CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsnota omgevingsvisie Overvecht 20241125

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 19 december 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Beleidsnota omgevingsvisie Overvecht 2025 – 204018.704 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Optoppen Nieuwbouw maximaal 2 4-6 bouwlagen (terugliggende) bouwlagen

Balkons zorgen voor 'ogen op straat'

Prettige binnentuinen waar men kan samenleven

Eigentijds, meer gelaagdheid in de gevel

Gedeelde parkeer- en mobiliteitsoplossingen

Beleidsnota omgevingsvisie Overvecht 2040

51

Centrale as Op de locaties rondom HOV-haltes wordt ingezet op de ontwikkeling van sterk gemengde, hoogstedelijke milieus. Dit biedt kansen voor het ontstaan van nieuwe levendige gebieden met een combinatie van woningen, werkplekken en voorzieningen. Bestaande bebouwing en nieuwe ontwikkelingen smelten samen tot aangename plekken met menselijke maat.

Ontwikkeling

Structuur

Hoogte

52

B: Visie

Verdichten van deze plekken door meer bebouwing toe te voegen door herschikking van de ruimte, benutten van verharding en parkeerterreinen. Sloop-nieuwbouw is mogelijk als dit kansen biedt voor significante verdichting, een goede woningmix, verbeterde wijkstructuur en menging van functies. Zoals eerder benoemd houden we ons hierbij aan ons eigen beleid en de geldende wet- en regelgeving. Vervanging van lage gebouwen door hogere bebouwing is dan het meest voor de hand liggend. Voor bestaande hoogbouw ligt de focus op verduurzamen en renoveren in combinatie met transformatie, optoppen/aanbouwen.

Groen en openbare ruimte

Bij elk initiatief groeit groen mee. In de openbare ruimte krijgt de voetganger prioriteit en is de openbare ruimte zoveel mogelijk autovrij. Kwalitatief en efficiënt omgaan met deze schaarse openbare ruimte. Robuust, klimaatadaptief en natuurinclusief groen aan en op gebouwen is van groot belang voor de groene kwaliteit van het gebied. Ontwikkelingen kunnen ten kosten gaan van bestaand groen waaronder bomen.

Bij sloop-nieuwbouw is er aandacht voor lokaal hergebruik van materialen. Zoveel mogelijk toepassen van herbruikbare, duurzame en circulaire materialen. Er komt Duurzaamheid een duurzaam, collectief energiesysteem op basis van hernieuwbare bronnen. Daken en gevels worden gebruikt om groen toe te voegen.

Optoppen maximaal 2 (terugliggende) bouwlagen

De ruimtelijke structuur mag afwijken van de huidige situatie; er is ruimte voor nieuwe bouwblokken met een hoogstedelijk karakter. De karakteristieke hovenstructuur houden we herkenbaar, maar in een meer stedelijke en compacte vorm. Stedelijke laag van 6 bouwlagen is de basis (lager indien nodig wegens bezonning) met een goede levendige plint. Aan de parkranden en centrale as is daarboven ruimte voor zorgvuldig ingepaste hoogteaccenten tot 50 meter, met een minimale afstand van 100 meter tot elkaar. Voor de inpassing van hoogbouw passen we de hoogbouw richtlijnen toe.

Architectuur

Een meer divers en kwalitatief architectuurbeeld als aanvulling op de bestaande Overvechtse karakteristiek, maar wel robuuste gebouwen met horizontale belijning. Streven is een warmere uitstraling in materialen en meer gelaagdheid en verfijning in de gevel. Bij bouwplannen zal dit verder worden uitgewerkt. Bijzondere aandacht is er voor de eerste twee bouwlagen en het zorgen voor levendigheid, menselijke maat en de aansluiting van de bebouwing op de openbare ruimte.

Programma

Levendige functiemix van wonen, voorzieningen en werken. Significante ruimte voor werkgelegenheid waaronder werkgebouwen. Voorzieningen en actieve functies in de plinten van de bebouwing. Utilitaire functies zoals parkeren en logistieke functies worden ingepast binnen het gebouw.

Woonmix

Gebiedsontwikkelingen waar meer dan ca. 300 woningen worden toegevoegd moeten op zichzelf gemengd zijn. Dat wil zeggen dat er ruimte is voor sociale huurwoningen, woningen voor middeninkomens en duurdere woningen. Ook wat betreft woningtype moet er ruimte zijn voor kleine huishoudens (jong en oud), gezinnen en bijzondere woonvormen zoals wooncoöperaties, woongroepen of gemengd wonen.

Parkeren

We passen hier lagere autoparkeernormen toe. Parkeren bij ontwikkelingen in gebouwde voorzieningen. We streven naar een forse reductie van parkeerplaatsen in de openbare ruimte.

5 meter terugliggend hoogteaccent boven de stedelijke laag (tot 50 meter) Stedelijke laag 6 bouwlagen (tenzij onvoldoende bezonning/ licht) Levendige plinten (min. 4,5 meter hoog)

Nieuwbouw 4-6 bouwlagen

Nieuwbouw met hoogteaccenten tot 16 lagen

Groene binnenterreinen voor voetgangers en fietsers, entree aan het maaiveld

Afwisseling in bouwhoogten, aantrekkelijke gevels met goed ontworpen buitenruimten en overgangszones naar het trottoir

Extra aandacht voor de eerste 2 bouwlagen: prettig en levendig naar het openbaar gebied toe

Verdichting langs de Centrale as met nieuw type bebouwing Beleidsnota omgevingsvisie Overvecht 2040

53

Hoogstedelijk gebied (centrum en station) Centrum Overvecht en stationsgebied Overvecht zijn van wijkoverstijgende waarde en van belang als stedelijk knooppunt (RSU). Door de uitstekende bereikbaarheid zetten we in op de ontwikkeling van sterk gemengde, nieuwe hoogstedelijke milieus. Dit biedt kansen voor het ontstaan van nieuwe gebieden met een combinatie van woningen, werkplekken en voorzieningen. Voor Overvecht Centrum wordt een apart masterplan gemaakt. Voor de Stationsomgeving zal de planontwikkeling nog worden opgestart.

Ontwikkeling

Sterk verdichten van deze gebieden met compacte hoogstedelijke blokken. Om de gebiedsopgave te realiseren is op sommige plekken sloop-nieuwbouw nodig, zoals eerder benoemd houden we ons hierbij aan ons eigen beleid en de geldende wet- en regelgeving. Dat kan door bijvoorbeeld lage bebouwing te vervangen voor hogere. Ook het toevoegen van bebouwing op bijvoorbeeld parkeerterreinen behoort tot de mogelijkheden. Voor bestaande hoogbouw ligt de focus op verduurzamen en renoveren in combinatie met transformatie, optoppen/aanbouwen.

Structuur

De ruimtelijke structuur mag afwijken van de huidige situatie; er is ruimte voor nieuwe bouwblokken met een stedelijk karakter. Daarbij spelen we wel in op de Overvechtse (orthogonale) structuren, en horizontale robuuste bebouwing.

Hoogte

Stedelijke laag van 6 lagen is de basis (lager indien nodig wegens bezonning). Daarboven is ruimte voor zorgvuldig ingepaste hoogteaccenten tot 50 meter, aan de parkranden en centrale assen, met een minimale afstand van 100 meter tot elkaar. Binnen Overvecht Centrum en rondom het station zijn enkele accenten tot 70 meter mogelijk. Voor de inpassing van hoogbouw passen we de hoogbouw richtlijnen toe.

Architectuur

Een meer divers en kwalitatief architectuurbeeld. Streven is een warmere uitstraling in materialen en meer gelaagdheid en verfijning in de gevel. Bij bouwplannen zal dit verder worden uitgewerkt. Bijzondere aandacht is er voor de eerste twee bouwlagen en het zorgen voor levendigheid, menselijke maat en de aansluiting van de bebouwing op de openbare ruimte.

Programma

Levendige functiemix van wonen, voorzieningen en werken. Significante ruimte voor werkgelegenheid waaronder werkgebouwen. Voorzieningen en actieve functies in de plinten van de bebouwing. Utilitaire functies zoals parkeren en logistieke functies worden ingepast binnen het gebouw.

Woonmix

Parkeren

Ook voor de hoogstedelijke gebiedsontwikkelingen waar meer dan ca. 300 woningen worden toegevoegd geldt dat deze op zichzelf gemengd zijn qua woningtypen, prijssegmenten en doelgroepen. De ontwikkelingen bestaan grotendeels uit hoogbouw nabij voorzieningen en/of station. Het accent ligt daarom meer dan bij andere ontwikkelingen op kleine huishoudens. We zien hier ook kansen voor collectief wonen, bijvoorbeeld voor jongeren, studenten of ouderen.

