Beantwoording SV2025 nr 147 over Bescherm alle grondrechten, dus ook het recht op zelfbeschikking en daarmee het recht op abortus
Tekst van het document
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2025, NUMMER 147
Datum Van Behandeld door E-mailadres Kenmerk Beleidsveld
14 oktober 2025 College B&W R. Hermans ralph.hermans@utrecht.nl 32382802 Openbare Orde en Veiligheid
Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2025 nummer 147 van Hester Assen (PvdA), Mahaar Fattal (GroenLinks), Beau Nederhand en Charlotte Passier (Volt) Hanane Bittich (Link), Stevie Nolten (Bij1), Louise de Vries (Partij voor de Dieren), Tess Meerding (VVD), Claire Derckx (Stadsbelang Utrecht), Ruben Snijder (Student & Starter) van 18 september 2025 over Bescherm alle grondrechten, dus ook het recht op zelfbeschikking en daarmee het recht op abortus. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 Hoe duidt het college de uitspraak van de Raad van State en de gevolgen daarvan? We vragen het college in te gaan op de specifieke uitspraak over de demonstratie die Jezus Leeft voornemens was en op 11 september heeft uitgevoerd, als op de andere demonstraties. Antwoord 1 Wij hebben kennisgenomen van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) en geeft hier (vanzelfsprekend) uitvoering aan. De burgemeester heeft bij de Afdeling betoogd dat er in dit geval sprake is van strijdende grondrechten en dat het beschermen van de belangen van de vrouwen die de kliniek willen bezoeken tevens beschermd moeten worden. De WOM geeft echter geen ruimte om grondrechten tegen elkaar te wegen en op basis hiervan beperkingen te stellen.
Richting het kabinet is vanuit Utrecht al eerder aangedrongen om specifiek voor de situaties waarbij sprake is van strijdende meer (wettelijk) handelingsperspectief te bieden. De uitspraak van de Afdeling heeft hier helaas geen verandering in gebracht. Ter (juridische) duiding van de concrete uitspraak kunnen wij het volgende zeggen. De Wet Openbare Manifestaties (WOM) geeft de mogelijkheid om in het kader van drie belangen beperkingen aan een demonstratie te verbinden: ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding van wanordelijkheden. De beperking voor het stellen van regels ter bescherming van enkel die drie belangen vloeien voort uit artikel 9 van de Grondwet dat ziet op het recht op betoging. De Afdeling geeft in haar uitspraak aan dat zij geen ruimte ziet voor het verbinden van voorwaarden over de locatie in het kader van de verkeersveiligheid. De Afdeling ziet niet in dat er door de demonstratie met een ambulance en drie demonstranten op de parkeerplek tegenover het Vrelinghuis een verkeersonveilige situatie zou ontstaan. Wat betreft de mogelijkheid om voorwaarden
over de locatie te stellen om kwetsbare cliënten van de abortuskliniek te beschermen, overweegt de Afdeling dat dat mogelijk is als sprake is van wanordelijkheden. Dat wil zeggen (verwachte) ernstige ongewenste gedragingen. In dit verband kan ook de plaats van de demonstratie van betekenis zijn, uitgaande van de mate van orde en rust die daar naar algemeen inzicht behoort te heersen. De Afdeling vindt dat de grens van wanordelijkheden in het geval van Jezus Leeft niet wordt overschreden, hoewel zij erkent dat de demonstratie mogelijk kwetsend kan zijn voor bezoekers van de kliniek. Dat is onvoldoende om van wanordelijkheden te kunnen spreken. Als verwezen wordt naar eerdere incidenten acht de Afdeling daarnaast van belang of die bij demonstraties van dezelfde organisatoren zijn begaan. Uit de uitspraak volgt dus dat voor het stellen van voorwaarden aan een demonstratie, bijvoorbeeld de locatie daarvan, het vereist is om aan te tonen dat die noodzakelijk zijn ter bescherming van de verkeersveiligheid of ter bestrijding van wanordelijkheden. Bij die laatste moet dus aangetoond worden dat er verwachte ongewenste gedragingen zijn, waarbij de vraag wanneer sprake is van gedragingen die aangemerkt worden als wanordelijkheden de aard van de locatie dus wel een rol kan spelen.
Vraag 2 Heeft Jezus Leeft al meerdere demonstraties aangekondigd en hoe verloopt dan het contact daarover? Antwoord 2 Nee. Jezus Leeft demonstreerde op 12 september tegenover het Vrelinghuis. Sindsdien is geen sprake van nieuwe kennisgevingen. Vraag 3 Van hoeveel en welke organisaties of individuen is bekend dat zij (met regelmaat) demonstreren rondom het Vrelinghuis? Op welke wijze doen zij dit en stellen het college hiervan vooraf in kennis? Antwoord 3 Naast Jezus Leeft kennen wij twee andere organisatoren van demonstraties in de omgeving van het Vrelinghuis. Het gaat om Schreeuw om Leven en Kies Leven Utrecht. Deze organisatoren doen kennisgevingen van hun voorgenomen demonstraties. Beide demonstraties vinden plaats op een laad- en losplek aan de Biltstraat. Zo nu en dan worden in de omgeving van het Vrelinghuis protesterende individuen gezien. Deze individuen stellen ons doorgaans niet van tevoren op de hoogte van hun aanwezigheid. Het is voorgekomen dat protesterende individuen dicht bij de ingang van het Vrelinghuis van zich laten horen en dat hierbij sprake is van verstoring van de openbare orde waarna deze personen worden doorverwezen naar de laad- en losplek aan de Biltstraat.
