CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsnota geluid en trillingen

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 21 december 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Beleidsnota geluid en trillingen18.341 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Beleidsnota Geluid en Trillingen

32/61

3. EU-richtlijn omgevingslawaai 3.1.

Geluidkartering

De Europese Richtlijn omgevingslawaai schrijft voor dat elke lidstaat elke vijf jaar geluidkaarten maakt (voor agglomeraties en belangrijke infra). De richtlijn is opgenomen in de Omgevingswet. Op basis van de berekeningen wordt het aantal (ernstig) geluidgehinderden als gevolg van wegverkeer, railverkeer en industrie in de stad bepaald. Hieronder staat als voorbeeld de geluidkaart met het gemiddelde geluid van wegverkeer over het jaar 2021.

Afbeelding 11: Gemiddelde van het geluid van wegverkeer over het jaar 2021

In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is een monitoringsverplichting voor gemeentelijke wegen ingevoerd. Uiterlijk in 2026 dient de gemeente hiervoor de basis geluid emissie vast te leggen. Eens in de vijfjaar, gelijktijdig met de EU kartering, dient de gemeente de optredende geluidsproductie te vergelijken met de basis geluid emissie. Deze verplichting zal in uitvoering gekoppeld kunnen worden aan de EU kartering omdat veelal dezelfde informatie benodigd is. Koppelingsmogelijkheden zijn er in de toekomst op het gebied van zowel monitoring als het actieplan c.q. de naleving.

Beleidsnota Geluid en Trillingen

33/61

3.2.

Actieplan

Na het in beeld brengen van het geluid in de stad moet conform Europese regels een actieplan worden opgesteld om knelpunten op te lossen of te verbeteren. Een knelpunt wordt gedefinieerd aan de hand van een zogeheten plandrempel. Ook dient een actieplan aandacht te besteden aan stille gebieden. Het actieplan geluid focust (wettelijk verplicht) op het geluid van (spoor)wegen en industrie. Maar er zijn ook veel andere geluidsoorten die tot overlast en slaapverstoring kunnen leiden, bijvoorbeeld uitgaanslawaai. Het actieplan kijkt daarom breder naar geluidsoverlast in de stad om te bezien waar het nodig is om maatregelen te treffen. Ook trillingsoverlast wordt onder de loep genomen. Onder de Omgevingswet krijgt het actieplan een bredere functie. Maatregelen die in het kader van de monitoring van de Basisgeluidemissie (zie bijlage 1 Uitleg Omgevingswet) worden afgewogen of verplicht worden genomen, worden in het actieplan behandeld. Het eerstvolgende actieplan wordt in 2024 gemaakt. Geluidknelpunten kunnen erg hardnekkig zijn. Het is van het grootste belang om nieuwe knelpunten te voorkómen omdat achteraf oplossen vaak erg moeilijk is. Het actieplan heeft daarom ook een relatie met ruimtelijke ontwikkelingen. 3.2.1.

Uitgangspunten

In Utrecht streven we naar een concentratie van het verkeer op een beperkt aantal hoofdstroomwegen. Daarmee creëren we grote luwe gebieden. We accepteren dat langs drukke hoofdstroomwegen meer geluid is en meer hinder kan optreden. Bij het opstellen van een actieplan gelden de volgende uitgangspunten. 

In voorgaande actieplannen is een plandrempel van 63 dB geformuleerd voor de meeste wegen in de stad. Deze waarde komt overeen met de ambitiewaarde uit de nota volksgezondheid Gezondheid voor iedereen;

Voor de drukke wegen geldt een 5 dB hogere plandrempelwaarde;

Bij toekomstige actieplannen wordt rekening gehouden met de geuite wensen van de raad om het aspect gezondheid en kwetsbare groepen een belangrijke rol te laten spelen.

3.2.2.

Geluidsituatie wegen verbeteren

De gereedschapskist voor een gemeente om een bestaande geluidsituatie significant te verbeteren, is niet erg ruim gevuld. Het plaatsen van geluidschermen is binnenstedelijk meestal geen optie. De volgende maatregelen vormen de belangrijkste instrumenten om wat aan het geluid van gemeentelijk wegverkeer te doen. Verlagen maximumsnelheid Een verlaging van de maximumsnelheid van 50 naar 30 km/u is een maatregel die circa 5 dB reductie oplevert. De ambitie vanuit de Mobiliteitsvisie 2040 om zoveel mogelijk wegen te transformeren naar een 30 km/u regime, zal een positief effect hebben. Zeker als dit gepaard gaat met een forse verlaging van de verkeersintensiteit. Vervanging van asfalt door klinkers heeft een tegenovergesteld effect. Beleidsnota Geluid en Trillingen

34/61

Stiller asfalt Het aanleggen van stil(ler) asfalt is veelal een effectieve maatregel. Stil asfalt slijt echter sneller waardoor vaker wegwerkzaamheden plaatsvinden en de kosten hoger zijn. Elk jaar wordt bij de planning voor het wegonderhoud bekeken welke wegen in aanmerking komen voor stiller asfalt. Diffractor Een vrij nieuwe maatregel is de diffractor (zie afbeelding 12) die het geluid kan afbuigen over nabijgelegen woningen heen. Waarschijnlijk is deze maatregel alleen goed toepasbaar bij de wat grotere drukke wegen (bijvoorbeeld provinciale wegen).

Afbeelding 12: Diffractor om het geluid af te buigen

Elektrische auto’s De groei van het aandeel elektrische auto’s heeft een beperkt effect: minder motorgeluid maar door het hogere gewicht (en daardoor bredere banden) komt er meer geluid van de banden. Boven de 30 km/u wordt het geluid dat afkomstig is van de banden maatgevend; bij klinkerstraten is bij 30 km/u weinig verschil. Alleen bij lage snelheden, zoals bij optrekken, zijn elektrische auto’s duidelijk merkbaar stiller. Voor zware voertuigen, zoals bussen, is het effect van elektrificatie wel significant. Beleidsnota Geluid en Trillingen

35/61

3.2.3.

Stille gebieden en soundscaping

Utrecht heeft niet alleen levendige centra en drukke straten, maar ook plekken waar mensen even in de luwte kunnen zijn: groene openbare plekken voor stilte, verkoeling, ontmoeting en ontspanning. Stille gebieden dragen bij aan onze ambitie voor een ‘gezond stedelijk leven voor iedereen’. In het actieplan geluid is tot nu toe een aanpak beschreven van ‘koesteren, verbeteren en uitbreiden’. In de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) wordt het profiel van de ‘vertraagde stad’ gepresenteerd: naast dynamische plekken met reuring, zijn ook voldoende plekken nodig waar mensen even in de luwte kunnen zijn. In relatie met de 10-minutenstad, zoals in de RSU is beschreven, spreken we de ambitie uit dat iedereen binnen 10 minuten loopafstand van huis een stil gebied kan vinden. Een levendige stad als Utrecht is nergens helemaal stil. Stilte in een stad is relatieve rust en kenmerkt zich door de afwezigheid van nadrukkelijke omgevingsgeluiden zoals verkeer. Naast de hoeveelheid geluid is ook de beleving van het geluid relevant. Bij de inrichting van de omgeving kunnen we het ervaren geluid verbeteren (soundscaping). Dit doen we door bijvoorbeeld een logische ordening van drukke en stille functies, door geluidbronnen visueel af te schermen; bijvoorbeeld door de inzet van groen op strategische plekken.

Een groene omgeving helpt niet alleen bij het dempen van geluid (absorptie en verstrooiing), het kan soms ook zorgen voor een maskering van het geluid - denk aan ritselende blaadjes en vogelgeluiden - waardoor een aangenamer geluidlandschap ontstaat. Door onderzoek te doen naar de beleving van geluid in de bestaande stad kunnen we op zoek naar locaties die voor verbetering in aanmerking komen. Dit geldt niet alleen voor stille plekken maar ook voor dynamische gebieden met veel reuring.

Beleidsnota Geluid en Trillingen

36/61

4. Trillingen 4.1.

Aanleiding

Voelbare trillingen vanuit de omgeving kunnen leiden tot hinder en overlast. Met name in de woonsituatie kunnen trillingen leiden tot een gevoel van onbehagen en slaapverstoring en dit kan resulteren in gezondheidseffecten. Belangrijke externe bronnen van trillingen zijn: 

infrastructuur voor transport zoals wegen, tramlijnen, spoor- en waterwegen;

activiteiten van bedrijven en bouw- en sloopactiviteiten.

