Beantwoording SV2025 nr 28 over Met stoer spelen leer je vallen en opstaan
Tekst van het document
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2025, NUMMER 28
Datum Van Behandeld door E-mailadres Kenmerk Beleidsveld
28 maart 2025 College B&W Ina Massop en Bonnie de Beer m.bos@utrecht.nl 30212719 Openbare ruimte
Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2025 nummer 28 van Nadia Stylianou van D66 mede namens Hester van Assen van PvdA van 21 februari 2025 over Stoer spelen en Bewegen. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 Is het college bekend met het concept stoer spelen? Ziet zij hierin ook de meerwaarde voor de ontwikkeling van kinderen? Antwoord 1 Ja, wij zijn bekend met het concept ‘stoer spelen’, onder de noemer ‘risicovol spelen’. Bij risicovol spelen gaan kinderen aan de slag met spannende, uitdagende en avontuurlijke activiteiten, waarbij een risico bestaat op een (kleine) verwonding. De meerwaarde van risicovol spelen zit in het ontdekken, het opzoeken van grenzen en de opwinding, spanning en trots die dit met zich meebrengt. Door het ervaren van risicovolle situaties tijdens risicovol spelen, ontwikkelen kinderen cognitieve vaardigheden om de juiste afwegingen te maken wanneer een risicovolle situatie zich opnieuw voordoet. Dit vergroot hun onafhankelijkheid en zelfvertrouwen. Vanaf juli 2023 zijn 9 Utrechtse beheerde speeltuinen actief bezig met ‘avontuurlijk spelen’ onder begeleiding van Martin van Rooijen, pedagoog en specialist risicovol spelen.
Hij doet onderzoek naar de meerwaarde van risicovol spelen voor kinderen en de dilemma's die professionals en andere opvoeders ervaren bij het faciliteren hiervan. Vraag 2 In hoeverre wordt er bij de inrichting van speelplekken in Utrecht rekening gehouden met het belang van uitdagend en avontuurlijk spelen?
Antwoord 2 Vanuit het huidige beleid Spelen in je eigen buurt (maart 2022)’ hechten we belang aan onder andere ‘spelen in het groen’, ‘informeel spelen1’ en ‘veilig spelen’. We willen als gemeente spelen in het groen stimuleren, omdat dit uitdagend is, en de mogelijkheid biedt om risico’s op te zoeken en avontuurlijke speelvormen aan te bieden. De beheerde speeltuinen die meedoen aan het project ‘avontuurlijk spelen’ hebben ieder een eigen uitwerking hiervan. Zo staat er bij de ene speeltuin een container vol met materialen waar kinderen op vaste tijden onder begeleiding lekker kunnen aanrommelen, en heeft de andere speeltuin een afgeschermd gebied waar verschillende materialen liggen en waar ze bijpassend gereedschap kunnen lenen om onder toeziend oog hutten te bouwen of andere zelf bedachte knutselwerken te maken. Vraag 3 Zijn er specifieke locaties of projecten in Utrecht waar al invulling wordt gegeven aan de principes van stoer spelen in de openbare ruimte? Zo ja, waar? Antwoord 3 Ja. Vanaf april 2023 worden in verschillende speeltuinen trajecten uitgerold met ‘loose parts’, losse spullen zoals autobanden, kratjes en planken, waarmee kinderen kunnen spelen en hun fantasie de vrije loop kunnen laten. Deze trajecten worden uitgevoerd door de bestuurders/vrijwilligers van de beheerde speeltuinen samen met DOCK en Martin van Rooijen, met ondersteuning van gemeente Utrecht.
Tot nu toe doen de volgende speeltuinen mee: Bankaplein, Fort Luna, de Kameleon, de Boog, Voorn, de Watergeus, de Speelboom, Noordse Park en de Bloesem. Vraag 4 In Utrecht zetten we met ons speelbeleid in op groene en natuurspeelplekken, hoe verhoudt dit zich tot het stoer spelen uit het initiatiefvoorstel? Hoe staat het met de uitvoering van die groene en natuurspeelplekken? Antwoord 4 Ons speelbeleid op groene en natuurspeelplekken kunnen uitnodigen tot risicovol spelen. Op dit moment staat er geen groene of natuurspeelplek op het uitvoeringsprogramma voor dit jaar. Momenteel wordt Park Leeuwesteyn gerealiseerd, waar het spelen in het groen is ingepast. Een paar jaar terug is het Maasplein heringericht tot een natuurlijke, groene speelomgeving. Vraag 5 Wat zijn de huidige eisen en restricties (bijv. speelcatalogus, risico's op formele toestellen, noodzaak voor ondervloeren) omtrent het nieuw aanleggen van speeltuinen? Antwoord 5 Voor het plaatsen van (speel)toestellen geldt altijd het Warenwetbesluit Attracties en Speeltoestellen (WAS), en -ook- stoere speelplekken moeten altijd voldoen aan de veiligheidseisen. Toestellen/speelaanleidingen dienen te voldoen aan het WAS óf te zijn gecertificeerd conform NEN 1176. Het is ook mogelijk om een gehele (natuurlijke) speelplek (al op basis van ontwerp) conform de NEN 1176 te certificeren.