Vraag 4 Is hierin sinds de uitspraak van de Raad van State al verandering waargenomen, bijvoorbeeld in frequentie of de wijze waarop wordt gedemonstreerd? Antwoord 4 Jezus Leeft heeft kort na de uitspraak van de Raad van State een kennisgeving van een demonstratie gedaan, voor het eerst sinds jaren. Verder zijn geen veranderingen waargenomen. Vraag 5 Deelt het college de waarnemingen/ opvattingen van medewerkers van het Vrelinghuis dat, door middel van doelbewuste intimidatie door demonstranten, afspraken over de wijze van demonstreren regelmatig worden geschonden? Graag een antwoord met toelichting. Antwoord 5 Er is zeer regelmatig contact tussen gemeente, politie en het Vrelinghuis over de demonstraties in de omgeving van de kliniek. Inderdaad doet het Vrelinghuis in dat contact soms meldingen over gedragingen van demonstranten die, in de ogen van het Vrelinghuis, niet conform de afspraken zouden zijn. Dat is vervolgens reden voor de gemeente om in contact te treden met de betreffende
2
organisator en op de gemaakte afspraken te wijzen. Momenteel zijn ons geen gedragingen van demonstranten bekend die we als doelbewuste intimidatie zouden kwalificeren. Wel is op basis van de artikel 2.2 APV opgetreden tegen individuen, omdat die opdringerig waren jegens bezoekers van de kliniek of hen op een ander manier lastigvielen. Vraag 6 Heeft de gemeente er zicht op hoe de huidige situatie rondom het Vrelinghuis wordt ervaren door vrouwen die de kliniek bezoeken? Is de gemeente bereid om deze situatie te onderzoeken? Is het college op de hoogte van meldingen en aangiftes van vrouwen die geïntimideerd zijn door de demonstranten? Wordt de ruimte van de burgemeester om in te grijpen groter wanneer er meer meldingen en aangiftes liggen? Antwoord 6 Het Vrelinghuis houdt ons goed op de hoogte over hoe de demonstraties worden ervaren door de vrouwen die de kliniek bezoeken. De gemeente is ook op de hoogte van meldingen afkomstig van de bezoekers van het Vrelinghuis. Daarover vindt ook geregeld overleg plaats met het Vrelinghuis. Vanzelfsprekend worden alle meldingen die aan de gemeente zijn gericht zorgvuldig bekeken en beantwoord. Over aangiftes is bij politie het volgende bekend.
Als het punt wordt bereikt dat juridisch kan worden gesproken van (de vrees voor) wanordelijkheden vanuit de demonstraties in de omgeving van de kliniek, dan heeft de burgemeester mogelijkheden om in te grijpen. Tot op heden zijn die juridische mogelijkheden bij bepaalde demonstraties in de omgeving van de kliniek ook al benut. In algemene zin kan het bovendien zo zijn dat meldingen en aangiftes worden meegewogen in besluiten over demonstraties. Helaas schieten de huidige wettelijke mogelijkheden toch tekort om vrouwen echt te beschermen in hun recht om ongehinderd de kliniek te bezoeken. Vraag 7 Wat wij begrijpen uit contact met o.a. het Vrelinghuis, Samen naar de Kliniek, Bureau Clara Wichmann is dat veel vrouwen de ervaringen met demonstranten niet melden, laat staan aangifte doen terwijl daar wel aanleiding voor is. Dit speelt in Utrecht en daarbuiten. Veel vrouwen zijn er niet van op de hoogte dat ze een melding kunnen doen wanneer ze intimidatie door demonstranten ervaren. Welke stappen kunnen er genomen worden zodat de meldingsbereidheid en aangiftebereidheid omhooggaat? Antwoord 7 Wij kunnen ons goed voorstellen dat er bij bezoekers van het Vrelinghuis aarzeling bestaat om melding te maken of zelfs aangifte te doen, zeker gezien de kwetsbare positie waarin deze vrouwen zich bevinden.
Wij onderkennen ook dat onbekendheid met de mogelijkheid om te melden en of aangifte te doen een extra belemmerende factor kan zijn. Daarom roepen wij ook hier iedereen die vanuit de demonstratie geconfronteerd wordt met ernstige hinder of overlast, of zelfs strafbaar gedrag, op om daarvan melding te maken of aangifte te doen. De gemeente en de politie geven dit ook mee in gesprekken met bijvoorbeeld omwonenden. En zo nodig deelt het Vrelinghuis deze boodschap in het contact met zijn patiënten. Vraag 8 Verwacht het college dat vrouwen de wijze waarop er gedemonstreerd wordt bij het Vrelinghuis meenemen in hun afweging om het Vrelinghuis te bezoeken en daarmee de toegang tot zorg vermindert? Antwoord 8 Wij kunnen ons voorstellen dat de demonstraties bij het Vrelinghuis vrouwen zou kunnen afschrikken om de medische behandeling te ondergaan. Dat zou zeer kwalijk zijn. Dit mogelijke effect is, voor zover wij weten, echter niet onderzocht en wellicht ook lastig te onderzoeken. Daarom is het lastig om hierover meer specifieke uitspraken te doen.
3
Vraag 9 Uit de uitspraak van de Raad van State lijkt te spreken dat alternatieve plekken onvoldoende onderzocht of aangeboden zijn als demonstratieplek. Daarin wordt ook de overkant van het Vrelinghuis benoemd, wat recht voor basisschool Wittevrouwen en een kinderdagverblijf is. De demonstratie vrijdag 12 september daar heeft toen, en ook al eerder, veel impact gehad op kinderen, ouders en medewerkers. Lijkt hier rekening mee gehouden te zijn bij deze uitspraak? Deze plek lijkt de fracties op voorhand ongeschikt, maar kan de aanwezigheid van een school en kinderdagverblijf ook juridisch verschil maken in de geschiktheid van deze plek als alternatief? Antwoord 9 Niet zonder meer. Het grondwettelijk verankerde demonstratierecht weegt zwaar. Daar doen de nabijheid van bijvoorbeeld een school of een kinderdagverblijf in principe niet aan af. De Raad van State heeft dit overigens niet in zijn overwegingen betrokken. Dat hoefde de hij ook niet, aangezien de zaak met Jezus Leeft daar niet over ging. Indien ter plaatse vanwege de demonstratie bijvoorbeeld wanordelijkheden zouden dreigen, dan zou die demonstratie wellicht verplaatst kunnen worden. Juridisch ligt de lat voor een dergelijke verplaatsing echter hoog. Bij de demonstratie van 12 september was geen sprake van (dreigende) wanordelijkheden.