We besteden aandacht aan trillingen bij het voorbereiden en uitvoeren van bouwplannen in de omgeving van het (tram)spoor of wijzigingen aan de weg. Toename van trillingen en de leefomgeving beschermen De afgelopen jaren is het aspect trillingen steeds meer onder de aandacht gekomen. We zien een toename in het aantal klachten over trillingen van bijvoorbeeld zwaar verkeer of goederentreinen. In de toekomst is een flinke toename van het passagiers- en goederenvervoer over het spoor voorzien. Tegelijk worden in Utrecht regelmatig woningbouwplannen ontwikkeld op korte afstand van een spoor- of tramlijn. In nieuwe situaties willen we het woon- en leefklimaat adequaat beschermen en nieuwe overlast voorkomen. Het is dan ook nodig om bij nieuwe plannen voor woningen of andere gevoelige functies (zoals scholen en ziekenhuizen) nabij spoor- en tramlijnen of bij de aanleg van nieuwe tramlijnen een gedegen afweging te maken en aanvullende eisen te stellen.

4.2.

Trillingsvoorwaarden spoor, trams en wegen

De Omgevingswet stelt als eis dat bij het toedelen van functies aan locaties rekening wordt gehouden met gezondheid en milieu. Er zijn weliswaar geen landelijke wettelijke regels of grenswaarden om voor weg- en spoortrillingen deze afweging te maken, maar wel handreikingen en richtlijnen die hierbij kunnen worden gebruikt. Een veel gebruikte publicatie is de SBR-richtlijn B ‘Hinder voor personen in gebouwen’ (versie 2, 2002) waarin streefwaarden worden vermeld voor onder andere weg- en spoortrillingen. De richtlijn kent streefwaarden voor Vmax, de maximale trillingssterkte die zich voor kan doen, en Vper, dat is een maat voor de gemiddelde trillingssterkte over de hele periode. Eisen en afspraken Het Utrechtse beleid is een voortzetting van de bestaande praktijk. Daaruit is gebleken dat het goed mogelijk is om aan deze voorwaarden te voldoen zodat trillingsoverlast voldoende kan worden voorkomen. De eisen bij nieuwbouwplannen zijn: Beleidsnota Geluid en Trillingen

37/61

 

de SBR-streefwaarde van Vper voor ‘nieuwe situaties’ wordt niet overschreden; de Vmax kan hoger zijn dan de streefwaarde voor ‘nieuwe situaties’ als met onderzoek is aangetoond dat dit niet te vermijden is;

de soepelere richtwaarde van Vmax voor ‘bestaande situaties’ mag niet worden overschreden.

Bij de bouw van woningen, onderwijs- of gezondheidszorggebouwen bij een weg zijn trillingen alleen relevant in de nabijheid van verkeersdrempels of andere trillingsopwekkende constructies. In die gevallen kan een trillingsonderzoek nodig zijn om te beoordelen of aan de beleidsmatige grenswaarden kan worden voldaan. Bij de aanleg van verkeersdrempels nabij bestaande woningen wordt per geval afgewogen welke trillingsniveaus acceptabel zijn, waarbij ook de belangen van verkeersveiligheid een rol spelen. De grenswaarden voor nieuwbouw zijn dan niet van toepassing. Trillingsonderzoek wordt in Utrecht alleen geëist bij bouwplannen binnen een relevante zone. De zoneafstanden worden opgenomen in het omgevingsprogramma geluid en trillingen. Trillingen relevant voor planvorming Bovenstaande werkwijze wordt door middel van regels in het omgevingsplan opgenomen en is van invloed op de bouwwijze van nog komende plannen langs spoor- en tramlijnen (zie afbeelding 13) en voor de aanleg of wijziging van deze infrastructuur. Denk hierbij aan de wijze van fundering en de afmeting van overspanningen (en daarmee de grootte van de woningen) en moet daarom al in een vroeg stadium van de planvorming worden onderzocht. Als vanaf het begin uit onderzoek duidelijk is welk type woning voor de specifieke bouwlocatie het minst gevoelig is voor trillingen, kan daarin een verstandige keuze worden gemaakt.

Er zijn dan bij een bouwaanvraag maar weinig aanpassingen of maatregelen nodig en de bouwkosten nemen slechts beperkt toe. Bij een verkeerde keuze van woningtype kunnen daarentegen maatregelen technisch of financieel onhaalbaar blijken te zijn. Als een bestaand gebouw een trillingsgevoelige bestemming krijgt (of de functie wordt trillingsgevoeliger, bijvoorbeeld bij transformatie van kantoor naar wonen) dan zijn dezelfde criteria en grenswaarden van kracht als bij nieuwbouw. Een voordeel is dat direct op de gebouwvloeren kan worden gemeten.

Afbeelding 13: Bouwplaats naast de spoorrails. Een trillingsgevoelige locatie Beleidsnota Geluid en Trillingen

38/61

4.3.

Trillingsvoorwaarden aan activiteiten (bedrijven)

Voor milieubelastende activiteiten volgens de Omgevingswet zijn in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) instructieregels opgenomen met betrekking tot trillingen, zowel bij het toelaten van die activiteit als bij het toelaten van trillingsgevoelige functies. De instructieregel schrijft voor dat voor het bereiken van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat rekening wordt gehouden met trillingen door activiteiten. Aan dit criterium wordt voldaan als de standaardwaarden (Bkl) niet worden overschreden. De gemeente heeft de bevoegdheid om gemotiveerd af te wijken van deze waarden. In de praktijk is niet gebleken dat in Utrecht een strengere of ruimere trillingsgrenswaarde voor activiteiten nodig is dan de standaardwaarden volgens de instructieregels. Daarom is hiervoor geen nader beleid ontwikkeld; de standaardwaarden van de instructieregel worden in het omgevingsplan overgenomen.

4.4.

Trillingsvoorwaarden van bouw- en sloopactiviteiten

Voor trillingen als gevolg van bouw- en sloopwerkzaamheden staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) regels voor het verrichten van de bouw- en sloopwerkzaamheden in de dagperiode. De regels gaan onder meer over het beperken van trillinghinder. Deze regels hebben als doel om de veiligheid in de directe omgeving bij het bouwen en slopen te waarborgen en de gezondheid te beschermen. Voor bouw- en sloopactiviteiten in de avond en nacht kan de gemeente onder voorwaarden toestemming geven. Voor trillingen in die perioden kan de gemeente maatwerkvoorschriften stellen. We stellen als beleid dat de trillingen niet hoger mogen zijn dan de streefwaarde voor Vmax uit de SBR-B richtlijn voor herhaald voorkomende trillingen voor bestaande situaties. Aan deze regels kan worden voldaan als alleen toestemming wordt gegeven voor lichte bouw- en sloopwerkzaamheden. De grenswaarden voor overdag zijn aanzienlijk ruimer en niet geschikt voor de avond- en nachtperiode vanwege slaapverstoring.

Beleidsnota Geluid en Trillingen

39/61

Bijlagen

Beleidsnota Geluid en Trillingen

40/61

Bijlage 1 Beschrijving Omgevingswet In het kort De Omgevingswet komt in de plaats van een groot aantal wetten die werden toegepast bij ruimtelijke ordening en vergunningverlening. De Omgevingswet schrijft voor dat elke gemeente een omgevingsvisie heeft. In de omgevingsvisie staat beschreven wat we willen bereiken, welke maatschappelijke opgaven er zijn en welke ambitie we hebben over de volle breedte van de fysieke leefomgeving. De visie bevat strategisch kaderstellend beleid en sturing op de in het omgevingsplan neer te leggen regels. In het omgevingsplan staan de regels die nodig zijn voor het realiseren van deze beleidsdoelstellingen. Daarnaast kan in een omgevingsprogramma een nadere uitwerking van het beleid en (fysieke) maatregelen worden opgenomen. De Omgevingswet zelf is een zogeheten raamwet; de uitwerking in regels staat in een viertal ‘besluiten’: Omgevingsbesluit (Ob), Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De volgende paragrafen gaan hier verder op in. Voor het aspect geluid waren de Wet geluidhinder, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet ruimtelijke ordening en de Wet milieubeheer relevant. Met de invoering van de Omgevingswet verandert veel voor het aspect geluid.

