of zelfs onmogelijk. Daarnaast staan bestaande havens die als overslagpunt (hub) gebruikt kunnen worden onder druk om opgeheven of verplaatst te worden in verband

met nieuwe ontwikkelingen zoals woningbouw. Het is voor goederenvervoer over water belangrijk om deze hubs te behouden voor de toekomst. Zodat eigenaren/ exploitanten voor de langere termijn investeren in hun havens om goederenvervoer over water op te schalen en kwalitatief aantrekkelijk te maken als alternatief voor vervoer over de weg. Bij de uitvoering en organisatie van vervoer over water heeft de gemeente Utrecht verschillende rollen. Naast de gebruikelijke rollen, zoals het reguleren van het vaarwater, het stimuleren van vervoer over water en vergunningverlener voor transport over water, is de gemeente Utrecht ook een marktpartij doordat het de bier- en ecoboot exploiteert. Bij de ontwikkeling van de inzet van bier- en ecoboot (vanaf 2010) waren er geen marktpartijen die de exploitatie van de boten financieel gedragen kregen en heeft de gemeente deze taak op zich genomen. Afgelopen jaren zijn er

62

Beleidsnota Stadswater Utrecht

Figuu r 10 : Het proces van goederenver voer via water.

nieuwe initiatieven vanuit de markt gekomen om op commerciële basis goederen over water te vervoeren. Met name op het gebied van bouwlogistiek. Omdat de kosten voor goederenvervoer over water hoog kunnen zijn, is het gewenst om samen te werken. Bijvoorbeeld met het gebruik van de faciliteiten, afstemmen van vaarten en lading. Zodoende kan meer volume en meer type goederenstromen vervoerd gaan worden en concurreren de partijen elkaar niet uit de markt. We werken momenteel aan 5 actielijnen om de ambitie te concretiseren en de eerste stappen te maken om het aandeel goederenvervoer over water te vergroten (zie 8.1 t/m 8.7). De verandering naar vervoer over water vraagt om een integrale stedelijke aanpak. Deze is uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma goederenvervoer 2023-2026, waarin de 5 actielijnen centraal staan.

8.1 Organisatie van de samenwerking voor vervoer over water in Utrecht De omslag naar meer vervoer over water kunnen we alleen succesvol maken als de partijen in de logistieke sector, de gemeente, andere overheden en kennisinstellingen goed samenwerken. Door samen te werken bouwen de partijen aan een structurele dienstverlening van goederen over water. Het doel van deze dienstverlening is dat op vaste tijden een boot vaart waar bedrijven hun goederen op mee kunnen geven. Daarnaast leren we van de samenwerking welk beleid en regels we moeten aanpassen om de ambitie te realiseren. Op 13 april 2022 heeft de gemeente Utrecht samen met 40 marktpartijen en andere overheidsinstellingen een intentieovereenkomst ‘Goederenvervoer over Water provincie Utrecht’ gesloten.

Onder het motto; “Varen waar het kan, rijden als het moet”. De vervolgstap is de samenwerking intensiveren. Dat hebben wij gedaan door een samenwerkingsovereenkomst te tekenen met een groot deel van de partijen eind 2022. Het doel van de overeenkomst is een (zelfstandige) uitvoeringsorganisatie op te zetten en vorm te geven aan structurele groei van goederenstromen via het water. In afstemming met de markt kan vervolgens gericht worden bepaald welke locaties en welke voorzieningen moeten worden gerealiseerd voor een kansrijke en haalbare dienstverlening voor vervoer over water.

63

Beleidsnota Stadswater Utrecht

8.2 Intensiveren van het gebruik van de huidige havens als stadshub voor overslag van goederen (o.a. bouwmateriaal, afval, horeca-producten) voor verder transport over water naar stadshaltes Goederenhubs aan het water en aan de rand van de stad zijn nodig. Daar worden de goederen van een grote boot op een kleine boot geladen of van voertuig op vaartuig. Er zijn drie havens die we beter gaan benutten als hub voor overslag van goederen vanaf grote naar kleinere boot: 1.