Vraag 10 Hoe duidt het college de verkeersveiligheid ter plekke? Welke mogelijkheden ziet het college nog binnen de Wet openbare manifestaties (WOM) om dit soort van (intimiderende) demonstraties aan te pakken? Heeft het college ook overwogen om een klacht in te dienen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens op basis van het schenden van artikel 8 van het Europees Verdrag van de Rechten (EVRM) van de Mens om te zien hoe het zich verhoudt met Artikel 11 van het EVRM, of ziet het daar geen reden toe, en/of is dit dan meer aan andere partijen om die stap te zetten? Antwoord 10 De Biltstraat ter hoogte van het Vrelinghuis is een lastige plek voor demonstraties. Er is daar bijvoorbeeld sprake van verschillende doorgaande verkeersstromen, zoals auto’s, bussen (busbanen), fietsers en voetgangers. De trottoirs zijn smal en er zijn daar veel winkels, bedrijven en instellingen gevestigd. De ruimte is dus zeer beperkt. Dat vergt veel maatwerk voor elke demonstratie die in de omgeving van het Vrelinghuis plaatsvindt. De WOM biedt beperkte mogelijkheden om demonstraties te begrenzen. De wettelijke beperkingsgronden waren niet van toepassingen op de demonstratie van Jezus Leeft. Wij missen in de wet de mogelijkheid om de positie van bezoekers van het Vrelinghuis meer bescherming te geven. Om die reden roepen wij de wetgever in Den Haag op om de wet op dit punt aan te passen.
Deze oproep verhoudt zich goed tot onze – op de inhoud neutrale – rol als het bevoegd gezag als het om demonstraties gaat. Een klacht bij het EHRM past daar niet bij. Dat zou iets kunnen zijn voor de andere betrokken partijen. Vraag 11 Het college heeft eerder aangegeven in beroep te gaan met als doel alle grondrechten geborgd te zien en geeft na de uitspraak van de Raad van State geen verdere mogelijkheden meer te zien binnen het wettelijk kader om dit op andere wijze te doen. We vragen het college om een uitvoerige reflectie hierop, te meer we nu alweer signalen krijgen over intimidatie, het overtreden van afspraken rondom demonstraties en de zorgen over het welzijn van kinderen op de kinderopvang en school tegenover de kliniek. Antwoord 11 Zie de beantwoording van vraag 1. Met een “dossier” over gedragingen van specifieke demonstranten/organisaties op deze locatie, zou wellicht wel sprake kunnen zijn van een samenstel van (verwachte) ongewenste gedragingen die zo ernstig is dat van wanordelijkheden kan worden gesproken.
4
Vraag 12 In 2019 gaf toenmalig minister de Jonge aan dat gemeenten de mogelijkheid hadden bufferzones in te stellen bij abortusklinieken, maar de uitspraak van de Raad van State lijkt dit niet te bevestigen. Hoe duidt het college dit en wat zijn sindsdien de opvattingen en ontwikkelingen vanuit de landelijke overheid over de wettelijke mogelijkheden om in te grijpen? Antwoord 12 Het instellen van een bufferzone is juridisch gezien het stellen van voorwaarden aan een demonstratie over de locatie. Daarvoor geldt hetzelfde als onder antwoord 1 en 11 is aangegeven. Dat kan alleen op grond van de belangen genoemd in de WOM. Het is dan dus nodig dat dat noodzakelijk is ter bestrijding van (dreigende) wanordelijkheden. Uit rechtspraak blijkt ook dat die toets wordt toegepast bij andere uitspraken over demonstraties. Daaruit volgt dus dat, afhankelijk van het gedrag van de demonstranten (al dan niet in het verleden), wel mogelijkheden bestaan voor het verbinden van voorwaarden over de afstand waarbinnen gedemonstreerd mag worden. Een algemene bufferzone lijkt echter niet mogelijk omdat het om specifieke gedragingen van specifieke organisaties of personen moet gaan.
Vraag 13 Wat is het college van plan als gevolg van deze uitspraak, al dan niet richting het Rijk, aangezien de burgemeester aangeeft dat de bal nu bij het Rijk ligt om met beleid te komen waarmee ook andere grondrechten dan het demonstratierecht geborgd worden? Wat is haar verwachting hiervan? Antwoord 13 Wij zullen ons ervoor blijven inspannen om demonstraties in de omgeving van het Vrelinghuis zo vorm te geven dat de bezoekers zoveel mogelijk ongehinderd de kliniek kunnen bereiken. Daar verandert de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak niets aan. Wel zullen we naar aanleiding van de uitspraak bij de wetgever in Den Haag aandringen op een wetswijziging die het mogelijk maakt om problemen bij demonstraties in de buurt van abortusklinieken op te lossen. Er is ons met name veel aan gelegen om het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de bezoekers van het Vrelinghuis zorgvuldig af te kunnen wegen tegen het demonstratierecht. Die mogelijkheid biedt de wet vooralsnog niet.
Vraag 14 Wanneer de situatie zo blijft dat afspraken door demonstranten overtreden worden, kan dit dan verdere consequenties hebben voor de betreffende demonstranten? Is het hiervoor nodig dit op heterdaad waar te nemen en zo ja, welke mogelijkheden bestaan daartoe? Antwoord 14 In geval de voorschriften voor een demonstratie door deelnemers aan die demonstratie niet worden nageleefd, levert dit een strafbare overtreding op. De politie en het Openbaar Ministerie (OM) kunnen daartegen optreden. Dat kan, in geval van heterdaad, direct ter plaatse, of anders mogelijk achteraf. Het OM betracht, vanwege het zwaarwegende belang van het demonstratierecht, een zekere terughoudendheid in de mogelijke vervolging van overtreding van de bij een demonstratie gestelde voorschriften. Het niet-naleven van afspraken of voorschriften kan ook consequenties hebben voor de vorm waarin een mogelijke volgende demonstratie van dezelfde groep wordt gehouden. Bijvoorbeeld door bij die volgende demonstratie andere, striktere voorschriften te stellen. Die kunnen ook gaan over de plek waar de demonstratie plaatsvindt. Vraag 15 Zijn er alternatieve routes naar de kliniek denkbaar voor bezoekers, bijvoorbeeld over eigen terrein van het Vrelinghuis? Antwoord 15 Als het gaat om de bereikbaarheid van het Vrelinghuis via de openbare weg, dan is de kliniek via twee richtingen over de Biltstraat bereikbaar.