Niet alleen zijn de geluidregels flink op de schop genomen, de wet zelf vraagt om een andere kijk en werkwijze. Daarom is deze Beleidsnota opgesteld, als onderdeel van de Omgevingsvisie. Voor het aspect trillingen waren enkele regels in het Bouwbesluit en het Actviteitenbesluit van kracht. Door de Stichting Bouwresearch zijn richtwaarden opgesteld die gehanteerd kunnen worden. Met de invoering van de Omgevingswet is voor het aspect trillingen niet veel veranderd; er zijn wel beleidsvrijheden om eigen normen op te stellen.

Omgevingsvisie De Omgevingswet geeft aan dat elke gemeente een omgevingsvisie heeft waarin een beschrijving staat van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en het te voeren integrale beleid. Met andere woorden: het moet antwoord geven op de vraag “Wat voor stad willen we zijn?” In een omgevingsvisie moet ook rekening worden gehouden met het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt. Deze beginselen zijn ook van toepassing op de milieuaspecten geluid en trillingen. Thematische visies, zoals deze Beleidsnota, vormen onderdeel van de omgevingsvisie. Beleidsnota Geluid en Trillingen

41/61

De Omgevingswet biedt gemeenten veel beleidsvrijheid; in een omgevingsvisie wordt onderbouwd hoe deze wordt ingevuld. De wet schrijft voor dat bij de totstandkoming van de omgevingsvisie invulling moet worden gegeven aan participatie én inspraak. Op welke schaal participatie moet plaatsvinden is echter niet voorgeschreven. In Bijlage 2 wordt hier verder op ingegaan. Een omgevingsvisie (en daaronder vallende Beleidsnota’s zoals deze) wordt vastgesteld door de gemeenteraad.

Omgevingsprogramma Het omgevingsprogramma is een van de instrumenten binnen de Omgevingswet. Het bevat de (concrete) uitwerking van beleid over de fysieke leefomgeving. Een zogenaamd ‘onverplicht programma’ kan zich richten op beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking en/of uitvoering voor een aspect of gebied. Het kan een nadere detaillering bevatten van de meer algemene beleidsuitspraken van de omgevingsvisie (en onderliggende beleidsnota’s). Er zijn ook verplichte omgevingsprogramma’s. Zo wordt het vanuit de Europese Unie vereiste actieplan geluid onder de Omgevingswet gezien als een verplicht omgevingsprogramma. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om de programma’s voor de gemeente vast te stellen. Er is geen beroep bij de rechter mogelijk, maar inspraak is wel verplicht.

Omgevingsplan Het omgevingsplan bevat de gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan is in de plaats gekomen van de bestemmingsplannen en de beheersverordeningen. In de omgevingsvisie staat hoe een gemeente het leefgebied wil ontwikkelen en beschermen. Die keuzes zijn uitgewerkt en juridisch vastgelegd in het omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat de regels voor de fysieke leefomgeving en geeft aan welke activiteiten wel of niet zijn toegestaan; bijvoorbeeld wonen, recreatie of bedrijvigheid. Voor een ontwikkelingsgebied kan worden gekozen voor een algemenere beschrijving met randvoorwaarden. Ook staat in het omgevingsplan welke regels aan activiteiten worden gesteld. De regels in het omgevingsplan samen leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarbij houdt de gemeente rekening met alle betrokken belangen. De gemeente heeft een eigen afwegingsruimte voor het afwegen van die belangen. Binnen deze afwegingsruimte kan de gemeente specifieke regels stellen voor verschillende delen van het grondgebied.

Besluiten Het Omgevingsbesluit richt zich tot alle partijen die in de fysieke leefomgeving actief zijn: burgers, bedrijven en de overheid. Het Omgevingsbesluit regelt als uitwerking van de wet onder meer welk Beleidsnota Geluid en Trillingen

42/61

bestuursorgaan het bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen en welke procedures gelden. Ook regelt dit besluit wat de betrokkenheid is van andere bestuursorganen bij de besluitvorming en een aantal op zichzelf staande onderwerpen, zoals de milieueffectrapportage en financiële bepalingen. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan algemene rijksregels over activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Veel van die regels gaan over milieubelastende activiteiten. Andere gaan over lozingsactiviteiten, activiteiten in een beperkingengebied en gebieden met cultureel erfgoed. Ook geeft het besluit aan welke ruimte er is voor gemeenten, provincies en waterschappen voor lokaal maatwerk om te mogen afwijken en in welke gevallen een vergunning nodig is. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat instructieregels voor gemeenten, provincies en waterschappen. De instructieregels zijn de normen en bijbehorende regels die gelden voor bestuursorganen bij het vaststellen van programma's, omgevingsplannen, omgevingsverordeningen, waterschapsverordeningen en projectbesluiten. Het bevat onder meer normen en regels voor geluid, trillingen en geur van activiteiten, omgevingsveiligheid en erfgoed. Deze regels geven duidelijk aan welke afwegingsruimte de bestuursorganen hebben.

Zo wordt het voor gemeenten beter mogelijk om rekening te houden met verschillen tussen gebieden en om de beschikbare ruimte op een evenwichtige manier te verdelen. Sommige instructieregels zijn dwingend: daaraan moet worden voldaan. Maar er zijn ook veel regels waar beleidsvrijheid voor geldt (bijvoorbeeld de zogeheten ‘kan’-bepalingen). Een omgevingsvisie geeft de onderbouwing voor de wijze waarop deze regels worden ingevuld. Voor een deel van de regels is voor een overgangstermijn voorzien door middel van een tijdelijke set regels (de ‘Bruidsschat’) totdat er regels in het omgevingsplan zijn opgenomen. In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan de landelijke regels voor bouwen of slopen. Dit besluit bevat eisen aan de veiligheid van woningen en andere bouwwerken.

Normen voor geluid Ruimtelijke ontwikkelingen De Omgevingswet kent voor ruimtelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld woningbouw of aanleg van wegen) een systeem van standaardwaarden en grenswaarden voor verschillende geluidbronsoorten. De standaardwaarden zijn qua hoogte vergelijkbaar met de advieswaarden die de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO 2018) stelt en hier dient in eerste instantie aan te worden voldaan. Volgens de Omgevingswet dient de initiatiefnemer nadrukkelijk de mogelijkheden voor bronmaatregelen te onderzoeken en af te wegen. Het staat een gemeente vrij om gemotiveerd nieuwe ontwikkelingen toe te staan boven de standaardwaarde – tot aan de grenswaarde - als geen maatregelen mogelijk zijn. De volgende tabel geeft een samenvatting van de geldende normen voor het geluid op de gevel. Verder gelden ook normen voor het binnenniveau in de woningen.

Beleidsnota Geluid en Trillingen

43/61

Standaardwaarden en grenswaarden voor geluid Omgevingswet (Lden in dB) Geluidbronsoort

Standaardwaarde

Grenswaarde Nieuwe

Aanleg of

geluidgevoelige

Wijziging bron

gebouwen en locaties Rijks- en provinciale wegen Gemeentewegen

50

60

65

53

70

70

55

65

70

50

55

60

Hoofd- en lokale spoorwegen (niet zijnde onderdeel van een weg) Industrieterreinen

Tabel 1: Standaardwaarden en grenswaarden voor geluid

De wettelijke regeling biedt gemeenten de mogelijkheid om voor vervangende nieuwbouw 5 dB meer geluid toe te staan. Dat geldt ook wanneer bijvoorbeeld een kantoor wordt omgezet naar woningen (transformatie). De regelgeving biedt de mogelijkheid (het is zeker geen recht) voor het realiseren van nieuwe geluidgevoelige gebouwen boven de wettelijke grenswaarden. Het gaat dan om constructies die conform de wet beschouwd mogen worden als ‘niet-geluidgevoelige gevel’ en waar niet getoetst hoeft te worden. Dat zijn zogeheten dove gevels zonder te openen delen of gevels met een bouwkundige toevoeging waarachter het geluid niet hoger is dan de grenswaarde. Dove gevels geven een beperking van de keuzevrijheid van bewoners om een raam open te zetten en te kunnen spuien. Los hiervan is het mogelijk om vanwege zwaarwegende belangen boven de grenswaarde woningen te laten ontwikkelen. De Omgevingswet geeft aan dat in het belang van het beschermen van de gezondheid een geluidluwe gevel moet worden betrokken bij de afweging om het geluid bij nieuwe woningen boven de standaardwaarde uit te laten komen. Binnen de Omgevingswet is een geluidluwe gevel gedefinieerd als: 'een gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid'. Er is geen absolute waarde gegeven voor het maximale geluid op een geluidluwe gevel.

