CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording SV2025 nr 76 over Houd grip op veiligheidsontwikkelingen

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2022-2026) 25 september 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Voortgangsrapportage Veiligheidsagenda 20244.116 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2025, NUMMER 76 HOUD GRIP OP VEILIGHEIDSONTWIKKELINGEN

Datum Van Behandeld door E-mailadres Kenmerk Beleidsveld

27 mei 2025 College B&W J. Hofland j.hofland@utrecht.nl 30264529 Openbare Orde en Veiligheid

Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2025 nummer 76 van Bert van Steeg (CDA) van 24 april 2025 over Houd grip op veiligheidsontwikkeling. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 Welke gevolgen hebben de genoemde weerbaarheidsopgave op het veiligheidsdomein, zoals genoemd in de brief? Deelt het college dat investering in het veiligheidsdomein in dat licht voor de hand ligt? Welke mogelijkheden ziet het college hier, in samenwerking met andere overheden? Antwoord 1 De internationale veiligheidssituatie is de afgelopen jaren verslechterd. We bereiden ons in de gemeente Utrecht voor op twee situaties. De eerste situatie is een zogenoemde Artikel 5-situatie (host nation support uit het NAVO-Verdrag) waarbij we rekening houden met onder andere grote logistieke troepenverplaatsingen door Nederland, grootschalige opvang van vluchtelingen en medische zorg aan slachtoffers. Daarnaast bereiden we ons voor op een situatie van hybride dreiging waarbij de focus ligt op de gevolgen van een grootschalige en langdurige uitval van stroom. We brengen momenteel in kaart welke maatregelen nodig zijn om op deze situaties voorbereid te zijn. Het vergroten van de veerkracht en de weerbaarheid van de Utrechtse samenleving zal echter niet gratis zijn.

Wij delen dat investeringen in deze problematiek voor de hand liggen, zoals ook aangegeven in de beantwoording van de SV 2025 nr. 11 Is Utrecht al een veerkrachtige en weerbare samenleving?. Bij het in kaart brengen van maatregelen kijken we gemeente-breed, want de impact van geopolitieke ontwikkelingen is breder dan het veiligheidsdomein. De burgemeester heeft in het commissiedebat van 17 april jl. toegezegd om in het laatste kwartaal van dit jaar een raadsbrief te sturen waarin meer inzicht wordt gegeven in de gemeente-brede opgave.

De gemeente Utrecht werkt momenteel samen met de VNG, het Rijk en de veiligheidsregio’s de verantwoordelijkheden uit van de weerbaarheidsopgave. Bij deze gesprekken zal ook de vraag op tafel moeten komen wie verantwoordelijk is voor de financiering van de voorbereidingen en maatregelen. Vraag 2 In dezelfde raadsbrief stelt het college dat er op landelijk niveau wordt nagedacht over de positie van het lokaal bestuur binnen het veiligheidsbestel en het veiligheidsbeleid. Daarbij is ook de positie van de burgemeester onderwerp van gesprek. Wat is de visie van het college op deze beide vraagstukken? Antwoord 2 Het afgelopen decennium is het belang en de complexiteit van veiligheidsvraagstukken, op nationaal en lokaal niveau, nog weer verder toegenomen. Veiligheid is allang niet meer het exclusieve domein van de klassieke veiligheidspartners, maar is in veel opzichten een breed maatschappelijk vraagstuk, waar veel partijen bij betrokken zijn. De toegenomen complexiteit van de veiligheidsproblematiek en de veelheid aan partners die inspanningen leveren om de problematiek aan te pakken, maakt het effectief sturen, coördineren en faciliteren van de gezamenlijke inspanningen essentieel. Vanzelfsprekend heeft het lokaal bestuur – en in het bijzonder de burgemeester - een cruciale rol.

