Beantwoording zienswijzen.docx.pdf
Tekst van het document
Voorstel vergunningvoorschrift -
In de crematiefaciliteit mogen niet meer dan 600 crematies per jaar plaatsvinden. Elke crematie wordt vermeld in een logboek en dit logboek wordt getoond als een toezichthouder van de gemeente daar om verzoekt.
Beantwoording zienswijzen Prinsesselaan 2 in Utrecht
De ontwerp-omgevingsvergunning heeft van 21 december 2020 tot en met 1 februari 2021 ter inzage gelegen. Binnen deze termijn kon iedereen een zienswijze (mening) opsturen. Namens meer dan 600 omwonenden en twee stichtingen zijn in totaal zeven zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn
hieronder samengevat en door de gemeente beantwoord. De conclusie is dat wij, na alle belangen te hebben afgewogen, hebben besloten de gevraagde omgevingsvergunning af te geven. Zienswijzen 1. a)
Algemene opmerkingen
De indieners van de zienswijzen (vanaf nu genoemd: ‘reclamanten’) voelen zich in de steek gelaten
door hun gemeente. De gemeente heeft nimmer gereageerd op de vele verzoeken om in gesprek te gaan en argumenten uit te wisselen. Ook de vraag van reclamanten wat het belang van de
gemeente is bij een crematorium op de katholieke begraafplaats is meerdere malen gesteld, maar niet beantwoord. Reclamanten hebben het gevoel dat de belangen van de aanvrager, ook als die belangen het algemeen belang niet dienen, belangrijker zijn dan het leefklimaat van de burgers b)
van de stad Utrecht.
Het steekt de omwonenden dat de gemeente hangende een, door de gemeente zelf aangespannen, procedure bij de Raad van State onverwacht en nota bene vlak voor Kerst, in de Kerstvakantie,
opnieuw een procedure start om het crematorium op een andere manier toe te laten. En dan ook
nog eens in een brief aan de gemeenteraad de uitspraak van de rechter bagatelliseert. Reclamanten kwalificeren dit als onbehoorlijk bestuur.
Antwoord van de gemeente a)
Wij betreuren het dat reclamanten zich in de steek gelaten voelen door de gemeente. Wij zijn
echter van mening dat het woon- en leefklimaat van de reclamanten en omwonenden niet op
onaanvaardbare wijze wordt aangetast door de komst van de crematiefaciliteit. Kort samengevat komt dat door de volgende aspecten: -
Landelijk gezien is er sprake van een trend dat er steeds vaker gekozen wordt voor een
crematie. Ook binnen de katholieke gemeenschap wordt vaker gekozen voor een crematie. Het gaat hier om een katholieke begraafplaats, vandaar dat de aanvraag voorziet in een
-
(maatschappelijke) behoefte.
De afstand tussen de crematiefaciliteit en de dichtstbijzijnde woningen aan de Offerhausweg en de Emmalaan is groter dan 100 meter. Hierdoor wordt voldaan aan de door de VNG
voorgeschreven richtafstanden voor een crematorium (bedrijf in milieucategorie 3.2, met een maximale richtafstand van 100 meter). Bovendien moet de crematiefaciliteit voldoen aan de eisen zoals beoordeeld aan de hand van de gedane melding op grond van het
Activiteitenbesluit milieubeheer. Vanuit milieuoogpunt vinden wij een crematiefaciliteit op deze -
locatie dan ook ruimtelijk aanvaardbaar.
De crematiefaciliteit is ruimtelijk inpasbaar en is er geen sprake van onaanvaardbare effecten op de omgeving. Naar aanleiding van de zienswijzen hebben wij besloten met een
vergunningvoorschrift het aantal crematies per jaar te limiteren tot 600. Dit komt neer op
gemiddeld 2 crematies per dag. Hierdoor ontstaat er geen extra verkeersaantrekkende werking of parkeerdruk in de omgeving.
1
-
Het toevoegen van een crematiefaciliteit is van economisch van belang voor het voortbestaan van deze katholieke begraafplaats.
Gelet op dit alles zien wij voldoende aanleiding om medewerking te verlenen aan de aanvraag om
omgevingsvergunning. Voor een nadere toelichting op de bovenstaande punten verwijzen wij naar de verdere beantwoording van de zienswijzen hieronder. b)
In de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 10 juli 2020 met zaaknummer UTR
19/5076 is de omgevingsvergunning van 21 februari 2019 vernietigd. Wij zijn van mening dat de rechtbank een zeer beperkte uitleg heeft gegeven aan de toepassing van de
kruimelgevallenregeling, terwijl de wetgever dit niet heeft beoogd. Deze uitleg leidt er tevens toe dat de kruimelgevallenregeling minder vaak kan worden toegepast. Wij hebben dan ook besloten
om in hoger beroep te gaan, al is het alleen om beter inzichtelijk te krijgen waar de grenzen liggen bij de toepassing van de kruimelgevallenregeling.
Omdat de procedure van hoger beroep enige tijd in beslag zal nemen en niet vaststaat dat de gemeente in het gelijk wordt gesteld, hebben wij overleg gevoerd met het bestuur van de
aanvrager. De wens van aanvrager is nog steeds om een crematiefaciliteit te realiseren. Om die
reden is besloten de hoger beroepsprocedure niet af te wachten. Wij hebben daarom besloten de aanvraag –overeenkomstig de uitspraak van de rechtbank– te beoordelen met toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Dit traject is al in augustus 2020 -vrijwel direct na de
uitspraak van de rechtbank– in gang gezet. Uiteindelijk was de ontwerp-omgevingsvergunning
medio december 2020 klaar voor publicatie. Dat dit vlak voor Kerst en de Kerstvakantie was, is een omstandigheid waar wij als gemeente geen rekening kunnen houden. Ook in die periode is het de
taak van de gemeente haar dienstverlening zo voortvarend mogelijk te voort te zetten. Wij zien dit niet als onbehoorlijk bestuur. Ook de mening van reclamanten dat het college de uitspraak van de
rechter bagatelliseert in haar brief aan de gemeenteraad, delen wij niet. Wij zijn van mening dat wij de gemeenteraad op de juiste wijze hebben geïnformeerd over de gang van zaken. 2.
Belanghebbende
Eén van de reclamanten vraagt zich af of de vergunning wel is aangevraagd door de juiste aanvrager. Het is niet duidelijk wat de relatie is tussen de exploitant van de begraafplaats en de eigenaar van de grond.