Meestal wordt beleidsmatig gesteld dat het geluid ter plaatse van een geluidluwe gevel kan voldoen aan de standaardwaarden. Deze waarden komen ongeveer overeen met de richtwaarden die de Wereldgezondheidsorganisatie heeft afgegeven (respectievelijk 53 en 54 dB voor weg- en railverkeerslawaai). Bij overschrijding van een standaardwaarde vindt ook een beoordeling plaats van het gecumuleerde geluid. Dus in situaties waarbij sprake is van geluid van wegverkeer, lokaal spoor (trams), railverkeer

Beleidsnota Geluid en Trillingen

44/61

en/of industrieterreinen. In principe moet ook luchtvaartlawaai hierbij worden betrokken, maar dat geldt alleen vanaf een zekere toetswaarde die in de gemeente Utrecht niet te boven wordt gegaan. Ook moet het geluideffect van wijzigingen worden beoordeeld; bijvoorbeeld wanneer als gevolg van de bouw van een nieuwe woonwijk meer verkeer in de omgeving gaat rijden en/of wanneer een weg wordt aangepast. Het indirecte effect van een plan op de omgeving mag niet meer dan 1,5 dB bedragen. Hetzelfde geldt voor akoestisch relevante fysieke wijzigingen in de omgeving, bijvoorbeeld de sloop van een geluid afschermend gebouw. Wanneer niet kan worden voldaan aan de normen, wordt het geluid door het treffen van maatregelen zoveel mogelijk beperkt. De wet geeft wel de mogelijkheid voor afwijking tot aan de wettelijke grenswaarde. Geluidbeperkende maatregelen worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan. Er wordt in het Bkl niet voorgeschreven wanneer de toetsing plaatsvindt. Dat kan bij vaststelling van het omgevingsplan zelf maar het is verstandiger om dit door te schuiven naar het moment van aanleg of realisatie omdat dan concreter kan worden getoetst en er geen onnodige maatregelen hoeven te worden onderzocht.

Daarvoor wordt een vergunningplicht voor een omgevingsplanactiviteit in het leven geroepen. Dit wordt geregeld in het omgevingsplan. Individuele bedrijven Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) schrijft geen landelijk geldende geluidregels voor. Binnen het kader van de Omgevingswet geeft het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) aan het lokale bevoegd gezag de instructie om in het omgevingsplan grenswaarden voor geluid en trillingen op te nemen voor bedrijfsmatige activiteiten. Dit kan om meer activiteiten gaan dan alleen de in het Bal gereguleerde, milieubelastende activiteiten. Voor bepaalde bedrijven stelt het Bal geen regels meer. Het gaat voornamelijk om bedrijven met milieubelastende activiteiten met een laag risico, bijvoorbeeld horeca, concertpodia, evenementenhallen, sportfaciliteiten, winkels, onderwijsgebouwen, dierenasiels, parkeergarages, et cetera. De gemeente kan voor deze branches ook regels toevoegen aan het omgevingsplan. Aan de instructieregel van het Bkl wordt in ieder geval voldaan als de daarin opgenomen standaard grenswaarden één op één worden overgenomen. Deze standaard grenswaarden lijken veel op de oude grenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het Bkl biedt echter de mogelijkheid om – afwijkend van de standaard grenswaarden – gebiedsgericht gedifferentieerde normen voor het geluid van bedrijven (activiteiten) op te stellen.

Zo kan, net als onder het Activiteitenbesluit, een laag achtergrondniveau van het geluid in een rustige woonwijk aanleiding zijn om lagere geluidnormen vast te stellen om daarmee de geluidhinder te beperken. Ook kan cumulatie van geluid van meerdere bedrijven een reden zijn om in het omgevingsplan van de standaardwaarden af te wijken (lagere norm).

Beleidsnota Geluid en Trillingen

45/61

Basisgeluidemissie De oude wetgeving bevatte geen normen voor het geluid van gemeentelijk wegverkeer in de bestaande situatie. Alleen bij nieuwe ontwikkelingen of wijziging van de infrastructuur vond een toets plaats. Dat leidde ertoe dat in Nederland op veel plaatsen sprake is geweest van een onbegrensde autonome groei van het geluid. Alleen in het kader van de vijfjaarlijkse cyclus van de EU-geluidkartering en het daaropvolgende actieplan geluid wordt aandacht gevraagd voor de bestaande geluidsituatie. Dit is echter geheel beleidsvrij en er zijn geen regels of normen die in acht moeten worden genomen. Met de komst van de Omgevingswet is dat veranderd: er is een vorm van naleving geïntroduceerd (naast het blijvend toetsten van plannen met een relevante impact). In het kort komt het erop neer dat bij aanvang van het nieuwe systeem wordt vastgelegd wat de bestaande geluidsituatie is: de basisgeluidemissie. Elke vijf jaar wordt gemonitord hoe deze is gewijzigd. Bij een toename vanaf 1,5 dB (= 40% groei) moet verplicht een afweging worden gemaakt hoe deze toename teniet kan worden gedaan met geluidbeperkende maatregelen. Wanneer het geluid blijvend is gestegen tot boven de grenswaarde van 70 dB moet door de wegenbeheerder verplicht geluidsisolerende maatregelen aan woningen worden onderzocht en indien nodig worden getroffen.

Het aanhouden van een marge ten opzichte van deze waarde bij nieuwe ontwikkelingen kan voorkomen dat in een later stadium maatregelen op kosten van de gemeente moeten worden getroffen. De vijfjaarlijkse cyclus van verslaglegging over de monitoring van de geluidemissie valt samen met het vanuit EU-richtlijn omgevingslawaai verplichte actieplan geluid, waardoor beide verplichtingen worden gecombineerd. Deze nieuwe werkwijze leidt ertoe dat bij ruimtelijke plannen en verkeersprojecten een groter gewicht moet worden toegekend aan een mogelijke toename van het verkeer door de verkeeraantrekkende werking. Voorkomen moet worden dat sluipenderwijs een toename van de geluidemissie ontstaat en maatregelen vervolgens bij de vijfjaarlijkse toetsing problematisch blijken te zijn. Dit nieuwe wetstelsel leidt ook tot een verplichte afweging en toetsing bij de bouw of sloop van objecten (vanwege reflecties of afscherming) en OV-besluiten.

Trillingen Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) geeft geen regels voor trillingen. Net als bij geluid schrijft het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) voor dat trillingregels voor bedrijven moeten worden opgenomen in het omgevingsplan en zijn de standaardwaarden vergelijkbaar met die uit het Activiteitenbesluit. De trillingregels voor bouwactiviteiten uit het Bouwbesluit zijn overgezet naar het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Voor trillingen in bestaande woningen langs infrastructuur gelden ook onder de Omgevingswet geen normen. Er kan wel gebruik worden gemaakt van de richtwaarden van de Stichting Bouwresearch (SBR). Door middel van metingen en rekenonderzoek kan in beeld worden gebracht hoe sterk de trillingen langs spoor- en tramlijnen zullen zijn. Ook bij de aanleg van nieuwe tramlijnen wordt een prognose gemaakt van de te verwachten trillingen in woningen.

