CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording SV2026 nr 67 over Toegenomen drugsgebruik Utrecht

Commissie Samenleving 25 juni 2026, gemeente UtrechtBij agendapunt: Toenemend drugsgebruik in Utrecht1.641 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN, NUMMER 67 Datum Van Behandeld door E-mailadres Kenmerk Beleidsveld

11 juni 2026 College B&W I. Korvemaker i.korvemaker@utrecht.nl 34144122 Drugs

Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen 2026 nr. 67 van Job van den Broek (CDA), mede namens Derk van Bergen (ChristenUnie) van 9 april over Toegenomen drugsgebruik Utrecht. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 Is het college bekend met dit onderzoek van EUDA? Antwoord 1 Ja, wij zijn bekend met het onderzoek van EUDA. Vraag 2 Op welke wijze monitort het college momenteel het drugsgebruik in Utrecht? Wordt hierbij gebruikgemaakt van rioolwatermetingen, gezondheidsdata, politiegegevens of andere indicatoren? Antwoord 2 We monitoren op verschillende manieren het drugsgebruik in Utrecht: - We meten één week per jaar de hoeveelheid drugs in het riool. Deze geven een feitelijk beeld van de consumptie van verschillende typen drugs en ontwikkelingen daarin door metingen van het rioolwater in Utrecht (o.a. cannabis, cocaïne en MDMA). - De Volksgezondheidsmonitor Utrecht monitort het gebruik van drugs onder jongvolwassenen (16 t/m 25 jaar) en het gebruik van cannabis onder scholieren in klas 2 en 4 van het voortgezet onderwijs. De laatste gegevens van drugsgebruik onder volwassenen (18 – 64 jaar) is uit 2020. In het najaar van 2026 staat een nieuwe meting gepland.

- Vanuit de praktijk signaleren en rapporteren het straatzorgteam, de veldwerkers van Jellinek, het Eropaf-team en de Tussenvoorziening het drugsgebruik op straat. - Jellinek Preventie deelt signalen over prevalentie en (nieuwe) middelen via de drugstestservice. - Andere bronnen zoals handhaving- en politiegegevens en bewonersmeldingen, zoals meldingen in het kader van overlast door alcohol en/of drugs. Deze gegevens geven een beeld van drugsgebruik in de openbare ruimte. Vraag 3 Zijn er verschillen tussen de cijfers van EUDA en de cijfers waar de gemeente zelf mee werkt? Zo ja, hoe verklaart het college deze verschillen? Antwoord 3 De gemeente geeft opdracht voor het rioolwateronderzoek. Het uitvoerende onderzoeksinstituut levert deze cijfers aan bij het EUDA. Er zijn daarom geen verschillen tussen de cijfers van het rioolwateronderzoek in Utrecht en de cijfers van EUDA. Er zitten wel verschillen in de cijfers vanuit andere onderzoeken. Cijfers uit andere onderzoeken zijn niet goed vergelijkbaar met de cijfers uit het EUDA-onderzoek door het verschil in methode.

Vraag 4 Heeft het college zicht op welke groepen in Utrecht het meest drugs gebruiken? Zo ja, welke zijn dit? Antwoord 4 Er zijn op dit moment veel signalen vanuit ambtenaren van straatzorg, veldwerk, en maatschappelijke opvang over het toenemen van problematisch harddrugsgebruik op straat bij mensen met complexe problemen en/of onverzekerde status, zoals dak- en thuisloze EU-arbeidsmigranten en ongedocumenteerde mensen. Uit vragenlijst onderzoek hebben we gegevens over drugsgebruik onder middelbare scholieren, jongvolwassenen en volwassenen. Uit Utrechtse cijfers uit 2024 blijkt dat cannabis het meest gebruikte middel is onder jongvolwassenen (16 t/m 25 jaar): 38% gebruikte dit in de voorafgaande 12 maanden. Daarnaast geeft 36% aan in deze periode andere drugs te hebben gebruikt; deze groepen kunnen overlappen. We zien dat jongvolwassenen die samen met leeftijdsgenoten wonen vaker drugs gebruiken dan jongvolwassenen die alleen wonen of nog bij hun ouders. Omdat deze meting voor het eerst is uitgevoerd, kunnen nog geen uitspraken worden gedaan over trends of een eventuele toename. Nieuwe Utrechtse cijfers verwachten we eind 2026 (Middelengebruik | Volksgezondheidsmonitor).