Dit is een gebruikelijk instrument om natuurlijke speelaanleidingen (& toestellen) te keuren & certificeren op aanvaardbaar risico. Ook is hiermee duidelijk wat de gestelde eisen zijn aan beheer en onderhoud. Het WAS geldt overigens niet per se op alle (sport-/speel) plekken; er zijn ook speelbossen/groenplekken/urban uitdagingen. Daarnaast is binnen de hekken van
1 Formele speelruimte is openbare ruimte die als speelruimte bestempeld en aangelegd is en ook als zodanig onderhouden
wordt. Informele speelruimte is openbare ruimte die als speelruimte gebruikt wordt maar hier niet specifiek voor is ingericht, zoals trottoirs, plantsoenen, slootkanten of de straat in woonerven.
2
een speeltuin(vereniging) vaak meer mogelijk, zoals in bouwspeeltuinen waar stoer spelen en spelen met losse materialen gestimuleerd en gefaciliteerd wordt. Vraag 6 Is het mogelijk om bij aanbestedingen van speeltoestellen en valondergronden stoer spelen als criteriumpunt op te nemen? Of zitten hier restricties op? Antwoord 6 Een natuurlijke of stoere speelomgeving komt vaker niet dan wel uit een (speeltoestellen)catalogus. In de aanbestedingen voor speeltoestellen en valondergronden moeten we het WAS hanteren. Wij selecteren onze leveranciers -verder- op basis van kwaliteit op verschillende vlakken. Zoals stedelijk gebruik, levertijden, verkrijgbaarheid onderdelen voor onderhoud. Vraag 7 Welke rol speelt aansprakelijkheid van de gemeente bij het plaatsen van speeltuinen? Antwoord 7 We willen als gemeente een goede gastvrouw zijn en hebben ons aan de landelijke wetgeving te houden, om veilige speelplekken te maken. Voor formele speelplekken is het WAS van toepassing met behoorlijk strikte normen en eisen. Dit is ook de reden waarom particuliere speeltoestellen in de openbare ruimte, die niet gecertificeerd zijn of aan het WAS voldoen, niet toegestaan zijn, omdat de gemeente verantwoordelijk is voor alle objecten in de openbare ruimte. Het is onze verantwoordelijkheid om te zorgen voor vellige speelplekken, omdat de aansprakelijkheid bij ons als gemeente ligt.
Dit is dan ook een belangrijk thema bij de uitwerking van risicovol spelen. Vraag 8 Hoe kijkt het college aan tegen het accepteren van een ‘aanvaardbaar risico’ bij speelplekken, zoals in Amsterdam is voorgesteld? Is het college bereid om risico acceptatie bij spelen onder de loep te nemen? Antwoord 8 ‘Buiten spelen’ is niet voorbehouden aan een speelplek. Spelen in je eigen buurt gaat ook over lekker op straat ravotten, als kind je eigen plan (mogen) trekken, stoep op, stoep af, je fantasie te gebruiken en eigen pad te kiezen. Lekker in bomen klimmen, over een sloot springen, in struiken spelen. De informele speelruimte in de buurt moet hiertoe uitnodigen. Voor formele speelplekken geldt het WAS. Voor het groen en openbare ruimte geldt het Handboek Openbare Ruimte. Natuurlijke speelplekken in het groen en openbare ruimte vallen niet onder het WAS. In het handboek Openbare Ruimte zijn geen specifieke normen opgenomen voor natuurlijke speelplekken, behalve dat goed nagedacht moet worden over veiligheid en onderhoud. Het college is bereid om risico acceptatie bij spelen mee te nemen in de afwegingen, zie ook het antwoord op vraag 11.
Vraag 9 Is er in Utrecht ook een tweede plaatsingscheck naast een AKI goedkeuring? Zo ja, worden goedgekeurde speeltoestellen daardoor bij een tweede check nog aangepast terwijl ze wel al AKI goed gekeurd zijn? Zo ja, waar zien die aanpassingen meestal op? Antwoord 9 Het merendeel van de speeltoestellen dat geplaatst wordt, is gecertificeerd door de leverancier. Wanneer een speeltoestel geplaatst wordt zonder certificering (dit is vaak maatwerk) vindt er altijd een keuring plaats op locatie om de keuring te doen. Na realisatie van de speelplek vindt er altijd een opleverinspectie plaats van de gehele speellocatie, waarbij de speelplek pas wordt vrijgegeven als de hele locatie voldoet aan de huidige wet- en regelgeving conform het WAS.
