Beantwoording SV2025 nr 192 over Huurdersparticipatie in het Utrechts Volkshuisvestelijk akkoord
Tekst van het document
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2025, NUMMER 192 Datum Van Behandeld door E-mailadres Kenmerk Beleidsveld
2 december 2025 College B&W R. Mouktadibillah r.mouktadibillah@utrecht.nl 34008946 Wonen en Volkshuisvesting
Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2025 nummer 192 van Gert Dijkstra (EenUtrecht) van 18 november 2025 over Huurdersparticipatie in het Utrechts Volkshuisvestelijk akkoord. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Inleiding Voorafgaand aan de beantwoording willen wij opmerken dat we vanwege het belang van het debat van 4 december 2025 het verzoek snappen voor versnelde beantwoording. In dit geval was versnelde beantwoording mogelijk, maar het is niet onze bedoeling dat dit een gewoonte wordt. Vraag 1 Hoe beoordeelt het college de huidige positie van huurdersverenigingen binnen het recent ondertekende Utrechts Volkshuisvestelijk Akkoord? Antwoord 1 Wij erkennen dat huurdersverenigingen geen formele ondertekenaars zijn van het Utrechts Volkshuisvestelijk Akkoord, maar ziet hun rol als belangrijk voor de belangenbehartiging van huurders. Het akkoord is uitvoeringsgericht en daarom gesloten tussen gemeente en woningcorporaties, maar het college benadrukt dat huurdersorganisaties via bestaande overlegstructuren en participatiekanalen betrokken blijven bij de beleidskeuzen en monitoring. Dat geldt uiteraard ook voor individuele projecten.
Vraag 2 Herkent het college de signalen van huurdersvertegenwoordigers dat ze zich afvragen wat hun positie is in de uitvoering van dat akkoord? Antwoord 2 Deze signalen herkennen wij niet. Vraag 3 Is het college het met ons eens dat een sterke en structurele huurdersparticipatie nodig is voor goed volkshuisvestingsbeleid? Antwoord 3 Wij zijn het met u eens dat een sterke en structurele huurdersparticipatie een belangrijk onderdeel is van goed volkshuisvestingbeleid. Daarom maken wij ook samenwerkingsafspraken met corporaties én huurders. In het participatieverslag van de Beleidsnota Wonen kunt u ook lezen hoe wij hen daarbij hebben betrokken. Recent hebben wij vergelijkbare (SV 2025/112) over de positie van huurders beantwoord.
Vraag 4 Uit het akkoord blijkt dat er geen maatregelen zijn opgenomen om de positie van huurders en huurdersvertegenwoordigers te versterken. Welke aanvullende afspraken of maatregelen acht het college nodig om hun positie wél te versterken? Antwoord 4 Het doel van het Utrechts Volkshuisvestelijk Akkoord is om samen met woningcorporaties structureel meer sociale huurwoningen te realiseren in Utrecht, zodat betaalbare huisvesting voor iedereen beschikbaar blijft. Het akkoord richt zich op versnelling van de bouw, behoud van betaalbare woningen en het versterken van volkshuisvesting. Het versterken van de positie van huurders was geen doel van dit akkoord. De positie van huurders is geborgd in de Woningwet en de Wet op het overleg huurders verhuurders. Vraag 5 Er is fors bezuinigd op huurdersparticipatie.1 Kan het college toelichten waarom hiervoor is gekozen? Antwoord 5 Bij de vaststelling van de Voorjaarsnota afgelopen zomer heeft de raad besloten om subsidieregeling te beëindigen voor huurdersparticipatie van huurders in niet-corporatiewoningen. Voor huurders van corporatiewoningen geldt dat participatie in de basis een verantwoordelijkheid is van de verhuurder. Dit is vastgelegd in de Woningwet 2015 en de Wet op het overleg huurders verhuurders (Overlegwet).
