Beleidsnota omgevingsveiligheid 2024 (na verwerking amendementen)
Tekst van het document
Beleidsnota Omgevingsveiligheid Utrecht
We respecteren de standaardwaarde voor plaatsgebonden risico, maar behouden de beleidsvrijheid in bijzondere gevallen af te wijken van deze waarde. Per geval bekijken we of afwijking van de standaardwaarde acceptabel is.
pagina 26
Afwegingskader Bij de beoordeling van afwijking van de standaardwaarde betrekken we de volgende aspecten: • Wordt het plaatsgebonden risico verhoogd? • Het zwaarwegend belang van het beperkt kwetsbare gebouw of locatie; • Vervangende nieuwbouw, waarbij het gebouw tussen de 10-5 en 10-6 contour zit en de situatie na de nieuwbouw niet slechter wordt dan voorheen; • Alleen voor bij een bedrijf: neemt het bedrijf zo veel mogelijk maatregelen, waardoor de risico’s zo klein mogelijk zijn? Deze aspecten vormen de basis om het gesprek te voeren over het wel of niet willen afwijken van de standaardwaarde, rekening houdend met de veiligheid voor de omgeving. Afhankelijk van de situatie kan het eindresultaat van deze beoordeling verschillen. 5.4 Beleidskeuze voor de omvang van het voorschriftengebied rondom transportroutes Onze gemeente kent transportroutes met een brand- en/of een explosieaandachtsgebied. Dit betekent dat de beleidsvrijheid rondom het voorschriftengebied zich richt op zowel aanwijzing van een brandvoorschriftengebied als een explosievoorschriftengebied voor nieuwe (beperkt) kwetsbare gebouwen. We hebben de keuze om mensen binnenshuis aanvullend te beschermen tegen het gevaar van brand of een explosie door het aanwijzen van een brand- en/of explosievoorschriftengebied.
Naast effectiviteit van deze maatregel speelt het kostenaspect een belangrijke rol in het maken van deze afweging. Voor de snelwegen A2, A12, A27 en A28 is het verplicht om een brandvoorschriftengebied aan te wijzen. We hebben hier geen beleidsvrijheid. Voor de A2 ten zuiden van knooppunt Oudenrijn geldt deze verplichting niet (op basis van de uitgangspunten van het Basisnet). Voor deze wegen trekken we het landelijk beleid door, door met een brandvoorschriftengebied aanvullende maatregelen te eisen tegen de effecten van een brand op nieuwe (beperkt) kwetsbare gebouwen. Ook voor het spoor wijzen we het gehele brandaandachtsgebied aan als een brandvoorschriftengebied. Vanwege de dichte ligging van bebouwing naast het spoor en de Rijkswegen en het gegeven dat de risico’s iets hoger zijn dan bij de buisleidingen wijzen we ook voor het gebied binnen het explosieaandachtsgebied van het spoor en de Rijkswegen een explosievoorschriftengebied aan. Wanneer de omgevingsveiligheidssituatie aanleiding geeft om de inzet van bouwkundige maatregelen te heroverwegen, kunnen we hiervan afwijken voor de niet verplichte routes (het spoor en de A2). In deze situatie heffen we met een afwijking van het omgevingsplan het brand- en/ of explosievoorschriftengebied voor de desbetreffende ontwikkellocatie op.
Voor vaarwegen, waaronder het Amsterdam-Rijnkanaal, wijzen we geen brand- en/of explosieaandachtsgebied aan. De omgevingsveiligheidsrisico’s van de vaarwegen zijn en blijven lager dan de risico’s van de weg en het spoor. We zien daarom geen aanleiding tot het nemen van aanvullende bouwkundige maatregelen. Beleidskeuze voorschriftengebied – transportroutes Aanwijzen brand,- en explosie voorschriftengebied spoor en weg: ja
Voor nieuwbouw van (beperkt) kwetsbare gebouwen beschermen we aanvullend mensen binnenshuis tegen de gevaren van een brand en/ of een explosie door het eisen van bouwkundige maatregelen of andere maatregelen die dezelfde aanvullende bescherming bieden. Afwijking hiervan is mogelijk wanneer de externe veiligheidssituatie daartoe aanleiding geeft.