3
Vraag 10 Wordt er op dit moment samengewerkt met scholen, kinderopvangen en welzijnsorganisaties om het belang van (uitdagend) buitenspelen onder de aandacht te brengen? Zo ja, hoe vindt deze samenwerking plaats? Antwoord 10 Ja. Veel samenwerking vindt plaats in specifieke projecten zoals ‘Mee doen op straat’ en de ‘Nationale Buitenspeeldag’. Bij Mee doen op straat worden met een ‘speelmeebus’ wekelijks op verschillende pleinen en straten sport- en spelactiviteiten georganiseerd. De doelstelling van deze activiteiten is dat kinderen en jongvolwassenen veilig en vreedzaam op pleinen en op straat in hun omgeving kunnen spelen en sporten. Komende zomer (2025) heeft de speelmeebus in Kanaleneiland en Overvecht loose parts voor stoer spelen bij zich. Vanaf januari heeft de avonturenclub van de brede school in Overvecht samen met een groep kinderen een aantal weken op rij avonturen beleefd rond de Stadsboerderij Gagelsteede. Tijdens de Nationale Buitenspeeldag (dit jaar op 11 juni) worden kinderen aangemoedigd om buiten te spelen, te bewegen en de natuur te ontdekken. Op sommige plaatsen worden straten afgesloten voor verkeer zodat kinderen veilig kunnen rennen, fietsen, hinkelen en nog veel meer.
Vraag 11 Is het college bereid te onderzoeken of er bij de uitvoering van het speelbeleid voorkeur kan worden gegeven aan het bouwen van stoere speelplekken? Antwoord 11 Wij zijn bereid te onderzoeken of er bij de uitvoering van het speelbeleid voorkeur kan worden gegeven aan het bouwen van stoere speelplekken. Niet elke locatie leent zich echter voor een (voornamelijk) stoere inrichting en niet alle ouders vinden het fijn om hun kind te laten spelen op een risicovolle speelplek. Bij elke nieuwe speelplek of herinrichting van een bestaande speelplek hebben we als doel een plek te creëren met een zo hoog mogelijke speelwaarde. ‘Stoer spelen’ wordt daarbij nu ook al- in de afwegingen meegenomen.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
4
Schriftelijke vragen Met stoer spelen leer je vallen en opstaan 20 februari 2025 Door digitalisering en verstedelijking neemt het buitenspelen onder kinderen af. Een onwenselijke ontwikkeling, ook vanwege de toename van overgewicht, diabetes en slechtziendheid onder kinderen. Om buitenspelen meer aan te moedigen, is in Amsterdam het initiatiefvoorstel ‘Stoer spelen; het recht voor ieder kind om zich een buil te vallen’ ingediend.2 Stoer spelen houdt in dat kinderen buitenspelen op een spannende, uitdagende en avontuurlijke manier, met een klein risico op een bult of wondje. Bijvoorbeeld spelen op hoogte, op snelheid of met water. Dit type spelen draagt bij aan de motorische ontwikkeling, sociale vaardigheden, het overwinnen van angsten en het ontwikkelen van doorzettingsvermogen bij kinderen.
Vragen: 1. Is het college bekend met het concept stoer spelen? Ziet zij hierin ook de meerwaarde voor de ontwikkeling van kinderen? 2. In hoeverre wordt er bij de inrichting van speelplekken in Utrecht rekening gehouden met het belang van uitdagend en avontuurlijk spelen? 3. Zijn er specifieke locaties of projecten in Utrecht waar al invulling wordt gegeven aan de principes van stoer spelen in de openbare ruimte? Zo ja, waar? 4. In Utrecht zetten we met ons speelbeleid in op groene en natuurspeelplekken, hoe verhoudt dit zich tot het stoer spelen uit het initiatiefvoorstel? Hoe staat het met de uitvoering van die groene en natuurspeelplekken? 5. Wat zijn de huidige eisen en restricties (bijv. speelcatalogus, risico's op formele toestellen, noodzaak voor ondervloeren) omtrent het nieuw aanleggen van speeltuinen? 6. Is het mogelijk om bij aanbestedingen van speeltoestellen en valondergronden stoer spelen als criteriumpunt op te nemen? Of zitten hier restricties op? 7. Welke rol speelt aansprakelijkheid van de gemeente bij het plaatsen van speeltuinen? 8. Hoe kijkt het college aan tegen het accepteren van een ‘aanvaardbaar risico’ bij speelplekken, zoals in Amsterdam is voorgesteld? Is het college bereid om risico acceptatie bij spelen onder de loep te nemen? 9.
Is er in Utrecht ook een tweede plaatsingscheck naast een AKI goedkeuring? Zo ja, worden goedgekeurde speeltoestellen daardoor bij een tweede check nog aangepast terwijl ze wel al AKI goed gekeurd zijn? Zo ja, waar zien die aanpassingen meestal op? 10. Wordt er op dit moment samengewerkt met scholen, kinderopvangen en welzijnsorganisaties om het belang van (uitdagend) buitenspelen onder de aandacht te brengen? Zo ja, hoe vindt deze samenwerking plaats? 11. Is het college bereid te onderzoeken of er bij de uitvoering van het speelbeleid voorkeur kan worden gegeven aan het bouwen van stoere speelplekken?
2 D66 Amsterdam — Maak buitenspeelplekken aantrekkelijk: ‘stoer spelen en ravotten is goed en leuk’
5
Gesteld door: • •
Nadia Stylianou, D66 Hester Assen, PvdA
6