Antwoord van de gemeente
Wij zien geen beletsel tegen het in behandeling nemen van de aanvraag. Het terrein van de
begraafplaats is in eigendom van de Rooms Katholieke Begraafplaats Sint Barbara. De aanvraag om
omgevingsvergunning is door/namens haar ingediend. Omdat de Rooms Katholieke Begraafplaats Sint Barbara eigenaar van het perceel is, is zij belanghebbende bij de aanvraag. 3. a)
Verklaring van geen bedenkingen van de raad vereist
Volgens reclamanten is de gemeenteraad buitenspel gezet door gebruik te maken van de algemene verklaring van geen bedenkingen. Er is een specifieke verklaring van geen bedenkingen van de
gemeenteraad vereist, omdat een crematorium niet past binnen de algemene verklaring van geen bedenkingen. Een crematorium valt niet onder artikel II onder f, omdat dit niet gelijk is te stellen
met een school- of kerkgebouw, kinderdagverblijf of buitenschoolse opvang etc., zoals genoemd in die categorie. Bovendien wijzen reclamanten op een uitspraak van de Afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State (vanaf nu genoemd: ‘Afdeling’), onze hoogste
bestuursrechter, van 15 augustus 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2704) waarin is geoordeeld dat een crematorium niet past binnen de aanduiding ‘maatschappelijke doeleinden’, omdat een
crematorium niet kan worden aangemerkt als een sociaal-culturele of religieuze voorziening. Dat 2
de activiteiten in een uitvaartcentrum veelal worden gevolgd door die in een crematorium of op een begraafplaats, maakt dat volgens de Afdeling niet anders. Reclamanten concluderen dat het b)
ontwerpbesluit ter inzage is gelegd zonder instemming van de raad.
Uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt niet dat er een planschadeovereenkomst is gesloten met de aanvrager. Als dat niet zo is, kan volgens reclamanten ook om die reden de algemene verklaring van geen bedenkingen niet worden toegepast.
Antwoord van de gemeente a)
Wij zien de crematiefaciliteit bij de begraafplaats als een voorziening voor maatschappelijke
doeleinden in de zin van onderdeel II onder f van de algemene verklaring van geen bedenkingen. De in dat artikel genoemde voorzieningen (een school- of kerkgebouw,
kinderdagverblijf/buitenschoolse opvang of een jongerenhangplek) zijn niet limitatief van aard. Het zijn slechts voorbeelden van maatschappelijke voorzieningen. Bij andere crematoria in de gemeente Utrecht, zoals Domstede en Daelwijck, heeft de gemeenteraad in de daar geldende
bestemmingen ook een maatschappelijke bestemming aan de percelen toegekend. Niet valt in te zien waarom een crematorium dan niet moet worden gezien als een voorziening voor
maatschappelijke doeleinden in de zin van de algemene verklaring van geen bedenkingen die door dezelfde gemeenteraad is vastgesteld.
Overigens wijzen wij erop dat de definitie van ‘maatschappelijke voorzieningen’ in de
bestemmingsplannen ‘Wilhelminapark, Buiten-Wittevrouwen’ (artikel 1.50) en ‘Rijnsweerd,
Maarschalkerweerd’ (artikel 1.65) een andere, bredere omschrijving kent dan de definitie die aan dat begrip werd toegewezen in het bestemmingsplan waar de -door reclamanten aangehaaldejurisprudentie betrekking op heeft. Die jurisprudentie kan daarom niet zonder meer van toepassing worden verklaard op deze omgevingsvergunning. b)
Er is een planschadeovereenkomst gesloten met de aanvrager. Ook dit onderdeel staat daarom niet
4.
Bestemmingsplan en belangenafweging
in de weg om gebruik te maken van de algemene verklaring van geen bedenkingen.
Reclamanten wijzen erop dat de aanvraag in strijd is met twee bestemmingsplannen. Zij geven aan dat in de ruimtelijke onderbouwing (bewust) wordt nagelaten te vermelden dat een crematorium ook qua
functie niet past in de ter plaatse geldende bestemmingen ‘Maatschappelijk-Begraafplaats’ en ‘Groen'. Volgens reclamanten is het bouwplan in strijd met het bestemmingsplan. Zij voeren daarover het volgende aan: -
Er wordt gebouwd buiten het bouwvlak (strijd met artikel 15.2.1a).
De functie past niet binnen het op grond van de bestemming toegelaten gebruik. Een crematorium
is een andere functie dan een begraafplaats en past niet in de bestemming ‘Maatschappelijk’. In dit kader verwijzen reclamanten opnieuw naar de uitspraak van de Afdeling van 15 augustus 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2704), waarin de Afdeling overweegt dat een crematorium geen
maatschappelijke niet kan worden aangemerkt als een functie die past binnen de bestemming
‘maatschappelijk’ en evenmin is gelijk te stellen met een begraafplaats (rechtsoverweging 4.5 en 4.6). Bovendien is de ruimtelijke uitstraling van een crematorium wezenlijk anders dan een
begraafplaats. Dat het hier beide om vormen van lijkbezorging gaat, maakt niet dat de activiteiten in planologisch opzicht met elkaar samenhangen. Bij een begraafplaats worden overledenen begraven. Bij een crematorium vindt verbranding plaats waarbij gevaarlijke stoffen worden
uitgestoten, waardoor hiervoor een richtafstand geldt van minimaal 100 meter volgens de VNG
Brochure Bedrijven en Milieuzonering. Voor een begraafplaats geldt slechts een richtafstand van 10 -
meter (vanwege verkeer).
Een crematorium is in strijd met de bestemming Groen. 3
-
Een crematorium dient niet ter behoud van ecologische waarden.
Eén van de reclamanten wijst erop dat het bestaansrecht van bestemmingsplannen is om duidelijk te maken wat wel en niet mag. Het maakt dan niet uit of een plan al 10 jaar oud is. Op basis van het overtreden van de twee bestemmingsplannen en de hoeveelheid bezwaren/zienswijzen had de
gemeente de aanvraag moeten afwijzen. Volgens deze reclamant is het college pas bevoegd om in
voorkomende gevallen na een passende beoordeling en gedegen belangenafweging tot afwijking te
besluiten. In dit geval heeft het college geen zichtbare belangenafweging gemaakt. Een crematorium past volgens reclamant niet in dit gebied, gezien de bestemmingsplannen en alle andere nadelige
effecten. Reclamant geeft aan dat dit in essentie ook is wat de rechter heeft geoordeeld. Met deze
aanvraag wordt maar één belang gediend, namelijk het economisch draagvlak van de stichting en de commerciële belangen van de exploitant.
Antwoord van de gemeente
Het is juist dat het crematorium in strijd is met de geldende bestemmingsplannen, namelijk de
bestemmingsplannen ‘Wilhelminapark, Buiten-Wittevrouwen’ en ‘Rijnsweerd, Maarschalkerweerd’. Met deze omgevingsvergunning wordt van die bestemmingsplannen afgeweken. Aan een geldend
bestemmingsplan kunnen namelijk geen blijvende rechten worden ontleend. Op grond van gewijzigde planologische inzichten, dan wel ontwikkelingen en na afweging van alle betrokken belangen kan
worden afgeweken van de geldende bestemmingsplanregels middels een omgevingsvergunning. Van deze mogelijkheid is in het casu gebruik gemaakt.
