Belangrijkste wijzigigen Nadere regel uitgifte parkeervergunningen en garageplaatsen.docx.pdf
Tekst van het document
Belangrijkste wijzigingen Nadere regel uitgifte parkeervergunningen en garageplaatsen gemeente Utrecht Hoofdstuk I – ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen 2. Deze nadere regel verstaat onder: a. deelauto-organisatie: commerciële organisatie die op abonnement auto’s ter beschikking stelt aan derden; c. deelauto: auto die 24 uur per dag wordt aangeboden door de deelauto-organisatie in de openbare ruimte en waarvan meerdere mensen uit meerdere huishoudens om beurten gebruik maken; j. deelautoplaats: aangewezen belanghebbendenparkeerplaats voor deelauto’s in een deelrayon of in parkeerzone DA; k. City Data Standaard – Mobiliteit (CDS-M): is de werkwijze voor de communicatie en datauitwisseling tussen aanbieders van deelmobiliteit en de overheid, zoals deze is gepubliceerd op de site van het CROW; l. parkeerzone DA: een gedeelte van de stad waar geen parkeerrayons (betaald parkeren) zijn aangewezen en waarvoor wel een deelautovergunning vaste plek kan worden afgegeven; m. MaaS: het aanbod van verschillende soorten mobiliteitsdiensten, waarbij op maat gemaakte reismogelijkheden via een digitaal platform met real-time informatie aan klanten worden aangeboden, door klanten worden geboekt, betaald en transacties worden afgehandeld. Artikel 20 Deelautovergunning 1. Er is een deelautovergunning voor deelauto-organisaties. 2.
Een deelautovergunning wordt uitgegeven aan een deelauto-organisatie voor auto’s die op abonnement aan gebruikers ter beschikking worden gesteld. 3. Een deelautovergunning wordt uitgegeven op kenteken. 4. Een deelautovergunning wordt uitgegeven voor één deelrayon. 5. Een deelautovergunning wordt uitgegeven voor onbepaalde tijd. 6. Met een deelautovergunning is het niet toegestaan om te parkeren op de aangewezen deelautoplaatsen, dit kan alleen met een ‘deelautovergunning vaste plek’. 7. Er is geen maximum aan het aantal deelautovergunningen per deelauto-organisatie. 8. In afwijking van artikel 2 vijfde lid is de deelautovergunning niet adresgebonden. 9. De vergunninghouder moet voldoen aan de volgende voorwaarden met betrekking tot: a. Basiseisen: - Uit de statuten en uit het feitelijk handelen van de aanvrager blijkt dat de aanvrager het aanbieden van deelvoertuigen als doelstelling heeft. - De vergunninghouder is een rechtspersoon, ingeschreven bij de KVK. - De vergunninghouder is (wettelijk) verplicht om de deelauto’s conform de eisen van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen te
verzekeren en verzekerd te houden tegen het risico van wettelijke aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door of met de deelauto’s (motorrijtuigen); - De vergunninghouder heeft een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering afgesloten. b. De voertuigen: - De voertuigen mogen uitsluitend aan deelvervoer gerelateerde reclame tonen. - De voertuigen moeten herkenbaar en identificeerbaar zijn als voertuig van de vergunninghouder. - Met ingang van juni 2024 mogen nieuw toe te voegen deelauto’s geen schadelijke stoffen uitstoten (zero-emissie). - Met ingang van januari 2027 mag geen enkele deelauto schadelijke stoffen uitstoten (zero-emissie). - De voertuigen zijn met een app te openen zonder tussenkomst van de vergunninghouder of de eigenaar van de auto. c. Dienstverlening en operatie: - De vergunninghouder verwijdert defecte, ernstig beschadigde of onbruikbare deelvoertuigen binnen 24 uur uit de openbare ruimte nadat de vergunninghouder redelijkerwijs bekend kon zijn met het defect of de onbruikbaarheid. - Het deelvoertuig moet dag en nacht voor gebruik door derden beschikbaar zijn. - Elke boeking van een deelvoertuig door een abonnementhouder moet plaatsvinden zonder tussenkomst van de vergunninghouder of eigenaar van het voertuig. - De vergunninghouder dient overlast van voertuigen zoals hinderlijk parkeren of onjuist gebruik van laadpalen te voorkomen en op te lossen. d.