Wij gaan niet over de manier waarop het Vrelinghuis zijn bezoekers over het eigen terrein naar de ingang van het gebouw leidt, al dan niet via een alternatieve route.
5
Vraag 16 Op welke manier kan de gemeente bezoekers van de kliniek op andere wijze ondersteunen (bijvoorbeeld door samenwerking met partijen als Samen naar de kliniek)? Is de gemeente ook bereid dit soort partijen structureel te ondersteunen? Antwoord 16 Wij spannen ons op verschillende manieren in om ervoor te zorgen dat vrouwen zoveel mogelijk ongehinderd de kliniek kunnen bezoeken. In dit verband steunen wij partijen als Samen naar de kliniek van harte, omdat ook zij dit doel nastreven. De gemeente heeft daarbij wel een heel eigen rol. Vanuit die rol worden demonstraties in de omgeving van het Vrelinghuis, middels afspraken of voorschriften richting de organisator, zo vormgegeven dat bezoekers van het Vrelinghuis er zo min mogelijk last van ervaren. De gemeente houdt, samen met de politie, ook toezicht op de naleving van die afspraken en voorschriften. Daarnaast is de gemeente permanent gesprekspartner van bijvoorbeeld het Vrelinghuis en omwonenden als het gaat over het verloop van de demonstraties. Vraag 17 In voorbereiding van deze vragen hebben wij contact gehad met diverse partijen die zich hard maken voor de vrije ongehinderde toegang van vrouwen tot de abortuskliniek, in Utrecht en/of daarbuiten, en zich daarbij ook richten tot de landelijke politiek. Dit zijn o.a. Samen naar de Kliniek, Ava, Humanistisch Verbond, Dolle Mina’s en Bureau Clara Wichmann.
Kan het college zich inspannen om met deze partijen te zorgen dat ook de huidige bezoekers van het Vrelinghuis dit ongehinderd kunnen bezoeken én er zich voor inzetten dat dit ook voor vrouwen in de toekomst in Utrecht (en daarbuiten) geborgd is? Zeker wanneer het college verder geen mogelijkheden ziet tot ingrijpen lijkt dit ons wenselijk. Antwoord 17 Zoals wij eerder hebben aangegeven, spannen wij ons vanuit onze eigen rol in voor ongehinderd bezoek van de kliniek. Daarnaast richten ook wij ons tot de landelijke politiek, met de boodschap dat het wettelijk kader momenteel geen goede oplossing biedt voor de moeilijke situaties die kunnen ontstaan als bij een abortuskliniek tegen abortus wordt geprotesteerd. Wij vinden dat de wet in dit opzicht moet worden aangepast en staan met die boodschap dus naast iedereen die vindt dat vrouwen in een kwetsbare positie bescherming verdienen.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
6
Schriftelijke vragen: Bescherm alle grondrechten, dus ook het recht op zelfbeschikking en daarmee het recht op abortus Donderdag 18 september Afgelopen augustus stelde de Raad van State de gemeente Utrecht in het ongelijk in een hogerberoep over een anti-abortusdemonstratie die Jezus Leeft had aangekondigd in 2021. De Raad van State stelde dat de gemeente de demonstranten ten onrechte een plaatst op de laad- en losplaats 70 meter van het de abortuskliniek Vrelinghuis had aangewezen.1 De burgemeester had dit gedaan op twee gronden binnen de WOM, namelijk verkeersveiligheid en volksgezondheid Anti-abortusdemonstranten bij deze kliniek hebben meermaals vrouwen geïntimideerd bij een bezoek aan het Vrelinghuis.2 Dit geldt ook voor voorbijgangers die werden aangezien voor bezoekers en medewerkers van het Vrelinghuis. Men kan zelfs spreken van fysiek geweld op basis van de ervaring van een vrouw die beschreef geduwd en in haar buik gegrepen te zijn. Volgens de vrouw was het een ’Vreselijke en intimiderende ervaring’3. Ook zijn er meerdere voorbeelden van het ongevraagd overhandigen van flyers en plastic foetussen waarbij eerder ook vastgesteld is dat die flyers feitelijk onjuiste informatie bevatten. Dit onderwerp speelt in de gemeenteraad al jaren. Al in 2019 stelden PvdA, GL en D66 vragen over de intimidatie van vrouwen bij het Vrelinghuis4.
De toenmalige burgemeester gaf aan weinig grond te hebben om in te grijpen al zou hij dat willen5, terwijl de toenmalig minister aangaf dat het wel degelijk onder de bevoegdheid van burgemeesters lag om hier maatregelen tegen in te stellen, zoals een bufferzone. 6Veel abortusklinieken vragen er ook om dat de overheid maatregelen neemt en in een aantal gemeenten zijn de afgelopen jaren ook maatregelen genomen, zoals in sommige gevallen een bufferzone. 7 Vragenstellende fracties vonden het een goede stap dat de burgemeester de laad- en losplaats aanwees voor demonstraties met oog op verkeersveiligheid, gezondheid en om alle grondrechten te borgen. Met haar zijn de fracties teleurgesteld over de uitspraak van de Raad van State. 8 Grondrechten en andere wetgeving Indieners van de vragen staan pal voor het demonstratierecht, artikel 9 van de grondwet. In een democratische rechtstaat is het van groot belang dat verschillende meningen geuit kunnen worden.
