CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsnota Jeugd herziene versie november 2025

Gemeenteraad 20 november 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel technische aanpassing data beleidsnota Jeugd 'samen opgroeien, samen opvoeden'24.890 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het lukt onvoldoende om de grondoorzaken van de vraag naar jeugdhulp (volwassenenzorg, bestaanszekerheid op gebied van inkomen/ financiën en wonen) aan te pakken, waardoor de vraag naar jeugdhulp blijft toenemen en wachtlijsten groeien.

Dit is een hardnekkig risico, al lang • We gaan meer sturen op de komen problemen van gezinnen in kerntaken van onze jeugdhulppartners. Dit gaat andere domeinen (denk aan complexe scheidingen, psychische gevolgen hebben voor partners in hulp aan ouders, gebrek aan aanpalende terreinen. inkomen of geschikte woonruimte, • We bevorderen de integrale stagnerende doorstroom vanuit samenwerking van Jeugd en residentiële jeugdhulp) rechtstreeks andere domeinen zoals wonen, terecht bij jeugdhulp. Werk & Inkomen, volwassenGGz.

Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 61

3. Financiën Context en financieel perspectief De meerjarenbegroting Jeugd van de gemeente Utrecht krimpt de komende jaren, als we de prijsindexatie buiten beschouwing laten. Dit komt door de verwerking van de bezuinigingen van de landelijke Hervormingsagenda Jeugd. Deze lopen landelijk op tot structureel 1 miljard euro en korten we op het onderdeel Jeugdwet binnen het gemeentefonds. Voor Utrecht gaat het om een korting van 16,6 mln. Gecorrigeerd voor indexatie en een risicobereidheid van 35% (opgenomen in de Voorjaarsnota 2023, in lijn met het onderhandelingsresultaat van de Hervormingsagenda Jeugd) gaat het om een taakstelling van 6,9 mln. voor de Jeugdwet. De impact van deze bezuinigingen vangen we op met de hervormingen in het Sociaal Domein die in de Voorjaarsnota 2023 zijn aangekondigd. Daarbij volgen we de vijf uitgangspunten zoals benoemd in de Voorjaarsnota 2023 en het amendement ‘Utrechtse basis is een absoluut minimum bij bezuinigingen’1. Het is in Utrecht gelukt om vanaf de start van de decentralisaties (2015) met een consistent preventieve aanpak invulling te geven aan de Jeugdwet (en Wmo). Dit deden we met relatief hogere uitgaven dan het landelijk gemiddelde voor onderwijs, gezond stedelijk leven, een sterke pedagogische basis en de buurtteams en relatief lagere uitgaven voor aanvullende hulp.

We zien nu dat de rek eruit raakt, onder andere doordat de kosten in de aanvullende jeugdhulp de afgelopen jaren zijn gestegen, en het budget voor de basishulp en pedagogische basis nauwelijks is gewijzigd. Het risico bestaat dat, als we onvoldoende investeren in preventieve voorzieningen, de kosten voor aanvullende jeugdhulp nog verder stijgen. Als gevolg van de wettelijke jeugdhulpplicht en jurisprudentie kunnen we het beroep op dit type jeugdhulp niet negeren. In deze context is het zoeken naar de ruimte die we hebben. De strategie in deze nota is gericht op het versterken van de pedagogische basis (doelstelling 1) om zo het beroep op basis- en aanvullende hulp (doelstelling 2, 3 en 4) te verminderen. Benodigde besparingen willen we vooral realiseren binnen de aanvullende hulp. Dit is alleen realistisch als er voldoende capaciteit en inzet is in de pedagogische basis en de basishulp. Alleen zó kunnen we instroom terugdringen, de hulpduur in de aanvullende hulp verkorten, uitstroom bevorderen en zo het beroep op jeugdhulp verminderen. In de programmabegroting 20252 stellen we voor om een transitiereserve te vormen. Hiermee kunnen we investeringen doen om hervormingen op gang te brengen en te versnellen. Denk hierbij aan het versterken van de pedagogische basis of aan het ontwikkelen en implemen­ teren van nieuwe vormen van hulp, zoals digitale hulp en ‘blended care’.

Zo willen we een beweging op gang brengen waarbij de pedagogische basis of basishulp opgroei- en opvoed­ vragen vaker oppakken. Dit vraagt om verschuivingen van budget tussen de programmadoel­ stellingen, waarbij we op termijn meer investeren in de pedagogische basis en er minder geld naar de aanvullende hulp gaat. In welke omvang en op welke termijn we dat realiseren is onzeker, daarom zijn in de financiële tabel (zie p. 63) nog PM posten opgenomen. In de programmabegroting 2025 lichten we toe welk dilemma we hierbij zien en dat we daarover graag in gesprek gaan met de raad. 1

A52 Utrechtse basis is een absoluut minimum bij bezuinigingen - U-reka Gemeente Utrecht

2

Op het moment van aanbieden van deze nota is de programmabegroting 2025 nog niet door de raad vastgesteld.

62

Budgetten De meerjarenbegroting Jeugd bestaat uit vier programmadoelstellingen. In onderstaande tabel maken we per programmadoelstelling onderscheid in het budget dat meerjarig benodigd is voor de uitvoering van deze beleidsnota, het deel van het budget waar al dekking voor is binnen de bestaande programmabegroting en de incidentele inkomsten die de gemeente Utrecht de komende jaren verwacht te genereren van derden. Alle kosten worden gedekt binnen het programma kansrijk opgroeien.