Bestemmingsplan ‘Wilhelminapark, Buiten-Wittevrouwen’
Het bouwplan is met dit bestemmingsplan in strijd, omdat: -
binnen de bestemming ‘Maatschappelijk – Begraafplaats’ alleen een gebouw mag worden gebouwd binnen een bouwvlak. Het crematorium wordt gebouwd op een plek waar geen bouwvlak is opgenomen.
Naar aanleiding van de zienswijzen hebben wij de ruimtelijke onderbouwing (p. 5) aangevuld met een passage waaruit blijkt dat het bouwplan ook in strijd is met dit bestemmingsplan, omdat: -
binnen de bestemming ‘Maatschappelijk – Begraafplaats’ alleen een begraafplaats met
bijbehorende voorzieningen is toegestaan. Volgens de uitspraak van de rechtbank MiddenNederland van 10 juli 2020 met zaaknummer UTR 19/5076 (rechtsoverweging 11) laat het
bestemmingsplan een crematorium op deze plek niet toe, omdat een crematorium niet op één lijn is te stellen met de planologische uitstraling van (de gebouwen op) de begraafplaats. Hieruit volgt dat een crematorium niet kan worden gezien als een bij de begraafplaats behorende voorziening, waardoor dit gebruik niet past binnen de bestemming.
Wij wijzen erop dat het bouwen van een crematorium niet in strijd is met de dubbelbestemming
‘Waarde – Ecologie’. Deze dubbelbestemming heeft slechts tot gevolg dat voor het uitvoeren van
bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, een omgevingsvergunning nodig is.
Bestemmingsplan ‘Rijnsweerd, Maarschalkerweerd’
Het bouwplan is met dit bestemmingsplan in strijd, omdat: -
binnen de bestemming ‘Groen’ alleen mag worden gebouwd ten behoeve van die bestemming. Het crematorium is niet een gebouw ten behoeve van de groenbestemming.
4
Bevoegdheid tot afwijken
Met deze omgevingsvergunning wijken wij af van de hierboven genoemde bestemmingsplannen. Wij
zijn hiertoe bevoegd op grond van de wet. De wet kent deze bevoegdheid namelijk toe aan het college (artikel 2.12, lid 1, onder a, onderdeel 3 van de Wabo). Wij maken van deze bevoegdheid gebruik,
omdat uit onze inhoudelijke beoordeling van de aanvraag blijkt dat de crematiefaciliteit voldoet aan het criterium ‘een goede ruimtelijke ordening’. De beoogde ontwikkeling is namelijk in
overeenstemming met de geldende wettelijke kaders en het daarmee samenhangende beleid. Een crematorium is ruimtelijk gezien dan ook passend in het gebied. Voor een verdere onderbouwing verwijzen wij naar de ruimtelijke onderbouwing die deel uitmaakt van de bijlagen die bij deze omgevingsvergunning horen, evenals de beantwoording van deze zienswijzen.
Wij merken op dat het enkele feit dat een crematorium eerder niet is voorzien en daarom ook niet is
opgenomen in het bestemmingsplan, geen reden is om niet te onderzoeken of een crematorium wel ruimtelijk aanvaardbaar is. Ook de hoeveelheid bezwaren/zienswijzen is op zichzelf geen reden om
een aanvraag af te wijzen. Uiteraard worden de belangen van alle omwonenden wel meegenomen in de besluitvorming. De belangen van omwonenden, zoals een goed woon- en leefklimaat en de
bescherming van hun gezondheid, blijven -ook met de komst van een crematorium- nog steeds gewaarborgd. Dit is onderzocht en beschreven in de ruimtelijke onderbouwing bij deze
omgevingsvergunning en wordt in de verdere beantwoording van deze zienswijzen nader toegelicht. 5. a)
Uitstoot gevaarlijke stoffen en geur
De milieugevolgen worden volgens reclamanten door de gemeente gebagatelliseerd. In het
ontwerpbesluit is het aantal crematies niet gelimiteerd. In de verrichte onderzoeken voor het
crematorium is uitgegaan van maximaal 2 crematies per dag gedurende maximaal 5 dagen per
week. Dit aantal van 2 crematies per dag en 5 dagen per week is echter nergens op gebaseerd. Als aanvrager besluit of 4 of 6 crematies per dag te houden, of nog meer, dan staat haar daarvoor niets in de weg. Volgens reclamanten is er in de onderzoeken dan ook ten onrechte geen b)
onderzoek gedaan naar de worst case-bedrijfsvoering van het crematorium.
Reclamanten hebben ingenieursbureau Buro Blauw een second opinion laten verrichten naar
aanleiding van het rapport van Meijer Milieuadvies. De resultaten zijn weergegeven in de notitie
van 22 mei 2020. Belangrijkste kritiekpunt is dat de inputdata niet zijn onderbouwd en daardoor
niet zijn te verifiëren. Volgens reclamanten staat vast dat het crematorium zorgt voor emissie van gevaarlijke stoffen in de buitenlucht en daarmee effect zal hebben op de luchtkwaliteit in de
omgeving. Wat het effect zal zijn, is echter onduidelijk. Het is niet bekend of de emissiewaarden in verband met de gezondheid van omwonenden voldoen aan de emissiegrenswaarden uit de
milieuwetgeving. Het onderzoek van Meijer Milieuadvies bevat zodanige gebreken dat hiervan niet kan worden uitgegaan. Dat betekent dat het niet duidelijk is of het crematorium kan voldoen aan
de wettelijke vereisten ten aanzien van de luchtkwaliteit en geurbelasting in de omgeving. Volgens één van de reclamanten is het bekend dat bij het verbranden van menselijke stoffelijke
overschotten ook kwik (tandvullingen), dioxine, waterstofchloride en cadmium vrijkomen. Niet
bekend is op welke wijze voorkomen wordt dat deze stoffen bij de verbranding worden afgevangen en niet in het milieu terechtkomen. Ook is niet in kaart gebracht wat het negatieve effect is op het gebied als ecologisch kerngebied. Extra emissiebelasting in de omgeving is volgens reclamanten niet aanvaardbaar. Reclamanten vinden het niet te rijmen dat de gemeente aan de ene kant
maatregelen neemt om de luchtkwaliteit te bevorderen en bewoners verzoekt hetzelfde te doen, terwijl de gemeente aan de andere kant medewerking verleent aan een crematorium in een
woonwijk. Ook met goede filters worden schadelijke stoffen uitgestoten. Deze worden weliswaar verdund, maar in absolute zin blijven deze gelijk. Volgens de website van het Longfonds is de
luchtkwaliteit in de woonomgeving van reclamanten al matig. Het verlenen van medewerking aan een crematorium staat haaks op het beleid van de gemeente om te streven naar een betere 5
luchtkwaliteit. Ook verwijzen reclamanten naar onderzoek van TNO waarin werd geconcludeerd dat de milieuhygiënische effecten van cremeren veel ernstiger en schadelijker zijn dan de effecten van c)
begraven
Eén van de reclamanten noemt het een utopie dat het project emissieloos zal worden uitgevoerd door gebruik te maken van de warmte-/koudevoorziening. Bij een correcte toepassing van de luchtvoorschriften zullen de emissies beperkt blijven, maar juist daar blijkt in de praktijk
regelmatig iets mis te gaan door onvoldoende toezicht en onderhoud (bijvoorbeeld aan de filters).