Bedrijventerrein Lage Weide (Container Terminal Utrecht); 2. Bedrijventerrein Laagraven-Liesbosch in Nieuwegein (grondgebied gemeente Nieuwegein); 3. Hoograven-Noord, langs de Vaartsche Rijn (Stadsbedrijven, voornamelijk afval). We gaan het gebruik van deze havens als stadshubs intensiveren op twee manieren. Ten eerste door aan te sluiten op regionale en landelijke goederentransport­ routes via het water. Onder andere afval, ruwbouw materialen voor woningen en grond, weg & waterbouw (GWW) gerelateerde goederen gaan al over het water, maar stoppen niet in Utrecht. We onderzoeken met de betrokken partijen welke goederen in Utrecht kunnen stoppen en wie dat gaat uitvoeren. Ook passen we de eisen voor de gemeentelijke inkoop en aanbestedingen aan, zodat grote volumes aan goederen (bijvoorbeeld GWW projecten) via het water naar Utrecht komen. Ten tweede door het samenbrengen van partijen om meer volume van goederen te verplaatsen naar een vaartuig. Daarnaast gaan wij ontvangers en bedrijven die aan het water zitten stimuleren en faciliteren om hun bevoorrading via het water te laten verlopen. Dit doen we nu door partijen bij elkaar te brengen en helpen om de businesscase uit te werken. Gezamenlijk zorgen we ervoor dat het aantal gebruikers van de goederenboten groeit en daarmee de kosten worden verlaagd.

Figuu r 11: Impressie van toekomstige hub voor over slag van goederen vanaf grote naar kleinere boot

Een van de havens staat onder druk om (na 2030) opgeheven of verplaatst te worden in verband met woningbouw. Het is voor goederenvervoer over water belangrijk om hubs te behouden op de juiste locaties voor de toekomst. Nieuwe locaties ontwikkelen is enorm duur, waarbij ook rekening gehouden moet worden met de grote van de boten die kunnen aanmeren en het verschil in waterniveau. De huidige hubs liggen op gunstige locaties en zijn daarmee een belangrijke schakel in het goederenvervoersysteem over water.

‘Gezamenlijk zorgen we ervoor dat het aantal gebruikers van de goederenboten groeit en daarmee de kosten worden verlaagd’ 64

Beleidsnota Stadswater Utrecht

8.3 Beleid ontwikkelen om vervoer over water te stimuleren In 2030 wil Utrecht meer vervoer over water bij bevoorrading van bedrijven of bouwprojecten die aan het water liggen. Hiervoor gaan we meer regie pakken over de (bouw)logistiek. Bijvoorbeeld door vervoer over water te verplichten, tenzij dit niet kan. Via voorwaarden bij de uitgifte van de grond zal emissieloos vervoer over water strikter worden opgelegd voor nieuw- en verbouwlocaties naarmate 2030 dichterbij komt. We doen pilots om meer kennis uit de praktijk te verkrijgen, waarmee we beter data gestuurd beleid kunnen ontwikkelen om goederenvervoer over water te stimuleren en waar nodig/wenselijk te verplichten. Met de pilots onderzoeken we welke andere stadslogistieke stromen nog meer over het water kunnen, zoals bouw-, retail-, consumentenlogistiek (pakketten) en bedrijfsafval. Voordat de pilot start, maken we samen met andere overheden en marktpartijen een plan van aanpak met de betreffende marktpartij en onderzoeken we of het (financieel) haalbaar is om zijn goederen via het water te transporteren. We faciliteren en ondersteunen marktpartijen bij de aanvraag van vergunningen en ontheffingen om te mogen varen. Door het uitvoeren van de pilot en het verkrijgen van inzicht in de processen, zien we welke regels van toepassing zijn.

Deze regels passen we vervolgens zo nodig aan, zodat vervoer over het water als eerste optie onderzocht gaat worden bij transporten die in de buurt van het water plaatsvinden. 8.4 Tijdelijke (mobiele) overslagpunten voor bouwlogistiek mogelijk maken We gaan nieuwe beleidsregels maken om bij bouw­ projecten die aan en nabij het water liggen, sterker te kunnen sturen op aan- en afvoeren van materiaal en materieel via het water. Om dit mogelijk te maken, zullen we locaties aanwijzen die tijdelijk gebruikt kunnen