Wat in 2019 al het argument was om op te treden tegen anti-abortusdemonstranten bij het Vrelinghuis is omdat er continu meldingen waren waarbij geen sprake was van demonstratie maar van intimidatie 1 Uitspraak 202205369/1/A3 - Raad van State 2 Intimidatie bij abortusklinieken: een ooggetuigeverslag - Humanistisch Verbond 3 Nog altijd veel meldingen van intimidatie bij Utrechtse abortuskliniek 4 Document Viewer - U-reka Gemeente Utrecht 5 Anti-abortusdemonstranten moeten wegblijven bij ingang van Utrechtse kliniek | De Utrechtse
Internet Courant 6 De Jonge steunt bufferzones bij abortusklinieken 7 Abortusklinieken willen verbod op demonstraties voor de deur 8 Burgemeester Dijksma teleurgesteld na uitspraak over abortusprotest: 'Schurende grondrechten' RTV Utrecht 7
en omdat wij van mening zijn dat hier grondrechten schuren of botsen, namelijk het demonstratierecht met het recht op persoonlijke autonomie, de onaantastbaarheid van het lichaam en zelfbeschikking, artikel 10 en 11 van de grondwet. 9 Verder volgt ook uit internationale verdragen zoals het VN-verdrag Handicap dat ieder individu recht heeft op toegang tot zorg zonder intimidatie, discriminatie of belemmering toegang te krijgen tot zorg. Dit gaat verder dan puur de fysieke of digitale toegang alleen, maar vraagt ook een veilige omgeving. Ook is er Europese wetgeving die raakt aan deze situatie want artikel 7 en 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) gaan over het recht op een privéleven en bescherming van persoonsgegevens naast het recht op vrije meningsuiting. (artikel 11) Recente demonstraties, al dan niet met kennisgeving Op vrijdag 11 september heeft Jezus Leeft voor het eerst sinds de uitspraak van de Raad van State gedemonstreerd met ambulancebus en spandoek met de tekst ‘Abortus is moord/ abortusMOORD’. 10 De demonstratie leidt zoals eerder tot zorgen over het welzijn van de kinderen (en ouders) bij de school en het kinderdagverblijf aan de overkant. 11 Uit eigen waarnemingen en contact met de arts van het Vrelinghuis blijkt dat demonstraties op en rond de laad- en losplaats continu doorgaan, vanuit verschillende organisaties en/of personen.
Hierbij wordt aangegeven dat vrij regelmatig tot continu afspraken worden geschonden over de wijze van aanspreken, meelopen met mensen en alleen flyers uitreiken wanneer iemand dit wil. Aanspreken daarop wordt als zinloos ervaren omdat dit altijd wordt ontkend. De vraag die op basis hiervan gesteld worden is of hiermee de toegang tot wordt verminderd of dat dit zo ervaren wordt. De fracties staan voor alle grondrechten dus naast het recht op demonstratie even sterk voor het het recht op zelfbeschikking en de onaantastbaarheid van het lichaam om zo ook het recht op abortus vrij uit te kunnen oefenen. Onze stellige indruk is na de uitspraak van de Raad van State dat de grondrechten zoals die in artikel 10 en 11 van de grondwet staan in deze situatie minder goed geborgd lijken dan het demonstratierecht. We benoemen hier dat wanneer abortus uit het wetboek van strafrecht verwijderd zou worden aangezien abortus zorg is en dus onderdeel zou uitmaken van reguliere zorg, deze situatie überhaupt niet op zou kunnen treden. Vanwege de zorgen daarover hebben de fracties van Partij van de Arbeid, … de volgende vragen:
Vragen: 1. Hoe duidt het college de uitspraak van de Raad van State en de gevolgen daarvan? We vragen het college in te gaan op de specifieke uitspraak over de demonstratie die Jezus Leeft voornemens was en op 11 september heeft uitgevoerd, als op de andere demonstraties. Antwoord Het college heeft kennisgenomen van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) en geeft hier (vanzelfsprekend) uitvoering aan. De burgemeester heeft bij de Afdeling betoogd dat er in dit geval sprake is van strijdende grondrechten en dat het beschermen van de belangen van de vrouwen die de kliniek willen bezoeken tevens beschermd moeten worden. De WOM geeft echter geen ruimte om grondrechten tegen elkaar te wegen en op basis hiervan beperkingen te stellen. Richting het kabinet is vanuit Utrecht al eerder aangedrongen om specifiek voor de situaties waarbij sprake is van strijdende meer (wettelijk) handelingsperspectief te bieden. De uitspraak van de Afdeling heeft hier helaas geen verandering in gebracht.
9 Artikel 11: Onaantastbaarheid lichaam - Nederlandse Grondwet 10 Jezus Leeft demonstreert opnieuw bij abortuskliniek Utrecht na winnen rechtszaak - RTV Utrecht 11 Demonstranten Jezus Leeft terug bij Utrechtse abortuskliniek, grote zorgen bij directeur
nabijgelegen basisschool | Instagram Utrecht | AD.nl 8
Ter (juridische) duiding van de concrete uitspraak kunnen wij het volgende zeggen. De WOM geeft de mogelijkheid om in het kader van drie belangen beperkingen aan een demonstratie te verbinden: ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding van wanordelijkheden. De beperking voor het stellen van regels ter bescherming van enkel die drie belangen vloeien voort uit artikel 9 van de Grondwet dat ziet op het recht op betoging. De Afdeling geeft in haar uitspraak aan dat zij geen ruimte ziet voor het verbinden van voorwaarden over de locatie in het kader van de verkeersveiligheid. De Afdeling ziet niet in dat er door de demonstratie met een ambulance en drie demonstranten op de parkeerplek tegenover het Vrelinghuis een verkeersonveilige situatie zou ontstaan. Wat betreft de mogelijkheid om voorwaarden over de locatie te stellen om kwetsbare cliënten van de abortuskliniek te beschermen, overweegt de Afdeling dat dat mogelijk is als sprake is van wanordelijkheden. Dat wil zeggen (verwachte) ernstige ongewenste gedragingen. In dit verband kan ook de plaats van de demonstratie van betekenis zijn, uitgaande van de mate van orde en rust die daar naar algemeen inzicht behoort te heersen.