Elders worden regelmatig incidenten gerapporteerd die tot ernstige emissies leiden. Het lastige van deze kritische emissies is dat deze ongemerkt plaatsvinden en vaak slechts bij toeval worden
ontdekt nadat de uitstoot al lange tijd heeft plaatsgevonden. Gebrek aan regelmatige monitoring is hier vaak debet aan. Het is daarom niet gewenst dat een crematieoven in gebruik wordt genomen
die zo dicht bij het Park Bloeyendael en bij woningen ligt. In dat kader verwijt een andere reclamant de gemeente dat de capaciteiten en omstandigheden niet worden vastgelegd in het ontwerpbesluit, zoals oventype, capaciteit per tijdseenheid, energiesysteem gas, elektro of resomeren en de
omstandigheden voor een batchproces en continuproces. Deze reclamant verzoekt de gemeente
om in een bedrijfszorgsysteem regels voor de techniek vast te leggen, zoals voor filteronderhoud,
logboeken en de afvoer van vliegas, bodemas en percolatiecondenaat. Ook verzoekt die reclamant de gemeente om regels vast te leggen voor de organisatie, zoals managementregisters, toezicht, uitvoering en evaluatie. Deze reclamant vraagt ook welke monitoring en rapportage verplicht
worden gesteld, of de gemiddelde verbrandingstijd 1,5 uur is, wat het protocol is voor lange of
zware overledenen en hoeveel meer tijd nodig is voor het opwarmen en verbranden van heel lange of zware overledenen. Ook vraagt reclamant zich af wat het protocol van koude opstart met meer
emissie en risico voor effect heeft op de filters. Deze reclamant wijst op een informatiebijeenkomst
op 18 februari 2018, waaruit bleek dat degene die namens de aanvrager sprak totaal onkundig was en op geen enkele technische of organisatorische vraag een goed antwoord kon geven en alles overliet aan de twee vertegenwoordigers van het bedrijf van de crematieovens. Volgens deze d)
reclamant voorspelt dat niet veel goeds.
Volgens één van de reclamanten is cremeren een technisch hoogwaardige (industriële) activiteit
met risico’s voor de omgeving. Daarvoor is goed gekwalificeerd personeel noodzakelijk. Volgens
reclamant heeft de aanvrager laten weten dat de operationele werkzaamheden voor de crematies uitgevoerd zullen worden door leden van het bestuur van de begraafplaats en/of de huidige
personeelsleden. Reclamant achter het vanuit het oogpunt van veiligheid niet aanvaardbaar dat e)
onervaren personen het technische crematieproces gaan uitvoeren.
Eén van de reclamanten wijst op de overheersende (zuid)westelijke windrichting. Daardoor zal het
Park Bloeyendael te maken krijgen met de emissies van het crematorium. De rand van het park ligt slechts 50 meter ten oosten van de crematiefaciliteit, daarvan gescheiden door de
Ridderschapsvaart en de Waterlinieweg. Reclamant wijst ook op de toename van NOx-uitstoot, niet alleen door de emissies van het crematorium, maar ook door mogelijk toenemende
verkeersbewegingen door bezoekers van crematiebijeenkomsten. NOx is schadelijk voor
groengebieden zoals Park Bloeyendael en ook voor de gezondheid van omwonenden. De belasting voor de gezondheid en het milieu is in het park al relatief hoog door de nabijheid van de Waterlinieweg. Extra uitstoot van NOx moet daarom zoveel mogelijk worden voorkomen.
Antwoord van de gemeente a)
Volgens de VNG-handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ behoort een crematorium tot
milieucategorie 3.2. De grootst voorgeschreven richtafstand voor een crematorium is 100 meter.
De crematiefaciliteit ligt op meer dan 100 meter afstand van de dichtstbijzijnde bedrijfsgebouwen en woningen. Dit zijn de woningen aan de Offerhausweg en de Emmalaan. Daarnaast moet de
crematiefaciliteit altijd voldoen aan de eisen die het Activiteitenbesluit milieubeheer daaraan stelt. Vanuit milieuoogpunt vinden wij de crematiefaciliteit dan ook ruimtelijk aanvaardbaar. Overigens 6
wijzen wij erop dat er – gemiddeld genomen – een zuidwestelijke wind waait in Nederland. Dit betekent dat de uitstoot van de crematiefaciliteit niet waait in de richting van de meest
dichtbijgelegen woningen aan de Offerhausweg en de Emmalaan. De woningen in zuidwestelijke richting liggen verder weg, namelijk op meer dan 200 meter afstand.
Voor wat betreft het aantal crematies heeft de aanvrager het volgende aan ons medegedeeld:
“St. Barbara heeft de keuze gemaakt om géén grootschalige crematieoven te plaatsen maar een crematieoven met een relatief kleine technische capaciteit van ca. 600 crematies per jaar. De operationele wens zou idealiter twee crematies per dag zijn, maar géén 365 dagen per jaar! Een overlijden is niet vooraf te plannen, waardoor ook niet vooraf is in te schatten wanneer de uitvaart plaats zal vinden. Dit is natuurlijk aan de nabestaanden en van veel factoren afhankelijk, welke voor een klein gedeelte beïnvloed kunnen worden door St. Barbara en dan ook enige flexibiliteit vraagt. Belangrijk hierin is ook de Wet op lijkbezorging van de Rijksoverheid (Wbl): Een overledene mag niet eerder dan 36 uur na overlijden begraven of gecremeerd worden én niet later dan 6 werkdagen na overlijden. Het weekend en feestdagen zijn geen werkdagen.
Met een gemiddelde van twee crematies per dag -hetgeen uitkomt op 600 per jaar- kan de Barbara dé kwaliteit leveren welke voor zij voor ogen heeft, hetgeen mede vanuit ervaring uit het verleden, waar er circa 750 begrafenissen per jaar plaatsvonden.” Naar aanleiding van de zienswijzen hebben wij alsnog besloten een limiet vast te stellen voor het aantal crematies dat kan worden uitgevoerd. Zoals hierboven te lezen is, heeft de aanvrager aan ons medegedeeld wat de wens is voor wat betreft het aantal crematies. Tegelijkertijd geeft de
aanvrager aan dat de praktijk vraagt om enige flexibiliteit, gelet op de termijnen die vanuit de Wet op de lijkbezorging van toepassing zijn. Wij hebben daarom besloten het aantal crematies te limiteren op 600 crematies per jaar.