Communicatie - De vergunninghouder moet de dienstverlening zowel Nederlandstalig als Engelstalig aanbieden (taalniveau B1) - In de dienstverlening moeten de volgende functionaliteiten zijn opgenomen: 1. Basisinformatie van de vergunninghouder, contactgegevens en telefoonnummer van de helpdesk (inclusief openingstijden); 2. Heldere gebruiksvoorwaarden, tarieven en privacy verklaringen (taalniveau B1 voor Nederlands) van zijn dienst. 3. Gebruikers worden voorafgaand aan het gebruik van de dienst volledig en transparant geïnformeerd over gebruikersvoorwaarden. - De vergunninghouder behandelt en registreert klachten. - De vergunninghouder garandeert een 24/7 klantenservice voor problemen van gebruikers onderweg. - De vergunninghouder heeft één vast Nederlands sprekend aanspreekpunt voor de gemeente dat telefonisch en per e-mail bereikbaar is op werktijden en zo snel mogelijk handelt bij klachten en vragen die bij de gemeente binnenkomen. e. Data, privacy en interoperabiliteit: - De deelauto-organisatie zet op verzoek van het college van burgemeester en wethouders jaarlijks een door de gemeente (of een namens de gemeente aangewezen organisatie) opgestelde enquête uit onder haar
gebruikers en levert aan de gemeente de ruwe, geanonimiseerde enquêteresultaten. -
De deelauto-organisatie dient de gemeente of een door de gemeente aangewezen derde, actuele geanonimiseerde gegevens te verstrekken volgens de CDS-M werkwijze. - De deelauto-organisatie dient de volgende gegevens te verstrekken: 1. dagelijks ten minste één maal per uur op geautomatiseerde wijze de data betreffende de feitelijke locatie binnen de gemeente van elk van zijn deelvoertuigen die op dat moment voor verhuur wordt aangeboden en dus niet op dat moment in gebruik is. 2. ten minste één maal per dag de geaggregeerde data betreffende het gebruik van zijn deelvoertuigen. - Het deelvervoerconcept van vergunninghouder moet op het gebied van databeheer, verwerking en opslag (security) en privacy aan alle wet- en regelgeving voldoen, bijvoorbeeld het toepassen van het principe van dataminimalisatie en het uitvoeren van een Data Privacy Impact Assessment; - De vergunninghouder moet ervoor zorgen dat zijn diensten voldoen aan de gangbare eisen op het gebied van informatiebeveiliging. - De vergunninghouder heeft per 1 januari 2024 een MaaS-integratie (plannen, boeken én betalen) met tenminste twee partijen (niet zijnde de moeder-, zuster- of dochterorganisatie) die landelijk actief zijn. 10. In bepaalde gevallen kan maatwerk nodig zijn en daarom kan bij vergunning worden afgeweken of kan ontheffing worden verleend van de voorwaarden in lid 9 op basis van een goede onderbouwing. 11.
Indien de vergunninghouder voornemens is zijn activiteiten te beëindigen, brengt hij de gemeente daarvan minimaal 2 maanden van tevoren op de hoogte. 12. Bij intrekking of einde looptijd vergunning, of faillissement verwijdert de vergunninghouder binnen 1 maand zijn deelvoertuigen uit de openbare ruimte. De vergunninghouder is verantwoordelijk voor de kosten van het verwijderen van deelvoertuigen.