Groen en openbare ruimte

Bij elk initiatief groeit groen mee. In de openbare ruimte krijgt de voetganger prioriteit en is de openbare ruimte zoveel mogelijk autovrij. Kwalitatief en efficiënt omgaan met deze schaarse openbare ruimte. Robuust, klimaatadaptief en natuurinclusief groen aan en op gebouwen is van groot belang voor de groene kwaliteit van het gebied. Ontwikkelingen kunnen ten kosten gaan van bestaand groen, waaronder bomen.

Bij sloop-nieuwbouw is er aandacht voor lokaal hergebruik van materialen. Zoveel mogelijk toepassen van herbruikbare, duurzame en circulaire materialen. Er komt Duurzaamheid een duurzaam, collectief energiesysteem op basis van hernieuwbare bronnen. Daken en gevels worden gebruikt om groen toe te voegen.

Enkele hoogteaccenten tot 70 meter

5 meter terugliggend hoogteaccent boven de stedelijke laag (tot 50 meter) Stedelijke laag van 6 bouwlagen (tenzij onvoldoende bezonning/licht) Levendige plinten (min. 4,5 meter hoog)

Levendige, groene buitenruimtes

We passen hier lagere autoparkeernormen toe. Parkeren bij ontwikkelingen in gebouwde voorzieningen. In principe geen parkeren in de openbare ruimte.

Speelsere architectuur, meer diversiteit

54

B: Visie

Hoogbouw en laagbouw wisselen elkaar af

Beleidsnota omgevingsvisie Overvecht 2040

55

Intensief bedrijventerrein

Gemengde zone bedrijventerrein

Intensivering van het ruimtegebruik op het bedrijventerrein is noodzakelijk om het aantal bedrijven dat ruimte zoekt in de stad te kunnen huisvesten. Woningbouw is daarom niet mogelijk op het bedrijventerrein. Het aanbod van betaalbare werkruimtes is een randvoorwaarde.

Deze zone ontwikkelt tot een gemengd gebied met bedrijvigheid, (sport) voorzieningen en onderwijs. De oversteekbaarheid van de Franciscusdreef en verbinding met de zuidelijker gelegen buurten zijn daarbij van belang. Deze dynamische en levendige omgeving dient als aantrekkelijke stadsentree en visitekaartje voor het bedrijventerrein. Er wordt geen woningbouw gerealiseerd in deze zone, maar wel plek gemaakt voor levendige functies met een actieve begane grond.

Ontwikkeling

Transformeren door optoppen/aanbouwen en sloop-nieuwbouw waar nodig.

Ontwikkeling

Sloop-nieuwbouw is mogelijk als dit kansen biedt voor significante verdichting en verbetering voor deze zone en het achterliggende bedrijventerrein en de wijk.

Structuur

De opzet van het bedrijventerrein blijft hetzelfde om de gewenste functies goed te kunnen faciliteren, maar waar mogelijk wordt een fijnmaziger netwerk voor fietsers en voetgangers toegevoegd.

Structuur

Er wordt een nieuwe hoogstedelijke structuur geïntroduceerd met een levendig karakter.

Hoogte

Bebouwing is 4 tot 6 lagen hoog.

Hoogte

In deze zone kan hoger gebouwd worden dan op de rest van het bedrijventerrein, de basishoogte is 4-6 bouwlagen, met in de nabijheid van HOV zorgvuldig ingepaste bouwhoogten tot 10 lagen hoog.

Architectuur

Duurzame materialen in constructie en uitstraling, waar mogelijk zicht bieden op activiteit in de panden.

Architectuur

Programma

Intensivering van het werkprogramma, vooral voor bedrijven met hogere milieucategorieën. Intensiveren gaat vaak met meer verkeer gepaard. Parkeren van auto’s, fietsen en bedrijfsvoertuigen moet passend worden opgelost.

Inzetten op diverse architectuur, met structuur en materialisering die afwijkt van de bestaande architectuur. Representatieve uitstraling naar de Franciscusdreef. Parkeren, laden en lossen wordt collectief en gebouwd geïntegreerd.

Programma

Menging van bedrijvigheid met sport(voorzieningen), onderwijs en overige bedrijvigheid, met actieve functies in de plint. Publieke bestemmingen en (sport) voorzieningen zijn ook mogelijk op hogere verdiepingen en daken. Hier bouwen wij geen woningen.

Parkeren

Groen en openbare ruimte

We streven naar een forse reductie van parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Bij ontwikkelingen (auto)parkeren in gebouwde voorzieningen of in een hub in de buurt. Bij kleinschalige toevoegingen maatwerk, waarbij parkeren in principe ook niet in de openbare ruimte wordt opgelost. Bij elk initiatief groeit groen mee. Vergroenen van het bedrijventerrein door gezamenlijke inspanning van gemeente en eigenaren. Kwalitatief en efficiënt omgaan met deze schaarse openbare ruimte. Robuust, klimaatadaptief en natuurinclusief groen aan en op gebouwen is van groot belang voor de groene kwaliteit van het gebied.

Door het beperken van materiaalgebruik, door gebouwen flexibel en aanpasbaar te ontwerpen en de levensduur zoveel mogelijk verlengen. Zoveel mogelijk toepassen Duurzaamheid van herbruikbare, duurzame en circulaire materialen. Inzet op verlagen van het energieverbruik en lokaal energie opwekken stimuleren. De openbare ruimte en daken worden klimaatadaptief ingericht.

Meerlaagse bedrijfsgebouwen met slimme logistiekeen parkeeroplossingen

56

B: Visie

Vergroening van de buitenruimte

Parkeren

Groen en openbare ruimte

We streven naar een forse reductie van parkeerplaatsen in de openbare ruimte. (Auto)parkeren in gebouwde voorzieningen bij de ontwikkeling of in een hub in de buurt. In principe geen parkeren in de openbare ruimte. Bij elk initiatief groeit groen mee.Vergroenen van het bedrijventerrein door gezamenlijke inspanning van gemeente en eigenaren. Kwalitatief en efficiënt omgaan met deze schaarse openbare ruimte. Robuust, klimaatadaptief en natuurinclusief groen aan en op gebouwen is van groot belang voor de groene kwaliteit van het gebied.

Door het beperken van materiaalgebruik, door gebouwen flexibel en aanpasbaar te ontwerpen en de levensduur zoveel mogelijk te verlengen. Zoveel mogelijk Duurzaamheid toepassen van herbruikbare, duurzame en circulaire materialen. Inzet op verlagen van het energieverbruik en lokaal energie opwekken stimuleren. De openbare ruimte en daken worden klimaatadaptief ingericht.

Optimaal gebruik van daken

Zicht op activiteiten die binnen plaatsvinden

Beleidsnota omgevingsvisie Overvecht 2040

57

Groene buurtranden Door herstructurering van de bestaande bebouwing op deze plekken ontstaan mogelijkheden om de kwaliteit van het groen en buitenruimte te verbeteren. Het groen rondom en tussen de buurten is in de tijd veranderd: op plekken minder doorwaadbaar, verhard, versnipperd, onveiliger en een mindere belevingskwaliteit. Op deze locaties is transformatie wenselijk, mits het zowel kwalitatief als kwantitatief bijdraagt aan een verbetering van de groeninrichting binnen dit gebied. De ecologische structuur blijft altijd intact en hiermee wordt rekening gehouden in het ontwerp.

Ontwikkeling

Ingrepen leveren een bijdrage aan vergroening, groenbeleving, en het verbeteren van de verbinding van de woonbuurten met de groenstructuren en de parken. Op deze plekken zien we kansen om door herstructurering van de bebouwing de kwaliteit, sociale veiligheid en de toegankelijkheid van het groen te verbeteren. Sloop-nieuwbouw is hierbij mogelijk, mits dit aan bovengenoemde buurtverbetering bijdraagt.

Structuur

De stedenbouwkundige structuur wijkt af van die van de buurten: autonome bebouwing in parkachtige setting. Bebouwing en groen zijn met elkaar verweven. De parkachtige setting rondom is de drager van het plan.

Hoogte

Bouwhoogte is maatwerk per ontwikkeling en afhankelijk van ligging in de wijk, omliggende bebouwing en de voorziene herontwikkeling in de omgeving.