Aanwijzen brand,- en explosievoorschriftengebied water: nee
Voor nieuwbouw van (beperkt) kwetsbare gebouwen is aanvullende bescherming tegen de gevaren van een brand en/of een explosie niet nodig.
Beleidsnota Omgevingsveiligheid Utrecht
pagina 27
5.5 Beleidskeuze voor vestiging van zeer kwetsbare gebouwen rondom transportroutes Net zoals bij risico’s van bedrijven en buisleidingen kiezen we bij transportroutes ervoor om de meest kwetsbare personen in de omgeving maximaal te beschermen. Voor transportroutes geven we hieraan invulling door het nee, tenzij principe toe te passen. Dit betekent dat nieuwe zeer kwetsbare gebouwen niet zijn toegestaan binnen het brandaandachtsgebied en/of het explosieaandachtsgebied van transportroutes, tenzij daarvoor zwaarwegende motieven (bijvoorbeeld maatschappelijk of economisch) zijn. We kiezen niet voor volledige uitsluiting, omdat sommige transportroutes (waaronder het spoor) nabij woongebieden liggen en daarmee uitsluiting van bepaalde zeer kwetsbare gebouwen (zoals kinderdagverblijf en basisscholen) niet past binnen het gebiedstype. We sluiten nieuwe zeer kwetsbare gebouwen niet uit binnen een gifwolkaandachtsgebied, omdat de verplichte maatregel van afsluitbare ventilatie voldoende bescherming biedt tegen het gevaar van een gifwolk. Beleidskeuze zeer kwetsbare gebouwen – transportroutes Toestaan zeer kwetsbare gebouwen: Nee, tenzij
Zeer kwetsbare personen in nieuwbouw stellen we niet bloot aan de gevaren van een brand en/of een explosie van een transportroute, maar behouden de beleidsvrijheid in bijzondere gevallen hiervan af te wijken. Per geval bekijken we of afwijking van acceptabel is. Nieuwbouw van zeer kwetsbare gebouwen binnen een brand- en/of explosieaandachtsgebied van een transportroute is niet toegestaan, tenzij hiervoor zwaarwegende motieven (bijvoorbeeld maatschappelijk of economisch) zijn en een afweging over het groepsrisico plaatsvindt.
Toestaan nieuwe zeer kwetsbare gebouwen in een gifwolkaandachtsgebied: ja, mits
Binnen een gifwolkaandachtsgebied zijn deze gebouwen toegestaan. Wel moet voor het toelaten een afweging over het groepsrisico plaats te vinden.
5.6 Beleidskeuze voor groepsrisico als gevolg van transportroutes Net zoals bij de andere risicobronnen sluiten nemen we voor het groepsrisico ons beleid uit de Nota Externe Veiligheid (2007) over. Dit betekent dat de beleidsvrijheid zich richt op de keuze of er wel of geen overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico wordt toegestaan. Vanwege de te verwachte ruimtelijke ontwikkelingen nabij de transportroutes, accepteren we overschrijdingen van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico, mits er een integrale afweging over de mogelijke risico’s en effecten plaatsvindt. We gaan hier voorzichtig mee om. Beleidskeuze groepsrisico – ruimtelijke ontwikkelingen nabij transportroutes Beoordelen hoogte groepsrisico: • Toetsing aan de oriëntatiewaarde van het groepsrisico. • Toename van het groepsrisico
We beoordelen het groepsrisico door te toetsen aan de oriëntatiewaarde van het groepsrisico en door te kijken naar de toename van het groepsrisico ten gevolge van de ontwikkeling.
Uitwerking beoordeling Overschrijding oriëntatiewaarde: ja, mits
We accepteren overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico bij een integrale afweging van de mogelijke risico’s en effecten. We gaan hiermee voorzichtig om.
Toename groepsrisico: ja, mits
Bij een toename van het groepsrisico vindt een integrale afweging plaats van de mogelijke risico’s en effecten.