Beleidsnota Geluid en Trillingen

46/61

Bijlage 2 Evaluatie & participatie Bij het opstellen van een omgevingsvisie (en daaronder vallende Beleidsnota zoals het nu voorliggende stuk) dient - conform de beleidscyclus (zie onderstaande figuur) - eerst een analyse te worden gemaakt van het bestaande beleid. Dat heeft een tweeledig doel: wat werkte wel, wat kan beter? Daarbij wordt ook gekeken naar de uitslag van geluidberekeningen, hinder-enquêtes en aantallen klachten. Met de Beleidsnota voor geluid en trillingen, onderdeel van de Omgevingsvisie, borduren we niet alleen voort op bestaand beleid, maar willen we ook nieuwe keuzes maken. Door middel van enquêtes is opgehaald welke ideeën er leven onder de bewoners van Utrecht over geluid en trillingen. Zie hiervoor de paragraaf Participatie. Sinds de totstandkoming van het laatste vastgestelde lokale Utrechtse geluidbeleid in 2014 zijn nieuwe beleidsontwikkelingen doorgemaakt; bijvoorbeeld op het gebied van volksgezondheid, mobiliteit en stedenbouw. Ook deze zaken beïnvloeden het beleid voor geluid en trillingen. De inhoudelijke analyse van enkele bestaande relevante beleidskaders staat beschreven in bijlage 3.

Figuur 14: Beleidscyclus

Beleidsnota Geluid en Trillingen

47/61

Wat werkte wel; wat kan beter Beleid voor nieuwe ontwikkelingen 

Vanaf 2007 heeft de gemeente Utrecht lokaal geluidbeleid voor nieuwe ontwikkelingen, deels op basis van provinciale regels;

De gemeente stelt aanvullende eisen voor geluidbelaste locaties; daardoor worden compenserende maatregelen getroffen (zoals geluidluwe gevel, rustige buitenruimte en gunstige woningindeling);

De regels hebben regelmatig geleid tot aanpassing van plannen; de plannen konden wel altijd doorgang vinden;

Een aandachtspunt is om te letten op de ‘geest van beleid’: een technisch goede oplossing geeft soms niet de gewenste kwaliteit van het resultaat;

Sommige versoepelende regels zijn nauwelijks toegepast of nog relevant.

Verkeer 

Utrecht kent door de bundeling van verkeer op een beperkt aantal hoofdwegen een sterke scheiding tussen rustige woonwijken en drukke straten. Dat willen we behouden, en dat brengt met zich mee dat langs deze hoofdinfra meer geluid wordt geaccepteerd;

Voor de aanpak van knelpunten in de bestaande stad geeft het actieplan geluid een waarde van 63 dB als uitgangspunt;

Een uitzondering geldt voor locaties langs de hoofdwegen. Hier wordt hier een drempelwaarde van 68 dB gehanteerd. Deze is gelijk aan de uiterste grenswaarde voor nieuwe situaties.

Bedrijven 

Het geluid dat bedrijven mogen veroorzaken werd geregeld via de standaard normen van artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit (in het algemeen een etmaalwaarde van 50 dB(A));

Van deze standaardwaarden kon in individuele gevallen (naar beneden én naar boven) worden afgeweken via een maatwerkvoorschrift. Een laag achtergrondniveau in een rustige woonwijk was regelmatig aanleiding om de normen middels een maatwerkvoorschrift met 5 dB aan te scherpen, omdat de hinder van de specifieke bron sterker ervaren wordt in een rustige omgeving;

In de praktijk vond dat meestal plaats naar aanleiding van overlastmeldingen. Na het uitvoeren van geluidsmetingen werd een maatwerkprocedure opgestart door de omgevingsdienst waarna pas maatregelen werden getroffen. Hierdoor duurde het vaak wel een paar maanden voordat de overlast door geluidhinder van bijvoorbeeld klimaatinstallaties of ventilatoren kon worden teruggedrongen.

Uitleggebieden 

In de uitleggebieden (Leidsche Rijn en Vleuterweide) hebben we de oorspronkelijk beoogde geluidkwaliteit bij planvorming gedurende de gehele uitwerking gehandhaafd;

Resultaat: een significant lagere score op gemelde geluidhinder (zie de paragraaf Analyse hinder);

Beleidsnota Geluid en Trillingen

48/61

Voor nieuwe grotere ontwikkelingen stellen we daarom een hogere geluidambitie voor dan de wettelijke grenswaarden.

Voortschrijdend inzicht  

De uiterste wettelijke grenswaarden bieden geen garantie voor een gezonde leefomgeving; In de nota volksgezondheid Gezondheid voor iedereen is daarom de ambitie geformuleerd om strenger te zijn dan de wet;

Een geluidbelasting boven de 63 dB is vanuit gezondheidsperspectief niet wenselijk (de grenswaarde uit de Wet geluidhinder voor binnenstedelijk wegverkeer en spoor is 68 dB).

Trillingen Sinds 2017 wordt bij nieuwe bouwplannen binnen honderd meter van het spoor gekeken naar trillingen van spoorverkeer. Bij bestemmingsplannen of Wabo-vergunningen worden grenswaarden voor trillingen opgelegd waaraan bij de bouwaanvraag wordt getoetst. Dat heeft als gevolg dat voor een bestemmingsplan en bouwaanvraag een trillingsonderzoek moet worden aangeleverd. De meeste bouwprojecten moeten nog worden ontworpen of gebouwd zodat het voor een evaluatie te vroeg is. De ervaring leert dat met de toegepaste beoordelingswijze bouwplannen aan de eisen kunnen voldoen. Meestal leidt dit tot aanpassingen en maatregelen die haalbaar zijn binnen het plan. Bij nieuwbouwplannen langs wegen wordt doorgaans niet naar trillingen van wegverkeer gekeken. De kans op voelbare wegtrillingen is bij nieuwbouw gering. Bij bestaande trillingsgevoelige oudere woningen (op staal gebouwd en met houten vloeren) kunnen wel relevante trillingen voorkomen. Bijvoorbeeld veroorzaakt door bussen en zwaar verkeer of nabij verkeersdrempels. Hierover komen af en toe wel meldingen binnen. Analyse hinder Sinds 2006 wordt aan de inwoners van Utrecht gevraagd naar de mate van ondervonden geluidhinder (enquête onder circa 30.000 inwoners).

In de jaarlijkse Programmabegroting is als indicator opgenomen dat we streven naar een maximum percentage van 22% van de bewoners dat aangeeft vaak overlast te hebben van verkeerslawaai. Zoals uit onderstaande figuur blijkt, raakt dit doel de laatste paar jaar steeds verder uit het zicht.

Beleidsnota Geluid en Trillingen

49/61

35

30

25

20

15 Utrecht gemiddeld 10

Gemiddeld Leidsche RijnVleuten-De Meern Gemiddeld bestaande stad

5

0 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Figuur 15: percentage van de bewoners dat aangeeft vaak overlast te hebben van verkeerslawaai

In de uitleggebieden Leidsche Rijn en Vleuterweide gold bij de ontwikkeling vanuit wetgeving een norm die voor gemeentelijke wegen 5 dB strenger was dan bij ontwikkelingen in de rest van de bestaande stad. Bovendien zijn deze wijken zo opgezet dat er maar een beperkt aantal drukke stroomwegen zijn gerealiseerd, waardoor grote geluidluwere woonwijken zijn ontstaan. Dit beeld is terug te zien op de geluidkaarten die we elke vijf jaar maken (zie hoofdstuk 3). Deze aanpak heeft geleid tot een aanzienlijk lager hinderpercentage. Inmiddels zien we echter ook in deze wijken de drukte toeneemt en daarmee de ervaren geluidhinder. Voor het geluid van spoorwegen en industrieterreinen zijn geen vergelijkbare enquêteresultaten, maar uit het EU-karteringsonderzoek (zie ook hoofdstuk 3) blijkt dat het percentage gehinderden door deze bronnen steeds 1% of minder bedraagt. In de enquêtes werd niet gevraagd naar ervaren hinder door trillingen; daarom is in het kader van deze Beleidsnota in 2021 nader onderzoek gedaan (zie paragraaf Participatie en inspraak). In de jaren 2011 tot 2022 zijn circa 300 meldingen binnengekomen over trillingsoverlast. Het overgrote deel had betrekking op trillingen door bouw- en sloopactiviteiten. Door inspecteurs worden deze meldingen onderzocht en zo nodig vindt er handhaving van wettelijke regels plaats. Beleidsnota Geluid en Trillingen

50/61

Sanering Conform de Wet geluidhinder kwamen woningen die in 1986 een hogere geluidbelasting hadden dan 60 dB(A) in aanmerking voor door het Rijk gesubsidieerde maatregelen (vaak was dat geluidisolatie). In de afgelopen decennia heeft Utrecht vrijwel alle woningen in de hoogste geluidklasse aangepakt. In 2020 is een subsidieaanvraag gedaan voor alle resterende saneringswoningen in lagere geluidklassen. Deze voorbereidingssubsidie is toegekend zodat de sanering van deze woningen onder de oude wet kan worden afgerond. Vanwege een beperkt rijksbudget is de grenswaarde waarboven het Rijk nu 100% subsidie verleent opgetrokken naar 70 dB. Uit de EU-geluidkartering over het jaar 2016 blijkt dat in Utrecht geen woningen langs gemeentelijke wegen zijn boven deze grenswaarde. De verwachting is dat er geen of nauwelijks verplichte saneringswoningen zullen zijn die vallen onder de Omgevingswet. Voorkomen moet worden dat nieuwe situaties boven de 70 dB ontstaan: dan is de gemeente zélf verplicht verantwoordelijk (ook financieel) voor het aanbrengen van een afdoende geluidisolatie bij deze woningen.

