Beantwoording SV2025 nr 94 Hoe gaat het met de Utrechtse studentenhuisvesting
Tekst van het document
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
22
Hoe gaat het met de Utrechtse studentenhuisvesting? 26-5-2025 De situatie op de Utrechtse studentenwoningmarkt is ronduit zorgwekkend. Er is een structureel tekort van meer dan 5300 studentenwoningen, wachttijden van drie jaar zijn inmiddels de norm, en betaalbare kamers zijn schaars. Tegelijkertijd worden studenten geconfronteerd met de verkoop van woningen, malafide verhuurpraktijken en sociale onveiligheid. Student & Starter spreekt studenten, op straat, op onderwijsinstellingen en in de wijken. De signalen die wij ontvangen, onderstrepen deze problemen. Studenten maken zich zorgen over hun woonomgeving: studenten melden achterstallig onderhoud, gebrek aan toezicht, toenemende overlast en brandveiligheidsrisico’s. Ook het onderhoud van de openbare ruimte rondom studentencomplexen laat te wensen over, wat het gevoel van onveiligheid versterkt. Daarnaast spelen er urgente vragen rond betaalbaarheid, toegankelijkheid en verduurzaming; zorgen die breed leven onder studenten, ouders, wooncorporaties én betrokken professionals. Ondanks goede beleidsintenties en actieplannen blijven veel structurele problemen in de studentenhuisvesting bestaan. Daarom wil de fractie van Student & Starter een breed en concreet beeld krijgen van de huidige staat van studentenhuisvesting in Utrecht.
We vragen om duidelijkheid over de belangrijkste knelpunten, over waar bestaande afspraken onvoldoende worden nagekomen, en over welke aanvullende inzet de gemeente bereid is te leveren. We zijn benieuwd hoe het college hiernaar kijkt. Onze aandacht gaat in het bijzonder uit naar de grote studentencomplexen: IBB, De Sterren, TWC, Enny Vredelaan en het Utrecht Science Park (waaronder Cambridgelaan, Casa Confetti en Johanna). Daarnaast hebben we enkele algemene vragen over het bredere beleid en de aanpak. Op basis van de signalen die wij hebben ontvangen, stelt de fractie van Student & Starter een reeks vragen over de thema’s: ruimtelijke ontwikkeling, onderhoud, veiligheid, gezondheid, kosten, toegankelijkheid, verduurzaming en de staat van de openbare ruimte.
Vragen: Algemeen A. Ruimtelijke ontwikkeling 1. De vraagstellers maken zich zorgen over het tempo van de realisatie van studentenwoningen in relatie tot de doelstellingen van het Actieplan Studentenhuisvesting 2023-2030. Deelt het college deze zorgen? 2. Het tekort aan studentenwoningen is in Utrecht nog steeds groot. Welke specifieke maatregelen kan het college nemen om de realisatie van studentenwoningen verder te versnellen en beter af te stemmen op de groeiende vraag? 3. Nu het actieplan wordt vervangen door de Nota Wonen, dreigt de uitvoering van de ambities uit het actieplan onder druk te komen staan. Is het college van mening dat op korte termijn een herziening of actualisatie van het actieplan nodig is – eventueel in een andere vorm?
23
4. Student & Starter vindt het wenselijk dat de realisatie van studentenhuisvesting gelijkmatiger over de stad wordt verspreid. Kan het college een gedetailleerd overzicht geven van de lopende ruimtelijke ontwikkelingen voor studentenhuisvesting, inclusief de fasen van gebiedsontwikkeling en het aantal woningen per wijk? 5. Kan het college aangeven in hoeverre SSH betrokken is bij de ontwikkelingen in Papendorp en Leidsche Rijn en wat de status is van hun betrokkenheid in de ruimtelijke ontwikkelingen? Kan het college hierbij reflecteren hoe de overgenomen motie Studentenhuisvesting in de hele stad tot uitwerking komt?3 6. Welke nieuwe locaties voor studentenhuisvesting, die nog niet in de planvoorraad zijn opgenomen, ziet het college als kansrijk voor de toekomst? Wat is de verwachte tijdlijn voor de ontwikkeling van deze locaties? 7. Er is een jaaglijst opgesteld voor (tijdelijke) gebouwen die ingezet kunnen worden voor studentenhuisvesting. Wat is de huidige status van deze lijst? Kan het college een overzicht verstrekken van de gebouwen die op de lijst staan en toelichten waarom bepaalde locaties al dan niet worden ingezet voor tijdelijke huisvesting? 8.