Bedragen in euro's (*1.000)

2025

2026

2027

2028

Structureel

Doelstelling 1 Veerkracht en pedagogische basis

6.820

6.120

6.020

6.020

6.020

Financiële vertaling van beleid naar voren

PM+

PM+

PM+

PM+

PM+

Doelstelling 2 - Basishulp

29.890

29.290

28.190

27.690

26.690

PM

PM

PM

PM

PM

Doelstelling 3 - Aanvullende hulp

102.740

96.130

95.840

95.840

91.250

Taakstelling / opbrengst maatregelen

-3.080

-6.470

-6.890

-6.890

-6.890

Financiële vertaling van beleid naar voren

PM -

PM -

PM -

PM -

PM -

Doelstelling 4 - Veilig opgroeien

16.110

13.850

13.850

13.860

13.860

PM

PM

PM

PM

PM

155.560

145.390

143.900

143.410

137.820

2025

2026

2027

2028

Structureel

Doelstelling 1 Veerkracht en pedagogische basis

6.820

6.120

6.020

6.020

6.020

Doelstelling 2 - Basishulp

27.390

26.790

26.690

26.690

26.690

Doelstelling 3 - Aanvullende hulp

95.650

91.540

91.250

91.250

91.250

Doelstelling 4 - Veilig opgroeien

16.110

13.850

13.850

13.860

13.860

B - Reeds in begroting gedekt

145.970

138.300

137.810

137.820

137.820

Programma : Kansrijk opgroeien

Financiële vertaling van beleid naar voren

Financiële vertaling van beleid naar voren A - Totaal benodigd budget

* Bedragen zijn inclusief inkomsten SPUK’s en afgerond op 10K

Bedragen in euro's (*1.000) Reeds in begroting gedekt

* Bedragen zijn afgerond op 10K

Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 63

Bijdragen van derden

2025

2026

2027

2028

Structureel

SPUK - Toeslagenaffaire

2.500

2.500

1.500

1.000

0

SPUK - Randvoorwaardelijke functies Jeugdhulp

2.700

2.700

2.700

2.700

0

SPUK - Niet beoogde kosten jeugdzorg

2.500

0

0

0

0

SPUK - Frictiekosten af en ombouw gesloten JZ

1.890

1.890

1.890

1.890

0

Totaal

9.590

7.090

6.090

5.590

0

* Bedragen zijn indicatief en afgerond op 10

Bij de voorjaarsnota van 2023 is meerjarig een taakstelling verwerkt binnen de begroting van Jeugd op de programmadoelstelling aanvullende jeugdhulp. Deze taakstelling is in 2025 3,1 miljoen euro, en loopt op tot 6,5 in 2026 en structureel 6,9 miljoen euro vanaf 2027. Het grootste financiële risico is dat we de taakstelling op de aanvullende jeugdhulp niet realiseren. De komende jaren moet blijken in hoeverre de koers die we inzetten met deze beleidsnota, bijdraagt aan de realisatie van de taakstelling. Daarnaast hanteren we ten aanzien van de meerjarenbegroting de volgende uitgangspunten: • De meerjarenbegroting is als kader leidend. Dat wil zeggen dat de uitgaven de komende jaren passen binnen de beschikbare middelen. • Het realiseren van de in deze nota beschreven ambities vindt plaats binnen de kaders van de programmabegroting 2025 en verder. • We maken, met de partners in het veld, robuuste inhoudelijke keuzes die bijdragen aan de beheersbaarheid van kosten en de betaalbaarheid van jeugdhulp. • Deze robuuste keuzes vertalen we naar de overeenkomsten met onze externe partners, zodat we de bezuinigingen in de vorm van taakstellingen effectueren.

64

4. Voortgang en verantwoording De voortgang op de beleidsnota rapporteren we in de begrotingscyclus via de doelstellingen en indicatoren zoals in deze nota zijn omschreven. Het gaat om de doelstellingen Jeugd in het programma Kansrijk opgroeien. De bestaande doelstellingen en indicatoren worden vervangen door de doelstellingen en indicatoren in deze nota. Daarnaast ontvangt de raad jaarlijkse voortgangsrapportages over relevante ontwikkelingen met betrekking tot de realisatie van de doelstellingen. Ook informeren we de raad regel­matig via raadsbrieven, technische sessies en de stand van zaken rondom uitvoeringspro­ gramma’s die het beleid van deze nota raken, zoals mentale gezondheid, informele zorg, samen stad maken en ongelijk investeren voor gelijke kansen. Binnen de scope van deze beleidsnota ‘Samen opgroeien, samen opvoeden’ voorzien we nu geen nieuwe onderdelen die worden uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma. In 2026 vindt er, ook ter voorbereiding van de nieuwe uitvraag aanvullende jeugdhulp 2029 en verder, een evaluatie plaats met focus op de aanvullende jeugdhulp in het licht van voorliggende nota. Daarnaast wordt er in 2030 een bredere, onafhankelijke evaluatie van de nota uitgevoerd. We betrekken de raad bij de opzet van de evaluatie en informeren de raad over de uitkomsten. Zo nodig doen we voorstellen om ons beleid bij te stellen.

Bij alle voortgang en monitoring is het belangrijk dat we niet alleen goed de beweging in kaart brengen van basis- en aanvullende jeugdhulp naar de pedagogische basis, maar dat we deze beweging altijd in de juiste context blijven bezien. In de voortgangsrapportage duiden we daarom de data. Deze duiding is essentieel: we hebben bij de indicatoren streefwaarden opgenomen die passen bij de gewenste beweging: minder kinderen en gezinnen in jeugdhulp, een lagere instroom en een hogere uitstroom. Echter, de afname van het aantal kinderen of gezinnen in jeugdhulp of afnemende instroom en toenemende uitstroom is geen doel op zich. Ook is het niet reëel dat het aantal kinderen en gezinnen in jeugdhulp en de instroom in jeugdhulp altijd blijft dalen. Er is een ‘ondergrens’: er blijft een (zo klein mogelijke) groep die (aanvullende) jeugdhulp echt nodig heeft. Bovendien hoeft een daling niet gepaard te gaan met afname in kosten. Zo kan een slecht bereik van het buurtteam ertoe leiden dat kinderen en gezinnen ongewenst geen hulp krijgen, waardoor problemen verergeren en er later alsnog langere en duurdere hulp nodig is. Kortom, de streefwaarden moeten altijd worden bezien in juiste balans met kwaliteit, beschikbaarheid en toegankelijkheid van de jeugdhulp. Cruciaal in onze aanpak is daarom dat we samen met jongeren, ouders en partners in het jeugddomein leren en ontwikkelen.