Vanwege de limiet zullen er gemiddeld genomen circa twee crematies per dag kunnen
plaatsvinden. Er zit enige flexibiliteit in het aantal crematies dat per dag kan plaatsvinden, omdat wij vinden dat het mogelijk moet kunnen zijn dat bijvoorbeeld de ene dag drie en de andere dag één crematie wordt uitgevoerd. Het is ook de wens van de aanvrager om circa twee
uitvaartceremonies (begrafenis/crematie) per dag te houden, en niet meer. Voor een
uitvaartceremonie moet namelijk circa 3 uur worden gereserveerd. Bovendien is tussen twee uitvaartceremonies in ook tijd nodig om een en ander klaar te zetten voor de volgende
uitvaartceremonie. Als aanvrager 3 uitvaarceremonies op 1 dag wil houden, moet er al rekening
worden houden met een werkdag van 10 uur. Bovendien heeft de aanvrager bewust niet voor een grootschalige crematieoven gekozen, maar voor een crematieoven met een relatief kleine
technische capaciteit van circa 600 crematies per jaar. Het is namelijk de bedoeling van de
aanvrager om het cremeren een kleinschalige activiteit te laten zijn op de begraafplaats. Gelet op dit alles gaan wij ervan uit dat er circa twee crematies per dag gehouden zullen worden (met een harde limiet van 600 crematies per jaar), waardoor de crematiefaciliteit niet zal leiden tot een toename van het aantal verkeersbewegingen en de parkeerdruk.
Overigens wijzen wij erop dat het aantal begrafenissen en uitvaartceremonies op grond van het bestemmingsplan niet is gelimiteerd. Met deze omgevingsvergunning wordt dus wel het aantal crematies gelimiteerd.
7
b)
Op 22 november 2018 heeft de aanvrager een melding ingediend in het kader van het
Activiteitenbesluit milieubeheer. Deze melding is bij de gemeente geregistreerd onder kenmerk HZ_MM-18-38050. De melding is inhoudelijk beoordeeld door de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht. Uit de rapportages die bij de melding zijn ingediend, blijkt dat er geen overschrijding
plaatsvindt van de emissiegrenswaarden. Daarbij zijn ook de emissies van o.a. stikstof (NOx) en
kwik betrokken. De crematiefaciliteit voldoet dan ook aan de vereisten van de Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het is niet mogelijk om de aanvrager te verplichten aan
strengere eisen te voldoen dan de wet bepaalt. De gemeente stelt om die reden dan ook geen nadere eisen op dit gebied. c)
De warmte-/koudevoorziening van het crematorium zal emissieloos worden uitgevoerd. Op verzoek van de gemeente heeft de aanvrager over het onderhoud het volgende toegelicht:
“De elektrische oveninstallatie krijgt twee keer per jaar onderhoud. De standtijd van de filters en het aktiefkool vastbed systeem is circa 1.500 crematies. Zodra de filters vollopen, gaat de rookgasventilator sneller draaien om onderdruk in de oven te kunnen halen. Dit valt op op de controlelijst van [de aanvrager] die dagelijks en wekelijks controles doet. [De aanvrager] belt dan [de leverancier van de oven] zodat die kan nakijken wat de status van de filters is. De elektrische crematieoven blijft altijd op temperatuur dus er is geen sprake van een koude opstart. Ook stoot de elektrische oven minder NOx en CO2 uit, omdat de volumestroom minder is door het ontbreken van de gasbranders.” d)
Het gebruik van de technische installaties is de verantwoordelijkheid van de aanvrager. Op dit punt kunnen wij als gemeente geen nadere eisen stellen. Wel kunnen wij door middel van toezicht en handhaving op de voorschriften in het Activiteitenbesluit milieubeheer erop toezien dat het crematorium aan alle wettelijke eisen voldoet.
Overigens heeft de gemeente naar aanleiding van de zienswijzen bij de aanvrager geïnformeerd
hoe de technische installaties worden bediend. De aanvrager heeft daarop de volgende toelichting gegeven:
“De operators van de crematieoven krijgen een tweedaagse training. Eén dag theorie over hoe de installatie werkt en hoe te cremeren. De tweede dag is een praktijktraining waarin het invoeren en ruimen wordt geoefend. Tijdens die tweede dag wordt ook een calamiteitentraining gedaan, waarbij getraind wordt hoe de kist ingevoerd moet worden als bijvoorbeeld de stroom uitvalt tijdens invoeren. Bovendien wordt aan de hand van de controlelijst doorgenomen wat er dagelijks en wekelijks gecontroleerd dient te worden door de operator. Aansluitend wordt de operator twee dagen door [de leverancier van de oven] begeleid tijdens het cremeren.” e)
Zoals ook onder punt b is genoemd, voldoet de inrichting aan de vereisten van de Wet
milieubeheer en het Activiteitenbesluit milieubeheer. De gemeente stelt om die reden dan ook
geen nadere eisen op dat gebied. Verder is voor het bepalen van de stikstofdepositie als gevolg
van de verkeersaantrekkende werking van het crematorium uitgegaan van een verwacht aantal van 600 crematies per jaar, waarbij gemiddeld 25 autobewegingen per crematie voorkomen. Dit levert 15.000 verkeersbewegingen op jaarbasis op. Daarnaast is voor leveranties ten behoeve van het
crematorium rekening gehouden met 200 bewegingen van zwaar vrachtverkeer op jaarbasis. Op
basis hiervan wordt geconcludeerd dat er geen significante verslechtering van de stikstofdepositie plaatsvindt. Vanuit de Wet natuurbescherming zijn er dan ook geen belemmeringen.
8
Overigens heeft de aanvrager desgevraagd aangegeven dat er in de praktijk per jaar slechts twee tot vier bewegingen van zwaar vrachtverkeer zullen plaatsvinden. 6. a)
Verkeers- en parkeerdruk
Reclamanten maken zich zorgen over de toename van de verkeers- en parkeerdruk vanwege het
crematorium. Een crematorium is op zichzelf een functie met een verkeersaantrekkende werking, waarvoor parkeerplaatsen nodig zijn. Volgens de gemeente blijft het aantal uitvaartceremonies
ongewijzigd, waardoor het crematorium geen verkeersaantrekkende werking heeft en er niet meer
parkeerplaatsen nodig zijn. Volgens reclamanten gaat deze stelling mank. Tijdens de hoorzitting in de bezwaarprocedure heeft de aanvrager namelijk aangegeven dat het de bedoeling is om ook
crematies zonder uitvaartdienst (technische crematies) plaats te laten vinden. Dat betekent dat er wel degelijk crematies kunnen en zullen plaatsvinden zonder bijbehorende dienst in de aula. Het
verkeer van en naar de begraafplaats vanwege deze crematies zorgt daarmee voor extra verkeers-
en parkeerdruk. Het is goed mogelijk dat deze verkeersstroom vrij beperkt is, maar omdat er in de vergunning geen voorwaarden zijn gesteld aan het aantal crematies, staat dit niet vast. Aangezien het mogelijk is om in het crematorium een crematie te houden met een afscheidsceremonie van circa 15 tot 20 personen, kan de komst van de crematiefaciliteit wel degelijk leiden tot een
toename van het aantal verkeersbewegingen en een verhoging van de parkeerdruk ter plaatse. Ook zal voor het uitvoeren van de crematies en het onderhouden van het crematorium extra personeel b)
nodig zijn, wat ook weer leidt tot extra verkeersbewegingen en parkeerdruk.