Is het college van mening dat grootschalige studentencomplexen effectiever bijdragen aan het oplossen van de woningnood, het verhogen van woonplezier en het bevorderen van beheersbaarheid en onderhoud, dan kleinschalige projecten? Zo ja, waarom? 9. Ziet het college mogelijkheden om bij grote projecten de zogenaamde ‘war room’-benadering toe te passen, waarbij relevante afdelingen zoals Erfgoed, Economische Zaken en andere betrokkenen intensief samenwerken in de fase tussen planvorming en de start van de bouw? Deelt het college de opvatting dat zo’n aanpak kan bijdragen aan: - Snellere besluitvorming, zelfs wanneer projecten tijdelijk niet aan alle standaardvereisten voldoen? - Effectiever omgaan met bezwaren en knelpunten? - Het overbruggen van tegenstrijdige belangen tussen verschillende afdelingen of wethouders? - Het versterken van de ambtelijke slagkracht, ook richting de gemeenteraad, mits deze aanpak breed wordt ondersteund? 10. In de voortgangsbrief over studentenhuisvesting wordt duidelijk dat er aanzienlijke stappen zijn gezet in de ontwikkeling van studentenwoningen in Utrecht. De samenwerking met diverse partijen en de stand van zaken van de projecten wordt daarbij besproken.
Gezien de grote rol die de voortgang van deze projecten speelt in het behalen van de doelstellingen, kan het college toezeggen om de gemeenteraad halfjaarlijks te informeren over de voortgang van de studentenhuisvestingsprojecten, inclusief een toelichting over de belangrijkste oorzaken waardoor projecten niet volgens de oorspronkelijke planning verlopen?
A2. IBB 1. Wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot de herontwikkeling van het IBB en het Rubenskwartier? Lopen deze projecten nog op schema, en zijn er eventuele vertragingen of knelpunten waar het college zich van bewust is? 2. Is het college bereid om de herontwikkeling van het IBB en Rubenskwartier als een prioriteit te stellen, zodat er daadwerkelijk een versnelling komt in de voortgang van deze belangrijke projecten?
3 M257 Studentenhuisvesting in de hele stad - U-reka Gemeente Utrecht
24
3. Kan het college een gedetailleerde tijdlijn voorleggen voor de herontwikkeling van het IBB en het Rubenskwartier, inclusief de geplande verduurzamingsmaatregelen? Hoe ziet het college de voortgang in de komende periode? 4. Is het college van mening dat er in het geval van het IBB verdicht moet worden in aantallen, maar tegelijkertijd het karakter van het IBB behouden moet blijven door uitsluitend studentenhuisvesting te realiseren? Zo ja, hoe ziet het college deze balans en welke maatregelen worden genomen om dit te waarborgen?
A3. Enny Vredelaan Het studentencomplex aan de Enny Vredelaan, beheerd door SSH, bevindt zich in de groene wijk Rijnsweerd, vlakbij het Utrecht Science Park. Het complex bestaat uit ruime onzelfstandige kamers, elk voorzien van een kleine tuin op het zuiden of een groot balkon. Bewoners delen voorzieningen zoals de keuken en badkamer, wat bijdraagt aan een sociale en gezamenlijke woonsfeer. Dankzij de centrale ligging zijn zowel de universiteit als het stadscentrum goed bereikbaar, en de omliggende groene omgeving biedt daarnaast volop mogelijkheden voor ontspanning. Dit maakt het studentencomplex aan de Enny Vredelaan bijzonder aantrekkelijk en uniek. Het complex is in de jaren '80 gebouwd en recentelijk gerenoveerd. 1. Deelt het college de waardering voor dit complex en onderschrijft het dat behoud en bescherming hiervan, waar mogelijk, prioriteit moet krijgen? 2. Zowel studenten als de fractie van Student & Starter vragen zich af wat de technische levensduur van het complex is en welke impact de ruimtelijke ontwikkeling van de A27 mogelijk zal hebben op het studentencomplex. Kan het college hier inzicht in geven?
