CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting Utrecht 2023.docx

Adviescommissie Controle en Financiën 29 september 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Programmabegroting 2023 + 2e Bestuursrapportage 20221.756 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

(Financiële) aspecten die opvallen aan de begroting 2023 van de gemeente Utrecht. -

Begroting heeft 473 bladzijden. Dat is 15% minder dan 2022. De digitale begroting geeft meer informatie (diepgaander niveau) over met name de budgetten. Er zijn verbeteringen doorgevoerd wat betreft leesbaarheid, indeling en overzicht. De hoofdstukken in een programma zijn overzichtelijk Wat is het percentage generieke indexering geweest als uitgangspunt? Veruit het grootste aandachtspunt is het forse ambitieniveau in deze begroting (blz. 11)? Forse investeringen De materiële vaste activa neemt vanaf 31 december 2021 toe met € 194 miljoen op 31 december 2023. Per 31 december 2026 is de vaste activa nog eens met € 271 miljoen toegenomen. Dat is over deze vijf jaar gemiddeld € 93 miljoen per jaar. Afgelopen vijf jaar nam de materiële vaste activa met gemiddeld € 29 miljoen per jaar toe. In het kader van Groei in Balans zijn de totale investeringen € 46,2 miljoen (waarvan € 27,6 miljoen krediet 2023 en € 18,6 miljoen voorjaarsnota 2023). Zit deze € 46,2 miljoen nu in de toename van de materiële vaste activa of betreft dat alleen de € 27,6 miljoen. Naast deze investeringen wordt komende periode ook veel geïnvesteerd in de voorraad gronden voor de woningbouw ontwikkelingen. Aanwending reserves De reserves zijn 31 december 2023 met € 70 miljoen gedaald. Dat is gemiddeld €35 miljoen per jaar. De jaren daarna dalen de reserves nauwelijks.

De aanwending van de reserves zit met name bij de reserve algemene dekkingsmiddelen en de reserve bereikbaarheid. De afgelopen vijf jaar zijn de reserves feitelijk met gemiddeld € 10 miljoen per jaar toegenomen. Wat zijn de spelregels over het aanwenden van reserves? Wat gebeurd er met reserves die niet worden aangewend? Activiteiten taken Het kostenniveau 2023 stijgt met 10% ten opzichte van 2021. Dat is € 157 miljoen. Het opbrengstenniveau 2023 stijgt met 6,5% ten opzichte van 2021. Dat is € 105 miljoen. Het positieve saldo van baten en lasten van € 29,6 miljoen over 2021 wordt dan een nadelig saldo van € 23,3 miljoen. De kosten stijgen derhalve fors meer dan de opbrengsten. In de stijging van het kostenniveau 2023 (€ 157 miljoen) zit een last van € 25,4 in het kader van Groei in Balans. Groei in Balans loopt op naar een last van € 49,8 miljoen in 2026. Groei in balans voor 2023 tot en met 2026 bedraagt in totaal € 156,9 miljoen. Hiervan heeft € 71,6 miljoen betrekking op versterking van de organisatie en uitvoeringskracht. Bovenstaande vertaalt zich in een verslechtering van de kengetallen, maar alle kengetallen blijven wel in de categorie goed/voldoende. Alleen het lokale heffingenniveau ligt boven het landelijk gemiddelde.

Kernvraag is: hoe gaat Utrecht deze grote ambities realiseren met een lastige arbeidsmarkt, complexe energiemarkt en in de omstandigheden dat het lastig is snel producten/diensten geleverd te krijgen. Komende 4 jaar wordt wel € 71,6 miljoen uitgetrokken voor de versterking van de organisatie en uitvoeringskracht. -

Een politiek interessant gedeelte van de begroting betreft de pagina’s 456 tot en met 469 over Groei in Balans. Daar zitten de keuzes met betrekking tot waar extra geld aan wordt uitgegeven en op welke wijze dit wordt gedekt met beschrijving van de risico’s. dit betreft zowel de exploitatie van € 156,9 miljoen als investeringen voor € 46,2 miljoen.

-

Blz. 13 en 14 geven de uitgangspunten aan die zijn gehanteerd en laten zien dat ten opzichte van de begroting 2022 in 2023 per saldo een extra last van € 14,7 miljoen ontstaat. Hier zitten de uitwerking van bijstellingen en enkele keuzes in. Groei in Balans zit hier neutraal in.