Volgens één van de reclamanten wordt er nog steeds illegaal geparkeerd bij de begraafplaats,
ondanks de nieuwe parkeerplaats. Dit leidt tot gevaarlijke situaties, omdat bezoekers op de weg
lopen. Ook nemen automobilisten bij het naar huis gaan vaak niet de scherpe bocht naar links naar de Emmarotonde, maar rijden zij rechts en komen dan uit bij de Berenkuilrotonde. Daar mogen ze de Museumlaan niet in en moeten zij de Berekuil op. Dat leidt tot fout manoeuvreren. Volgens
reclamant is de Prinsesselaan een hoofdroute voor jonge fietsers, waar ook grote bussen rijden. De aan- en afrit van de Prinsesselaan en de Museumlaan naar de Berekuilrotonde is één van de gevaarlijkste verkeerssituaties in Utrecht. Met de komst van het crematorium wordt het nog drukker.
Antwoord van de gemeente a)
Anders dan in het verleden kan nu -na de uitvaartceremonie- ook worden gekozen voor cremeren in plaats van begraven. Het maximaal aantal uitvaartceremonies -en dus ook het maximaal aantal
bezoekers- blijft echter ongewijzigd. Wij wijzen er nogmaals op dat wij -zoals ook genoemd in ons antwoord bij punt 5 onder a- naar aanleiding van de zienswijzen het aantal crematies per jaar met
een vergunningvoorschrift hebben gelimiteerd tot 600. Dit komt neer op circa 2 crematies per dag. Voor het benodigde aantal parkeerplaatsen moet worden uitgegaan van het gemeentelijke
parkeerbeleid. Volgens dit beleid zijn voor het ontvangstgebouw 30 parkeerplaatsen nodig. In
totaal zijn er 42 parkeerplaatsen beschikbaar, waardoor er wordt voldaan aan het gemeentelijke
parkeerbeleid. Voor een nadere motivering verwijzen wij naar de ruimtelijke onderbouwing die als
bijlage bij deze omgevingsvergunning is gevoegd. De ruimtelijke onderbouwing maakt deel uit van de verleende omgevingsvergunning.
Verder blijft de verkeersontsluiting gelijk ten opzichte van de huidige situatie. Omdat het aantal
uitvaartceremonies niet toeneemt, neemt ook het aantal verkeersbewegingen niet toe. Er ontstaat dan ook geen verkeersonveilige situatie als gevolg van het crematorium.
Tot slot is bij een technische crematie geen publiek aanwezig. Deze vorm van cremeren leidt dan
ook niet tot een toename van de parkeerbehoefte of tot een verandering in de verkeersveiligheid. 9
b)
Zoals hiervoor genoemd, wordt het niet drukker als gevolg van het crematorium. Als reclamant van mening is dat er in de huidige situatie al sprake is van een verkeersonveilige situatie, dan kan dit worden gemeld via www.utrecht.nl/melding.
7.
Ecologie
Eén van de reclamanten geeft aan dat hij in de eerste week van januari 2021 een zeldzame
roodborstlijster heeft waargenomen in het bosje bij de Juliana van Stolberglaan. Dat is ook de plek van goudhaantjes. Zij hebben allemaal een ruim areaal nodig en vinden die op de begraafplaats. Bij de bouw van een crematorium zal er nog meer natuur moeten wijken, terwijl er eerder ook al natuur moest wijken voor de parkeerplaatsen op het terrein. Bovendien heeft de gemeente plannen om
120.000 bomen in de stad Utrecht te planten. Reclamant vindt het bizar om dan oude bomen en
struiken om te halen. Daarnaast vreest een andere reclamant dat het crematorium voor vleermuizen en vogels een extra belemmering zal vormen voor verplaatsing van en naar nabijgelegen groengebieden, vanwege het gebouw en de rookpluim met warme uitstoot. Reclamant vindt dat het crematorium leidt tot een verslechtering van het groenareaal en de groene verbindingen, waardoor het niet past in het stedelijke groenstructuurplan.
Antwoord van de gemeente
Ter bescherming van de aanwezig flora en fauna hebben wij diverse voorwaarden opgenomen in deze omgevingsvergunning. Zo moet er tijdens de werkzaamheden voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna. Bovendien moet aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken,
stronken) in fases worden verwijderd. Op die manier krijgen bodembewonende dieren de kans om in
de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten. Ter bescherming van vleermuizen heeft het de voorkeur dat de locatie minimaal wordt verlicht en dat gebruik wordt gemaakt van
vleermuisvriendelijke verlichtingswijze (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel).
Ten aanzien van de roodborstlijster, goudhaantjes en rookpluim met warme uitstoot merken wij op dat het niet mogelijk is om de aanvrager te verplichten aan strengere eisen te voldoen dan de wet bepaalt. De gemeente stelt om die reden dan ook geen nadere eisen op dit punt. Wij wijzen erop dat het met
deze omgevingsvergunning niet mogelijk wordt gemaakt bomen te kappen. Dat laat echter onverlet dat het onder voorwaarden is toegestaan om zonder omgevingsvergunning struiken en bomen te
verwijderen. Het gaat dan om struiken en bomen waarvan de dwarsdoorsnede van de stam kleiner is
dan 15 centimeter (gemeten op 1,30 meter hoogte). Ook op dit punt is het niet mogelijk de aanvrager te verplichten aan strengere eisen te voldoen dan de wet bepaalt.
Overigens heeft de aanvrager desgevraagd aangegeven dat er geen bomen worden verwijderd voor de te bouwen crematiefaciliteit. 8.
Water
Volgens één van de reclamanten is het dossier niet compleet, omdat de benodigde watervergunning voor de riolering niet is bijgevoegd. Er mag namelijk geen afvoer naar de Bitse Grift plaatsvinden.
Bovendien moet er een gescheiden afvoer zijn van verontreinigd water van de crematieoven door o.a. condensaat, huishoudelijk water en hemelwater vanaf het dak. Ook mag de oven niet vlakbij een watergang staan.