Participatie en inspraak Door middel van een enquête onder 3.500 leden van het bewonerspanel is bij de voorbereiding op deze Beleidsnota Geluid en Trillingen in 2021 aan de bewoners gevraagd wat zij belangrijk vinden met betrekking tot geluid en trillingen. De resultaten zijn terug te vinden op de gemeentelijk website: Resultaten bewonerspanel Utrecht geluid en trillingen | Gemeente Utrecht Samengevat kunnen onderstaande conclusies worden getrokken. 

66% van de panelleden heeft wel eens last van geluidhinder door verkeer. 72% heeft wel eens last van andere geluidhinder. Dit geldt voor bijna 1 op de 5 panelleden bij geluid van bedrijven;

De meeste panelleden denken dat geluidoverlast komt door gewoon wegverkeer (46%) of door buren (44%);

Veel panelleden (85%) vinden dat de gemeente en politie beter moet handhaven, bijvoorbeeld op te hard of asociaal rijden;

Ongeveer driekwart vindt dat de gemeente duidelijk moet communiceren bij (tijdelijke) geluidhinder, zodat inwoners zich erop kunnen instellen;

De overgrote meerderheid van de panelleden vindt een stille plek in of rondom het huis belangrijk. Een stille plek in de buurt of in de stad vindt men minder belangrijk;

Een meerderheid (57%) van de panelleden voelt (bijna) nooit trillingen;

Panelleden die wel eens trillingen voelen: 40% heeft hier last van en 15% slaapt er slecht van. De meeste panelleden denken dat deze trillingen komen door zwaar wegverkeer (vrachtwagens, bouwverkeer).

In de reacties op de open vragen komt naar voren dat mensen hinder ondervinden van tijdelijke (relatief kortdurende) situaties met een hoger geluidniveau. Uit gezondheidsonderzoeken blijkt dat, hoewel er zeker sprake is van hinder, het effect op de gezondheid beperkt is. Gezondheidseffecten treden met name op bij langdurig verblijf in een lawaaiige omgeving. Beleidsnota Geluid en Trillingen

51/61

Bijlage 3 Overzicht beleidskaders Met de komst van de Omgevingswet zijn voor het aspect geluid veel zaken wettelijk gewijzigd. Dat heeft ook tot gevolg dat het lokale geluidbeleid in lijn met de Omgevingswet moet worden gebracht, zodat het formeel deel kan uitmaken van de omgevingsvisie. Sinds de totstandkoming van het laatst vastgestelde geluidbeleid (Geluidnota 2014-2018, waarvan de looptijd is verlengd tot aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet) heeft Utrecht nieuwe beleidsontwikkelingen doorgemaakt; bijvoorbeeld op het gebied van volksgezondheid, milieu, mobiliteit en stedenbouw. Het aspect geluid komt bij verschillende organisatieonderdelen binnen de gemeente voor. Naast kernzaken als ruimtelijke ordening en milieu kan worden gedacht aan evenementen, woningsplitsingen, tijdelijk wonen en short-stay, bouwlawaai, ontheffingen voor bedrijven, APV et cetera. In deze bijlage is een overzicht opgenomen van enkele beleidskaders en de relatie die deze hebben met het aspect geluid.

Geluidnota 2014-2018 Het voorgaande geluidbeleid was verwoord in hoofdstuk 4 van de Geluidnota Utrecht 2014-2018. Hieronder worden de belangrijkste beleidsuitgangspunten tegen het licht gehouden en wordt bezien in hoeverre zaken kunnen worden overgenomen of waar een (overweging tot) wijziging op zijn plaats is. Ruimte voor stedelijke ontwikkeling In de basis wordt gesteld dat het noodzakelijk kan zijn om op geluidbelaste locaties te bouwen mits er voldoende compensatie is om toch een goed akoestisch woon- en leefklimaat te bieden. Verder wordt vanuit de integraliteit aangesloten bij andere gemeentelijke beleidskaders. Dat past goed bij de wettelijke opgave om te komen tot een integrale omgevingsvisie voor de stad. Daarom hebben we bekeken welke huidige kaders van toepassing zijn zoals bijvoorbeeld de nota volksgezondheid Gezondheid voor iedereen, de Mobiliteitsplan 2040 en de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040. Realistisch maatregelenonderzoek De Wet geluidhinder stelde dat we altijd moeten onderzoeken hoe en met welke maatregelen voldaan kan worden aan de voorkeursgrenswaarde. Alleen als maatregelen stuiten op zwaarwegende bezwaren van technische, financiële, landschappelijke of verkeerskundige aard, kan hiervan worden afgeweken. In de Geluidnota wordt daar al een voorzet voor gegeven en dit is grotendeels ongewijzigd overgenomen in de Beleidsnota Geluid en Trillingen.

Ook al kan er vaak niet worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde, het is in de praktijk vaak wel mogelijk om met maatregelen te voldoen aan de ambitiewaarde vanuit volksgezondheid.

Beleidsnota Geluid en Trillingen

52/61

Invullen van ontheffingsprocedure Binnen de systematiek van de Wet geluidhinder moet er in eerste instantie worden voldaan aan een voorkeursgrenswaarde. Van deze waarde kan onder voorwaarden worden afgeweken. Er kan ontheffing (‘hogere waarde’) worden verleend tot aan een maximale ontheffingswaarde. In de systematiek van de Omgevingswet wordt nog wel gesproken van ‘standaardwaarde’ (voorheen voorkeursgrenswaarde) en ‘grenswaarde’ (voorheen maximale ontheffingswaarde), maar is er geen separate procedure aan gekoppeld. In het omgevingsplan moet duidelijk worden gemaakt waar en tot welk niveau er kan worden gebouwd; we volgen daarbij de Beleidsnota. Laatstgenoemde stelt ook de regels waaraan een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan moet worden getoetst. In de Geluidnota Utrecht 2014-2018 volgt de gemeente Utrecht de normering van de Wet geluidhinder. Zo wordt aangesloten bij het wettelijk kader en kan – zo nodig - de volledige ruimte in het normenstelsel worden ingezet. Door aanvullende voorwaarden te stellen, wordt een acceptabel woon- en leefklimaat gerealiseerd. In de nota volksgezondheid Gezondheid voor iedereen is aangegeven dat de maximale waarde die de wet toestaat, als ongezond moet worden bestempeld. Daarom is een ambitiewaarde in het leven geroepen die daar 5 dB onder zit.