De burgemeester wordt meer en meer een coördinerende en faciliterende rol toebedeeld kijkend naar de samenwerking tussen de veelheid aan partners die nodig zijn bij het aanpakken van veiligheidsvraagstukken. Ook wel de regierol van de burgemeester genoemd, zoals bijvoorbeeld beschreven in de gespreksleidraad die de heer Eysink Smeets opstelde op verzoek van de commissie Bestuur & Veiligheid van de VNG. Vraag 3 In antwoorden op mondelinge vragen stelde het college dat het aantal autokraken in de wijk Zuid in 2024 met 21% is gedaald ten opzichte van 2023. In januari tot en met maart van dit jaar waren het aantal autokraken eveneens lager dan in de periode daarvoor. De voortgangsrapportage laat in 2024 een forse stijging zien voor de stad als geheel. Hoe valt dit met elkaar te rijmen? In welke wijken zijn de grootste stijgingen te zien? En hoe ziet de ontwikkeling voor de stad als geheel er uit in 2025? Antwoord 3 Op stadsniveau is er sprake van een toename van 2.946 in 2023 naar 3.369 in 2024 (+14%). De stadsbrede toename van 14% is te verklaren door toenames in de wijken Binnenstad (+61%), West (+66%), Leidsche Rijn (+30%), Noordwest (+27%) en Noordoost: (+9%). De daling in sommige wijken (zoals Zuid) wordt gecompenseerd door stijgingen in andere gebieden. Met name op bekende hotspots, zoals parkeergarages en grotere parkeerterreinen, is het aantal autokraken sterk toegenomen.

Dit zorgt ervoor dat het totaalbeeld voor de stad stijgt. Op basis van de eerste maanden van 2025 kunnen geen harde uitspraken worden gedaan over de rest van 2025. De cijfers tot en met april laten een lichte afname (circa -7%) zien vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. Hoewel dit voorzichtig positief is, blijven we alert op verschuivingen en tijdelijke pieken. Vraag 4 2023 gaf opnieuw piek te zien op gebied van zakkenrollen. Na een relatieve daling in 2024 stijgt het aantal zakkenrollen weer in 2025. Daarmee is de dalende trend die voor en tijdens de coronaperiode te zien was teniet gedaan. Deelt het college deze observatie? Zo nee, waarom niet? Zo ja, is het in de

2

ogen van het college voldoende om de trend te keren door middel van campagnes? Welke extra stappen worden gezet?1 Antwoord 4 Zakkenrollerij is een delict dat sterk fluctueert en zich snel aanpast aan veranderende omstandigheden in de stad zoals toegenomen drukte, bezoekersstromen, toerisme en evenementen. Het merendeel van de incidenten vindt plaats in de Binnenstad, met name in het Stationsgebied, onder het Bollendak en in Hoog Catharijne. Onder de plegers van deze delicten bevinden zich vreemdelingen zonder vaste woon- of verblijfplaats in Utrecht. Het college herkent de stijging sinds de coronaperiode, met een piek in 2023. Sindsdien zijn aanvullende maatregelen genomen en is er een voorzichtige daling zichtbaar. Cijfers zakkenrollen Jaar 2022 2023 2024 2025

Binnenstad 455 (131 t/m april) 845 (302 t/m april) 681 (411 t/m april) 221 t/m april

Utrecht totaal 547 (152 t/m april) 959 (332 t/m april) 795 (468 t/m april) 245 t/m april

Het tegengaan van zakkenrollen vraagt om een brede en structurele aanpak. De gemeente Utrecht kiest daarom voor een zogeheten fenomeenaanpak: een combinatie van publieksvoorlichting, gedragsbeïnvloeding, handhaving en samenwerking met partners zoals de politie, NS, ondernemers en vervoersbedrijven. In 2023 is gestart met een kleinschalige bewustwordingscampagne. Deze is in april 2025 opgeschaald en richt zich specifiek op winkelend publiek en uitgaanspubliek. De campagne-uitingen zijn zichtbaar op schermen in Hoog Catharijne, sociale media en tijdens evenementen zoals Koningsdag en Canal Pride. De campagne wordt gecombineerd met gerichte handhavingsacties, waardoor preventie, handhaving en bewustwording elkaar versterken. Stationsgebied: integrale aanpak tegen zakkenrollerij en overlast In het stationsgebied werken gemeente, politie, vervoerders, Klépierre en andere partners nauw samen om zakkenrollerij en andere vormen van criminaliteit en overlast terug te dringen. Maandelijks vindt een veiligheidsoverleg plaats waarin actuele signalen, trends en gezamenlijke maatregelen worden besproken. Een belangrijk instrument is de maandelijkse integrale handhavingsactie. Tijdens deze acties treden politie, AVIM, Toezicht & Handhaving, NS, Trigion, Keolis en U-OV gelijktijdig op in het openbaar gebied, met gerichte aandacht voor zakkenrollerij.