Een andere reclamant geeft aan dat er op dit moment geen leidingen aanwezig zijn voor de afvoer van riolering of afvalwater. Bij een crematieproces komt veel waterdamp vrij en dit condenseert voor een deel in de filters van de drie eenheden van de installaties (verbranding, naverbranding, filtering). 10
Volgens reclamant is het niet duidelijk hoeveel condensaat de inrichting produceert en wat er dan nog
meer in zit dan water en waar dit heen gaat. De crematoriumruimte zal volgens deze reclamant ook bij tijd en wijle moeten worden schoongemaakt. Als er geen aansluiting is op het riool, zal ook dit
schoonmaakwater ergens rond het gebouw in de grond of in het oppervlaktewater van de naastgelegen sloot verdwijnen. Niet duidelijk is of en hoe wordt voorkomen dat de grond van de naastgelegen sloot
vrij van toxische bestanddelen blijven en of de desbetreffende voorschriften van het bestemmingsplan Rijnsweerd-Maarschalkerweerd niet worden overtreden.
Antwoord van de gemeente
Er wordt geen water geloosd naar de Bitse Grift. Ook is er geen sprake van condensatie in de oven en ook niet van afvalwater dat via de riolering of anderszins moet worden geloosd. Op verzoek van de gemeente heeft de aanvrager op dit punt het volgende toegelicht:
“De crematieoven is niet aangesloten op het riool er wordt geen afvalwater van geloosd. Er wordt niet gewerkt met een watersproeisysteem om de rookgassen te koelen. Met een gesloten rookgaskoeler worden rookgassen teruggekoeld van circa 800 graden Celsius naar 160 graden Celsius. Deze rookgassen verlaten de gefilterde schoorsteen met een temperatuur van meer dan 120 graden Celsius om condensatie in het filtersysteem te voorkomen.” 9.
Archeologie
Volgens één van de reclamanten is er een archeologievergunning nodig, want er wordt meer dan 1 meter diep gegraven voor de fundering.
Antwoord van de gemeente
De werkzaamheden reiken over de vrijstellingsgrens van de zone met hoge archeologische waarde.
Daardoor is archeologisch vooronderzoek en/of een archeologievergunning verplicht. In dit kader is
door Transect een vooronderzoek uitgevoerd. Uit de resultaten van dit vooronderzoek blijkt dat in het projectgebied geen archeologische resten aanwezig zijn of verwacht worden. Er hoeft dus geen nader archeologisch onderzoek plaats te vinden. 10. Financiële uitvoerbaarheid
Eén van de reclamanten wil graag de cijfers zien van de laatste financiële jaarverslagen en de begroting van de aanvrager voor deze grote investering. Volgens reclamant mag de gemeente de vergunning alleen afgeven als de aanvrager het kan betalen.
Antwoord van de gemeente
Het is in eerste instantie aan de aanvrager om te beoordelen of zij het project kan uitvoeren en of dit
voor haar rendabel is. Er bestaat slechts aanleiding om een aanvraag om omgevingsvergunning op dit punt te weigeren als op voorhand in redelijkheid valt in te zien dat het project niet kan worden uitgevoerd. Wij verwijzen hiervoor naar de uitspraak van de Afdeling van 1 augustus 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2544).
Aanvrager heeft desgevraagd toegelicht dat financiering vanuit eigen vermogen mogelijk is of dat
hiervoor eventueel naar een externe financier wordt gezocht. Bij de aanvraag is een document gevoegd waarin aanvrager heeft aangegeven dat zij met een kleinschalig crematorium wil inspelen op de onverwacht en snel groeiende vraag naar crematies. Momenteel wordt in Utrecht 70% van de
overledenen gecremeerd. Naar verwachting zal dit naar 75-80% kunnen groeien. Het ontbreken van
een crematiefaciliteit leidt tot een gestage omzetdaling en zal uiteindelijk –als er geen perspectief op
nieuwe groei kan worden geboden– tot sluiting van de begraafplaats leiden. Omzetstijging zonder een kleinschalig crematorium te exploiteren is volgens de aanvrager onmogelijk. De investering in een 11
crematiefaciliteit zal bijdragen aan een financieel gezonde exploitatie en daarmee een gezond toekomstperspectief.
Wij zien geen reden om aan de door aanvrager gegeven wijze van financiering en toelichting op het
plan te twijfelen en komen dan ook tot de conclusie dat het voldoende aannemelijk is dat het project kan worden uitgevoerd. Wij zien geen aanleiding om de aanvrager te vragen om op deze toelichting nog een aanvulling te geven of –zoals reclamant wenst– inzage te geven in de cijfers van financiële jaarverslagen en de begroting voor deze investering te geven. Of het initiatief rendabel is, is in
beginsel een afweging die door de aanvrager zelf moet worden gemaakt. Gelet op hetgeen wij hiervoor hebben overwogen zien wij geen aanleiding om bij de aanvrager hierover om meer informatie te vragen.
11. Maatschappelijke behoefte a)
Het is volstrekt onduidelijk waarom er per se een crematorium op de begraafplaats moet komen. Volgens reclamanten is dat nooit duidelijk geworden en blijkt dat ook niet uit de ruimtelijke
onderbouwing bij het ontwerpbesluit. Uit onderzoek van reclamanten blijkt dat er geen enkele behoefte is aan een crematorium en dat er in de omgeving Utrecht en omgeving sprake is van
overcapaciteit in de branche. Reclamanten wijzen erop dat Utrecht al twee grote crematoria heeft in de omgeving, namelijk Daelwijck in Overvecht en Domstede in Leidsche Rijn. Verder wordt door
inwoners van Utrecht veel gebruik gemaakt van Den en Rust in Bilthoven. Voorts kunnen inwoners van Utrecht uitwijken naar crematoria in Nieuwegein, Leusden en Hilversum. Bovendien is in april
2020 in het nabijgelegen Zeist een nieuwe crematoriumfaciliteit gerealiseerd. Reclamanten zijn van mening dat het argument van een tekort aan crematoriumgelegenheid in Utrecht Oost daarmee is komen te vervallen. Het gebeurt namelijk vaak dat de dienst ergens anders plaatsvindt dan de
crematie. Volgens reclamanten is er dan ook geen behoefte aan het aangevraagde crematorium. Zij stellen dat er juist sprake is van een overaanbod aan crematoria. In het kader van een goede
ruimtelijke ordening is de gemeente verplicht om de behoefte te onderzoeken en te onderbouwen. Dat is niet gebeurd en volgens reclamanten is die behoefte er ook niet. Het gaat uitsluitend om de b)
wens van de aanvrager om geld te verdienen en dat moet met het crematorium.