Architectuur

Autonoom, met een goede, open uitstraling naar alle zijden, natuurlijke materialen en met de voet in het groen. Dit levert een positieve bijdrage aan de groenstructuur door natuurinclusief te bouwen. Om versnippering te voorkomen zijn buitenruimten en parkeeroplossingen integraal mee-ontworpen in het hoofdvolume.

Programma

Bijzondere maatschappelijke (woon)functies met betekenis voor de buurt/wijk.

Parkeren

Bij grotere ontwikkelingen autoparkeren in gebouwde voorzieningen. Bij kleinere ontwikkelingen maatwerk, waarbij parkeren in principe niet in de openbare ruimte wordt opgelost. We streven naar een forse reductie van parkeerplaatsen in de openbare ruimte.

Groen en openbare ruimte

Openbare en particuliere ruimte wordt op maaiveld sterk vergroend. Robuust, klimaatadaptief en natuurinclusief groen aan en op gebouwen is van groot belang voor de groene kwaliteit van het gebied. Ontwikkelingen houden rekening met waardevol groen en dragen bij aan het versterken van de het groen/de groenstructuur in de buurt.

Gebouwen in een groene omgeving

Ruimte voor fietsers en voetgangers

De groenkwaliteit is op sommige plekken nu laag door verrommeling van bebouwing, verharding en hekwerken.

Ontmoetingsplekken voor bewoners

Door het beperken van materiaalgebruik, door gebouwen beter te benutten en de levensduur zoveel mogelijk te verlengen. Zoveel mogelijk toepassen van Duurzaamheid herbruikbare, duurzame en circulaire materialen. Inzet op verlagen van het energieverbruik en lokaal energie opwekken stimuleren. De openbare ruimte wordt klimaatadaptief ingericht.

58

B: Visie

Beleidsnota omgevingsvisie Overvecht 2040

59

B5 Verschillend en

voor iedereen

In 2040 is Overvecht een zeer diverse wijk en gemengder dan nu qua sociaaleconomische achtergrond van de bewoners. De leefbaarheid van de wijk is verbeterd. Huizen en de omgeving zijn vernieuwd. Er is meer groen, meer variatie in voorzieningen en er zijn duurzamere huizen. Overvecht is anders, maar nog steeds thuis. Wie een ander huis wil, heeft keuze uit verschillende woonvormen en prijsklassen. Toegankelijke woningen voor mensen die slechter ter been worden, woningen met gedeelde voorzieningen of een koopwoning met uitzicht over de wijk. In 2040 zijn er nieuwe inwoners bijgekomen, die met trots in Overvecht wonen. Overvechters zorgen voor elkaar en voor hun buurt.

Divers woningaanbod Het aanbieden van een divers woningaanbod gebeurt door toevoeging van nieuwe woningtypen met aandacht voor een aantal specifieke groepen. Het aantal ouderen in Overvecht neemt de komende jaren toe. Dit vraagt om voldoende toegankelijke woningen die aansluiten bij de verschillende inkomensgroepen en woonbehoeften, bijvoorbeeld woonzorgconcepten waarbij zorg dichtbij de woning beschikbaar is en verpleegzorgplekken waar ook zwaardere zorg verleend kan worden. Locaties binnen 500 meter van voorzieningen zijn bij uitstek geschikt voor deze doelgroep.

Omdat er in Overvecht veel sociale huurwoningen zijn, worden hier in vergelijking met andere wijken relatief veel kwetsbare doelgroepen gehuisvest. Het gaat dan bijvoorbeeld om statushouders, mensen die uitstromen uit een opvanglocatie of mensen die op een andere manier extra ondersteuning en/of zorg nodig hebben. Samen met corporaties zetten we de komende jaren in op het versterken van de wijk. In nieuwbouw voegen we gemengde woonconcepten toe met extra aandacht voor de gemeenschap. In buurten en/of complexen waar de leefbaarheid onder druk staat, zien we ruimte om de toewijzing te richten op doelgroepen die zijn aangewezen op sociale huurwoningen boven de 2e aftoppingsgrens en/of middenhuur.

Jongeren die nog thuis bij hun ouders wonen hebben weinig kans op een eigen plek in de wijk. Daarom zoeken we in Overvecht meer ruimte voor betaalbare woonruimte voor éénof tweepersoonshuishoudens, waaronder betaalbare woningen voor jongeren.

Betaalbare en toegankelijke woningen voor de huidige Overvechter.

Stimuleren en faciliteren van wooncoöperaties, een passend woonconcept voor veel doelgroepen.

60

B: Visie

Ruimte bieden aan experimentele woningbouw en nieuwe woonconcepten.

Aanbieden van meer verschillende woonmilieus en woningtypen.

Studenten kunnen een bijdrage leveren aan de draagkracht van Overvecht. We zien hiervoor met name ruimte in Overvecht Zuid, waaronder bij het station. Ook het winkelcentrum is een geschikte plek voor studenten. Het complex The Fizz zorgt echter al voor een groot aantal studenten op deze plek. Verdere uitbreiding zien we daarom vooral op andere plekken in Overvecht Zuid. Middeninkomens komen voor een groot deel net niet in aanmerking voor een sociale huurwoning en het beschikbare aanbod in de koopsector wordt door stijgende prijzen steeds lager. Het gaat om een zeer diverse groep van alleenstaanden, stellen en gezinnen. Het vraagt daarmee om een variatie aan type woningen qua oppervlakte, segment (zowel huur en koop) en type locaties.

Beleidsnota omgevingsvisie Overvecht 2040

61

B5 Verschillend en

voor iedereen

We zien kansen voor kleine toevoegingen in bestaande woonbuurten De ontwikkeling leidt tot meer kwaliteit in een meer gemengde buurt. Dat kan op verschillende manieren: • Bouw van middeldure en duurdere woningen • Bouw type sociale huurwoningen dat nu nog ontbreekt, waarbij in bestaande bouw ruimte ontstaat voor bijvoorbeeld middenhuur. • Ruimte voor bijzondere woonconcepten zoals wooncoöperaties, gemengd wonen, CPO (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap). Wanneer een locatie en/of gebied grootschaliger wordt aangepakt, onder andere met sloop-nieuwbouw, gelden de volgende uitgangspunten: • Het aantal sociale huurwoningen komt in principe minimaal terug in de nieuwbouw. • De ruimte voor extra woningen wordt benut voor het middensegment (minimaal 50%) en de vrije sector (maximaal 50%). • In de vrije sector hebben koopwoningen de voorkeur boven dure huurwoningen. Er is meer vraag naar koopwoningen dan naar dure huur. Grotere gebiedsontwikkelingen vormen op zichzelf een gemengd woonmilieu Ontwikkelingen vanaf ca. 300 woningen moeten op zichzelf een gemengd woonmilieu vormen.

Dat betekent dat nieuwbouw bestaat uit: • Minimaal 30 – 35% sociale huur • Minimaal 25 – 40% middensegment • Maximaal 25 – 40% vrije sector Deze percentages sluiten aan bij de stadsbrede ambitie voor de stad in balans met veel ruimte voor betaalbare woningen in het sociale en middeldure segment (Woonvisie 2019). Tegelijkertijd biedt het voldoende ruimte om aanvullende woningtypen toe te voegen in de vrije sector. Nieuwe ontwikkelingen bieden daarmee aan verschillende doelgroepen ruimte.

62

B: Visie

Aanbod sociale huur blijft gelijk Overvecht moet een toegankelijke, betaalbare wijk blijven waar plek is en blijft voor huidige Overvechters. Het aantal sociale huurwoningen blijft minimaal gelijk, wel zal het aandeel sociale huur dalen. Het anders benutten van sociale huurwoningen is pas mogelijk wanneer sociale huurwoningen elders zijn toegevoegd. Wanneer sprake is van sloop, wordt in principe het aantal sociale huurwoningen teruggebouwd, aangevuld met andere segmenten.

Woonwensenonderzoek Overvecht Wijkplatform Overvecht liet eind 2023 onderzoek doen naar de woonwensen van Overvechters. Het onderzoek laat zien dat bewoners verschillende wensen hebben. Veel noemden betaalbare woningen en eengezinswoningen, anderen wensen een appartement. Een kleiner deel wil juist een woning in het duurdere segment. Een combinatie van nieuwbouw en doorstroming moet bijdragen aan deze woonwensen.