Daarnaast wordt ingezet op het tegengaan van winkeldiefstal, wildplassen, middelengebruik, intimidatie en zwartrijden. Sinds kort kan de gemeente ook direct inspelen op zorgsignalen. Zie ook ook SV 2025 nr 65 Opnieuw gaat het helemaal mis onder het Bollendak. We blijven de cijfers en signalen in de stad nauwlettend monitoren. Begin deze zomer staat een eerste voorlopige evaluatie van de publiekscampagne gepland. Op basis daarvan passen we de aanpak 1 Actie tegen zakkenrollers: 'Stop je telefoon niet in je achterzak' - RTV Utrecht

3

waar nodig aan. Doel blijft om Utrecht minder aantrekkelijk te maken voor zakkenrollers en de veiligheid van bewoners en bezoekers te vergroten. Vraag 5 Recent werd al gesproken over zorgfraude, waarbij slechts grove schattingen zijn gegeven over de omvang ervan, zowel financieel als qua betrokken criminelen. Heeft het college inmiddels beter zicht op deze cijfers? Zo nee, wanneer verwacht het college hier meer grip op te hebben? Antwoord 5 Zoals reeds besproken in de commissie steken criminele(n) (samenwerkingsverbanden) jaarlijks enkele miljarden van het zorgbudget in eigen zak. De exacte omvang hiervan voor Utrecht is lastig om vast te stellen. Dit komt mede doordat veel verschillende partners een rol spelen en een stukje van de problematiek rondom ondermijning in de zorg zien. In het uitvoeringsprogramma toezicht, dat onlangs is aangeboden aan de raad, is ook ingegaan op toezicht en handhaving door ons als gemeente. Waarin is voorgesteld om de capaciteit die op dit moment beschikbaar is voor toezicht en handhaving, daarmee het verbeteren van zicht en grip, uit te breiden. Niet in alleen in de stad Utrecht, maar ook in de regio Midden-Nederland heeft de problematiek geleid tot prioritering van het thema voor een gezamenlijke integrale aanpak.

Binnen het RIEC samenwerkingsverband werken we met verschillende partners en hun verschillende bevoegdheden aan de aanpak van dit fenomeen. Het RIEC bureau is gevraagd om een fenomeenanalyse op te leveren die meer zicht geeft op regionaal niveau van de problematiek. De criminele samenwerkingsverbanden en het aanbod van zorg is namelijk niet aan gemeentegrenzen gebonden. Vraag 6 Welke concrete weeffouten in de zorg worden met voorrang aangepakt? Op welke manier loopt Utrecht hierin voorop? Antwoord 6 Er zijn verschillende weeffouten die niet op lokaal niveau kunnen worden opgelost. Denk bijvoorbeeld aan misstanden in het opleiden van zorgpersoneel, waardoor onbekwaam personeel aan het bed staat van kwetsbare mensen, maar ook aan zakelijke en eigendomsrelaties tussen zorgaanbieders, EVC-bureaus, opleiders en bemiddelingsbureaus gericht op een crimineel verdienmodel en onvoldoende mogelijkheden voor het screenen en weren van (nieuwe) aanbieders bij toetreding tot de zorg. Mede naar aanleiding van het beeld van de politie Midden-Nederland, is de problematiek door de burgemeester landelijk heeft geagendeerd en wordt er landelijk meer urgentie gevoeld om deze weeffouten met voorrang op te pakken. De ministers van VWS en OCW hebben hierover eind maart jl. een brief gestuurd aan de Tweede Kamer.