A4. TWC Het Tuindorp-West Complex (TWC) is een gemeentelijk monument en wordt momenteel gerenoveerd. Het complex bestaat uit drie torens, die typerend zijn voor brutalistische architectuur uit de jaren '60 en '70, met buitentrappen en unieke split-level woningen. Deze karakteristieken zijn essentieel voor de monumentale waarde van het complex. De laagbouw van het TWC draagt echter minder bij aan deze waardering. Het gebied rondom het TWC biedt bovendien veel potentie voor toekomstige stedelijke verdichting. De fractie van Student & Starter is van mening dat de laagbouw geen directe meerwaarde heeft voor de monumentale status en dat het behouden ervan mogelijk toekomstige ontwikkelingen belemmert. 1. Is het college bereid om te onderzoeken of de monumentale status van de laagbouw van het TWC (gedeeltelijk) kan worden herzien, zodat er ruimte ontstaat voor toekomstige verdichting van het gebied? Zou het bijvoorbeeld een optie zijn om slechts een klein deel van de laagbouw te behouden als erfgoedreferentie, terwijl de focus blijft liggen op het behoud van de drie karakteristieke torens? 2. Welke lessen hebben zowel de gemeente als SSH geleerd bij de aanpak van de renovatie van de Rode flat? Op welke manier worden deze lessen meegenomen in de renovatie van de andere twee flats? 3.
Is de gemeente bereid te investeren in het gebied, bijvoorbeeld door ondergrondse containers te plaatsen, het groen te verbeteren, verzakte straten aan te pakken en de parkeerplaatsen te herinrichten, nadat de renovatie van de drie torens, waarin in totaal 900 studenten wonen, is afgerond?
25
A5. Utrecht Science Park In januari 2025 nam de gemeenteraad een motie aan die het college opriep om van het Utrecht Science Park (USP) een volwaardige woon- en werkwijk te maken, met een gemengde woningvoorraad, levendige plinten en goede voorzieningen 4 1. Welke stappen zijn sinds het aannemen van de motie gezet om het USP te ontwikkelen tot een gemengde wijk met middenhuur, starterswoningen en maatschappelijke functies, zonder dat dit ten koste gaat van studentenhuisvesting? 2. Hoe verloopt het onderzoek naar ruimere openingstijden en de rol van bijvoorbeeld studieverenigingen en culturele initiatieven in de plinten? In de Omgevingsvisie voor het Utrecht Science Park (USP) is opgenomen dat er zogeheten ‘knips’ worden aangebracht. 3. Wat is de stand van zaken rondom de uitvoering hiervan, en welke gevolgen hebben deze maatregelen voor de bereikbaarheid van de verschillende studentencomplexen op het USP? Onlangs is de studentenadviesraad, de USP Student Council, weer actief geworden. Deze raad bestaat uit vertegenwoordigers van woonbesturen, de Hogeschoolraad, de Universiteitsraad en diverse koepelorganisaties. De Student Council is opgericht om de belangen van studenten op het Utrecht Science Park te behartigen. 4.
Welke betrokkenheid heeft het college momenteel bij de USP Student Council, en op welke wijze ziet het college dit orgaan een rol spelen in het gemeentelijk beleid rondom studentenhuisvesting en -voorzieningen op het Utrecht Science Park? A6. Sterren Het studentencomplex De Sterren, gelegen in de wijk Rijnsweerd in Utrecht, biedt huisvesting aan meer dan 700 studenten in elf stervormige gebouwen. Het complex, dat is ontwikkeld op het terrein van het voormalige provinciehuis, biedt kamers van 11 tot 27 m² met gedeelde voorzieningen. De ligging nabij de Uithof zorgt voor gemakkelijke toegang tot onderwijsinstellingen. 1. Het contract met de verhuurder van de SSH loopt binnen een aantal jaar af. Is het college van mening dat het behoud van het complex De Sterren, al dan niet door herontwikkeling of verbouwing, van essentieel belang is? 2. Als De Sterren geen studentencomplex blijft, welke stappen zet het college dan om te zorgen voor een duurzame en betaalbare oplossing voor de huisvesting van studenten? 3. Is het college bereid om samen met SSH en andere betrokken partijen te onderzoeken of het mogelijk is om het contract met de verhuurder van De Sterren te verlengen of het complex op een andere manier te herbestemmen voor de huisvesting van studenten? B. Onderhoud 1.