Beleidsnota Omgevingsveiligheid Utrecht
pagina 28
Afwegingskader Bij de afweging van het groepsrisico nemen we de volgende elementen mee: • De mogelijkheden om het groepsrisico zoveel mogelijk te beperken door maatregelen bij de bron; • Planologische oplossingen om het groepsrisico zoveel mogelijk te beperken; • Ruimtelijke en/of bouwkundige ingrepen die ervoor zorgen dat personen zich snel in veiligheid kunnen brengen bij een eventueel ongeval (zelfredzaamheid). Aandachtspunten hierbij zijn onder andere de mogelijkheid van alarmering, de aanwezigheid van vluchtroutes en fysieke mogelijkheden van personen; • De mogelijkheden van de hulpverleningsdiensten om hun taken goed te kunnen uitoefenen en daarmee het aantal slachtoffers te kunnen beperken bij een eventueel ongeval (beheersbaarheid). Aandachtspunten hierbij zijn o.a. de bereikbaarheid van de locatie, de inzetbaarheid van hulpmiddelen en de capaciteit van de hulpverlening. Deze aspecten vormen de basis om het gesprek te voeren over de bijdrage van de ontwikkeling op het groepsrisico, rekening houdend met de veiligheid van de omgeving. Afhankelijk van de situatie kan het eindresultaat van deze beoordeling verschillen. Beleidskeuze aanleggen transportroutes We hebben beperkt invloed op de risico’s van transportroutes. Utrecht heeft te maken met een toename van vervoer van gevaarlijke stoffen op Rijks- en provinciale wegen, spoorwegen en waterwegen.
Voor die wegen zijn we niet het bevoegde gezag. Het gaat dan om besluiten van de provincie, het Rijk of waterschappen die bepalend zijn voor de route die gebruikt dient te worden. We nemen bij de (mede)beoordeling van aanleggen van tansportroutes hetzelfde standpunt in als voor ruimtelijke ontwikkelingen nabij transportroutes. Beleidskeuze groepsrisico – aanleggen transportroutes Overschrijding oriëntatiewaarde: ja, mits
We accepteren overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groeps risico bij een integrale afweging van de mogelijke risico’s en effecten. We gaan hiermee voorzichtig om.
Toename groepsrisico: ja, mits
Bij een toename van het groepsrisico vindt een integrale afweging plaats van de mogelijke risico’s en effecten.
Beleidsnota Omgevingsveiligheid Utrecht
pagina 29
6
Nieuwe risicobronnen en de energietransitie
De overgang van fossiele brandstoffen naar duurzame energieopwekking is één van de belangrijkste uitdagingen van dit moment. Deze transitie heeft gevolgen voor de (omgevings)veiligheid. Voorbeelden van effecten op de veiligheid zijn: • Uitfasering van het gebruik van fossiele energiebronnen leidt tot kleinere risico’s in de gehele keten. Van productie bij de raffinaderijen, grootschalige tankopslag, transport via buisleidingen, weg, water of spoor, tot aan de eindaflevering bij gebruikers; • De energieopslag en omzetting van elektriciteit naar alternatieve brandstoffen is nodig om de onbalans tussen duurzame energieproductie en -vraag te kunnen corrigeren. Dit leidt tot nieuwe risicobronnen. Denk hierbij aan: - Energieopslagen (waaronder buurtbatterijen, Elektriciteit Opslag Systemen, opslagloods voor batterijen); - Laadpalen; - Geothermie opweklocaties (worden mogelijk ook risicovolle installaties met een risicocontour wanneer er aardgas meekomt als bijproduct); - Windturbines (nabij buisleidingen en andere risicobronnen); • Andere risico’s hebben te maken met de grootschalige productie van biogas, de inzet van windturbines en multifuel-tankstations. De effecten van deze risicobronnen hebben invloed op de omgevingsveiligheidssituatie in onze gemeente.
Omdat de effecten niet altijd bekend zijn en hierover niet altijd wetgeving is, heeft het onze voorkeur om deze nieuwe risicobronnen te scheiden van woongebieden waar mogelijk. Bedrijventerreinen en landelijk gebied zijn vanuit het oogpunt van omgevingsveiligheid de beste locaties voor risicovolle activiteiten, maar voor bijvoorbeeld het opladen van een auto zullen laadpalen wel nodig zijn in de buurt van woningen. Omdat de kennis op het gebied van veiligheid en nieuwe risicobronnen in ontwikkeling blijft, beoordelen we elke situatie afzonderlijk. Daarbij maken we gebruik van de meest recente informatiebronnen op dit gebied.