Kansen voor doorstroming Door in de buurten woningtypen te mengen, ontstaan mogelijkheden voor wooncarrière. Nieuwbouw moet voorzien in ontbrekende woningtypen. In de sociale huur gaat het daarbij met name om kleinere, toegankelijke woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens. De bestaande voorraad bestaat voor een groot deel uit grotere woningen, terwijl er steeds meer kleine huishoudens zijn. In andere segmenten sturen we op een variatie aan woningtypen. De nadruk ligt ook hier op appartementen. Uit het woononderzoek komt ook de wens voor grondgebonden eengezinswoningen naar voren. Uitdaging in de nieuwbouw is om kwaliteiten van eengezinswoningen mee te nemen in meergezinswoningen, denk aan maisonnettewoningen en ruime buitenruimtes. Meer toegankelijke woningen moeten er bovendien aan bijdragen dat ouderen binnen de wijk kunnen doorstromen, waarmee er eengezinswoningen vrijkomen. Een deel van de nieuwe woningen moet beschikbaar zijn voor huidige Overvechters. Bijvoorbeeld door hen voorrang te verlenen bij sociale huurwoningen en middenhuurwoningen.

Beleidsnota omgevingsvisie Overvecht 2040

63

B5 Verschillend en

Stedelijke ontwikkeling rondom het station Station Overvecht ontwikkelt tot een gemengde, stedelijke buurt met wonen, werken en voorzieningen. Hier komt bijvoorbeeld ruimte voor horeca en to go-voorzieningen.

voor iedereen

Een fijne, levendige wijk is een wijk waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, waar iedereen een goede woning kan vinden en waar ruimte is voor sport, spel, cultuur of andere gezamenlijke activiteiten. Bij het diverser worden van de wijk willen we het makkelijker maken en stimuleren dat inwoners elkaar ontmoeten en zich aan elkaar en de wijk verbinden. We willen dat bestaande bewoners zich blijven thuis voelen in de wijk en dat nieuwe bewoners zich welkom voelen. Er moeten voldoende plekken zijn waar men elkaar kan ontmoeten, binnen en in de openbare ruimte. Daarom wordt op de juiste plekken ruimte toegevoegd om deze functies te maken. Of je nu in een gebouw bent of daar buiten; we zorgen voor fijne routes en ontmoetingsplekken voor jong en oud.

Veilige, uitdagende en toegankelijke sport- en speelvoorzieningen in de openbare ruimte.

Betaalbare ruimte voor lokale ondernemers en culturele broedplaatsen.

64

Vernieuwing van Overvecht Centrum Overvecht Centrum ontwikkelt tot een gemengd wijkcentrum met moderne voorzieningen, waaronder een culturele voorziening voor Utrecht en de wijde omgeving. Vernieuwing van de bebouwing zorgt voor meer en betere woningen en voor moderne voorzieningen, die klaar zijn voor de toekomst. Dit

Laten meegroeien van sport-, zorg en andere maatschappelijke voorzieningen.

Meer ruimte voor cultuur, op buurt- én wijkschaal.

zorgt voor een levendiger en aantrekkelijker centrum waar alle Overvechters van profiteren. Er ligt een winkelhart in de kern, met daaromheen maatschappelijk, commercieel en werkprogramma. Langs de Zamenhofdreef komt werkruimte voor kleinere ondernemers die de wijkeconomie versterken.

Toegankelijke banen in de wijk We willen ook ruimte bieden aan ondernemers en maatschappelijke organisaties in de wijk, daarom maken we tot 2040 ruimte voor 3.000 extra werkplekken. Binnen de buurten wordt ruimte gemaakt voor 5.000 m2 betaalbare culturele broedplaatsen (zoals ateliers voor zelfstandige kunstenaars, muziekstudio’s en oefenruimte voor theatergezelschappen) en kleinschalige sport- en beweegaanbieders. Ook zetten we in op intensivering van het bedrijventerrein en staan we hier geen woningbouw toe. Koesteren van bestaande voorzieningen en ontmoetingsplekken De bestaande buurtwinkelcentra blijven behouden en worden aangevuld met nieuwe voorzieningen. Binnen de bestaande buurten blijven dagelijkse voorzieningen op loopafstand bereikbaar (“10-minuten-stad”), zodat iedereen gebruik kan maken van de gewenste en nodige voorzieningen. Winkels worden geconcentreerd binnen de winkelcentra. We maken de uitbreiding van woon-zorgvoorzieningen voor ouderen mogelijk, bij voorkeur in combinatie met een bredere ontmoetingsfunctie voor de buurt en in de nabijheid van winkels. Maatschappelijke voorzieningen Het meegroeien van maatschappelijke voorzieningen is essentieel voor de leefbaarheid en de levendigheid van de wijk, de kansen voor ontplooiing en ontwikkeling voor de jeugd en de beschikbaarheid van zorg dichtbij en op maat voor wie dat nodig heeft.

We bieden ruimte aan: • een buurtcentrum van 650 m2 buurtkamers nabij ouderenwoningen • jeugdhulp • gezinshuizen • dagbesteding ouderen en volwassenen • jongerencultuurhuis

Sport- en speelruimtes worden zowel kwalitatief als kwantitatief versterkt Uitdagend en veilig kunnen spelen is van groot belang voor de ontwikkeling en gezondheid van kinderen. In Overvecht is veel overgewicht en de openbare speelruimte wordt niet altijd als sociaal veilig en aantrekkelijk ervaren. Juist in Overvecht is voldoende en goede speelruimte onmisbaar om fijn en gezond op te groeien. Een aansprekende sportieve openbare ruimte in parken en bij scholen voor jongens én meisjes maakt sporten niet alleen mogelijk maar verleidt er ook toe. Bij het aanwijzen van sporten speellocaties en het ontwerpen daarvan is (sociale) veiligheid een belangrijk uitgangspunt. Meer ruimte voor veldsport De sportdeelname in Overvecht is laag, terwijl sport en beweging essentieel is voor de gezondheid. Daarom kiezen we ervoor de ruimte voor veldsport mee te laten groeien met de groei van de wijk. We kijken hoe we het gebruik van de bestaande sportaccommodaties kunnen optimaliseren en welke mogelijkheden er zijn om sport- en beweegfuncties toe te voegen aan het nieuwe sportcluster bij de Vechtsebanen en het bedrijventerrein (door bijvoorbeeld velden anders in te delen en te kijken naar dubbelgebruik). Voor de langere termijn zoeken we ruimte voor de inpassing van een sportcomplex met 3 à 4 velden. Het Noorderpark is hiervoor de eerste beoogde zoeklocatie.

We zoeken daarbij naar innovatieve mogelijkheden om de velden, lichtmasten etc. in te passen met oog voor de cultuurhistorische waarde van de omgeving. Als het in het Noorderpark niet lukt gaan we opnieuw integraal naar heel Overvecht kijken voor de inpassing van sportvelden. Dat zal betekenen dat we keuzes moeten maken die mogelijk ten koste gaan van andere functies zoals bijvoorbeeld openbare ruimte, parken en volkstuinen.

Beleidsnota omgevingsvisie Overvecht 2040

65

B5 Verschillend en

voor iedereen

LEGENDA Voorzieningenzone rondom HOV-halte Voorzieningen Gemengde zone: bedrijvigheid, sport, retail Bedrijventerrein Nieuw Overvecht Sportcluster Planontwikkeling Masterplan Overvecht Centrum Kans voor verbetering/vernieuwing Welzijn Sport & bewegen Natuurijsbaan Park de Watertoren Spelen Ontmoeten Intensiveren bedrijventerrein Zorg Winkelcentrum Cultuur Volkstuinen Ondernemen Route HOV (U-link) Route HOV, ligging nog te bepalen HOV-halte, exacte ligging nog bepalen

66

B: Visie

Beleidsnota omgevingsvisie Overvecht 2040

67

B6 Duurzaam en

toekomstbestendig In de toekomst zal het klimaat een steeds belangrijkere rol gaan spelen in de stad. In de zomers zal het steeds warmer worden in stedelijke gebieden en bij hevige regenval zal wateroverlast toenemen. Het is daarom belangrijk om nu al rekening te houden met een klimaatbestendige inrichting van straten en buurten. In 2040 is Overvecht een duurzame en klimaatbestendige wijk, waar de groene inrichting voor verkoeling zorgt. De energievraag van veel woningen gaat naar beneden, omdat duurzaamheid bij nieuwbouw en renovatie voorop staat. Een toekomstbestendige woningvoorraad beweegt ook mee met maatschappelijke veranderingen, door aanpasbaar en flexibel te zijn.

Bomen zorgen voor schaduw en verminderen opwarming van de openbare ruimte.

Grote dakoppervlakken bieden ruimte aan wateropvang en zonnepanelen of andere functies.

68

B: Visie

Door de versteende buurten te vergroenen, worden ze klimaatadaptiever en aantrekkelijker om in te leven.