Hoe beoordeelt het college de staat van onderhoud van de Utrechtse studentencomplexen van SSH, en welke vormen van toezicht en handhaving zijn er op achterstallig onderhoud? Acht het college deze voldoende? 2. Kan het college inzicht geven in het aantal meldingen van gebreken in studentenhuisvesting in de afgelopen drie jaar, uitgesplitst per complex en type gebrek?
4 Document Viewer - U-reka Gemeente Utrecht
26
3. Studenten, onder andere die wonen op de Sterren, melden ernstige schimmelproblemen die langdurig niet worden opgelost. Herkent het college dit beeld, en welke maatregelen ziet het om te voorkomen dat studenten in ongezonde woonsituaties blijven? C. Veiligheid 1. Herkent het college de trend van overlast (zoals vernielingen en ongewenste overnachtingen) in en rondom studentencomplexen? Is deze trend ook terug te zien in de politiestatistieken? 2. Kan het college per studentencomplex aangeven welke signalen overlast er ontvangen zijn in en rondom het complex? 3. Heeft de politie en handhaving contact met de woonbesturen van de studentencomplexen om dit soort signalen in kaart te brengen? 4. Is er specifiek beleid op het gebied van veiligheid rondom Utrechtse studentencomplexen? Zijn hierover afspraken gemaakt met de veiligheidsdriehoek en de SSH? 5. Indien het college de beschreven trend herkent en er nog geen afspraken zijn gemaakt met de veiligheidsdriehoek en de SSH, is het college dan van plan om deze afspraken te maken? 6. Welke mogelijkheden ziet de gemeente om de verlichting in en rondom studentencomplexen te verbeteren? Deelt de gemeente de mening dat gebrek aan verlichting effect heeft op het gevoel van veiligheid? C2. Veiligheid IBB 1.
Is het college op de hoogte van de wederkerende overlast op de IBB, waarbij bewoners melding maken van 'eiergooiers' die bewoners en woningen bekogelen, en van sociaal onveilige situaties voor (vrouwelijke) bewoners? 2. Is het college op de hoogte van incidenten op de IBB waarbij niet-bewoners onder andere met lasers in de ogen van fietsers hebben geschenen, seksueel intimiderende geluiden naar vrouwen hebben gemaakt (zelfs via open ramen), een prullenbak in brand hebben gestoken, geprobeerd hebben een bestelbus te stelen en vuurwerk hebben afgestoken bij woningen? Welke maatregelen worden genomen om dit soort ernstige overlast en strafbaar gedrag aan te pakken en de veiligheid in de wijk te waarborgen? 3. Is het college op de hoogte dat overlast op de IBB mogelijk veroorzaakt wordt door inwoners uit de nabijgelegen Sterrenwijk, zoals bewoners van de IBB aangeven? 4. Is het college op de hoogte van signalen dat bewoners van 'begeleid wonen' deze overlast veroorzaken? 5. Hoe reageert het college op de signalen van bewoners die zeggen dat de politie, wanneer deze optreedt, enkel waarschuwingen geeft aan de overlastgevers? 6. Is er een verschil in urgentie voor de politie bij het aanpakken van overlast? Wordt er sneller opgetreden bij feestjes dan bij overlast van niet-bewoners, waar de politie minder snel ingrijpt? 7.
Welke stappen is het college bereid te zetten om de veiligheid in en rondom studentencomplexen te vergroten? C3. Brandveiligheid 1. In gesprekken met huurders van studentenwoningen blijkt dat de gebruiksvergunning niet altijd wordt afgegeven en een woning toch verhuurd wordt. Herkent het college dit signaal?
27
2. Is het college bereid de brandweer nader onderzoek te laten doen naar de brandveiligheid van studentencomplexen? Zo nee, waarom niet? En zo ja, is het college dan ook bereid om op basis van de uitkomsten de regelgeving rond brandveiligheid in studentenhuisvesting aan te passen om de risico’s te verkleinen?