-

De vast schulden nemen door de grote ambities de komende jaren naar verwachting toe van € 789 miljoen naar € 1,4 miljard per 31 december 2022. Een toename van € 614 miljoen. Op welke wijze is rekening gehouden met de oplopende rente?

-

In onderstaande tabel zijn de begrote lasten en baten 2023 vergeleken met realisatie 2021 en de begrote lasten en baten 2026 vergeleken met begrote baten en lasten 2023. Bij de geel gearceerde lasten en baten wijken de lasten of baten opvallend af.

Rode draad is dat de baten 2023 op vrijwel alle programma’s aanzienlijk dalen met uitzondering van Bereikbaarheid, Openbare ruimte en groen, Utrechts Vastgoed en de

Algemene middelen. De lasten 2023 stijgen op vrijwel alle programma’s met uitzondering van Werk en inkomen. De lasten op Ruimtelijke ordening, Bereikbaarheid, Samenleven en sport, Utrechts Vastgoed en Algemene middelen stijgen met meer dan 20%. De baten 2026 ten opzichte van 2023 zijn op vrijwel alle programma’s op circa 100% geraamd, met uitzondering van een daling bij de Algemene middelen en Ruimtelijke ontwikkeling, wonen & erfgoed. De lasten 2026 ten opzichte van 2023 stijgen op vrijwel alle programma’s beperkt (maximaal 106%), met uitzondering van Ruimtelijke ontwikkeling, wonen & erfgoed, Duurzaamheid, Werk en inkomen, Ondersteuning op maat, Utrechts vastgoed en Algemene middelen. Bij deze programma’s dalen de lasten. De lasten voor het sociaal domein (Werk en inkomen en Ondersteuning op maat) laten feitelijk een daling zien voor de komende jaren tot en met 2026. Dat is in het licht van de inflatie, oplopende zorgvraag en een mogelijke recessie een aandachtspunt. Hoe is dit te verklaren? -

Het overzicht van incidentele baten en lasten (vanaf blz. 364) laat bedragen zien die meerjarig voorkomen en de vraag oproepen of die niet structureel zijn, bijvoorbeeld Impuls uitvoeringskosten energietransitie). Kortom: Dit overzicht geeft zicht op activiteiten die als incidenteel zijn aangemerkt, zodat kan worden beoordeeld wat de raad daarvan vindt en in hoeverre deze activiteiten door (kunnen) gaan of zouden moeten doorgaan nadat ze zijn gestopt.

-

Bij het Overzicht reeds vastgelegde bestedingen per reserve (vanaf blz. 376) valt op dat bij geen enkele reserve geld kan vrijvallen. Diverse bestemmingsreserves laten daarnaast nauwelijks bestedingen zien voor de komende 4 jaar. Dit betreffen onder meer: Openbare Ruimte en groen, Economie & Werkgelegenheid, Onderwijs, Ondersteuning op maat, Samenleven en Sport, Algemene middelen en Overhead (vanaf blz. 374).

De bestemmingsreserves dalen 31 december 2026 ten opzichte van 31 december 2021 met € 35 miljoen (5,2%). De meeste bestemmingsreserves blijven stabiel en worden beperkt aangewend. Met uitzondering van de bestemmingsreserve Bereikbaarheid en in mindere mate Ruimtelijke ontwikkeling, wonen & erfgoed. Bij de bestemmingsreserve Utrechts

Vastgoed wordt € 18 miljoen gespaard. Is hierbij een verband met de bestemmingsreserve Vaste activa die van € 280 miljoen naar € 283 miljoen toeneemt? Het nadelig verschil tussen begrote lasten en baten in vooral 2022, 2023 en 2026 wordt met name opgevangen door de algemene reserves (algemene dekkingsreserve) die met € 53 miljoen afnemen (circa 32%). -

In de begroting wordt voor aanzienlijke bedragen gespaard in de vorm van egalisatievoorzieningen (blz. 379). De egalisatievoorzieningen voor Openbare ruimte en groen, Samenleven en sport en Utrechts vastgoed nemen toe met € 112 miljoen tussen 2021 en 2027. P.s. dat is meer dan dat de reserves dalen in de periode 2021 tot 2027 (namelijk € 89 miljoen).

-

De voorziening toekomstige vervangingsinvesteringen (blz. 379) blijft alle jaren gelijk voor een bedrag van € 10,6 miljoen. Wat is het bestedingsplan van dit bedrag?