worden als overslagpunt. Het gaat hier meestal om mobiele overslagpunten en/of punten die we circulair laten bouwen (en afbreken te zijner tijd). Dit zal met name gaan gelden voor de binnenstad en nieuwe ontwikkelingen die vlak bij vaarwegen liggen. 8.5 Goederenkaart met watertransporteurs Om goederenvervoer over water verder te stimuleren gaat Utrecht een digitale kaart maken met informatie over goederenvervoer over water. Op deze kaart staan onder andere de adressen van de watertransporteurs, de stadshaltes, hoogte van bruggen, maar ook waar elektrisch geladen kan worden of andere voorzieningen zijn voor de boten. Dit moet leiden tot meer inzicht voor marktpartijen waar het (in de toekomst) mogelijk is om te laden en lossen en een businesscase te schrijven. 8.6 Realiseren van laad- en losplaatsen (stadshaltes) voor goederenvervoer vanaf het water naar eindbestemming (o.a. bouwmateriaal, afval, horeca-producten) Stadshaltes zijn nodig om goederen vanaf de boot/ het water over te slaan naar het land en van daaruit naar de eindbestemming te brengen (over de weg). Een stadshalte is een overslagpunt van water naar land. Goederen kunnen vanaf een stadshalte snel door koeriers (vrachtfiets, kleine elektrische vrachtvoertuigen) naar de eindbestemming worden gebracht. Stadshaltes zijn zo nodig ook geschikt voor het afvoeren van huishoudelijk afval via (gespecialiseerde) schepen.

8.7 Minimale doorvaarhoogte van (beweegbare) bruggen Het vervoeren van grote, hoge en zware goederen via het water is sterk afhankelijk van diepgang en breedte, maar ook de bebouwing aan en over het water, zoals een brug. Deze vaste elementen zorgen voor een maximale hoogte, breedte, diepte en lengte van schepen. De komende jaren laat gemeente Utrecht meerdere bruggen bouwen om delen van de stad beter met elkaar te verbinden. Om goederenvervoer over water als goed alternatief beschikbaar te houden, zal de doorvaarthoogte een hoogte moeten hebben om gemakkelijk door te kunnen varen. Te lage bruggen zorgen voor veel minder vracht per vaart en het wachten op openen van bruggen kost veel tijd en geld. Met als gevolg dat het geen aantrekkelijk alternatief meer is. Het uitgangspunt is dat de nieuwe bruggen geen nieuwe beperkingen opleveren voor het vaarverkeer. Onderzoek moet vaststellen wat een geschikte minimale hoogte is van bruggen voor goederenvervoer, maar ook voor andere vaartuigen.

In en nabij de binnenstad zijn 10 kansrijke locaties aangemerkt voor nieuwe stadshaltes. Om deze kansrijke plekken tot stadshaltes te transformeren, gaan we een haalbaarheidsonderzoek uitvoeren. In dit onderzoek werken we de technische en economische voorwaarden uit. De locaties die haalbaar zijn gaan we realiseren. 65

Beleidsnota Stadswater Utrecht

Welk Utrechts stadswater gebruik je het meest? Ik woon aan de Veilinghavenkade en ik vind het heerlijk om zo nu en dan ‘s ochtends vroeg een aantal “baantjes” te zwemmen in de haven en daarnaast loop ik graag hard langs het AmsterdamRijnkanaal. Daarnaast vaar ik uiteraard voor Cityport of Utrecht geregeld door de wateren van Utrecht: rondje singels, de grachten maar natuurlijk ook over het Merwedekanaal en de Vaartsche Rijn. Op welke manier gebruik je dit stadswater het meest? In 2021 ben ik samen met een lokale ondernemer gestart met het initiatief Cityport of Utrecht. Mijn ambitie is om (een deel van) het goederenvervoer weer over water te laten gaan en dat uiteraard op een schone en stille wijze. Dat is mijn bijdrage aan een leefbare stad Utrecht. Het mooie is dat deze ambitie perfect aansluit bij de ambities van de gemeente Utrecht en de lokale ondernemers. De stad Utrecht is immers gebouwd om juist het goederenvervoer over water te laten gaan. Met elektrische vaartuigen kunnen we dit nu al op een emissievrije wijze invullen. Afgelopen periode hebben we daar mooie stappen in gezet en zijn al vele tonnen (bouw)materialen over het water aan- en afgevoerd. Hiervoor hebben we koplopers nodig. De koplopers zijn mensen die vanuit hun vak, hun passie en vanuit één visie graag dat stapje extra zetten.

Mijn wijze van gebruik van het stadswater is 1 op 1 gekoppeld aan de recent getekende intentieverklaring ‘Varen waar het kan, rijden als het moet’. De gemeente Utrecht, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Provincie Utrecht en Rijkswaterstaat hebben met meer dan 40 publieke partijen de afspraak gemaakt om weer met het gezicht naar het water te gaan staan. In plaats van standaard over de weg te gaan, hebben we met elkaar de intentie uitgesproken om juist bij water gerelateerde locaties eerst de optie van water te gaan verkennen.