D. Gezondheid / welzijn 1. Uit onderzoek van SSH blijkt dat studenten in grotere complexen met gedeelde voorzieningen minder eenzaamheid ervaren en zich vaker thuis voelen dan studenten in studio’s. In hoeverre wordt deze kennis actief meegenomen bij gemeentelijke keuzes rond nieuwbouw en programmatische sturing? 2. Hoe beoordeelt het college het risico dat de toename van zelfstandige studentenwoningen leidt tot meer sociaal isolement en psychische klachten onder studenten? Welke maatschappelijke verantwoordelijkheid ziet het college voor zichzelf in het waarborgen van de mentale gezondheid van studenten? En welke rol speelt de gemeente momenteel in het bevorderen van een gezonde sociale leefomgeving, specifiek voor studenten die in zelfstandige woningen wonen? 3. Is er binnen de samenwerking met SSH en andere verhuurders aandacht voor het actief bevorderen van sociale binding binnen complexen, bijvoorbeeld via gezamenlijke ruimtes of bewonersinitiatieven? 4. Is het college bekend met signalen over suïcidaliteit of ernstige psychische problemen onder bewoners van studentencomplexen, en worden er afspraken gemaakt met verhuurders en onderwijsinstellingen over signalering en doorverwijzing? 5.
Wordt er structureel data verzameld over het welzijn en mentaal welzijn van studenten in Utrechtse huisvesting, inclusief het Utrecht Science Park? Zo nee, is het college bereid een structureel onderzoek op te zetten in samenwerking met SSH en GGD, bijvoorbeeld via periodieke welzijnsmonitoring? 6. Is het college bereid om in gesprek te gaan met de SSH om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om meer te doen aan zelfmoordpreventie?
D2. TWC 1. Is het probleem van het TWC als veelvoorkomende locatie voor zelfdoding nog steeds in beeld bij het college? 2. Een aantal bewoners heeft eerder bij SSH aangedrongen op meer maatregelen voor zelfmoordpreventie. SSH gaf aan geen verdere maatregelen te kunnen nemen vanwege de monumentale status van het gebouw en een gebrek aan capaciteit voor handhaving. Kan het college aangeven of zij van plan is extra actie te ondernemen op deze locatie? Zo nee, waarom niet? E. Kosten 1. Hoe beoordeelt het college de betaalbaarheid van studentenhuisvesting in Utrecht, gezien de structurele huurverhogingen bij SSH? 2. In hoeverre staat de gemeente achter het uitgangspunt dat betaalbaarheid wijkt voor investeringsruimte, zoals bij SSH het geval is? Welke rol ziet het college voor zichzelf in het bewaken van de balans tussen betaalbare huren en financiële ruimte voor nieuwbouw? 3. Wat is het huidige inzicht van het college in de totale woonlasten van studenten, inclusief servicekosten en energielasten? Worden deze lasten meegenomen in de monitoring van 28
betaalbaarheid per complex? 4. De huurprijsverschillen tussen SSH-complexen en de particuliere markt zijn fors en nemen verder toe. Acht het college het wenselijk dat SSH zich beweegt richting marktconforme huren, zoals nu gebeurt bij nieuwbouw? 5. Wordt er specifiek gekeken naar de betaalbaarheid van wonen op het USP, waar relatief veel studio’s zijn, en waar de energielasten hoog en voorzieningen beperkt aanwezig zijn? 6. Hoe wordt in de programmering en prestatieafspraken geborgd dat er ook in de toekomst voldoende betaalbare studentenwoningen beschikbaar blijven, met name voor studenten met een smalle beurs? F. Toegankelijkheid 1. In hoeverre wordt bij de ontwikkeling van nieuwe studentenhuisvesting rekening gehouden met de fysieke toegankelijkheid voor studenten met een beperking? 2. Zijn er bij de gemeente signalen bekend van ontoegankelijke studentencomplexen, bijvoorbeeld door langdurige liftstoringen? 3. Worden er met verhuurders zoals SSH afspraken gemaakt over responstijden bij liftstoringen en andere toegankelijkheidsproblemen? 4. Acht het college de huidige studentenhuisvesting voldoende toekomstbestendig op het gebied van fysieke toegankelijkheid? Zo nee, welke stappen kunnen worden gezet om hierin verbetering te brengen? 5.