-

Het weerstandsvermogen wordt aangevuld naar 1 door aanvullingen in 2022 en 2023 met een bedrag van in totaal € 15,2 miljoen. Voor de weerstandscapaciteit worden alleen de algemene reserve en de onbenutte belastingcapaciteit meegenomen. Wat is hier de reden van (dat andere reserves niet meegenomen worden)?

-

In de voorraad gronden wordt tussen 2021 en 2023 in totaal per saldo € 170,8 miljoen geïnvesteerd (uitgaven). In 2024 wordt vervolgens per saldo heel veel grond verkocht. Dan neemt de voorraad grond af met € 47,9 miljoen. Ten opzichte van de begroting 2022 lijken de uitgaven en verkoopopbrengsten door te schuiven.

-

In 2021 is het saldo van baten en lasten € 25 miljoen voordelig. In 2022 is het saldo van baten en lasten € 49 nadelig. Vorig jaar waren de baten en lasten daarna in evenwicht. In de begroting 2023 is het saldo van baten en lasten voor 2023 € 23 miljoen nadelig en de jaren daarna wat grillig. In 2026 is een daling van de algemene uitkering geraamd. En in 2024 zijn de baten en lasten hoog omdat in dat jaar grote uitgaven en inkomsten van de grondexploitaties zijn geraamd. Het positieve saldo van baten en lasten voor 2025 ontstaat vooral door de hogere algemene middelen.

-

X € 1 miljoen

Baten

Stijging

Lasten

Stijging

-

1.639 1.586 1.682 1.695 1.804 1.745 1.663

-/- 3% +6% +1% +6% -/- 3% -/- 5%

1.623 1.561 1.729 1.718 1.807 1.725 1.697

-/- 4 % + 11 % -/- 1 % +5% -/- 5 % -/- 2%

2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026

Verschil baten en lasten + 16 + 25 -/- 49 -/- 23 -/- 3 + 18 -/- 33

De omvang van geautoriseerde investeringsbudgetten voor 2023 bedraagt € 225,8 miljoen (2022 geraamd € 193 miljoen). Het totaal aan geautoriseerde budgetten tot en met 2022

-

bedraagt € 1,4 miljard (tot en met 2021 € 1,7 miljard). Uit de paragraaf investeringen blijkt nog niet hoeveel hiervan inmiddels is gerealiseerd en naar verwachting in 2022 en 2023 wordt gerealiseerd. Het blijft wat lastig om overzicht te houden bij deze paragraaf. Kan dit worden verduidelijkt? Het positieve renteresultaat (bladzijde 277) bedraagt voor 2023 € 7,4 (2022: € 6,1 miljoen). Dat is 26% van de aan de taakvelden door te belasten rente (was in 2021 21%). Dit betekent dat € 7,4 meer rentelasten aan de taakvelden worden toegerekend dan dat er aan rentelasten zijn. Dit voordeel komt wel tegen gunste van de exploitatierekening (taakveld: treasury). Dit heeft derhalve geen effect op het saldo van baten en lasten, maar wel op de verdeling van lasten over de taakvelden (producten) van de gemeente. Als het renteresultaat meer dan 25% afwijkt (bij de jaarrekening) moet er worden nagecalculeerd ten gunste van de taakvelden. Met 21% komt deze 25% voor 2022 in de buurt en is nacalculatie voor 2023 naar verwachting aan de orde. Intern is dit aandachtspunt gesignaleerd (zie bestuursrapportage). Voor 2023 is de vraag hoe hier mee wordt omgegaan. In de paragraaf bedrijfsvoering staat dat de afspraak is dat de overhead meebeweegt met een vast percentage van de apparaatslasten. De gemeente hanteert hiervoor een percentage van 25,7% van de totale apparaatslasten.

Het BBV-kengetal voor overhead bedraagt 12% (bladzijde 367).

-

Paragraaf Verbonden Partijen geeft veel en overzichtelijk informatie. Het aspect bestuurlijk risico (wie zitten vanuit welke rol bij de verbonden partij in het bestuur of in een toezichthoudende rol?) kan nog worden aangevuld.

-

Paragraaf Grondbeleid is summier. De paragraaf voldoet niet aan het BBV. Er staat wel wat meer informatie bij het programma Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed. Verder wordt daar veel verwezen naar het MPR.

VRAGEN DIE WORDEN DOORGESTUURD AAN FINANCIEN GROEN AL AANTAL KEER DOORGEGEVEN OM EEN VOLGENDE KEER TE VERBETEREN PAARS IS CONSTATERING ACCOUNTANT

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=aa98a459-a470-465d-bf23-33950871579c