Wat hoop je op dit stadswater te zien over 20 jaar? Over 20 jaar hoop ik samen met mijn kinderen door de stad, en de regio, Utrecht te fietsen en dan het water weer gebruikt te zien worden als op de foto’s van 100 jaar geleden. Uiteraard dan zonder karren en paarden, maar met elektrische voer- en vaartuigen. Ik zie overal op het water stille bootjes die de stadslogistiek verzorgen, van boodschappen, afval tot aan pakketjes en bouwmaterialen. Er is een systeem ontstaan van hubs aan de rand van de stad met de verbinding naar de provincie(s) en overslagpunten inclusief kranen in de binnenstad. Ik zie een mix van recreatie (roeiers, kanoërs, SUPers, bootjes, woonboten) en bootjes voor goederenvervoer die harmonieus en naadloos om en langs elkaar heen varen. Want laten we eerlijk zijn: er is genoeg water voor iedereen in Utrecht en van varen en het water wordt iedereen blij!

Frank Ardesch –

medeoprichter Cityport of Utrecht 66

Beleidsnota Stadswater Utrecht

Ambitie 9: Stimuleren schoon en stil vervoer over water In Utrecht geven we voorrang aan schone manieren van vervoer. Het klimaat en onze gezondheid vragen om andere keuzes. Voor voertuigen maken we de toelatingseisen van de milieuzone strenger en vanaf 2025 worden bedrijven binnen de zero-emissiezone alleen nog uitstootvrij bevoorraad. Naast voertuigen gaat dit ook gelden voor vaartuigen. De gemeente voert emissievrij varen gefaseerd in voor verschillende categorieën motor­boten. We proberen het voor gebruikers zo makkelijk mogelijk te maken om ook voor schoon vervoer te kiezen. Voldoende laadpalen is een voorwaarde voor het invoeren van een brandstofverbod. Bijvoorbeeld met voldoende laadpalen voor elektrische boten. 9.1 Passagiersvaart (commercieel) en beroepsvaart (goederentransport) emissievrij met uitzondering voor werkschepen van aannemers en varende woonschepen De passagiersvaart bestaat uit verhuurboten met een motor (meestal fluisterbootjes), rondvaartboten (met schipper en max 12 passagiers) en passagiersschepen (met schipper en meer dan 12 passagiers). Voor rond­ vaartboten en verhuurboten bestaat al vanaf 2015 gemeentelijk beleid rond emissievrij varen. Deze boten hebben inmiddels allemaal een elektrische motor. Voor passagiersschepen is de afspraak dat deze boten per november 2024 emissievrij zijn.

Vanwege de coronatijd hebben de ondernemers 2.6 jaar extra gekregen om naar emissievrij te gaan. In paragraaf 2.6 staat meer over de passagiersvaart en beroepsvaart in Utrecht en het aantal vaarbewegingen. Beroepsvaart bestaat uit de schepen van de gemeente, commerciële bedrijfsboten voor logistiek en bouw en andere goederenvervoerders. Met het Raamwerk Zero emission stadsdistributie Utrecht (ZES) uit 2017 heeft de gemeente als doel gesteld dat de bevoorrading in de binnenstad in 2025 uitstootvrij is. Op de weg geldt vanaf 2025 een nul-emissiezone voor bedrijfs- (bestel-) en vrachtwagens. Op het water zijn naar verwachting alle gemeentelijke vaartuigen in 2025 emissieloos.

Voor commerciële goederenvervoerders en bedrijfsboten voor bouwlogistiek streven wij ernaar dat die tussen 2026 en 2030 gefaseerd alle emissievrij varen. Hiertoe onderzoeken we (de haalbaarheid van) maatregelen waarbij toestemming om af te meren voor laden en lossen van goederen alleen wordt verleend aan schepen die emissievrij varen en het gebruik van overslagpunten en stadshaltes is voorbehouden aan emissievrije vaartuigen. Een uitzondering wordt gemaakt voor werkschepen (bijvoorbeeld werkschepen voor baggeren en uitvoeren van heiwerkzaamheden vanaf het water). Het streven is om met ingang van 1 januari 2030 emissievrije werkschepen te verplichten. Met uitvoerende bedrijven en andere medeoverheden gaan we hierover het gesprek aan. Daarnaast blijven ontheffingen nodig voor grotere woonschepen op het Merwedekanaal die daar nu een ligplaats hebben, bijvoorbeeld in de Veilinghaven, en varende woonschepen. 9.2 Pleziervaart (recreatievaart) Vanaf 1 januari 2026 emissievrij voor recreatievaartuigen met ligplaatsen buiten de landelijke motorbotenroute, vanaf 1 januari 2028 voor recreatievaartuigen met ligplaatsen binnen de motorbotenroute en vanaf 1 januari 2030 plezierboten van bezoekers (zonder ligplaats).