De Afdeling vindt dat de grens van wanordelijkheden in het geval van Jezus Leeft niet wordt overschreden, hoewel zij erkent dat de demonstratie mogelijk kwetsend kan zijn voor bezoekers van de kliniek. Dat is onvoldoende om van wanordelijkheden te kunnen spreken. Als verwezen wordt naar eerdere incidenten acht de Afdeling daarnaast van belang of die bij demonstraties van dezelfde organisatoren zijn begaan. Uit de uitspraak volgt dus dat voor het stellen van voorwaarden aan een demonstratie, bijvoorbeeld de locatie daarvan, het vereist is om aan te tonen dat die noodzakelijk zijn ter bescherming van de verkeersveiligheid of ter bestrijding van wanordelijkheden. Bij die laatste moet dus aangetoond worden dat er verwachte ongewenste gedragingen zijn, waarbij de vraag wanneer sprake is van gedragingen die aangemerkt worden als wanordelijkheden de aard van de locatie dus wel een rol kan spelen. 2. Heeft Jezus Leeft al meerdere demonstraties aangekondigd en hoe verloopt dan het contact daarover? Antwoord Nee. Jezus Leeft demonstreerde op 12 september tegenover het Vrelinghuis. Sindsdien is geen sprake van nieuwe kennisgevingen. 3.
Van hoeveel en welke organisaties of individuen is bekend dat zij (met regelmaat) demonstreren rondom het Vrelinghuis? Op welke wijze doen zij dit en stellen het college hiervan vooraf in kennis? Antwoord Naast Jezus Leeft kennen wij twee andere organisatoren van demonstraties in de omgeving van het Vrelinghuis. Het gaat om Schreeuw om Leven en Kies Leven Utrecht. Deze organisatoren doen kennisgevingen van hun voorgenomen demonstraties. Beide demonstraties vinden plaats op een laad- en losplek aan de Biltstraat. Zo 9
nu en dan worden in de omgeving van het Vrelinghuis protesterende individuen gezien. Deze individuen stellen ons doorgaans niet van tevoren op de hoogte van hun aanwezigheid. Het is voorgekomen dat protesterende individuen dicht bij de ingang van het Vrelinghuis van zich laten horen en dat hierbij sprake is van verstoring van de openbare orde waarna deze personen worden doorverwezen naar de laad- en losplek aan de Biltstraat. 4. Is hierin sinds de uitspraak van de Raad van State al verandering waargenomen, bijvoorbeeld in frequentie of de wijze waarop wordt gedemonstreerd? Antwoord Jezus Leeft heeft kort na de uitspraak van de Raad van State een kennisgeving van een demonstratie gedaan, voor het eerst sinds jaren. Verder zijn geen veranderingen waargenomen. 5. Deelt het college de waarnemingen/ opvattingen van medewerkers van het Vrelinghuis dat, door middel van doelbewuste intimidatie door demonstranten, afspraken over de wijze van demonstreren regelmatig worden geschonden? Graag een antwoord met toelichting. Antwoord Er is zeer regelmatig contact tussen gemeente, politie en het Vrelinghuis over de demonstraties in de omgeving van de kliniek. Inderdaad doet het Vrelinghuis in dat contact soms meldingen over gedragingen van demonstranten die, in de ogen van het Vrelinghuis, niet conform de afspraken zouden zijn.
Dat is vervolgens reden voor de gemeente om in contact te treden met de betreffende organisator en op de gemaakte afspraken te wijzen. Momenteel zijn ons geen gedragingen van demonstranten bekend die we als doelbewuste intimidatie zouden kwalificeren. Wel is op basis van de artikel 2.2 APV opgetreden tegen individuen, omdat die opdringerig waren jegens bezoekers van de kliniek of hen op een ander manier lastigvielen.
6. Heeft de gemeente er zicht op hoe de huidige situatie rondom het Vrelinghuis wordt ervaren door vrouwen die de kliniek bezoeken? Is de gemeente bereid om deze situatie te onderzoeken? Is het college op de hoogte van meldingen en aangiftes van vrouwen die geïntimideerd zijn door de demonstranten? Wordt de ruimte van de burgemeester om in te grijpen groter wanneer er meer meldingen en aangiftes liggen? Antwoord Het Vrelinghuis houdt ons goed op de hoogte over hoe de demonstraties worden ervaren door de vrouwen die de kliniek bezoeken. De gemeente is ook op de hoogte van meldingen afkomstig van de bezoekers van het Vrelinghuis. Daarover vindt ook geregeld overleg plaats met het Vrelinghuis. Vanzelfsprekend worden alle meldingen die aan de gemeente zijn gericht zorgvuldig bekeken en beantwoord. Over aangiftes is bij politie het volgende bekend. Als het punt wordt bereikt dat juridisch kan worden gesproken van (de vrees voor) wanordelijkheden vanuit de demonstraties in de omgeving van de kliniek, dan heeft de burgemeester mogelijkheden om in te grijpen. Tot op heden zijn die juridische mogelijkheden bij bepaalde demonstraties in de omgeving van de kliniek ook al benut. In algemene zin kan het bovendien zo zijn dat meldingen en aangiftes worden meegewogen in besluiten over demonstraties. Helaas schieten de huidige wettelijke mogelijkheden toch 10
tekort om vrouwen echt te beschermen in hun recht om ongehinderd de kliniek te bezoeken. 7. Wat wij begrijpen uit contact met o.a. het Vrelinghuis, Samen naar de Kliniek, Bureau Clara Wichmann is dat veel vrouwen de ervaringen met demonstranten niet melden, laat staan aangifte doen terwijl daar wel aanleiding voor is. Dit speelt in Utrecht en daarbuiten. Veel vrouwen zijn er niet van op de hoogte dat ze een melding kunnen doen wanneer ze intimidatie door demonstranten ervaren. Welke stappen kunnen er genomen worden zodat de meldingsbereidheid en aangiftebereidheid omhooggaat? Antwoord Wij kunnen ons goed voorstellen dat er bij bezoekers van het Vrelinghuis aarzeling bestaat om melding te maken of zelfs aangifte te doen, zeker gezien de kwetsbare positie waarin deze vrouwen zich bevinden. Wij onderkennen ook dat onbekendheid met de mogelijkheid om te melden en of aangifte te doen een extra belemmerende factor kan zijn. Daarom roepen wij ook hier iedereen die vanuit de demonstratie geconfronteerd wordt met ernstige hinder of overlast, of zelfs strafbaar gedrag, op om daarvan melding te maken of aangifte te doen. De gemeente en de politie geven dit ook mee in gesprekken met bijvoorbeeld omwonenden. En zo nodig deelt het Vrelinghuis deze boodschap in het contact met zijn patiënten. 8.