Deze waarde (63 dB voor binnenstedelijk wegverkeerslawaai en het geluid van het spoor) is toegepast bij de wat grotere ontwikkellocaties. In de uitleggebieden hanteerden we al deze 5 dB lagere grenswaarde voor het geluid van binnenstedelijk verkeer. Het gevolg hiervan kan zijn dat er meer maatregelen moeten worden getroffen of dat er op grotere afstand van de geluidbron wordt gebouwd. Het kan echter in bepaalde gevallen nodig zijn dat in beperkte mate toch gebruik moet worden gemaakt van de maximale ruimte die de wet toestaat. Soms kan het betekenen dat er, door dichter op de weg te bouwen, méér woningen daarachter in de luwte kunnen worden gerealiseerd. Voorwaarden De Geluidnota stelt voorwaarden aan het verlenen van een ontheffing: geluidluwe gevel (waar wel aan de voorkeurswaarde wordt voldaan), rustige buitenruime en akoestisch gunstige woningindeling. Dat laatste houdt in dat er aan de luwe gevel minimaal 30% van de verblijfsruimte zoals woonkamer of slaapkamers moeten zijn gesitueerd (en niet de keuken of de badkamer). Een geluidluwe gevel is een gevel waar voor elke geluidbron wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. De komst van de Omgevingswet levert een aantal belangrijke veranderingen: 

Er wordt gerekend per geluidbronsoort in plaats van per bron (dus niet meer het toetsen van een afzonderlijke weg maar van al het wegverkeer bij elkaar);

Onder de Wet geluidhinder hoefden 30 km/uur wegen niet te worden getoetst. Straks tellen die wel mee voor zover de verkeersintensiteit meer is dan duizend motorvoertuigen per etmaal;

Het bovenstaande zorgt ervoor dat het lastiger is om een luwe gevel gerealiseerd te krijgen in situaties die we voorheen wel acceptabel vonden. Maar het is nodig om de eis van een luwe gevel tegen het licht te houden. In de Geluidnota staan enkele uitzonderingsbepalingen. Bijvoorbeeld voor onzelfstandige Beleidsnota Geluid en Trillingen

53/61

woningen en woningen kleiner dan 30 m2. Ook in centrumgebieden is de eis in bepaalde gevallen iets soepeler. De nota volksgezondheid Gezondheid voor iedereen kent eveneens aan de luwe zijde een belangrijke rol toe maar kent verder geen uitzonderingsbepalingen en geldt ook bij 30 km/u wegen (onder de Omgevingswet moeten deze ook worden meegenomen). Dat leidt ertoe dat de uitzonderingsbepalingen zijn herzien. De Geluidnota gaf geen aanwijzingen met betrekking tot de wijze waarop aan een luwe gevel vorm moet worden gegeven. Idealiter is dit een achterzijde van een woning maar bij eenzijdig georiënteerde appartementen is dit niet haalbaar en moet de oplossing worden gevonden in balkonschermen of inpandige loggia’s. Om aan de behoefte te voldoen wordt eenduidig aangegeven welke maatregelen hierbij nog als acceptabel kunnen worden bestempeld. Geluid van bedrijven bij woningen We hanteerden richtwaarden voor het maximaal te produceren geluid dat afhankelijk is van de omgeving: drukke stad, rustige woonwijk of stil buitengebied/stil hofje. Deze richtwaarden speelden een rol bij vergunningverlening of bij het opleggen van een maatwerkvoorschrift aan bedrijven die onder de algemene regels van het Activiteitenbesluit vielen. De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om gebiedsgerichte normen op te leggen. De richtwaarden worden daarmee grenswaarden.

Hiermee kunnen we in één keer voor alle bedrijven in rustige gebieden een lagere norm opleggen (anders zouden we per bedrijf een maatwerkvoorschrift op moeten leggen, hetgeen stuit op praktische bezwaren). In voorkomende gevallen – bijvoorbeeld wanneer het technisch of financieel onmogelijk is om aan de lagere norm te kunnen voldoen, kan met maatwerk weer de oude, hogere, norm worden terug gebracht. Voor bedrijven die zijn gelegen aan drukke wegen of in centrumgebieden blijft de bestaande hogere norm van kracht (dit kunnen ook lokale winkelcentra zijn; dit sluit aan bij de ambitie van de 10minutenstad met meerdere lokale centra). Bij het bestemmen van woningen en/of bedrijven in elkaars nabijheid hanteerden we altijd de VNGsystematiek van Bedrijven en Milieuzonering. De VNG actualiseert de lijsten met bedrijfscategorieën in deze methodiek echter niet meer. Het alternatief dat de VNG heeft geïntroduceerd heeft veel beperkingen; is eigenlijk alleen goed toepasbaar bij een bedrijventerrein met woningen daaromheen. We zullen daarom zoveel mogelijk vasthouden aan de oude systematiek. Hinder van bedrijfsgebonden verkeer toetsen De in deze paragraaf beschreven systematiek is de afgelopen acht jaar niet toegepast. In het algemeen kan wel worden gesteld dat het toetsen aan een toename van 1,5 dB in lijn is met de Omgevingswet.

Rijgeluid van treinen op een bedrijfsterrein Dit is toegepast bij de recente vergunning van het emplacement en bij nieuwe woningplannen in de omgeving daarvan (onder andere de Cartesiusdriehoek, de Kruisvaartkade en het Lombokplein). De wetgever heeft besloten om het gros van het geluid van een emplacement onder te brengen in het geheel van railverkeerslawaai. Het specifieke beleid voor emplacementen keert om die reden niet terug. De details van de nieuwe werkwijze zijn nog niet helemaal uitgekristalliseerd. In voorkomende gevallen zal ad hoc moeten worden gemotiveerd. Beleidsnota Geluid en Trillingen

54/61

Een goede ruimtelijke ordening – ruime afweging van geluid Zaken die niet wettelijk geregeld zijn worden beoordeeld vanuit het kader van “een goede ruimtelijke ordening”. Vaak is hier vanuit jurisprudentie al richting aan gegeven. Te denken valt aan zaken als stemgeluid afkomstig van terrassen en schoolpleinen, verkeersgeluid van 30 km/u straten, het effect van een plan op de bestaande omgeving. In de Omgevingswet is “een goede ruimtelijke ordening” vervangen door “een evenwichtige toedeling van functies aan locaties” (in relatie tot de fysieke leefomgeving) hetgeen een vergelijkbare werking heeft. Maar de wet heeft een aantal van bovenstaande zaken al zelf nader ingevuld. Zo is er geen onderscheid meer tussen 30 km/u wegen met meer dan duizend motorvoertuigen per etmaal en wegen met een ander snelheidsregime. In de Geluidnota 2014-2018 staat “Bij nieuwe plannen wordt steeds bekeken wat de effecten zijn voor de gebieden buiten het plangebied. Hiermee anticiperen we op toekomstige regelgeving voor geluid.” De Omgevingswet geeft aan dat we bijvoorbeeld de effecten van verkeersingrepen in een ruim gebied moeten toetsen. Bijvoorbeeld: een nieuwe woonwijk kan extra verkeer gaan aantrekken. Het effect van extra verkeer op de geluidsituatie moet ook in een groot gebied worden onderzocht, beoordeeld en afgewogen. Eventueel met toepassing van geluidmaatregelen.

In een uiterst geval kan dat leiden tot het verplicht toepassen van extra geluidisolerende maatregelen bij bestaande woningen. In de Geluidnota staat “Bij het ontwerpen van nieuwe scholen zal worden gestreefd naar een optimale ligging van het schoolplein om geluidhinder voor de buurt zo veel mogelijk te voorkomen.” Het Bkl geeft een instructieregel dat er geen normen mogen worden gesteld aan stemgeluid. Met andere woorden: er kan bij overlast niet op worden gehandhaafd. Juist daarom is het - in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties - van belang dat dit aan de voorkant goed is onderzocht en afgewogen. In de praktijk hanteerden we daarbij een richtwaarde van 55 dB(A) die nog goed te motiveren is omdat daarmee aan een acceptabel binnenniveau kan worden voldaan. In sommige gevallen is ook een waarde tot 60 dB(A) gehanteerd maar daarbij is wel gekeken naar zaken als geluidisolatie en het hebben van een geluidluwe gevel. In sommige gevallen is de woningindeling van de bestaande woningen in ogenschouw genomen. Als de slaapkamer aan het speelplein grenst en de woonkamer aan de luwe zijde, dan is dat aanvaardbaar (afgezien van mensen met nachtdienst).