Dit doen we onder andere door samen inhoudelijke bijeenkomsten en datasessies te organiseren. We kijken zo gezamenlijk of we onze ambitie realiseren binnen het financiële kader. We duiden kwalitatieve en kwantitatieve informatie zowel binnen het jeugdhulp domein als aanpalende domeinen.. Daarbij betrekken we ook maatschappelijke trends en (lokale en landelijke) ontwikkelingen die invloed hebben op het realiseren van de doelstellingen.

Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 65

5. Utrechts sturingsmodel We hebben forse opgaves binnen de jeugdhulp. Het vraagt om een stevige sturing om onze doelen te realiseren binnen het beschikbare budget. We werken volgens het Utrechts sturingsmodel. Daarbij gaan we, meer dan nu het geval, focussen op rekenschap en een balans tussen de linker- en rechterkant van het model.

Kaders en randvoorwaarden zijn scherp geformuleerd

Gedeelde waarden zijn het startpunt

OPGAVE Leren en verbeteren via interactie en dialoog

Data en informatie brengt de beweging in kaart

Opgave

Ambitie: Kinderen en jongeren in Utrecht groeien kansrijk op in een stabiele, gezonde, stimulerende en liefdevolle omgeving. Bij ouders - of waar dit niet lukt, zo thuis mogelijk met vaste opvoeders - die veiligheid en geborgenheid bieden. Opgroeien en opvoeden doen we samen: ‘It takes a village to raise a child’.

Doelstellingen: 1. 2. 3. 4.

Kinderen en ouders zijn veerkrachtig en ondersteunen elkaar om binnen de pedagogische basisoplossingen te vinden voor opvoed- en opgroeivragen. Voor kinderen en ouders die dat nodig hebben is tijdig passende hulp vanuit de buurtteams jeugd en gezin beschikbaar. Deze hulp sluit goed aan op de eigen kracht van het gezin en de ondersteuning vanuit de pedagogische basis. Voor kinderen die dat nodig hebben is tijdig passende aanvullende hulp beschikbaar. Deze hulp sluit goed aan op de eigen kracht van het gezin en de ondersteuning vanuit de pedagogische basis en de buurtteams. Kinderen groeien zo veilig mogelijk op. Onveiligheid in gezinnen wordt vroegtijdig herkend, er wordt tijdig passende hulp ingezet die nodig is om de onveiligheid te verminderen.

Gedeelde waarden zijn het startpunt: Leidende principes: • Niet over ons, zonder ons • Grondoorzaken aanpakken in het belang van kinderen • Uitgaan van mogelijkheden

66

•

• • •

Ongelijk investeren voor gelijke kansen Buurt- en wijkgericht (samen)werken en gemeenschap centraal Eenvoud in de uitvoering Veiligheid is de ondergrens

Kaders en randvoorwaarden zijn scherp geformuleerd • • • • • •

Financiële kaders: zie ‘financiën’ Jeugdwet, Algemene wet bestuursrecht en algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals transparantie en rechtszekerheid. Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht en bijbehorende Nadere regel. Nadere regels subsidieregelingen. Inkoopvoorwaarden basiszorg en aanvullende zorg Overeenkomsten basiszorg en aanvullende zorg die cyclisch worden geëvalueerd en waar nodig kunnen worden aangepast.

Data en informatie brengt de beweging in kaart Kwantitatieve informatie: • Zie indicatoren. • Overige informatie uit het dashboard Jeugdhulp, bijvoorbeeld over verwijzers of jeugdhulpgebruik per wijk. • Aantal klachten bij jeugdhulporganisaties. • Aantal bezwaar-en beroepsprocedures. • Via ‘Van Wijkdata naar wijk doen’ voor het realiseren van wijkopgaven. • Utrecht monitor, Utrechts gezondheidsprofiel, Volksgezondheidsmonitor en andere kwantitatieve verdiepende onderzoeken. Kwalitatieve informatie: • Rapportages van gecontracteerde partners in de sociale basis, basishulp en aanvullende jeugdhulp. • Signalen uit gesprekken met partners in het sociaal domein. • Signalen (uit gesprekken) van ouders en jongeren. • Klachten, bezwaarprocedures, beroepsprocedures. • Themasessies waarin wordt verdiept op opgaves.

Leren en verbeteren via interactie en dialoog

We volgen de ontwikkelingen op het realiseren van onze ambitie en doelstellingen door kwantitatieve en kwalitatieve informatie. Met partners en doelgroepen duiden we deze data en informatie en bespreken we welke inzichten de data en informatie opleveren, tot welke verbeteracties deze inzichten leiden en hoe we de acties monitoren. Daarbij kijken we vooral in hoeverre het lukt om de beweging naar voren en het collectief werken en groepsgericht werken te realiseren. Het is belangrijk om met uitvoeringsorganisaties, professionals, jongeren en ouders af te stemmen wie aanwezig zijn bij deze gesprekken en hoe we deze gesprekken goed voeren. We maken een verbeterslag op het accounthouderschap: van partnerschap naar meer rekenschap, van sturen op de voorziening naar sturen op de beweging. Gremia waar, binnen de kaders, bijsturing plaatsvindt op basis van data en informatie: • Accountgesprekken met organisaties (regionaal en bovenregionaal) • Bestuurlijke overleggen met organisaties (regionaal en bovenregionaal) • Opgavegerichte overleggen.

Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 67

D

68

Bijlagen

Bijlage 1 Samenhang in beleid en uitvoering in het sociaal domein We willen dat Utrecht een stad is waar iedereen gezond kan leven, zich veilig kan voelen en zich kan ontwikkelen. Dat betekent dat onze grootste inspanningen gericht zijn op de bestaanszeker­heid van de inwoners, het kansrijk opgroeien van onze kinderen en het gezond samenleven in alle wijken. Deze opgaven liggen verankerd in de gehele gemeentelijke organisatie en in onze samenwerking met partnerorganisaties en inwoners. Onze beleids­ nota’s en uitvoeringsprogram­ma’s in het sociaal- en ruimtelijk domein hangen dan ook nauw met elkaar samen. We maken beleid dat anticipeert op ontwikkelingen en te verwachten behoeften van de stad en past binnen wetgeving en landelijke akkoorden. Dit beleid maken we samen met de stad en voeren we samen uit. Figuur: Beleid en uitvoering sociaal domein 2023/2024 Uit v

oe r i n g s p r o g r a m m B e l e i d s n o t a ’s

Nota Gezondheid

S oc

le

ie Utrec V is h

Landelijke akkoorden Integraal Zorg Akkoord (IZA)

Nota Jeugd

t

Hervormingsagenda Jeugd

Nota Financiële Bestaanszekerheid

40 20

Nota van Uitgangspunten (onderdelen sociale basis en basiszorg)

ia

Nota Inclusie en Diversiteit

a ’s

Sportakkoord II

Nota Samen Stad Maken

Utrechtse Onderwijs Agenda

Nota Wmo Nota Sport en bewegen

Nota Werk en Re-integratie

Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA)

Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (TAZ) Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO) Werkagenda route naar inclusief onderwijs

Scherpe keuzes maken om ongelijkheid aan te pakken

Bouwen aan een inclusieve en gezonde stad waar iedereen gelijke kansen heeft, is een complexe opgave. Ongelijkheden tussen inwoners stapelen zich vaak op over de verschil­ lende leefdomeinen. Ook het ontbreken van financiële bestaanszekerheid en (betaalbaar) wonen is voor veel Utrechters een grote zorg geworden. Daarnaast stelt de schaarste aan personeel, middelen en ruimte in onze stad het college voor scherpe keuzes. Daarvoor zullen we ongelijk moeten investeren voor gelijke kansen en de grondoorzaken aanpakken die tot grote verschillen leiden. Voor Utrechters die dit het hardst nodig hebben, moet er passende zorg en ondersteuning zijn. Ons staat dan ook een stad voor ogen waarin we samen met professionals, vrijwilligers en inwoners meer, anders en op basis van gelijk­waardigheid bouwen aan een stad waarin niemand over het hoofd gezien wordt. Ieder vanuit zijn eigen betrokkenheid of verantwoordelijkheid: in de eigen straat of buurt, instelling of organisatie en in nauwe samenwerking met elkaar.

Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 69

Bijlage 2 Begrippenlijst In deze begrippenlijst leggen we begrippen zo eenvoudig mogelijk uit. Er kunnen geen rechten aan worden ontleend. Bestaanszekerheid Bestaanszekerheid betekent zekerheid van wonen, werk en inkomen. Collectieve voorziening De kinderopvang, school, jeugdgezondheidszorg, bibliotheken en sportverenigingen, dat zijn voorbeelden van collectieve voorzieningen. Je kunt hier als inwoner gratis of voordelig gebruik maken. Context De omstandigheden en omgeving waarin jongeren en ouders opgroeien en opvoeden. Contextgericht werken Bij contextgericht werken kijkt een professional naar de omstandigheden en omgeving van het kind en gezin. Zijn die van invloed op de hulpvraag en hoe kun je die verbeteren? Dagbehandeling Dagbehandeling is een groep voor kinderen als er zorgen zijn over de ontwikkeling. In deze groep werken professionals die kijken wat de kinderen nodig hebben. Soms is dat onderzoek, behandeling of extra ondersteuning die een reguliere kinderopvang of school niet kan bieden. Diversiteit Diversiteit gaat over alle manieren waarop mensen van elkaar verschillen. Denk hierbij aan zichtbare kenmerken, zoals sekse, leeftijd en huidskleur. Maar ook aan onzichtbare elementen, zoals seksuele voorkeur, cultuur en economische status. Ook gaat diversiteit over het feit dat alle kinderen uniek zijn.

Eigen kracht Eigen kracht is wat jongeren en ouders zelf - of met hun netwerk - kunnen doen bij opgroeien opvoedproblemen. Dit kan ook bij psychische problemen of -stoornissen. Essentiële functies ‘Essentiële functies’ is de naam voor hoog specialistische jeugdhulp voor kinderen. Professionals met verschillende deskundigheden werken daarbij nauw samen en bieden als het nodig is, 24-uurs verblijf in een specifieke, beschermde context. Deze hulp is nodig bij zeer complexe hulpvragen. Bij deze hulpvragen is de veiligheid en/of de ontwikkeling van het kind in gevaar.

70

Estafettemodel Het estafettemodel gaat over jeugdhulp van verschillende professionals aan een gezin. Die professionals werken niet tegelijk, maar na elkaar. Zij werken niet samen, maar dragen hun werk steeds over. Dit komt door hun juridische bevoegdheden (wat ze wel en niet mogen doen van de wet). Gecertificeerde instelling Een gecertificeerde instelling is een organisatie die jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclasseringsmaatregelen mag uitvoeren. De instelling moet voldoen aan kwaliteitseisen die de overheid stelt. Als dat zo is, krijgt de instelling een certificaat van het Keurmerkinstituut. Gemeenschapskracht Gemeenschapskracht is de positieve energie in wijken en buurten als er een stevige sociale samenhang is. Dat betekent dat mensen elkaar kennen en dat het normaal is om elkaar te helpen. Het is prettig samenleven en de gemeenschap staat centraal. Gezinsgericht logeren en wonen Bij gezinsgericht logeren en wonen verblijft een kind (in deeltijd) in een voorziening die zoveel mogelijk lijkt op een gezin. Gezinsgericht logeren is kleinschalig, met vaste opvoeders en in de buurt (waar mogelijk en passend). De vaste opvoeders bieden, in tegenstelling tot pleegouders, professionele ondersteuning aan kinderen. Groepsgericht In een groep, dus niet individueel. Hulpbronnen Hulpbronnen betekent dat je steun hebt uit je omgeving.