In Utrecht focussen wij ons in de aanpak onder andere op verbetering van het contractmanagement met zorgaanbieders, om zo barrières op te werpen voor malafide zorgpartijen, zetten we in geval van signalen het Bibob instrument in bij nieuwe aanbestedingen aan zorgaanbieders en hebben we ook oog voor bewustwording bij verschillende partijen in het veld. Utrecht neemt deel aan het landelijk georganiseerde thematische FieldLab, waar met een tal van (landelijke) partners wordt gewerkt aan nieuwe en innovatieve maatregelen om de problematiek aan te pakken. Zoals ook beschreven bij de beantwoording van vraag 5 wordt door de gemeente binnen het RIEC samenwerkingsverband met verschillende partners ingezet op het aanpakken van de criminele samenwerkingsverbanden die in de zorgketen actief zijn. Vraag 7 Uit de grafieken in de voortgangsrapportage blijkt dat wapenhandel en wapenbezit binnen de ondermijnende criminaliteit al jaren toenemen, met een forse stijging in 2024. Over welke wapens gaat 4

het hier en wat zegt deze ontwikkeling over de veiligheid in de stad? Welke stappen zet het college op dit vlak? Antwoord 7 In 2024 is ten opzichte van voorgaande jaren een toename zichtbaar van het aantal misdrijven wapenhandel en wapenbezit. In de betreffende tabel zijn deze misdrijven bij elkaar opgeteld, waarbij de grote meerderheid van de zaken bezit ‘overige wapens’ betreft, zoals bijvoorbeeld boksbeugels, pepperspray en steekwapens. We zien dat een aanzienlijk deel van de misdrijven plaats vond in de Binnenstad en te relateren is aan bekende probleemlocaties, zoals bijvoorbeeld het Bollendak (zie ook SV 2025 nr 65 Opnieuw gaat het helemaal mis onder het Bollendak). Vraag 8 Uit rioolwateronderzoek van het RIVM/EUDA blijkt dat het drugsgebruik in Utrecht afgelopen jaren fors is gestegen.2Welke stappen zijn gezet om het gebruik van drugs in Utrecht terug te dringen? Deelt het college de mening dat de ontwikkeling van drugsgebruik onderdeel zou moeten zijn van de rapportage? Antwoord 8 Nee, wij delen niet de mening dat drugsgebruik onderdeel moet zijn van de rapportage van de Veiligheidsagenda. Binnen de aanpak van ‘Grenzen stellen, perspectief bieden’ wordt ingezet op het tegengaan van de ontwrichtende effecten van drugsgerelateerde criminaliteit.

De resultaten van het rioolwateronderzoeken geven een indicatie over de omvang van de parallelle economie en het criminele verdienmodel van de handel in drugs. Tegelijkertijd is de handel in drugs niet afhankelijk van het gebruik in Utrecht, zo laat onderzoek zien dat Utrecht een centrale rol speelt in de internationale cocaïnehandel. Een daling of stijging in het gebruik van drugs in Utrecht is daarmee dan ook niet direct te relateren aan een stijging of afname van drugsgerelateerde criminaliteit. Drugsgebruik in Utrecht wordt op verschillende manieren gevolgd, onder andere door het rioolwateronderzoek en door de Volksgezondheidmonitor. De trend in drugsgebruik hangt af van het type drug dat je bekijkt. Het rioolwateronderzoek geeft een indicatie maar laat niet exact zien hoeveel Utrechters drugs gebruiken - het geeft een beeld van de hoeveelheid die in het Utrechtse rioolwater terecht komt. Het geeft vanzelfsprekend geen inzicht in ‘wie’ er gebruikt, dus niet hoeveel er per persoon gebruikt wordt en ook niet welk deel door Utrechters gebruikt wordt en welk deel door bezoekers van de stad. Overigens laat het beeld dus ook niet zien wat Utrechters buiten de gemeentegrens gebruiken.

Voor het drugsbeleid en alle activiteiten daaromtrent geldt de kernboodschap: ‘het beste is niet gebruiken, maar doe je het toch, wees je bewust van de risico’s.’ Jellinek voert in het kader van verslavingspreventie een breed scala aan activiteiten uit waaronder preventieve adviesgesprekken, voorlichting op VO & MBO scholen, de testservice en peer-to-peer voorlichting op festivals. Er is in 2025 ook een samenwerking gestart met Utrechtse studentenorganisaties, MBO, Hogeschool Utrecht, Universiteit Utrecht op grond van alcohol en middelengebruik onder studenten waarin het onderwerp drugs wordt besproken. Vraag 9 In de rapportage wordt uitgebreid ingegaan op de resultaten van de Persoonsgerichte Aanpak (PGA) waarbij ook de uitstroom naar opleiding en betaald werk inzichtelijk wordt gemaakt. Wat kan worden gezegd over het effect van de PGA op recidive? Op welke manier wordt dit inzichtelijk gemaakt?