Ziet het college mogelijkheden om de toegankelijkheid van de woningen op de Sterren te verbeteren, bijvoorbeeld door trappen te vervangen of liften te installeren voor bewoners met fysieke beperkingen?
G. Verduurzaming 1. In hoeverre heeft het college zicht op de energieprestatie van grotere studentencomplexen in Utrecht, zoals IBB, De Sterren, TWC, Enny Vredelaan en de complexen op het USP? 2. Hoe beoordeelt het college de voortgang van de verduurzaming van studentenhuisvesting, en worden hierbij specifieke afspraken gemaakt met partijen zoals SSH? 3. Is het college op de hoogte van signalen dat hoge energielasten een aanzienlijk deel van de woonlasten voor studenten vormen, en hoe wordt hiermee rekening gehouden in beleid en prestatieafspraken? 4. Wordt er gestuurd op het combineren van verduurzamingsmaatregelen met verbetering van woonkwaliteit, zoals isolatie, ventilatie of geluidswering? 5. Acht het college de huidige studentenhuisvesting voldoende voorbereid op toekomstige duurzaamheidseisen? Zo nee, welke concrete stappen worden genomen om deze complexen toekomstbestendig te maken? 6. Ziet het college mogelijkheden om individuele energiemeting te stimuleren in bestaande studentencomplexen, bijvoorbeeld bij renovaties of verduurzaming, ondanks de kosten?
29
7. Ziet het college mogelijkheden om het splitsen van energiekosten tussen huurder en verhuurder toe te passen binnen studentenhuisvesting, en is het bereid om samen met studentenhuisvesters te verkennen wat hiervoor nodig is? 8. Op welke manier biedt de gemeente ondersteuning aan het verduurzamen van slecht geïsoleerde studentenwoningen in de stad, en is het college bereid hier meer inzet op te plegen? 9. Welke stappen zet het college om de bekendheid van bestaande subsidiemaatregelen voor energiebesparing te vergroten onder huurders van studentencomplexen?
H. Openbare ruimte 1. Deelt het college de analyse dat slecht onderhouden openbare ruimte rondom studentencomplexen mogelijk bijdraagt aan een gevoel van onveiligheid en/of hogere criminaliteit? 2. Is het college bereid om onderzoek te doen naar de inrichting en het onderhoud van de openbare ruimte rondom grotere studentencomplexen? 3. Studenten aan de Enny Vredelaan geven aan tevreden te zijn met hun woning, maar maken zich zorgen over het verlies van groen door de aanleg van een breder fietspad dat grenst aan hun tuin, wat de privacy van de tuintjes beïnvloedt en heeft geleid tot diefstal. Deelt het college de mening dat de communicatie hierover beter had gekund? Is het college bereid mogelijkheden te verkennen om opnieuw groenvoorzieningen aan te leggen op gemeentegrond en minder intensief te snoeien om de privacy te vergroten? I. Hospiteren 1. Eerder gaf de wethouder aan enthousiast te zijn over het afschaffen van hospiteren bij nieuwe studentencomplexen. Wij erkennen de voordelen van automatische toewijzing, zoals gelijke kansen en minder risico op uitsluiting. Tegelijkertijd horen we van studenten en van SSH dat hospiteren ook positieve effecten kan hebben op woonplezier, onderlinge betrokkenheid en sociale veiligheid. Herkent de wethouder dat hospiteren in sommige gevallen bijdraagt aan woonplezier en sociale samenhang? 2.
Deelt het college de visie van SSH dat het wenselijk is dat automatische toewijzing en hospiteren naast elkaar blijven bestaan? 3. Op welke manier wordt momenteel gemonitord hoe verschillende vormen van toewijzing bijdragen aan woonbeleving, veiligheid en sociale samenhang in studentenhuisvesting?