Bij nieuwbouw en renovatie staan duurzaamheid en circulariteit voorop.

Klimaatadaptieve buurten De stenige buurten warmen in de zomer op en bij regenval kan het water niet goed infiltreren. Voor de waterafvoer hanteren we in Overvecht de voorkeursvolgorde. Als eerste wordt regenwater naar het groen gebracht, waar het kan infiltreren. Dit doen we door straten en parkeerplekken te vergroenen en groen in lagere stroken aan te leggen. Zo houdt het groen het water vast. Door bomen toe te voegen en de hoeveelheid steen in de straat te verminderen, is er meer schaduw en warmen straten minder snel op. Duurzaam en toekomstbestendig bouwen Toekomstbestendig bouwen gaat over flexibiliteit en aanpasbaarheid van de woningen en gebouwen, waarbij het bijvoorbeeld mogelijk is om gemakkelijk woningen samen te voegen of te splitsen of gebouwen van functie te laten veranderen. Dit zorgt voor levensloopbestendige en toegankelijke woningen, waar mensen in diverse fasen van hun leven kunnen blijven wonen. Natuurinclusieve bebouwing Alle nieuwe bebouwing wordt natuurinclusief ontwikkeld. Dat betekent dat er op en aan gebouwen ruimte wordt gemaakt voor planten en dieren, bijvoorbeeld in de vorm van groene daken en nestkasten. Op die manier vormen de groenstructuur en bebouwing één systeem en wordt efficiënt gebruik gemaakt van de beschikbare oppervlakken. Daarnaast draagt dit bij aan de groene uitstraling van gebouwen.

Duurzame energie en warmte Zowel bovengronds als ondergronds moet er een optimale en toekomstbestendige indeling van infrastructuur aangelegd worden. Extra benodigde trafostations en warmtestations krijgen in principe een plek in de gebouwde voorzieningen. Een groot deel van de woningen in Overvecht is al aangesloten op stadswarmte. Er zijn weinig kansen voor grootschalige zonne-energie op daken van woningen. Dit komt door het beperkte dakoppervlak per woning (als gevolg van de hoogbouw). Wel liggen er kansen op de daken van bedrijfsgebouwen in Nieuw Overvecht. Het Noorderpark is zoekgebied voor de aanleg van windturbines. Circulariteit Bij het vervangen van het huidige rioolsysteem wordt een gescheiden rioleringssysteem aangelegd. Het scheiden van vuil- en hemelwater draagt bij aan het verbeteren van de waterhuishouding. Bij de vervanging komen veel verhardingsmaterialen vrij (zoals stoeptegels). We houden in het ontwerpproces rekening met de bestaande situatie en integreren dit waar mogelijk in het ontwerp. Als we moeten slopen dan doen we dat circulair. Er wordt ingezet op hergebruik van bestaande verhardingsmaterialen of het terugwinnen van grondstoffen uit deze materialen en deze opnieuw gebruiken in nieuwe materialen.

Beleidsnota omgevingsvisie Overvecht 2040

69

B7 Samenhang met

Milieueffectrapportage Inleiding Voor de Omgevingsvisie is een milieueffectrapport (planMER) opgesteld. Het planMER beschrijft, op hoofdlijnen, de belangrijkste milieueffecten van de Omgevingsvisie. Het planMER is gelijktijdig met de Omgevingsvisie opgesteld zodat informatie over de milieueffecten gebruikt kon worden bij het maken van keuzes in de omgevingsvisie. In het planMER van de Omgevingsvisie zijn twee alternatieven, gericht op verdichting en mobiliteit, onderzocht. Eén alternatief gaat uit van de realisatie van een HOV-as waarlangs woningen, werken en voorzieningen in hoge dichtheid worden gerealiseerd. Het verkeer wordt door een aantal knips in de bestaande wegenstructuur sneller naar de ontsluitingswegen geleid. Het tweede alternatief gaat uit van een verspreide verdichting door de wijk met een fijnmazig OV-netwerk. Deze twee alternatieven zijn gekozen om de uitersten van milieueffecten in beeld te brengen en had niet tot doel om één van de twee alternatieven te kiezen. Uiteindelijk lijkt de Omgevingsvisie het meest op alternatief 1, maar verschilt op een aantal punten. Zo is in de Omgevingsvisie gekozen voor een combinatie van een HOVverbinding en een fijnmazige busstructuur. Ook wordt er niet meer uitgegaan van de knips. Commissie MER Het planMER heeft gelijktijdig met de Omgevingsvisie ter inzage gelegen.

Het advies van de Comissie mer is verwerkt in een aanvuling planMER. In deze aanvulling is onder andere een aantal milieuonderwerpen verder uitgediept met

70

B: Visie

meer gegevens over de huidige situatie en de verwachte milieueffecten en is beter de verbinding gelegd tussen de omgevingsvisie en het planMER. Belangrijkste conclusies uit het planMER en de aanvulling planMER Voor een uitgebreide toelichting op alle milieuthema’s wordt verwezen naar de samenvatting van het planMER. Een paar belangrijke conclusies stippen we hier aan: •

•

Mobiliteit is een belangrijk aandachtspunt. Het verminderen van autoverkeer in de buurten verbetert de verkeersveiligheid. De Omgevingsvisie gaat daarom uit van een brede mobiliteitsaanpak De Omgevingsvisie gaat daarom uit van een brede mobiliteitsaanpak waarbij de gemeente eerst de straten herinricht, waarna de hoeveelheid verkeer in de buurten gemonitord wordt en waar nodig gericht maatregelen ingezet worden. Vanuit gezondheidsperspectief is de Einsteindreef gezien de lucht- en geluidskwaliteit, en de verwachte toename van verkeersdrukte, geen gezonde woonlocatie. Hier is bij de ontwerp Omgevingsvisie in deze fase een afweging gemaakt tussen enerzijds gezondheidsbelangen, en anderzijds de ambities die de gemeente heeft op het gebied van woningbouw en het creëren van een aantrekkelijk en bereikbaar Overvecht Centrum. Daarnaast ontstaat door deze keuze de mogelijkheid om in de woonbuurten als gevolg van het dalen van de hoeveelheid verkeer het verblijfsklimaat sterk te verbeteren.

Beleidsnota omgevingsvisie Overvecht 2040

71

C

Monitoren, sturen en verantwoorden

C1 Inleiding We gaan in op hoe we zicht krijgen op de voortgang van de Omgevingsvisie. We leggen uit op welke manier we monitoren en waar de focus op komt te liggen. Tot slot geven we een toelichting op verantwoording en evaluatie in de begrotingscyclus. Met monitoren leren we wat wel en niet werkt. Op basis van de bevindingen kunnen we tussentijds bijsturen en verantwoording afleggen over onze activiteiten en wat deze opleveren. Hiervoor verzamelen op de verschillende niveaus sturingsinformatie.

C2 Indicatoren De doelstellingen van de Omgevingsvisie worden tijdens de uitvoeringsfase gevolgd met al beschikbare monitoringsinstrumenten en indicatoren. We onderscheiden daarbij de volgende fases. Afhankelijk van de eerder genoemde factoren kunnen de genoemde jaartallen en fase per ontwikkeling nog wijzigen. 1. Nu (tot circa 2030): deze ontwikkelingen zijn al gestart of kunnen op korte termijn starten. 2. Straks (t/m circa 2035): eerdere ontwikkelingen zijn randvoorwaardelijk om hiermee te kunnen starten. 3. Later (t/m circa 2040): voor deze ontwikkelingen zijn meerdere andere ontwikkelingen randvoorwaardelijk. 4. Na 2040: geen onderdeel van omgevingsvisie, wel nu al rekening mee houden. Na iedere fase rapporteren we de voortgang van de Omgevingsvisie.

74

C: Monitoren, sturen en verantwoorden

Beleidsnota omgevingsvisie Overvecht 2040

75

Indicatoren In onderstaande tabel staan alle indicatoren die op te nemen zijn in huidige monitoringsinstrumenten. De indicatoren zijn gekozen op basis van doelstelling en strategie.

Doelstelling

Benoemde indicatoren geven nooit eenop-een aan of het doel is gehaald of niet. Het zichtbaar maken van voortgang en de verantwoording hierop gaat breder dan alleen de terugkoppeling op de indicatoren. Het gaat om een combinatie van kwalitatieve en kwantitatieve informatie en dit duiden met partners, professionals en inwoners in de stad. Om zo gezamenlijk zicht te houden op de beweging en bij te sturen wanneer nodig.