Verwacht het college dat vrouwen de wijze waarop er gedemonstreerd wordt bij het Vrelinghuis meenemen in hun afweging om het Vrelinghuis te bezoeken en daarmee de toegang tot zorg vermindert? Antwoord Wij kunnen ons voorstellen dat de demonstraties bij het Vrelinghuis vrouwen zou kunnen afschrikken om de medische behandeling te ondergaan. Dat zou zeer kwalijk zijn. Dit mogelijke effect is, voor zover wij weten, echter niet onderzocht en wellicht ook lastig te onderzoeken. Daarom is het lastig om hierover meer specifieke uitspraken te doen. 9. Uit de uitspraak van de Raad van State lijkt te spreken dat alternatieve plekken onvoldoende onderzocht of aangeboden zijn als demonstratieplek. Daarin wordt ook de overkant van het Vrelinghuis benoemd, wat recht voor basisschool Wittevrouwen en een kinderdagverblijf is. De demonstratie vrijdag 12 september daar heeft toen, en ook al eerder, veel impact gehad op kinderen, ouders en medewerkers. Lijkt hier rekening mee gehouden te zijn bij deze uitspraak? Deze plek lijkt de fracties op voorhand ongeschikt, maar kan de aanwezigheid van een school en kinderdagverblijf ook juridisch verschil maken in de geschiktheid van deze plek als alternatief? Antwoord Niet zonder meer. Het grondwettelijk verankerde demonstratierecht weegt zwaar. Daar doen de nabijheid van bijvoorbeeld een school of een kinderdagverblijf in principe niet aan af.
De Raad van State heeft dit overigens niet in zijn overwegingen betrokken. Dat hoefde de hij ook niet, aangezien de zaak met Jezus Leeft daar niet over ging. Indien ter plaatse vanwege de demonstratie bijvoorbeeld wanordelijkheden zouden dreigen, dan zou die demonstratie wellicht verplaatst kunnen worden. Juridisch ligt de lat voor een dergelijke verplaatsing echter hoog. Bij de demonstratie van 12 september was geen sprake van (dreigende) wanordelijkheden. 11
10. Hoe duidt het college de verkeersveiligheid ter plekke? Welke mogelijkheden ziet het college nog binnen de Wet openbare manifestaties (WOM) om dit soort van (intimiderende) demonstraties aan te pakken? Heeft het college ook overwogen om een klacht in te dienen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens op basis van het schenden van artikel 8 van het Europees Verdrag van de Rechten (EVRM) van de Mens om te zien hoe het zich verhoudt met Artikel 11 van het EVRM, of ziet het daar geen reden toe, en/of is dit dan meer aan andere partijen om die stap te zetten? Antwoord De Biltstraat ter hoogte van het Vrelinghuis is een lastige plek voor demonstraties. Er is daar bijvoorbeeld sprake van verschillende doorgaande verkeersstromen, zoals auto’s, bussen (busbanen), fietsers en voetgangers. De trottoirs zijn smal en er zijn daar veel winkels, bedrijven en instellingen gevestigd. De ruimte is dus zeer beperkt. Dat vergt veel maatwerk voor elke demonstratie die in de omgeving van het Vrelinghuis plaatsvindt. De WOM biedt beperkte mogelijkheden om demonstraties te begrenzen. De wettelijke beperkingsgronden waren niet van toepassingen op de demonstratie van Jezus Leeft. Wij missen in de wet de mogelijkheid om de positie van bezoekers van het Vrelinghuis meer bescherming te geven. Om die reden roepen wij de wetgever in Den Haag op om de wet op dit punt aan te passen.
Deze oproep verhoudt zich goed tot onze – op de inhoud neutrale – rol als het bevoegd gezag als het om demonstraties gaat. Een klacht bij het EHRM past daar niet bij. Dat zou iets kunnen zijn voor de andere betrokken partijen. 11. Het college heeft eerder aangegeven in beroep te gaan met als doel alle grondrechten geborgd te zien en geeft na de uitspraak van de Raad van State geen verdere mogelijkheden meer te zien binnen het wettelijk kader om dit op andere wijze te doen. We vragen het college om een uitvoerige reflectie hierop, te meer we nu alweer signalen krijgen over intimidatie, het overtreden van afspraken rondom demonstraties en de zorgen over het welzijn van kinderen op de kinderopvang en school tegenover de kliniek. Antwoord Zie de beantwoording van vraag 1. Met een “dossier” over gedragingen van specifieke demonstranten/organisaties op deze locatie, zou wellicht wel sprake kunnen zijn van een samenstel van (verwachte) ongewenste gedragingen die zo ernstig is dat van wanordelijkheden kan worden gesproken. 12. In 2019 gaf toenmalig minister de Jonge aan dat gemeenten de mogelijkheid hadden bufferzones in te stellen bij abortusklinieken, maar de uitspraak van de Raad van State lijkt dit niet te bevestigen.