Recreatievaartuigen zonder ligplaatsvergunning mogen vanaf 1 januari 2028 tot 1 januari 2030 binnen de stad alleen nog gebruik maken van de vaarwegen langs de landelijke motorbotenroute BRTN 9. De pleziervaart bestaat uit recreatievaartuigen van bewoners met een ligplaats en van bezoekers zonder ligplaats (passanten). Recreatievaartuigen met een ligplaats zijn kleinere plezierboten en sloepjes waarvan in 2024 circa 70% al elektrisch vaart. Plezierboten van bezoekers zijn sloepjes die een rondje binnenstad varen en grotere motorjachten die op doorreis zijn. Deze boten hebben meestal een brandstofmotor. Zie verder paragraaf 2.6 met een beschrijving van het aantal vaarbewegingen van de pleziervaart in de stad Utrecht.

Beleid voor recreatievaartuigen met ligplaatsvergunning Totaal zijn er circa 480 ligplaatsen voor recreatievaartuigen van bewoners met een ligplaats. Hiervan is in 2024 circa 70% elektrisch. Voor deze categorie vaartuigen met ligplaats wil de gemeente emissievrij varen invoeren in twee stappen. 1. Met ingang van 1 januari 2026 verplichten we dat alle boten met een recreatieligplaatsvergunning die buiten de landelijke motorbotenroute liggen (BRTN­9) om emissievrij te zijn. Dit zijn ligplaatsen langs de oostelijke stadsbuitengracht, Biltsche Grift, Zilveren Schaats en de Leidsche Rijn (tussen Stadsbuitengracht en Amsterdamrijnkanaal) en het Merwedekanaal tussen afslag Vaartsche Rijn en sluiscomplex Oog in Al (Muntsluis). Hier liggen al kleinere boten die veelal elektrisch zijn en redelijk snel en goedkoop zijn om te bouwen met een nieuwe elektrische buitenboordmotor. 2. Met ingang van 1 januari 2028 gaat de gemeente emissievrii varen verplichten voor alle recreatie­vaartuigen met een ligplaatsvergunning. Langs de landelijke motorbotenroute BRTN­9 geldt een overgangsregeling van twee jaar. Dit betreft recreatieligplaatsen langs de Vaartsche Rijn en de Vecht (zie figuur 12). Op deze doorgaande route mogen in 2026 en 2027 nog recreatievaartuigen met een brandstofmotor liggen.

Recreatievaartuigen met ligplaats en een brandstofmotor die nu buiten de BRTN 9 route liggen moeten deze dus vanaf 2026 verplaatsen naar een ligplaats langs de Vaartsche Rijn en Vecht. Een uitzondering wordt gemaakt voor historische schepen met een ligplaats (niet commercieel). Deze schepen hebben een erfgoedwaarde. Voor een deel van deze schepen geldt als voorwaarde dat zij zijn opgenomen in het register Varend Erfgoed Nederland. Dit register wordt beheerd door de Federatie Varend Erfgoed Nederland (www.fven.nl). 67

Beleidsnota Stadswater Utrecht

Beleid recreatievaartuigen zonder ligplaatsvergunning Daarnaast is er een grote groep recreatievaartuigen van bezoekers zonder ligplaats (passanten). Dit zijn veelal sloepjes die in een paar uur een rondje binnenstad varen. Het betreft ook motorjachten waar overnachting op mogelijk is. Het merendeel heeft een brandstofmotor en maakt gebruik van de landelijke motorbootroute BRTN 9. De ambitie van de gemeente is om met ingang van 2030 voor deze hele groep emissievrij varen te verplichten. Dit is in lijn met de ambitie van het college om in 2030 een volledig emissievrije zone in te voeren voor alle voer tuigen in de binnenstad. De ambitie is om dit dus ook te laten gelden voor vaartuigen. De gemeente gaat in gesprek met de partners van BRTN 9 (provincies, water­ schappen, RWS, gemeentes en belangenorganisaties) om deze ambitie te realiseren. Eenzijdig optreden van de gemeente kan leiden dat recreanten de BRTN 9 route vermijden. Dit is ongewenst voor alle partijen. Recreatie­vaartuigen varen dan om de stad Utrecht heen door niet over de Vecht te varen maar gebruik te maken van het Amsterdams Rijnkanaal. Vanaf 1 januari 2028 tot 1 januari 2030 mogen recreatievaartuigen zonder ligplaatsvergunning binnen de stad alleen nog gebruik maken van de vaarwegen langs de landelijke motor­botenroute BRTN 9 (zie figuur 12).