Denk hierbij aan familie, sociale relaties, andere ouders, leerkrachten. Inclusie Het principe waarbij iedereen op gelijkwaardige en rechtvaardige manier kan meedoen in de samenleving en in vrijheid en veiligheid zichzelf kan zijn. Jeugdbeschermingsmaatregel Soms is de veiligheid of de ontwikkeling van een kind ernstig in gevaar en kunnen of willen ouders geen hulp accepteren. In die situatie kan de kinderrechter de jeugdbeschermings­ maatregel opleggen. Dit doet een rechter vaak na signalen van hulpverleners en op basis van advies van de Raad voor de Kinderbescherming.

Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 71

Jeugdreclasseringsmaatregel Als een jongere een proces-verbaal heeft gekregen kan het Openbaar Ministerie of de rechter begeleiding door de jeugdreclassering opleggen. Jeugdreclassering is gericht op voorkomen van herhaling van het plegen van strafbare feiten. En op het zorgen voor een gedragsverandering bij een jongere. De jeugdreclasseerder werkt bij een gecertificeerde instelling. Jeugdhulp • Jeugdhulp is hulp en zorg voor kinderen jonger dan 18 jaar en hun ouders. Deze hulp en zorg zijn bedoeld om de gevolgen van problemen te verminderen, stabiel te maken, te behandelen of op te lossen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan psychische problemen, gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van een kind, opvoedingsproblemen, of problemen die te maken hebben met adoptie. Jeugdhulp is niet bedoeld om problemen te voorkomen. • Jeugdhulp kan ervoor zorgen dat kinderen jonger dan 18 jaar met een lichamelijke, verstandelijke, of zintuigelijke beperking beter mee kunnen doen in de maatschappij. • Jeugdhulp helpt kinderen jonger dan 18 jaar met een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking, of met een psychiatrische aandoening om persoonlijke verzorging zelf te leren. Kansenongelijkheid Niet iedereen krijgt dezelfde kansen in het leven. Dit kan komen door de omgeving waarin je opgroeit, door de instituties waar je mee te maken krijgt, of door het systeem waarin je leeft.

Soms kan je bijvoorbeeld geen gebruik maken van capaciteiten of voorzieningen waar een ander persoon wel gebruik van kan maken. Kinderen Met kinderen bedoelen we alle mensen tot 18 jaar waaronder jongeren tot 18 jaar en in sommige gevallen tot 23 jaar (in lijn met de Jeugdwet). Landelijk Transitie Arrangement (LTA) Sommige zorgvragen komen relatief weinig voor. Het gaat om verschillende specialismen die landelijk worden georganiseerd. De Vereniging Nederlandse Gemeenten koopt deze jeugdhulp in namens alle gemeenten. Leefwereld Dit gaat over de omgeving van het kind. Denk aan de buurt, school en de online-wereld in het dagelijks leven. Het gaat ook over de mensen om het kind heen, waar het zich mee bezighoudt of bijvoorbeeld over de natuur in de omgeving. Normaliseren Normaliseren gaat over het accepteren of omarmen van het feit dat ieder kind anders is. En dat niet voor iedere opvoed- en opgroeivraag een professioneel antwoord nodig is.

72

Niet-gezinsgericht logeren en wonen Niet-gezinsgericht logeren & wonen zijn verblijfsvormen van aanvullende jeugdhulp, niet in een pleeggezin of een gezinsgerichte voorziening, maar bijvoorbeeld in een leefgroep. Pedagogische basis De pedagogische basis is het onderdeel van de sociale basis dat bijdraagt aan het opgroeien, het opvoeden en de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Het is een combinatie van sociale, fysieke en online factoren. Pleegzorg Pleegzorg is aanvullende jeugdhulp, waarbij een kind logeert of woont in een pleeggezin. Het doel van pleegzorg is het bieden van een veilige, gestructureerde opvoedsituatie in een gewone gezinssituatie en het ontlasten van een gezin. Residentiële jeugdzorg Bij residentiële jeugdzorg verblijft een kind 24/7 in een leef- of behandelgroep op een terrein van een jeugdhulpaanbieder waar het kind woont, naar school gaat en vrije tijd doorbrengt. Respijtzorg Respijtzorg is het tijdelijk overdragen van zorg, zodat ouders/mantelzorgers tijd hebben voor bijvoorbeeld werk, studie, gezin, familie, vrienden en ontspanning. Door respijtzorg kunnen zij hun eigen leven beter in balans houden en de zorg langer volhouden. Samenwerkingsverband In een samenwerkingsverband werken reguliere scholen en scholen voor speciaal onderwijs in een regio samen.

Zo maken zij afspraken over welke begeleiding de reguliere scholen bieden, welke leerlingen een plek krijgen in het speciaal onderwijs en over de verdeling van ondersteuningsmiddelen. Deze afspraken worden vastgelegd in het ondersteuningsplan. Sociale basis De sociale basis bestaat uit wat inwoners met en voor elkaar doen. Aangevuld door meer professionele, georganiseerde sociale basisvoorzieningen die hen daarin ondersteunen. De sociale basis raakt aan álle aspecten van het dagelijkse leven: ontmoeting, onderwijs, opvoeding, werk, gezondheid, wonen, bewegen, cultuur en veiligheid. Veerkracht Veerkracht gaat over hoe goed een mens kan omgaan met negatieve gebeurtenissen. Deze gebeurtenissen noemen wij uitdagingen. Veerkracht kan veranderen. Het is niet iets wat je wel of niet hebt. Vraagverheldering Als een kind en/of ouder zich meldt bij het buurtteam, dan probeert het buurtteam de vraag van het kind en/of de ouder beter te begrijpen. Dit doet het buurtteam in gesprek met kind en/of ouder, samen met bijvoorbeeld de huisarts of partners van de aanvullende hulp.

Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 73

Vrijgevestigde Vrijgevestigden zijn zelfstandige (jeugd)hulpverleners. Zij werken niet bij een organisatie. Vrijheidsbeperkende maatregelen Voorbeelden van vrijheidsbeperkende maatregelen zijn: het controleren op drugsgebruik via urine, het controleren van telefoongebruik, cameratoezicht, kinderen afzonderen in hun eigen kamer en ze vastpakken in het geval van acute onveiligheid. Vrijheidsbeperkende maatregelen mogen alleen ingezet worden om het doel van de hulp te bereiken. Of voor de veiligheid van het kind zelf of die van anderen. Er gelden landelijke Veldnormen voor inzetten van vrijheidsbeperkende maatregelen: JEU-Veldnormen-okt2022-2.pdf (jeugdzorgnederland.nl). Woonplaatsbeginsel Het woonplaatsbeginsel regelt welke gemeente financieel verantwoordelijk is voor jeugdhulp.

74

Bijlage 3 De pedagogische basis Wat is de pedagogische basis? De pedagogische basis is het onderdeel van de sociale basis dat bijdraagt aan het opgroeien, het opvoeden en de ontwikkeling van kinderen en jongeren. We hebben ervoor gekozen de term pedagogische basis te gebruiken om duidelijk te maken dat we ons inzetten voor de gezonde, kansrijke en veilige ontwikkeling en het algeheel welzijn van de jeugd in Utrecht, en ook op het welzijn van hun opvoeders. De pedagogische basis (en dus ook sociale basis) bestaat uit een complexe samenhang van alle contacten die mensen hebben, wat zij samen in de buurt en wijk organiseren en de plekken waar zij dat doen. Ook onderdeel van de pedagogische basis zijn de organisaties die (bijvoorbeeld door de gemeente) een opdracht hebben gekregen om de pedagogische basis te ondersteunen en versterken.

Pedagogische basis Gemeenschappelijke pedagogische basis

Institutionele pedagogische basis

andere professionals

Persoonlijke pedagogische basis

bewonersinitiatieven

gemeenschappen

steunpunt informele zorg en vrijwilligers

online ontmoetingsplekken speeltuinen

verenigingen

vrijwilligers cultuur sport

jeugdgezondheidszorg

welzijns- en jongerenwerk school

Figuur De verschillende sferen van de pedagogische basis gebaseerd op het model van Kwakernaak, Deuten en Britt uit ‘Cijfers en de sociale basis’ (2023). Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 75

Want, de pedagogische basis kan zwak of sterk zijn, maar is er altijd. Ze kan gefaciliteerd of verwaarloosd worden. Om een idee te krijgen hoe de verschillende onderdelen van de pedagogische basis op elkaar inhaken, helpt het om erover te denken in ‘sferen’ -dat zijn de gekleurde wolkjes in figuur x. Zie ook dat de sferen elkaar overlappen. Iets kan in de ene sfeer en tegelijk ook in de andere zitten.

De persoonlijke pedagogische basis

Hier bevinden zich de directe contacten van kinderen, jongeren en hun ouders. Dat is bijvoorbeeld het gezin waarin je opgroeit, je familie, vrienden en mensen uit de buurt, maar ook je maatje of buddy met wie je goed kan praten, je leraar, voetbaltrainer of theaterdocent.

De gemeenschappelijke pedagogische basis

Dit is waaronder andere alle gemeenschappen horen die eerder genoemd werden. De volleybalclub, muziekschool of de scouting. Ook zitten hier de oudercafés waar ouders elkaar kunnen ontmoeten om het te hebben over de opvoeding van hun kinderen, het maatjesproject waar je maatje/buddy vandaan komt, de groep mensen die zelf de speeltuin of het buurthuis beheert en al die andere initiatieven die iets betekenen voor hun eigen buurt of wijk. Deze zijn van onschatbare waarde. De rol van de gemeente in deze sfeer is het faciliteren en zorgen dat kinderen, jongeren en ouders kunnen deelnemen aan gemeenschappen. Dat kan betekenen dat initiatieven een subsidie ontvangen, maar bijvoorbeeld ook dat er een ruimte beschikbaar is om in samen te komen.

De institutionele gemeenschappelijke basis

Hier vinden we vaak de plekken (de gebouwen) en organisaties waar mensen samenkomen die vaak vanuit de gemeente worden gefinancierd. Denk aan de bibliotheek, het buurthuis, het sportveld, maar ook aan organisaties als het jongerenwerk, de sociaal makelpartij, of het consultatiebureau (Centrum voor Jeugd en Gezin). De rol van de gemeente in deze sfeer is zorgen voor goede bereikbare plekken en organisaties, die aansluiten bij wat de bewoners van de buurten en wijken nodig hebben om de gemeenschappelijke pedagogische basis sterk te houden.

Het is vaak een combinatie van sferen

Een goed ingerichte institutionele pedagogische basis is dus ondersteunend aan de gemeenschappelijke pedagogische basis en meer indirect aan de persoonlijke pedago­ gische basis. Een jongerenwerker organiseert bijvoorbeeld groepsactiviteiten in de wijk waar jongeren bij elkaar komen die elkaar anders niet zouden ontmoeten. Die jongeren leren elkaar kennen en verbreden zo hun persoonlijke pedagogische basis. Ook kan de jongerenwerker zelf (tijdelijk) onderdeel gaan uitmaken van de persoonlijke pedagogische basis van een jongere.