Hoe duidt het college dit en wat zijn sindsdien de opvattingen en ontwikkelingen vanuit de landelijke overheid over de wettelijke mogelijkheden om in te grijpen? Antwoord Het instellen van een bufferzone is juridisch gezien het stellen van voorwaarden aan een demonstratie over de locatie. Daarvoor geldt hetzelfde als onder antwoord 1 en 11 is aangegeven. Dat kan alleen op grond van de belangen genoemd in de WOM. Het is dan dus nodig dat dat noodzakelijk is ter bestrijding van (dreigende) wanordelijkheden. Uit rechtspraak blijkt ook dat die toets wordt toegepast bij andere 12
uitspraken over demonstraties. Daaruit volgt dus dat, afhankelijk van het gedrag van de demonstranten (al dan niet in het verleden), wel mogelijkheden bestaan voor het verbinden van voorwaarden over de afstand waarbinnen gedemonstreerd mag worden. Een algemene bufferzone lijkt echter niet mogelijk omdat het om specifieke gedragingen van specifieke organisaties of personen moet gaan. 13. Wat is het college van plan als gevolg van deze uitspraak, al dan niet richting het Rijk, aangezien de burgemeester aangeeft dat de bal nu bij het Rijk ligt om met beleid te komen waarmee ook andere grondrechten dan het demonstratierecht geborgd worden? Wat is haar verwachting hiervan? Antwoord Wij zullen ons ervoor blijven inspannen om demonstraties in de omgeving van het Vrelinghuis zo vorm te geven dat de bezoekers zoveel mogelijk ongehinderd de kliniek kunnen bereiken. Daar verandert de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak niets aan. Wel zullen we naar aanleiding van de uitspraak bij de wetgever in Den Haag aandringen op een wetswijziging die het mogelijk maakt om problemen bij demonstraties in de buurt van abortusklinieken op te lossen. Er is ons met name veel aan gelegen om het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de bezoekers van het Vrelinghuis zorgvuldig af te kunnen wegen tegen het demonstratierecht. Die mogelijkheid biedt de wet vooralsnog niet. 14.
Wanneer de situatie zo blijft dat afspraken door demonstranten overtreden worden, kan dit dan verdere consequenties hebben voor de betreffende demonstranten? Is het hiervoor nodig dit op heterdaad waar te nemen en zo ja, welke mogelijkheden bestaan daartoe? Antwoord In geval de voorschriften voor een demonstratie door deelnemers aan die demonstratie niet worden nageleefd, levert dit een strafbare overtreding op. De politie en het Openbaar Ministerie kunnen daartegen optreden. Dat kan, in geval van heterdaad, direct ter plaatse, of anders mogelijk achteraf. Daarnaast kan het niet-naleven van afspraken of voorschriften consequenties hebben voor de vorm waarin een mogelijke volgende demonstratie van dezelfde groep wordt gehouden. Bijvoorbeeld door bij die volgende demonstratie andere, striktere voorschriften te stellen. Die kunnen ook gaan over de plek waar de demonstratie plaatsvindt. 15. Zijn er alternatieve routes naar de kliniek denkbaar voor bezoekers, bijvoorbeeld over eigen terrein van het Vrelinghuis? Antwoord Als het gaat om de bereikbaarheid van het Vrelinghuis via de openbare weg, dan is de kliniek via twee richtingen over de Biltstraat bereikbaar. Wij gaan niet over de manier waarop het Vrelinghuis zijn bezoekers over het eigen terrein naar de ingang van het gebouw leidt, al dan niet via een alternatieve route. 16.
Op welke manier kan de gemeente bezoekers van de kliniek op andere wijze ondersteunen (bijvoorbeeld door samenwerking met partijen als Samen naar de kliniek)? Is de gemeente ook bereid dit soort partijen structureel te ondersteunen? Antwoord 13
Wij spannen ons op verschillende manieren in om ervoor te zorgen dat vrouwen zoveel mogelijk ongehinderd de kliniek kunnen bezoeken. In dit verband steunen wij partijen als Samen naar de kliniek van harte, omdat ook zij dit doel nastreven. De gemeente heeft daarbij wel een heel eigen rol. Vanuit die rol worden demonstraties in de omgeving van het Vrelinghuis, middels afspraken of voorschriften richting de organisator, zo vormgegeven dat bezoekers van het Vrelinghuis er zo min mogelijk last van ervaren. De gemeente houdt, samen met de politie, ook toezicht op de naleving van die afspraken en voorschriften. Daarnaast is de gemeente permanent gesprekspartner van bijvoorbeeld het Vrelinghuis en omwonenden als het gaat over het verloop van de demonstraties. 17. In voorbereiding van deze vragen hebben wij contact gehad met diverse partijen die zich hard maken voor de vrije ongehinderde toegang van vrouwen tot de abortuskliniek, in Utrecht en/of daarbuiten, en zich daarbij ook richten tot de landelijke politiek. Dit zijn o.a. Samen naar de Kliniek, Ava, Humanistisch Verbond, Dolle Mina’s en Bureau Clara Wichmann.
Kan het college zich inspannen om met deze partijen te zorgen dat ook de huidige bezoekers van het Vrelinghuis dit ongehinderd kunnen bezoeken én er zich voor inzetten dat dit ook voor vrouwen in de toekomst in Utrecht (en daarbuiten) geborgd is? Zeker wanneer het college verder geen mogelijkheden ziet tot ingrijpen lijkt dit ons wenselijk. Antwoord Zoals wij eerder hebben aangegeven, spannen wij ons vanuit onze eigen rol in voor ongehinderd bezoek van de kliniek. Daarnaast richten ook wij ons tot de landelijke politiek, met de boodschap dat het wettelijk kader momenteel geen goede oplossing biedt voor de moeilijke situaties die kunnen ontstaan als bij een abortuskliniek tegen abortus wordt geprotesteerd. Wij vinden dat de wet in dit opzicht moet worden aangepast en staan met die boodschap dus naast iedereen die vindt dat vrouwen in een kwetsbare positie bescherming verdienen. • • • • • • • • •
Gesteld door: Hester Assen, PvdA Mahaar Fattal, GroenLinks Beau Nederhand en Charlotte Passier, Volt Hanane Bittich, Link Stevie Nolten, Bij1 Louise de Vries, Partij voor de Dieren Tess Meerding, VVD Claire Derckx, Stadsbelang Utrecht Ruben Snijder, Student en Starter
14