Voor evenementen zoals bijvoorbeeld de Canal Pride wil de gemeente ook dat er met emissievrije vaartuigen wordt gevaren. De praktijk is nu dat er oude vervuilende vaartuigen uit Amsterdam ingezet worden in Utrecht.

In onderstaande tabel staat puntsgewijs wanneer voor welke categorie is aangekondigd dat emissievrij varen wordt ingevoerd en met welke ingangsdatum.

In figuur 12 staan de verschillende stadswateren en vanaf welk jaar emissievrij varen verplicht wordt.

Ta b e l 9: ove r zicht wa nne e r e mi s sievr ij va re n voo r ve r schille nde moto r va a r tuige n i s a a nge kondig d e n wo rdt ingevoe rd Categorie

Uitzondering

Gewenste uitbreiding

Maximaal (limiet)

Rondvaartboten en verhuurbootjes

Geen

Augustus 2015

September 2015

Passagiersschepn

Geen

2016

1 november 2024

2021 aankondiging uitstel vanwege corona Beroepsvaarten (bedrijfsboten, goederenvervoeders)

Werkschepen en varende woonschepen

2017

gefaseerd tussen 2026 - 2030

Recreatievaartuigen met ligplaats in Utrecht

Doorgaande motorbotenroute (BRTN-9)

2022 (bij start inspraak Beleidsnota Stadswater)

1 januari 2026

Formule besluitvorming na vaststelling beleidsnota Geen

2022 (bij start inspraak Beleidsnota stadswater)

1 januari 2028

Formele besluitvorming na vaststelling beleidsnota Recreatievaartuigen zonder ligplaats (bezoekers)

Doorgaande motorbotenroute (BRTN-9)

2022 (bij start inspraak)

1 januari 2028

Formule besluitvorming na vaststelling beleidsnota Alle motorvaartuigen

Emissievrij gehele stad

2022 (bij start inspraak)

Uitzonderingen blijvend: varende woonschepen en historische schepen met een ligplaats (niet commercieel)

Formule besluitvorming na vaststelling beleidsnota

1 januari 2030

Bij komende vergunningaanvragen zal in overleg met de organisatiecomités van evenementen worden besproken of dat de komende jaren stapsgewijs kan worden ingevoerd. Voor evenementen geldt ook dat vaartuigen met ingang van 2030 emissievrij zijn.

68

Beleidsnota Stadswater Utrecht

Themakaart – Emissieloos varen 46 - Titel document

Legenda •

Stadswater

•

Overig stadswater en Amsterdam-Rijnkanaal

•

BRTN route emissieloos vanaf 2030

•

Particuliere ligplaatszones emissieloos vanaf 2027

•

Emissieloos vanaf 2025

Figuur 12 : over zichtskaar t vanaf welk jaar emissievrij varen verplicht is voor ver schillende stadswateren

69

Beleidsnota Stadswater Utrecht

3.5 Regels, handhaving en veiligheid Ambitie 10: Bevorderen van goed en veilig vaargedrag Best veel mensen kennen de vaarregels niet of houden zich er niet aan. Vooral bij huurders van bootjes, kano’s en SUPpers lijkt dit het geval te zijn. Soms is voor gebruikers niet duidelijk wat de regels van de gemeente zijn. De gemeente wil met onderstaande verbetermogelijkheden goed en veilig vaargedrag bevorderen en duidelijker maken wat wel en niet kan. 10.1 Betere voorlichting/instructies over vaarregels en vaargedrag van verhuurbedrijven aan huurders Het is belangrijk dat huurders van vaartuigen goede instructie krijgen over de vaarregels en het vaargedrag van verhuurbedrijven en de gemeente. Eventueel kan dit door het ondertekenen van een document. De gemeente monitort jaarlijks op het aantal incidenten op het water. Eventuele klachten kunnen gemeld worden via www.utrecht.nl/meldingen. Op deze manier houden we vinger aan de pols. 10.2 Vaarkaart uitbreiden met regels voor vaargedrag Voor de binnenstad is er een vaarkaart. Deze zal de gemeente uitbreiden met regels voor goed vaargedrag. Deze vaarkaart met vaarregels wordt naar ligplaats­ houders gestuurd, uitgedeeld bij de sluis en door verhuurbedrijven uitgedeeld zodat schippers op de hoogte zijn.