Indicatoren

Bron

Programmabegroting

Groen en blauw verbeteren en versterken Nieuwe parkruimte, Straten verwijderen uit parken

Toevoegen 80 ha groen

Stadsbedrijven/Ruimte en bewerking door onderzoek en advies (Utrecht monitor)

Nee

Aantrekkelijke parken om te spelen, sporten en ontmoeten

Samen voor Overvecht

Nee

Verminderen kans op hittestress

Visie klimaatadaptatie

Nee

"Iedereen (jong en oud) kan veilig deelnemen aan het verkeer- Vraag: hoe veilig voel je je in het verkeer. Vraag: kun je deelnemen zoals je dat wil"

Bestaande vragen in inwonersenquete - 2jaarlijks

Nee

Verbeteren verkeersveiligheid

Ongevallenstatistiek jaarlijks

Nee

Betere verbindingen binnen de wijk en met de rest van de stad voor lopen, fietsen en OV- Voor aantal meetlocaties (cordon) obv tellingen aantal auto's, fietsers en voetgangers. Voor aantal bushaltes aantal in-/uitstappers.

Tellingen

Nee

Doelstelling

76

C: Monitoren, sturen en verantwoorden

Bron

Programmabegroting

Toevoeging van minimaal 5.000 woningen

CBS/Utrecht in Cijfers (Af. onderzoek en advies)

Nee

Toevoeging van minimaal 3.000 werkplekken

PAR/Onderzoeken advies

Nee

Een meer gemengde wijk

Utrecht in Cijfers (Afd. onderzoek en advies)

Nee

Woningaanbod

Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), BghU, RWU, WoON2018, bewerking gemeente Utrecht, Utrecht in Cijfers (Afdelng onderzoek en advies)

Nee

Kansen voor doorstroming

"Utrecht in Cijfers (Afd. onderzoek en advies) Monitoring prestatieafspraken (afd. wonen)"

Nee

Uitbreiding maatschappelijke voorzieningen waaronde onderwijs, zorg en cultuurvoorzieningen

Koersdocument leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen

Nee

m2 groen, 2m2 afgekoppeld, strekkende meters hemelwaterriool.

Visie water en riolering-GRP (voortgangsprogramma)

Ja

Circulair bouwen (Conform Beleidsnota Utrecht Circulair 2030)

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

Nee

Natuurinclusieve bebouwing

salderingsboekhouding SMP, meetnetten voor Urbane sooren (MUS en VleerMUS).

Nee

Ruimte voor groei 5.000 woningen, 3.000 werkplekken, herinrichting stadsentrees Einsteindreef/ Fransiscusdreef/ Carnegiedreef/ Zamenhofdreef, gelijkvloerse kruising Einsteindreef/ Carnegiedreef, herinrichten openbare ruimte bedrijventerrein

Verschillend en voor iedereen Divers woningaanbod, stedelijke ontwikelling rondom station, toegankelijke banen, koesteren bestaande voorzieningen, toegankelijke banen, versterking sport en speelruimtes, meer ruimte voor veldsport, maatschappelijke voorzieningen

Veilig en verbonden Opschalen van het openbaar vervoer (HOV), fietsverbinding parken, fietsverbindingen onder het spoor, herinrichten buurten

Indicatoren

Duurzaam en toekomstbestendig Duurzaam en toekomstbestendig bouwen, vervangingsopgave riolering, natuurinclusieve bebouwing, duurzame energie en warmte, circulariteit

Beleidsnota omgevingsvisie Overvecht 2040

77

C3 Risico's +

Doel: Toevoeging van minimaal 5.000 woningen

Is het realiseerbaar?

We zien op visieniveau voldoende kansen en mogelijkheden om richting 2040 ruimte te vinden voor 5.000 woningen in Overvecht. Het gaat daarbij om zowel grotere ontwikkelingen (zoals Overvecht Centrum en het station) als kleinere ontwikkelingen in de buurten. Niet elke afzonderlijke locatie zal haalbaar zijn, maar we denken dat 5.000 extra woningen op het niveau van de wijk een reële inschatting is. We maken per project duidelijke afspraken over welk type woningen op welke plek. Zo zorgen we voor een diverser woningaanbod in 2040. De uitgangspunten voor het woningbouwprogramma algemeen en per buurt zijn daarvoor leidend.

Wat zijn de risico's?

Op de plekken waar we kansen zien voor extra woningen, staan soms al gebouwen, bomen en wonen er mensen in de directe omgeving. Als we alleen op de plekken aan de slag kunnen gaan waar we al deze zaken sparen, is het niet mogelijk om het aantal daadwerkelijk te halen. Het risico daarbij is, dat we gezien de complexiteit en de stapeling aan eisen en wensen niet tot besluiten komen. Daarnaast hebben we als gemeente beperkt grondeigendom om zelf te ontwikkelen. Dat betekent dat we voor de realisatie van nieuwe projecten voor een groot deel afhankelijk van andere partijen zijn, ook dit is een risico.

Mogelijke maatregelen

78

Door niet plot voor plot te ontwikkelen, maar juist op gebiedsniveau opgaves zoals groen en parkeren oplossen, kunnen projecten haalbaar worden. Ook financieel zal het nodig zijn om projectresultaten met elkaar te verevenen. Door heldere, tijdige besluitvorming, met concrete stappen en duidelijke deadlines, worden realisatierisico’s verkleind. Door proactief kansen te signaleren, het voeren van actief grondbeleid en gebruik te maken van het beschikbare instrumentarium proberen we zelf meer in positie te komen. De uitwerking van een gezamenlijke aanpak met de belangrijkste eigenaren (waaronder de woningcorporaties) is essentieel om de beoogde doelen te bereiken.

C: Monitoren, sturen en verantwoorden

+

Doel: Toevoeging van minimaal 3000 banen

Is het realiseerbaar?

We zien op verschillende plekken kansen om werkgelegenheid toe te voegen. Een deel van de banen kan worden toegevoegd op het bedrijventerrein, een ander deel is gekoppeld aan de plekken waar we woningen ontwikkelen. In nieuwe woongebouwen is ook ruimte voor werkplekken in bijvoorbeeld de plinten of op de eerste verdiepingen. Daarnaast worden door het toevoegen van maatschappelijke voorzieningen (een VO-school of gezondheidscentrum) ook banen toegevoegd in de wijk. Als we de plekken kunnen ontwikkelen die zijn aangegeven in deze beleidsnota omgevingsvisie ontstaat er op termijn ruimte voor de extra 3.000 banen.

Wat zijn de risico's?

Voor het toevoegen van werkgelegenheid op het bedrijventerrein zijn we afhankelijk van eigenaren/initiatiefnemers op het terrein. Het risico is dat ontwikkelingen onvoldoende van de grond komen en er geen extra ruimte ontstaat. Het toevoegen van werk in de wijk kan vooral op plekken waar ontwikkelingen ontstaan in combinatie met wonen. Daarmee is de groei van het aantal banen dus gedeeltelijk gekoppeld aan de groei van het aantal woningen. Blijft dat laatste achter, dan zal er ook minder ruimte zijn voor nieuwe banen.

Mogelijke maatregelen

Voor de doorontwikkeling van het bedrijventerrein werken we samen met ondernemers en eigenaren en onderzoeken we mogelijkheden om hier als gemeente een actievere rol in te spelen. Met de beleidsnota omgevingsvisie Overvecht bieden we hier ruimte voor verdichting in de vorm van (meerlaagse) bedrijfsbebouwing. Dit intensievere ruimtegebruik ondersteunt de gewenste groei van het aantal banen. Bij woningbouwontwikkelingen houden we vanaf de start ook rekening met ruimte voor werkgelegenheid, ruimte voor lokale bedrijven en voorzieningen.

Beleidsnota omgevingsvisie Overvecht 2040

79

Versterking, verbetering en uitbreiding van groen met 80 hectare Is het realiseerbaar?

Wat zijn de risico's?

Mogelijke maatregelen

80

Met alle beoogde ingrepen kunnen we de doelstelling om 80 ha groen toe te voegen niet halen. De potentiële toename is 57 ha. Dit is een substantiële toevoeging in een nu al groene wijk. Met deze toevoeging groeit het groen mee. Buurtstraten worden groener en aantrekkelijker. Verschillende groene gebieden binnen en buiten Overvecht worden met elkaar verbonden. Zo worden Park de Watertoren en Park de Gagel verbonden door de groene Centrale as. Het groen is diverser door meer verschillende soorten groen aan te planten en door het aanleggen van natuurvriendelijke oevers. De vergroening van de straten is afhankelijk van de mogelijkheid om parkeerplaatsen uit de openbare ruimte te verwijderen. De risico’s daarbij zijn de parkeerdruk die toeneemt, weinig effect van het invoeren van betaald parkeren, het niet realiseren van gebouwde parkeervoorzieningen en een te trage snelheid van de mobiliteitstransitie. Ook de financiële haalbaarheid is een risico, want parkeerplaatsen verplaatsen naar gebouwde parkeervoorzieningen vraagt om een flinke investering. Voor de integrale vernieuwing van de openbare ruimte is extra financiële ruimte nodig om mee te kunnen liften op de vervangingsopgave. Het kunnen verwerven van gronden in het buitengebied voor de groenopgave is afhankelijk van het grondbeleid en financiële middelen.