76

Bijlage 4 Participatieverslag Het participatietraject Doel

Met het participatietraject wil de gemeente twee doelen bereiken: 1. Het bevorderen van zeggenschap en betrokkenheid van jongeren, ouders en partners bij inhoudelijke dilemma’s en vragen in deze beleidsnota ‘Samen opgroeien, samen opvoeden’. • Dit verslag geeft de aanpak, opbrengsten en reflectie van het college/de gemeente op deze opbrengsten weer. 2. Het structureel vormgeven van het participatieproces voor Jeugd, zodat het beleid goed aansluit bij de leefwereld van jongeren, ouders en partners. • Een projectgroep met een vertegenwoordiging van ouders en jongeren heeft een belangrijke rol vervuld als het gaat om advies op de nota en op het participatieproces. De ambitie is om deze projectgroep structureel vorm te geven en uit te breiden met vertegenwoordiging van ouders en jongeren via de jeugdhulppartners.

Aanpak

Utrecht is een kinderrechtenstad en rijk aan initiatieven gericht op participatie van jongeren en het vergroten van ouderbetrokkenheid. Denk aan bijvoorbeeld de Nationale Jeugdraad, Young Minds, Join Us, Netwerk gelijke kansen voor jeugd, U-2B Heard!, Solgu, Expex, Samen 030, Netwerk beter samen, Ouders van Betekenis, etc. Deze initiatieven werken min of meer los van elkaar. Om participatie vanuit jongeren en ouders over jeugdhulp een structurele vorm te geven binnen de gemeente, is een projectgroep opgericht waarin deze initiatieven worden gebundeld. Deze projectgroep is klein gestart en bestaat uit: ervaringsdeskundige ouders, ervaringsdeskundige jongeren, een medewerker van het programma Samen Stad Maken, en beleidsmedewerkers. De projectgroep bestond onder de naam Youth Wave. Ambitie is om deze groep te verbreden met ervaringsdeskundigheid van ook de andere (jeugdhulp) partners. Youth Wave is vijf keer samengekomen en adviseerde over zowel de beleidsnota ‘Samen opgroeien, samen opvoeden’ als over het participatieproces.

Naast de bijeenkomsten van Youth Wave zijn er accountgesprekken gevoerd met de gecon­ tracteerde partners (Lokalis, Spoor030, KOOS Utrecht, JoU, Yeph en Samen Veilig MiddenNederland) en is er in bestuurlijke overleggen met deze partners én een vertegenwoordiging van sociaal makelaars, jeugdgezondheidszorg en het onderwijs gesproken over de inhoud van de beleidsnota. Deze gesprekken gingen over het normaliseren van zorg- en opvoed­ vragen, zeggenschap van kinderen en gezinnen, samenwerking tussen de sociale basis en onderwijs en groepsgericht werken. Tijdens deze gesprekken zijn deze onderwerpen

Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 77

besproken in het licht van de bezuinigingen. Dit leverde waardevolle inhoudelijke input op vanuit een zowel bestuurlijk perspectief als een perspectief vanuit de zorgprofessional. Tot slot organiseerden we op 4 maart 2024 een goed bezochte werkconferentie over de beleidsnota ‘Samen opgroeien, samen opvoeden’. Vooral professionele partners waren hierbij aanwezig, maar ook enkele jongeren en de regionale kinderombudsman.

Opbrengsten Bestuurlijk overleg Jeugd en Onderwijs • Gespreksonderwerpen: normaliseren van zorg- en opvoedvragen, zeggenschap van kinderen en gezinnen, samenwerking tussen de sociale basis en onderwijs en groepsgericht werken, ook in basis- en aanvullende hulp. • Belangrijkste uitkomsten (hoofdlijnen): durf fundamentele keuzes te maken voor ongelijk investeren voor gelijke kansen, bied bij ‘doen wat nodig is’ ook kader voor de zorgprofessional om ‘nee’ te kunnen/mogen zeggen. Partnergesprekken • Bij vragen over opvoeden en opgroeien vaker aansluiten bij de leefwereld van kinderen, jongeren en hun ouders. Onderwijs is hierbij een belangrijke schakel, investeer meer in de sociale basis; • Jeugdhulp mag niet worden gezien als het ‘afvoerputje’ van vragen/problemen op andere domeinen bestaanszekerheid (financiën, wonen), problemen bij ouders, omgang scheiding; • Scherp de reikwijdte van de Jeugdwet in de praktijk meer aan: zet meer in op normaliseren en ook ‘nee’ kunnen zeggen als jeugdhulp niet passend is; • Meer zeggenschap en regie bij kinderen en hun ouders; • Meer investeren in collectieve aanpak/groepsgericht werken; • Meer inzet op het voorkomen van schooluitval/thuis zitten; • Buurt- en wijkgericht sturen op sociale basis, basis- en aanvullende hulp. Er is meer samenhang nodig tussen opgaven en voorzieningen.

Het is belangrijk gezamenlijk keuzes te maken over ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’; • Signalen van (on)veiligheid bespreekbaar maken in het gewone leven, het onderwijs, de pedagogische basis. Ambitie beweging naar 0 (ondertoezichtstellingen, uithuisplaatsingen, etc.). • Meer passende ambulante hulp (langdurig stut en steun) voor de meest complexe zorgvragen. Werkconferentie (op hoofdlijnen): • Zorg voor meer verbinding in buurten en wijken, zodat ouders laagdrempelig vragen over opgroeien en opvoeden met elkaar bespreken (schaamte voorbij) Ook is het belangrijk dat we ouders in contact met elkaar brengen als we opvoedvragen willen normaliseren. • Onlineleefwereld: er zijn veel kansen in de onlinewereld die we nu laten liggen en een goed antwoord kunnen zijn op vragen die niet bij jeugdhulp horen. • Informele hulp uit netwerk van kinderen en gezinnen beter benutten. • De mentor op school en voorzieningen in de pedagogische basis hebben een belangrijke rol. • Daarnaast deden deelnemers de oproep om het gesprek over scherpe keuzes niet uit de weg te gaan en niet alleen binnen de jeugdhulp maar ook in samenhang met andere domeinen te kijken naar oplossingen.