70

Beleidsnota Stadswater Utrecht

10.3 Voorlichting en communicatie wat er mag per plek Er liggen kansen voor verschillende manieren van voorlichting en communicatie over goed en veilig vaargedrag. De gewenste focus ligt op positieve communicatie en bewustwording. Een aantal mogelijke communicatie- en voorlichtingsacties om goed en veilig vaargedrag te stimuleren: ࢟

࢟

Een fysieke campagne aan de start van het vaarseizoen, met de nadruk tijdens de zomermaanden op drukke vaarroutes om schippers bewust te maken van de mogelijke overlast die zij veroorzaken en de regels van goed en veilig vaargedrag onder de aandacht te brengen. Collega’s van de Havendienst delen ter plekke complimenten en tips uit aan schippers.

10.4 Voorlichting op borden 4,5 km per uur Om mensen bewuster te maken van de maximaal toegestane vaarsnelheid overwegen we een aantal voorlichtingsborden te plaatsen op strategische locaties. Er staan al borden met de toegestane snelheid als je de stad binnenkomt.

10.5 Minimale vaarwegbreedtes van al het stadswater opnemen in de Havenatlas De gemeente gaat voor alle stadswateren de minimale vaarwegbreedtes opnemen in de Havenatlas. Voor de Vecht heeft het waterschap AGV al een minimale vaarwegbreedte van 17 meter opgenomen. Dit neemt de gemeente over en gaat dit ook bepalen voor de andere stadswateren. Zo willen we voor het Merwedekanaal de minimale breedte van 25 meter opnemen zoals is afgesproken in het roeiconvenant. Op deze wijze kunnen we beter nieuwe vergunningen beoordelen voor aanlegplekken, steigers, doorgang van bruggen. 10.6 Aanscherpen regels voor evenementen op water Afgelopen jaar krijgt de gemeente meer vergunnings­ aanvragen binnen voor evenementen op het stadswater. Het verzoek van de initiatiefnemer is vaak om een bepaalde waterweg tijdelijk af te sluiten voor ander vaarverkeer. Een deel van de gracht is dan bijvoorbeeld voor een middag alleen beschikbaar voor publiek van het evenement en niet voor andere vaartuigen. De gemeente hanteert als uitgangspunt dat het stadswater zoveel mogelijk openbaar toegankelijk blijft en het vaarverkeer niet volledig wordt gestremd voor een

evenement. Totale tijdelijke afsluiting van het vaarwater wordt zoveel mogelijk beperkt tot uitzonderlijke, grote evenementen, zoals de Canal Pride. 10.7 Westelijke stadsbuitengracht aanwijzen voor schaatsen (vaarverbod aanwijzen) Bij ijsvorming volgt de gemeente het beleid en de draaiboeken van waterschappen en Rijkswaterstaat. Bij voldoende vorst dient het waterpeil op schaatsroutes zo constant mogelijk te worden gehouden om een betrouwbare ijsvloer te krijgen. Waterschap en Rijkswaterstaat zijn verantwoordelijk voor het peilbeheer en zorgen met gemalen, stuwen en inlaten voor de juiste waterstand in de sloten, kanalen en plassen. De gemeente wordt als vaarwegbeheerder betrokken door de waterbeheerders. Het varen verbieden draagt ook bij aan een goede ijsbaan. De gemeente kiest ervoor, zodra het vooruitzicht op schaatspret zich voordoet, de westelijke stadsbuitengracht af te zetten voor boten om te varen. Hiermee zitten we de rondvaart niet in de weg omdat deze op de Oudegracht en oostelijke Stadsbuitengracht vaart. In de winter van 2021 is dit ook gedaan en goed bevallen.