Deze wetten bepalen onder meer dat woningcorporaties structureel overleg moeten voeren met hun huurdersorganisaties, hen moeten betrekken bij beleidswijzigingen en dat zij hiervoor financiële ondersteuning ontvangen. Vraag 6 Hoe verhouden deze bezuinigingen zich tot het ontbreken van een duidelijke rol voor huurders(vertegenwoordigers) binnen het Volkshuisvestelijk Akkoord? Antwoord 6 Zie antwoord vraag 5. Vraag 7 Hoe wordt de inspraak van huurdersverenigingen geborgd bij besluitvorming over renovatie, sloop en nieuwbouw, juist met het vooruitzicht op de genoemde snellere processen in het akkoord? Antwoord 7 De inspraak van huurdersverenigingen bij besluitvorming over renovatie, sloop en nieuwbouw is geborgd via de wettelijke kaders en aanvullende afspraken i.c. het Algemeen Sociaal Plan. Hoewel het akkoord inzet op snellere processen, willen we benadrukken dat dit niet ten koste mag gaan van de inspraak van huurders. Vraag 8 Welke aanvullende stappen zijn volgens het college nodig om ook buiten dit akkoord de rol van huurdersverenigingen sterker te maken binnen het volkshuisvestelijke overleg- en besluitvorming? Antwoord 8 Wij hechten aan een stevige positie van de huurder. In navolging van het antwoord op vraag twee zien wij geen aanleiding om aanvullende beleidsstappen te zetten.
Bovendien geldt dat als deze aanleiding er wel zou zijn, dit (naast een probleemanalyse) aanvullende inzet en middelen zou vergen. Uw raad heeft bij de Voorjaarsnota echter een ander besluit genomen Hoogachtend Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester
1 Voorjaarsnota2025en1steBestuursrapportage2025.pdf Pagina 74, Bijlage 1
2
Schriftelijke vragen Huurdersparticipatie in het Utrechts Volkshuisvestelijk akkoord 18 november 2025 Op 30 september is het Utrechts Volkshuisvestelijk Akkoord getekend door corporaties en de gemeente, waarin afspraken zijn opgesteld die moeten leiden tot een versnelling van de planvorming en het bouwtempo.2 Met als doel: het versnellen van sociale woningbouw in Utrecht. Tegelijkertijd ontvangen wij signalen vanuit de huurdersverenigingen dat het akkoord geen duidelijkheid geeft over hun rol en invloed binnen het akkoord. Het is zonder hen ondertekend. Ook plaatsen wij kanttekeningen bij het feit dat de gemeentelijke ondersteuning van de lokale huurdersparticipatie compleet is wegbezuinigd, terwijl de betrokkenheid en ondersteuning van huurders en huurdersvertegenwoordigers juist cruciaal is voor goed volkshuisvestingsbeleid. De combinatie van het wegbezuinigen van huurdersparticipatie en het uitsluiten van huurders bij het Volkshuisvestelijk akkoord roepen bij ons zorgen op over de (toekomstige) balans tussen gemeente, woningcorporaties en huurders. Om die reden stellen wij de volgende vragen aan het college, gericht op het waarborgen en versterken van huurdersparticipatie en huurdersvertegenwoordigers. Wij zouden het erg op prijs stellen als deze schriftelijke vragen voor het commissiedebat op 4 december 2025 beantwoord kunnen worden. Vragen: 1.
Hoe beoordeelt het college de huidige positie van huurdersverenigingen binnen het recent ondertekende Utrechts Volkshuisvestelijk Akkoord? 2. Herkent het college de signalen van huurdersvertegenwoordigers dat ze zich afvragen wat hun positie is in de uitvoering van dat akkoord? 3. Is het college het met ons eens dat een sterke en structurele huurdersparticipatie nodig is voor goed volkshuisvestingsbeleid? 4. Uit het akkoord blijkt dat er geen maatregelen zijn opgenomen om de positie van huurders en huurdersvertegenwoordigers te versterken. Welke aanvullende afspraken of maatregelen acht het college nodig om hun positie wél te versterken? 5. Er is fors bezuinigd op huurdersparticipatie.3 Kan het college toelichten waarom hiervoor is gekozen? 6. Hoe verhouden deze bezuinigingen zich tot het ontbreken van een duidelijke rol voor huurders(vertegenwoordigers) binnen het Volkshuisvestelijk Akkoord? 7. Hoe wordt de inspraak van huurdersverenigingen geborgd bij besluitvorming over renovatie, sloop en nieuwbouw, juist met het vooruitzicht op de genoemde snellere processen in het akkoord? 8. Welke aanvullende stappen zijn volgens het college nodig om ook buiten dit akkoord de rol van huurdersverenigingen sterker te maken binnen het volkshuisvestelijke overleg- en besluitvorming? Ingediend door: Gert Dijkstra, EenUtrecht
2 https://portal.ibabs.eu/Document/Download/e15f6336-37ac-4501-899d-9c83c3ca2c45 3 Voorjaarsnota2025en1steBestuursrapportage2025.pdf Pagina 74, Bijlage 1
3