Beleidsnota Omgevingsveiligheid Utrecht
pagina 30
Bijlagen
Bijlage 1: Verklarende woordenlijst 100% letaliteitszone buisleiding Het gebied rondom een buisleiding, waarbinnen iedereen komt te overlijden door de gevolgen van een incident bij de buisleiding. In de onderstaande tabel zijn deze afstanden weergegeven. Deze zijn afhankelijk van de druk en diameter van een hogedruk aardgastransportleiding. Diameter in inches (mm)
Normaal (DN)
4000 kPa
6620 kPa
8000 kPa
2
DN50
20
20
-
4 (114,3)
DN100
30
30
40
6 (168,3)
DN150
50
60
70
8 (219,1)
DN200
50
60
70
10 (273,1)
DN250
60
70
80
12 (323,9)
DN300
70
80
90
14 (355,6)
DN350
80
90
90
16 (406,4)
DN400
80
100
100
18 (457,0)
DN450
100
110
120
20 (508,0)
DN500
100
120
130
24 (610,0)
DN600
120
140
150
30 (762,0)
DN750
140
160
170
36 (914,0)
DN900
150
180
190
42 (1067)
DN1050
160
190
200
48 (1219)
DN1200
180
210
220
Figuur 2: 100% letaliteit hogedruk aardgastransportleidingen (bron: Handboek buisleiding in bestemmingsplannen versie 2016
Basisnet Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het Basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen (enkele uitzonderingen daargelaten). Het Basisnet heeft als doel een evenwicht voor de lange termijn te creëren tussen de belangen van het vervoer van gevaarlijke stoffen, de bebouwde omgeving en de veiligheid van mensen die dicht in de buurt van de infrastructuur waar dit vervoer plaatsvindt wonen of verblijven. Het Basisnet stelt verder regels aan het vaststellen en beheersen van de risico’s voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (vervoerskant). De wetgeving over het Basisnet wordt ook wel ‘Wet basisnet’ genoemd. De Wet basisnet is een heel stelsel van wetten en regels die hun oorsprong hebben liggen in verschillende gebieden. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans op het overlijden van een onbeschermd en continu aanwezig persoon buiten de begrenzing van de locatie waar een activiteit wordt verricht als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door die activiteit.
Beleidsnota Omgevingsveiligheid Utrecht
pagina 32
Het plaatsgebonden wordt op een kaart weergegeven door middel van zogenoemde isorisico contouren. Dit zijn lijnen op een omgevingskaart die punten met dezelfde kans op overlijden met elkaar verbinden.
Groepsrisico De officiële definitie van groepsrisico in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) luidt: “de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is.”
Onder de Omgevingswet komt deze definitie te vervallen. In het Bkl staat het volgende: in een omgevingsplan voor (beperkt, zeer) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties binnen een brand-, explosieen gifwolkaandachtsgebied rekening moet worden gehouden met de kans op overlijden van een groep van 10 of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit met externe veiligheidsrisico’s (groepsrisico).
Beleidsnota Omgevingsveiligheid Utrecht
pagina 33
Oriëntatiewaarde Het groepsrisico wordt uitgedrukt in de vorm van een zogenaamde fN-curve die het logaritmisch verband aangeeft tussen het cumulatieve aantal slachtoffers (N) en de cumulatieve kans (f) op de mogelijke ongevallen met gevaarlijke stoffen. Voor inrichtingen geldt als oriëntatiewaarde een kans op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-5 per jaar, een kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-7 per jaar en een kans op een ongeval met 1000 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-9 per jaar. Een belangrijk verschil tussen de oriëntatiewaarde voor inrichtingen en die voor het transport van gevaarlijke stoffen betreft de ligging van deze waarde in de fN-grafiek. In onderstaand figuur is de ligging van de oriëntatiewaarden voor inrichtingen en vervoer in de fN-grafiek opgenomen. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen ligt de oriëntatiewaarde een factor 10 hoger in de fN-grafiek. Voor het berekeningen van het groepsrisico dient gebruik te worden gemaakt van de recentste versie van de Handleiding risicoberekeningen Bevi, de Handleiding risicoanalyse transport en de Handleiding Risicoberekeningen Bevb. (Beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties Voor gebouwen en locaties wordt onderscheid gemaakt tussen beperkt kwetsbare gebouwen en locaties en kwetsbare gebouwen en locaties.