Vergroening van straten is gekoppeld aan het slagen van de mobiliteitstransitie. Wanneer de mobiliteitstransitie niet snel genoeg gaat en parkeerplaatsen voor de vergroening van de straten niet voldoende snel verwijderd kunnen worden, onderzoeken we welke aanvullende maatregelen er nodig zijn om de mobiliteitstransitie te versnellen. We verkennen gezamenlijk met partners (financiële) mogelijkheden om efficiënt gebouwde parkeervoorzieningen te realiseren. Collectief gebruik is bij deze parkeervoorzieningen het uitgangspunt om verplaatsing van straatparkeren naar parkeervoorzieningen mogelijk te maken.

Klimaatadaptief en toekomstbestendig maken van Overvecht Is het realiseerbaar?

Door de versteende buurten en straten in Overvecht groener te maken, maken we de wijk klimaatadaptiever. Daardoor kan er in de wijk in de toekomst meer water worden opgevangen in de bodem en neemt de kans op hittestress en schade door droogte aan groen af.

Wat zijn de risico's?

Er zijn voldoende middelen nodig om Overvecht te vergroenen en klimaatbestendig te maken. Het vergroenen van straten is ook afhankelijk van ambitieuze keuzes op het gebied van mobiliteit. Daarnaast moet de vervangingsopgave van riolering en wegverharding, de aanleg van warmteinfra en de openbare ruimte in bijna iedere dreef om technische en financiële redenen meteen bovengronds en ondergronds in één keer goed aangelegd worden. Om Overvecht klimaatadaptief en toekomstbestendig te maken zijn verschillende belanghebbenden nodig zoals woningcorporaties en bewoners. Bewoners kunnen weerstand bieden aan voorgestelde maatregelen zoals het verminderen van parkeerplaatsen wanneer de maatregelen volgens bewoners niet opwegen tegen voordelen.

Mogelijke maatregelen

Voor aanvullende gemeentelijke dekkingsbronnen voor het vergroenen van straten zoeken we naar financiële ruimte bijvoorbeeld binnen bestaande en toekomstige programmeringen in bestaande programma’s. Ook verkennen we de mogelijkheden die rijks- en provinciale subsidies bieden. Voor meer kwaliteit en diversiteit van het groen is een aangepast beheerregime nodig voor de hele wijk en bijhorende structurele middelen voor beheer. Een interne governance op maat uitgaande van een integraal dedicated team en realisatiecapaciteit is nodig om de integrale doelen te bereiken in de openbare ruimte.

Beleidsnota omgevingsvisie Overvecht 2040

81

Uitbreiding onderwijs, zorg en cultuurvoorzieningen Is het realiseerbaar?

Wat zijn de risico's?

Mogelijke maatregelen

82

We willen inzetten op uitbreiding van onderwijs, zorg en cultuurvoorzieningen, zodat deze meegroeien met de groei van de wijk. In Overvecht Centrum wordt ruimte gereserveerd voor een grote, culturele voorziening met regionale aantrekkingskracht. Dit wordt verder uitgewerkt in het Masterplan voor Overvecht Centrum. Daarnaast zorgen we voor een goed voorzieningenniveau in de buurten, zodat huidige en nieuwe Overvechters dat dichtbij huis kunnen vinden. Er is een mogelijke locatie gevonden voor een VO-school. We willen ook ruimte bieden aan ondernemers en maatschappelijke organisaties in de wijk. Daarbij houden we rekening met de betaalbaarheid en reserveren we ruimte voor bijvoorbeeld culturele broedplaatsen. De ambitie is om werkruimte voor creatieve makers toe te voegen in Overvecht. We maken de uitbreiding van woon-zorgvoorzieningen voor ouderen mogelijk, bij voorkeur in combinatie met een bredere ontmoetingsfunctie voor de buurt en in de nabijheid van winkel. Het risico bestaat dat vanwege onvoldoende middelen of beperkt (politiek) draagvlak en verschil van inzichten over de nut en noodzaak van (culturele)voorzieningen deze voorzieningen niet gerealiseerd kunnen worden waardoor Overvecht minder aantrekkelijk en inclusief wordt. Bij gebiedsontwikkelingen kan de prioriteit vaak bij andere functies liggen omdat die meer financieel rendement opleveren.

Een laatste risico bij nieuwbouw is dat de kostprijsdekkende huur te hoog wordt en voorzieningen niet meer bereikbaar worden voor een brede doelgroep. In de planfase gaan we op zoek naar planoptimalisaties om bouwkosten zo laag mogelijk te houden en eventueel aanvullende subsidies. Meervoudig ruimtegebuik is het uitgangspunt. Zo gaan we op zoek naar slimme combinaties van gebruikers.

C: Monitoren, sturen en verantwoorden

Uitbreiden sportvoorzieningen Is het realiseerbaar?

Voor de lange termijn moet er ruimte gevonden worden voor drie à vier sportvelden. Zoeklocatie is in eerste instantie het Noorderpark. Het is nog onduidelijk of dat op deze plek realiseerbaar is.

Wat zijn de risico's?

We zien meerdere risico’s voor de inpassing van sportvelden in het Noorderpark. Belangrijkste risico is dat inpassing van sportvelden in dit gebied de kernkwaliteiten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie mogelijk kan aantasten, waardoor het niet mogelijk is de velden in te passen. Een ander risico is dat de benodigde grond die nodig is niet verworven kan worden bijvoorbeeld omdat er niet genoeg financiële middelen beschikbaar zijn. De groei van sport is gekoppeld aan de groei van de wijk. Blijft de bouw van woningen achter, dan zal uitbreiding van sport niet, minder of later nodig zijn.

Mogelijke maatregelen

We kijken hoe we het gebruik van de bestaande sportaccommodaties kunnen optimaliseren. Voor de inpassing van sportvelden in het Noorderpark zoeken we naar innovatieve mogelijkheden om de velden, lichtmasten etc. in te passen met oog voor de cultuurhistorische waarde van de omgeving. Als het in het Noorderpark niet lukt gaan we opnieuw integraal naar heel Overvecht kijken voor de inpassing van sportvelden. Dat kan betekenen dat we keuzes moeten maken die ten koste gaan van andere functies (bijvoorbeeld parken, volkstuinen of andere zaken).

Betere verbindingen binnen de wijk en met de rest van de stad Is het realiseerbaar?

We zien voldoende ruimtelijke mogelijkheden om de barrièrewerking van het spoor, de Vecht en de NRU te verminderen door het maken van nieuwe onderdoorgangen, bruggen of andere verbindingen.

Wat zijn de risico's?

Het maken van nieuwe verbindingen, bruggen en tunnels in een bestaand gebied is complex en kostbaar. De praktijk laat zien dat het maken van nieuwe bruggen en tunnels ook tot veel weerstand kan leiden bij bestaande bewoners. Naast het draagvlak in de buurt is ook de financiële haalbaarheid van deze vaak kostbare ingrepen een risico.

Mogelijke maatregelen

Voor het realiseren van de betere verbindingen met de rest van de stad zijn we deels afhankelijk van afspraken met NS, ProRail, Waterschap, Rijk en Provincie. De inhoud van de gemaakte afspraken is van invloed op de uitwerking van mogelijke nieuwe verbindingen over of onder de NRU. De ligging en het aantal nieuwe verbindingen over de Vecht, NRU en onder het spoor liggen nog niet vast en dit vraagt verdere uitwerking, ook met de omgeving.

Beleidsnota omgevingsvisie Overvecht 2040

83

Iedereen (jong en oud) kan veilig deelnemen aan het verkeer

Is het realiseerbaar?