Volgens reclamanten is –in tegenstelling tot wat in het ontwerpbesluit is vermeld– de Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening) wel van toepassing. Het gaat immers om een project dat op tal van punten niet past in het
bestemmingsplan en het gaat om een functie die andere, veel ingrijpender gevolgen heeft dan een begraafplaats.
Antwoord van de gemeente a)
Op verzoek van de gemeente heeft de aanvrager de maatschappelijke behoefte van een crematorium als volgt nader toegelicht:
“Steeds meer mensen kiezen voor cremeren. Dit geldt ook voor de Utrechtse Rooms-Katholieken, de voornaamste klantengroep van [de aanvrager]. In toenemende mate wordt reeds gebruik gemaakt van de huidige faciliteiten van [de aanvrager], waarbij nadien de feitelijke crematie elders plaatsvindt. Door het toevoegen van een elektrische crematiefaciliteit kan [de aanvrager] op deze locatie een totaalpakket van “lijkbezorging” op één plaats faciliteren: begraven én cremeren. Gelijktijdig worden de verkeersbewegingen beperkt en mede door de elektrische oven hierdoor een veel lagere milieubelasting. Uit kerncijfers van het CBS blijkt dat de Nederlandse bevolking in de komende jaren verder vergrijst en hierdoor ook het sterftepercentage zal toenemen. Het percentage aantal crematies per jaar ligt in Utrecht op bijna 80%. Dit is hoger dan het landelijk gemiddelde.
12
Met een onafhankelijke kleinschalige crematiefaciliteit (de eerste elektrisch oven in Utrecht) op een unieke historische begraafplaats kan [de aanvrager] zich onderscheiden van de grootschalige crematoria in de omgeving. Dit zal ook een nieuwe doelgroep aantrekken. Hierbij zal [de aanvrager] nabestaanden de rust, ruimte én tijd bieden om afscheid van hun dierbare te nemen door het aantal uitvaarten per dag te beperken. Het aantal begrafenissen loopt gestaag terug en vormt in de toekomst een existentiële bedreiging voor de begraafplaats in zijn huidige vorm. De investering in een crematiefaciliteit zal bijdragen aan een financieel gezonde exploitatie en daarmee aan een grotere toekomstbestendigheid.” Daarnaast merkt de aanvrager nog het volgende op:
“De gezamenlijke crematoria in de regio beschikken –indien 24/7 in bedrijf– wellicht over voldoende ovencapaciteit voor cremeren, maar niet over voldoende operationele capaciteit voor het faciliteren van uitvaartplechtigheden. Een gasgestookte oven kan technisch gezien maximaal 8 crematies aan per werkdag, maar mét uitvaartdiensten is dit operationeel onhaalbaar. Zeker gezien de trend dat nabestaanden bij het invoermoment van de oven aanwezig willen zijn. Hiervoor dient er ruim drie uur per uitvaartdienst gereserveerd te worden wat een werkdag inhoudt van 10 uur voor 3 crematies.” Wij concluderen dan ook dat er een maatschappelijke behoefte is aan een kleinschalige crematiefaciliteit op de begraafplaats. b)
De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing, omdat het ruimtebeslag van het crematoriumgebouw circa 143 m2 bedraagt. Uit jurisprudentie volgt dat van een stedelijke
ontwikkeling in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening in beginsel pas sprake is als het
ruimtebeslag 500 m2 of meer bedraagt. De oppervlakte van de crematiefaciliteit zit daar ruim onder. De ontwikkeling is dan ook onvoldoende substantieel om te kunnen spreken van een
stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 1.1.1, lid 1, onder i, gelezen in combinatie met artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening.
12. Rijksmonument – uitgebreide voorbereidingsprocedure
Volgens reclamanten had advies gevraagd moeten worden aan de Rijksdienst voor het Cultureel
Erfgoed, omdat het gaat om een ingrijpende wijziging van een rijksmonument. Reclamanten geven daarvoor de volgende redenen: -
Door het toelaten van een crematorium aan het rijksmonument wordt -in elk geval deels- een
-
Vanwege de hoogte en omvang zal het gebouw grote impact hebben op de begraafplaats en diens
-
Het is de bedoeling om ten behoeve van het crematorium bomen te kappen, de vakindeling van de
-
De routing c.q. het gebruik van het terrein van de begraafplaats zal voor een groot deel
nieuwe bestemming aan de begraafplaats gegeven. Ook wordt voorzien in gebouw op een plek waar volgens het bestemmingsplan niet mag worden gebouwd.
uitstraling. Ook zal een deel van de reclamanten het gebouw vanuit hun woning goed kunnen zien. begraafplaats te wijzigen en een nieuwe route naar het crematorium aan te leggen. Dat blijkt uit een vergunningaanvraag van 16 juli 2020 voor het kappen van bomen.
veranderen. De route naar het gebouw van het crematorium zal anders en veel intensiever worden gebruikt, bijv. door bezoekers, personeel, onderhoudsmedewerkers etc. van het crematorium. In dit kader wijzen reclamanten op een uitspraak van de Afdeling van 26 maart 2014
(ECLI:NL:RVS:2014:1069). In die zaak ging het om een bouwplan voor een paardenbak op een als
rijksmonument aangewezen landgoed. De gemeente in kwestie had het bouwplan aangemerkt als een wijziging van het rijksmonument van ingrijpende aard.
13
Bovendien verwijzen reclamanten naar het in mei 2018 vastgestelde wijzigingsplan “Wilhelminapark,
Buiten Wittevrouwen, eerste wijziging Prinsesselaan 20” en een omgevingsvergunning om bij de ingang van de begraafplaats een parkeerterrein met 34 parkeerplaatsen te realiseren. In de uitspraak van de Afdeling van 19 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2637, komt dit aan de orde. Reclamanten vinden het
onbegrijpelijk dat het aanleggen van extra parkeerplaatsen op het eigen terrein van de begraafplaats niet past in het monumentale karakter van de begraafplaats, maar dat de realisatie van een nieuw gebouw voor een crematorium volgens het college geen enkel probleem is.
Antwoord van de gemeente
De gemeente is van mening dat een advies van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed niet is vereist. In de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 10 juli 2020 met zaaknummer UTR 19/5076 (rechtsoverweging 4) heeft de rechtbank over deze crematiefaciliteit immers al geoordeeld dat “geen
sprake is van het ingrijpend wijzigen van het rijksmonument of van het geven van een nieuwe bestemming aan een belangrijk deel ervan”. De rechtbank concludeert dat “het vragen van een advies aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed […] dan ook niet nodig [was]”. Overigens wijzen wij erop dat de documenten die bij de aanvraag om omgevingsvergunning van 16 juli
2020 (met kenmerk HZ_WABO-20-24683) –waar reclamanten naar verwijzen– zijn ingediend, geen deel uitmaken van procedure voor de crematiefaciliteit. Bovendien is die aanvraag ingetrokken, waardoor er ook geen beslissing op die aanvraag is genomen.
14