De definitie is opgenomen in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL). Bij het bepalen van de kwetsbaarheid van een gebouw of locatie is gekeken naar het volgende: • het aantal personen dat gelijktijdig aanwezig is; • de aanwezigheidsduur van personen; • in hoeverre personen zichzelf in veiligheid kunnen brengen bij een incident. Kwetsbare gebouwen zijn alle gebouwen met een woonfunctie (niet verspreid liggende bebouwing) en locaties bestemd voor grote evenementen of voor recreatief nachtverblijf voor meer dan 50 personen. Gebouwen en locaties zijn ook kwetsbaar als er veel personen een groot deel van de dag aanwezig zijn. Het gaat bijvoorbeeld om: • woonfunctie; • bijeenkomstfunctie; • kantoorfunctie; • sportfunctie; • scholen voor volwassenen; • gezondheidszorg zonder bedgebied; • locatie voor evenementen in de open lucht voor ten minste 5.000 personen. De overige gebouwen en locaties zijn beperkt kwetsbaar.
Beleidsnota Omgevingsveiligheid Utrecht
pagina 34
Zeer kwetsbare gebouwen De categorie zeer kwetsbare gebouwen is nieuw ten opzichte van de voorheen geldende regelgeving. De gebouwen in deze categorie vielen eerder onder de categorie kwetsbare objecten. Een gebouw is ‘zeer kwetsbaar’ als het een gebouw is voor mensen die zichzelf niet op tijd in veiligheid kunnen brengen. Het gaat om de volgende gebouwen; • woonfunctie voor 24-uurszorg; • basisscholen; • scholen voor minderjarigen met een lichamelijke of geestelijke beperking; • dagverblijf van personen met een lichamelijke of geestelijke beperking; • gezondheidszorg met bedgebied (ziekenhuizen en verpleeghuizen); • kinderopvang; • Gevangenissen. Aandachtsgebied Aandachtsgebieden zijn gebieden die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen.
Dat betekent dat zich binnen dat gebied bij een ongeval met gevaarlijke stoffen levensbedreigende gevaren voor personen in gebouwen kunnen voordoen. Ook al is de kans daarop klein. Het aandachtsgebied vormt een instrument om het gesprek over veiligheid en bescherming door het treffen van maatregelen te starten. Er is een onderscheid tussen drie soorten gevaren: warmtestraling (brand), overdruk (explosie) en concentratie giftige stoffen in de lucht (gifwolk). Daarmee zijn er ook drie typen aandachtsgebieden: • brandaandachtsgebied; • explosieaandachtsgebied; • gifwolkaandachtsgebied. De aandachtsgebieden zijn een kenmerk van een activiteit met externe veiligheidsrisico’s. Ze gelden vanaf het begin van het verrichten van de activiteit. Een aandachtsgebied hoeven we niet eerst in het omgevingsplan aan te wijzen.
Beleidsnota Omgevingsveiligheid Utrecht
pagina 35
Bijlage 2: Status beleidsnota wanneer de Omgevingswet nog niet van kracht is Het kan zich voordoen dat de Omgevingswet nog niet van kracht is bij vaststelling van de definitieve Beleidsnota Omgevingsveiligheid. Dit betekent dat de externe veiligheidseisen uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) nog van toepassing zijn. Voor beoordeling van ruimtelijke plannen aan de beleidsuitspraken uit deze Beleidsnota heeft dit beperkte invloed. De inhoudelijke consequenties zijn: • Er gelden geen aandachtsgebieden. In plaats van brand-, explosie,- en/of gifwolkaandachtsgebied hanteren we conform Bevi, Bevt en het Bevb het begrip invloedsgebied; • Waar specifiek in deze nota brand-, explosie,- en/of gifwolkaandachtsgebied worden genoemd moet dit gelezen worden als de afstand tot waar dodelijke slachtoffers vallen als direct gevolg van een brand, explosie of gifwolk. Rondom transportroutes zijn deze afstanden voor brand en explosie respectievelijk 30 en 200 meter. Er geldt vooralsnog geen gifwolkaandachtsgebied voor transportroutes; • Het voorschriftengebied is niet van toepassing. Conform het Bevt blijven de bouwkundige eisen uit het Bouwbesluit 2012 wel gelden voor nieuwbouw binnen het plasbrandaandachtsgebied; • Er zijn geen (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties.