Vraag 5 Wat ziet het college als oorzaak van het hoge en groeiende drugsgebruik in Utrecht? Antwoord 5 We zien bij bepaalde groepen een stijging van het drugsgebruik, zoals bij de harddrugsgebruikers op straat. Waarschijnlijke oorzaken voor deze toename zijn: de beschikbaarheid van nieuwe verslavende middelen, de erbarmelijke toestand waarin deze mensen op straat moeten zien te overleven en de zware woon- en werkomstandigheden van veel EU-arbeidsmigranten. Bij een deel escaleert dit zo ernstig, dat zij met ernstige verslavingsproblemen op straat komen te staan. Naast bovenstaande signalen over problematisch harddrugsgebruik op straat, laten Utrechtse onderzoeken geen eenduidig beeld zien van een toe- of afname van het totale gebruik in Utrecht. Of het drugsgebruik ook stijgt bij Utrechters die niet op straat overlast veroorzaken weten we dus niet. Landelijke cijfers laten geen grote veranderingen zien in het gebruik van drugs bij volwassenen (18 jaar en ouder) de afgelopen jaren. Wel laten landelijke cijfers zien dat vergeleken met tien jaar geleden er meer stimulerende middelen zoals XTC (van 2,8% in 2015 naar 4,2% in 2024) en cocaïne (van 1,6% in 2015 naar 2,4% in 2024) worden gebruikt.

(Drugsgebruik onder volwassenen in Nederland in 2024: stijging stimulerende middelen - Trimbos-instituut) Vraag 6 Heeft het college zicht op tot welke extra maatschappelijke kosten het toegenomen drugsgebruik in Utrecht heeft geleid? Antwoord 6 De maatschappelijke kosten van drugsgebruik komen vooral tot uiting aan het einde van de keten, daar waar mensen op straat komen te staan vanwege verslaving, dakloosheid of niet behandelde problematiek. En die kosten zijn, hoewel niet exact in kaart gebracht, hoog. Qua gezondheid, qua kosten voor behandeling en opvang en qua (over)last voor de omgeving van de gebruiker. Ook zien we dat een toename van drugsgebruik en daaraan gerelateerde drugshandel op straat zorgt voor een toename van overlast (van mensen en afval). Er is daardoor meer inzet nodig van handhaving, politie en andere veiligheidspartners. Verder zijn er kosten die samenhangen met de schade door drugscriminaliteit zoals de schade aan het milieu en de leefomgeving door productie van drugs, schade aan mensen doordat zij criminele banen kiezen en economische schade door parallelle criminele geldstromen. Deze kosten zijn niet een op een te relateren aan het drugsgebruik in Utrecht alleen omdat Utrecht ook een rol speelt in de internationale drugshandel.

Vraag 7 Deelt het college de mening van de indieners dat het toenemende (hard)drugsgebruik in Utrecht een zorgelijke ontwikkeling is? Antwoord 7 Ja, wij vinden het toenemende (problematisch) harddrugsgebruik een zorgelijke ontwikkeling. Daarnaast vinden we het zorgelijk dat 38% van de jongvolwassenen het afgelopen jaar drugs heeft gebruikt. Ook zorgelijk is de georganiseerde drugscriminaliteit, productie en handel die schuilgaat achter het (hard)drugsgebruik.

Vraag 8 Welke maatregelen neemt de gemeente Utrecht al als het gaat om het ontmoedigen van (hard)drugsgebruik en het voorkomen van verslavingen? Antwoord 8 Jellinek voert vanuit de subsidies voor Verslavingspreventie en Verslavingszorg verschillende maatregelen uit om harddrugsgebruik te ontmoedigen en verslavingen te voorkomen. Uw raad heeft besloten om vanaf 2026 18% structureel te bezuinigen op de subsidie verslavingspreventie. De consequenties daarvan zijn dat er minder wordt ingezet op bewustwording & informatie, individuele preventieve interventies, en vroegsignalering en deskundigheidsbevordering. Bezuinigingen op verslavingspreventie kunnen (op termijn) leiden tot een groei van verslavingen en daar bij behorende problematiek, waardoor verslavingszorg nog meer onder druk komt te staan. In de voortgangsbrief Volksgezondheid Q3-Q4 2025 staan de activiteiten op verslavingspreventie beschreven. Preventie in verslavingszorg richt zich op harm reduction: voorkomen dat een verslaving verergert en tot secundaire problemen leidt, zoals overdragen van ziektes, overlast en criminaliteit. Met het straatzorgteam, de veldwerkers van Jellinek, de heroïnekliniek en het Erop-team zetten we hier stevig op in. Zie voor de kosten-batenanalyse van het Erop-team: SROI-analyse toont maatschappelijke meerwaarde aan.