2 Wastewater analysis and drugs — a European multi-city study | www.euda.europa.eu

5

Antwoord 9 Degenen die in de persoonsgerichte aanpak zijn opgenomen, kenmerken zich door het plegen van strafbare feiten in combinatie met complexe problemen op meerdere leefgebieden. We zien in de begeleiding en ondersteuning van hen dat hun situatie op de leefgebieden niet stabiel is: er is geen opleiding of diploma, geen betaald werk, middelengebruik, schulden, een zorgelijk netwerk aan sociale contacten of terugval in contacten met politie en justitie. Vanuit zowel onderzoek3 als de praktijk weten we dat mensen die werken of een opleiding volgen een kleinere kans hebben op terugval in crimineel gedrag. Dat is dan ook de reden dat we vanuit de persoonsgerichte aanpak onder andere investeren in een zinvolle dagbesteding. Het is nodig om op werk en opleiding te investeren, omdat dit een belangrijke factor is bij het maken van positieve(re) keuzes voor de toekomst. Daar sturen we actief op. We monitoren de situatie op de leefgebieden op meerdere momenten tijdens de looptijd van de persoonsgerichte aanpak. Het belang van het op orde hebben van de leefgebieden verschilt tussen mensen. Het is daarom niet mogelijk om recidive te duiden op basis van of mensen wel of geen werk of opleiding hebben. Idealiter is er zicht op het effect van alle inzet, zoals op pagina 6 van de Voortgangsrapportage is beschreven en in de beantwoording van vraag 12.

Een exacte duiding van het succes – de beoogde maatschappelijke impact – van de huidige set aan interventies, blijft een opgave. Zo ook voor de inzet van een persoonsgerichte aanpak. De causaliteit tussen de specifieke inzet en de toe- of afname van het probleem is lastig aan te tonen. Bij een persoonsgerichte aanpak (en bij het veronderstelde probleem dat wordt aangepakt) is daarnaast sprake van meerdere niet te beïnvloeden factoren. Uitspraken over een causaal verband worden door het WODC pas acceptabel geacht als de resultaten vergeleken worden met een controlegroep waar de interventie niet is ingezet. Dit is in de praktijk vaak niet mogelijk of vraagt om intensief langdurig onderzoek. Om onterecht toe- of afnames aan de inzet te relateren, zijn we voorzichtig om ontwikkelingen in criminaliteit als effect te bestempelen. Om te meten of de PGA effectief is in het verminderen van recidive bij de doelgroep, zal de gemeten recidive van de doelgroep vergeleken moeten worden met de recidive van een vergelijkbare controlegroep. Een dergelijke onderzoeksopzet valt binnen de context van de PGA in Utrecht niet eenvoudig te realiseren. Iedereen die voldoet aan de specifieke set van criteria, komt in de aanpak.

Ook al kan niet worden voldaan aan voorwaarden voor een effectevaluatie met voldoende bewijskracht, daarmee is niet gezegd dat de uitvoering van het instrument niet kan worden geëvalueerd aan de hand van een procesevaluatie. Inzicht in de uitvoering (is de aanpak uitgevoerd zoals beoogd?) en de ervaren resultaten, knelpunten en successen geven waardevolle aanknopingspunten. Daarom wordt er volop ingezet op het monitoren van de problematiek op de verschillende leefgebieden. Vraag 10 Uit cijfers blijkt dat 41% van het crimineel vermogen wordt witgewassen via vastgoed. In totaal zouden 40.000 woningen en 10.000 bedrijfspanden in Nederland worden gebruikt door ondermijnende criminaliteit – een schrikbarend aantal. In hoeverre heeft het college zicht op vastgoed in Utrecht dat op deze manier wordt misbruikt? Worden er, naast deelname aan de campagne ‘M’ en samenwerking