Het herinrichten van straten levert een grote bijdrage aan de verkeersveiligheid. Door wegen te versmallen ontstaat meer ruimte voor verblijven, spelen en voor lopen. Ook wordt het veiliger om te fietsen als auto’s minder hard kunnen rijden. Door eventuele aanvullende maatregelen gericht op het terugbrengen van de hoeveelheid autoverkeer door de buurten, worden de buurten autoluwer en daarmee veiliger. De Einsteindreef, Brailledreef en Franciscusdreef versmallen van 2x2 naar 2x1 rijbaan zal de verkeersveiligheid voor fiets en voetganger vergroten en het makkelijker maken deze dreven over te steken.

Wat zijn de risico's?

Verbeteren van de verkeersveiligheid is een enorme kans maar het betekent ook dat bijna iedere dreef in Overvecht opnieuw moet worden ingericht. De middelen hiervoor zijn nog niet volledig beschikbaar.

Mogelijke maatregelen

De vervangingsopgave van riolering en wegverharding, de aanleg van warmteinfra en de openbare ruimte moet in één keer goed aangelegd worden. We willen dat zoveel mogelijk slim doen, door mee te liften met het vervangen van het riool en het wegenonderhoud. We zoeken naar financiële ruimte bijvoorbeeld binnen bestaande en toekomstige programmeringen in bestaande programma’s. Ook verkennen we de mogelijkheden die rijks- en provinciale subsidies bieden.

Verandering naar aardgasvrij en circulair bouwen

Is het realiseerbaar?

84

Om tot uitvoering van nieuwe warmteoplossingen over te gaan, moeten we een financieel haalbaar en betaalbaar aanbod voor bewoners hebben ontwikkeld. Afhankelijk van de ontwikkelingen moet blijken wanneer dit in de toekomst realiseerbaar is. Waar mogelijk maken we een circulaire openbare ruimte en wordt er circulair gebouwd.

Wat zijn de risico's?

Om tot het uitvoering van nieuwe warmteoplossingen over te gaan, moet er een financieel haalbaar en betaalbaar aanbod voor bewoners ontwikkeld worden. Tot nu toe is gebleken dat dit niet realiseerbaar is. Om te komen tot een haalbaar en betaalbaar aanbod zijn we in grote mate afhankelijk van wetgeving die in ontwikkeling is en (financiële) maatregelen die het Rijk voorbereidt om een aansluiting op een warmtenet aantrekkelijker te maken voor bewoners.

Mogelijke maatregelen

Om kosten te besparen streven we ernaar om de aanleg van een collectieve warmteoplossing onderdeel te maken van een integrale aanpak van de openbare ruimte, waarin o.a. ook rioolvervanging en het vergroenen van de buitenruimte wordt meegenomen. Zowel in het ontwerp als de fasering dienen deze thema's integraal samengebracht te worden. Hiermee worden kosten bespaard en neemt de kans op het kunnen ontwikkelen van een haalbaar en betaalbaar aanbod aan bewoners toe.

C: Monitoren, sturen en verantwoorden

C4 Financiën De Beleidsnota Omgevingsvisie Overvecht is kaderstellend en een vertaling van de ambities uit het RSU in doelstellingen. De omgevingsvisie heeft een looptijd van 15 jaar, verdeeld in de volgende perioden: 2030 (NU), 2035 (STRAKS), 2040 (LATER) en na 2040 Doelstellingen De omgevingsvisie draagt bij aan de doelstellingen van de volgende programma's in de programmabegroting: Ontwikkelen en wonen voor iedereen, Klimaatvriendelijke stad, Duurzame bereikbaarheid, Aantrekkelijke groene leefomgeving en erfgoed, Veilige stad, Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid, Kansrijk Opgroeien en Levendige en gezonde stad. De realisatie van de doelstellingen in de Omgevingsvisie en het tempo daarvan is mede afhankelijk van de beschikbare middelen in de programmabegroting. MPR De uitvoering van doelstellingen gaan gepaard met een grote publieke investeringsopgave. Voor ruimtelijk beleid verloopt de toekenning van financiële middelen voor een belangrijk deel via de integrale afweging in het MPR, als onderlegger bij de Voorjaarsnota. Daarnaast werkt ruimtelijk beleid ook als een handelingsperspectief voor initiatiefnemers in het fysiek domein. De investeringen die hiermee gepaard gaan zijn vooraf niet te garanderen bij vaststelling van beleid. Een definitieve

dekking is daarmee bij vaststelling van beleid vaak niet (volledig) mogelijk. In de toekomst zal steeds per project en opgave moeten worden afgewogen in hoeverre deze doelstellingen kunnen worden toegepast. Daarbij is het op dat moment beschikbare financieel kader, zoals opgenomen in de meerjaren programmabegroting randvoorwaardelijk. Projecten starten pas op het moment dat er voldoende financiële middelen voor het project voorhanden zijn. Strategie organiseren opgave Binnen het MPR passen we diverse strategieën toe, die per opgave en per project op verschillende manieren kunnen worden gecombineerd. De voornaamste strategieën zijn (in willekeurige volgorde): • Baathebbers betalen mee (gebruikers en/of ontwikkelende partijen, bijvoorbeeld via kostenverhaal voor bovenwijkse voorzieningen) • Inzet van toekomstige extra inkomsten uit gemeentefonds en ozb (“Groeikader”) • Inkomsten uit woningbouw en gebiedsontwikkeling (denk aan: grondexploitaties, erfpacht) • (Aanvullende) bijdragen van andere overheden • Bijsturing in projecten en/of combineren van investeringen met andere opgaven (bijvoorbeeld werken met werk). • Temporiseren van ambities en investeringen door prioritering en afwegen van keuzes.

Beleidsnota omgevingsvisie Overvecht 2040

85

Derden De realisatie van de doelstellingen is naast de gemeentelijke beschikbare middelen ook afhankelijk van de mate en snelheid waarin door private partijen ontwikkeld wordt. De Beleidsnota Omgevingsvisie Overvecht schrijft geen samenwerkings- of ontwikkelmodel voor, maar dient wel om gemeente en andere ontwikkelende partijen uit te nodigen tot een gezamenlijke, integrale aanpak. We zijn op zoek naar goede samenwerking met deze partijen en gaan dit de komende jaren verder verkennen. Gebiedsontwikkeling Kosten en opbrengsten voor de gebiedsontwikkelingen zijn binnen de Beleidsnota Omgevingsvisie Overvecht niet in beeld gebracht om de hiernavolgende redenen. • De opbrengsten van de gebiedsontwikkeling en hoe deze zich verhouden tot de benodigde investeringskosten om de ambities van de Omgevingsvisie te kunnen realiseren zijn vanwege het abstractieniveau van de Omgevingsvisie en vanwege het gegeven dat de meeste mogelijke verdichtingslocaties niet in eigendom zijn van de gemeente niet bekend. • Bij de mogelijke verdichtingslocaties die in eigendom van de gemeente zijn kan de gemeente zelf de regie voeren middels actief grondbeleid. Op welke wijze dit het beste kan zal bij de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie bepaald gaan worden.

Bij private gronden en gronden in erfpacht is de regie complexer aangezien het nog niet duidelijk is of partijen zoals woningcorporaties bereid zijn te (her) ontwikkelen. Samenwerking met partijen is essentieel aangezien partijen zoals woningcorporaties een aanzienlijk deel van de woningen in bezit hebben.

86

C: Monitoren, sturen en verantwoorden

Subsidies en lobby We verkennen permanent de mogelijkheden om een beroep te doen op subsidies van rijk, provincie en Europa. De Wijkaanpak Samen voor Overvecht is onderdeel van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). Het Rijk is een partner in de wijk. Dit biedt kansen om aanspraak te maken op rijkssubsidies en een lobby op te organiseren. Binnen het NPLV met een netwerk met 20 stedelijke focuswijken is gezamenlijk optrekken in opgaves mogelijk. Naast de kansen en mogelijkheden die het NPLV biedt, worden de volgende activiteiten voorgesteld om onze ambities te realiseren: • Subsidiescan externe bijdragen en subsidies Europa, Rijk en provincie. Zoals de aanvraag voor de regiodeal. De omvang van de subsidie is afhankelijk van de beoogde integrale doelen. De subsidiescan kan duidelijkheid geven over kansen voor subsidie, hoogte subsidies, mogelijkheid tot stapelen en benodigde inspanning; • Lobbytraject Europa, Rijk en provincie; • Onderzoek verdienmogelijkheden overheidmarkt. • Gemeentelijke cofinanciering is benodigd om externe middelen te verkrijgen. Hiervoor benutten we ruimte in bestaande budgetten en reserves. (Rijks)subsidies gaan ook vaak uit van cofinanciering vanuit de gemeente.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=28a85da1-9e80-4d1c-83f2-be0232a4931b