Beleidsnota Geluid en Trillingen

55/61

Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 In de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) zijn beleidskaders voor de toekomst van Utrecht vastgelegd. We willen de forse groei die de stad gaat meemaken faciliteren, op voorwaarde dat de bewoners gezond en prettig kunnen wonen en leven. Dat ze snel en makkelijk door de stad kunnen reizen en Utrecht in en uit kunnen. En dat ze leuke dingen kunnen doen in hun vrije tijd. Daarvoor zijn in de RSU keuzes gemaakt. Hieronder volgt een aantal passages die betrekking (kunnen) hebben op het aspect geluid. Pg 12 De vertraagde stad; naast dynamische plekken met reuring, zijn ook voldoende plekken nodig waar mensen even in de luwte kunnen zijn. Groene openbare plekken voor stilte, verkoeling, ontmoeting en ontspanning. Pg 42 Utrecht heeft dus niet alleen levendige centra en buurtkernen, maar ook voldoende plekken waar mensen even in de luwte kunnen zijn. Groene openbare plekken voor stilte, verkoeling, ontmoeting en ontspanning. Pg 109 Ook heeft de gemeente extra aandacht voor veilige routes rondom de school, voor het beperken van geluidhinder en voor de betaalbaarheid van de voorziening. Pg 120 Bij realisatie van windmolens binnen een afstand van twee kilometer tot woonwijken worden regels gesteld om de effecten van geluid en slagschaduw meer te beperken dan wettelijk verplicht.

Pg 123 Geluid en trillingen: Daarom houdt de gemeente bij de bouw van woningen rekening met voldoende afstand tot de straat, realisatie van slaapkamers aan rustige kant van bebouwing en voldoende isolatiemateriaal.

Figuur 16: Verbeelding centrumgebieden RSU Beleidsnota Geluid en Trillingen

56/61

Nota Gezondheid voor iedereen (2019-2024) We gaan als gemeente sterker inzetten op een gezondere leefomgeving, omdat we weten dat daar winst te behalen valt. Want daar doen we het voor: gezondheidswinst voor álle mensen, zodat iedereen gezond kan leven in onze prachtige stad. Relevant voor geluid zijn de volgende passages in de nota: Pg 18 Ook geluid heeft invloed op de gezondheid van mensen. We werken daarom toe naar normen die op gezondheid zijn gebaseerd. We zijn ambitieus. Concreet vertaalt zich dit in een lokale ambitiewaarde van 63 dB voor nieuwe situaties langs wegen en spoorwegen (dit is 5 dB lager dan de wettelijke grenswaarde). Pg 18 Ook beschermen we stille plekken. In dit licht staan we geen horecavoorzieningen toe in stille hofjes en rustige woonstraten. Pg 18 Naast het geluidsniveau is ook de beleving van geluid relevant. Bij de inrichting van de omgeving kunnen we het ervaren geluid verbeteren (soundscaping). Dit doen we door bijvoorbeeld een logische ordening van drukke en stille functies en door geluidsbronnen uit het zicht te houden. Pg 18 We zorgen dat nieuwe wegen, woningen en kantoren, niet leiden tot een hogere druk op gezondheid door bijvoorbeeld een slechtere lucht- of geluidskwaliteit. Als dat toch zo is, dan compenseren we de extra druk door aanvullende maatregelen zoals een geluidsluwe zijde en extra groen.

Pg 18 We kiezen ervoor om idealiter geen nieuwe woningen binnen 100 meter van een autosnelweg te realiseren. Pg 18 We dagen de markt uit om in nieuwe gebiedsontwikkelingen aan drukke binnenstedelijke wegen (> 10.000 voertuigen per etmaal), waarover nog geen bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, met (innovatieve) maatregelen te komen die de gezondheidseffecten door luchtverontreiniging en geluidsbelasting minimaliseren met behoud van een goed binnenmilieu en een prettige woon- en verblijfskwaliteit. Pg 18 In nieuwe tenders waarderen we het onderdeel gezonde leefomgeving hoger dan voorheen. Bij particuliere initiatieven sturen we binnen de mogelijkheden actief op een gezonde leefomgeving. Pg 18 Ook zetten we in op andere maatregelen aan de bron die een structureel positief effect zullen hebben op het leefklimaat. Pg 20 We bestemmen geen nieuwbouw van voorzieningen langs drukke wegen voor groepen mensen die extra gevoelig zijn voor luchtverontreiniging (ouderen, mensen met een zwakke gezondheid (luchtweg- of hart/vaataandoening of suikerziekte) en kinderen van 0-18 jaar). Het gaat in de praktijk om scholen, kinderopvang en woon(zorg)voorzieningen.

Beleidsnota Geluid en Trillingen

57/61

Pg 20 Bij bouwplannen dienen alle soorten woningen (sociale huur, midden huur, koopwoningen, etc.) in het plan een vergelijkbare lucht- en geluidskwaliteit te hebben.

Mobiliteitsplan 2040 Ook het Mobiliteitsplan blikt vooruit naar 2040. De stad groeit, maar de beschikbare ruimte blijft hetzelfde. Om de stad gezond en bereikbaar te houden zetten we in op schone manieren van vervoer die relatief weinig ruimte innemen: lopen, fietsen en OV. Het plan is gericht op het verminderen van mobiliteit en kan daarmee ook leiden tot een vermindering van geluidoverlast. Enkele citaten: Pg 51 De openbare ruimte in een gebied dient aantrekkelijk te zijn om te verblijven (groen, rust, ruimte, uitstraling), te spelen en een ommetje te maken. Pg 52 De (toekomstige) capaciteit van het omliggende wegennet is randvoorwaardelijk voor de ontwikkelmogelijkheden en functionele invulling van een locatie. Het gaat om de uurcapaciteit van de afwikkeling, de capaciteit vanuit luchtkwaliteits- en geluidsnormen de benodigde oversteekbaarheid en verkeersveiligheid. Pg 68 Er is dus (evenredig) meer ruimte nodig voor verblijven; dit kan ruimte zijn voor bankjes om rustig te zitten, terrassen, speelruimte, groen en soms ook vrije ruimte om even stil te staan en om je heen te kijken. Pg 160 Perspectief voor geluid en luchtkwaliteit Het mobiliteitsplan leidt in grote lijnen tot een afname van het autoverkeer, vooral in kwetsbare gebieden. Hiermee zal, samen met het verschonen van het wagenpark, de luchtkwaliteit in de stad verbeteren.

Naast minder autoverkeer zal de vormgeving van stedelijke verbindingswegen als stadsboulevard zorgen voor lagere snelheden. Zo zijn grote woongebieden in de stad verzekerd van een goed akoestisch leefklimaat. Waar dat nodig is, gaat de stad door met het aanbrengen van geluidsisolatie aan de gevel. Ook het gebruik van stiller asfalt is een mogelijke maatregel. Wellicht zijn door technische innovatie de komende 20 jaar grotere effecten te behalen.

Beleidsnota Geluid en Trillingen

58/61

Omgevingsvisie Binnenstad 2040 In deze gebiedsomgevingsvisie wordt veel aandacht besteed aan de balans tussen levendigheid en rust. We lezen in de visie op pagina 105-106 het volgende: Binnenstadsbewoners waarderen de nabijheid van voorzieningen zoals winkels, cultuur en horeca. Iedereen die in het centrum woont, zal zich realiseren dat veel andere functies eveneens in de binnenstad zijn geconcentreerd, die zowel voor bewoners als voor bezoekers betekenis hebben. Daarvan ervaren binnenstadsbewoners de lusten, maar regelmatig ook de lasten. Als nadeel van wonen wordt in delen van de binnenstad nogal eens de geluidoverlast door uitgaanspubliek genoemd. Nachtrust is belangrijk voor de bewoners van het centrum - zoals voor iedereen. Volgens sommigen is de binnenstad iets té levendig en dan vooral op plekken waar wonen, horeca en andere voorzieningen bij elkaar komen. Aan de andere kant voelen ondernemers zich soms juist weer beperkt in hun mogelijkheden. In de binnenstad moet levendigheid in balans blijven met rust, dat maakt de stad leefbaar. Die balans is op elke plek anders en er is geen objectieve maatstaf voor. Waar de Neude een horecaplein is waar ook wordt gewoond, is de Nieuwegracht eerder een woongebied met een enkele horecagelegenheid. Bewoners die bewust kiezen voor wonen bij de Neude, accepteren waarschijnlijk meer reuring.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=b2e63b1e-ce4d-45a8-8084-f2608ddecf7b