3 Bronvermelding onderzoek: 1 Monitor nazorg ex-gedetineerden - 7e meting

6

met woningcorporaties, nog andere maatregelen genomen? En ziet het college al aanknopingspunten om deze criminele keten te doorbreken? Antwoord 10 Voor de gemeente is het lastig om scherp zicht te krijgen op crimineel vermogen dat wordt witgewassen via vastgoed. Waar mogelijk zetten we als gemeente erop in om drempels en barrières op te werpen als het gaat om witwassen via vastgoed. Zo hebben we als college recent een herijkte beleidsregel Wet Bibob vastgesteld, waarin onder andere is beschreven dat het Bibob instrument in veel gevallen wordt ingezet bij het aangaan van een vastgoedtransactie door de gemeente. Voor wat betreft het crimineel gebruik van vastgoed geldt dat de burgemeester, zoals ook opgenomen in de voortgangsrapportage, haar bevoegdheden inzet om panden te sluiten indien er sprake is van crimineel misbruik. Met partners, waaronder binnen het RIEC samenwerkingsverband, wordt ingezet op het aanpakken van ondermijnende criminaliteit, waaronder ook criminele geldstromen. We zetten als gemeente ook in op samenwerking met partners als notarissen en makelaars, die een belangrijke poortwachtersfunctie vervullen. Partners als OM, politie en FIOD zetten zich vanzelfsprekend ook in om witwassen of crimineel misbruik van panden aan de pakken via het strafrecht.

Recent is er in de regio Midden – Nederland een combiteam gestart, waarbij FIOD en politie, onder gezag van het OM, samenwerken om criminele geldstromen binnen de ondermijnende criminaliteit aan te pakken. Vraag 11 Op welke manier wordt de subsidie van het CCV ingezet ter verdere verkenning van de noodbevelsbevoegdheid en versterken van de lokale weerbarheid cybercrime? Antwoord 11 Met de subsidie wordt met behulp van advocatenkantoor AKD, juristen uit een divers aantal gemeenten (Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Leeuwarden en Urk), het ministerie van J&V en de Stenden Hogeschool een leidraad opgesteld voor de inzet van de noodbevelsbevoegdheid in geval van online aangejaagde verstoringen van de openbare orde. Vraag 12 In de voortgangsrapportage wordt beperkt inzicht gegeven in de daadwerkelijke effecten van het gevoerde beleid. Hoe weet het college of het beleid effectief is? Is het college het met het CDA eens dat een effectenmeting noodzakelijk is? En wanneer verwacht het college een daadwerkelijke effectenmeting te kunnen uitvoeren? Antwoord 12 Het is uiteraard noodzakelijk om onderzoek te blijven doen naar de vraag of het beleid effectief is. Daar zijn goede mogelijkheden voor, zoals door te werken met een plan- en procesevaluatie waarbij we in kaart brengen wat de werkzame bestanddelen van de aanpak zijn.

Zo wordt nauwgezet de uitvoering van interventies geëvalueerd (procesevaluatie), waar zowel ervaren knelpunten en successen vanuit professionals worden geïnventariseerd als kwantitatieve analyses van de inzet. Een exacte duiding van het succes van de huidige set aan (erkende) interventies, blijft tegelijkertijd wel een opgave. Om onterecht toe- of afnames aan de inzet te relateren, zijn we voorzichtig om ontwikkelingen in criminaliteit als effect te bestempelen. Zie verder ook pagina 6 van de Voortgangsrapportage voor een nadere uitwerking.

7

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

8

Schriftelijke vragen Houd grip op veiligheidsontwikkeling 24 april 2025 Op 9 april werd de raad geïnformeerd over de voortgangsrapportage Veiligheidsagenda 2024. In zowel de raadsbrief als de voorrangsrapportage geven een breed overzicht van de veiligheidssituatie in de stad, waaruit de groeiende uitdaging op dit gebied naar voren komt. In de raadsbrief Voortgangsrapportage Veiligheidsagenda 2024 worden de bezuinigingen op het veiligheidsdomein genoemd als een van de grote uitdagingen. Ook de veranderende geopolitieke context wordt als een uitdaging gezien. Deze verschillende nieuwe uitdagingen en de ontwikkeling van de veiligheidssituatie in de stad geven de CDA-fractie aanleiding tot de volgende vragen:

1. Welke gevolgen hebben de genoemde weerbaarheidsopgave op het veiligheidsdomein, zoals genoemd in de brief? Deelt het college dat investering in het veiligheidsdomein in dat licht voor de hand ligt? Welke mogelijkheden ziet het college hier, in samenwerking met andere overheden? 2. In dezelfde raadsbrief stelt het college dat er op landelijk niveau wordt nagedacht over de positie van het lokaal bestuur binnen het veiligheidsbestel en het veiligheidsbeleid. Daarbij is ook de positie van de burgemeester onderwerp van gesprek. Wat is de visie van het college op deze beide vraagstukken? 3. In antwoorden op mondelinge vragen stelde het college dat het aantal autokraken in de wijk Zuid in 2024 met 21% is gedaald ten opzichte van 2023. In januari tot en met maart van dit jaar waren het aantal autokraken eveneens lager dan in de periode daarvoor. De voortgangsrapportage laat in 2024 een forse stijging zien voor de stad als geheel. Hoe valt dit met elkaar te rijmen? In welke wijken zijn de grootste stijgingen te zien? En hoe ziet de ontwikkeling voor de stad als geheel er uit in 2025? 4. 2023 gaf opnieuw piek te zien op gebied van zakkenrollen. Na een relatieve daling in 2024 stijgt het aantal zakkenrollen weer in 2025. Daarmee is de dalende trend die voor en tijdens de coronaperiode te zien was teniet gedaan.

Deelt het college deze observatie? Zo nee, waarom niet? Zo ja, is het in de ogen van het college voldoende om de trend te keren door middel van 9

campagnes? Welke extra stappen worden gezet?4 5. Recent werd al gesproken over zorgfraude, waarbij slechts grove schattingen zijn gegeven over de omvang ervan, zowel financieel als qua betrokken criminelen. Heeft het college inmiddels beter zicht op deze cijfers? Zo nee, wanneer verwacht het college hier meer grip op te hebben? 6. Welke concrete weeffouten in de zorg worden met voorrang aangepakt? Op welke manier loopt Utrecht hierin voorop? 7. Uit de grafieken in de voortgangsrapportage blijkt dat wapenhandel en wapenbezit binnen de ondermijnende criminaliteit al jaren toenemen, met een forse stijging in 2024. Over welke wapens gaat het hier en wat zegt deze ontwikkeling over de veiligheid in de stad? Welke stappen zet het college op dit vlak? 8. Uit rioolwateronderzoek van het RIVM/EUDA blijkt dat het drugsgebruik in Utrecht afgelopen jaren fors is gestegen.5 Welke stappen zijn gezet om het gebruik van drugs in Utrecht terug te dringen? Deelt het college de mening dat de ontwikkeling van drugsgebruik onderdeel zou moeten zijn van de rapportage? 9. In de rapportage wordt uitgebreid ingegaan op de resultaten van de Persoonsgerichte Aanpak (PGA) waarbij ook de uitstroom naar opleiding en betaald werk inzichtelijk wordt gemaakt. Wat kan worden gezegd over het effect van de PGA op recidive? Op welke manier wordt dit inzichtelijk gemaakt? 10.

Uit cijfers blijkt dat 41% van het crimineel vermogen wordt witgewassen via vastgoed. In totaal zouden 40.000 woningen en 10.000 bedrijfspanden in Nederland worden gebruikt door ondermijnende criminaliteit – een schrikbarend aantal. In hoeverre heeft het college zicht op vastgoed in Utrecht dat op deze manier wordt misbruikt? Worden er, naast deelname aan de campagne ‘M’ en samenwerking met woningcorporaties, nog andere maatregelen genomen? En ziet het college al aanknopingspunten om deze criminele keten te doorbreken? 11. Op welke manier wordt de subsidie van het CCV ingezet ter verdere verkenning van de noodbevelsbevoegdheid en versterken van de lokale weerbarheid cybercrime? 12. In de voortgangsrapportage wordt beperkt inzicht gegeven in de daadwerkelijke effecten van 4 Actie tegen zakkenrollers: 'Stop je telefoon niet in je achterzak' - RTV Utrecht 5 Wastewater analysis and drugs — a European multi-city study | www.euda.europa.eu

10

het gevoerde beleid. Hoe weet het college of het beleid effectief is? Is het college het met het CDA eens dat een effectenmeting noodzakelijk is? En wanneer verwacht het college een daadwerkelijke effectenmeting te kunnen uitvoeren?

Gesteld door: •

Bert van Steeg, CDA

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=48627588-0b11-4021-b017-764302ac491d