Preventie en harmreduction is ook onderdeel van de gecoördineerde aanpak EUarbeidsmigranten die we in Utrecht op verzoek van uw raad opstellen en uitvoeren: Raadsbrief EUarbeidsmigranten en arbeidsmarkt. Vraag 9 Is het college van plan extra maatregelen te nemen op het gebied van preventie van (hard)drugsgebruik in Utrecht? Zo ja, welke zijn dit, en zo niet, waarom niet? Antwoord 9 Wij zetten ons in voor de preventie van (hard)drugsgebruik binnen de kaders van het vastgestelde beleid en de beschikbare middelen. Echter, uw raad heeft besloten om vanaf 2026 18% structureel te bezuinigen op verslavingspreventie. Dit betekent dat er geen financiële ruimte is om aanvullende maatregelen te treffen. Als gevolg hiervan zal de inzet op preventie in 2026 beperkter zijn dan in 2025 en wordt aangesloten bij bestaande maatregelen en samenwerkingsverbanden. Wij blijven monitoren waar binnen de huidige middelen zo doelmatig mogelijk invulling kan worden gegeven aan de preventieve opgave. Hoogachtend Burgemeester en wethouders van Utrecht, de secretaris,

de burgemeester,

Schriftelijke vragen Toegenomen drugsgebruik Utrecht 8 april 2026

Vragen: Op woensdag 18 maart publiceerde de European Union Drugs Acency (EUDA) een rapport1 over een langlopend onderzoek naar drugsgebruik in 115 Europese steden, waaronder Utrecht. Uit het onderzoek kwam onder meer naar voren dat het gebruik van cocaïne in Utrecht over de afgelopen tien jaar is vervijfvoudigd(!) en dat Utrecht op de vierde(!) plek staat in Europa waar het MDMA-gebruik betreft. Het ketaminegebruik in Utrecht is van 2024 op 2025 (dus in één jaar tijd) met 27% toegenomen. Onder andere NRC2 en RTV Utrecht3 rapporteerden hier al over. Het CDA Utrecht [invoegen overige fracties] vinden dit een zorgelijke ontwikkeling en hebben hierover de volgende vragen: 1. Is het college bekend met dit onderzoek van EUDA? 2. Op welke wijze monitort het college momenteel het drugsgebruik in Utrecht? Wordt hierbij gebruikgemaakt van rioolwatermetingen, gezondheidsdata, politiegegevens of andere indicatoren? 3. Zijn er verschillen tussen de cijfers van EUDA en de cijfers waar de gemeente zelf mee werkt? Zo ja, hoe verklaart het college deze verschillen? 4. Heeft het college zicht op welke groepen in Utrecht het meest drugs gebruiken? Zo ja, welke zijn dit? 5. Wat ziet het college als oorzaak van het hoge en groeiende drugsgebruik in Utrecht? 6. Heeft het college zicht op tot welke extra maatschappelijke kosten het toegenomen drugsgebruik in Utrecht heeft geleid? 7.

Deelt het college de mening van de indieners dat het toenemende (hard)drugsgebruik in Utrecht een zorgelijke ontwikkeling is? 8. Welke maatregelen neemt de gemeente Utrecht al als het gaat om het ontmoedigen van (hard)drugsgebruik en het voorkomen van verslavingen? 9. Is het college van plan extra maatregelen te nemen op het gebied van preventie van (hard)drugsgebruik in Utrecht? Zo ja, welke zijn dit, en zo niet, waarom niet?

Gesteld door: • •

Job van den Broek, CDA Derk van Bergen, ChristenUnie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=99b51b12-964c-4c7f-91b3-94dca522a81f