Artikel 20a Deelautovergunning vaste plek a. Er is een deelautovergunning vaste plek. Voor het verkrijgen van een deelautovergunning vaste plek gelden naast de voorwaarden van dit artikel de regels en voorwaarden van artikel 20 met uitzondering artikel 20 lid 1, 5 en 6. b. Parkeren op een deelautoplaats in of buiten gefiscaliseerd gebied is alleen toegestaan met een deelautovergunning vaste plek. c. Een deelautovergunning vaste plek wordt uitgegeven voor één deelrayon of parkeerzone DA en voor een specifieke locatie binnen dat deelrayon of de parkeerzone DA. d. De deelauto-organisatie zorgt voor de aanleg en beheer van de deelautoplaats volgens de richtlijnen in de ‘Plaatsingsleidraad en inrichtingskader deelvervoer’. e. De deelauto-organisatie start binnen twee weken na aanleg van de deelautoplaats met het aanbieden van een deelauto vanaf die deelautoplaats. f. Deelauto’s die worden aangeboden vanaf een bepaalde deelautoplaats worden vanaf twee jaar na ingangsdatum van de vergunning gemiddeld minimaal 2 uur per etmaal
gebruikt. Dit wordt gemeten over een periode van 1 jaar. Het college kan ontheffing geven van deze voorwaarde op basis van een goede onderbouwing. g. Het deelvoertuig moet gemiddeld 85% van de tijd beschikbaar zijn voor gebruik door derden. Dit wordt gemeten over een periode van 1 jaar. h. De vergunninghouder zorgt ervoor dat de deelauto zo snel mogelijk weer teruggeplaatst wordt op de vaste plek als dit niet door de gebruiker is gedaan na gebruik. i. Wanneer de deelauto-organisatie zelf laadpalen bij de vaste standplaatsen plaatst of laat plaatsen door een andere partij dan de concessiehouder voor elektrische laadpalen, dient te worden geborgd dat: i. Verantwoordelijkheden zijn vastgelegd. ii. De laadpalen groene energie leveren. Deze stroom is te allen tijde 100% afkomstig uit zon en wind van Nederlandse bodem met garanties van oorsprong. iii. De laadpalen een bidirectioneel systeem vormen. iv. De laadpaal alleen gebruikt mag worden voor de deelauto. Halfgebruik (1 oplaadpunt voor openbaar laden en 1 oplaadpunt voor deelauto’s) is niet toegestaan. v. Wordt voldaan aan door de gemeente Utrecht vastgelegde criteria en vormgevingseisen zoals gesteld in de ‘Plaatsingsleidraad en inrichtingskader publieke laadinfrastructuur’. j.
Bij intrekking of einde looptijd vergunning, of faillissement is de vergunninghouder verantwoordelijk voor de kosten van de aanpassingen in de openbare ruimte om deze weer in originele staat te krijgen.
Toelichting Artikel 20 Deelautovergunning Met een deelautovergunning bestaat voor een deelauto-organisaties de mogelijkheid om een deelauto te (laten) parkeren op de parkeerapparatuurplaatsen in het parkeerrayon waarvoor de vergunning geldt. Ten aanzien van artikel 20 lid 2a: Onder het op abonnement ter beschikking stellen van auto’s verstaan we ook de aanmelding bij een deelauto-organisatie. Het is niet verplicht dat de gebruiker maandelijkse abonnementskosten betaalt. Er zijn deelauto-organisaties die alleen ‘naar gebruik’ bedragen in rekening brengen. Deze vallen ook onder de definitie. De gebruiker moet geregistreerd zijn bij het bedrijf. Ten aanzien van artikel 1, lid 2l Zone DA is ingevoerd zodat de vergunningplicht en de bijbehorende voorwaarden in de nadere regel van toepassing zijn op alle deelautoplaatsen in de gemeente Utrecht. Ten aanzien van artikel 20 lid 9e: De gemeente stelt volgens de CDS-M werkwijze een specifieke data uitvraag op waarvoor de vergunninghouder geaggregeerde data levert. Kwalitatief goede data is voor de gemeente essentieel om inzicht te vergaren in vraag en aanbod van deelauto’s in de stad. Daarnaast is het belangrijk dat we er als gemeente voor zorgen dat de deelauto-organisaties vertrouwelijk omgaan met persoonsgegevens en dat privacy geborgd is.
In de CDS-M werkwijze staan onder andere de wijze van aggregatie en de mate waarin die moet worden toegepast, zodat wordt gegarandeerd dat sprake is van anonieme gegevens. Op deze manier ontstaat niet het risico dat de gegevens over het gebruik van de deelvoertuigen te herleiden zijn tot personen. De voorschriften in de CDS-M werkwijze worden
jaarlijks, door middel van een onafhankelijke Data Protection Impact Assessment, op conformiteit met de AGV getoetst. Ten aanzien van artikel 20 lid 10: In bepaalde gevallen kan maatwerk nodig zijn en bestaat de mogelijkheid om af te wijken van de voorwaarden in lid 9. Dit kan bijvoorbeeld gaan over het afwijken van de eisen rondom zero-emissie en bezettingsgraad om deelvervoer beschikbaar te maken voor iedereen of in uitzonderlijke situaties zoals de coronapandemie. Dit moet altijd gebeuren op basis van een goede onderbouwing en schriftelijke goedkeuring van de gemeente. Artikel 20a Deelautovergunning vaste plek Met een deelautovergunning vaste plek bestaat voor een deelauto-organisaties expliciet de mogelijkheid om een deelauto te (laten) parkeren op de aangewezen deelautoplaatsen in een parkeerrayon. Ook mogen de deelauto’s parkeren op de parkeerapparatuurplaatsen. Hiervoor gelden dan ook de specifieke voorwaarden in artikel 20a.