71

Beleidsnota Stadswater Utrecht

Ambitie 11: Verminderen overlast vanaf het water en vanaf de oever bij drukbezochte zwemlocaties Utrecht heeft een van de mooiste oude binnensteden in Europa. In de binnenstad moet levendigheid samengaan met rust. Dat maakt de stad leefbaar. Deze balans tussen levendigheid en rust geldt ook op het stadswater. Afgelopen 3 jaar zijn er 3 keer meer meldingen rond overlast op het water bij de gemeente binnengekomen. Dit zijn voornamelijk mensen die op of aan het water wonen. We overwegen, na een zorgvuldige toetsing op juridische haalbaarheid en uitvoerbaarheid de volgende voorstellen om overlast vanaf het water te verminderen. 11.1 Verbod op specifieke snelle vaartuigen, zoals jetski’s, voor alle stadswateren Het voorstel is om snelle vaartuigen zoals jetski’s te verbieden, omdat ze niet passen in een leefbare stad. Een gracht of kanaal in de stad is geen geschikte plek om met een jetski te varen. Op een zomerdag komt dit wel eens voor. De gemeente heeft hier afgelopen vaarseizoen meerdere klachten over gehad. Het is toegestaan als de jetski’s zich maar houden aan de maximale snelheid van 4,5 km per uur. Een jetski is alleen gemaakt om snelheid mee te maken, niet om met een (maximale) snelheid van 4,5 km per uur mee te varen. Daarom is het voorstel om specifieke snelle vaartuigen zoals jetski’s te verbieden voor alle stadswateren.

Dit wil de gemeente regelen op basis van de Scheepvaartverkeerswet.

11.2 Het invoeren een vaarverbod voor de nacht (23.00 uur - 7.00 uur) Om de rust voor bewoners aan het water te bevorderen en overlast te beperken, onderzoeken we de haalbaarheid van het instellen van een tijdslimiet voor vaartuigen. Uit de enquête en stadsgesprekken blijkt dat een groot deel van de geluidsoverlast afkomstig is van (personen op) vaartuigen. Uitgangspunt is dat deze maatregel gaat gelden voor alle stadswateren. We overwegen een uitzondering voor goederenvervoer. 11.3 BOA’s die toezicht houden vanaf een boot In 2022 is de gemeente een pilot gestart om tijdens drukke zomerdagen toezicht te houden vanaf het water. Voor 2022 hielden we toezicht vanaf de kant. Dit is een samenwerking tussen de medewerkers Havendienst en Toezicht en Handhaving. Een aantal BOA’s heeft voor deze specifieke vorm van toezicht het vaarbewijs gehaald. We kijken of iedereen zich aan de regels houdt. Vanaf een boot kunnen de BOA’s overtreders gemakkelijker aanspreken. BOA’s zijn op deze manier gelijkwaardiger met de schipper en opvarenden dan wanneer zij vanaf de kant toezien. De BOA’s kunnen handhaven op bijvoorbeeld onnodig overlast veroorzaken voor omwonenden, afval achterlaten en wildplassen. Op deze manier wil en kan de gemeente overlast voorkomen en ervoor zorgen dat iedereen het plezierig heeft op en rondom het water.

De eerste bevindingen zijn positief. Tijdens het vaarseizoen in 2022 hebben BOA’s op het water, binnen de pilot ‘handhaven vanaf het water’ 5 handhavingsacties uitgevoerd. Tijdens deze acties zijn mensen, zowel op het water als nabij de waterkant, aangesproken op hun (ongewenste) gedrag. In 2023 hebben BOA’s op het water 19 handhavingsacties uitgevoerd. Naast het ‘reguliere toezicht vanaf het water handelen we ook meldingen van overlast af. De route van onze handhavingsboot wordt mede bepaald op basis van de binnengekomen meldingen. Toezicht vanaf het water, waar nodig in combinatie met toezicht van de wal, blijkt effectief. De gemeente heeft deze werkwijze in 2024 voortgezet en wil die de komende jaren binnen bestaande middelen continueren en prioriteren. De inzet op het water is onderdeel van het jaarlijkse Handhavingsprogramma en -verslag. Samen met de inzet op het bevorderen van goed en veilig vaargedrag (ambitie 10) willen wij de overlast hiermee zoveel mogelijk voor zijn. Voor de uitvoering van toezicht en handhaving op de verschillende maatregelen in deze beleidsnota om overlast vanaf het water te verminderen (ambitie 11) zijn nog geen extra financiële middelen beschikbaar. De omvang daarvan, inclusief de noodzakelijke opleiding voor het houden van toezicht vanaf het water, moet blijken uit de nadere uitwerking ervan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=4fa08422-7e49-4a43-a9bd-d1cc157ddb22