J. Circulariteit en hergebruik van inboedel 1. In hoeverre stimuleert de gemeente het structureel hergebruik van materialen binnen studentenhuisvesting, bijvoorbeeld bij renovatie- en sloopprojecten? 2. Ziet het college mogelijkheden om bij huurwisselingen, wanneer veel spullen worden achtergelaten of vervangen, structureel in te zetten op hergebruik, bijvoorbeeld via ruil- en/of uitgifteplekken in of nabij studentencomplexen? 3. Is het college bereid om specifiek te kijken naar internationals, die vaak veel spullen achterlaten bij vertrek en beperkte mogelijkheden hebben om deze op te slaan of door te geven? 4. Wordt circulariteit bij wisselingen van bewoners momenteel meegenomen in beleid of samenwerkingen met verhuurders zoals SSH, en zo niet, is het college bereid dit te
30
verkennen? K. Short-Stay De instroom van internationale studenten in Utrecht blijft groeien, maar de beschikbaarheid van short stay-accommodaties voor deze doelgroep komt niet overeen met de vraag. In 2020 werd afgesproken dat er maximaal 780 short stay-eenheden voor internationale studenten bij mogen komen, maar tot nu toe zijn er nog geen gerealiseerd, en slechts voor 200 eenheden zijn er plannen. Dit heeft geleid tot een situatie waarin meer dan 50% van de internationale studenten in 2023 geen huisvesting via de SSH of universiteiten konden vinden. Dit dwingt hen vaak om dure alternatieven zoals particuliere kamers of hostels te zoeken. Gezien de kwetsbare positie van deze studenten en de toenemende druk op de woningmarkt, rijzen er belangrijke vragen over de ondersteuning die het college biedt. 1. Herkent het college de signalen van een moeizame zoektocht naar huisvesting voor internationale studenten? 2. Welke inspanningen onderneemt het college momenteel om tijdelijke en betaalbare woonruimte voor internationale studenten te realiseren? Kan het college een tijdlijn geven van geplande short-stay projecten en het aantal eenheden dat verwacht wordt per jaar tot 2030? 3.
In hoeverre is het college op de hoogte van de kwetsbare positie van internationale studenten, en signalen dat commerciële verhuurders misbruik maken van deze situatie, mede door het ontbreken van huurrechten? 4. Welke rol ziet het college voor particuliere verhuurders in het huisvesten van internationale studenten, en hoe wordt toezicht gehouden op eerlijke en veilige verhuurpraktijken? 5. Hoe zorgt het college dat internationals bekend zijn met hun huurrechten, bijvoorbeeld via het huurteam? 6. Wordt er actief gekeken naar het benutten van leegstaande panden of tijdelijke locaties als short stay-oplossingen voor internationale studenten? 7. Is het college bereid om samen met onderwijsinstellingen en woningcorporaties aanvullende maatregelen te nemen om het aanbod van short stay-huisvesting voor internationale studenten te vergroten, of hen te ondersteunen bij het vinden van eerlijke en betaalbare huisvesting?
L. Overig 1. Eerder is er gesproken over onderzoek naar het aantal studentenwoningen dat is verkocht sinds de inwerkingtreding van de wet betaalbare huur en de wijziging in Box 3. Is het college bereid om dit onderzoek uit te voeren en, indien dit al loopt, wanneer kunnen de gegevens hierover worden gepubliceerd? 2. Hoe staat het met de lobby voor onzelfstandige studentenhuisvesting?5 Deelt het college nog steeds de inhoud van deze motie? 3. Heeft het college sinds het aannemen van de motie actief het standpunt van de raad uitgedragen richting het Rijk, de VNG en de inwoners van Utrecht? Waar kunnen wij dat terugvinden?
5 M331 Verwerp het landelijke studentenhuisvestingsubsidiebeleid - U-reka Gemeente Utrecht
31
4. Welke stappen heeft het college concreet ondernomen om de lobby voor directe financiering van onzelfstandige studentenhuisvesting te intensiveren? 5. Met welke resultaten of reacties is het college tot nu toe geconfronteerd vanuit het Rijk of de VNG? 6. Op welke manier en via welke kanalen zijn inwoners geïnformeerd over het standpunt van de raad? 7. Heeft het college alternatieve financieringsmogelijkheden onderzocht en/of benut om de ontwikkeling van onzelfstandige studentenhuisvesting toch te versnellen? Zo ja welke? 8. Is het college bereid deze lobby te continueren?
Gesteld door: ● Ruben Snijder, Emma Usmany, Lars van Rooij, Janouke van Meerveld, Felice Cicero Student & Starter
32