In plaats daarvan hanteren we de begrippen (beperkt) kwetsbare objecten conform het Bevi, Bevt en het Bevb; • Er zijn geen zeer kwetsbare gebouwen. Met gemeentelijk beleid behouden we extra bescherming voor de mensen die zich bij een incident met gevaarlijke stoffen niet zelfstandig in veiligheid kunnen brengen. Hiervoor introduceren wij het begrip zeer kwetsbare objecten; • Een zeer kwetsbaar object is bestemd voor mensen die zichzelf niet op tijd in veiligheid kunnen brengen. Het gaat om de volgende functies: - woonfunctie voor 24-uurszorg; - basisscholen; - scholen voor minderjarigen met een lichamelijke of geestelijke beperking; - dagverblijf van personen met een lichamelijke of geestelijke beperking; - gezondheidszorg met bedgebied (ziekenhuizen en verpleeghuizen); - kinderopvang; - gevangenissen.
Beleidsnota Omgevingsveiligheid Utrecht
pagina 36
Bijlage 3: Voorbeelden van gevaren van omgevingsveiligheid; brand, explosie of gaswolk door opslag, verwerken of transport van gevaarlijke stoffen Als we kijken naar de gevaren op de omgeving bij een incident met gevaarlijke stoffen, maken we onderscheid tussen een brand, explosie en een gifwolk. De gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen kunnen groot zijn, gelukkig is de kans op een incident met gevaarlijke stoffen klein. Om een beter beeld te krijgen van deze gevaren, schetsen we in deze bijlage enkele voorbeelden. Een brand bij een incident met een aardgasleiding Brand bij een aardgasleiding ontstaat door graafschade nabij een aardgasleiding. Tijdens graafwerkzaamheden kan de graafmachine de leiding raken, waardoor er een gat in de leiding komt. Door het gat stroomt er onder hoge druk aardgas uit de leiding die vrijwel direct gaat branden. Dit leidt tot een brand die een vorm heeft van een fakkel, ook wel fakkelbrand genoemd. De fakkel kan enkele tientallen meters hoog zijn. De duur van de brand is afhankelijk van hoeveel gas er nog in de leiding zit. De gemiddelde duur van een fakkelbrand bedraagt 30 minuten. In sommige gevallen kan het oplopen tot een uur. Door de hoge hittestraling kunnen mensen slachtoffer worden en gebouwen kunnen vlam vatten.
Afhankelijk van de eigenschappen van de leiding kunnen mensen binnen een gebied van ongeveer 100 tot 600 meter van de leiding dodelijke slachtoffers worden. Een explosie bij een incident met een tankauto op de weg Een explosie op de weg kan ontstaan doordat een tankauto met brandbare gassen (zoals LPG of LNG) een ongeluk krijgt, waardoor de tank scheurt. Door deze grote impact ontsteekt het brandbaar gas in de tank direct. Dit leidt tot een explosie. Mensen in de omgeving kunnen slachtoffer worden door de overdruk en de bijkomende hittestraling. Gebouwen in de omgeving storten in, hebben schade of vatten vlam. Het gebied waarbinnen mensen kunnen komen te overlijden door een explosie op de weg, is ongeveer 200 meter.
Beleidsnota Omgevingsveiligheid Utrecht
pagina 37
Treinongeval met giftige stoffen In België vond in 2013 een incident met een goederentrein plaats. De trein ontspoorde, waardoor de giftige stof acrylonitryl vrijkwam. Er ontstond een brand waardoor ook andere giftige stoffen waaronder blauwzuur vrijkwamen. Dit resulteerde in 1 dodelijk slachtoffer en ongeveer 100 mensen raakten gewond. De trein kwam uit Nederland. Vuurwerkramp Enschede In Enschede is in het jaar 2000 door een explosie bij een bedrijf dat vuurwerk opslaat een deel van een woonwijk weggevaagd. Er vielen 23 doden. Ongeveer 950 mensen raakten gewond en 200 woningen werden verwoest.
Incident bij een buisleiding In België vond in 2004 een incident met een aardgasleiding plaats op een bedrijventerrein. Nadat er een gaslek was geconstateerd, vond er een zware ontploffing plaats. Bij het incident kwamen 24 mensen om het leven.
Beleidsnota Omgevingsveiligheid Utrecht
pagina 38