78

Participatiegroep Youth Wave In meerdere bijeenkomsten is binnen de participatiegroep onderstaand advies uitgewerkt. • Niet over ouders en kinderen, maar mét: Zet de ouderdeskundigheid of ervaringsdeskundigheid in en maak ouders bondgenoot van de jeugdhulp professional. Toch is onderscheid met veeleisende of ‘lastige’ ouders soms wel moeilijk. • Inclusiviteit en diversiteit - je mag worden wie je bent! Hulp en kennis over vragen met betrekking tot genderidentiteit worden onvoldoende ervaren bij professionals om de juiste ondersteuning te bieden. • Organisatie van en ondersteuning voor peergroups of (ouder)initiatieven. Zet meer in op het organiseren en faciliteren van bijvoorbeeld gespreksgroepen (per wijk of per thema). Dit kan bijvoorbeeld via voorzieningen in de pedagogische basis, het buurtteam op (de basis)school of het samenwerkingsverband. • Niet alleen het kind: ook zorg voor de ouders. Ouders zijn dé meest aanwezige helpende in het leven van de jongere. Maar, bij stevige problematiek kunnen ouders ook wankelen, uitgeput raken, het niet meer weten. Organiseer niet alleen aanbod voor de jeugd, maar ook voor hun ouders (training/logeerhuis/respijtzorg). • Leg de focus in deze nota bij uitvoering van de Jeugdwet, en houd jeugdhulp beschikbaar voor kinderen en gezinnen die dat nodig hebben.

We krijgen signalen dat gezinnen met kinderen met een beperking lang moeten zoeken naar passende hulp en dat jeugdhulp­ partners hier niet altijd raad mee weten. Zorg ook voor deze groep voor passende jeugdhulp • Meer inzicht in data. Er lijken weinig cijfers beschikbaar over de grootte van doelgroepen, zorgvragen en soorten problematiek. Hoeveel lichte en hoeveel zware zorgvragen zijn er, welke trends zien we in type zorgvragen? Dit helpt raad, college en jeugdzorgpartners om goede keuzes te maken in welk aanbod overeind moet blijven. • Kleine doelgroepen: kinderen met een blijvende beperking of handicap: “Utrecht is een doelgroep vergeten: de verstandelijk gehandicapten”. Deze opmerking komt vanuit het Centrum voor Consultatie en Expertise, het landelijke expertisecentrum dat meehelpt in (zware) gevallen van onbegrepen gedrag. Deze doelgroep wordt ook in artikel 1.2 van de Jeugdwet benoemd: de kinderen met een chronische beperking. • Bekijk opnieuw het escalatie-model, waaronder vorming van een regionaal expertiseteam. • Verbeter de mogelijkheden voor kinderen en ouders voor inspraak en dialoog. Bouw voort op het initiatief Youth Wave en verbreed de perspectieven die hierin zijn vertegenwoordigd.

Online peiling onder jongeren Mede op advies van de projectgroep Youth Wave hebben we een online peiling uitgezet (Swipocratie) onder jongeren voornamelijk in de leeftijd van 15 tot 25 jaar. Belangrijkste uitkomsten: • Ruim 70% van de ondervraagden geeft aan het belangrijk te vinden om op sociale media betrouwbare informatie te kunnen over (jeugd)hulp. • Prestatiedruk op school is voor 89% van de ondervraagden een belangrijk thema. • Er lijkt uit de peiling draagvlak onder jongeren om kinderen en gezinnen met een laag inkomen of in minder kansrijke buurten op te groeien, extra te ondersteunen. • Er lijkt minder draagvlak voor groepsgerichte hulp in plaats van individuele hulp. • Als jongeren ergens mee zitten dan lijkt de huisarts of een vertrouwenspersoon het meest laagdrempelig te benaderen. • Als jongeren niet lekker in hun vel zitten, dan zoeken ze in eerste plaats steun bij elkaar en in tweede plaats bij familie. • Twee derde van de ondervraagden geeft aan zich wel eens niet serieus genomen te voelen door de hulpverlener.

Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 79

Reflectie Waarin zijn we bevestigd? Waar is extra aandacht voor gevraagd? Bevestigd: • Belang van het versterken van de stem van kinderen en ouders; • Vindbaarheid (voorzieningen) sociale basis en samenwerking met onderwijs (mentor), huisartsen, buurtteam; • Normaliseren, rol informele zorgverleners (ook nee kunnen zeggen); • Belang van ontwikkelen groepsgericht aanbod, met daarbij opgemerkt dat uit de peiling onder jongeren blijkt dat hier minder draagvlak voor is. Dit vraagt nader gesprek en onderzoek. Extra aandacht: • Belang van online/sociale media in de leefwereld van jongeren • Belang inclusie en diversiteit. • Belang van de rol van ouders met speciale aandacht voor ouders van kinderen met complexe en/of levenslange zorgvragen. • Belang van het regelen van goede escalatiemogelijkheden. Vervolgafspraken Uitkomsten van het participatieproces vormen belangrijke input voor vervolgparticipatie, ook in samenwerking met jeugdhulppartners. Daarbij is het belangrijk dat er in het vervolgproces voldoende diversiteit in afvaardiging is, zowel qua perspectief als een goede afspiegeling van de samenleving.

80

Beleidsnota Jeugd 2025-2034 versie september 2024 | 81

Uitgave: Gemeente Utrecht, Maatschappelijke Ontwikkeling November 2025

Utrecht.nl

2024-013.DDK

Vormgeving: DDK, Utrecht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=01f59693-0a6c-485f-8918-a9055469db2d